Stenogram : Fiscaliteit
5 Fiscaliteit
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 90
Te raadplegen sinds
2026-10-01Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier32140Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 90
Fiscaliteit
Aan de orde is het tweeminutendebat Fiscaliteit (CD d.d. 24/06).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Fiscaliteit. Ik wijs de leden erop dat het een tweeminutendebat betreft en niet een drieminutendebat. Moties moeten dus binnen de spreektijd worden ingediend. Een enkele zin mag daarna nog worden uitgesproken, maar alles langer dan dat zal vandaag niet in stemming worden gebracht.
Ik geef het woord aan de heer Stultiens namens PRO. Gaat uw gang.
De heer Stultiens (PRO):
Voorzitter. Ik heb een aantal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat sommige begrotingswetten voor 2026 pas zeer recent zijn aangenomen;
van mening dat beide Kamers zich over de belastingwetten en begrotingswetten moeten kunnen uitspreken voordat het betreffende begrotingsjaar begint;
verzoekt de regering er alles aan te doen om voor 1 januari 2027 de belastingwetten en begrotingswetten van begrotingsjaar 2027 in beide Kamers behandeld te hebben,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens, Vermeer en Stoffer.
Zij krijgt nr. 316 (32140).
De heer Stultiens (PRO):
Motie twee gaat over boxhoppen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat nieuwe wet- en regelgeving (nationaal en Europees) ertoe kan leiden dat zeer vermogende individuen gaan "boxhoppen" om belasting te ontwijken;
van mening dat het onwenselijk is wanneer kleine spaarders en beleggers de dupe worden van belastingontwijking door de rijkste 1%;
verzoekt de regering opties in kaart te brengen voor hoe "boxhoppen" effectief kan worden tegengegaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.
Zij krijgt nr. 317 (32140).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet en de coalitie hebben afgesproken dat eventuele meevallers in de realisaties ten opzichte van de ramingen niet kunnen worden ingezet voor beleidswijzigingen;
verzoekt de regering vast te houden aan deze afspraak en eventuele meevallers bij de hersteloperatie van box 3 dus niet in te zetten voor nieuwe belastingkortingen bij vermogenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.
Zij krijgt nr. 318 (32140).
De heer Stultiens (PRO):
En de laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet van plan is de samenvoegbepaling in de arbeidskorting aan te passen waardoor een grote groep gedeeltelijk arbeidsongeschikten die werken naast hun uitkering, er flink op achteruitgaat;
verzoekt de regering de parlementaire behandeling eerst volledig af te ronden voordat over wordt gegaan tot publicatie van deze nieuwe regeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens en Patijn.
Zij krijgt nr. 319 (32140).
Dank u wel, meneer Stultiens.
De heer Stultiens (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk van het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Op 28 mei hebben we, in ieder geval wat mij betreft, een heel mooi rondetafelgesprek gevoerd met vertegenwoordigers uit de fiscale praktijk en wetenschap over fiscale rechtsbescherming. De aanleiding hiervoor was onder andere de reactie uit de praktijk op de kabinetsreactie op onze motie met het verzoek om uitbreiding van een toevoeging voor rechtsbijstand naar fiscaal adviseurs die vanuit hun expertise belastingplichtigen kunnen bijstaan. Dit zou volgens het vorige kabinet niet nodig zijn: de bestaande regeling zou voldoende mogelijkheden bieden.
De conclusie van de rondetafel was echter helder: er bestaat wel degelijk een reëel tekort aan laagdrempelige rechtsbescherming voor belastingplichtigen. Dat betekent dat de toegang tot rechtsbescherming in belastingkwesties voor veel mensen feitelijk onvoldoende is. Juist daarom is het belangrijk dat nogmaals wordt onderzocht hoe fiscaal adviseurs een rol kunnen spelen binnen het stelsel van rechtsbijstand, zodat ook mensen met een kleine portemonnee goed kunnen worden bijgestaan in ingewikkelde belastingzaken. Daarom heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er belangrijke stappen worden gezet in de verbetering van de fiscale rechtsbescherming van inwoners en ondernemers, maar dat die voor veel mensen nog onvoldoende laagdrempelig beschikbaar is;
overwegende dat juist voor mensen die in juridische procedures met de Belastingdienst of Dienst Toeslagen terecht kunnen komen, voldoende laagdrempelige gespecialiseerde fiscale rechtsbijstand beschikbaar moet zijn;
verzoekt de regering te onderzoeken wat de effecten zijn van het toevoegen van fiscaal adviseurs, mits aangesloten bij een beroepsvereniging, om het aanbod van rechtsbijstand in fiscale procedures te vergroten en verbeteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Inge van Dijk.
