Stenogram : Bouwregelgeving
41 Bouwregelgeving
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 90
Te raadplegen sinds
2026-10-01Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier28325Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 90
Bouwregelgeving
Aan de orde is het tweeminutendebat Bouwregelgeving (CD d.d. 01/07).
De voorzitter:
Ik stel voor dat we gelijk verdergaan met het tweeminutendebat Bouwregelgeving. De minister van VRO is in ons midden. Ik heet haar van harte welkom. Ik geef het woord aan de heer Nobel namens de VVD. Ik verzoek weer om een beetje rust in de zaal. Het woord is aan de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter, dank u wel.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat soortenmanagementplannen bijdragen aan zowel soortenbescherming als het versnellen van vergunningverlening voor woningbouw;
overwegende dat nog niet alle gemeenten en provincies beschikken over een soortenmanagementplan;
verzoekt de regering alle gemeenten die nog niet zijn gestart met het traject van een soortenmanagementplan ertoe te bewegen om in 2026 hiermee te starten, en de Kamer hierover te informeren;
verzoekt de regering bij gemeenten die al wel zijn gestart met het opstellen van een soortenmanagementplan aan te dringen op versnelling om zo snel mogelijk een soortenmanagementplan af te ronden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 322 (28325).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bezwaar- en beroepsprocedures een essentieel onderdeel vormen van de rechtsstaat;
constaterende dat sommige bezwaarmakers bezwaarprocedures inzetten met als primair doel een financiële vergoeding af te dwingen voor het intrekken van hun bezwaar;
constaterende dat bezwaar- en beroepsprocedures kunnen leiden tot aanzienlijke vertraging van woningbouwprojecten en verdere verergering van de woningnood;
overwegende dat het van belang is om enerzijds het fundamentele recht op bezwaar en beroep te beschermen, maar anderzijds oneigenlijk gebruik van procedures tegen te gaan;
verzoekt de regering een maatregelenpakket te verkennen waarmee personen die zich aantoonbaar en herhaaldelijk schuldig maken aan misbruik van procesrecht of stelselmatig grote aantallen kennelijk ongegronde bezwaar- en beroepsprocedures tegen ruimtelijke projecten starten, kunnen worden beboet of anderszins kunnen worden gesanctioneerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 323 (28325).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanscherping van de toegankelijkheidseisen voor drempels naar buitenruimten leidt tot hogere bouwkosten en technische risico's, waaronder een grotere kans op lekkages;
overwegende dat in het eindrapport van het programma STOER wordt geadviseerd deze aanscherping alleen toe te passen op woningen voor specifieke doelgroepen;
overwegende dat het VN-verdrag Handicap ruimte biedt voor een proportionele invulling van toegankelijkheidseisen en dat toepassing van deze eisen op nultredenwoningen en zorggeschikte woningen recht doet aan de toegankelijkheidsdoelstelling;
verzoekt de regering de aanscherping van de toegankelijkheidseisen voor drempels naar buitenruimten in het Besluit bouwwerken leefomgeving terug te draaien, met uitzondering van nultredenwoningen en zorggeschikte woningen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 324 (28325).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mooiman namens de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van het commissiedebat nog een tweetal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de stapeling van eisen op het gebied van duurzaamheid, energie, water, natuur, geluid, milieu, betaalbaarheid en veiligheid projecten onuitvoerbaar of financieel onhaalbaar kan maken;
overwegende dat het wenselijk is dat bouwgerelateerde regelgeving getoetst wordt op uitvoerbaarheid, kosten en botsingen met bestaande regels;
verzoekt de regering in de aangekondigde jaarlijkse vereenvoudigingswet bestaande knelpunten en de samenhang ten aanzien van bouwregels mee te nemen en zich in te zetten om tegenstrijdigheden en stapelingen van eisen voor de bouw te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Clemminck, Steen, Nobel en Flach.
Zij krijgt nr. 325 (28325).
