Stenogram : Voedselveiligheid
37 Voedselveiligheid
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 90
Te raadplegen sinds
2026-10-01Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier26991Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 90
Voedselveiligheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Voedselveiligheid (26991, nr. 597).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Voedselveiligheid. Ik heet de minister van harte welkom in het parlement. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Wiersma namens de BBB. Het zal u niet zijn ontgaan dat het zomerreces eraan komt vandaag. Dat betekent: kort en bondig, nog korter en bondiger dan normaal, en slechts één interruptie over de eigen moties richting de bewindspersonen. Het woord is aan mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Kort en bondig. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het onderzoeksbureau dat de evaluatie van de vieruursmeldplicht heeft uitgevoerd, geen kwantitatieve analyse heeft kunnen uitvoeren van de effecten, omdat de benodigde gegevens bij de NVWA niet voor onderzoek beschikbaar waren;
constaterende dat daardoor niet objectief kon worden vastgesteld in hoeverre de beleidsregel daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de voedselveiligheid of een efficiënter toezicht;
overwegende dat het onwenselijk is dat ondernemers worden geconfronteerd met verplichtingen waarvan de effectiviteit niet kan worden aangetoond, omdat de registratiesystemen van de NVWA niet op orde zijn;
overwegende dat ingrijpende verplichtingen voor bedrijven gebaseerd dienen te zijn op aantoonbare effectiviteit;
verzoekt de regering de registratiesystemen van de NVWA uiterlijk binnen één jaar zodanig op orde te brengen dat de effecten van de vieruursmeldplicht kwantitatief kunnen worden beoordeeld, en de Kamer vervolgens een objectieve evaluatie toe te sturen van deze beleidsregel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 598 (26991).
Mevrouw Wiersma (BBB):
De volgende.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie en de NVWA de afgelopen jaren herhaaldelijk ernstige voedselveiligheidsincidenten en tekortkomingen hebben vastgesteld bij geïmporteerde producten uit derde landen, waaronder Braziliaans rundvlees, pluimveevlees uit China en sesamzaad uit India;
overwegende dat Nederlandse en Europese producenten aan zeer strenge voedselveiligheids- en productieregels moeten voldoen;
overwegende dat consumenten erop moeten kunnen vertrouwen dat geïmporteerde producten daadwerkelijk aan dezelfde hoge normen voldoen;
verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat bij ernstige tekortkomingen die tijdens Europese audits worden vastgesteld, de import uit betrokken bedrijven, regio's of landen wordt opgeschort totdat de tekortkomingen aantoonbaar zijn opgelost,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 599 (26991).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het RIVM aangeeft dat de schadelijke pfas-stoffen in alle moedermelk zitten, wat kan leiden tot schade voor baby's;
constaterende dat het RIVM aangeeft dat vrouwen die borstvoeding geven, niets kunnen doen om de pfas in hun moedermelk te verminderen, dus afhankelijk zijn van actie van de overheid;
constaterende dat de minister van VWS verantwoordelijk is voor de borging van de gezondheid van Nederlanders, en zeker van kinderen;
constaterende dat er veel onzekerheid is over een eventueel Europees pfas-verbod en dat de eventuele invoering daarvan nog jaren kan duren, waardoor andere lidstaten zelf al maatregelen nemen;
constaterende dat burgers, onderzoekers en beleidsmakers als onderdeel van een onderzoek van het RIVM met 161 concrete oplossingen zijn gekomen en dat de overheid nu aan zet is;
verzoekt de regering om dit jaar met een plan te komen over hoe baby's gaan worden beschermd tegen pfas,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 600 (26991).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het RIVM aangeeft dat de schadelijke pfas-stoffen in alle moedermelk zitten, wat kan leiden tot schade voor baby's;
constaterende dat pfas zeer persistent zijn, zich ophopen in de voedselketen en de blootstelling van Nederlanders via voedsel en drinkwater volgens het RIVM al boven de gezondheidskundige grenswaarde kan uitkomen;
constaterende dat het Ctgb in zijn pfas-advies heeft aangegeven dat Nederland voor maatregelen afhankelijk is van het Europese artikel 44-proces, terwijl Denemarken op grond van nationaal beleid sneller tot een verbod kan overgaan;
overwegende dat het Europese (gedeeltelijke) verbod op pfas nog lang op zich laat wachten en geen zekerheid biedt;
constaterende dat de Kamer de regering heeft gevraagd om op korte termijn nationale maatregelen tegen pfas in biociden te verkennen (28089, nr. 373);
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze in Nederland een nationaal kader kan worden ingericht waarmee sneller kan worden ingegrepen bij pfas-houdende pesticiden, en de Kamer hierover dit jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 601 (26991).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Meulenkamp namens de VVD als laatste spreker van de zijde van de Kamer.
