Stenogram : Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid
39 Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 90
Te raadplegen sinds
2026-10-01Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier25424Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 90
Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid (CD d.d. 09/04).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid. Er zijn maar liefst drie bewindspersonen in vak K. Van harte welkom. Ik geef het woord aan mevrouw Westerveld namens PRO in de eerste termijn. Of eigenlijk: in deze termijn. Er is namelijk maar één termijn bij een tweeminutendebat. Gaat uw gang, mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Voorzitter. We hadden een belangrijk debat over mensen met onbegrepen gedrag. Om te voorkomen dat mensen met onbegrepen gedrag een veiligheidsprobleem worden, zouden we moeten investeren om ervoor te zorgen dat ze tijdig hulp krijgen. Daarover gaan mijn twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat momenteel ongeveer 700 personen deelnemen aan de Levensloopaanpak en ongeveer 400 mensen hiervan dakloos zijn;
overwegende dat de Levensloopaanpak bedoeld is voor mensen die agressief of potentieel gevaarlijk gedrag vertonen of dreigen te tonen;
overwegende dat het ontbreken van stabiele huisvesting risicoverhogend werkt en de effectiviteit van de aanpak ondermijnt;
verzoekt de regering om uiterlijk voor de begrotingsbehandeling van VWS van 2027 een plan op te stellen voor de realisatie van voldoende woonzorgplekken voor de ongeveer 400 personen binnen de Levensloopaanpak die momenteel geen geschikte plek hebben, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.
Zij krijgt nr. 805 (25424).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mensen die een psychose doormaken soms ernstige ontwrichting ervaren en dat vroege, gespecialiseerde behandeling de kans op herstel aanzienlijk vergroot en zwaardere zorg en langdurige uitval kan voorkomen;
constaterende dat gespecialiseerde psychosezorg en vroegsignalering niet overal tijdig beschikbaar zijn en wachttijden ertoe leiden dat mensen pas hulp krijgen wanneer hun situatie verder is verslechterd of hulp zelfs uitblijft;
overwegende dat investeren in vroegtijdige specialistische behandeling niet alleen menselijk leed voorkomt, maar ook maatschappelijke kosten bespaart;
verzoekt de regering om met deskundigen een plan te maken voor een landelijk dekkend aanbod van vroegtijdige gespecialiseerde psychosezorg en daartoe opleidingsmogelijkheden en onderzoek te versterken, de kosten en baten in kaart te brengen, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling van VWS van 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.
Zij krijgt nr. 806 (25424).
Dank u wel.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik krijg ook een rondje van de voorzitter?
De voorzitter:
Absoluut, ook u. U bent van harte welkom na afloop van de stemmingen. Het woord is aan mevrouw Van der Plas, namens BBB, die dat ook heel goed binnen twee minuten kan.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties, die als volgt luiden.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanpak van verward en onbegrepen gedrag per regio sterk kan verschillen;
overwegende dat ook inwoners van dorpen en landelijke regio's snel passende hulp moeten kunnen krijgen;
verzoekt de regering om in de landelijke aanpak te borgen dat crisisopvang, bemoeizorg en passende woonzorg ook buiten de grote steden regionaal beschikbaar zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 807 (25424).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de politie jaarlijks zeer veel meldingen krijgt rond verward of onbegrepen gedrag;
overwegende dat mensen met psychische problemen, verslaving of acute ontregeling nu te vaak eindigen in een politiecel of op de spoedeisende hulp, terwijl zij daar niet thuishoren;
overwegende dat dit slecht is voor de betrokkene, voor de politie, voor de zorg en voor de veiligheid in wijken en dorpen;
overwegende dat agenten, hulpverleners en omwonenden vooral behoefte hebben aan direct beschikbare opvang en duidelijke doorverwijzing;
verzoekt de regering om met gemeenten en zorgaanbieders te zorgen voor voldoende 24/7-crisisopvang en time-outplekken, zodat mensen direct naar passende hulp kunnen en de politie wordt ontlast;
verzoekt de regering tevens om de Kamer in de volgende voortgangsbrief te informeren over de beschikbaarheid, de financiering en het tijdpad,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 808 (25424).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Straatman namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Van ons één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er een groep mensen is met psychische of sociale kwetsbaarheden die moeite hebben om zich aan te passen aan gangbare woon- en leefregels, en dat dit in een reguliere woonomgeving kan leiden tot spanningen of overlast;
overwegende dat voor deze groep een woonvorm met meer begeleiding en een prikkelarme omgeving beter aansluit bij hun behoeften;
overwegende dat er een tekort is aan voldoende en passende woonvoorzieningen voor deze doelgroep, verspreid over Nederland;
overwegende dat er op terreinen van ggz-instellingen goede voorbeelden bestaan van passende huisvesting, zoals Skaeve Huse en vormen van beschermd en begeleid wonen;
overwegende dat passende huisvesting bijdraagt aan het verminderen van overlast in wijken en het terugdringen van inzet van politie en andere hulpdiensten;
verzoekt de regering om in samenwerking met ggz-aanbieders en andere relevante partijen in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om op instellingsterreinen woonvoorzieningen zoals Skaeve Huse te realiseren voor mensen die gebaat zijn bij een meer beschutte woonomgeving met begeleiding, en hierover de Kamer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman en Tijmstra.