De heer Mooiman (PVV):
Voorzitter. Dan nog een motie ten aanzien van industriële bouw, waarbij het heel erg belangrijk is om de sector mee te nemen, denk ik.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet streeft naar 50% industrieel gebouwde nieuwbouwwoningen en een gehalveerd ontwerp- en vergunningstraject per 2030;
overwegende dat goede en tijdige samenwerking met en tussen verschillende betrokken sectoren van essentieel belang is om deze doelen daadwerkelijk waar te kunnen maken;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het bedrijfsleven en de producenten, leveranciers en installateurs van bouwmaterialen en installaties tijdig worden betrokken bij het voornemen tot uitbreiding van industrieel bouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Clemminck en Flach.
Zij krijgt nr. 326 (28325).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Beckerman van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, goedenavond.
De voorzitter:
Goedenavond.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. De huidige brandregels zijn verouderd. TNO concludeerde in haar rapport dat die moeten worden herzien en trok ook in twijfel of ouderen met een beperkte mobiliteit bij brand nog tijdig kunnen vluchten. Dat zijn harde conclusies. Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat VNG, IPO en Brandweer Nederland concluderen dat de basis van het brandveiligheidsstelsel uit de jaren tachtig en negentig stamt en integraal herzien moet worden;
constaterende dat het aantal minder zelfredzame bewoners in reguliere woningen toeneemt door vergrijzing en het scheiden van wonen en zorg;
verzoekt de regering een integrale verkenning van de uitgangspunten van het Bbl te starten en hierbij de vier prioriteiten van de brandweer als uitgangspunt te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 327 (28325).
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Vorige week hadden we een hittegolf. We zagen grote ongelijkheid: arme wijken zijn vaak warme wijken. Ik heb twee moties om dat aan te pakken.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat hitte in steden zeer ongelijk verdeeld is en verschillen tussen wijken kunnen oplopen tot 20 graden;
constaterende dat arme wijken vaak ook de warmste wijken zijn;
verzoekt de regering om te komen met een concreet stappenplan voor vergroening en hitteadaptatie, waarbij ook gekeken wordt naar hitteongelijkheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 328 (28325).
Mevrouw Beckerman (SP):
En de laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering voornemens is de isolatiestandaard voor bestaande woningen te verlagen;
overwegende dat een lagere isolatiestandaard leidt tot hogere energielasten, minder wooncomfort en grotere druk op het elektriciteitsnet;
verzoekt de regering af te zien van verlaging van de isolatiestandaard voor bestaande bouw, en in plaats daarvan met een plan te komen om verduurzaming voor huurders en corporaties haalbaar en betaalbaar te maken zonder de standaard te verlagen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 329 (28325).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Asten van D66.
De heer Van Asten (D66):
Dank, voorzitter. In het debat heb ik aandacht gevraagd voor de vraag hoe we onze bouwregelgeving toekomstbestendiger kunnen maken. Als we de bouw van 100.000 woningen niet alleen volgend jaar willen halen, maar dat tempo ook in de jaren daarna willen vasthouden, dan moeten we namelijk verder kijken dan het aanpassen van losse regels; dan moeten we ook durven kijken naar de basis van het stelsel zelf.
Nederland heeft ontzettend veel slimme bouwers, ondernemers en vernieuwers. Ze laten zien dat er veel meer mogelijk is dan vaak wordt gedacht. Woningen kunnen fabrieksmatig worden gebouwd. Er liggen kansen voor houtbouw, voor drijvende woningen en voor allerlei andere vormen van innovatief bouwen, maar juist die vernieuwing past niet altijd netjes binnen de bestaande hokjes van onze regelgeving. Daarom is het belangrijk dat bouwregelgeving niet onbedoeld een rem blijkt op oplossingen die de woningbouw juist kunnen versnellen.
