Stenogram : Sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare
36 Sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 90
Te raadplegen sinds
2026-10-01Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier24170Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 90
Sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare
Aan de orde is het debat over de sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare.
De voorzitter:
Dan is aan de orde het debat over de sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare. Ik heet de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van harte welkom in vak K.
Ik zou eigenlijk willen voorstellen om met elkaar wel een aantal interrupties vast te stellen. Het is vandaag de laatste vergaderdag voor het reces, er staan nog een hoop tweeminutendebatten gepland en er staan ook nog stemmingen op de rol. Ik wil dus voorstellen om in de eerste termijn per lid drie interrupties op elkaar toe te staan, en in eerste instantie vijf interrupties op het kabinet toe te staan. Als dat werkt en we tijd overhouden, kunnen we het aantal interrupties altijd nog uitbreiden, maar ik stel voor om het in eerste instantie als zodanig te doen. Ik zie dat daarmee wordt ingestemd.
Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Maeijer voor haar bijdrage in eerste termijn namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter. "Je moet de hoop nooit laten varen. Maar mijn vertrouwen dat het systeem er is om de meest kwetsbare kinderen te beschermen, is goed geschaad." Dat zei vader en lid van de cliëntenraad Jonas Baart. Dat gevoel deel ik. Sinds 28 januari van dit jaar, toen het bestuur van Villa ExpertCare de deuren van haar vier zorgvilla's te sluiten, leven ouders tussen hoop en vrees. "Hoop" omdat er beloften werden gedaan door Villa ExpertCare en de minister, en "vrees" omdat zij zich er toen al zeer van bewust waren dat alternatieve passende plekken voor hun kinderen zeer schaars zijn. Maandenlang werd er door de cliëntenraad gewaarschuwd voor het scenario dat nu werkelijkheid is geworden en waar Villa ExpertCare op heeft aangestuurd.
De vestigingen in Waalre en Vleuten moeten dicht op last van de inspectie. Mijn eerste zorg gaat nu uit naar de kinderen. Kan de minister aangeven voor hoeveel van hen nu een passende oplossing is gevonden en voor hoeveel nu een noodoplossing wordt ingezet, en in hoeverre die noodoplossing gesteund wordt door de ouders?
Voorzitter. Ik heb best wel een aantal vragen, die ik graag afzonderlijk beantwoord zie.
1. De inspectie schrift in haar rapport dat ze vindt dat het bestuur laat zien dat het onvoldoende inzicht heeft in de continuïteit van zorg en de borging ervan, en dat het onvoldoende handelt naar de urgentie die is ontstaan. Vindt de minister het verantwoord dat het bestuur van Villa ExpertCare nog steeds op zijn plek zit en verantwoordelijk is voor de continuïteit van zorg?
2. Welke mogelijkheden heeft de minister om in te grijpen op grond van grond van de Wkkgz? Kan de minister het bestuur op non-actief zetten?
3. De definitie van passende zorg is zeer discutabel gebleken. Voor de minister lijkt een plek passend als de ouders ermee instemmen. Ouders geven echter aan dat zij zich gedwongen voelen akkoord te gaan. Is de minister bereid oom een onafhankelijk vanuit clientperspectief vastgesteld en verifieerbaar overzicht te laten opstellen van de status van de zorgoverdracht van alle circa 80 cliënten?
4. Hoe haalbaar acht de minister het dat kinderen die nu nog geen plek hebben gevonden, dat nog wel zullen doen?
5. De maandenlange zoektocht naar plekken heeft laten zien dat ze er gewoonweg niet zijn. Vindt de minister ook dat de villa's ook zonder ExpertCare aan het roer een essentieel onderdeel moeten vormen van een structurele oplossing?
6. Waarom is er geen overnamevoorstel ontvangen? Waarom is overname geen noodscenario? Wat doet de minister om regie te nemen?
Voorzitter. Dan maak ik mij zorgen over de situatie in de twee overgebleven villa's. Worden ouders en kinderen daar straks op dezelfde manier voor het blok gezet? Wat gaat de minister doen om dat te voorkomen? Ook daar is er voor veel kinderen nog geen structurele, passende oplossing. Wat wordt er nu extra gedaan om te zorgen dat deze twee locaties open kunnen blijven?
Voorzitter. Brancheorganisatie BINKZ vraagt aandacht voor de onderliggende problemen. Zij willen onder andere een noodfonds, versneld kostenonderzoek, handhaving van de zorgplicht en onafhankelijk onderzoek naar toekomstbestendige medische kindzorg. Ook Kinderhospice Binnenveld roept op om op korte termijn maatregelen te nemen. Graag een reactie per voorstel. Kan daarnaast de uitvoering van mijn aangenomen motie worden versneld? Het kan en mag niet zo zijn dat de meest kwetsbare kinderen straks weer de dupe worden van een systeem dat niet werkt.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maeijer. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Multinational B. Braun neemt zorglocaties over en wil daarna van de zorg voor kinderen af. Tientallen kinderen en gezinnen zitten in onzekerheid. De Kamer zei maanden geleden al: minister, grijp in! Er zijn geen andere plekken voor deze kinderen. Iedereen zag aankomen dat het personeel zou gaan vertrekken omdat hun de wacht al was aangezegd per juni of december. Daarom vroegen wij de minister om in te grijpen. Maar zij zei maandenlang dat zij dat niet kon. In maart zei ze: ik voel me verantwoordelijk, maar in het systeem ben ik er uiteindelijk niet verantwoordelijk voor. In april zei ze: die verantwoordelijkheid ligt bij de partijen. In juni zei ze: als het nodig is, kunnen we inderdaad meer doen. Dat kan ik niet doen, de IGJ wel, maar die zag daar nog geen aanleiding voor.
De minister ontraadde ook de motie om bijvoorbeeld via bestuursdwang in te grijpen bij ExpertCare. Het bleef bij gesprekken, overleggen en een mediator. In artikel 29 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wkkgz, staat dat de minister bevoegd is om bestuursdwang toe te passen. Ook juristen die wij hierover hebben gesproken, oordelen dat deze wet kan betekenen dat de minister had kunnen ingrijpen en dat ze dat nog steeds zelf of via de IGJ kan doen. Klopt dat? Zo niet, waarom zou dat dan niet kloppen? Feit blijft dat er niet is ingegrepen tot de locaties dicht moesten, terwijl dat wel had gekund. Waarom is ons telkens verteld dat dat niet kon? Graag een heel duidelijk antwoord.
Waarom is er niet ingegrepen? De inspectie schreef op 20 mei al dat zij beperkt vertrouwen had in de verbeterkracht en het urgentiebesef van de bestuurder. Ook noemde de IGJ het onvoldoende realistisch om locaties open te houden totdat ieder kind een passende plek had gevonden. Toch werd het bestuur niet verplicht om anders te handelen en mocht het blijven zitten. Nu zegt de inspectie opnieuw dat het bestuur van ExpertCare onvoldoende inzicht toont of verbetert, terwijl er ernstige zorgen zijn over de kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg. Twee locaties sluiten, twee locaties zijn nog open en nog steeds zit het bestuur aan het roer. Had de minister zelf, of via de IGJ, de bevoegdheid om via bestuursdwang in te grijpen? Heeft ze dat nagelaten of functioneert het stelsel niet en is daar niet naar gehandeld, waardoor de zorg nu alsnog in gevaar komt? Hoe kijkt de minister naar haar eigen verantwoordelijkheid en handelen hierbij?
In maart heeft de minister de Kamer ook een belofte gedaan. Ze zei in het debat tegen mij: die huizen gaan niet dicht voordat ieder kind een plek heeft. Mevrouw Wendel vroeg: hoor ik de harde toezegging dat ExpertCare echt openblijft totdat iedereen een passende oplossing heeft gekregen? Ja, zei de minister. Nu wordt die harde toezegging niet nagekomen. Wat vindt de minister er zelf van dat ze dit toen tegen de Kamer heeft gezegd?
Dan over de kinderen en gezinnen die nu in de problemen zitten. Ik zag dat de inspectie gisteren wel een last onder bestuursdwang heeft gegeven aan ExpertCare over het delen van informatie. Maar waarom kan dat dan niet voor het garanderen van de continuïteit van zorg, voor de werving van personeel of het nemen van andere maatregelen? En hoe voorkomt de minister dat ook de andere twee locaties gaan sluiten? We hebben net gehoord wat de inspectie denkt van de daadkracht van dit bestuur. Dit bestuur gaat dat niet regelen.
Dan tot slot. Er waren al te weinig plekken voor deze gespecialiseerde zorg en nu dreigen er nog meer te verdwijnen. Er moeten meer plekken komen, niet in handen van multinationals — laten we daarvan hebben geleerd — en niet in handen van commerciële investeerders, maar in publieke handen. Hoe gaat de minister daarvoor zorgen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Westerveld namens PRO.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Voorzitter. Ouders zitten erdoorheen. De zorg dragen voor een kind met een beperking is ongelofelijk zwaar. Ik wil alle ouders die een kind met een beperking hebben — een deel van die ouders heeft nu extra zorg vanwege de sluiting van ExpertCare — enorm veel sterkte wensen. Ik ben net als de collega's ontzettend boos hierover. Ik ben boos op dit besluit en op directies van zorgbedrijven, in dit geval miljoenenbedrijf B. Braun, die winst belangrijker vinden dan de levens van deze kinderen. Maar ik ben ook boos omdat we een zorgsysteem hebben dat het kennelijk toelaat dat ouders dag in, dag uit moeten vechten om de noodzakelijke hulp te krijgen voor hun kind. Al maanden slaan zij alarm. Dat doen zij niet alleen bij ons, maar ook in de media, bij zorgverzekeraars, bij zorgkantoren, bij de inspectie, de IGJ, bij VWS en bij de NZa. Ze waarschuwen keer op keer. Ze zeggen: er moet ingegrepen worden, want ExpertCare en B. Braun houden zich niet aan afspraken; ze bedonderen de boel en onze kinderen zitten straks zonder zorg. Precies dát nachtmerriescenario werd werkelijkheid. Het is werkelijk schaamteloos hoe deze gezinnen zijn behandeld door ExpertCare.
Het is ook de vraag wie hier verantwoordelijk is, want iedereen wijst naar elkaar. De minister zei in het vragenuur tegen mij: ik heb niet de toezegging gedaan dat er een passende oplossing zou komen. Dat zou ExpertCare zijn geweest. Mevrouw Dobbe haalde net een aantal juiste citaten aan en die hebben wij ook opgezocht, dus ik vraag graag aan de minister om opheldering. Maar ik wil haar ook vragen welke consequenties er zijn als een zorgaanbieder gemaakte afspraken niet nakomt. Waarom zijn bestuurders niet geschorst en vervangen door een onafhankelijk bestuurder of bewindvoerder? Waarom zijn er geen dwangsommen opgelegd? Welk gedrag moet een bedrijf laten zien voordat er wél ingegrepen kan worden? Mevrouw Dobbe stelde net ook al terechte vragen over de bestuursdwang.
De situatie legt ook een fundamenteler probleem bloot, want blijkbaar zijn de mogelijkheden voor de overheid om in te grijpen beperkt of gebeurt het niet, om welke reden dan ook, zelfs als letterlijk de levens van kinderen in gevaar komen. Maar hoe verhoudt dit zich dan tot de zorgplicht? Dit is geen vrijblijvende inspanningsverplichting; het is een wettelijke taak. Wie is er uiteindelijk aanspreekbaar op die zorgplicht? Is dat ExpertCare, zijn dat de zorgverzekeraars of is dat toch de overheid? Graag een reactie. Bovendien is er onduidelijkheid over de opdracht aan de intermediair. Is dat alleen het faciliteren van de sluiting, of is dat ook het zorgen dat de zorg gecontinueerd wordt, bijvoorbeeld via een overname? Wij horen namelijk dat er partijen zijn die de zorg op die locaties willen overnemen. Dan is het belangrijk dat zij daarbij geholpen worden. Gaat die intermediair dat doen? We horen ook dat ExpertCare dit proces dwarszit. Welke mogelijkheid heeft de minister om hen te dwingen hieraan mee te werken?
Voorzitter. Voor nu willen ouders maar één ding weten: kan de minister garanderen dat er voor elk kind een passende oplossing komt? En dan niet over zes maanden of aan de andere kant van het land, maar nu. Ik hoorde daarover meerdere vragen. Daar sluit ik mij graag bij aan. Ik hoor ook dat er zelfs wordt gedacht aan plaatsingen bij volwassenhospices of in de ggz. Klopt dat, vraag ik de minister, want dat lijkt me toch niet te bedoeling. Het opruimen van deze puinhoop kost ook heel veel geld. Kunnen die kosten worden verhaald op ExpertCare of B. Braun? Kunnen ouders, die zo veel extra kosten hebben door deze gang van zaken, die kosten gaan verhalen?
Voorzitter. Dan sluit ik af met de toekomst. De zorg voor deze kinderen staat sowieso enorm onder druk. Hoe gaat de minister voorkomen dat commerciële, soms buitenlandse bedrijven opnieuw zo'n essentiële positie kunnen innemen in de zorg voor kinderen die ernstig ziek zijn, om die vervolgens te laten vallen? Hoe ziet zij de toekomst van deze vormen van complexe respijtzorg eigenlijk voor zich? Ziet zij dat tarieven eigenlijk niet kostendekkend zijn en dat er een gebrek is aan plekken die hun deze zorg bieden? Het draait uiteindelijk maar om één ding: deze kinderen mogen nooit de prijs betalen voor wanbestuur. Daar moeten wij vandaag duidelijke keuzes in maken.
De voorzitter:
Dank u wel. Zoals afgesproken, krijgt u drie interrupties in de eerste termijn. Meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat was een mooi betoog. Een vraag. Als ik mevrouw Westerveld goed begrijp, is zij vooral boos op Villa ExpertCare. U heeft de brief gelezen. Daarin zegt Villa ExpertCare zelf: de financiering was simpelweg niet voldoende en we konden geen overnamepartner vinden omdat een ander het ook niet voor dat bedrag kon doen. Hoe kijkt mevrouw Westerveld daartegen aan?
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik vond die reactie, in alle eerlijkheid, schaamteloos. Zij leggen de schuld neer bij de minister. Nou ben ik boos op meerdere partijen, maar vooral op ExpertCare, op hun directie en op hun moederbedrijf. Als jij de zorg draagt voor deze kinderen, die ernstig ziek zijn of een meervoudige beperking hebben, met alle zorgen die hun families hebben, dan moet je ook zorgen dat er een oplossing gevonden wordt als je die zorg niet meer kan bieden. Dat doe je niet door ouders op zo'n laat moment in te lichten en door niet van tevoren aan de bel te trekken over bijvoorbeeld de niet-kostendekkende tarieven. Had dat dan eerder aan het ministerie, aan ons en aan al die anderen laten weten. Dan had er eerder ingegrepen kunnen worden en eerder kunnen worden nagedacht over een oplossing.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Daar ben ik het ook deels mee eens. Als ik het dus goed begrijp, sluit mevrouw Westerveld in ieder geval niet uit dat misschien toch de tarieven het probleem zijn. We moeten erachter komen in dit debat. Als dat zo is — het kan kloppen — dan had Villa ExpertCare inderdaad misschien eerder aan de bel moeten trekken. Dat ben ik met u eens, zeg ik via de voorzitter, maar je kunt natuurlijk geen product leveren en de hele tijd verlies lijden. Dat kun je een bedrijf natuurlijk niet verwijten.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik weet zeker dat de tarieven een probleem zijn, want dat hoor ik van meerdere aanbieders. Ik hoor trouwens ook van aanbieders die graag de locaties van ExpertCare zouden willen overnemen, dat zij ertegenaan lopen dat er eigenlijk geen goede tarieven zijn voor deze specifieke vorm van zorg. Dat leidt tot heel veel problemen — een aantal daarvan hebben we genoemd — en daarom heb ik ook aan de minister gevraagd hoe zij dit in de toekomst voor zich ziet. We weten namelijk al jaren dat er een tekort is aan dit soort plekken. Nu de locaties van ExpertCare gaan sluiten, worden dat nog minder plekken, terwijl ouders en kinderen deze plekken wel nodig hebben en ze noodzakelijk zijn voor de zorg en deze kinderen. De tarieven zijn dus zeker een probleem.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat denk ik ook: de tarieven moeten natuurlijk altijd op orde zijn. Wij hebben ook begrepen dat B. Braun, toen het deze zorgvilla's overnam, het vastgoed van de villa's in een aparte bv heeft gezet en voor veel meer geld aan zichzelf heeft terug verhuurd. Nu zegt B. Braun: we vinden het wel moeilijk om hier geen verlies op te draaien. Is mevrouw Westerveld daar ook van op de hoogte? Wat vindt ze daar eigenlijk van?
Mevrouw Westerveld (PRO):
Als het klopt, is het schandalig. In alle eerlijkheid verbaast niets me meer, na wat we hebben gehoord over dit bedrijf. Dat dit soort constructies mogelijk zijn, vind ik schandalig. Dat zou niet moeten kunnen, want het gaat hier over zorggeld. Dat is geld van ons allemaal, dat bedoeld is om juist zorg te leveren aan mensen die die het hardst nodig hebben. Wie anders dan deze kinderen hebben heel duidelijk goede zorg nodig? Ik zou het echt schandalig vinden als dit ook nog blijkt te kloppen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. De afgelopen maanden hebben we als Kamer keer op keer gesproken over Villa ExpertCare. Keer op keer hebben we Kamerbreed gewaarschuwd voor precies het scenario waarin we vandaag zijn beland. Personeel zou vertrekken, de kwaliteit van zorg zou onder druk komen te staan en uiteindelijk zouden locaties moeten sluiten voordat er voor alle kinderen een passende oplossing beschikbaar zou zijn. Het is gewoon beroerd om te zeggen, maar het is wel precies wat toch gebeurd is. Dat maakt dit debat niet alleen een debat over de sluiting van twee locaties, niet alleen een debat over Villa ExpertCare, maar ook een debat over de vraag of ons zorgstelsel eigenlijk wel in staat is de meest kwetsbare kinderen te beschermen tegen kwaadwillende bedrijven.