Zij krijgt nr. 809 (25424).
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Mathlouti namens D66.
De heer Mathlouti (D66):
Voorzitter, dank. Ik heb drie moties van de hand van D66. De eerste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal verwarde (dakloze) personen met een grote zorgbehoefte en soms overlastgevend en risicovol gedrag groeit, en er een groot tekort is aan passende woonzorgplekken, zoals Skaeve Huse;
constaterende dat gemeenten, zorgaanbieders, politie en andere ketenpartners benadrukken dat er meer regie nodig is voor de totstandkoming van deze woonzorgplekken;
overwegende dat geen van de betrokken partijen deze opgave zelfstandig kan oplossen en dat samenwerking en regie nodig is;
verzoekt de regering concrete doelen te stellen voor het aantal te realiseren woonzorgplekken en met in ieder geval provincies, gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties bestuurlijke afspraken te maken om deze plekken daadwerkelijk te realiseren, en de Kamer hierover periodiek te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mathlouti en Coenradie.
Zij krijgt nr. 810 (25424).
De heer Mathlouti (D66):
Voorzitter. De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat hulpverlenende instanties uit angst voor strijd met privacywetgeving soms onnodig terughoudend zijn met het delen van informatie over personen met verward gedrag;
overwegende dat personen met verward gedrag vaak bij meerdere instanties bekend zijn en informatie-uitwisseling van grote meerwaarde kan zijn voor het organiseren van passende hulp;
verzoekt de regering in samenwerking met hulpverlenende organisaties een duidelijk en concreet handelingskader voor informatie-uitwisseling bij de aanpak van verward gedrag op te stellen om handelingsverlegenheid tegen te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti.
Zij krijgt nr. 811 (25424).
De heer Mathlouti (D66):
De laatste, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal meldingen van overlast door personen met verward gedrag op stations, in winkelgebieden en parken toeneemt;
constaterende dat de NS-pilot met interventiemedewerkers in Utrecht heeft geleid tot minder overlastmeldingen en een betere toeleiding naar passende zorg;
overwegende dat deze aanpak ook op andere locaties kan bijdragen aan het verminderen van overlast en het bieden van passende zorg;
verzoekt de regering te bezien hoe deze werkwijze kan worden uitgebreid en daarbij tevens in kaart te brengen op welke wijze deze aanpak kan worden toegepast op andere locaties buiten stations waar overlast door personen met verward gedrag voorkomt, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mathlouti en Mutluer.
Zij krijgt nr. 812 (25424).
Dank u wel, meneer Mathlouti. Keurig binnen de tijd ook. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat mensen met verward en onbegrepen gedrag gebaat zijn bij een snelle, passende en niet onnodig politiegerichte eerste opvang;
constaterende dat de pilot Maatschappelijke Eerste Hulp (MEH) beoogt mensen met verward en onbegrepen gedrag eerder naar passende zorg en ondersteuning toe te leiden, wat een gat in de acute zorgketen oplost;
verzoekt de regering om de resultaten van de pilot Maatschappelijke Eerste Hulp (MEH) voortvarend te evalueren en, indien de pilot effectief blijkt, met gemeenten en betrokken ketenpartners te komen tot een plan voor landelijke opschaling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 813 (25424).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
En de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het probleem rond mensen met een combinatie van psychische problematiek, verslaving en ernstig ontregelend gedrag toeneemt;
constaterende dat het tekort aan passende voorzieningen voor beschermd wonen en intensieve woonzorg ertoe leidt dat deze mensen tussen wal en schip raken en de druk op opvang, politie, spoedzorg en buurten verder toeneemt;
verzoekt de regering om landelijk in kaart te brengen hoeveel capaciteit aan passende woonzorgvoorzieningen er nodig is voor de doelgroep met verward en onbegrepen gedrag, daarbij toe te werken naar landelijke richtgetallen voor de benodigde capaciteit, en de Kamer te informeren hoe de bekostiging zodanig kan worden ingericht dat ook mensen met de meest complexe problematiek passende zorg en huisvesting kunnen krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 814 (25424).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Het woord is aan mevrouw Martens-America namens de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter, ik hoorde dat u rondjes uitdeelt als je binnen de twee minuten blijft, maar wat als je geen motie indient?