Regels zijn er natuurlijk met goede redenen: voor veiligheid, kwaliteit en leefbaarheid. Maar als het systeem te weinig meebeweegt met nieuwe technieken en nieuwe woonvormen, lopen we het risico dat goede oplossingen blijven hangen in pilots, uitzonderingen of langdurige procedures. Juist daarom vindt mijn fractie het belangrijk dat we serieus kijken naar de aanbevelingen van TNO. Ik dank de minister voor de toezegging dat zij met een schriftelijke reactie op dat TNO-rapport komt. Ik heb dan ook geen moties, maar ik heb nog wel een aantal vragen aan de minister. Kan de minister aangeven of zij in die reactie kan ingaan op de specifieke aanbevelingen die TNO aandraagt? Kan de minister toezeggen dat zij bij de aanpassing van de bouwregelgeving als gevolg van de TNO-aanbevelingen ook de medeoverheden betrekt?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Steen van het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Ik leg de vinger graag op drie punten. Gisteren heb ik het beeld geschetst van het verzorgingstehuis in Noord-Holland dat na een brandveiligheidsmake-over veranderde van een thuis in een gebouw met de sfeer van een gemiddeld arrestantencomplex. Ik heb gevraagd om de regels voor veiligheid en randvoorwaarden voor een gezamenlijk thuis beter in balans te brengen. Het antwoord van de minister was: ja, maar de regels zijn ook gewoon zo streng. Dat is natuurlijk niet het antwoord dat ik wil horen. Natuurlijk, veiligheid is geen bijzaak. Tegelijkertijd is het ontzettend belangrijk dat deze mensen een thuis hebben. Dit moet echt duidelijk onderdeel worden van de te vernieuwen regelgeving op dit vlak.
Voorzitter. Er moet ook echt een einde komen aan bezwaarmakers die ontwikkelaars chanteren, puur en alleen voor de afkoopsom. Dat is geld verdienen over de rug van woningzoekenden. Dat vind ik echt onacceptabel. Daar is net een motie over ingediend. Daarnaast vindt het CDA het van belang dat we de kring van potentiële bezwaarmakers verkleinen. Daarover is eergisteren al een motie van het CDA aangenomen. Ik ga ervan uit dat de minister deze voortvarend oppakt.
Tot slot de Vereenvoudigingswet. Voorspelbaarheid is van groot belang om snelheid te kunnen maken en aantallen te kunnen realiseren. Dank dat de minister het CDA gisteren heeft toegezegd nieuwe regels alleen in tranches aan te passen, zodat het geheel voorspelbaar blijft voor bouwers en gemeenten. Zou de minister deze drie punten vandaag willen bevestigen?
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Zalinyan namens PRO.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. Twee moties naar aanleiding van het commissiedebat.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat extreme buien zorgen voor ellende en schade voor bewoners door wateroverlast;
constaterende dat het essentieel is om te borgen dat bij bouwprojecten en bestaande ruimte waar nodig maatregelen worden getroffen tegen wateroverlast door extreme neerslag;
overwegende dat een landelijke, wettelijk vastgestelde norm hierbij duidelijkheid en eenduidigheid kan geven aan bouwers en verzekeraars;
verzoekt de regering om een landelijke norm voor wateroverlast wettelijk te verankeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan, Van Asten en Beckerman.
Zij krijgt nr. 330 (28325).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op grond van de Omgevingswet bij bouw- en verbouwactiviteiten rekening moet worden gehouden met beschermde diersoorten en dat hiervoor vaak ecologisch onderzoek noodzakelijk is;
constaterende dat corporaties, projectontwikkelaars en individuele huiseigenaren hierdoor zelf hoge kosten maken voor ecologisch onderzoek;
overwegende dat een soortenmanagementplan voor de gehele gemeente bouwen en verbouwen sneller en goedkoper kan maken;
verzoekt de regering om blijvende steun in te richten voor gemeenten bij het opstellen van een soortenmanagementplan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 331 (28325).
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Nog één noot. Die gaat over de situatie van de gemeenten. De gemeenten stellen vaak extra eisen. Dat komt vaak doordat landelijke regelgeving niet afdoende blijkt. Ik zou de minister dus vooral willen oproepen om samen met de gemeenten te kijken hoe we landelijke normen kunnen vaststellen die gewoon eenduidig zijn en waardoor gemeenten juist versnelling kunnen veroorzaken. Ik ben dus heel blij dat deze minister aan de slag gaat met de bouwregelgeving.
Dank.