Zij krijgt nr. 320 (32140).
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer van de SGP. Ik hoor uw opmerking over de tijd, maar ieder debat begint de teller weer opnieuw, meneer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Je kunt het altijd proberen. Ik heb twee moties. De eerste luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering voornemens is om per 2029 een bestedingsverplichting in te voeren voor voormalige anbi's, en dat ook een fiscale eindheffing en een algemene belastingplicht voor stichtingen en verenigingen worden overwogen;
constaterende dat uit het rapport Evaluatie ANBI- en SBBI-instellingen blijkt dat aan de laatste twee opties belangrijke nadelen kleven;
overwegende dat een fiscale eindheffing ertoe leidt dat geld dat bedoeld is voor het algemeen nut, en ook met het oog daarop gedoneerd is, naar de algemene middelen van het Rijk vloeit, wat zeer onwenselijk is;
verzoekt de regering in ieder geval geen fiscale eindheffing voor voormalige anbi's in te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Grinwis en Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 321 (32140).
De heer Stoffer (SGP):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering een suikerbelasting wil invoeren, met een beoogde opbrengst van 900 miljoen euro;
overwegende dat een vooraf ingeboekte opbrengst lastig te rijmen is met het doel van de belasting, namelijk het terugdringen van de suikerconsumptie, waardoor het risico ontstaat dat de belasting niet doeltreffend en doelmatig wordt of dat de belasting een budgettair doel krijgt;
overwegende dat de regering de komende tijd varianten voor een suikerbelasting uitwerkt;
verzoekt de regering naast de al toegezegde focus op financiële en economische effecten en grenseffecten:
-de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende varianten inzichtelijk te maken;
-de inkomens- en koopkrachteffecten voor huishoudens(groepen) in kaart te brengen;
-inzichtelijk te maken hoe een vooraf geraamde budgettaire opbrengst zich verhoudt tot het beoogde doel van vermindering van de suikerconsumptie;
-advies in te winnen bij onder meer onafhankelijke gezondheidsexperts en betrokken maatschappelijke partijen en sectorpartijen;
-de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 322 (32140).
De heer Stoffer (SGP):
Dan heb ik nog één vraag. Tijdens het debat heb ik gevraagd naar de invoering van de fiscale eindheffing en een algemene belastingplicht voor verenigingen en stichtingen. Wat de SGP betreft gaan we die allebei niet invoeren, maar mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij kan bevestigen dat het niet de intentie is van het kabinet om een algemene belastingplicht voor verenigingen en stichtingen in te voeren.
Dat was het, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21. Gaat uw gang.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat dealerbedrijven demonstratieauto's wisselend aan hun personeel meegeven als onderdeel van een verkoopstrategie en deze auto's daardoor onder de pseudo-eindheffing vallen;
overwegende dat deze demonstratievoertuigen primair onderdeel zijn van de handelsvoorraad en niet vergelijkbaar zijn met reguliere lease- en bedrijfsauto's;
verzoekt de regering personenauto's die tot de bedrijfsvoorraad van een erkend dealerbedrijf behoren bij woon-werkverkeer uit te zonderen van de pseudo-eindheffing,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 323 (32140).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 bij de Eerste Kamer ligt en doorgang niet zeker is;
constaterende dat dit wetsvoorstel de vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken al volledig heeft vormgegeven en dat de Belastingdienst hiervoor grotendeels over de gegevens beschikt;
overwegende dat de bezwaren bij deze wet zich richten op de vermogensaanwasbelasting en niet op dit realisatieregime voor vastgoed;
overwegende dat dit realisatieregime zelfstandig verdedigbaar is, gedwongen verkoop van huurwoningen tegengaat en al klaarligt;
verzoekt de regering dit realisatieregime gereed te houden zodat het, mocht de Wwr geen doorgang vinden, op korte termijn als zelfstandig wetsvoorstel kan worden ingediend,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 324 (32140).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering stelt dat een hogere realisatie dan geraamd volgens de begrotingsregels alleen in het saldo valt en niet kan worden bestemd;
overwegende dat deze begrotingsregels door het kabinet zelf zijn vastgesteld, geen wettelijke grondslag hebben en de Kamer in haar budgetrecht niet binden;
overwegende dat het daarom aan de Kamer is om te bepalen of een meevaller binnen de hersteloperatie box 3 ook binnen dat domein wordt ingezet;
verzoekt de regering een hogere realisatie dan de raming binnen box 3 te reserveren voor verbetering van het box 3-stelsel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 325 (32140).