Voorzitter. De minister zegt dat ze alles heeft gedaan wat binnen haar rol past. Ze wijst op de verantwoordelijken van ExpertCare, de zorgverzekeraars, de zorgkantoren en de IGJ. De minister is stelselverantwoordelijk. Mijn vraag aan haar is: wanneer begint de stelselverantwoordelijkheid, als al die andere partijen hun verantwoordelijkheid niet nemen en een deel van die partijen het af laat weten? Kan de minister één bevoegdheid noemen die zij wel had kunnen inzetten? Of moeten we constateren dat de minister feitelijk in deze situatie geen instrumenten heeft om te voorkomen dat we hier vandaag staan? Betekent dit dat de minister vindt dat het stelsel zoals het er nu uitziet naar beste kunnen heeft gefunctioneerd? Of — het kan zelfs ook "en" zijn — erkent ze dat deze casus laat zien dat de overheid uiteindelijk niet kan voorkomen dat zeer kwetsbare kinderen hun zorg verliezen wanneer een commerciële aanbieder besluit te stoppen? Dat is namelijk een fundamentele vraag die heel veel ouders bezighoudt.
Voorzitter. Dat brengt me bij de zorgplicht. Als ondanks de wettelijke zorgplicht locaties kunnen sluiten voordat voor alle kinderen een passende oplossing is gevonden, wat is die zorgplicht in de praktijk dan waard? Is dit een incident of laat deze casus zien dat de zorgplicht onvoldoende afdwingbaar is wanneer een aanbieder besluit te stoppen?
Ook over de noodscenario's blijf ik met vragen zitten. De minister erkent dat die noodscenario's geen passende oplossing zijn. Het zijn immers noodscenario's. Ouders moeten verder reizen, kinderen krijgen tijdelijk thuis zorg en gezinnen worden zwaarder belast. Dat is allemaal niet hetzelfde als passende zorg. Kun je dan wel zeggen dat de continuïteit van zorg is geborgd? Dat is toch in ieder geval het bare minimum?
Daarnaast wil ik terugkomen op de rol van de inspectie. De inspectie heeft uiteindelijk moeten ingrijpen omdat de kwaliteit van zorg niet langer kon worden gegarandeerd, maar had de inspectie ook eerder kunnen ingrijpen om te voorkomen dat de situatie zo zou verslechteren dat sluiting onvermijdelijk werd? En als dat niet kan, wat zegt dat dan over ons toezichtstelsel?
Voorzitter. Ik wil het toch hebben over komende zomer. We kunnen niet achterover gaan leunen. Het kan niet zo zijn dat deze Kamer met reces is en Villa ExpertCare de volgende poets bakt. Alles moet erop gericht zijn dat ze verantwoordelijkheid nemen en dat ze die ook voelen richting de ouders, en dan niet alleen met woorden. Wat mij betreft gebeurt dat dwingen tot verantwoordelijkheid vanuit het ministerie en de andere betrokkenen met alle beschikbare juridische en bestuurlijke middelen, want de locaties mogen niet verder leeglopen zolang er niet voor ieder kind een daadwerkelijk passende plek beschikbaar is. Ouders mogen niet opnieuw geconfronteerd worden met voldongen feiten doordat personeel vertrekt en voorzieningen verdwijnen, terwijl ExpertCare naar de lucht kijkt. We horen daarom graag welke concrete acties de minister de komende weken neemt om maximale druk op ExpertCare te houden, ook financiële en juridische druk, zodat de locaties zo lang mogelijk openblijven en er alleen sluiting plaatsvindt als er daadwerkelijk zorg is voor de kinderen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan de heer Claassen namens de Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. De sluiting van de zorgvilla's van Villa ExpertCare is geen opzichzelfstaand bedrijfsongeval. Het is het wrange resultaat van jarenlang falend beleid en de toenemende invloed van private equity en grootkapitaal in de zorg. In deze situatie worden ernstig zieke en meervoudig gehandicapte kinderen die nergens anders terechtkunnen letterlijk de dupe van een systeem waarin winst boven mensen gaat.
Sinds de overname door het grote Duitse concern B. Braun in 2021 zijn de problemen snel geëscaleerd. Dat is geen toeval, want overal waar private equity en door winst gedreven multinationals de zorg binnendringen, zien we hetzelfde probleem: focus op rendabiliteit, kostenbesparingen en uiteindelijk de sluiting van onrendabele maar broodnodige voorzieningen. Private equity is de doodsteek voor de toegankelijkheid van specialistische zorg. Ze kopen zorgaanbieders op, belasten ze met hoge schulden, halen rendement eruit en laten de rommel achter voor de Nederlandse belastingbetaler, maar bovenal voor, in dit geval, de meest kwetsbare patiënten. Residentiële zorg voor meervoudig gehandicapte kinderen is nu eenmaal niet te optimaliseren tot een winstmachine. Het gevolg is dat het personeel vertrekt, de villa's sluiten en de ouders er alleen voor staan. In deze casus is het symptoombestrijding. Het is noodzakelijk. Mijn vraag is: wat heeft de minister gisteren nog gedaan en wat heeft de minister vandaag nog gedaan om de meest kwalijke effecten die de kinderen zouden kunnen overkomen, teniet te doen? Wat kan de minister nog meer doen? Net zo belangrijk, of misschien nog belangrijker, is de vraag: wat gaat de minister doen om excessen in al hun verschijningsvormen rondom private equity en toenemende commerciële belangen te beëindigen? Waar krijgen de kinderen en hun ouders momenteel precies die zorg? Dat hebben de sprekers voor mij ook allemaal al gevraagd; de Kamer lijkt daarin ook erg eensgezind.
De Nederlandse Alliantie kiest hier een duidelijk ander standpunt. Zorgvragers, dus ook kwetsbare kinderen en hun ouders, mogen niet de dupe worden van boeven die kunnen blijven bestaan door een falend stelsel dat winstgerichte overnames geen halt toeroept. We roepen de regering op om eindelijk verantwoordelijkheid te nemen in plaats van de rekening bij ouders, personeel en de andere partijen, private partijen, te leggen.
Voorzitter. Ik heb daar nog twee vragen over. Waarom heeft de minister jarenlang toegestaan dat tarieven voor hoogcomplexe zorg zover onder de werkelijke kosten liggen? Is dat geen directe uitnodiging voor private equity om te komen plukken en vervolgens te sluiten als het niet voldoende rendeert?
Ten tweede. Waarom komt de Wibz nog niet naar de Kamer? Vooral, en misschien nog belangrijker: als we naar deze situatie kijken en we kijken naar de Wibz — die hebben we allemaal al een keer eerder tot ons kunnen nemen — wat gaat deze wet dan doen, en wat is het effect van deze wet op deze casus? Ik vraag heel duidelijk aan te geven waarom deze wet zo'n problematiek als die we hebben in deze casus gaat voorkomen. Met andere woorden: dekt deze wet dan voldoende de lading om het soort excessen als bij ExpertCare te voorkomen?
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Claassen. Het woord is aan mevrouw Wendel namens de VVD.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Ik begin vandaag weer exact zoals tijdens het vorige debat, met de woorden: "Deze zorgvilla's zijn niet zomaar een plek. Hier wordt complexe medische zorg geleverd aan kinderen met een zware beperking, waarvoor niet zomaar een alternatief gevonden is." We hebben ons Kamerbreed ingezet om de zorgvilla's open te houden, juist omdat we weten dat een alternatief niet zomaar gevonden is. Ik zie ook dat de minister echt haar best heeft gedaan. Toch is het niet gelukt om alle zorgvilla's open te houden tot voor alle kinderen een passende plek is gevonden. Dat vind ik echt heel erg. Wat de VVD betreft is er nog steeds maar één ding van belang. Dat is dat de kinderen een fijne, passende plek krijgen, waar zij de benodigde zorg ontvangen.
Deze plek is niet alleen voor de kinderen belangrijk. Ouders zorgen met alles wat ze in zich hebben voor hun kinderen. Deze zorg is zo intensief dat het haast niet vol te houden is. Als er geen passend alternatief wordt gevonden, zijn ouders genoodzaakt zich ziek te melden of te stoppen met werken. Wanneer ouders totaal oververmoeid voor hun kinderen moeten zorgen, kunnen de gevolgen groot zijn. Nu twee locaties sinds gisteren gesloten zijn, zitten verschillende ouders met hun handen in het haar. Heeft de minister ook oog voor deze ouders? Heeft de minister scherp of er nu ook ouders zijn die bijvoorbeeld hun baan al hebben moeten opzeggen, omdat ze nu de volledige zorg voor hun kind hebben moeten overnemen? Deze kinderen hebben zo'n intensieve zorg nodig dat deze ouders nauwelijks even veilig naar de wc kunnen. Dat is echt niet houdbaar.
Kan de minister aangeven waar de kinderen zijn die in de twee gesloten zorgvilla's zaten? Stel dat deze plek minder passend is, blijft de minister zich dan wel inzetten voor deze kinderen, zodat zij ook echt een passende plek krijgen? Wat de VVD betreft mogen deze kinderen nu niet als succesvol afgevinkt worden beschouwd.
Voorzitter. Dan de noodscenario's. De minister spreekt over noodscenario's voor ieder kind. De ouders zouden hierbij betrokken zijn. Wij horen echter ook een ander geluid van ouders. Een van de verhalen die ik heb gehoord, is het overplaatsen van een kind van Wezep naar Rijswijk. Als de ouders dat niet willen, dan moeten de kinderen per 1 juli — gisteren — uit zorg. In de praktijk betekent dit 300 kilometer op en neer; dat is ruim drieënhalf uur rijden. Is de minister het met mij eens dat dit geen realistische noodoplossingen zijn? Deze kinderen kunnen zo'n lange reis ook niet zomaar allemaal aan.
De andere zorgvilla's blijven voor nu open. We weten dat Villa ExpertCare die natuurlijk het liefst morgen ook sluit. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat Villa ExpertCare niet denkt van: laten we dit succes doorzetten en de andere villa's ook zo snel mogelijk sluiten? Ze weten nu immers hoe ze dat kunnen realiseren. Hoe gaan we ervoor zorgen dat deze twee zorgvilla's wel openblijven tot er een passende oplossing is gevonden voor alle kinderen? Hoe gaan we zorgen dat het vertrouwde personeel blijft? Dat is essentieel om de zorg voor deze kinderen goed te kunnen waarborgen. Ik wil vandaag ook echt gezegd hebben: dat het personeel ondanks de grote onzekerheid, ook voor hen, toch iedere dag met passie zorg blijft bieden, vind ik echt lovenswaardig.
Voorzitter. Dan tot slot de lange termijn. Er is een structurele oplossing nodig. Er zijn veel te weinig plekken voor kinderen die dit soort specialistische zorg nodig hebben. Ik reken er dan ook op dat de minister zich daarvoor inzet.
Dank u wel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik begrijp dat mevrouw Wendel focust op deze situatie. Dat is deels terecht, maar denkt mevrouw Wendel dat dit soort situaties uit de lucht komen vallen?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik focus inderdaad op deze situatie, omdat er kinderen zijn die nu geen passende plek hebben en omdat er ouders zijn die echt met hun handen in het haar zitten en die alles doen wat ze in zich hebben maar dit gewoon simpelweg niet kunnen dragen. Twee van de vier zorgvilla's zijn gisteren gesloten. In mijn onderbuik … Ik weet niet hoe de rest van de Kamer hiernaar kijkt, maar ik voel aan alles dat ... Ik maak me in ieder geval stevige zorgen dat de komende tijd ook die andere twee zorgvilla's dichtgaan. Ik vind dus dat we met elkaar moeten gaan staan voor die zorgvilla's om ervoor te zorgen dat zij openblijven totdat er voor iedereen een passende plek is. Daarna wil ik uiteraard uitgebreid het gesprek met meneer Claassen voeren over andere zaken.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Daar ligt het probleem. Mijn vraag was: komt het uit de lucht vallen? Ik ga de vraag anders stellen: in welke mate denkt mevrouw Wendel dat dit soort escalaties — denk aan huisartsenketens die omvallen; ik kan ook een paar andere dingen noemen — het gevolg zijn van hoe wij dit hebben ingericht en van hoe wij in deze Kamer naar private equity kijken? Zou er dan niet iets moeten worden gedaan aan de verdere commercialisering van die zorg? Dan hoeft mevrouw Wendel de volgende keer of volgende maand immers niet opnieuw bewogen te zijn door deze situatie. Dat ben ik nu ook, maar als mevrouw Wendel niet aan de bovenkant gaat kijken om dit op te lossen, staat zij hier binnenkort weer dingen heel erg zielig te vinden.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik ben inderdaad heel bewogen door deze situatie, want het zijn kinderen die nu gewoon geen passende plek hebben. We hebben het over de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving. Dus als meneer Claassen zegt "dan staat mevrouw Wendel hier zeer bewogen te zijn", dan klopt dat dus. Een gesprek over private equity, over marktwerking in de zorg, voer ik later uiteraard uitgebreid met de heer Claassen, maar op dit moment vind ik echt dat we de verantwoordelijkheid hebben om er voor deze kinderen te staan. Ik vind het eerlijk gezegd ook naar dat ik deze insinuatie naar mijn hoofd krijg.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Daar is helemaal niks naars mee bedoeld, want op dit vlak zitten we op dezelfde golflengte. Dat is het probleem dus niet, maar ik vraag of de VVD wil erkennen dat deze situatie ontstaat door hoe we die zorg hebben ingericht en doordat de Kamer tot nu toe heeft geaccepteerd dat de vercommercialisering en de toename van private equity tot dit soort situaties leiden. Ik vraag mevrouw Wendel dus nogmaals of zij wil erkennen dat de situatie waar we in zitten — we delen met elkaar dat die schrijnend is — het gevolg is van het beleid dat het kabinet, gesteund door de Kamer, tot nu toe heeft uitgevoerd.
Mevrouw Wendel (VVD):
Meneer Claassen wilde heel graag dit debat vandaag van de agenda halen en wilde het hebben over de Wibz, de Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders, om de naam maar even volledig uit te schrijven. Ik zie dat hij dat op deze manier ook probeert te doen. Ik wil heel graag dat we hier vandaag staan voor de kinderen en voor hun ouders om ervoor te zorgen dat straks niet ook die twee andere zorgvilla's dichtgaan en dat de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving nu een goede plek krijgen. De Wibz komt volgens mij — ik kijk even naar de minister — voor de zomer naar de Kamer. Die verwacht ik dus vandaag of morgen. Dan spreek ik daar uiteraard graag uitgebreid over met de heer Claassen.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het is mooi dat we vandaag hetzelfde doel hebben; dat was gelukkig ook in het vorige debat zo, maar het is natuurlijk wel zo dat deze situatie is ontstaan in een systeem waarin ook de minister en de ambtenaren al maanden ontzettend druk zijn met het aan tafel brengen van alle partijen, waarna we uiteindelijk met elkaar constateren dat er niet is ingegrepen of dat het op de een of andere manier niet kon. Dan is de conclusie toch dat ons zorgsysteem dit mogelijk maakt en dat we ook zouden moeten ingrijpen in dit soort grote bedrijven die winst maken, terwijl ze deze kwetsbare kinderen en hun families in de kou laten zitten?
Mevrouw Wendel (VVD):
Voor mij is de conclusie dat er organisaties zijn zoals B. Braun, die met intenties in de zorg zitten die niet mijn intenties zouden zijn, als ik het heel zwak mag uitdrukken. Ik denk dat we niet het kind met het badwater moeten weggooien. We moeten niet het hele systeem overboord gooien, maar ik denk wel dat we met elkaar kritisch moeten kijken hoe we de uitwassen van private equity kunnen aanpakken. Daarvoor verwachten we zeer binnenkort de Wibz, en die wet zie ik graag tegemoet.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het probleem is dat deze situatie zich weer gaat voordoen. Verschillende partijen die zich hardmaken voor dezelfde doelgroep, namelijk kinderen die ernstig ziek zijn of een meervoudige beperking hebben, kloppen bij ons aan de deur en geven aan: dit is een stelselprobleem; er is voor deze groep kinderen te weinig oog in het huidige stelsel. Het gevolg kan inderdaad zijn dat grote commerciële organisaties er op deze manier misbruik van maken. We moeten ons nu heel hard maken voor een oplossing voor deze kinderen, maar we moeten ook kritisch met elkaar durven kijken naar het stelsel. Dat gaat verder dan de wet die eraan komt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ja. Mevrouw Westerveld schetst dat er voor deze kinderen te weinig oog is in het stelsel. Daar heb ik tijdens het vorige debat ook uitgebreid bij stilgestaan, en vandaag heb ik daar kort op teruggeblikt. Volgens mij is wat hier blootgelegd wordt een groter probleem: voor de kinderen die de meest complexe zorg nodig hebben — dat zijn precies de kinderen over wie we vandaag spreken — zijn er te weinig plekken in het land. Als types als B. Braun daarmee aan de gang gaan en met deze bedoelingen de boel opdoeken, als ik het zo mag zeggen — ik slik even heel veel boze woorden in — dan zie je dat kinderen in de knel komen. Volgens mij hebben wij met elkaar de uitdaging om ervoor te zorgen dat er meer plekken komen in Nederland voor kinderen die deze vorm van zorg nodig hebben.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Met alle respect: dat weet ik. We kaarten al jaren aan dat er te weinig plekken zijn voor specifiek deze groep kinderen. Dat kaarten we echt al jaren aan. Jaren geleden wisten we al dat er te weinig logeervoorzieningen, te weinig respijtzorg en te weinig specialisten waren. Dit weten we allemaal. Dit is allang bekend. Nu bespreken we deze uitwas gelukkig in de Kamer. Dit is een situatie die we met elkaar niet moeten willen, maar dit gaat dus vaker gebeuren als wij als Kamer niet met elkaar onze verantwoordelijkheid nemen voor deze groep kinderen. Die gaat verder dan de situatie die we hier vandaag terecht bespreken. Het gaat veel verder. Ik vraag mevrouw Wendel om met ons mee te denken over het aanpakken van grote commerciële organisaties die hier misbruik van maken, maar ook om de ogen niet te sluiten voor de terechte zorgen die er zijn over de tarieven, de huisvesting en wat er nog meer nodig is. Staat mevrouw Wendel ook open om niet alleen in de komende debatten deze discussies te voeren, maar ook echt stappen te gaan nemen?