De voorzitter:
Tot slot is het woord aan de heer Clemminck namens JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat de minister ondertussen wel in de gaten heeft dat JA21 houdt van traditionele bouwstijlen. Daar horen dakpannen en bakstenen natuurlijk bij. Ik ben blij met de toezegging gisteren van de minister dat zij op Europees niveau gaat kijken of ze partners kan vinden om de levensduur van 120 jaar geregeld te krijgen. Tegelijkertijd denk ik dat we ook binnen de Europese regels op nationaal niveau een aantal dingen kunnen doen om dakpannen en bakstenen een betere positie te geven. Vandaar één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bakstenen en dakpannen beeldbepalende bouwmaterialen zijn voor de Nederlandse leefomgeving;
constaterende dat de minister momenteel de routekaart WLC-GWP uitwerkt;
constaterende dat de WLC-GWP-berekening uitgaat van een beschouwingsperiode van 50 jaar, terwijl bouwkeramische materialen, zoals bakstenen en dakpannen, in de praktijk een aanzienlijk langere technische levensduur kunnen hebben;
overwegende dat een lange levensduur een wezenlijke bijdrage levert aan circulariteit op de lange termijn en dat de WLC-GWP-systematiek circulariteit dient te stimuleren;
overwegende dat de weging van levenscyclusfasen voor gebruik, onderhoud, sloop, hergebruik en recycling bepalend is voor de mate waarin levensduur en hergebruik worden meegewogen;
verzoekt de regering bij de uitwerking van de routekaart WLC-GWP, waaronder de bepalingsmethoden, ervoor te zorgen dat de modules die zien op levensduur, onderhoud, hergebruik en recycling zo worden ingericht dat materialen en bouwelementen met een aantoonbaar langere technische levensduur dan de gehanteerde beschouwingsperiode ook daadwerkelijk zwaarder worden beloond in de WLC-GWP-systematiek, en de Kamer hierover te informeren voorafgaand aan indiening van de routekaart bij de Europese Commissie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 332 (28325).
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 322, van de heer Nobel. Die krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 323, van de heer Nobel, moet ik ontraden. Ik hoor wat u zegt. Ik erger me ook aan mensen die er hun beroep van maken om de boel te frustreren. Ik wil natuurlijk, net als u, tempo maken, maar dat doen we ook. Gisteren is de Wet versterking regie volkshuisvesting ingegaan. Die zorgt voor snellere afhandeling van bezwaar en beroep. De griffierechten zijn verhoogd, de gemeenten móeten binnen de beslistermijn de bezwaarprocedures afhandelen en we roepen de bouwers op om gewoon door te bouwen tijdens de lopende procedures. Ik wil erop inzetten dat we dit eerst eens laten werken. De wet is tenslotte gisteren pas ingegaan. Vandaar het ontraden van deze motie.
De motie op stuk nr. 324, van de heer Nobel, moet ik ook ontraden. We hebben afspraken gemaakt in het VN-verdrag. Het kan. Het past bij de wens tot standaardiseren. Daar word ik regelmatig toe opgeroepen. Daarnaast proberen we te stimuleren dat mensen doorstromen. Dan helpt het als er voldoende nultredenwoningen zijn. Hiermee bouwen we zo toegankelijk mogelijk voor zo veel mogelijk mensen.
De voorzitter:
Eén interruptie van de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Ik denk dat de VVD de minister goed begrijpt, namelijk dat we mensen absoluut in staat willen stellen om een bezwaar- of beroepsprocedure te starten. Dat staat ook in de motie. Ik heb eigenlijk geen inhoudelijk argument gehoord waarom de minister niet met een maatregelenpakket zou kunnen komen, buiten dat er een nieuwe wet is en dat ze die wil afwachten. Inhoudelijk is er geen grond waarom dit niet meegenomen zou kunnen worden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik denk dat we met de Wet versterking regie volkshuisvesting net een goede stap hebben gezet richting het maatregelenpakket. Er zijn mensen die mogen klagen en die moeten ook kunnen klagen. Dat hoort bij de wijze waarop we de samenleving hebben ingericht. Er zijn ook beroepsklagers. Voor die beroepsklagers hebben we maatregelen vastgelegd. Met wat de gemeenten nu extra kunnen doen en wat de bouwers zelf kunnen doen, kunnen we de wind uit de zeilen nemen van de beroepsklagers.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 325.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 325, van de heer Mooiman, krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 326.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 326 is overbodig. Ik werk in het kader van het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw en binnen het Bouwberaad heel nauw samen met de sector aan opschaling en industrialisatie. De sector kent mijn voornemens op dit punt en is daar ook enthousiast over. Tegen de heer Mooiman zeg ik dat ik die samenwerking zal continueren, maar dat ik daar geen motie voor nodig heb.