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Oosterhuis namens D66.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank, voorzitter. Omwille van het tempo zal ik mij beperken tot één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat over opslag van elektriciteit achter een kleinverbruikersaansluiting ten onrechte dubbele energiebelasting wordt geheven;
overwegende dat het voor het optimaal benutten van de mogelijkheden van thuisbatterijen en elektriciteitsopslag in auto's wenselijk is dat de dubbele heffing van energiebelasting wordt voorkomen;
verzoekt het kabinet verder te verkennen hoe dubbele energiebelasting bij opslag kan worden voorkomen, en de Tweede Kamer hierover voor het eind van het jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Oosterhuis.
Zij krijgt nr. 326 (32140).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vlottes van de PVV.
De heer Vlottes (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat huishoudens steeds meer moeite hebben om de boodschappen te betalen;
overwegende dat de boodschappenprijzen in Nederland torenhoog zijn;
verzoekt de regering de btw op voedingsmiddelen te schrappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vlottes.
Zij krijgt nr. 327 (32140).
De heer Vlottes (PVV):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de voorgenomen suikertaks niet in te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vlottes.
Zij krijgt nr. 328 (32140).
De heer Vlottes (PVV):
En de derde.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Wet werkelijk rendement een stelsel bevat van een vermogenswinstbelasting én een vermogensaanwasbelasting;
overwegende dat de aanpassingen omtrent de Wet werkelijk rendement het huidige stelsel van "papieren winstbelasting" in stand laten en derhalve nog geen begin van een oplossing zijn;
verzoekt de regering over te stappen op een box 3-stelsel waarbij géén papieren winst wordt belast,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vlottes.
Zij krijgt nr. 329 (32140).
De heer Vlottes (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Dekker namens Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Dekker (FVD):
Dank u, voorzitter. De beste oplossing om de belastingdruk en de steeds knellender wordende belastingmaatregelen te verminderen en te versoepelen is natuurlijk om als overheid gewoon minder uit te geven. Dan hoeft er simpelweg minder belasting te worden geheven. Daarom vindt Forum voor Democratie dat Nederland zijn beleid zou moeten saneren en zou moeten stoppen met die miljardenverspilling aan de oorlog in Oekraïne, de energietransitie, de stikstofgekkigheid, de EU, de NAVO en de massa-immigratie. Zo verminder je pas echt de fiscale pijn. Zolang die sanering niet wordt gedaan, blijven debatten over fiscaliteit helaas alleen maar gaan over verdeling van de pijn, niet over het serieus terugdringen daarvan.
Binnen die frustrerende werkelijkheid heb ik een tweetal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat internationaal wordt gewerkt aan verdergaande fiscale uniformiteit, onder meer via het VN-raamwerkverdrag over internationale belastingsamenwerking;
van mening dat verschillen tussen nationale belastingstelsels een afspiegeling zijn van verschillende maatschappelijke keuzes, en dat belastingconcurrentie een gezonde rem vormt op een steeds verder oplopende lastendruk;
verzoekt de regering zich internationaal niet in te zetten voor verdergaande gelijkschakeling van belastingstelsels, en de Nederlandse inzet te beperken tot samenwerking die de nationale fiscale soevereiniteit onverlet laat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 330 (32140).