Mevrouw Wendel (VVD):
Als er iemand is die grote commerciële ketens met verkeerde bedoelingen wil aanpakken, dan ben ik het, dus zeker weten. Ik denk wel dat we helder onderscheid moeten maken tussen de vele organisaties die met hart en ziel in de zorg zitten en iedere dag een fijne plek bieden voor mensen die die zorg heel hard nodig hebben, en mensen die blijkbaar gedragingen vertonen die niet passen bij hoe ik het zorgstelsel zou willen zien. Ik hoop dat de minister die gedragingen in de Wibz aan banden gaat leggen. Zaken zoals nu bij B. Braun gebeuren, wil ik niet meer zien.
Mevrouw Dobbe (SP):
Daar zijn we het mee eens, maar door nu te zeggen dat dit een uitwas is, zijn we er nog niet. In die zin is het dat natuurlijk, omdat het nu enorm misgaat en deze ouders in de knel komen. Maar als we zien dat er zo veel private equity in de zorg is en er zo veel commerciële zorgaanbieders, ook multinationals zoals B. Braun, zijn, waarbij aandeelhouders een ander belang hebben bij het leveren van zorg van de beste kwaliteit dan de mensen die zorg nodig hebben — een aandeelhouder koopt geen aandelen voor zorg van de beste kwaliteit — dan is er echt iets mis met het systeem. Ik vraag mij af of mevrouw Wendel dat gevolg van het organiseren van het systeem op deze manier ziet. Als we dit beschouwen als een uitwas, een incident, dan komen we niet tot het oplossen ervan.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik vind dat mevrouw Dobbe vele organisaties die echt met passie in de zorg zitten, tekortdoet. Ik kijk er als volgt naar. Er zijn uitwassen van private equity. In het coalitieakkoord hebben we afgesproken dat we de uitwassen gaan aanpakken. Dat moeten we ook doen. Ik wil afsluiten met te zeggen dat ik hier vandaag echt sta voor deze kinderen, om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving een passende plek krijgen. Daar zou ons zorgstelsel op gericht moeten zijn.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan moeten we die kinderen ook kunnen beschermen tegen het winstbejag van de commerciële ketens en private equity. Dat is ook een feit. Op een gegeven moment moet mevrouw Wendel stoppen met daarvan weg te kijken.
Als het gaat om de kinderen zeg ik het volgende. Wij hebben de signalen die mevrouw Wendel noemde ook gehoord. Mevrouw Wendel noemde het "kinderen die afgevinkt zijn". Ze zijn klaar, want ze hebben een nieuwe, passende plek gevonden. Die plek is echter totaal niet passend, waardoor de kinderen en de gezinnen enorm in de knel komen. Ik vraag me af: wat wil mevrouw Wendel nu precies dat de minister daaraan doet? Ik denk dat het nodig is om opnieuw naar al die kinderen te kijken, met de ouders te spreken en te bekijken: is er nu echt een passende oplossing of is meer nodig? Wat vraagt mevrouw Wendel?
Mevrouw Wendel (VVD):
Wat ik belangrijk vind, is dat die kinderen allemaal een goede, passende oplossing krijgen. Passend is het wat mij betreft pas op het moment dat ook de ouders zeggen: dit is een plek die echt volstaat. Dat betekent voor mij concreet het volgende. Het kan zijn dat een kind bijvoorbeeld eerst vier dagen per week bij Villa ExpertCare zat en nu één of misschien twee dagen in de week zorg krijgt, waarbij ouders voor de korte termijn gezegd kunnen hebben dat ze het ermee moeten doen omdat ze geen andere keuze hebben. Dat is voor mij echter geen passende oplossing. Ik vind dat kinderen met oplossingen als deze, waarbij de ouders zeggen dat het niet voldoende voor hen is, niet afgevinkt mogen worden, zoals ik net al zei. Ik vind dat de minister zich daarvoor moet inspannen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb de zakelijke weergave van het inspectierapport hier voor mij. De inspectie constateert dat Villa ExpertCare onvoldoende stuurt op kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg. Villa ExpertCare laat zien dat het onvoldoende inzicht heeft in de continuïteit van zorg en de borging daarvan. De inspectie constateert ook dat het bestuur onvoldoende handelt naar de urgentie die is ontstaan. Ik zou mevrouw Wendel willen vragen of zij vindt dat het bestuur van Villa ExpertCare nu nog de verantwoordelijkheid moet dragen voor de continuïteit van zorg en daarmee ook voor de twee overgebleven villa's.
Mevrouw Wendel (VVD):
In alle eerlijkheid zeg ik u dat echt helemaal niets in mij momenteel vertrouwen heeft in het bestuur van Villa ExpertCare, omdat ik tot nu toe nog in niets heb gezien dat het de villa's — ik moet eigenlijk zeggen: zorgvilla's — de komende periode echt open willen houden om voor die kinderen te kunnen zorgen. Dat is ook precies wat ik zojuist duidelijk heb geprobeerd te maken. IGJ heeft nu die twee zorgvilla's gesloten. Waar ik nou zo bang voor ben, is dat Villa ExpertCare straks denkt: mooi, dat is nu gelukt en als we nou op dezelfde manier omgaan met die twee andere zorgvilla's, dan zijn we klaar en kunnen we weer door met iets anders. Dat is precies wat ik niet wil.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Nee, dat wil ik ook niet. Ik ben daar ook bang voor. Deelt mevrouw Wendel de mening dat het beter zou zijn als het bestuur zou vertrekken?
Mevrouw Wendel (VVD):
Als het bestuur zou kunnen vertrekken en er mensen komen te zitten die met volle passie en liefde een goede plek regelen voor die kinderen, dan zou ik dat natuurlijk van harte aanmoedigen, maar ik denk dat mevrouw Maeijer doelt op de vraag of ik vind dat de minister het bestuur weg moet sturen. Of de minister dat kan doen, durf ik niet te zeggen. Dan kijk ik ook even naar de minister zelf.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Houwelingen voor zijn inbreng namens Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Ik zal beginnen met een compliment. Dat zal u misschien verbazen. Gisteren belde een van de specialistische zorgvervoerders mij om ons te bedanken. Hij wilde de Kamer en de regering bedanken, want dankzij de inzet van de minister en de ambtenaren naar aanleiding van het vorige debat kan hij met de directies van de zorgverzekeraars om tafel gaan zitten. Hij wil dat graag omdat hij ook last heeft van de hoge dieselprijzen. Wellicht komt er wat uit. Dat zal dan voorkomen dat hij ook omvalt, wat natuurlijk nog een veel groter probleem zou veroorzaken.
Voorzitter. Toch blijven we ons zorgen maken over de financiering van de specialistische kindzorg in het algemeen. Dat is het punt van onze bijdrage. Villa ExpertCare liet ons gisteren in een brief hierover het volgende weten. Ik citeer uit de brief: "De bekostiging van specialistische kindzorg buiten het ziekenhuis in Nederland sluit niet aan op de werkelijke kosten van deze intensieve, kleinschalige en multidisciplinaire zorg. De tarieven bewegen onvoldoende mee met personeelskosten, kwaliteitseisen, verantwoordingslast en de complexiteit van de zorgvraag." De tarieven zijn dus niet voldoende. Dat is wat Villa ExpertCare zelf zegt.
Ik heb daarom de volgende vragen. Hoe kijkt de minister hiernaar? Erkent ze dit probleem? Het wordt natuurlijk ook onderzocht op dit moment. Hoe denkt ze over de twee oplossingsrichtingen die Villa ExpertCare zelf aangeeft in de brief? Ik doel dan op het inrichten van een tijdelijk noodfonds voor aanbieders die aantoonbaar verlies lijden, om verdere sluitingen te voorkomen, en op het actief door de NZa laten toezien op de zorgplicht van verzekeraars en zo nodig handhavend optreden. Als zorgverleners omvallen, kunnen en hoeven de zorgverzekeraars echter helemaal geen zorg meer te vergoeden. Dat vind ik dus vreemd. Dat is een perverse financiële prikkel, want dan bespaar je ze eigenlijk heel veel kosten. Daar staat dan de zorgplicht tegenover, maar als zorgverzekeraars niet voldoen aan die zorgplicht, dan kan de NZa geen boete opleggen. Dat weten we. Dat is dus ergens niet in evenwicht als je het mij vraagt. De vraag aan de minister is: levert dit geen financiële onevenwichtigheid op in ons stelsel? Er is een financiële prikkel voor zorgverzekeraars om tarieven eerder te laag dan te hoog vast te stellen, met als gevolg dat zorgverleners moeten stoppen omdat het financieel niet meer voldoende rendabel is. Wat dat betreft is het veelzeggend, denk ik, dat er voor Villa ExpertCare geen overnamekandidaat gevonden kon worden, omdat deze specialistische kindzorg door verzekeraars op dit moment simpelweg onvoldoende gefinancierd wordt, aldus Villa ExpertCare, waardoor deze zorg ook voor de andere aanbieder verliesgevend is. En ja, dan is er geen overnamekandidaat. Ik noemde dit net ook al in het interruptiedebatje met mevrouw Westerveld.
Voorzitter, tot slot. Ik heb hier ook nog een paar vragen voor de minister. Indien de minister niet in staat is al deze vragen tijdens dit debat te beantwoorden, wat ik me kan voorstellen, zouden we het op prijs stellen als de minister er wellicht in een brief op zou willen terugkomen. Ik lees nu de vragen voor.
De eerste vraag. Is de minister bekend met correspondentie of overleg tussen Villa ExpertCare en de betrokken zorgverzekeraars waarin is verzocht tot hogere tarieven of aanvullende financiering om de exploitatie van de zorgvilla's mogelijk te houden? Zo ja, kan de minister de Kamer hier dan over informeren en over de uitkomsten van dit gesprek?
De tweede vraag. Indien dergelijke verzoeken zijn gedaan, hebben zorgverzekeraars dan geweigerd de tarieven of de contractvoorwaarden aan te passen? Zo ja, op welke gronden is dat gebeurd? Acht de minister die afweging verdedigbaar, gezien de maatschappelijke gevolgen, waar we het nu natuurlijk over hebben?
De derde vraag. Is de minister van oordeel dat de betrokken zorgverzekeraars hebben voldaan aan hun zorgplicht door tijdig met Villa ExpertCare in gesprek te gaan en zich maximaal in te spannen om de continuïteit van deze zorg te waarborgen?
De vierde vraag. Kan de minister aangeven in welke mate de voorgenomen sluiting het gevolg is van onvoldoende bekostiging, personeelstekorten of andere bedrijfseconomische factoren?
Tot slot de vijfde en laatste vraag. Zijn er andere aanbieders van hoogcomplexe medische kindzorg waarvan bij het ministerie, de NZa of de zorgverzekeraars bekend is dat die vergelijkbare financiële en personele problemen ondervinden? Zo ja, welke maatregel kan worden genomen om te voorkomen dat ook daar de continuïteit van de zorg in gevaar komt?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Houwelingen. Dan is het woord aan mevrouw Tijmstra namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Door de vorige sprekers is al veel gezegd over de impact van het sluiten van de locaties op kinderen en hun ouders. Iedere keer als wij het gedrag zien van de organisatie van ExpertCare en de investeerder B. Braun, vragen wij ons af of zij zich wel bewust zijn van de effecten die hun besluiten hebben op kinderen en op ouders. Je mag als zorgaanbieder inderdaad besluiten om te stoppen, maar daar komt wel een verantwoordelijkheid bij kijken, zeker als je weet dat het om een hele kwetsbare groep gaat waarvoor weinig alternatieven beschikbaar zijn.
Ondanks alle mooie woorden vanuit het bestuur blijkt uit het inspectierapport dat het bestuur niet in staat is om te zorgen voor voldoende personeel, dat het cliëntvertegenwoordigers niet informeert over wijzigingen in de zorg, dat passende alternatieven niet beschikbaar zijn en dat een continuïteitsplan ontbreekt voor de situatie na 1 juli. Ik lees daarin vooral dat de zorgpartij vaak zegt mee te werken en verantwoordelijkheid te nemen, maar dit op geen enkele manier in de praktijk laat zien. Dat vind ik echt heel erg pijnlijk. Als zorgaanbieder heb je gewoon een maatschappelijke verantwoordelijkheid, die nog groter is als je voor zo'n kwetsbare groep zorg biedt. Dat leidt tot de vraag of we die verantwoordelijkheid bij het stoppen met zorg niet beter zouden moeten afdwingen. De aanwijzing van de IGJ vraagt Villa ExpertCare om zich in te spannen voor deze individuele cliënten om een passend zorgalternatief te vinden en aantoonbaar de continuïteit van zorg te borgen met een uitgewerkt en toetsbaar plan. Maar onze zorg is: kunnen we dit nu eigenlijk wel afdwingen? Is voldoende vastgelegd in wetgeving wat de concrete verantwoordelijkheid is van een zorgaanbieder bij discontinuïteit van zorg? Er is een leidraad van de IGJ, maar is die afdwingbaar? Ook bij de casus Co-Med zagen we allerlei problemen bij de overdracht van patiënten en vroeg de Kamer zich af: hebben we dit wel goed geregeld met elkaar? Graag zou ik de minister willen vragen om hiernaar te kijken. Verder ben ik benieuwd of de minister vindt dat de zorgverzekeraars en zorgkantoren zich voldoende inspannen om invulling te geven aan hun zorgplicht, want ook dat blijft de komende tijd heel erg belangrijk.
Voorzitter. Voor het CDA zijn er verder drie punten belangrijk. Het eerste is dat we ons er maximaal voor blijven inzetten dat er voor ieder kind een passende vervolgplek komt. Daarbij moeten we wat ons betreft niet alleen binnen de bestaande kaders van het stelsel denken, maar ook bereid zijn om naar onorthodoxe oplossingen te kijken als dat in het belang is van het kind. We vinden het belangrijk dat er een onafhankelijk onderzoek komt, conform de motie-Bikker. We vinden het ook belangrijk dat nu niet alleen de acute problemen worden opgelost, maar dat we ook heel snel gaan werken aan een toekomstbestendige organisatie van de specialistisch-medische kindzorg in Nederland. Mijn vraag aan de minister daarover is: wat is het plan dat u voor ogen heeft?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tijmstra. Het woord is tot slot aan mevrouw Synhaeve als laatste spreker van de zijde van de Kamer in deze termijn. Dat doet zij namens D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Net als de collega's voor mij voel ik de grote zorgen om deze ernstig zieke kinderen en de enorme druk die nu ligt op deze gezinnen. We hebben het vaak over kinderen die dag en nacht intensieve zorg nodig hebben. Voor hen is een "passende plek" of "passend alternatief" geen abstracte term, mar van levensbelang. Ik ga nu even de woorden echoën van collega Bikker. Twee maanden geleden stonden we hier ook als Kamer, met één gedeelde oproep: zorg dat deze locaties niet sluiten voordat er voor ieder kind een passend alternatief is. Twee maanden later moeten we constateren dat de werkelijkheid anders heeft uitgepakt en B. Braun precies heeft wat ze willen. Twee locaties zijn gesloten; niet omdat kinderen veilig zijn overgedragen aan een passende plek, maar omdat de inspectie heeft vastgesteld dat de kwaliteit van zorg en de veiligheid niet langer gewaarborgd kunnen worden. Dit had als gevolg dat kinderen en gezinnen die juist behoefte hebben aan stabiliteit en perspectief, in nog meer onzekerheid zijn gestort. Daarom wil ik voor drie punten aandacht vragen.
Ten eerste wordt er gezegd dat er voor de helft van het aantal kinderen een passend alternatief is, maar wie bepaalt nou wanneer dat alternatief passend is? Stel — dit is vergelijkbaar met het voorbeeld dat collega Wendel al deelde — dat een kind vier dagen zorg kreeg bij ExpertCare. Nu krijgt het kind op een andere plek nog twee dagdelen zorg. De ouders hebben akkoord gegeven over deze twee dagdelen, maar wel met de vraag om ervoor te zorgen dat voor die drie andere dagen naar een alternatief wordt gezocht. Wordt dit dan als "passend alternatief" gezien? Sta je dan op lijstje groen of niet, en dan niet als noodscenario maar als langetermijnoplossing?
Voorzitter. Dan het tweede punt. Ik maak me heel grote zorgen over de andere twee locaties. Ik wil mijn grote waardering uitspreken voor het personeel. Zij werken ontzettend hard om de boel draaiende te houden vanuit liefde en zorg voor deze kinderen. We moeten alles op alles zetten om de twee nog bestaande locaties open te houden en ook ervoor te zorgen dat het personeel nieuw personeel kan opleiden. Zoals eerder al gezegd, lezen we in het rapport van de inspectie dat het bestuur van Villa ExpertCare dit nu tegenhoudt. Het hebben van voldoende personeel en goed personeel is werkelijk de enige oplossing om de enige twee locaties open te houden. Hoe gaat de minister nog strakker sturen op nieuw personeel en het behoud van huidig personeel?
Voorzitter. Dan het derde punt. We hebben te weinig plekken in Nederland voor intensieve medische kindzorg. Hoe stuurt de minister vanuit haar stelselverantwoordelijkheid op meer plekken? Ik weet natuurlijk dat zorgkantoren, zorgverzekeraars en de NZa allemaal een rol hebben, maar op dit onderdeel functioneert het stelsel niet. Ik hoor dus graag hoe de minister vanuit haar stelselverantwoordelijkheid hier regie op neemt.
Voorzitter, ik sluit af. Het is van het allergrootste belang dat er op zeer korte termijn voor al deze kinderen een passende, veilige en duurzame plek komt, niet als noodoplossing voor even, maar als plek waar ouders weer op kunnen vertrouwen, waar kinderen de zorg krijgen die zij nodig hebben en waar weer een langdurige vertrouwensband kan worden opgebouwd tussen kinderen en zorgprofessionals.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik schors de vergadering tot 15.35 uur voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 15.16 uur tot 15.37 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het debat over de sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare. Ik geef daarvoor het woord aan de minister voor de eerste termijn van de zijde van het kabinet.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil me heel graag aansluiten bij alle emoties voor de kinderen en de ouders, die in ontzettende onzekerheid zitten. We voelen die, denk ik, allemaal met elkaar in de Kamer. We hebben die ook al meerdere malen uitgesproken. We hebben, denk ik, ook wel de frustratie dat het ons maar niet lukt om dit op een goede manier met dat bestuur tot een einde te brengen.
