Stenogram : Personeel
8 Personeel
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 90
Te raadplegen sinds
2026-10-01Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier36800-XToon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 90
Personeel
Aan de orde is het tweeminutendebat Personeel (CD d.d. 15/04).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering voor het tweeminutendebat Personeel. Er zijn negen sprekers aan de zijde van de Kamer. Allereerst geef ik het woord aan mevrouw Jagtenberg namens D66. Ik wijs de leden erop dat een tweeminutendebat een tweeminutendebat is en niet een drieminutendebat. Moties moeten dus echt ingediend worden binnen de twee minuten. U mag een zin afmaken, maar alles daarbuiten zal een volgende keer in stemming worden gebracht. Gaat uw gang.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties. Ik zal dus heel snel gaan lezen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het thuisfront de stille kracht achter iedere militair is;
constaterende dat bestaande ondersteuning voor het thuisfront vooral gericht is op informatie en activiteiten, terwijl structurele verbinding en ervaringsuitwisseling tussen thuisfronten beperkt aanwezig is;
overwegende dat contact met lotgenoten en de inzet van ervaringsdeskundigen kunnen bijdragen aan herkenning, weerbaarheid en onderlinge steun binnen het thuisfront;
verzoekt de regering structureel contact tussen thuisfronten van Defensiemedewerkers te faciliteren, ervaringsdeskundigen actief te betrekken bij ondersteuning en voorbereiding, en samen met Defensie en bestaande organisaties in te zetten op verbinding, onderlinge steun en kennisdeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg en Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 95 (36800-X).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat jaarlijks meer dan 22.000 mbo-studenten hun opleiding vroegtijdig afbreken zonder startkwalificatie;
overwegende dat er binnen Defensie functies zijn met grote personeelstekorten, terwijl er mensen beschikbaar zijn die wel over de benodigde vaardigheden beschikken maar niet over het vereiste diploma;
overwegende dat een grote nadruk op vaardigheden in plaats van uitsluitend diploma's kan bijdragen aan het verkleinen van personeelstekorten en dat Defensie veel investeert in persoonlijke ontwikkeling;
verzoekt de regering om, waar dit vanuit de functie-inhoud mogelijk is, bij vacatures en werving binnen Defensie nadrukkelijker te sturen op vaardigheden in plaats van uitsluitend op diploma-eisen, dit actief uit te dragen en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jagtenberg.
Zij krijgt nr. 96 (36800-X).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er diverse sectoren zijn waar zowel Defensie als andere werkgevers kampen met personeelstekorten, zoals in de zorg, techniek, IT en logistiek;
overwegende dat bijvoorbeeld studenten die vliegtuigmonteur willen worden zowel bij de luchtmacht als bij commerciële partijen hard nodig zijn en dat zij elkaar nu beconcurreren in plaats van de samenwerking op te zoeken;
overwegende dat er in de zorg reeds gekeken wordt naar combinatiebanen of gedeeld werkgeverschap;
verzoekt de regering om breder binnen Defensie en de samenleving te kijken naar mogelijkheden voor combinatiebanen of gedeeld werkgeverschap, en de Kamer hierover uiterlijk voor het herfstreces van 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg, Struijs en Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 97 (36800-X).