De voorzitter:
O, dus u wilt er twee?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Nee, voorzitter. Ik heb nog een verhelderende vraag. De minister van JenV is er niet, maar ik heb gelezen en vernomen dat de aanwezige ministers dit over kunnen nemen. Mijn fractie is benieuwd wanneer we de eerste resultaten kunnen verwachten van het onderzoek over de uniforme registratie van de E33-meldingen bij de politie. Kan een minister al iets zeggen over het onderzoek naar de richtlijnen waarbinnen de 112-meldingen bij de politie worden gedaan, waardoor zij efficiënter kunnen werken en deze meldingen zouden kunnen registreren?
De voorzitter:
Ik zie u later vanavond. Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Coenradie namens JA21. Gaat uw gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in bijvoorbeeld Rotterdam en Eindhoven wordt gewerkt met straattriages, waar de politie samenwerkt met ggz-professionals die letterlijk meerijden met de politievoertuigen om mensen met verward en onbegrepen gedrag sneller en effectiever hulp te bieden;
overwegende dat de expertise over mensen met verward en onbegrepen gedrag juist bij de zorgprofessionals ligt, de politie op deze manier juist ontlast kan worden en ook in de praktijk sneller en passender hulp geboden kan worden;
verzoekt de regering om straattriageprojecten voor mensen met verward en onbegrepen gedrag tussen de politie en ggz-professionals verder te versterken, te faciliteren en uit te breiden naar meerdere regio's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Mathlouti.
Zij krijgt nr. 815 (25424).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op verschillende locaties arrestantencomplexen zijn gesloten of op de nominatie staan om te sluiten, waardoor politieagenten steeds meer tijd kwijt zijn aan het vervoeren en overdragen van arrestanten en personen met verward of onbegrepen gedrag;
overwegende dat politiecapaciteit schaars is en agenten zo veel mogelijk beschikbaar moeten zijn voor hun kerntaken op straat;
overwegende dat personen met verward of onbegrepen gedrag of personen onder invloed soms tijdelijk moeten worden opgevangen of geobserveerd voordat passende zorg of begeleiding beschikbaar is;
verzoekt de regering te bewerkstelligen dat arrestantencomplexen die zijn gesloten of op de nominatie staan om te sluiten waar mogelijk beschikbaar blijven voor de tijdelijke opvang van personen met verward of onbegrepen gedrag, om onnodig politievervoer te voorkomen en de inzetbaarheid van agenten te vergroten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 816 (25424).
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter, tot slot. Bij het commissiedebat gaf de minister aan dat de Kamer voor de zomer een update zou ontvangen over de Rotterdamse ggz-lightpilot, naar aanleiding van mijn aangenomen motie. Kan de minister vandaag aangeven wat de stand van zaken is en wanneer de Kamer de toegezegde informatie ontvangt?
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor vijf minuten. Daarna gaan we naar de beantwoording van het kabinet.
De vergadering wordt van 18.06 uur tot 18.10 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister van Binnenlandse Zaken.
Minister Heerma:
Voorzitter, u opende dit debat met de mededeling: er zitten drie bewindspersonen. Bij het commissiedebat zaten er vier.
De voorzitter:
Kijk!
Minister Heerma:
Ook daar was er de noodzaak voor enige coördinatie. Die was er net in de korte schorsing ook. Ik zal niet alleen de moties die richting BZK gaan, van een beoordeling voorzien, maar ook degene die op het terrein van VRO en van JenV liggen. Dat betekent dus dat ik de motie op stuk nr. 807, de motie op stuk nr. 810, de motie op stuk nr. 811 en de motie op stuk nr. 816 zal beoordelen. Het gaat om twee moties van BBB, twee van D66 en een van JA21. Ik zal in ieder geval een van de vragen van de VVD-fractie kunnen beantwoorden. Beide bewindspersonen van VWS zullen de rest van de moties doen.
De voorzitter:
Gaat uw gang. De motie op stuk nr. 807.
Minister Heerma:
De motie op stuk nr. 807, van BBB, vraagt om specifiek aandacht te hebben voor de regio in de landelijke aanpak. Deze motie wil ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 807: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 810.
