Stenogram : Schiphol
46 Schiphol
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 88
Te raadplegen sinds
2026-09-28Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier29665Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 88
Schiphol
Aan de orde is het tweeminutendebat Schiphol (CD d.d. 19/05 en 26/05).
De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Schiphol. De eerste spreker is het lid Kostić. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Zeker zestien jaar lang mocht Schiphol illegale schade toebrengen aan de natuur, het klimaat en de gezondheid van mensen, met hulp van het Rijk. De rechter zei: het Rijk heeft daarmee de mensenrechten van omwonenden jarenlang geschonden. Vandaag zou met het Luchthavenverkeersbesluit het moment zijn om daar verandering in te brengen, maar het is gewoon een stuk geworden dat jarenlang illegaal gedrag van Schiphol legaliseert. Geen enkele omwonendenorganisatie is hier blij mee, en dan kiest de minister er ook nog voor om nu juridisch te regelen dat Schiphol op termijn verder kan groeien, midden in een klimaat- en stikstofcrisis. Het is schaamteloos.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) 2026 een van de grootste wijzigingen in het luchtvaartbeleid is sinds decennia en het daarom belangrijk is om het proces rondom het LVB zorgvuldig af te handelen;
verzoekt de regering door te gaan met het LVB-proces door de Raad van State om spoedadvies te vragen en de Kamer over het advies van de Raad van State tijdig te informeren, zodat de Kamer op 29 of 30 september hierover met de regering in debat gaat voordat het LVB definitief wordt vastgesteld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Kröger.
Zij krijgt nr. 602 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het ontwerp-LVB een "groeiverdiensystematiek" bevat, waarmee de capaciteit op termijn weer kan toenemen naar 500.000 vliegbewegingen;
constaterende dat het op voorhand juridisch vastleggen van een groeiperspectief op basis van papieren modellen risicovol is zolang niet onomstotelijk vaststaat dat de internationale klimaatdoelen, de mensenrechten en de gezondheid van omwonenden en de wettelijke stikstofnormen worden gerespecteerd;
verzoekt de regering de doorgroeimogelijkheid naar 500.000 vliegbewegingen niet in het definitieve LVB op te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Kröger.
Zij krijgt nr. 603 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Commissie mer concludeert dat onvoldoende is aangetoond dat het ontwerp-LVB omwonenden, natuur en milieu beter beschermt, en adviseert aanvullende maatregelen achter de hand te houden;
constaterende dat uit RIVM-onderzoek van 30 juni blijkt dat de geluidsoverlast groter is dan gedacht;
verzoekt de regering een pakket aanvullende maatregelen uit te werken zodat die later eventueel in het LVB verwerkt kunnen worden, en hierover de Kamer zo snel mogelijk dit jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 604 (29665).
Dank u wel. De tweede spreker is mevrouw Kröger. Ik nodig haar uit voor haar bijdrage namens PRO.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Ik sta hier met grote, grote zorgen. We hebben van deze minister een Luchthavenverkeersbesluit gekregen dat eigenlijk met name jarenlange illegale groei legaliseert. De juridische houdbaarheid is bijzonder wankel, zoals ook het echt affakkelen van de onderbouwing door de Commissie mer liet zien. Ik heb grote zorgen en drie moties die dat adresseren.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat bij het opstellen van de MER voor het LVB 2026 het RIVM-onderzoek naar de blootstelling-effectrelatie nog niet gereed was en daarom is teruggegrepen op een onderzoek uit 2002;
overwegende dat de Commissie voor de milieueffectrapportage heeft geadviseerd om de meest recente blootstelling-effectrelatie te gebruiken, welke vandaag is gepubliceerd;
overwegende dat het onderzoek naar de BR-relatie constateert dat de hinder door nachtvluchten groter is dan verwacht;
verzoekt de regering om bij de herziening van de MER de meest actuele RIVM-data te gebruiken om zo een goed beeld van de te verwachten effecten en aantallen (ernstig) gehinderden te krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 605 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat nachtelijk vliegtuiglawaai onevenredig veel hinder en gezondheidsschade veroorzaakt, maar slechts een zeer gering aandeel in de operatie van Schiphol vertegenwoordigt;