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe van de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet overweegt de opkomstplicht opnieuw in te voeren;
verzoekt de regering hier niet toe over te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 98 (36800-X).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet een opkomstplicht overweegt naar Zweeds model;
constaterende dat in Zweden jongeren een gevangenisstraf riskeren bij het weigeren van dienstplicht;
verzoekt de regering nooit te dreigen met een gevangenisstraf bij het weigeren van dienstplicht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 99 (36800-X).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het ministerie van Defensie bezig is met een wervingscampagne voor jongeren;
constaterende dat uitzending naar conflictgebieden grote psychosociale en lichamelijke effecten kan hebben die niet altijd bij jongeren bekend zijn;
verzoekt de regering in het aannamebeleid aandacht te besteden aan de gevolgen van uitzending naar een oorlogsgebied, zodat jongeren een weloverwogen keuze kunnen maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 100 (36800-X).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan wil ik nog meegeven dat we het in het debat ook gehad hebben over een aantal uitspraken van de minister over de werving, namelijk dat Defensie staat voor iedereen, dus ook voor jongeren: "Dus als je goed bent in gamen, kom dan vooral bij Defensie." Ik vind die vergelijking echt niet passend als het gaat om het effect dat het heeft als je bijvoorbeeld in een oorlog terechtkomt. Ik zou de staatssecretaris toch willen oproepen om dat niet meer te doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat verbeteren van het behoud van onze 42.000 beroepsmilitairen essentieel is om de krijgsmacht met 15.000 beroeps uit te kunnen breiden per 2030;
constaterende dat beroepsmilitairen in de Stand van Defensie 2025 als belangrijkste vertrekreden (in 52% van de gevallen) de combinatie tussen werk, reistijd en thuis noemen;
overwegende dat sommige levensfases, zoals het opvoeden van jonge kinderen of het mantelzorgen voor een naaste, uitdagend zijn om te combineren met een baan als beroepsmilitair en voor extra druk op het thuisfront zorgen;
overwegende dat een aantal jaar een burgerfunctie bij Defensie (met een betere werk-privébalans) kunnen vervullen het voor deze militairen aantrekkelijker maakt om daarna weer terug te kunnen keren als beroeps;
constaterende dat er in het personeelsbeleid van Defensie op basis van individueel maatwerk aandacht voor is, maar dat een programmatische schaal ontbreekt, terwijl de omvang van het burgerpersoneel (25.000 medewerkers) daar genoeg relevante banen voor zou moeten kunnen bieden;
verzoekt de regering om in overleg met de vakbonden een "beroepsbehoudprogramma" voor beroepsmilitairen te onderzoeken, van minstens 250 banen binnen de bestaande burgerformatie van Defensie, en de Kamer hierover in Q4 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 101 (36800-X).
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (PRO):
Nu al?
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Piri (PRO):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de militairen die zich hebben ingezet voor de veiligstelling en repatriëring van de slachtoffers van vlucht MH17 hiervoor weliswaar een herinneringsbeeldje hebben ontvangen, maar geen onderscheiding;
overwegende dat de inzet van deze militairen, inmiddels bijna twaalf jaar geleden, een passende vorm van erkenning verdient;
verzoekt de regering alsnog over te gaan tot toekenning van een passende onderscheiding aan de militairen die zich hebben ingezet voor de veiligstelling en repatriëring van de slachtoffers van vlucht MH17, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Jagtenberg, Dobbe, Van Lanschot, Ten Hove, Van Baarle, Peter de Groot, Boon en Nanninga.
Zij krijgt nr. 102 (36800-X).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie op verzoek van onder andere Nederland in gesprek is met de taliban over de terugname van Afghaanse asielzoekers, wat kan worden opgevat als de facto normalisering van betrekkingen;
overwegende dat Nederlandse Afghanistanveteranen en naar Nederland geëvacueerde tolken zich met gevaar voor eigen leven tegen dit bewind hebben ingezet en dat hun stem daarom meegewogen moet worden;
verzoekt de regering het sentiment onder Nederlandse Afghanistanveteranen en de naar Nederland geëvacueerde tolken te peilen ten aanzien van de Europese toenadering tot de taliban, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.
Zij krijgt nr. 103 (36800-X).
Mevrouw Piri (PRO):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie op verschillende kernterreinen, waaronder opleiden, trainen en oefenen, structureel oud-militairen inhuurt via dure commerciële tussenpartijen;
overwegende dat de meerwaarde van deze inhuur voornamelijk voortkomt uit de kennis en ervaring van de oud-militairen zélf en dat zij met een meer flexibele aanstellingsvorm verbonden kunnen blijven aan Defensie;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe de kennis en ervaring van oud-militairen via een flexibele reservisten- of aanstellingsvorm rechtstreeks aan Defensie verbonden kan worden gehouden, zodat de afhankelijkheid van dure commerciële tussenpartijen wordt afgebouwd, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.
