Stenogram : Verhoging bedrag voor Nationaal Onderwijsmuseum
4 Verhoging bedrag voor Nationaal Onderwijsmuseum
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 90
Te raadplegen sinds
2026-10-01Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier36800-VIIIToon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 90
Verhoging bedrag voor Nationaal Onderwijsmuseum
Aan de orde is het tweeminutendebat Uitvoering amendement-Stoffer/Rooderkerk over het verhogen van het bedrag voor het Nationaal Onderwijsmuseum (36800-VIII, nr. 172).
De voorzitter:
Er zijn vijf sprekers aan de zijde van de Kamer. Als eerste geef ik het woord aan de heer Stoffer. Het is u vast niet ontgaan dat dit de laatste vergaderdag is voor het reces en ik wijs de leden erop dat een tweeminutendebat een tweeminutendebat is en geen drieminutendebat. Moties moeten dus binnen de twee minuten worden ingediend. De laatste zin afmaken mag, maar als het te lang duurt, moet u de motie een volgende keer, bij een andere gelegenheid, indienen. Het woord is aan de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik zal u een beetje helpen de toon te zetten vandaag. Ik denk dat ik het binnen een minuut kan.
De voorzitter:
Top!
De heer Stoffer (SGP):
Eén motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het aangenomen amendement-Stoffer/Rooderkerk (36800-VIII, nr. 77) een structurele rijkssubsidie beoogt voor het Nationaal Onderwijsmuseum;
overwegende dat volgens artikel 2.3 van de Comptabiliteitswet 2016 als structureel beoogde wijzigingen van een begrotingsstaat tevens in de begrotingsstaten van de daaropvolgende jaren worden opgenomen, tenzij een zwaarwegende reden zich hiertegen verzet;
constaterende dat het kabinet geen zwaarwegende reden, maar beleidsvoorkeuren aanvoert om geen subsidie meer te willen verlenen en daarmee inbreuk maakt op het budgetrecht van de Kamer;
verzoekt de regering met het oog op de continuïteit van het Nationaal Onderwijsmuseum binnen twee weken aan het museum en de Kamer de door de Kamer vastgestelde structurele subsidie te bevestigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Mohandis.
Zij krijgt nr. 178 (36800-VIII).
De heer Stoffer (SGP):
Als we het zo doen, voorzitter, zijn we voor 18.00 uur vanavond klaar.
De voorzitter:
Eenieder kan een voorbeeld aan u nemen. U heeft één vervolgvraag van de heer Kisteman. Heel kort, meneer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
Uiteraard, voorzitter. We waarderen de inzet van de SGP voor het open kunnen blijven van het Onderwijsmuseum. Heel veel ondernemers willen net als het Onderwijsmuseum graag op zondag open zijn. Kunnen wij die inzet van de SGP dan ook op dat punt verwachten?
De heer Stoffer (SGP):
Ik denk dat het verstandig is om dit na het reces een keer uit te debatteren en om het debat hierover niet vandaag verder te voeren.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mohandis namens PRO. Gaat uw gang.
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Ik neem de staatssecretaris via u, voorzitter, even terug naar het laatste commissiedebat Erfgoed dat ik heb gehad met de minister van Onderwijs. Daar legde ik haar de vraag voor hoe zij kijkt naar de toekomst van het Onderwijsmuseum. Zij gaf aan dat zij met onderwijspartijen serieus hiernaar wil kijken, omdat het museum een belangrijke functie heeft. Er moet veel gebeuren in het Onderwijsmuseum, maar het waren hele enthousiaste en warme woorden. Ik ben dus benieuwd hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt. Mijn hele concrete vraag is welke gesprekken er tot nu toe zijn geweest, welke opties op tafel liggen, of er ook in het reces of in september nog gesprekken gaan plaatsvinden en of het kabinet echt bereid is om die structurele oplossing te vinden. Ik vind het ook goed als dat samen met het onderwijsveld gebeurt, maar er moet toch gewoon een oplossing mogelijk zijn? Dit is een minderheidskabinet, en een minderheidskabinet moet uiteindelijk net een extra inspanning doen om meerderheden te krijgen. Ik ben dus heel benieuwd of deze staatssecretaris net zo enthousiast is over het Onderwijsmuseum als de minister en wat zij concreet gaat doen om gewoon een Kamerwens uit te voeren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Heel kort een vraag aan de staatssecretaris. In 2016 was het aantal bezoekers 29.000. Het resultaat was €67.000. In 2025 was het aantal bezoekers 31.000. Het resultaat was een verlies van €175.000. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of er niet iets anders nodig is dan een financiële subsidie.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Rooderkerk namens D66. Keurig, meneer Kisteman! Ook aan u kan eenieder een voorbeeld nemen. Gaat uw gang, mevrouw Rooderkerk.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter. Ik ga mijn best doen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht al langere tijd onzekerheid kent over zijn voortbestaan;
constaterende dat de Kamer eerder via een amendement en een motie heeft uitgesproken dat het museum behouden moet blijven;
overwegende dat het museum met ruim 325.000 objecten de grootste collectie onderwijserfgoed van Nederland beheert en deze kennis bij een sluiting verloren zou gaan;
overwegende dat een duurzame toekomst voor het museum gebaat is bij een bredere verankering in de onderwijssector zelf om de geschiedenis van het onderwijs voor de toekomst te behouden;
verzoekt de regering samen met de PO-Raad en de VO-raad aan de slag te gaan met een governancestructuur waarin het museum vanuit de sector kan worden voortgezet en de Kamer voor Prinsjesdag hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk, Stoffer en Mohandis.
Zij krijgt nr. 179 (36800-VIII).