overwegende dat de Commissie voor de milieueffectrapportage adviseerde om een nachtsluiting als volwaardig scenario uit te werken en op effecten te vergelijken met het voorkeursscenario van de minister;
overwegende dat onderzoek naar de effecten van een nachtsluiting ook voorwerk zijn voor een mogelijke volgende nieuwe Balanced Approachprocedure;
verzoekt de regering om een nachtsluiting als volwaardig scenario uit te werken en op effecten te vergelijken met het voorkeursscenario van de minister,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 606 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een robuust en juridisch houdbaar Luchthavenverkeerbesluit gebaat is bij een goede onderbouwing in de milieueffectrapportage;
constaterende dat de Commissie mer uitermate kritisch was op de voorgelegde MER en het unieke advies heeft gezien om het onderzoek te herzien, in plaats van slechts aan te passen;
verzoekt de regering om na aanpassing van de milieueffectrapportage deze ter advisering voor te leggen aan de Commissie mer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 607 (29665).
Mevrouw Kröger (PRO):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer El Abassi. Hij spreekt namens DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland al een van de hoogste nationale vliegbelastingen van Europa kent en dat er daarnaast een Europese heffing in voorbereiding is;
overwegende dat een stapeling van belastingen kan leiden tot hogere ticketprijzen en uitwijkgedrag naar buitenlandse luchthavens;
verzoekt de regering de gevolgen van de cumulatie van nationale en Europese vliegbelastingen voor de betaalbaarheid van vliegen, de concurrentiepositie van Schiphol en het uitwijkgedrag van reizigers in kaart te brengen, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 608 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat steeds meer Nederlandse reizigers uitwijken naar luchthavens net over de grens;
overwegende dat hierdoor de uitstoot zich kan verplaatsen in plaats van verminderen;
verzoekt de regering bij toekomstige fiscale maatregelen voor de luchtvaart expliciet het risico op uitwijkgedrag en het milieueffect daarvan mee te wegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 609 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat grote verschillen in vliegbelastingen tussen Europese lidstaten leiden tot oneerlijke concurrentie en uitwijkgedrag;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor een meer gelijk speelveld bij de belasting op vliegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 610 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat stijgende belastingen en hogere brandstofkosten vliegreizen duurder maken;
overwegende dat betaalbare vliegreizen voor veel Nederlanders van belang zijn, onder meer voor familiebezoek, werk en vakantie;
verzoekt de regering bij nieuw luchtvaartbeleid de effecten op de betaalbaarheid voor huishoudens expliciet inzichtelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 611 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat circa 40% tot 45% van de Schipholreizigers transferpassagier is;
constaterende dat transferpassagiers geen vliegtaks betalen;
overwegende dat Nederlandse reizigers door hogere kosten en belastingdruk steeds vaker uitwijken naar buitenlandse luchthavens;
verzoekt de regering om bij beleid over vliegtaks, vliegbewegingen en de hubfunctie het aandeel transferpassagiers mee te wegen en het ongelijke speelveld te verkleinen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 612 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onder Schipholbeveiligers zorgen bestaan over werkdruk, personeelstekorten en de gevolgen van aanbestedingen;
overwegende dat sommige Europese luchthavens de beveiliging in eigen beheer uitvoeren;
verzoekt de regering samen met Schiphol te onderzoeken of het in eigen dienst nemen van beveiligers kan bijdragen aan betere arbeidsomstandigheden, meer continuïteit en een hogere kwaliteit van de beveiliging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 613 (29665).
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, ik zie dat ik over mijn tijd heen ben, dus ik stop. Dank u wel.