Ik vind het dus ook ontzettend verdrietig dat ik hier opnieuw sta vanwege die situatie. Mijn gedachten zijn bij de kinderen en bij hun ouders, maar ook bij de medewerkers, want ook voor hen moet het verschrikkelijk zijn om te zien dat dat werk, dat ze zo graag hebben gedaan, op deze manier eigenlijk ook wegglijdt.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft vorige week vastgesteld dat de kwaliteit en de patiëntveiligheid van de zorg op de locaties in Vleuten en Waalre niet langer kunnen worden geborgd. Daarom heeft de inspectie ook een aanwijzing opgelegd aan Villa ExpertCare. Die aanwijzing is na een juridische procedure dinsdag ook openbaar geworden. Ik heb u daar ook al eerder vertrouwelijk over geïnformeerd. Het is ontzettend teleurstellend voor de kinderen en hun ouders dat ExpertCare zijn toezeggingen niet waarmaakt en dat zo'n ingreep door de inspectie nodig is.
Voor mij staat één ding centraal, en dat heb ik hier elke keer herhaald: de continuïteit van zorg voor ieder kind moet geborgd zijn. Daarom is er ook vanaf het begin ingezet op bemiddeling naar een structurele vervolgplek. Dat is begonnen op het moment dat ons via de pers het bericht ter ore kwam, op 26 januari, dat Villa ExpertCare twee maanden later zou stoppen. Dat is zeker verdergegaan toen ik deze rol als minister op mij nam en hiervan hoorde. We hebben echt vanaf het begin met man en macht, binnen het systeem dat we daarvoor hebben, gewerkt aan een oplossing. Ook zijn voor al die kinderen op deze locaties door zorgverzekeraars en zorgkantoren, in de tijd sinds 23 februari, in afstemming met die ouders noodscenario's uitgewerkt. Een aantal van u had daar vragen over. Die zijn bedoeld als een tijdelijk vangnet, als een directe oplossing nog niet beschikbaar is. De NZa heeft mij laten weten dat voor alle kinderen op deze twee locaties een alternatief beschikbaar is. Ik realiseer me tegelijkertijd dat het niet voor ieder gezin direct de meest passende oplossing is. Daarom blijft maatwerk voor ieder kind het uitgangspunt. Tegelijkertijd is mijn inzet erop gericht dat deze noodscenario's zo min mogelijk nodig zijn en dat ieder kind zo snel mogelijk een passende en ook een duurzame vervolgplek krijgt. Ik verwacht dan ook van alle partijen dat zij hun verantwoordelijkheid blijven nemen. Dat geldt natuurlijk in de eerste en misschien ook wel in de laatste plaats voor Villa ExpertCare zelf, maar ook voor de zorgverzekeraars en de zorgkantoren. Waar aanvullend zorgaanbod nodig is, verwacht ik ook dat zij dit organiseren vanuit hun zorgplicht. Geen enkel kind mag tussen wal en schip vallen, want uiteindelijk gaat het niet om processen of organisaties; het gaat om kwetsbare kinderen en hun gezinnen. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat er passende en veilige zorg beschikbaar blijft. Daar blijf ik mij, samen met alle betrokken partijen, onverminderd voor inzetten.
Voorzitter. U wilt vast weten in welke blokjes ik de beantwoording ga doen, dus die wilde ik nu even noemen. Het eerste blokje is zorgbemiddeling. Het tweede blokje gaat over de inspectie. Het derde blokje gaat over de rol van het ministerie van VWS en de regie van de minister. Het vierde blokje gaat over overname en alternatieven. Het vijfde blokje gaat over de toekomst van de medische kindzorg. Het zesde blokje is overig. We hebben echt ons uiterste best gedaan om alle vragen in de vijftien minuten die daarvoor waren te bespreken en te behandelen, maar het zou best kunnen zijn dat er straks nog een aantal vragen met antwoorden komen. Die zou ik dan graag in tweede termijn willen behandelen.
Voorzitter. Het blokje zorgbemiddeling. De continuïteit van zorg voor de kinderen staat voorop. Dinsdag heb ik aangegeven dat dit mijn eerste en mijn tweede en mijn derde prioriteit is. Ik zie ook dat de cliëntenraad zich inzet. Daarvoor wil ik mijn waardering uitspreken, zeker omdat de tijd die zij hierin stoppen tijd is die ze niet aan hun eigen kind en gezin kunnen besteden en omdat ik ook besef dat het een enorme slijtageslag is die zij emotioneel moeten doormaken. VEC heeft mij toegezegd dat de locaties niet zouden sluiten voordat voor alle kinderen een passend alternatief beschikbaar is. Dat heb ik elke keer herhaald, ook toen de VVD mij die vragen stelde. Daar heb ik VEC ook keer op keer aangesproken. De laatste keer was begin juni. Toen heb ik weer gezegd dat dat niet het geval mag zijn. Dat is best complex, want het gaat om een hele kleine groep kinderen met een hoogspecialistische en intensieve zorgvraag in een sector met een beperkt aanbod en personeelstekorten. Daarom kost zorgbemiddeling ook tijd. Op basis van de informatie van de NZa en de zorgverzekeraars ga ik er ook van uit dat voor alle kinderen op de locaties Vleuten en Waalre een alternatief beschikbaar is. Inmiddels is dat volgens mij dan ook een feit. Ik kijk even naar achter. Volgens mij is het een feit dat de elf kinderen die daar nog zaten inmiddels een plek hebben gekregen. Ik vraag straks nog even naar de bevestiging.
De oplossingen die er zullen zijn, zullen misschien niet altijd de oplossing zijn die ouders uiteindelijk wensen. Daarom wordt soms een noodscenario ingezet. Dat is dan een tijdelijke oplossing. Vervolgens zal er gezocht moeten worden naar een oplossing die wel past bij wat de ouders passend vinden als voorziening voor hun kind. Zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben hierover intensief rechtstreeks contact met de betrokken ouders en bekijken per gezin welke oplossing het beste aansluit. De NZa heeft aangegeven dat zorgverzekeraars voor de korte termijn aan hun zorgplicht kunnen voldoen. Tegelijkertijd onderkennen alle partijen, zoals ik net al zei, dat dit niet in alle gevallen direct leidt tot de meest passende oplossing voor de gezinnen. Daarom blijft mijn inzet erop gericht dat voor ieder kind zo snel mogelijk een passende en duurzame vervolgplek beschikbaar komt.
Voorzitter. Ik kom nu toe aan de beantwoording van de vragen.
De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen om wel steeds de blokjes af te wachten voordat we interrupties toestaan, als de leden daarmee akkoord zijn, om toch enige structuur in het debat te houden.
Minister Sterk:
Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Maeijer: kan de minister aangeven voor hoeveel van hen een passende oplossing is gevonden, voor hoeveel nu een noodoplossing wordt ingezet en in hoeverre die gesteund wordt door de ouders? Op dit moment is voor de helft van de kinderen een vervolgplek geregeld. Het gaat dan om 43 kinderen. Voor de kinderen die zorg ontvingen op de locaties Waalre en Vleuten, zijn tijdelijke oplossingen gevonden op de andere twee locaties van VEC of via noodscenario's. Ik heb daar net iets over gezegd. Met de ouders is contact geweest over die tijdelijke oplossingen en noodscenario's. De noodscenario's zijn gedurende het proces met de ouders besproken. Ik begrijp heel goed dat een tijdelijke noodoplossing niet voor ieder gezin voelt als de meest passende oplossing. Dat besef ik heel goed, maar het is wel een plek waar op dit moment een kind de zorg krijgt die nodig is.
Mevrouw Maeijer vroeg ook hoe haalbaar het is dat er een plek wordt gevonden voor de kinderen die nog geen plek hebben. Voor de elf kinderen van de twee locaties is nu een plek gevonden, deels noodscenario en deels een andere locatie. Dit raakt natuurlijk ook aan het vraagstuk van de beschikbaarheid van dit type zorg in Nederland. Daar kom ik later bij een ander blokje nader over te spreken.
Mevrouw Wendel vroeg ook naar de noodscenario's. Zij vraagt mij of een noodscenario passend is als ouders lang moeten rijden voor het alternatief. Het heet niet voor niets een noodscenario. Het is in ieder geval een tijdelijke oplossing. Ik heb aangegeven dat er uiteindelijk natuurlijk gekeken moet worden naar een passende plek voor een kind, waar het duurzaam kan blijven en waar de ouders mee kunnen instemmen. Daar wordt heel hard aan gewerkt via het Project Herberg en dat is ook waarom we de onafhankelijke intermediair hebben ingeschakeld. Die kijkt of dat voldoende is ingeregeld en die heeft inmiddels een aantal aanbevelingen aan mij uitgebracht. Wij zullen die bij de kop pakken om te zorgen dat dat proces beter gaat werken. We moeten constateren dat nog niet alle kinderen geplaatst zijn en dat dat nog beter moet. Daarmee heb ik ook antwoord gegeven op de vraag van Bikker over de noodscenario's.
Mevrouw Westerveld vroeg of het klopt dat er ook wordt gedacht aan plaatsingen bij volwassenhospices of in de ggz. Ik heb het nagevraagd bij de zorgverzekeraars en de zorgkantoren. Zij geven aan dat dit niet het geval is.
Even kijken. Ik heb een aantal vragen al in mijn inleiding beantwoord. Ik snap heel goed dat de Kamer zegt: er zijn nog twee andere locaties; hoe gaat het daar dan mee? Ik wil dan toch even teuggrijpen naar wat ik eerder heb gedaan. Ik heb begin april, toen ik hoorde dat de contracten van de personeelsleden per 1 juli zouden stoppen, VEC zo ver gekregen dat de contracten zouden worden opengebroken tot eind dit jaar, zonder dat ik daar een instrumentarium toe had, behalve misschien mijn dwingende ogen. Je wilt immers dat het personeel niet weggaat, want dan ontstaat er het vraagstuk of er nog wel passende zorg kan worden geboden. VEC heeft mij toen verzekerd dat men dat gesprek aan zou gaan met de werknemers. Het is natuurlijk een gesprek dat daar moet plaatsvinden. Ik heb geen mensen in dienst, ik kan geen mensen in dienst nemen en het is denk ik heel onwenselijk als wij dat doen. Dat gesprek is gevoerd, maar dat heeft er wel toe geleid dat het personeel toch is vertrokken. Dat kun je hen ook niet kwalijk nemen.
Datzelfde geldt voor deze twee andere locaties. Ook daar weten we dat er een zorgaanbieder eigenaar is, die gewoon wil stoppen. Daar vind ik van alles van, laat dat duidelijk zijn, maar het is wel de realiteit waar we nu mee te maken hebben. Ook daar zal het gaan betekenen dat die kinderen daar uiteindelijk geen duurzame plek hebben en dat er gezocht moet worden naar andere plekken. Daar ligt onze prioriteit op dit moment, om te zorgen dat die plekken er komen. Daarvoor hebben we het Project Herberg, waar we heel hard op sturen. Daarom heb ik een onafhankelijke intermediair aangesteld. We zijn met man en macht bezig om dat te doen. Tegelijkertijd ziet de inspectie er nu ook heel scherp op toe dat de kwaliteit van de zorg en de patiëntveiligheid echt op orde blijft, want dat is natuurlijk wat we bij de andere twee hebben geconstateerd. Daardoor moesten ze sluiten.
Dan vroeg mevrouw Maeijer of ik bereid ben om opnieuw te gaan kijken naar de plaatsing van alle 80 patiënten. We hebben juist een onafhankelijke intermediair aangesteld om een gezamenlijk en objectief beeld te vormen van de voortgang en de eventuele knelpunten. Dat is gebeurd naar aanleiding van de ruis die bleef bestaan tussen de cijfers die VEC aanleverde, de beelden van VEC die in het overleg aan bod kwamen, en ook de beelden die bij de cliëntenraad bestonden. Dat is nu juist een van de taken die die intermediair heeft.
Daarnaast adviseert Berenschot — dat is de intermediair, die inmiddels ook een advies heeft gegeven — om te komen tot één gezamenlijk dashboard voor alle betrokken partijen, waarop per cliënt inzichtelijk wordt gemaakt wat de actuele situatie is, wat de voorkeursoplossing is en wat de noodoplossing is, hoe de voortgang verloopt en waar eventuele risico's en knelpunten liggen. Ik erken de meerwaarde van de aanbevelingen van Berenschot. Laten we die ook oppakken.
Als ouders met een oplossing hebben ingestemd, mag ervan worden uitgegaan dat die op dat moment de meest passende en verantwoorde oplossing is. Als ouders echter toch het idee hebben dat zij zich daar niet in herkennen, moeten ze gewoon weer aan de bel trekken en weer naar de zorgverzekeraar en het zorgkantoor stappen om het gesprek aan te gaan. Het uitgangspunt blijft dat voor ieder kind een passende en duurzame oplossing wordt gerealiseerd.
Daarmee heb ik volgens mij ook een antwoord gegeven op de vraag van mevrouw Synhaeve wie bepaalt of het alternatief passend is. Dat wordt altijd bepaald in samenspraak met de ouders, de zorgverzekeraars en in principe ook de zorgaanbieder, want bij de zorgaanbieder ligt vooralsnog de grootste verantwoordelijkheid.
Heeft de minister oog voor ouders die met de handen in het haar zitten door dit probleem? Ja, absoluut. Ik heb natuurlijk regelmatig met de cliëntenraad gesproken. Ik probeer echt alles wat in mijn macht ligt in te zetten om naar een oplossing toe te werken. Ik heb Villa ExpertCare meermalen gesproken en ook toegesproken en aangezet om toch bepaalde acties te ondernemen, onder andere om de villa's langer open te houden.
Ik heb Villa ExpertCare begin juni ook aangesproken op de met mij gemaakte afspraak dat Villa ExpertCare niet dicht zou gaan als er geen alternatief was voor de kinderen. Dat hebben ze mij toen opnieuw verzekerd. In die zin heb ik echt gepoogd om alles te doen wat er in het stelsel mogelijk is. Als laatste heb ik de onafhankelijke intermediair aangesteld, omdat die veel meer op het proces kan toezien dan wij dat vanuit onze positie kunnen doen.
Mevrouw Wendel vraagt of ik scherp heb of er ouders zijn die bijvoorbeeld hun baan hebben opgezegd. Ik heb geen inzicht in de privésituatie van ouders. Wel is duidelijk dat de situatie voor sommige ouders inderdaad zeer ingrijpend is en dat er forse keuzes moeten worden gemaakt om de zorg te kunnen blijven organiseren. Ik blijf mezelf een beetje herhalen — dat zal vaker gebeuren in dit debat — maar de continuïteit van zorg blijft het uitgangspunt. Dat borgen we via Project Herberg. We blijven ook aandacht vragen voor de belasting van ouders. Als wordt gekeken naar een plek, wordt dat betrokken in het gesprek dat samen met de zorgverzekeraars wordt gevoerd.
Dan vroeg mevrouw Synhaeve hoe ik strakker ga sturen op nieuw personeel en op het behoud van het huidige personeel. Ik heb daar net al iets over gezegd. Dat is eigenlijk een zaak van de werkgever en ook van de werknemer. Ik verwacht in ieder geval wel dat VEC zich maximaal inspant om de personele bezetting op orde te houden totdat er een plek is gevonden voor de kinderen. Maar ik zie ook wel — dat is het eerlijke verhaal — dat de onzekerheid over de toekomst een zware wissel trekt op de medewerkers. Dat maakt de situatie extra ingewikkeld. Dat is de precaire balans waarin we continu proberen te schakelen, waarbij de focus ligt op de kinderen. In het samenspel van alle dingen die goed moeten lopen, probeer je die dingen de goede kant uit te duwen.
Uiteindelijk kun je geen mensen dwingen om in dienst te blijven. Natuurlijk moet je op zoek naar goede mensen, maar dat is uiteindelijk vooral een rol van de werkgever. Ik vind er van alles van dat we zover zijn gekomen. Ik vind dat echt iets voor de evaluatie. Wellicht, als het proces aan het begin op een andere manier was gestart, hadden we dit misschien kunnen voorkomen. Dat zal de evaluatie moeten uitwijzen. Maar dit is wel de situatie waarin we nu zitten. Nogmaals, de inspectie blijft toezien op de kwaliteit van het personeel dat er nog wel is. De inspectie zal beoordelen of de zorg voor de kinderen inderdaad voldoende is.
Voorzitter, dat was het blokje.
De voorzitter:
Ik denk dat mevrouw Maeijer nog behoefte heeft aan een interruptie, want zij stond als eerste bij de microfoon. U heeft de mogelijkheid voor vijf interrupties in de termijn van de minister. Mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hoorde de minister net zeggen dat Villa ExpertCare stuurt op sluiting. Ik denk dat dit wel het understatement van de dag is. Het is een soort sterfhuisconstructie geworden. Ik denk dat het alleen maar afwachten is tot bij de twee overgebleven villa's hetzelfde gebeurt als waar we hier vandaag voor staan. Villa ExpertCare heeft geen enkele moeite gedaan om personeel te behouden of om mensen aan trekken om open te kunnen blijven. De inspectie kraakt daar ook harde noten over. De kinderen zijn nu als noodoplossing in de twee overgebleven villa's terechtgekomen. Je kunt je afvragen in hoeverre dat een oplossing is, want ook de inspectie zegt dat dat verre reizen voor heel veel kinderen niet kan. Graag een reactie daarop. Maar moet het bestuur in de tussentijd niet gewoon vertrekken? We kunnen er toch niet op vertrouwen dat het bestuur de komende tijd gaat doen wat nodig is?