Dank u wel. Ik schors een enkel ogenblik. Of kan de staatssecretaris meteen door met de beantwoording? Kan dat? Ik schors kort.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Tielen:
Dank u wel, voorzitter. Het Onderwijsmuseum heeft in mei '25 te horen gekregen dat de subsidie stopt, maar uw Kamer heeft daar inderdaad via een amendement bij de begroting in ieder geval voor 2026 extra geld voor geregeld. Ik heb er een aantal vragen over gekregen en ik apprecieer twee moties.
De eerste vraag was van de heer Kisteman namens de VVD. Hij heeft het over in de cijfers duiken. Ik denk dat hij nog meer cijfers zou kunnen geven. De bezoekersaantallen lopen terug en er is toch sprake van grotere verliezen van het museum. Hij vraagt wat er dan nodig is. Een gezonde bedrijfsvoering is natuurlijk een belangrijk element als je een organisatie in de lucht wilt houden. Dat betekent dat je inkomsten hoger zijn dan de uitgaven. Dat is ook de reden dat dit jaar de subsidie, mede met dank aan het amendement van de Kamer, een stuk hoger is dan de jaren ervoor en dat we de afgelopen jaren telkens ook hebben bijgestort, zeg ik maar eventjes wat populair, omdat de initiële subsidie niet genoeg was. Het gaat dus om een gezonde bedrijfsvoering. Er moet ook zicht op de collectie zijn. Een van de kerntaken van een museum is zorgen dat je zicht hebt op de collectie die het museum beheert. Dat is er helaas ook nog niet. Ik denk dat die twee dingen belangrijk zijn: een gezonde bedrijfsvoering en zicht op de collectie. We hebben het museum laten weten dat er eventueel extra middelen zijn om het voor elkaar te krijgen dat die collectie in kaart wordt gebracht, ondanks dat het een kerntaak is van een museum. Maar dat aanbod staat nog steeds.
Meneer Mohandis had een vraag, mede naar aanleiding van het debat Erfgoed. Daar was ik zelf niet, maar ik heb er uiteraard wel een blik op geworpen en ik heb het er met de minister over gehad. We proberen alles zo veel mogelijk, zeker waar nodig, ook samen te doen. Ik denk dat het Onderwijsmuseum een heel mooi principe is, omdat het ook een teken is voor de sector. Onderwijs is een van de belangrijkste dingen in ons land. Iedereen, ook hier in de zaal, heeft uitgebreid onderwijs genoten. Door de jaren heen zijn er natuurlijk heel interessante ontwikkelingen te zien in wat onderwijs wel en niet kan betekenen voor mensen en voor onze samenleving. Dus in principe is het Onderwijsmuseum een mooi — hoe moet je dat zeggen? — symbool, een mooie totempaal voor de hele sector. Daarom vind ik het ook belangrijk om daar met de sector over te spreken. Er is in de afgelopen maanden al een gesprek geweest over dit onderwerp. Overigens hebben we heel veel gesprekken met de sector, met het veld, maar dus ook hierover. Er is ook echt welwillendheid. Daarbij zijn een aantal vragen, vragen die de heer Kisteman ook stelde, aan de orde. Hoe zorgen we dan voor een gezonde bedrijfsvoering? Hoe zorgen we dat de collectie in kaart is? Wie neemt daar dan de verantwoordelijkheid voor?
De voorzitter:
U komt bij de moties.
Staatssecretaris Tielen:
Ook in september heb ik daar nog gesprekken over. Dat is een lopend pad.
De motie van meneer Stoffer, op stuk nr. 178, bevat overigens zware woorden in de overwegingen en de constatering. Dat kan. In het amendement waar de heer Stoffer naar verwijst, zijn alleen de aanvullende middelen, van €350.000, opgenomen voor dit jaar. Daar is ook de dekking voor. Voor voortzetting vanaf 2027 is veel meer nodig dan die €350.000, namelijk ruim €950.000, richting 1 miljoen. Dus daar gaat het amendement ook eigenlijk niet over. Er is ook geen dekking voor de jaren na '27. Maar goed, zoals ik al zei: we kunnen in gesprek om te kijken wat er mogelijk is om met de sector samen te kijken hoe de toekomst van het museum eruitziet. Maar ik heb nu geen middelen en ook niet de opdracht om dat goed te regelen.
De voorzitter:
Daar hoort de volgende appreciatie bij?
Staatssecretaris Tielen:
Ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 178 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 179.
Staatssecretaris Tielen:
De motie van mevrouw Rooderkerk gaat over die gesprekken, tenminste, zo interpreteer ik ze. Dat is misschien wel ondersteuning van de manier waarop we er nu mee bezig zijn, ook naar aanleiding van de woorden van de minister in het debat over erfgoed. Daar gaan we mee verder, op een volgens mij constructieve wijze, om te kijken hoe we daar duurzame afspraken over kunnen maken. Dus die motie kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik hoor "oordeel Kamer". Begrijp ik het goed dat de staatssecretaris daarmee een voorschot neemt op structurele financiering?
Staatssecretaris Tielen:
O nee, zeker niet. Volgens mij staat dat ook niet in de motie, of ik heb 'm niet goed gelezen. Uiteindelijk gaan we kijken naar wat een toekomst van het museum zou kunnen zijn, welke partijen daarin welke verantwoordelijkheid dragen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat we een duurzaam antwoord kunnen geven ook op de vragen die meneer Kisteman stelde. Over wat dat vervolgens betekent, ook voor de begroting van OCW, staat niks in de motie. Daar neem ik ook zeker geen voorschot op.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid in het parlement.
Staatssecretaris Tielen:
We lopen nu al voor op schema, voorzitter. Ik mag hopen dat u dat …
De voorzitter:
Zeker weten! Maar uw collega staat al achter u.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Klokslag 10.30 uur begint het volgende debat. Ik schors tot 10.30 uur.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.