De voorzitter:
U had ook nogal wat in te dienen! We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Van Eijk namens de VVD.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank je wel, voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is per 1 november 2026 een gewijzigd Luchthavenverkeerbesluit voor Schiphol in werking te laten treden;
constaterende dat uit de uitvoeringstoets van Luchtverkeersleiding Nederland blijkt dat de voorgestelde systematiek van grenswaarden in de uitvoering kan leiden tot extra baancombinatiewisselingen en meer vliegbewegingen boven dichtbevolkte gebieden;
overwegende dat het uitgangspunt van het gewijzigde Luchthavenverkeerbesluit is om de geluidhinder voor omwonenden terug te dringen;
overwegende dat grenswaarden in de praktijk niet mogen leiden tot een toename van de hinder voor omwonenden;
verzoekt de regering bij de herziening van het MER te onderbouwen dat de toepassing van grenswaarden niet leidt tot een toename van vliegbewegingen boven dichtbevolkte gebieden, en de Kamer vóór de definitieve vaststelling van het Luchthavenverkeerbesluit over de uitkomsten hiervan te informeren;
verzoekt de regering na inwerkingtreding van het Luchthavenverkeerbesluit de werking van de grenswaarden in de praktijk te monitoren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijk en Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 614 (29665).
Dank u wel. Dan meneer Heutink. Hij spreekt namens de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik heb geen moties meegenomen. Ik zie een minister die het belang ziet van Schiphol als economische motor van Nederland, die wil dat we uiteindelijk met Schiphol ook weer gaan groeien. Ik denk ook dat dat randvoorwaardelijk is voor een sterke en een goede economie. Ik hoop dat de minister daar vooral aan vasthoudt en zich niet laat afleiden door alle onderbuikgevoelens, alle angst, alle paniek van al die partijen die schreeuwen vanuit de onderbuik, overigens volledig onterecht. Ik hoop dat de minister gewoon koers houdt en ervoor zorgt dat we binnen no time weer naar 500.000 vluchten gaan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Plas, aan u het woord.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Twee korte moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat nieuwe, stillere vliegtuigen nog niet altijd goed zijn verwerkt in de modellen waarop het luchtvaartbeleid is gebaseerd;
overwegende dat investeringen in stillere vliegtuigen eerlijk moeten meetellen;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat actuele, betrouwbare gegevens over nieuwe vliegtuigtypen zo snel mogelijk worden verwerkt in de modellen voor geluid rond Schiphol, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 615 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat werknemers op Schiphol te maken hebben met hoge werkdruk, personeelstekorten en zorgen over de veiligheid;
overwegende dat sociale eisen alleen werken als zij duidelijk zijn en worden gecontroleerd;
verzoekt de regering met Schiphol afspraken te maken over duidelijke en afdwingbare eisen aan werkdruk, personeelsbezetting, opleiding en veiligheid bij aanbestedingen voor grondafhandeling, beveiliging en passagiersassistentie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 616 (29665).
Dank u wel. De heer Graus nodig ik uit voor zijn bijdrage aan dit tweeminutendebat. Hij spreekt namens de PVV.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering per omgaande te zorgen voor een juridisch robuust én uitvoerbaar Luchthavenverkeerbesluit (LVB),
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 617 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering zorg te dragen voor een gelijk speelveld binnen de luchtvaart op zowel mondiaal als Europees niveau,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 618 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering te voorkomen dat regelgeving en uitvoering leiden tot structurele concurrentienadelen voor Nederlandse luchthavens en luchtvaartmaatschappijen ten opzichte van onze buurlanden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 619 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering tot spoedige wettelijke verankering van minimaal 500.000 vliegbewegingen gezien Schiphol en KLM van nationaal belang zijn op zowel financieel-economisch als sociaal-maatschappelijk vlak,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 620 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering een einde te maken aan ellenlange kostbare, juridische procedures, onze luchtvaartsector en het bedrijfsleven te behoeden voor verdere financieel-economische schade, door geluidsreductie te verkiezen boven krimp en nachtsluiting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 621 (29665).