Minister Sterk:
Die vraag heb ik natuurlijk vanaf het begin gesteld. Wij hebben ook gekeken naar de positie van het bestuur. We hebben elke keer weer gewogen wat een passende actie in dit proces was. We wisten vanaf het begin dat de zorgaanbieder wilde stoppen — dat is nooit een geheim geweest — en dat mag in dit land. We hebben wel steeds gezegd dat er eerst goede opvang en een goede plek voor de kinderen moet zijn en dat pas daarna de deuren, in symbolische zin, van de hele organisatie dichtgaan. Daar hebben we steeds op gestuurd met alle partijen. De inspectie heeft steeds gekeken of dat goed ging. De zorgverzekeraars samen hebben vanuit de zorgplicht naar een plek gezocht. De NZa ziet daarop toe. Ik heb een aantal keren ingegrepen om de boel op scherp te zetten en VEC te dwingen om maximale randvoorwaarden te creëren waaronder we als eerste die kinderen geplaatst zouden kunnen krijgen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Alleen is de conclusie dat ze dat niet doen. Dat staat ook in het inspectierapport. Er wordt geconstateerd dat er onvoldoende wordt gestuurd op kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg. Dan is er toch geen enkel vertrouwen meer dat dat bestuur voor de resterende tijd — laten we hopen dat dat zo lang mogelijk is, totdat al die kinderen een passende plek hebben gevonden — daar nog enige inzet op gaat plegen?
Minister Sterk:
Ook daar heb ik natuurlijk naar gekeken. Het is best ingewikkeld om een bestuur weg te sturen als daar niet een echte sterke juridische basis voor ligt, misschien zelfs wel een strafrechtelijke basis. Op basis van wat we nu weten, is er geen basis om het bestuur zomaar weg te sturen. De vraag is ook ten zeerste of de kinderen daarmee geholpen zijn. Wel zou het misschien recht doen aan onze gevoelens over dat bestuur en over hoe dat opereert. Nogmaals, in de evaluatie moeten we kijken wat we daarin kunnen betekenen. Op dit moment ziet de inspectie erop toe dat de continuïteit van zorg, in kwaliteit en patiëntveiligheid, niet onder druk komt te staan. Ik kom daar dadelijk ook op terug bij het mapje over de inspectie. Daar ligt de focus op dit moment op en daar wordt het bestuur ook aan gehouden. We hebben daar nog speciaal iemand bijgezet, de inspectie zit daarbij en daar hebben we het Project Herberg voor opgericht. Daar leg ik op dit moment mijn prioriteit.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb hier wel grote moeite mee. Wat moet er nog gebeuren voordat het bewijs er wel ligt? Dit bestuur is geen onderdeel meer van enige oplossing. Dat hebben de afgelopen maanden toch wel bewezen. Het staat ook gewoon in het inspectierapport. Moeten we dan wachten totdat het fout gaat of er een incident is en we een soort strafrechtelijke reden hebben om dit te constateren? Het kan eigenlijk niet slechter gaan dan het nu gaat. Ik zou zeggen: vervang het. Laten we in ieder geval kijken of daar mensen met goede intenties kunnen zitten.
Minister Sterk:
Juist om te voorkomen dat er incidenten plaatsvinden, ziet de inspectie daar nu ook zo scherp op toe. Ik heb de afgelopen dagen hierover ook met de inspectie gesproken, juist omdat we willen voorkomen dat dit leidt tot onveilige zorg en onveiligheid voor deze kinderen. Dat is onze focus, daar zijn we met man en macht mee bezig.
Mevrouw Wendel (VVD):
Twee van de vier zorgvilla's zijn gisteren gesloten. In mijn termijn probeerde ik al duidelijk te maken dat mijn grootste zorg bij die twee andere villa's ligt. Hoe zorgen we ervoor dat die openblijven? Als ik ouders spreek, is wel het belangrijkste wat ik hoor: het personeel is de kern en eigenlijk de enige reden dat die kinderen nog zorg krijgen, want van het bestuur hoeven we dat niet te verwachten. Mijn zorg ligt specifiek bij het volgende. We weten dat er bij ExpertCare in de zomer altijd al schaarste in personeel is vanwege vakanties en dergelijke. Hoe zorgt de minister ervoor dat dat personeel behouden blijft en dat we hier niet straks in september terugkomen met de conclusie dat alle vier de zorgvilla's gesloten zijn vanwege gebrek aan personeel?
Minister Sterk:
Ik kan het personeel niet behouden, maar ik kan er wel — dat doet de inspectie — op toezien of er voldoende waarborgen zijn om die kwaliteit en patiëntveiligheid te bieden. Dat ligt er natuurlijk ook aan of er voldoende personeel is, maar dat is een verantwoordelijkheid voor VEC. Die moet zorgen dat dat op orde blijft, en de inspectie ziet daarop toe. Helaas hebben we moeten constateren dat dit voor de twee locaties die gesloten zijn op een gegeven moment niet meer gold, ondanks de toezegging van VEC om de contracten open te breken en het mogelijk te maken dat mensen tot het einde van het jaar in dienst konden blijven. Medewerkers hebben natuurlijk zelf ook de mogelijkheid om te kijken of ze hier nog wel willen werken.
Mevrouw Wendel (VVD):
De inspectie ziet daar inderdaad op toe, maar dan zitten we aan de achterkant. De inspectie constateert wanneer er niet meer voldoende gekwalificeerd personeel is om de veiligheid en de zorg voor deze patiënten te kunnen waarborgen. Eigenlijk zijn we dan te laat, want dan concluderen we dat het niet meer in orde is. Ik zoek naar wat de minister kan doen om ervoor te zorgen dat ExpertCare dat personeel wel langer in dienst houdt. Ik begrijp dat dit met het instrumentarium van de minister lastig is. Ik denk overigens ook dat we dat moeten evalueren. Maar wat kan de minister nou doen om ervoor te zorgen dat we deze zomer niet het bericht krijgen dat er nog veel meer personeel is afgehaakt en dat de toko daarom moet sluiten?
Minister Sterk:
VEC heeft ons verzekerd dat op dit moment de personele bezetting voor de zomer op orde is. De inspectie kijkt mee om te zien of dat ook echt klopt, zeg ik even heel nadrukkelijk. Die houdt dat in de gaten. Veel meer dan dit kan ik op dit moment niet zeggen, want nogmaals, ik heb geen instrumenten om mensen in dienst te houden. Ik heb al het uiterste gedaan door af te dwingen dat de mensen in ieder geval minimaal tot het eind van het jaar in dienst zouden mogen worden gehouden. Maar ja, als mensen er uiteindelijk zelf voor kiezen om uit dienst te gaan, heb ik geen instrument om dat tegen te houden, en de werkgever uiteindelijk ook niet, vrees ik.
Mevrouw Wendel (VVD):
De minister heeft er een onafhankelijke intermediair tussen gezet. We zeiden het net al: de inspectie zit echt aan de achterkant. Die constateert naar mijn mening eigenlijk pas wanneer het te laat is. Kan die onafhankelijke intermediair daar misschien nog iets mee? Kan de minister bijvoorbeeld die intermediair de opdracht geven om meer aan de voorkant te kijken en met het bestuur in gesprek te gaan over hoe het personeel behouden kan blijven?
Minister Sterk:
De intermediair kijkt op dit moment bij al die aspecten mee. Die heeft ook een aantal aanbevelingen gegeven om het proces van goede plaatsing te versnellen. Ik kijk natuurlijk ook mee naar hoe dat verloopt. Maar de verantwoordelijkheid voor het in dienst houden van mensen ligt nou eenmaal bij VEC. Ik zie erop toe of de zorg op orde blijft. Dat is waar we ons hier allemaal op focussen. Daar heb ik ook de inspectie voor, die daar steeds de vinger aan de pols houdt. Die kijkt ook of er inderdaad voldoende personeel ingeroosterd is voor de komende periode. VEC geeft aan dat dat het geval is. Dan kan ik weinig anders doen dan daarop vertrouwen en de inspectie erop vertrouwen — dat doe ik ook — dat zij dat heel scherp in de gaten houden.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik wil bij een ander punt stilstaan. Ik ben bang dat we bij een deel van deze kinderen, gezien het om heel veel kinderen gaat, nu zeggen dat er al een passend alternatief is terwijl dat in de praktijk misschien nog niet zo is. Ik ga even terug naar het voorbeeld dat ik in mijn eigen spreektijd aanhaalde. Het kind krijgt vier dagen per week zorg bij ExpertCare. Voor twee dagdelen is nu een alternatief, en voor de overige drie dagen niet. Ik kan me best voorstellen dat, hoewel dat niet is wat we willen, dat als deel van het noodscenario wordt gezien. Kan de minister garanderen dat dit niet het "passend alternatief" is dat wij zien als een duurzaam passende vervolgplek?
Minister Sterk:
Ik heb daar volgens mij net al over gezegd dat het soms zo kan zijn dat er een alternatief komt waar ouders zich misschien min of meer een beetje toe gedwongen voelen. Je wil nou eenmaal dat er een plek is voor je kind. Als iemand dan belt en zegt dat er een plek voor je kind is, misschien niet voor vier dagen maar voor twee dagen, dan zeg je als ouder: ja, doe dan maar. Dat snap ik ook in die situatie. Tegelijkertijd blijft de vraag natuurlijk of het echt een passende voorziening is. Daarom heb ik ook aangegeven dat, als ouders het gevoel hebben dat het niet passend is, ze dan ook gewoon weer contact moeten zoeken met de zorgverzekeraar om te zoeken naar een duurzame plek, na deze plek. Ik kan daar verder zelf niet in treden, want het is uiteindelijk natuurlijk aan ouders zelf wat voor hen passend is of niet in de situatie die er is. Daarbij hoort ook dat ze bekijken of een ouder het aankan. Dat was een andere vraag die gesteld is. Dat moet in dat gesprek natuurlijk ook een plek krijgen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel. Ik begrijp dat er een dashboard gebouwd wordt. Ik denk dat het ons als Kamer heel erg zal helpen als we het onderscheid kunnen zien in het dashboard. Dan is zichtbaar wie de kinderen zijn bij wie alles op groen staat, met ouders, zorgaanbieders en een plek waar een kind op langere termijn kan blijven, ten opzichte van "het is eigenlijk niet ideaal, maar we moeten het hier even mee doen". Het verzoek aan de minister is om dat mee te nemen bij de uitwerking van het dashboard.
Minister Sterk:
Dat wil ik meenemen bij de uitvoering van het dashboard, om te kijken hoe we dat kunnen vormgeven.
Mevrouw Westerveld (PRO):
De minister verwijst nu een aantal keer naar wat het bestuur van VEC haar heeft verteld, ook bijvoorbeeld wat betreft de 43 kinderen. Naar ik begrijp komt de informatie dat er voor hen een oplossing zou zijn, ook weer van ExpertCare. Volgens mij heeft deze organisatie vanaf eind januari laten zien dat er geen enkele reden is om welke belofte of welke toezegging dan ook van hen te vertrouwen. Ik wil de minister dus vragen: kan zij garanderen dat deze cijfers kloppen en er voor 43 van deze kinderen een oplossing zou zijn? Ik hoor in alle eerlijkheid namelijk andere verhalen van ouders. Ik weet ook wel wie ik hierin moet geloven.
Minister Sterk:
Dit is ook precies de reden waarom ik vorige week een onafhankelijke intermediair heb ingesteld. Ik hoorde namelijk ook deze verhalen en ik heb specifiek hierover met de cliëntenraad gesproken. Ik wil dat wij weten dat de cijfers die worden aangeleverd ook de daadwerkelijke cijfers zijn. Daar ziet die intermediair nu op toe. Die heeft een aantal aanbevelingen gedaan om de ruis weg te halen uit het proces dat bij Project Herberg speelt. De aanbevelingen die worden gedaan, ga ik opvolgen, juist om zeker te weten dat de informatie die VEC verstrekt, klopt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap de redenering van deze minister gewoon niet helemaal. Misschien kan de minister mij helpen. Ik heb in mijn betoog gezegd: op 20 mei zei de inspectie eigenlijk al dat ze geen vertrouwen had in het bestuur, maar ook niet in dat er voldoende plekken zijn en er dus, als locaties dichtgaan, geen kinderen over blijven. Dat was toen, op 20 mei, al bekend. Nu herhaalt de inspectie dat en moeten er twee locaties dicht. Maar er zijn ook nog steeds twee locaties open, dus er is ook nog een risico dat die locaties dichtgaan. Dan zegt de minister: de IGJ ziet erop toe dat de continuïteit van de zorg geen gevaar loopt.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dat was op 20 mei al zo. Dat was toen al zo en dat is nu ook zo, zowel voor de twee locaties die nog open zijn, waar die kinderen nog zitten, als voor de kinderen die op een niet-passende plek worden geplaatst.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Wanneer grijpt de inspectie dan in met bestuursdwang? Ik snap dat ze de locaties sluiten, maar wanneer met bestuursdwang?
Minister Sterk:
Mag ik deze vraag dadelijk even bij het blokje inspectie behandelen? Daar hoort deze vraag eigenlijk thuis.
De voorzitter:
Kunt u de inhoud ervan erbij pakken? Mevrouw Dobbe wil het namelijk klaarblijkelijk nu graag uitdebatteren.
Minister Sterk:
Dan ga ik even zoeken in mijn mapje, voorzitter. Maar misschien moet ik gewoon gelijk beginnen met dit blokje. Zal ik dat gewoon doen?
De voorzitter:
Zeker.
Minister Sterk:
Voorzitter. Zoals ik al zei, heeft de inspectie een aanwijzing opgelegd, omdat er ernstige tekortkomingen waren bij VEC in het borgen van de kwaliteit en de veiligheid. Die constateert inderdaad ook dat het bestuur niet in staat is om te zorgen voor voldoende deskundige zorgverleners om de zorg op de locaties veilig te kunnen continueren. Die maakt zich ook ernstige zorgen over wat dat betekent. Daarom heeft ze dus die aanwijzing gegeven, om te zorgen dat de kinderen van die twee locaties zo snel mogelijk weg zouden gaan. Ik heb inmiddels begrepen dat die op drie na herplaatst zijn naar een andere plek. Voor die drie wordt op dit moment wel zorg geboden op een andere plaats.
Uw vraag was: waarom hebben ze dat eind mei dan niet gedaan? Eerder in het traject had de IGJ geen aanleiding, geen normoverschrijding die een ingrijpende maatregel rechtvaardigde, want daar kijken ze natuurlijk naar. Maar het feit dat ze dit rapport hebben opgeleverd, doet natuurlijk ook iets. Daardoor zijn we er natuurlijk ook in het Project Herberg met alle partijen nog meer op gedoken. Toen de noodzaak er wel was — de aanmaning was er eind juni — is inderdaad gezegd: die kinderen moeten daar nu weg. Als het bestuur dat niet had gedaan, had ze inderdaad bestuursdwang kúnnen opleggen, maar de kinderen zijn daar nu weg, dus in die zin heeft het instrument van de bestuursdwang geen … Bestuursdwang gaat erover of iemand de aanmaning opvolgt. Dat is dus nu niet meer nodig.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap dit oprecht niet, want de inspectie is er toch voor om te zorgen dat de continuïteit van zorg niet in gevaar komt? Die is er toch niet om te wachten totdat het zo is en dan pas in te grijpen? De inspectie had dit toch bijvoorbeeld op 20 mei al kunnen doen? Sorry, voorzitter, maar ik zeg dit omdat wij hier een hele discussie hadden: kan de minister ingrijpen? Toen zei de minister: ik wil wel, maar ik kan niet. Toen zei ze op een gegeven moment: de inspectie zou wel kunnen ingrijpen; die zou wel wat kunnen doen. Nu wacht de inspectie eigenlijk totdat het te laat is, want dat is het. Maar waarom heeft de inspectie of heeft de minister dan niet eerder, op het moment dat de zorg nog niet in gevaar was, opgedragen om andere maatregelen te nemen, bijvoorbeeld om meer personeel aan te trekken?
Minister Sterk:
Ik heb VEC begin juni nog aangesproken op de afspraak die er was dat locaties pas gesloten zouden worden als er een goede plek was voor de kinderen. Maar ik gaf net ook al aan: als personeel wegloopt en je kunt geen goed personeel vinden, dan kan dat gevolgen hebben voor de kwaliteit van zorg. Daar heeft de inspectie op toegezien. Daarom heeft de inspectie nu gezegd dat de continuïteit gevaar loopt. Die heeft overigens geen gevaar gelopen, want voor 1 juli zijn de kinderen daar wel weggeplaatst, dus in die zin is de zorg er nog steeds. Het was natuurlijk mooier geweest — dat was ook de afspraak die er was — dat de kinderen echt een goede plek zouden krijgen voordat de locaties zouden zijn gesloten.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit kost me allemaal interrupties, maar ik maak hier echt bezwaar tegen. Hoe kan de minister nu zeggen dat de continuïteit van zorg geen gevaar loopt?
Minister Sterk:
Ja, maar …
De voorzitter:
Nee, minister, minister, minister. Mevrouw Dobbe is aan het woord.
Mevrouw Dobbe (SP):
Want er zijn nu nog twee locaties open. Daar zitten nog kinderen. Daar heeft de inspectie van gezegd: het bestuur is niet in staat die locaties en de kwaliteit van zorg goed te borgen. De continuïteit van zorg loopt daar dus gevaar voor die kinderen. Van de kinderen die zijn herplaatst weten we ook dat die op niet-passende plekken zitten, in veel gevallen. Dan loopt de continuïteit van zorg gevaar. Waarom kan deze minister niet erkennen dat de continuïteit van zorg gevaar heeft gelopen en nu ook gevaar loopt, zodat er dan ook ingegrepen moet worden?
Minister Sterk:
De inspectie grijpt in als er normoverschrijding ís. Die is er dus nu geweest, eind juni. Daarom heeft de inspectie op dat moment ook ingegrepen. Die was er op dat moment, eind mei, naar de standaarden van de inspectie nog niet. Dat is ook waarom we toen op die manier, zoals er nu is ingegrepen, via die aanwijzing, nog niet hebben ingegrepen. Dat is er gewoon gebeurd.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Maar dan betekent het dat het bedrijf B. Braun, dat zegt te staan voor geweldige zorg, eigenlijk door normoverschrijding zijn zin gaat krijgen — en dus staat het voor allerbelabberdste zorg, maar dat terzijde — en dat de minister dat pas kan vaststellen als dat is gebeurd. Het bedrijf ontsnapt dus eigenlijk door slechte zorg te leveren, waar het officieel een zorgplicht heeft, die is vastgesteld door de wetgever, door te zeggen: dat doe ik gewoon niet. Staan we dan met lege handen? Is dat de conclusie?