Zij krijgt nr. 104 (36800-X).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u, voorzitter. Allereerst heb ik een tweetal moties over de ladder die de staatssecretaris wil gaan invoeren, met uiteindelijk een opkomstplicht.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een ladder die uiteindelijk kan leiden tot een verplichte enquête, verplichte keuring en een (selectieve) opkomstplicht;
verzoekt de regering te waarborgen dat geen enkele stap in de ladder, waaronder een verplichte enquête, verplichte keuring of (selectieve) opkomstplicht, kan worden ingevoerd zonder voorafgaande instemming van de Staten-Generaal,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 105 (36800-X).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een wijziging van de Kaderwet dienstplicht, waarin verschillende vormen van een (selectieve) opkomstplicht worden uitgewerkt;
overwegende dat vrijheidsbenemende sancties wegens het niet voldoen aan een verplichte enquête, verplichte keuring of (selectieve) opkomstplicht een onevenredig zware inbreuk vormen op de persoonlijke vrijheid;
verzoekt de regering uit te sluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête, verplichte keuring of (selectieve) opkomstplicht kan leiden tot een vrijheidsbenemende sanctie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 106 (36800-X).
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Dan de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat behoud van personeel essentieel is voor de gereedheid van de krijgsmacht;
constaterende dat uit onderzoek van de inspecteur-generaal der krijgsmacht blijkt dat een aanzienlijk deel van het personeel discriminatie en ander grensoverschrijdend gedrag ervaart;
verzoekt de regering een versterkt plan van aanpak op te stellen voor inclusie, sociale veiligheid en bestrijding van discriminatie, gericht op het beschermen en behouden van personeel, en de Kamer jaarlijks over de voortgang en de resultaten daarvan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 107 (36800-X).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering een doelstelling hanteert van 30% vrouwen Defensiebreed, op dit moment 20% van het Defensiepersoneel vrouw is en slechts 12,8% van de beroepsmilitairen vrouw is;
verzoekt de regering naast de Defensiebrede doelstelling ook een concrete doelstelling en een tijdpad vast te stellen voor het aandeel vrouwelijke beroepsmilitairen, en de Kamer jaarlijks over de voortgang te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 108 (36800-X).
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u.
De voorzitter:
Dank u, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Peter de Groot namens de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het personeelsbestand van de krijgsmacht de komende jaren substantieel moet groeien;
overwegende dat een deel van de extra vacatureruimte kan worden ingevuld door deeltijdpersoneel uit het bedrijfsleven of van de overheid;
overwegende dat hiermee actuele kennis en ervaring uit het bedrijfsleven direct binnen de krijgsmacht worden ingezet;
verzoekt de regering om belemmeringen voor hybride loopbanen weg te nemen en actief te werken aan het werven van personeel dat als militair in deeltijd bij Defensie werkt en dit combineert met een deeltijdbaan in het bedrijfsleven of bij de overheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Jagtenberg.
Zij krijgt nr. 109 (36800-X).
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Boon namens de PVV.
De heer Boon (PVV):
Ik heb een aantal moties. De eerste motie is de volgende.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Regeling faciliteiten Turkse dienstplicht defensie-ambtenaren (RFTDD) faciliteiten biedt voor het afkopen of vervullen van de Turkse dienstplicht;
constaterende dat eerdere Kamermoties waarin werd verzocht deze regeling te beëindigen niet zijn uitgevoerd;
overwegende dat Nederlands belastinggeld en Defensiefaciliteiten niet behoren te worden ingezet ten behoeve van een buitenlandse dienstplicht;
verzoekt de regering de beëindiging van de Regeling faciliteiten Turkse dienstplicht defensie-ambtenaren als inzet te betrekken bij het eerstvolgende overleg over de arbeidsvoorwaarden van Defensie, en de Kamer over de uitkomst daarvan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 110 (36800-X).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Defensie Conditie Proef (DCP) momenteel normen hanteert op basis van geslacht en leeftijd;
constaterende dat binnen Defensie voor verschillende functies al wordt gewerkt met functiegerichte fysieke eisen, zoals de FIT/FIT-CLAS;
overwegende dat militairen moeten worden beoordeeld op hun inzetbaarheid voor de functie die zij vervullen en dat normen op basis van geslacht en leeftijd daarmee onverenigbaar zijn;
verzoekt de regering de Defensie Conditie Proef te hervormen naar functiegerichte eisen, vergelijkbaar met de systematiek van de FIT/FIT-CLAS, en daarbij normen op basis van geslacht en leeftijd af te schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 111 (36800-X).