Minister Heerma:
De motie op stuk nr. 810 gaat over concrete regionale doelen voor het aantal te realiseren woonzorgplekken. Deze wil ik ook oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 810: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 811.
Minister Heerma:
De motie op stuk nr. 811 heeft betrekking op een handelingskader voor informatie-uitwisseling. Ook deze wil ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 811: oordeel Kamer. Tot slot de motie op stuk nr. 816.
Minister Heerma:
Namens de minister van JenV moet ik de motie op stuk nr. 816 ontraden. Ik zal daarbij een toelichting geven. Wij zien arrestantencomplexen niet als een duurzame en passende plek om mensen met verward en onbegrepen gedrag op te vangen. Agenten zijn hier ook niet voor opgeleid. Het is van belang dat mensen de juiste zorg krijgen. Als de politie met deze mensen in contact komt, is het van belang dat de politie de verantwoordelijkheid over deze mensen zo snel mogelijk overdraagt aan de juiste professionals. Indien het toch het geval is dat het nodig is, dan zien we deze uitzonderingsgevallen niet als een reden om arrestantencomplexen die voorzien zijn te sluiten, hiervoor langer open te houden.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag, mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
De intentie van deze motie is ook niet dat hier een zorgfunctie achter zit. De politie heeft in die zin geen zorgfunctie. De intentie is wel om met de eerste opvang de veiligheid in de samenleving te herstellen. De behoefte vanuit de politie om een verward persoon die zij ergens tegenkomen, ergens te kunnen plaatsen, is groot. De ggz zit vaak vol. Zij blijven letterlijk rondrijden en zoeken naar dit soort locaties. Ik vraag deze minister dus toch nog een keer: wat kan eraan gedaan worden om opnieuw te kijken naar het openhouden van deze arrestantencomplexen?
Minister Heerma:
Ik heb de toelichting gegeven die ik heb meegekregen vanuit het ministerie van JenV. Het is niet nodig om deze arrestantencomplexen hiervoor open te houden. Het is niet gepast voor deze mensen.
De voorzitter:
Dank u wel.
Minister Heerma:
Dan zou ik nog één vraag beantwoorden. Dat is de vraag met betrekking tot de E33-meldingen. Dat klopt; ik zie geknik. Er wordt op zeer korte termijn een voorlopige tussenrapportage verwacht. De definitieve rapportage komt eind dit jaar. Zodra die er is, zal de Kamer erover geïnformeerd worden.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Het woord is aan de minister van … Langdurige Zorg! O, nee, VWS. Ik haal u weer door elkaar.
Minister Sterk:
Wat u wilt, voorzitter. Wat u wilt!
De voorzitter:
U bent met elkaar ook zo één en uitwisselbaar. Dat is het mooie van de eenheid van kabinetsbeleid. Gaat uw gang.
Minister Sterk:
Absoluut, voorzitter. De motie op stuk nr. 805 is de motie van mevrouw Westerveld. Wij steunen de strekking en we zullen in de zomerbrief, die in september komt, terugkomen op hoe we meer plekken willen gaan realiseren. Maar u heeft er wel een behoorlijke concreetheid in, dus daarom vind ik 'm eigenlijk ontijdig. De appreciatie is "ontijdig".
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 805: ontijdig. Dan de motie op stuk nr. 806.
Minister Sterk:
Nee, de motie op stuk nr. 809, voorzitter.
De voorzitter:
O, de motie op stuk nr. 809.
Minister Sterk:
Ja, dat is dan het gevolg. Die motie krijgt oordeel Kamer. We zijn ermee bezig en we onderschrijven het belang van die passende woon- en woonzorgplekken. De gevraagde inzet sluit ook aan bij de gezamenlijke aanpak van VWS en VRO.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 809: oordeel Kamer.
Minister Sterk:
Dan ten slotte de motie op stuk nr. 814 van de heer Van Dijk. Het verzoek is om dat landelijk in kaart te brengen. Dat kan ik, maar ik zou de motie wel graag iets breder willen interpreteren, namelijk als een verzoek om voor de doelgroep van mensen met verward en onbegrepen gedrag ook kwalitatief onderzoek te doen naar de benodigde woonzorgeisen die belangrijk zijn voor gemeenten en projectontwikkelaars. Daarvoor heb ik ook contact met de minister van VRO, omdat zij in het kader van de Taskforce Versnelling Woningbouw inzet op de inpassing van deze aandachtsgroep in de Nederlandse woonopgave. Als ik de in de motie genoemde richtgetallen mag interpreteren als benodigde aantallen woonzorgplekken in het kader van de maatschappelijke bouwopgave, kan ik dat toezeggen. Dan wil ik dat ook graag betrekken bij mijn gesprekken met de minister en kan ik de motie de appreciatie "oordeel Kamer" geven.