Minister Sterk:
Zoals ik al zei: ik vind er ook van alles van. Ik vertrouw er eigenlijk op dat als een zorgaanbieder vindt dat zij zorg willen dragen voor deze kwetsbare groepen, zij dat vanuit hun hart doen, dat ze dat ook met de beste intenties doen en dat dat ook betekent dat je voorkomt dat je in zo'n situatie terechtkomt. Toen ik al eerder zag — dat was niet pas eind mei — dat dit niet goed ging, hebben wij ook al de boel opgeschaald, zijn we eromheen gaan staan, zijn we erop gaan drukken, heb ik ze naar mijn kantoor gehaald en hebben we wekelijks overleg gehad, en op het eind dagelijks. Toch is het ons uiteindelijk niet gelukt om te voorkomen dat we in deze situatie kwamen. Daar baal ik ook van. Daar moeten we ook van leren. Heeft het stelsel nou inderdaad gedaan wat het moest doen? Hebben we misschien meer nodig? Hadden we dit kunnen voorkomen? Wie had dat dan moeten doen? Ik ben bereid om daar ook heel mijn eigen optreden bij te betrekken. Dat moeten we volgens mij gaan doen. Nú ben ik vooral bezig met ervoor zorgen dat die kinderen een veilige plek krijgen en dat die ouders de rust krijgen die ze verdienen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat laatste streven deel ik; daar steun ik de minister in. Er is toch ook iets anders wat mij bezighoudt, want er zijn nog twee locaties open. Ik ben al een poosje gestopt met dit bedrijf te vertrouwen op de bruine ogen, de blauwe ogen of welke ze ook hebben. Ik vrees dat we de situatie van de afgelopen weken de komende zomer ook weer gaan zien. Deze Kamer is dan met reces en de minister staat met lege handen, terwijl ze wel een belofte aan de minister hebben gedaan. Dan vraag ik mij toch af of daar civielrechtelijk of bestuursrechtelijk ergens op de een of andere manier gevolgen aan verbonden kunnen worden, al dan niet in de dreigende sfeer, waardoor dit bedrijf bij zinnen komt. Net als de minister hoop ik dat men de morele inzet heeft om voor deze kinderen te zorgen.
Minister Sterk:
Laten we daarmee beginnen: dat je hoopt dat men de morele inzet heeft om dit op een goede manier op te lossen. Dat zeg ik dan maar even op persoonlijke titel. Ik snap het dilemma dat u schetst. We weten natuurlijk ook dat die locaties gaan sluiten, want dat is waarom we hier nu staan. Er wordt dus ook niet pas achteraf gekeken. Zojuist leek in het debatje de indruk te ontstaan dat de inspectie achteraf gaat constateren of er wel goed gewerkt is. Nee, de inspectie kijkt nu aan de voorkant mee bij wat er gebeurt en daar zit ook nog eens een intermediair bij. Wij proberen daar met man en macht te voorkomen dat dit leidt tot sluiting van de twee andere locaties voordat deze kinderen een goede plek hebben. Op dit moment is de informatie gewoon dat dat op orde is en dat de roosters voor de zomer gevuld zijn met voldoende gekwalificeerd personeel om de zorg voor die kinderen te dragen. Ik kan op dit moment dus weinig anders doen dan dat te geloven — natuurlijk met een check van de intermediair en de andere partijen of dat daadwerkelijk klopt, maar daar ziet ook de inspectie op toe — en daar dagelijks naar mee te blijven kijken. Als we ook maar één signaal krijgen dat dit anders is, acteren we daar natuurlijk op.
De voorzitter:
Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat de minister weer een deel van haar beantwoording voortzet. Misschien nog een interruptie van mevrouw Bikker, maar daarna gaan we even verder, want om 17.30 uur staat er alweer een volgende trits tweeminutendebatten op de rol en ik gun u ook een volwaardige tweede termijn in dit debat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. Voor mij is dit de kern van dit debat. Daarom doe ik nu even deze drie interrupties. Allereerst complimenten, ook voor het personeel, dat in onzekere omstandigheden er wel voor kiest om er voor die kinderen te zijn. Dat is gewoon goud, maar ik zou de minister wel willen vragen om zelf, via de landsadvocaat of via wie dan ook na te gaan of in ieder geval alle extra gemaakte kosten verhaald kunnen worden — dat zijn er nogal wat; ik zou bijna zeggen dat de Kamer er ook iets te vaak over vergadert — zodat het bedrijf weet dat dit niet zonder sancties blijft. Dat geldt ook voor andere kwaadwillenden, mochten die er zijn. Ik heb gelukkig nog niemand gezien die het zo bont maakte als dit bedrijf. Name and shame; het is gewoon fascinerend hoe slecht het is, maar dat moet wel aangepakt worden. Van mij heeft de minister dus het volle mandaat om daar alles uit de kast te halen.
Minister Sterk:
Dat zie ik als een aanmoediging. Ik kan kijken wat ik daarin kan doen en wat daarin mogelijk is. Ik doe daarmee geen toezeggingen, maar ik ga dat zeker bekijken.
De voorzitter:
Heeft u dan nog …
Minister Sterk:
Ik denk dat ik in het interruptiedebatje eigenlijk al heel veel vragen heb beantwoord over de inspectie, evenals de vraag of we konden ingrijpen of niet. Ik kijk dus eigenlijk vooral nog naar de Kamer.
De voorzitter:
Ik kijk vooral naar u om verder te gaan met het onderdeel VWS en het ministerie.
Minister Sterk:
Ja, dan ga ik naar het volgende blokje, voorzitter. Wat betreft de rol van het ministerie en de regie die je als minister in dit soort casussen hebt, hebben wij vanaf het begin … Ik zei al dat het ministerie vanaf 27 januari actief is betrokken, toen dat persbericht kwam, en ikzelf al vanaf 23 februari. Ik heb daar van alles in gedaan. Daar heb ik net al het nodige over gezegd. Ik blijf ook interveniëren waar dat binnen mijn bevoegdheden mogelijk is. Ik heb geen wettelijke bevoegdheden om de zeggenschap over een private zorgaanbieder over te nemen, bestuurders te ontslaan of organisaties te dwingen tot voortzetting, overname of doorstart. Daarom richt ik mij op wat ik wel kan; dat hoort u mij steeds herhalen. Dat is: partijen aan hun verantwoordelijkheid houden, knelpunten oplossen en de continuïteit van zorg voor cliënten borgen.
Dan was er de vraag wat die intermediair precies doet. De opdracht is het bewaken van de voortgang van de zorg, bemiddelen en het bevorderen van een zorgvuldig proces, zodat er voor ieder kind een passende oplossing komt. De eerste analyse laat zien dat de grootste knelpunten vooral liggen in de samenwerking, de regie en de informatievoorziening tussen betrokken partijen. Daar heeft u volgens mij zojuist ook al iets over gezegd: kloppen cijfers die worden aangeleverd wel? Een eventuele overname kan onderdeel zijn van een duurzame oplossing, maar is op dit moment geen oplossing voor de acute situatie van de kinderen die nu zorg nodig hebben. Daarom loopt de zorgbemiddeling onverminderd door.
Mevrouw Westerveld vroeg ook naar de mogelijkheden om in te grijpen als overheid. Daar heb ik net al iets over gezegd, denk ik.
Dat geldt ook voor de vraag van mevrouw Dobbe. Zij vroeg hoe ik kijk naar mijn eigen handelen en wat ik anders had kunnen doen. Ik heb net al aangegeven dat ik zeer bereid ben om ook mijn handelen straks bij de evaluatie te betrekken. Ik zie trouwens dat mevrouw Dobbe nu niet aanwezig is in de zaal. Daartoe ben ik dus zeer bereid. Ik denk dat wij op dit moment alles doen wat erop is gericht om passende zorg voor de kinderen te vinden. We doen daar alles aan wat binnen onze macht ligt.
Mevrouw Tijmstra vroeg of er voldoende is vastgelegd in wetgeving over wat de concrete verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder is bij discontinuïteit van zorg. Ik vind dat we deze vraag ook moeten betrekken bij de evaluatie. Dit zijn allemaal grote vragen die misschien wat ver gaan voor dit debat, hoewel ze zeer relevant zijn.
Ik denk dat dat ook geldt voor de vraag van mevrouw Bikker over de wettelijke zorgplicht. Zij vroeg wat die in de praktijk waard is. U vraagt eigenlijk of het systeem voldoende werkt en of we voldoende in handen hebben om dit tegen te gaan.
Meneer Claassen vroeg wat ik gisteren en vandaag heb gedaan om de kwalijke effecten teniet te doen. Ik heb met de inspectie gesproken en met de ambtenaren nagedacht over of er nog dingen zijn die we op dit moment kunnen doen. Ik hoop dat u niet twijfelt aan mijn inzet op dit punt.
Dat waren de vragen in dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
U vervolgt met het onderdeel overname.
Minister Sterk:
In dit blokje heb ik maar een paar vragen. Een overname is primair natuurlijk een privaatrechtelijke aangelegenheid. Het gaat tussen betrokken partijen. VEC, de zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben zich ingespannen om een overname op korte termijn mogelijk te maken. Als je helemaal aan het begin had gekeken, zou dat misschien de meest wenselijke oplossing zijn geweest. Ondanks het verlengen van de deadlines is er geen onderbouwd overnameplan ingediend. Sinds vrijdag 26 juni is er contact geweest tussen de beoogde overnamepartij en de intermediair. Daarbij is aangegeven dat de beoogde overnamepartij zich voor het verdere traject dient te wenden tot Villa ExpertCare en de zorgverzekeraars.
Het beeld dat de zorgverzekeraars en zorgkantoren geen overname willen, klopt niet. Mocht zich alsnog een partij melden met een goed onderbouwd overnameplan dat bijdraagt aan de continuïteit van de zorg, zullen VEC, de zorgverzekeraars en de zorgkantoren dat natuurlijk beoordelen. Gezien het proces van de afgelopen maanden en het gebrek aan concrete plannen met cijfers en toezeggingen, hebben we weinig vertrouwen dat er op dit moment een snelle overname zou kunnen plaatsvinden. Een eventueel toekomstig initiatief zou mogelijk zijn, maar biedt voor de huidige, acute situatie geen oplossing. Als dat er komt, ben ik natuurlijk de eerste om mij daarachter te scharen, maar dat is niet aan mij; dat is echt aan de private partijen.
De voorzitter:
Is dit alle beantwoording op het onderdeel overname?
Minister Sterk:
Ja, dat denk ik wel.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik heb niet gezegd dat zorgverzekeraars of zorgkantoren dat niet zouden willen, zeg ik voor het geval dat zo geïnterpreteerd is. Wat mij dwars zit, is dat de directie van ExpertCare de overnames dwarszit. Ik heb een aantal mensen gesproken die hebben aangegeven dat het interessante locaties zijn. Als je zo'n partij bent, dan heb je informatie nodig over de locatie, de staat van de gebouwen enzovoort, enzovoort. Om je eigen plan financieel goed rond te krijgen, moet je weten wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Wat ik hoor, is dat ExpertCare hierbij weer dwars lijkt te liggen en dat gegevens die nodig zijn, dreigen niet te worden gegeven. Mijn vraag aan de minister is: kan de minister de directie van ExpertCare dwingen om mee te werken als mensen zich melden en om een serieuze partner te zijn voor de overname van die locaties?
Minister Sterk:
Ik denk dat het niet in mijn mandaat ligt om Villa ExpertCare te dwingen om mee te werken, maar ik kan wel een heel nadrukkelijk beroep op ze doen, zoals ik eerder ook heb gedaan toen het ging over de contracten en het open blijven. Ik heb hen toen ook aan de afspraken herinnerd. Ik begrijp dat de intermediair ook heeft gesproken met Villa ExpertCare. Maar uiteindelijk is het wel een zaak van Villa ExpertCare, zorgverzekeraars en de overnamepartijen om te komen tot een akkoord.
De voorzitter:
U vervolgt met de toekomst van de medische kindzorg. Ik stel voor dat u dan ook het onderdeel overige erbij pakt.
Minister Sterk:
Ja.
De voorzitter:
Dan geven we nog ruimte voor een ronde interrupties en daarna gaan we meteen door met de tweede termijn van de Kamer, die bestaat uit één minuut en twintig seconden per spreker. U vervolgt.
Minister Sterk:
Voorzitter, ik ga mijn best doen. De toekomst van de medische kindzorg. Ik begrijp prima dat dat inderdaad een grote vraag is. Dat is eigenlijk de vraag die hierboven hangt: hoe kan het nou dat er zo weinig andere plekken zijn en dat dit zo kwetsbaar is? Daarom zijn we enerzijds bezig met een onderzoek naar de tarifering voor deze medische kindzorg. Kloppen de tarieven inderdaad? Ten tweede zijn we aan het verkennen hoe het nu precies gesteld is met deze doelgroep en het aanbod, om ook te kijken of er opschaling moet zijn. Ik heb daarnaast zorgverzekeraars en zorgkantoren opgeroepen om bij de oplossingen die ze zoeken niet alleen binnen het huidige systeem te kijken, maar ook daarbuiten, omdat uiteindelijk aan de zorgplicht moet worden voldaan. Ik zie inderdaad de vragen die deze casus oproept. Daar zijn we naar aan het kijken. Die opdracht had de NZa overigens ook al voordat dit debat speelde.
Mevrouw Westerveld vroeg nog hoe ik ga voorkomen dat commerciële, soms buitenlandse bedrijven opnieuw zo'n essentiële positie kunnen innemen. Ik zeg kortheidshalve dat zeer binnenkort, zeker binnen een week, de uitwerking van de Wibz naar de Kamer komt. Die is er ook voor bedoeld om malafide zorgaanbieders nog meer aan te kunnen pakken. Dat is ook gelijk een antwoord op de vraag van de heer Claassen.
Voorzitter. Dan ga ik naar de overige vragen. Ik probeer het allemaal wat te verkorten. Dat ziet u.
Mevrouw Westerveld vroeg of de kosten op Villa ExpertCare kunnen worden verhaald. Wat ik in ieder geval weet, is dat Villa ExpertCare de eventuele extra kosten die samenhangen met de huidige situatie zelf draagt. Dat is denk ik ook een antwoord op de vraag van mevrouw Bikker, want zij vroeg daar net ook iets over. Op dit moment ligt er nog geen verzoek om aanvullende financiering of vergoeding van de kosten bij het ministerie van VWS. Die kosten kunnen dus inderdaad in principe verhaald worden op Villa ExpertCare.
Een vraag van de heer Van Houwelingen gaf de indruk dat een verzoek om extra middelen door Villa ExpertCare zou zijn ingediend en dat dat zou zijn geweigerd, maar Villa ExpertCare heeft dat verzoek nooit gedaan aan de zorgverzekeraars of de zorgkantoren en heeft ook niet gezegd dat het bijvoorbeeld hogere tarieven nodig had. Dat heb ik vandaag nogmaals bevestigd gekregen.
Ook een vraag van de heer Van Houwelingen: of ik bekend ben met de correspondentie tussen zorgverzekeraars en VEC om een hoger tarief te geven. Daar heb ik volgens mij net antwoord op gegeven. Die vraag heeft ons in ieder geval niet bereikt.
Voorzitter. Dan heb ik nog een aantal vragen hier in een map zitten. Mevrouw Dobbe vroeg hoe ik ga zorgen dat er in de toekomst voldoende plekken zijn voor hoogcomplexe zorg en dat die niet in handen van commerciële investeerders komen. Dat is inderdaad iets wat we na het oplossen van deze vreselijke situatie met elkaar moeten gaan bekijken.
Dan een vraag van de heer Claassen. De Wibz komt zeer binnenkort naar de Kamer. Daarin ga ik ook kijken of we die excessen in private equity kunnen beperken.
De vraag van de heer Van Houwelingen over tarieven heb ik net ook beantwoord.
Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee alle vragen heb beantwoord.
De voorzitter:
Ik heb interrupties van mevrouw Tijmstra, mevrouw Westerveld, meneer Van Houwelingen en mevrouw Synhaeve. Mevrouw Tijmstra.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik ben blij om te horen dat de minister aan de slag gaat met hoe de medische kindzorg in Nederland in de toekomst wordt georganiseerd. Onderzoek naar de tarifering en het aantal plekken is belangrijk, maar ik voel wel een enorme urgentie dat we daar gewoon tempo op gaan maken. Mijn vraag is dus eigenlijk of er inzicht kan komen in het proces. Als de minister dat nu niet paraat heeft, is het ook goed om per brief geïnformeerd te worden. Die onderzoeken bij de NZa kunnen ook zo ellenlang duren en ik vind eigenlijk dat het gewoon snel moet.
Minister Sterk:
Ik kom daar in tweede termijn op terug.
De voorzitter:
Mevrouw Westerveld is nog in overleg. Meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Veel dank voor de beantwoording. Dat ik het begrijp, hè: in die brief van Villa ExpertCare staat heel uitgebreid toegelicht "we redden het niet met deze tarieven". Begrijp ik het nou goed van de minister — dat zou inderdaad heel opmerkelijk zijn — dat Villa ExpertCare nooit met de minister of met de zorgverzekeraars daarover heeft gesproken? Dat is toch het eerste wat je zou verwachten van een zorgaanbieder, dat die zegt: we redden het niet met deze tarieven? Maar dat is dus simpelweg niet gebeurd? Daar hebben ze nooit over aan de bel getrokken?
Minister Sterk:
Het eerste dat wij van Villa ExpertCare hoorden, was het persbericht dat naar buiten kwam.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Oké. Dat is toch wel heel erg bizar. Dat is op z'n minst onverantwoord bestuur, want dan doe je dus niet ... Maar oké, dank voor dat antwoord. Dat is in ieder geval duidelijk.