Dank u wel. U heeft op uw inbreng nog een vraag van de heer Kröger.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mevrouw Kröger!
De voorzitter:
Sorry, mevrouw Kröger! Het is de heer Graus en mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het is bijna reces, zeg ik tegen de voorzitter. Bijna, bijna! Ik heb een vraag aan — nee, ik ga het goed zeggen! — de héér Graus. Die eerste motie gaat over een robuust LVB dat standhoudt bij de rechter; ik parafraseer het even. Dat willen wij absoluut ook. Ik vraag me even af of de heer Graus daarmee het LVB bedoelt dat deze minister aan de Kamer heeft voorgelegd en dat dat het is? Of bedoelt hij dat er iets nieuws, iets goeds, moet komen? Als het het eerste is, dan kan ik niet anders dan tegen die motie stemmen.
De heer Graus (PVV):
Ik denk dat ik wat dit betreft dichter bij de minister zit. Dus u hoeft 'm niet te steunen.
Een gezegende avond, allemaal. O, ik moet dadelijk nog één keer terugkomen.
De voorzitter:
Zeker, maar we gaan eerst luisteren naar de bijdrage van mevrouw Zwinkels in dit debat. Zij spreekt namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de eerdere toezegging in het commissiedebat. Ik heb nog één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de grenswaarden van de handhavingspunten een belangrijke knop zijn om aan te draaien in dit Luchthavenverkeerbesluit, maar er onduidelijkheid bestaat bij omwonenden over de inhoud en ligging van de handhavingspunten;
overwegende dat de Commissie mer in haar advies aandacht vraagt voor de ruime marges die zijn aangehouden voor de grenswaarden van de handhavingspunten, met name gelet op de onderbouwing en de navolgbaarheid;
verzoekt de regering om recht te doen aan de bescherming die wij omwonenden met dit LVB willen bieden door in het LVB inzichtelijk te maken dat de grenswaarden van de handhavingspunten puur bedoeld zijn voor reguliere variaties in de operatie en geen onbedoelde extra ruimte bieden voor geluidshinder of meer vliegbewegingen;
verzoekt de regering om duidelijk te zijn in de communicatie rondom de begrenzende werking van de handhavingspunten, zodat omwonenden goed weten waar ze aan toe zijn, en hier gemeenten en provincies bij te betrekken;
verzoekt de regering om de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren en daarbij ook in te gaan op hoe de resultaten worden betrokken bij de handhavingsaanpak van de ILT, die in dit LVB uitgaat van de "zich ontwikkelende geluidbelasting",
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zwinkels en Köse.
Zij krijgt nr. 622 (29665).
Dank u wel. Daarmee komen we ook bij de heer Köse van D66.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik begin gelijk, want ik heb vier moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de afhankelijkheid van fossiele kerosine de verduurzaming en leveringszekerheid van de luchtvaart belemmert, terwijl e-kerosine aan beide kan bijdragen;
overwegende dat de EU vanaf 2030 een bijmengverplichting voor e-kerosine heeft vastgesteld, terwijl de Europese productie achterblijft;
verzoekt de regering om te onderzoeken welke maatregelen zij kan treffen om de productie van en vraag naar e-kerosine in Nederland in de komende twaalf maanden op gang te brengen, en daarbij expliciet te verkennen hoe samenwerking met Defensie hieraan kan bijdragen, en hierover verslag te doen voor het CD Verduurzaming luchtvaart,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Köse, Zwinkels en Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 623 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er is afgesproken dat er een nieuwe Balanced Approachprocedure komt waarin wordt vastgelegd dat Schiphol in 2030 tussen 23.00 uur en 7.00 uur 50% stiller wordt ten opzichte van 2024, en dat daarin een nachtsluiting tussen 0.00 uur en 5.00 uur wordt meegenomen;
constaterende dat een dergelijke procedure meerdere jaren in beslag neemt;
verzoekt de regering zo spoedig mogelijk te starten met een nieuwe Balanced Approachprocedure gericht op de doelstelling van 50% verstilling in de nacht in 2030, met daarin de nachtsluiting tussen 0.00 uur en 5.00 uur als te onderzoeken maatregel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Köse.