De heer Boon (PVV):
En de laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de primaire kerntaak van Defensie is om Nederland en zijn bondgenoten te versterken met een maximaal slagvaardige en gevechtsklare krijgsmacht;
overwegende dat ons leger alleen sterk is als het draait om meritocratie, discipline, vakmanschap en echte gevechtskracht, en dat de linkse woke- en diversiteitsideologie (DEI) onze krijgsmacht verzwakt, normen verlaagt, cohesie vernietigt en daarmee de veiligheid van Nederland in gevaar brengt;
verzoekt de regering:
-alle woke-, diversiteits- en inclusiebeleid (DEI) binnen Defensie per direct stop te zetten;
-geen nieuw wokebeleid, quota, verplichte trainingen of gendertaalregels meer in te voeren;
-in alle officiële communicatie en regelgeving uit te gaan van het biologische onderscheid tussen man en vrouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 112 (36800-X).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Nanninga.
De heer Boon (PVV):
U ook bedankt, voorzitter.
De voorzitter:
Eén vraag van mevrouw Dobbe, kort en bondig.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou met betrekking tot deze laatste motie wel van de staatssecretaris willen horen of er beleid bestaat dat "wokebeleid bij Defensie" heet. Dan weten we dat ook weer.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Nanninga namens JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter, en ook dank aan de staatssecretaris en de commissieleden voor de mooie debatten over dit onderwerp. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat militairen van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten onder meer worden ingezet voor de beveiliging van diplomaten en Nederlandse vertegenwoordigers in hoogrisicogebieden;
overwegende dat deze militairen tijdens dergelijke inzet kunnen worden blootgesteld aan aanzienlijke risico's;
overwegende dat de BSB'ers die onder verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken worden ingezet, op onderdelen niet altijd onder dezelfde toelagen-, uitzend-, rusttijden-, nazorg- en erkenningsregelingen vallen als militairen die op reguliere Defensie-uitzending zijn;
overwegende dat het onwenselijk zou zijn als militairen die vergelijkbare risico's lopen door een bestuurlijke constructie tussen Defensie en Buitenlandse Zaken rechtspositioneel of qua erkenning tussen wal en schip vallen;
verzoekt de regering tevens om, waar sprake is van ongerechtvaardigde verschillen, voorstellen te doen om deze te repareren, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.
Zij krijgt nr. 113 (36800-X).
Mevrouw Nanninga (JA21):
Tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voordat we verdergaan met de beantwoording van de staatssecretaris.
De vergadering wordt van 12.04 uur tot 12.13 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris voor een korte en bondige beantwoording.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, ja, ja, ja, ja.
De voorzitter:
Ik ken u langer dan vandaag, excellentie.
Staatssecretaris Boswijk:
Voorzitter. Ik ben toch wel echt onder de indruk van hoeveel moties er in een tweeminutendebat doorheen kunnen worden gejaagd.
De voorzitter:
Gaat u maar gauw appreciëren dan.
Staatssecretaris Boswijk:
Dus complimenten bij dezen. Ik doe het zo kort mogelijk.