Dan had in nog een tweede, meer algemene vraag over iets waar we het eerder over hadden, namelijk de onevenwichtigheid die ik denk te zien in het stelsel. Als zorgverzekeraar word je geprikkeld om de zorgkosten laag te houden, maar als ze te laag zijn, vallen zorgverleners om en hoef je dus helemaal geen zorg meer te vergoeden. Het is ook niet zo dat je dan een boete krijgt of zo. Hoe kijkt de minister aan tegen die onevenwichtigheid? Als je zorgverzekeraar zou zijn, zou je kunnen zeggen — ik zeg niet dat zorgverzekeraars dat bewust doen; die zijn ook te goeder trouw — "laten we de tarieven maar te laag vaststellen, dan vallen zorgverleners om en we krijgen toch sowieso geen boete". Hoe ziet de minister dat?
Minister Sterk:
Daar hebben we een instituut voor dat daar onafhankelijk naar kijkt, namelijk de NZa. Die ziet toe op de tarieven en als er inderdaad te lage tarieven zijn, dan is dat ook een zaak voor de NZa. Voor wat betreft de tarieven in deze hoogspecialistische medische kindzorg: er loopt nu een onderzoek naar of die inderdaad voldoende dekkend zijn, en dat gebeurt ook daarom door de NZa.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Tot slot. Dank, dat begrijp ik, maar die NZa, en dat begrijp ik dus maar niet: die kan zeggen "ik vind het wel te laag" maar ze kan geen boete opleggen of zo. Als je als zorgverzekeraar te lage zorgtarieven inkoopt, dan is het niet zo dat je een boete krijgt als het dan verkeerd gaat. Dat is toch ...
Minister Sterk:
Ik kom op de instrumenten van de NZa ...
De voorzitter:
Minister, minister! U krijgt het woord, en u neemt het natuurlijk niet. Was u uitgesproken, meneer Van Houwelingen?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja.
Minister Sterk:
Excuus, voorzitter, uiteraard. Ik zal in de tweede termijn even terugkomen op de vraag welke instrumenten de NZa heeft om hier mogelijk iets tegen te doen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik hoorde de minister net zeggen: we zijn ook aan het onderzoeken of opschaling van het aantal plekken voor die intensieve of die hoogspecialistische medische kindzorg nodig is. Ik snap echt dat we een aantal dingen goed moeten onderzoeken, maar volgens mij weten we hierbij dat er echt veel te weinig plekken zijn. Anders waren we nu niet al maanden bezig om voor 80 kinderen een goed alternatief te vinden. We weten ook dat twee andere locaties eveneens gaan sluiten, dus ik denk: we moeten als de wiedeweerga aan de slag met plekken creëren! Onderschrijft de minister dat? En zo ja, welke concrete stappen worden daar dan nu in gezet?
Minister Sterk:
Wat ik net zei: ik laat dus een verkenning uitvoeren, waarbij de doelgroep medische kindzorg en de behoefte van deze groep in kaart worden gebracht. Vervolgens kun je inzichtelijk krijgen wat er nodig is voor de inrichting en toekomstbehendigheid van het zorglandschap. Dit zijn natuurlijk allemaal wel hele hoogdravende woorden, maar we zijn gewoon aan het kijken wat deze groep nodig heeft. Dat gaat niet alleen over plaatsen. We kijken ook hoe we daarvoor gaan zorgen. Dat is natuurlijk niet een blik dat je morgen even opendraait. Het vraagt dus wel om zorgvuldig kijken, want je wil voorkomen dat je in de toekomst opnieuw in dit soort situaties terechtkomt.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik snap dat we het heel zorgvuldig willen doen. Dat moeten we ook doen. Terzelfder tijd zijn wij volgens mij in deze hele Kamer bang voor wat er deze zomer gaat gebeuren als ook die laatste twee locaties geen kwalitatief goede zorg meer kunnen bieden. We zijn volgens mij met z'n allen op zoek naar de stappen die je nu alvast kunt zetten. Daarmee heb je echt niet het hele zorglandschap dekkend gemaakt, maar welke stappen kun je nu gaan zetten om in ieder geval een tiental plekken te creëren op hele korte termijn?
Minister Sterk:
We doen inderdaad twee dingen. Ten eerste doen we dat onderzoek. Dat duurt natuurlijk even. Volgens mij is dat ook niet uw punt. Uw punt is: hoe zorgen we er nou voor dat er extra plekken komen, zodat kinderen vanuit deze locaties naar een plek kunnen? Daarom heb ik die opdracht gegeven. Die ligt eigenlijk bij de zorgverzekeraars. Die moeten ervoor zorgen dat die plekken er komen. Dat heb ik deze week opnieuw gedaan en dat doe ik vanaf deze plek, ik denk ook namens de Kamer, opnieuw. Zorg er nou voor dat er voldoende plekken zijn. We snappen ook dat het complex is. Als het niet zo complex was geweest, dan had iedereen nu namelijk al zorg gehad.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil mijn laatste twee interrupties als volgt besteden. Ik wil de minister vragen naar haar eigen rol en verantwoordelijkheid. Ik vroeg in mijn inbreng namelijk: had de minister zelf de bevoegdheid om via bestuursdwang in te grijpen? Heeft ze dat nagelaten? Of heeft het stelsel gefaald en had er ingegrepen moeten worden en heeft ze dat nagelaten? Hoe kijkt de minister hierin naar haar eigen rol? Ik hoor de minister hier nu weer een aantal keer zeggen dat ze er ook van baalt, maar ze staat als een soort toeschouwer te kijken naar het treinongeval dat in de zorg plaatsvindt, alsof ze daar zelf geen rol in heeft. Wij hebben eerder een motie ingediend en die is ontraden door deze minister. Die motie riep ertoe op om te kijken of de minister wettelijk meer nodig heeft om in te kunnen grijpen. Toen zei deze minister: dat hoeft niet, want we kunnen al ingrijpen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dat is niet gebeurd! Dus wat is het nu? Heeft deze minister niet ingegrepen, terwijl ze dat wel had kunnen doen? Of heeft het stelsel gefaald en heeft de minister gefaald met ingrijpen in het stelsel?
Minister Sterk:
Ik heb daar eerder in dit debat al antwoord op gegeven. Ik weet niet of u dat heeft gehoord, maar ik wil het hier best herhalen. Ik heb gedaan wat er binnen mijn mogelijkheden ligt op de momenten dat het nodig was. Ik ben natuurlijk eindverantwoordelijk voor het stelsel, dus ik spreek het hele stelsel erop aan dat het de dingen moet doen die het moet doen. Volgens mij is dat gebeurd. Ik heb ook aangegeven dat ik de eerste ben om te zeggen dat we dit heel goed moeten evalueren en moeten kijken naar de rol die wij hebben kunnen spelen hierin, zowel wij als ministerie als ik als minister. We moeten kijken of dat meer vraagt. Ik ben dus de eerste om te zeggen dat dat belangrijk is. Ik herken me absoluut niet in het beeld van toezichthouder, want ik dan zou ik hier niet zo vaak gestaan hebben. Vanaf het moment dat ik minister ben, heb ik dit opgepakt en heb ik geprobeerd om met alle partijen te werken aan een oplossing. Daarom baal ik ervan dat dat tot op heden nog steeds niet is gelukt. De vraag is of bestuursdwang nou de oplossing was geweest voor de problematiek waarin we nu zitten. De oplossing is dat deze kinderen een veilige en goede plek krijgen en daar zet ik mij voor in.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat gebeurt nu dus ook niet. Nu komt namelijk de continuïteit van zorg in gevaar. Uit het antwoord van deze minister moet ik dan concluderen dat — zij verwijst naar het stelsel — als zij stelselverantwoordelijk is, zij gefaald heeft als stelselverantwoordelijke. Ik hoop daar dan wel erkenning voor te horen.
Ik wil de minister ook nog over iets anders een vraag stellen. Zij heeft ons hier beloofd dat die locaties open zouden blijven. Ze heeft hier gestaan en gezegd: die huizen gaan niet dicht voordat ieder kind een andere plek heeft. Ze heeft hier gezegd: ik doe een harde toezegging dat ExpertCare echt openblijft totdat iedereen een passende oplossing heeft gekregen. Ze heeft hier een harde toezegging gedaan. Ze heeft niet gezegd: ik heb dat gevraagd aan ExpertCare en ExpertCare heeft dat aan mij beloofd. Nee, ze heeft toegezegd: dit gaat gebeuren. Wat vindt de minister van de woorden die ze toen heeft gebruikt in deze Kamer?
Minister Sterk:
Ik heb die woorden altijd gezegd in de context van het debat, waarin het ging over een bestuur en een zorginstelling die hun verantwoordelijkheid onvoldoende pakten. Ik heb het bestuur elke keer aangesproken op die verantwoordelijkheid, namelijk dat ze een zorgplicht hebben en dat ik ze daaraan moet houden. Het bestuur heeft mij keer op keer verzekerd — dat is wat ik heb gecommuniceerd — dat de locaties niet dicht zouden gaan zonder dat de kinderen die er op dat moment zijn, een goede, andere plek hebben. Dat heb ik u keer op keer gemeld. Ik heb ook geprobeerd om invloed uit te oefenen door te zeggen dat er contracten moesten worden opengebroken. Ik heb opnieuw, begin juni, de organisatie daarop aangesproken. Ook ik ben echter niet bij machte om personeel binnen te houden. Als op een gegeven moment de kwaliteit van zorg in gevaar komt, moet de inspectie ingrijpen en dan moet de zorg naar een goede, andere plek. Dat is waar we op dit moment met man en macht aan werken.
De heer Van Houwelingen (FVD):
In het verlengde hiervan zit ik nog steeds te kauwen op het antwoord dat ExpertCare nooit heeft aangegeven dat de tarieven een probleem waren. Is het in de gesprekken die u met ExpertCare heeft gehad dan nooit voorgekomen dat ExpertCare tegen u of tegen de zorgverzekeraars, zeg ik via de voorzitter, bijvoorbeeld heeft gezegd: als de tarieven met 20% of 30% worden opgehoogd, kunnen we misschien nog voldoende personeel aantrekken en dan kunnen we het redden? Is zo'n gedachte nooit gewisseld?
Minister Sterk:
Ik weet niet wat er is gewisseld met de zorgverzekeraars. Ik weet alleen dat ze nooit een verzoek hebben gedaan voor hogere tarieven. Dat is nooit actief aan hen gevraagd. Ik heb in ieder geval nooit dat verzoek gehad van het bestuur.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Is dan ook niet een ander … Ik probeer het gewoon te begrijpen. Hebben ze überhaupt een constructief voorstel gedaan, bijvoorbeeld dat ze zeiden: met deze randvoorwaarden kunnen we wel door? Of was het inderdaad echt alleen maar het bijltje erbij neergooien? Nu komt het over alsof ze zeiden: dit lukt ons toch nooit, dus we stoppen ermee. Is er ooit iets geweest waarvan de minister misschien zei: daar ga ik niet in mee? Daar kan een goede reden voor zijn, maar is er ooit een kans geweest dat het door kon gaan?
Minister Sterk:
Dit soort gesprekken heb ik niet gevoerd met VEC. Ik heb met VEC vooral gesprekken gevoerd waarin ik ze heb aangesproken op hun zorgplicht en op de uitvoering ervan. Ik heb zo'n beetje alles gedaan wat binnen het stelsel mogelijk is om te zorgen dat we mee hebben gekeken, eraan hebben getrokken en samen hebben gewerkt. Dat ben ik nog steeds aan het doen, en daar ga ik ook deze zomer gewoon mee door.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik denk dat als ze om hulp hadden gevraagd, ze misschien hulp hadden gekregen. Dat was natuurlijk nooit de intentie, want ze wilden dicht. Maar goed, dat terzijde. Ik wil nog even terug naar de cijfers. Mevrouw Westerveld vroeg er net ook naar, namelijk die 43 kinderen en de 11 waarvan de minister later zei dat er nu 8 herplaatst zijn. Het is mij nog steeds niet duidelijk. Van wie komen die cijfers nou? De minister verwees in haar antwoord enerzijds naar Villa ExpertCare en daarna naar de intermediair. Van wie komen deze cijfers?
Minister Sterk:
Ik wacht heel even tot ik echt het goede antwoord geef. Wat ik heb gezegd, is dat het natuurlijk van belang is dat er geen ruis is over die cijfers — daarom is die intermediair ook aan het werk — dus dat de cijfers van VEC niet anders zijn dan de cijfers die bijvoorbeeld de cliëntenraad of de zorgverzekeraars kennen. Dat was ook het hele idee van Project Herberg. We zien dat dat nog onvoldoende functioneert. Ik kijk nu even. Ja, de cijfers komen van VEC, maar zijn wel geverifieerd door de intermediair. VEC geeft cijfers en vervolgens toetsen de verzekeraars deze cijfers ook. Die cijfers zijn dus van VEC, maar ze zijn wel geverifieerd door de intermediair. Daarmee moet ik ervan uit kunnen gaan dat ze kloppen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Volgens mij heb ik nog twee interrupties.
De voorzitter:
Nee, nog één.
Mevrouw Maeijer (PVV):
O, dat is lastig. Nou ja, goed. Zijn deze cijfers ook geverifieerd bij de ouders?
Minister Sterk:
Ik kom daar in de tweede termijn even op terug. Anders wordt het namelijk een beetje een raar gesprek.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Terwijl dit debat gaande is, krijg ik berichten van ouders, misschien wel meerdere, dat in ieder geval drie kinderen gewoon uit zorg zijn geplaatst door ExpertCare. Dat heeft natuurlijk helemaal niets te maken met een passende oplossing. Er zijn gewoon drie kinderen uit zorg geplaatst, omdat de ouders niet akkoord gingen met het voorgestelde noodscenario. Mijn vraag aan de minister is hoe zij ervoor gaat zorgen dat er ook voor deze kinderen een passende oplossing komt, want hier is duidelijk geen sprake van instemming van de ouders. Hier worden ouders duidelijk niet meegenomen en is er al helemaal geen sprake van een passende oplossing.
Minister Sterk:
Als dat inderdaad geen passende oplossing is, en dat kan ik me voorstellen, want dit is natuurlijk ineens een ad-hocoplossing, dan moet er gewerkt worden aan een passende oplossing. Dat heb ik steeds gezegd, ook als het over noodscenario's gaat. Er moet uiteindelijk gewoon een passende oplossing komen voor deze kinderen. Dat geldt zeker voor deze drie kinderen. Daar ligt nu ook de prioriteit. Bij de bemiddeling van die kinderen staan zij bovenaan om hen naar een goede plek te begeleiden.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Maar dan even heel concreet, want hier gaat het over een aantal kinderen wiens ouders niet akkoord zijn gegaan met het noodscenario, bijvoorbeeld omdat de kinderen een lange reis niet aankonden. Vervolgens worden ze uit zorg gezet. Ik denk dat iedereen zich kan voorstellen wat dat doet met een gezin, maar ook met andere ouders, die zich natuurlijk gedwongen voelen om maar akkoord te gaan met "oplossingen" die helemaal niet passend zijn. Wat zou de minister dan de ouders van deze kinderen, of de ouders van andere kinderen, die misschien ook wel oplossingen zien die totaal niet passend zijn, aanraden? Bij wie kunnen ze dan terecht? Nogmaals, het mag duidelijk zijn dat we niet kunnen bouwen op de informatie die het bestuur van ExpertCare aanlevert en dat we ook niet kunnen bouwen op oplossingen die zij aandragen.
Minister Sterk:
De informatie die ik nu heb, is dat inderdaad drie van de elf kinderen nog geen passende oplossing hebben. Dat klopt, denk ik, ook met uw constatering. Ze zijn prioriteit in het Project Herberg. Dat zei ik u net ook. Ze verblijven intussen thuis, waar nodig ondersteund met zorg aan huis. Dat is de informatie die ik heb, maar ik stel voor dat u de informatie die u heeft even deelt en dat wij even kijken of wij in deze korte tijd daarover meer boven tafel kunnen krijgen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar beantwoording. O, er is nog een interruptie. Uw laatste, mevrouw Westerveld. Ja, zeker. Ik dacht dat u naar uw stoel liep.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Gelukkig heb ik goed geteld, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, het is helemaal correct.
Mevrouw Westerveld (PRO):
In deze debatten moet je spaarzaam zijn met je interrupties. Ik heb nog een vraag over de kosten. Volgens mij delen we met elkaar de boosheid over het handelen van het bestuur van ExpertCare. Mevrouw Bikker heeft gevraagd: haal nou alles uit de kast om de kosten te verhalen. Ik wil dat ook vragen voor kosten die ouders nu maken, ouders die ook al maandenlang hiermee bezig zijn, die heel veel kosten maken voor rechtszaken, maar die ook extra reiskosten hebben voor hun kinderen. Is er een manier waarop de minister deze ouders kan helpen met het verhalen van in ieder geval de kosten? Nogmaals, dat is op geen enkele manier ook maar enige genoegdoening. Ik heb het dan over verhalen op ExpertCare. Het mag echt niet zo zijn dat een bedrijf er maar mee weg blijft komen en vervolgens de samenleving, de ouders en het ministerie al die kosten moeten dragen.
Minister Sterk:
Degenen die moeten opdraaien voor die kosten zijn volgens mij VEC en ook de zorgverzekeraars natuurlijk. Die hebben ook een zorgplicht daarin. Daar zal het vandaan moeten komen. Ik wil kijken naar wat ik daar eventueel nog vanuit mijn rol in kan doen, maar dit is wel de plek.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar beantwoording in de eerste termijn. Ik kijk of de leden klaar zijn voor de tweede termijn. Ik kijk naar mevrouw Maeijer. Ik zag haar namelijk nog druk schrijven. Dat is het geval. Het woord is aan mevrouw Maeijer voor haar tweede termijn namens de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Volgens mij vertrouwt niemand nog op enige goede intentie of inzet van de directie van Villa ExpertCare, maar ondertussen zitten ze er nog wel en blijven ze ook verantwoordelijk voor de continuïteit van zorg, voor de kwaliteit van zorg en voor de veiligheid van de kinderen. Ik vind dat werkelijk onbestaanbaar. Ik zal daar straks een motie over indienen.
Ik wil de minister ook vragen om regie te nemen, om door te pakken, zodat met de twee overgebleven villa's niet hetzelfde gebeurt de komende tijd als wat er nu aan de hand is en waar wij vandaag over debatteren. Ik hoop ook dat zij daarin creatief wil zijn in oplossingen, ook haar eigen rol zover mogelijk wil oprekken en dat ze vaart maakt met structurele oplossingen.