Zij krijgt nr. 624 (29665).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er gesprekken lopen over een dekkend netwerk van meetpunten met de provincies Zuid- en Noord-Holland;
overwegende dat meten en handhaven twee verschillende dingen zijn en dat de huidige handhavingspunten geen volledig beeld geven van de werkelijke geluidsbeleving van omwonenden;
verzoekt de regering in samenwerking met provincies en gemeenten een plan te ontwikkelen voor een netwerk van meetpunten rondom Schiphol, de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren en daarbij ook in te gaan op de resultaten van dit meetnetwerk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Köse en Kostić.
Zij krijgt nr. 625 (29665).
De heer Köse (D66):
Ten slotte.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Luchtvaartnota 2020-2050 als staand beleid CO2-plafonds voor de luchtvaart bevat voor de periode tot en met 2050;
overwegende dat klimaatdoelen voor de luchtvaart niet stoppen in 2030 en dat ook voor 2040 en 2050 concrete en geborgde doelen nodig zijn om de luchtvaart in lijn te brengen met de klimaatopgave en juridisch afdwingbaar te maken;
verzoekt de regering naast het uitwerken van borgingsinstrumenten voor het doel voor 2030 ook toe te werken naar concrete mijlpalen na 2030, rekening houdend met ontwikkelingen op Europees en mondiaal niveau,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Köse en Kostić.
Zij krijgt nr. 626 (29665).
Dank u wel. U heeft een vraag van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 623. Wij zijn een groot voorstander van een nachtsluiting van Schiphol. Vandaag liet onderzoek weer zien dat Schiphol echt de grootste bron is van hinder en daarmee ook van gezondheidsschade. Mijn vraag is eigenlijk de volgende. D66 roept op om snel de Balanced Approach te starten. Zou de snelste manier niet gewoon zijn: er in de MER, die nu al gemaakt is, ervoor zorgen dat nachtsluiting goed meegenomen wordt? Dan is dat werk al gedaan en hou je de vaart erin.
De heer Köse (D66):
De Commissie mer adviseert ook om dit te doen. Tijdens het debat heb ik dit ook benoemd. Ik vind dat ook belangrijk. Ik benoemde daarbij ook dat er een impactanalyse is. Ik weet niet of het in de lijst van toezeggingen staat, maar in het debat is wel gezegd dat die meegenomen gaat worden in de MER.
De voorzitter:
Ik wil eigenlijk niet het debat heropenen. Hier wil ik het bij laten.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter, volgens mij is het best normaal om in een tweeminutendebat een vraag en een vervolgvraag te kunnen stellen.
De voorzitter:
Ja, normaal is … Nou ja, "normaal", het is allemaal normaal. We hebben in de laatste week het recesregime. We hebben heel veel tweeminutendebatten en we hebben nog een wet. Ik probeer het dus inhoudelijk en een beetje kort te houden. Als u zeer hecht aan nog een vraag … Ik zie mevrouw Kostić ook staan. We gaan nu niet het debat heropenen. Dat is wat ik wil zeggen. Dat doen we niet in deze laatste week, waarin wij zo veel tweeminutendebatten hebben. Een korte vraag, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dan is de vraag de volgende. De heer Köse verwijst naar een impactassessment. Mijn simpele vraag is: vindt de heer Köse dat het advies van de Commissie mer moet worden opgevolgd om de nachtsluiting mee te nemen in de MER?