De motie op stuk nr. 95 van mevrouw Jagtenberg, over het belang van het thuisfront: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 96, ook van mevrouw Jagtenberg, over de basisvaardigheden: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 97 over gedeeld werkgeverschap: ook oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 98 gaat over de opkomstplicht en uitspreken dat dat niet gaat gebeuren. Die is ontraden. Dat heeft ermee te maken dat we op dit moment bezig zijn met voorbereiding van wetgeving. We gaan hier later dit jaar nog uitgebreid over in debat in de Tweede Kamer. Deze motie is dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 99.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 99 is … Het ligt niet helemaal op volgorde, zie ik nu. De motie op stuk nr. 99 moet ik eigenlijk ook ontraden met hetzelfde argument als voor de motie op stuk nr. 98.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 100.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 100 verzoekt de regering in het aannamebeleid aandacht te besteden aan de gevolgen van uitzendingen. Het lijkt ons erg goed om dat te doen. Dat doen we overigens ook al, zeg ik er meteen bij, maar het is wel goed om daar extra aandacht aan te besteden, dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 101 van de heer Van Lanschot: oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 102 van mevrouw Piri, over de onderscheiding wat betreft MH17. Wij zijn hier op dit moment mee aan het werk. De overleggen lopen. Het is interdepartementaal, maar we steunen geheel de lijn van deze motie, dus wat ons betreft oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 103.
U heeft "oordeel Kamer", mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (PRO):
Ja, dat weet ik.
De voorzitter:
Kort en bondig.
Mevrouw Piri (PRO):
Ik wil namens alle woordvoerders van dit debat aankondigen dat zij zich graag ook onder deze motie willen scharen. Dat zijn mevrouw Jagtenberg, mevrouw Dobbe, de heer Van Lanschot, mevrouw Ten Hove, de heer Van Baarle, de heer Peter de Groot, de heer Boon en mevrouw Nanninga.
De voorzitter:
We zullen het noteren.
De motie op stuk nr. 103.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 103, ook van mevrouw Piri, gaat over het sentiment peilen onder Nederlandse Afghanistanveteranen naar aanleiding van de actualiteit. Die motie heeft ook oordeel Kamer. Ik zeg daar wel bij dat het niet helemaal aan ons is. We zullen daarover in overleg treden met het Nederlands Veteraneninstituut. Het valt ook deels onder de verantwoordelijkheid van de minister. Met die kanttekening erbij: we zullen ons er wel voor inzetten.
De voorzitter:
Mevrouw Piri knikt.
Staatssecretaris Boswijk:
Die steek ik in m'n zak. Even kijken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 104.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 104, over de externe opleidingscapaciteit. Ik deel het punt van mevrouw Piri. We willen natuurlijk zo veel mogelijk eigen opleidingscapaciteit creëren. Op dit moment kunnen we gewoon niet anders. We zullen ook in de toekomst flexibele manieren voor opleiding moeten zoeken, maar in het licht van meer strategisch kijken naar hoe we daar in de toekomst beter mee omgaan en hoe we nog meer eigen capaciteit gaan benutten, zeg ik: oordeel Kamer. Ik geef wel de winstwaarschuwing dat we voorlopig externe opleidingscapaciteit gewoon heel hard nodig hebben.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 105.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 105 van de heer Van Baarle verzoekt de regering uit te sluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête … Eigenlijk geldt voor deze motie dezelfde appreciatie als voor die van mevrouw Dobbe. Deze motie loopt een beetje vooruit op het hele wetgevingstraject dat wij nog gaan doorlopen. Het debat hierover gaat naar mijn verwachting later dit jaar plaatsvinden, dus in die hoedanigheid: ontraden.
De motie van de heer Baarle over … Ik weet even de nummering niet, maar ik ga ervan uit dat …
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 106. De vorige was de motie op stuk nr. 105. Dit is de motie op stuk nr. 106.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja.
De voorzitter:
O, meneer Van Baarle zegt dat de motie op stuk nr. 106 gaat over uitsluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête …
Staatssecretaris Boswijk:
Ja. Dan heb ik nu de motie die de regering verzoekt een versterkt plan van aanpak op te stellen voor inclusie, sociale …
De voorzitter:
Ja. Dat is de motie op stuk nr. 105.
Staatssecretaris Boswijk:
Oké. Ik heb even geen nummers, maar …
De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 107, hoor ik nu.