De heer Dekker (FVD):
De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het huidige belastingstelsel tweeverdieners substantieel worden bevoordeeld boven eenverdieners;
overwegende dat hiermee de mogelijkheid om een van de ouders niet te laten werken en in plaats daarvan te laten zorgen voor huishouden en kinderen fiscaal wordt afgestraft;
overwegende dat gezinsvorming door deze fiscale situatie kan worden belemmerd;
verzoekt de regering om de belastingen zodanig te hervormen dat deze kloof wordt gedicht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 331 (32140).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is de gerichte vrijstelling op de personeelskorting binnen de werkkostenregeling (WKR) af te schaffen;
constaterende dat deze maatregel met name werknemers in de retailsector raakt, een groep met veelal lagere inkomens voor wie het werk fysiek en mentaal zwaar is en de lonen relatief laag zijn;
overwegende dat deze specifieke groep medewerkers juist in deze economische tijden extra bescherming en een steuntje in de rug verdient;
overwegende dat het afschaffen van deze vrijstelling direct leidt tot een verlies aan essentiële koopkracht voor honderdduizenden gezinnen;
verzoekt de regering om af te zien van de voorgenomen afschaffing van de gerichte vrijstelling op de personeelskorting, zodat deze behouden blijft voor medewerkers;
verzoekt de regering de hiermee gemoeide beperkte budgettaire derving te dekken uit de algemene middelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 332 (32140).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet vanaf 2030 900 miljoen euro wenst op te halen met de invoering van een suikertaks;
constaterende dat het kabinet tevens stelt dat deze belasting bedoeld is om de consumptie van suikerhoudende voeding effectief te ontmoedigen;
overwegende dat onderzoek van de Rabobank uitwijst dat maar liefst 20% van het supermarktassortiment geraakt zal worden, wat bij ongewijzigd gedrag onvermijdelijk leidt tot een forse inflatiecorrectie op de dagelijkse boodschappen;
overwegende dat het kabinet desondanks hardnekkig claimt dat én de budgettaire doelstelling wordt gehaald, én de suikerconsumptie daalt, én de inflatie niet hoeft toe te nemen;
spreekt uit dat het gelijktijdig beloven van een miljardenopbrengst, gedragsverandering én inflatieneutraliteit getuigt van een volstrekt onrealistisch, tegenstrijdig en onverstandig fiscaal wensdenken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 333 (32140).
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, ik verontschuldig mij dat ik te laat was en verontschuldig mij nogmaals dat ik nu weer naar het debat Kernenergie ga.
De voorzitter:
Beide excuses zijn aanvaard. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de staatssecretaris. Aangezien het zomerregime vandaag geldt, krijgen de Kamerleden slechts één interruptie en slechts op de eigen moties.
De vergadering wordt van 10.42 uur tot 10.48 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank u wel. Goedemorgen.
De voorzitter:
Goedemorgen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Er is een vraag van de SGP en dan zijn er achttien moties. De intenties van ondergetekende met het invoeren van een algemene belastingplicht voor stichtingen en verenigingen komen voort uit een onderzoek naar stichtingen, bijvoorbeeld familiestichtingen, en de vraag of daar wel of geen misbruik van wordt gemaakt. Dat is een zeer rigoureuze maatregel. Dat is mijn appreciatie pro forma. U krijgt nog een brief met alternatieve beleidsopties.
Dan ga ik naar de moties. De motie op stuk nr. 316 van Stultiens is wat mij betreft oordeel Kamer. Wij sturen alles in met Prinsjesdag.
De voorzitter:
Ja.
Staatssecretaris Eerenberg:
En als u doorvergadert, werken we daaraan mee.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 317.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 317 is oordeel Kamer. Er ligt al veel onderzoek en dat stuur ik u graag toe.
De motie op stuk nr. 318 is wat mij betreft oordeel Kamer, omdat dit conform onze begrotingsregels is.
Ik ga iets meer zeggen over de motie op stuk nr. 319, voorzitter. Ik heb letterlijk een sprintje getrokken, dus ik ga even ademhalen. Ik ga die motie ontraden. Dat heeft ermee te maken dat we een uitspraak van de Hoge Raad hebben. Het vorige kabinet heeft besloten hoe daarmee om te gaan. Wij moeten dat ook gewoon snel in beleid omzetten, anders hebben we echt juridische problemen. Terwijl ik dit zeg, besef ik dat dit voor een groep mensen een hele grote en heftige consequentie kan hebben. Er is geen parlementaire behandeling meer voorzien. Er is een regeling. U heeft daar vragen over gesteld. U krijgt de antwoorden. Ik vrees — ik zeg het met veel empathie voor de mensen die het raakt — dat wij deze uitspraak tot beleid zullen moeten maken. Daarna zullen wij het debat moeten voeren over arbeidsongeschiktheid in brede zin.
De voorzitter:
Eén interruptie van de heer Stultiens.
De heer Stultiens (PRO):
Ik moet kiezen. Dan ga ik kiezen voor de motie op stuk nr. 317. De staatssecretaris geeft aan dat er al veel onderzoek ligt. Dat ken ik. Dit gaat er vooral om dat er nieuw beleid komt. Er komt een nieuwe box 3-wet. Er komen mogelijk nieuwe Europese wetten. Wij willen weten of dit leidt tot extra kansen op boxhoppen en zo ja, hoe we dat tegengaan. Ik ben dus ook benieuwd naar de nieuwe wetten en de gevolgen daarvan.