De voorzitter:
Eén vraag van de heer Mooiman.
De heer Mooiman (PVV):
Wij krijgen toch ook andere signalen. Vanuit verschillende positionpapers voor rondetafelgesprekken die uiteindelijk helaas niet zijn doorgegaan, krijgen we signalen dat verschillende onderdelen uit de sector zich niet betrokken voelen en wel betrokken willen zijn. Het lijkt me goed als de minister daarnaar gaat kijken, zodat we daar verder mee aan de slag kunnen gaan, want er ontbreekt, denk ik, nog iets in de gesprekken die worden gevoerd.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het lijkt mij helemaal prima als de heer Mooiman mij vertelt wie dat zijn. Dan zorg ik ervoor dat ik met hen ga spreken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 327.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 327, van mevrouw Beckerman, krijgt oordeel Kamer. Ik ben hier al mee bezig en dat heb ik recent ook geschreven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 328.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 328 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 329.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 329, van mevrouw Beckerman, moet ik ontraden. De isolatiestandaard wordt aangepast, zodat deze beter toepasbaar is, maar onnodige maatregelen worden voorkomen. Het uitgangspunt blijft een energiezuinige en comfortabele woning met goede isolatie en ventilatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 330.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 330, van mevrouw Zalinyan, krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 331.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 331, van mevrouw Zalinyan, krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
Tot slot.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 332 is ontijdig. Over hetgeen waar de heer Clemminck gisteren over gesproken heeft, hebben we volgens mij goede afspraken gemaakt. Ik ga bij de andere lidstaten navragen hoe zij hiermee omgaan. Ik zou willen vragen mij eerst die informatie te laten ophalen en de motie aan te houden. Anders moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
Is de heer Clemminck bereid om de motie op stuk nr. 332 aan te houden?
De heer Clemminck (JA21):
Nee, ik breng de motie in stemming, omdat ik meen dat je ook binnen de Europese regels op lastenniveau wel degelijk kunt kijken naar de positie en de waardering van bakstenen. Daar roept de motie toe op. Het gaat niet over de Europese kant van de zaak, want daar hebben we inderdaad een fijne toezegging op gehad. Binnen het systeem zou nog ruimte kunnen zijn om bakstenen een betere plek te geven. In die zin ga ik de motie toch in stemming brengen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 332 is ontijdig en wordt in stemming gebracht.
Ik dank de minister voor haar beantwoording. We hadden gezegd één interruptie en alleen op de eigen inbreng. U had nog een vraag, minister?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Niet ik, maar uw Kamerleden.
De voorzitter:
Een antwoord, moet ik dan zeggen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik heb nog openstaande vragen.
De voorzitter:
Oké, gaat uw gang. Kort en bondig alstublieft.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dat doe ik graag. Op de vragen van de heer Van Asten kan ik twee keer ja zeggen. Is dat kort en bondig genoeg?
De voorzitter:
Zeker.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan is dat denk ik goed.
De voorzitter:
Nou, dan …
Minister Boekholt-O'Sullivan:
U wilt te snel, voorzitter. Ik wil alle vragen beantwoorden.
De voorzitter:
U doet het goed.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Anders haal ik het nieuws omdat ik de vragen niet beantwoord. Ik heb dan nog vragen van mevrouw Steen. Brandveiligheid en woonzorg gaan we eerst samen bezien in een werkbezoek. Gisteren heb ik met de brandweer afgesproken dat die met ons meegaat om te kijken of er verschil van inzicht is in de manier waarop de uitvoering de regels van de brandweer interpreteert. De aangenomen motie ga ik uiteraard voortvarend oppakken. Op uw vraag over de tranches is het antwoord ook ja.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, daarmee heb ik alles beantwoord.
De voorzitter:
Ik dank u wel voor uw aanwezigheid in de Tweede Kamer en ik wens u een heel goed zomerreces.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik u ook.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het tweeminutendebat Bouwregelgeving.
De beraadslaging wordt gesloten.