De heer Meulenkamp (VVD):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet werkt aan een innovatieagenda voor biotechnologie en inzet op een sterke positie van Nederland op het gebied van innovatieve voedselproductie;
overwegende dat bestaande Europese toelatingsprocedures voor microbiële culturen innovatie en investeringen onnodig kunnen vertragen;
overwegende dat voedselveiligheid daarbij onverminderd geborgd moet blijven;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor een proportioneel toelatingskader voor microbiële culturen en vergelijkbare biotechnologische toepassingen in de voedselketen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Meulenkamp.
Zij krijgt nr. 602 (26991).
Dank u wel. Ik kijk even hoeveel tijd de minister nodig heeft om de beantwoording voor te bereiden. Vijf minuten, zie ik, dus ik schors voor vijf minuten.
De vergadering wordt van 17.34 uur tot 17.39 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank. Ik begin met de eerste motie, op stuk nr. 598, van mevrouw Wiersma, over het registratiesysteem. Nee, volgens mij ging de eerste over de audits, toch?
De voorzitter:
De eerste motie is: verzoekt de regering de registratiesystemen van de NVWA uiterlijk binnen één jaar zodanig op orde te brengen dat …
Minister Hermans:
Dan klopt het toch. Daarover een paar dingen. De vieruursmeldplicht hebben we natuurlijk niet voor niets. Die is belangrijk om in het geval van potentiële voedselveiligheidsvraagstukken snel te kunnen ingrijpen. Die plicht is ingevoerd naar aanleiding van het fipronilincident in 2018. Toen bleek dat de informatie bij het meldingssysteem niet goed op orde was. De vieruursnorm volgt uit Europese regels. Het is een open norm en wij hebben die op vier uur gezet. Er heeft een evaluatie plaatsgevonden. Die is inderdaad wat anders dan oorspronkelijk in de opzet bedoeld was, zoals mevrouw Wiersma ook in haar motie schrijft, maar het is nog steeds een kwalitatief goede evaluatie. Dat laat onverlet dat ik het belangrijk vind dat we in overleg blijven om na te gaan of het nu allemaal werkt zoals het moet. Daar hebben we het Regulier Overleg Warenwet voor. In dat overleg zal ik nog een keer over deze vieruursplicht spreken en dan zal ik ook met de NVWA in overleg gaan over de beschikbaarheid van data. Dat gezegd hebbende is mijn verzoek aan mevrouw Wiersma om de motie even aan te houden, want dan kan ik het bespreken en dan kom ik er daarna bij de Kamer op terug.
De voorzitter:
Kunt u daar een tijdsindicatie bij geven?
Minister Hermans:
Dat snap ik; dat is een terechte vraag. Voor het herfstreces?
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Wiersma knikken.
Minister Hermans:
Het is wel bijzonder om dat op de dag voor het zomerreces te zeggen, hè? We denken vooruit.
De voorzitter:
Maar we denken nog niet te veel aan de herfst, als u het goedvindt.
Minister Hermans:
Nee, nee, zeker niet.
De voorzitter:
Dat duurt nog even.