De motie op stuk nr. 105 van de heer Van Baarle gaat over waarborgen dat geen enkele stap in de ladder, waaronder een verplichte enquête …
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, die heb ik net ontraden.
De voorzitter:
Ja.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 106.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 106 verzoekt de regering …
De voorzitter:
… om uit te sluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête, verplichte keuring of …
Staatssecretaris Boswijk:
Excuus. De verwarring is van mijn kant. De moties op de stukken nrs. 105 en 106 zijn allebei ontraden om dezelfde reden als die ik eerder aangaf bij mevrouw Dobbe.
De voorzitter:
Dan is de motie op stuk nr. 107 de motie over inclusie, sociale veiligheid en bestrijding van discriminatie.
Staatssecretaris Boswijk:
Klopt. Uiteraard hechten wij daar veel belang aan en doen wij daar als Defensie ook heel veel aan. Tegelijkertijd moeten we ook concluderen: nog niet voldoende, want er is helaas nog steeds wel sprake van. In het licht daarvan: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 108 gaat over een apart percentage voor vrouwelijke beroepsmilitairen en vraagt om dat nog net iets meer te specificeren. Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 109.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 109 van de heer De Groot: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 110 van de heer Boon steunen wij. Ik zeg er wel bij dat wij dit ook met de partners in de samenleving, onder andere de vakbonden, moeten afstemmen. Daar gaan wij niet helemaal zelf over. Wij steunen het, dus wat ons betreft is het oordeel Kamer, maar het is niet iets waar wij alleen invloed op hebben.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 110: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 111.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 111: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 112.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 112 verzoekt de regering om al het wokebeleid enzovoort enzovoort. Allereerst is er de vraag van mevrouw Dobbe: hebben wij wokebeleid? Wij hebben geen wokebeleid, maar we hebben wel diversiteits- en inclusiebeleid. Daar ben ik ook blij mee, want een diverse, inclusieve krijgsmacht maakt onze krijgsmacht simpelweg beter, maar onze krijgsmacht bestaat ook om die diversiteit en inclusie in onze samenleving te beschermen. Deze motie ontraad ik dus.
De voorzitter:
Tot slot.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan hadden we de motie op stuk nr. 113 van mevrouw Nanninga. Die moet ik helaas ontraden. Dat heeft ermee te maken dat er echt verschillende arbeidsvoorwaarden zijn tussen de verschillende departementen. Voor het ene onderdeel is dat positief voor de militairen en negatief voor de diplomaten en vice versa. Het zijn gewoon verschillende arbeidsvoorwaarden, die niet helemaal recht te trekken zijn. Daarbij zijn we ook overlegplichtig hierover met de vakbonden, dus we gaan er ook niet zelf over.
De voorzitter:
Er is één vervolgvraag van mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De constatering die de staatssecretaris doet, hebben wij zelf ook gedaan. Dat is namelijk de aanleiding voor deze motie. De motie verzoekt heel duidelijk om voorstellen te doen om ongerechtvaardigde verschillen te repareren. Er is helemaal niet gezegd dat dit niet interdepartementaal zou kunnen. Dit bevreemdt mij dus een beetje. Gelijke betaling en behandeling zouden toch een streven moeten zijn van alle ministeries.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, alleen zijn verschillende functies die interdepartementaal zijn, tegelijkertijd nooit helemaal met een schaartje te knippen. Arbeidsvoorwaarden zijn ook altijd een onderdeel van een grotere deal. We hebben toevallig — daar ben ik erg blij mee — vrij recent een onderhandelingsakkoord bereid met de bonden. Dat was binnen drie maanden, wat vrij voortvarend is geweest. Ik weet wel dat de gesprekken buitengewoon stevig, complex en ingewikkeld waren. Ik weet ook dat de arbeidsvoorwaarden altijd het resultaat zijn van een onderhandeling die je doet. Het is gewoon niet uitvoerbaar om dat helemaal gelijk te trekken, want als we ergens iets uit halen, krijgen we ergens weer iets terug. Dat is interdepartementaal buitengewoon ingewikkeld.
De voorzitter:
Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.