Staatssecretaris Eerenberg:
Laten we afspreken dat ik u de reeds bestaande inzichten over boxhoppen gebundeld stuur en daaraan toevoeg wat onze inzichten zijn over de toekomst en de wijzigingen die wij daarin voorzien.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 320.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 320 is wat mij betreft oordeel Kamer. Het is een onderzoeksmotie over iets wat maatschappelijk gewenst is.
De motie op stuk nr. 321 krijgt wat mij betreft ook oordeel Kamer. Zij ligt erg in lijn met de vraag van de SGP die ik heb beantwoord.
Voorzitter. Dan gaan we naar de suikerbelasting. De onderzoeken waar de fractie van de SGP om vraagt zijn onderdeel van een fatsoenlijk wetstraject. Deze motie is dan ook uiteraard oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 322: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 323 ga ik ontraden. Ik heb dat ook in het commissiedebat gezegd. Ik denk dat we een behoorlijke stap richting de branche hebben gemaakt ten opzichte van de pseudo-eindheffing. We hebben echt wat te doen met het wagenpark in Nederland en het verduurzamen ervan. Bij de auto's die worden gebruikt om als reclame op de weg te rijden, mag er ook een stapje extra inzake duurzaamheid. Ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 324.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 324 gaat over box 3. Ik denk dat zowel u als uw collega's in de Eerste Kamer vaak van mij hebben gehoord wat de route voorwaarts is: stap voor stap naar meer vermogenswinst. Elke keer dat je zo'n stap zet, wordt het stelsel echt beter voor verschillende groepen. Je voorbereiden op een ander scenario is dan niet verstandig en ook zonde van de energie. Ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 325.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 325 ontraad ik, omdat die eigenlijk het omgekeerde is van de motie van de heer Stultiens en die had ik oordeel Kamer gegeven. Zo klopt het precies.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 326.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 326 is van de heer Oosterhuis. Het is een bekend probleem dat hij aankaart en waar hij de vinger op legt. Het is dus goed om daarnaar te kijken: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 327.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 327 ga ik u ontraden. Eén. Zij is ongedekt. Twee. Dit levert behoorlijk veel afbakeningsproblematiek op. Drie. De vraag is eigenlijk of het juridisch haalbaar is. Vier. Het is ook niet doelmatig, want er zijn in dit land ook mensen met hoge salarissen die deze korting niet nodig hebben.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 328.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 328 ontraad ik, want mijn politieke opdracht is om juist wel een suikertaks in te voeren.
De motie op stuk nr. 329 kan ik ook ontraden, verwijzend naar de reactie op de motie van JA21. We moeten stap voor stap naar meer vermogenswinst.
De motie op stuk nr. 330 ontraad ik kortheidshalve met een vergelijkbare redenatie of eigenlijk dezelfde redenatie.
Voorzitter. Dan gaan we naar de eenverdieners. Ik ontraad de motie op stuk nr. 331 vanwege de manier waarop deze nu is geformuleerd en de redenering die Forum voor Democratie erachter zet, maar ik heb ook hierin een opdracht. Ik heb ook in het commissiedebat gezegd: er is een groot verschil tussen eenverdieners en tweeverdieners. De SGP vraagt daar ook terecht vaak aandacht voor. Dat is een opdracht die ik serieus neem en waarmee ik aan de slag ga, maar ik zou het niet doen op de manier waarop u het heeft geformuleerd. Tegelijkertijd ga ik aan de slag met het doel dat u wilt bereiken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 331: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 332.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 332, over de personeelskorting. Die is per motie door uw Kamer gewijzigd in het energiepakket, dus die ga ik nu ontraden. Ik besef dat de indiener van de motie niet bij dit debat is; hij is op een andere plek ook een zeer nuttig debat aan het voeren. Ik wilde hem er eigenlijk toch op wijzen dat hij zelf voor de motie gestemd heeft die dit, in zijn termen, veroorzaakt heeft.
De voorzitter:
Tot slot.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 333 is een spreekt-uitmotie. Dan past het mij altijd om terughoudend te zijn, dus ik heb daar uiteraard geen oordeel over. Ik wil er wel één ding over zeggen. Er is een onderzoek dat per productgroep heeft laten zien wat de prijselasticiteit is. Het is dus echt niet zo dat wij zomaar wat doen. Wij denken echt dat je én een maatschappelijk doel na kan streven én een budget kan ophalen. Maar het is een spreekt-uitmotie, dus: geen oordeel.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de staatssecretaris voor zijn medewerking en ik wens hem een heel goed zomerreces als ik hem niet meer zie in de Kamer.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De vergadering is heel kort geschorst voordat we verdergaan met het tweeminutendebat Iran.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.