Op verzoek van mevrouw Wiersma stel ik voor haar motie (26991, nr. 598) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 599; die gaat over de audits. We hebben in Europa een systeem dat die audits doet. Als daar meldingen uit komen, kan de Commissie voorstellen doen, bijvoorbeeld om importbeperkingen op te leggen. Dat systeem werkt op zichzelf, maar ik begrijp de zorg die mevrouw Wiersma in algemene zin uit, dus wat ik kan en zal doen, is het belang van voedselveiligheid blijven benadrukken in Europa. Als ik het verzoek om mij in te zetten voor voedselveiligheid in Europa op die manier mag lezen, krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Mag dat, mevrouw Wiersma? Dat is het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 599 oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 600.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 600, van het lid Kostić, verzoekt mij om met een plan te komen om baby's te beschermen tegen pfas. Ik begrijp de zorg die door het lid Kostić is geschetst naar aanleiding van de berichtgeving gisteren. Ik hecht eraan om ook hier te zeggen dat zowel het RIVM als het Voedingscentrum zegt dat het nog steeds veilig kan. De voordelen van borstvoeding wegen op tegen de nadelen. We zijn in Europees verband bezig met dat pfas-verbod. Deze motie vraagt mij om heel specifiek met een programma voor baby's te komen. Dat ga ik niet doen. Daarom ontraad ik de motie. Het algemene beleid van het kabinet ten aanzien van pfas blijft natuurlijk gewoon staan.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het advies van het RIVM is inderdaad om borstvoeding te blijven geven, omdat het zo belangrijk is. Tegelijkertijd zegt het RIVM dat heel veel mensen al schadelijke hoeveelheden pfas in hun bloed hebben en dat er daardoor schade kan ontstaan aan zowel het ongeboren kind als aan baby's. Kan de minister dat bevestigen? Waarom kan ze dan geen maatregelen treffen als verantwoordelijke voor in ieder geval onze kwetsbare kinderen?
Minister Hermans:
De conclusies van het onderzoek stellen dat er pfas in moedermelk wordt gevonden. Dat moeders die nu borstvoeding geven of overwegen dat te gaan doen, daarvan schrikken, begrijp ik. Het advies is nog steeds: het kan; de voordelen wegen op tegen de nadelen. Intussen gaat het kabinet natuurlijk door met het al ingezette beleid op het terugdringen van pfas. Een Europees verbod is een van de maatregelen. Dat kost even tijd. Dat deel ik met het lid Kostić. Daarom zetten we in de tussentijd ook in op minder schadelijke alternatieven die je in producten kunt doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 601.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 600: ontraden.
Ik zou willen vragen om de motie op stuk nr. 601 aan te houden. Anders is de motie ontijdig. Ik zit altijd een beetje te worstelen met wat nou de beste appreciatie is. Er loopt op dit moment vanuit LVVN een onderzoek. Ik zou het lid Kostić willen vragen om de motie even aan te houden tot dat onderzoek er is.
De voorzitter:
Is dat er in 2026, 2027, 2028?
Minister Hermans:
Dat weet ik natuurlijk niet. Dat vind ik een hele terechte vraag, maar dat weet ik niet.
De voorzitter:
Dat snap ik. Lid Kostić, bent u daartoe bereid?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik snap niet dat de minister die verantwoordelijk is voor de volksgezondheid niet weet over welke onderzoeken het gaat. Dit is precies het probleem. Deze minister moet meer voelen dat zij verantwoordelijk is, en niet LVVN, voor de gezondheid van onze kinderen en de rest van de samenleving. Mijn eigen motie, waar ik in deze motie naar verwijs, is aangenomen door de Kamer. Dat verzoek was aan het ministerie van IenW gericht. Ik vraag deze minister van Volksgezondheid om ook haar verantwoordelijkheid te nemen, net als de minister van IenW dat heeft gedaan. Ik ga de motie dus niet aanhouden.
De voorzitter:
Dan is de motie op stuk nr. 601 ontijdig. Tot slot de motie op stuk nr. 602.
Minister Hermans:
In de motie op stuk nr. 602 van de heer Meulenkamp word ik verzocht mij in Europees verband in te zetten voor een proportioneel toetsingskader. Dat kan ik doen, dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat, maar de minister blijft in ons midden.
De beraadslaging wordt gesloten.