De voorzitter:
Ik zie de heer Diederik van Dijk knikken. Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 814 oordeel Kamer. Waren dat de moties voor u?
Minister Sterk:
Ja, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Westerveld heeft één vervolgvraag, ik denk over de motie op stuk nr. 805. Gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Dat klopt. De motie is namelijk ontijdig verklaard, maar het probleem is nu en het probleem van mensen met onbegrepen gedrag wordt alleen maar groter. Ook deze groep wordt groter. Daarom begrijp ik de appreciatie niet.
Minister Sterk:
Het probleem is groot, en daarom zijn we ook bezig met een plan. Ik kom in september met een voorstel over de manier waarop wij denken dat we het kunnen gaan invullen en oplossen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank u wel. Dan blijven voor mij de moties op de stukken nrs. 806, 808, 812, 813 en 815 over.
Ik begin met de motie op stuk nr. 806 van mevrouw Westerveld over de psychosociale zorg. O sorry, ik bedoel de psychosezorg. Ik had het vanmiddag in een heel ander verband over de psychosociale zorg, excuus, maar de motie gaat over de psychosezorg. Daar hebben we het in het debat ook over gehad, dus ik snap heel goed waar de motie vandaan komt. Ik werk op dit moment, samen met de minister van Langdurige Zorg, aan onze aanpak op ggz en mentale gezondheid, ook in reactie op het ibo dat vorig jaar verschenen is. Een apart plan voor psychosezorg moet ik dus ontraden, maar als ik de motie zo mag lezen dat ik het betrek bij onze beleidsreactie op het ibo, zal ook deze vorm van zorg daar een onderdeel van uitmaken. Maar ik ga niet een apart plan maken.
De voorzitter:
Ik kijk even of dat mag. Dat is het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 806 oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 808.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 808. Ik wil graag even in algemene zin iets zeggen over de moties op de stukken nrs. 808, 812, 813 en 815. Die schetsen namelijk allemaal goede voorbeelden die op dit moment lokaal en regionaal plaatsvinden om met het vraagstuk van verward en onbegrepen gedrag om te gaan, ook specifiek naar wat je lokaal ziet gebeuren. Er was een mooi Rotterdams voorbeeld van mevrouw Coenradie. Voor al die vier voorbeelden, dus het NS-voorbeeld, de Maatschappelijke Eerste Hulp van de heer Van Dijk, de 24 uursopvang en de straattriage, geldt dat het allemaal goede voorbeelden zijn waar we nu, met al die andere voorbeelden in het land, de werkbare elementen uit destilleren. Op basis daarvan kunnen we aan het einde van het jaar besluiten hoe het vervolg van het programma Grip op Onbegrip eruitziet en hoe we de financiering die daarvoor vanaf 2028 beschikbaar is, gaan inzetten. Als ik zo naar de verschillende moties mag kijken dat ik die verschillende initiatieven, dus ook de Maatschappelijke Eerste Hulp en de NS — ik zal ze niet alle vier herhalen — op die manier in de besluitvorming betrek, dan kan ik zowel de motie op stuk nr. 808, de motie op stuk nr. 812, de motie op stuk nr. 813 als de motie op stuk nr. 815 oordeel Kamer geven. Dan gaat het dus mee in de financiering die we hebben voor het vervolg van Grip op Onbegrip.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, mevrouw Coenradie, meneer Diederik van Dijk, meneer Mathlouti? Dat is het geval. Dan krijgen de moties op de stukken nrs. 808, 812, 813 en 815 met die interpretatie oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Coenradie over de Rotterdamse pilot. Ik stuur heel binnenkort — ik denk dat dat net na het weekend wordt — nog een brief met de laatste stand van zaken op een aantal ontwikkelingen in de ggz. Daarbij zit ook de stand van zaken van dit initiatief.
Voorzitter. Dan nog een vraag van mevrouw Martens. Dat is eigenlijk in lijn met het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken. Zowel de uniforme registratie als de richtlijn lopen mee in hetzelfde traject. Dat loopt via de minister van Justitie. Daar zullen we de Kamer aan het eind van het jaar over informeren.
De voorzitter:
Ik dank de ministers voor hun aanwezigheid in het parlement en ik wens hun alle drie een hele goede en rustige zomer toe. Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Zodra de minister van Infrastructuur en Waterstaat aanwezig is, gaan we verder met het tweeminutendebat Verkeersveiligheid. Ik schors tot hij in vak K plaatsneemt.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.