Schriftelijke vragen : De verkoop van de Commandopost Clingendael (Seyss-Inquartbunker)
Vragen van de leden Van der Maas en Nobel (beiden VVD) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de verkoop van de Commandopost Clingendael (Seyss-Inquartbunker) (ingezonden 7 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de recente ontwikkelingen rond de verkoop van de Commandopost Clingendael,
waaronder de uitsluiting van één van de deelnemende partijen, de daaropvolgende juridische
procedure en het feit dat zolang deze procedure loopt niet definitief tot gunning
kan worden overgegaan?
Vraag 2
De toenmalige Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelde in 2023
dat het niet nodig was het verkoopproces te stoppen, omdat dit proces «zorgvuldig
[was] vormgegeven», terwijl het kabinet daarnaast stelde dat het erfgoedbelang voldoende
werd geborgd door onder andere toepassing van de Leidraad Afstoot Monumenten en betrokkenheid
van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE); zijn beide Ministers, gezien
het verloop van de procedure sindsdien met een uitsluiting van een partij en een juridische
procedure, nog steeds van oordeel dat de verkoopprocedure voldoende zorgvuldig en
robuust is om tot vervreemding van dit bijzondere rijksmonument over te gaan? Zo ja,
waarop baseren zij dat oordeel?
Vraag 3
Bent u bereid, mede gezien de lopende juridische procedure en de onomkeerbaarheid
van verkoop, toe te zeggen dat niet tot definitieve gunning of levering van de Commandopost
Clingendael wordt overgegaan voordat deze Kamervragen zijn beantwoord en de Kamer
zich over de ontstane situatie heeft kunnen uitspreken? Zo nee, waarom acht u het
verantwoord om bij een rijksmonument van deze betekenis een onomkeerbare beslissing
te nemen voordat duidelijkheid bestaat over de zorgvuldigheid van de gevolgde procedure?
Vraag 4
Bent u bereid de ontstane situatie aan te grijpen om opnieuw te beoordelen of voortzetting
van de huidige verkoopprocedure nog in het publieke belang is en, indien onvoldoende
kan worden gegarandeerd dat sprake is van een zorgvuldige en concurrerende selectie
van kwalitatief geschikte herbestemmingsplannen, niet tot gunning over te gaan en
een nieuwe openbare procedure te starten?
Indieners
-
Gericht aan
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Gericht aan
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Erik van der Maas, Kamerlid -
Medeindiener
Jurgen Nobel, Kamerlid