Ik wil ook de ouders en de kinderen die het betreft vanaf deze plek alle sterkte wensen en ik wil mijn dank uitspreken aan alle zorgprofessionals die zijn gebleven en die hopelijk nog zo lang mogelijk blijven om te zorgen voor alle kinderen die er nu nog zijn.
Voorzitter, ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet om het bestuur van Villa ExpertCare te vervangen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 412 (24170).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet om een onafhankelijk, vanuit cliëntperspectief vastgesteld en verifieerbaar overzicht te maken van de status van de zorgoverdracht van alle cliënten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 413 (24170).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Tot slot, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de afgelopen maanden is gebleken dat voor veel kinderen het vinden van een passende plek zeer moeilijk is;
verzoekt het kabinet om de villa's onderdeel te laten zijn van de (structurele) oplossing voor deze hoogcomplexe groep,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 414 (24170).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de SP, in tweede termijn.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Een aantal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al een gebrek bestond aan zorgplekken voor respijt- en logeerzorg voor kinderen en jongvolwassenen met een beperking en/of een ernstige ziekte;
overwegende dat met het verdwijnen van plaatsen bij Villa ExpertCare dit gebrek nog groter is geworden;
verzoekt de regering om te verkennen hoe er meer zorgplekken voor respijt- en logeerzorg voor deze groep kunnen worden gecreëerd en daarbij in ieder geval te kijken naar manieren om deze zorg publiek en zonder winstoogmerk te organiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 415 (24170).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er door het sluiten van alle locaties van Villa ExpertCare tientallen kinderen zonder zorg zouden komen te zitten;
overwegende dat het onmogelijk is om voor al deze kinderen een passende plek elders te vinden;
verzoekt de regering om in te blijven zetten op een overname van Villa ExpertCare om te voorkomen dat er nog meer zorgplekken voor deze kinderen verdwijnen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 416 (24170).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het voorkomt dat commerciële zorgbedrijven hun vastgoed in een aparte bv onderbrengen en daardoor via hoge huren zorggeld als winst kunnen wegboeken;
verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe vaak dit gebeurt en welke stappen kunnen worden gezet om zorggeld dat op die manier wordt weggesluisd terug te halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 417 (24170).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de inzet van de minister om vooral in gesprek te treden met het bestuur van Villa ExpertCare niet heeft gewerkt om de afbraak van de zorg tegen te houden;
verzoekt de regering om alle wettelijke mogelijkheden in te zetten om het bestuur van Villa ExpertCare te vervangen en de zorglocaties open te houden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 418 (24170).
Mevrouw Dobbe (SP):
Eerst zei de minister dat ze niet kon ingrijpen, toen zei ze dat er wel kon worden ingegrepen, dus dat er geen extra mogelijkheden nodig waren om in te grijpen, en nu zegt ze weer dat ze niet kan ingrijpen. Dus ze grijpt niet in, maar ze wil ook niet kunnen ingrijpen. Ze heeft beloftes gedaan die ze niet kon nakomen, namelijk om die locaties open te houden totdat die kinderen een andere plek hadden. U snapt ook hoe wij de rest van het verloop gaan volgen.
Ik wens de ouders heel veel sterkte.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Westerveld van PRO voor haar tweede termijn.
Mevrouw Westerveld (PRO):
We hebben wat printerissues, dus de moties zijn per ongeluk dubbelzijdig geprint. Ik heb er "1" en "2" op geschreven, zodat de voorkant duidelijk is. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de situatie bij ExpertCare laat zien dat de overheid onvoldoende kan ingrijpen wanneer de continuïteit van zorg wordt bedreigd;
verzoekt de regering om met wetgeving te komen voor aanvullende interventiebevoegdheden om bij ernstig wanbestuur tijdelijk de regie over een zorginstelling te kunnen overnemen of een onafhankelijke bestuurder aan te stellen, en de Kamer hierover vóór de VWS-begrotingsbehandeling te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Dobbe en Bikker.
Zij krijgt nr. 419 (24170).
Mevrouw Westerveld (PRO):
De tweede.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de continuïteit van de integrale medische kindzorg onder druk staat en dat knelpunten in de bekostiging, huisvesting en organisatie de ontwikkeling van kleinschalige aanbieders voor kinderen met een zeer complexe zorgvraag belemmeren;
overwegende dat hierdoor de zorg aan kinderen die ernstig ziek zijn of een meervoudige beperking hebben ernstig in de knel komt, en dit enorme gevolgen heeft voor het hele gezin;
verzoekt de regering om in overleg met de NZa het kostenonderzoek naar de bekostiging van medische kindzorg te versnellen;
verzoekt de regering ook om met direct belanghebbenden en professionals een toekomstvisie te maken voor de integrale medische kindzorg, waarin de randvoorwaarden voor kleinschalige aanbieders, waaronder het aantrekken van goed geschoold personeel, passende huisvesting en de inzet van maatschappelijk vastgoed, expliciet worden meegenomen, en de medische kindzorg te erkennen als afzonderlijk specialistisch beleidsveld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Dobbe en Bikker.
Zij krijgt nr. 420 (24170).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar tweede termijn namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Dat we hier opnieuw staan over een casus waarvan je zou verwachten dat de Tweede Kamer daar hooguit één keer over hoeft te debatteren, is voor mij wel een teken dat we hier te maken hebben met systeemfalen. Ik vind ook dat de betrokken bedrijven alle aansprakelijkheid die er nu gegeven kan worden in ieder geval zal moeten ervaren. Waar nodig moeten we het stelsel daarvoor aanpassen. Daarvoor is de vorige keer al een motie aangenomen, namelijk over onderzoek doen naar het systeem en hoe we dat moeten verbeteren. Gegeven de huidige situatie, heb ik nu deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er inmiddels twee locaties van Villa ExpertCare gesloten zijn als gevolg van het onvoldoende ingrijpen door de organisatie om (al dan niet gedwongen) sluiting te voorkomen voordat alle kinderen een passende alternatieve plek hebben;
overwegende dat Villa ExpertCare meer locaties heeft, waar nu nog kinderen worden verzorgd die afhankelijk zijn van deze zorg en waarvoor geen eenvoudig alternatief bestaat in verband met onder andere de complexiteit van zorg;
verzoekt de regering elke mogelijkheid aan te grijpen om de juridische en financiële druk op Villa ExpertCare dusdanig hoog te houden en te vergroten dat Villa ExpertCare zich gedwongen voelt alles in het werk te stellen om de overige locaties open te houden en continuïteit van zorg te bieden voor de kinderen en hun ouders, en de Kamer over de inspanningen (al dan niet vertrouwelijk) te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Westerveld, Dobbe, Diederik van Dijk, Synhaeve, Wendel, Kostić, Tijmstra en Claassen.
Zij krijgt nr. 421 (24170).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Wendel namens de VVD.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Ik leef enorm mee met de kinderen en ouders die nu in de knel zitten. Ik wil de minister oproepen om erbovenop te blijven zitten. Het mag niet zo zijn dat de andere twee locaties deze zomer ook sluiten voordat voor alle kinderen een passende plek gevonden is.
Voorzitter. We debatteren hier natuurlijk met de minister, maar aangezien Villa ExpertCare gisteren ook ineens bij ons op de lijn kwam met hun visie — dat was een gênant verhaal, als u het mij vraagt — weet ik zeker dat ze meekijken. Daarom wil ik Villa ExpertCare en vooral B. Braun aanspreken op de morele plicht die zij hebben om een passende oplossing te vinden voor deze kinderen. We hebben het echt over de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving. Kom op zeg!
Ik wil nogmaals het personeel bedanken, de mensen die dag in, dag uit ondanks deze situatie met hart en ziel voor deze kinderen zorgen. Ik hoop dat het lukt om hen te behouden tot er voor alle kinderen een passende oplossing is gevonden, maar ik weet ook dat we heel veel van ze vragen. Daarom hoop ik ook dat Villa ExpertCare het personeel het comfort geeft dat zij nodig hebben.
Tot slot wil ik de kinderen en hun ouders heel veel sterkte wensen in deze verschrikkelijke situatie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Houwelingen namens Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Ik zal het kort houden. Ik heb ook geen moties.
Het is vreselijk wat er gebeurd is, vooral voor de kinderen en voor de ouders; dat is heel vaak gezegd. Ik ben ook nog een beetje beduusd van het antwoord. Ik dacht voordat ik die brief van ExpertCare had gelezen: ze zijn op zijn minst met voorstellen gekomen, met iets van "we kunnen doorzetten als u deze regels verandert of als je nu als zorgverzekeraar met hogere tarieven komt", maar na lezing lijkt het alsof ze het bijltje erbij hebben neergegooid en naar de uitgang zijn gevlucht. Dat is natuurlijk onverantwoord en verbijsterend, dus daar begrijp ik niks van.
De laatste vraag die ik heb is dus eigenlijk — maar misschien kan de minister daar ook niks over zeggen — of de minister toch iets kan zeggen over wat dan in 's hemelsnaam Villa ExpertCare heeft bewogen om er ineens vandoor te gaan en de biezen te pakken. Misschien dat de minister daar nog iets over kan zeggen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Tijmstra namens het CDA.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat heel duidelijk is geworden wat een enorme impact het handelen van het bestuur van Villa ExpertCare en de investeerder B. Braun heeft op heel kwetsbare kinderen en hun gezinnen. Ik mag toch hopen dat zij op dit moment meekijken en ook hun verantwoordelijkheid nemen om ervoor te zorgen dat voor de twee locaties die nu nog open zijn, de overgang op een heel goede manier plaatsvindt.
Voorzitter. Daarnaast wil ik de minister vragen om vaart te maken met een inrichting van de medische kindzorg in Nederland, want op dit moment is duidelijk dat we het niet goed geborgd hebben en daar zijn gewoon stappen in te zetten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Synhaeve ziet af van haar tweede termijn.
Ik schors tien minuten voor de beantwoording door de minister, of tot zoveel eerder als mogelijk. Houdt u vak K goed in de gaten.
De vergadering wordt van 16.53 uur tot 17.02 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Ik geef het woord aan de minister voor de appreciaties van de ingediende moties en de antwoorden op de resterende vragen.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter.
Ten eerste de motie-Maeijer op stuk nr. 412. We hebben hier net uitgebreid over gesproken, en om die reden ontraad ik de motie.
Dan de motie-Maeijer op stuk nr. 413 over een onafhankelijk verifieerbaar overzicht. Die geef ik oordeel Kamer. We zijn daarmee bezig, maar ik zeg er wel even bij dat het vanwege privacy niet zomaar openbaar gemaakt kan worden.
De motie op stuk nr. 414 om de villa's onderdeel te laten zijn van een structurele oplossing ontraad ik. Bij een overname gaat het uiteindelijk om een private onderneming en daar kunnen wij zelf niet zomaar in treden.
Wat betreft de motie-Dobbe op stuk nr. 415 over hoe er meer zorgplekken kunnen worden gecreëerd, zeg ik toe dat ik dat wil meenemen in het onderzoek, dus die krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 416, over het blijven inzetten op een overname van VEC: hiervoor geldt hetzelfde antwoord als ik eerder gaf op de motie van mevrouw Maeijer. Het gaat bij overname gewoon om een privaatrechtelijke handeling en daar treed ik verder niet in, dus die ontraad ik.
Dan de motie op stuk nr. 417, over in kaart brengen hoe vaak het gebeurt dat commerciële zorgbedrijven hun vastgoed in een aparte bv onderbrengen. Ik denk dat u een belangrijk punt aanstipt. Het hoort ook bij de Wibz, maar ik wil 'm nu wel ontraden. Volgens mij is dat een gesprek dat we in dat kader moeten gaan voeren. Ik wil dit ook niet opnieuw gaan onderzoeken, want de wet ligt er binnenkort.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 418.
Minister Sterk:
Die wil ik ontraden. Die vraagt of ik ervoor wil zorgen dat alle locaties openblijven. Nee, mijn inzet is continuïteit van zorg en niet het openhouden van gebouwen. Ik heb ook steeds aangegeven dat we weten dat deze zorgaanbieder wil gaan stoppen.
De motie op stuk nr. 419, onder anderen van het lid Westerveld: wil ik komen met wetgeving? Mevrouw Westerveld doet daartoe allerlei voorstellen. Ik vind deze motie ontijdig, maar ik wil dit wel meenemen in het onderzoek dat we gaan doen. Ik heb u immers wel toegezegd dat ik dit ga bekijken.
De voorzitter:
Heeft u daar een tijdsindicatie bij?
Minister Sterk:
Poeh! Die verkenning van dat onderzoek was ... Ik kom daar zo op terug. Ik heb daar bij de vragen ... Ik kan het er overigens wel even bij pakken, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Westerveld, één interruptie.
Mevrouw Westerveld (PRO):
De minister gaf aan dat het haar rol als stelselverantwoordelijke is om ervoor te zorgen dat alle partijen in het veld doen wat ze moeten doen. Hier is echter sprake van een organisatie die dat niet doet. Dan merken we, naar aanleiding van dit debat en ook de voorgaande debatten, dat de minister kennelijk geen mogelijkheden heeft of die onvoldoende kan toepassen. Dan is het toch hartstikke logisch dat er wetgeving moet komen om te voorkomen dat dit nog eens gebeurt?
Minister Sterk:
Dat wil ik daarin ook meenemen, maar op dit moment ben ik nog aan het onderzoeken hoe we dat breder moeten gaan aanpakken. U doet nu een suggestie op een aantal hele concrete dingen. Ik wil u in ieder geval toezeggen dat wij voor de behandeling van de VWS-begroting aangeven hoever we zijn met dat onderzoek, en misschien is het er dan al. Dat wil ik dus doen. Ten tweede. Volgens mij is het ook van belang dat we onderzoek gaan doen naar wat er hier nu is gebeurd en hoe dat heeft gefunctioneerd. Dat is er op dit moment nog niet. Daar moeten we nog mee gaan starten. Ik neem daar ook de vragen waar u nu om verzoekt in mee. Dat was eigenlijk waarom ik zei dat de motie ontijdig is, omdat we dat onderzoek nog moeten gaan doen.
De voorzitter:
Houdt mevrouw Westerveld de motie aan? Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 419 het oordeel "ontijdig". De motie op stuk nr. 420.
Minister Sterk:
Sorry voor de verwarring, voorzitter. Ik heb het over een aantal onderzoeken gehad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 420.
Minister Sterk:
Mevrouw Westerveld heeft een motie, die op stuk nr. 420, over de toekomstbestendige medische kindzorg. Die wil ik graag meenemen in de verkenning. Wat mij betreft krijgt die dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 421, die van zo'n beetje de hele Kamer komt, geloof ik, maar in ieder geval van mevrouw Bikker, geef ik ook oordeel Kamer.
Dan zijn er nog drie vragen die ik zou beantwoorden. Mevrouw Maeijer vroeg of de cijfers bij de ouders zijn geverifieerd. Ja, er is contact geweest met de ouders over de noodscenario's. Die zijn met hen afgestemd. Voor drie van de elf cliënten is nog geen passende oplossing gevonden. Zij ontvangen zorg thuis. Dat zei ik in de eerste termijn ook al. Zorgverzekeraars geven aan dat ze met deze ouders in contact zijn over de noodscenario's. Ook de IGJ heeft signalen van deze ouders ontvangen en houdt er toezicht op dat er een zorgvuldige overdacht plaatsvindt. Ik heb al gezegd dat dit wat mij betreft niet het eindstation is voor hen.
De heer Van Houwelingen vroeg wat de NZa kan doen bij een lage contractering van zorgverzekeraars. Dat gaat dus over de zorgplicht. De NZa kan in ieder geval verscherpt toezicht inzetten en actief meekijken bij verbeterplannen van een zorgverzekeraar. Als dat niet voldoende is, kan de NZa formeel een aanwijzing geven aan de zorgverzekeraar als bij casuïstiek niet aan de zorgplicht wordt voldaan. Bij onvoldoende opvolging van die aanwijzing kan de aanwijzing kracht worden bijgezet middels een last onder dwangsom. Dan is er dus een financieel instrument.
Ten slotte kreeg ik de vraag wanneer het kostprijsonderzoek volgt. In het voorjaar van 2027 worden de uitkomsten daarvan geduid met de veldpartijen. We zijn sowieso te laat om ze nog in te voeren voor aankomend jaar, want dan moeten ze nu eigenlijk al bekend zijn. Wij willen de invoering laten ingaan per 1 januari 2028. Ik informeer u in het najaar van 2026 over de verkenning van de medische kindzorg, waar ik het al over had.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Ik dank de minister. Ik zie nog een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb nog één vraag in mijn tweede termijn. Kan de minister iets zeggen over wat Villa ExpertCare bewogen kan hebben om het bijltje erbij neer te gooien en zelfs met geen enkel constructief voorstel te komen om de zorg te continueren? Dat is voor mij echt een raadsel.
Minister Sterk:
Nu overvraagt u mij ook. Ik denk echt dat u die vraag aan VEC zelf zal moeten stellen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb een korte vraag over de verkenning. Ik heb daar in het vorige debat, dat van 2 april, ook een motie over ingediend. Die is toen aangenomen. Mijn motie vroeg om een verkenning voor de zomer. De motie is aangenomen. De minister maakte er toen in haar brief van dat het na de zomer zou komen. Nu heeft ze het over het najaar. Volgens mij vraagt iedereen hier om versnelling, inclusief de veldpartijen. Ik zou de minister dus toch echt willen vragen … De motie vraagt om het voor de zomer te doen. U heeft het nu al over het najaar. Naar mijn idee schuiven we zo elke keer weer een stuk op.
Minister Sterk:
Ik ben ook ongeduldig. Ik zou ook willen dat het sneller kan, dus ik zal kijken wat ik daar op dit moment nog aan kan versnellen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar aanwezigheid in de Kamer. Zie ik goed dat zij blijft voor een tweeminutendebat later vanavond? Dan ga ik u nog geen goede zomer wensen.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 17.30 uur, of eerder als het volgende tweeminutendebat al kan aanvangen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.