De heer Köse (D66):
Zoals ik ook in het debat heb aangegeven, heb ik daarop aangedrongen bij de minister. Het zou mooi zijn als dat meegenomen wordt. Dat zou ik zeer op prijs stellen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
We weten dat geen enkele omwonendenorganisatie hier blij mee is, terwijl dit stuk juist bedoeld was om de balans te herstellen. Er zit nu een groeiverdiensystematiek in die ervoor zorgt dat Schiphol straks misschien kan groeien. Is D66 het met ons eens dat dit stuk zo echt niet door de beugel kan, dat in ieder geval recht moet worden gedaan aan burgers en dat dan op zijn minst die groeiverdiensystematiek eruit moet?
De heer Köse (D66):
In onze bijdrage heb ik aangegeven dat ik totaal geen fan ben van dat groeiverdienmodel. Uiteindelijk is er een toezegging gedaan door de minister dat dit besluit niet in deze kabinetsperiode genomen gaat worden. Het is maar de vraag of we daar komen, maar als dat besluit dreigt te worden genomen, dan is er nog een strenge voorhang. Dat is ook allemaal toegezegd aan mevrouw Zwinkels van het CDA. Dan zullen wij als Kamer daar nog over gaan. Dat geeft mij wel voldoende comfort.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het wordt nu juridisch vastgezet in het LVB. Dat er een voorhang komt — voor de mensen thuis — betekent eigenlijk dat de Kamer bijna machteloos is. We kunnen alleen moties indienen. We kunnen niets wijzigen of amenderen. We zien nu ook met dit LVB hoe machteloos we eigenlijk staan. De minister dendert gewoon door en zegt de hele tijd tegen de Kamer: nee, sorry, wij hebben onze eigen deadlines, jullie moeten je daaraan houden en jullie kunnen eigenlijk niks wijzigen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dan is het toch gewoon voor de bühne dat D66 zegt "we kunnen straks nog iets regelen" et cetera? Nú is het moment. Nú wordt het juridisch vastgezet. Is D66 op zijn minst bereid om met ons te strijden om dat stuk eruit te halen, om op zijn minst daarmee recht te doen aan de burgers?
De heer Köse (D66):
Het zou voor de bühne zijn als ik nu hier zou verkondigen dat ik het eruit wil, dat we met een motie komen en dat er geen meerderheid komt. Dat zou voor de bühne zijn. Dan kan ik daar lekker op profileren. Maar ik wil iets bereiken. Dit is helaas … Als er een meerderheid was, dan had ik het heel graag gedaan met u. Maar uiteindelijk is er een meerderheid voor deze toezegging en zal het dus naar de Kamer komen. Wanneer het naar de Kamer komt, in die strenge voorhang die toegezegd is, dan denk ik graag met u mee om dat tegen te houden. U weet dat ik daar, net als u, geen fan van ben. Dan trek ik dus heel graag met u op. Dit is wel het meest pragmatische wat ik voor me zag.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Köse. We gaan naar meneer Goudzwaard luisteren. Hij spreekt namens JA21.
De heer Goudzwaard (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ACNL een nieuwe werkwijze voor het toewijzen van de slots op Schiphol gaat hanteren;
overwegende dat de ruimte op Schiphol schaars is, en de wijze van slotverdeling grote invloed heeft op vrachtvluchten;
overwegende dat vrachtvluchten een belangrijke schakel zijn in de tijdige toelevering van essentiële goederen;
verzoekt de regering om de nieuwe werkwijze ten behoeve van slotverdeling te monitoren en daarbij de effecten op vrachtvluchten mee te nemen;
verzoekt de Kamer te informeren over de resultaten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 627 (29665).
De heer Goudzwaard (JA21):
Dan de laatste, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aangenomen motie-Boutkan vraagt om omwonenden die werkzaam zijn in de luchtvaartsector niet uit te sluiten van deelname aan de Maatschappelijke Raad Schiphol;
constaterende dat de motie tot dusver nog niet is uitgevoerd;
constaterende dat de Kamer de wetswijziging voor het wettelijk verankeren van de Maatschappelijke Raad Schiphol nog moet behandelen;
overwegende dat het wenselijk is dat de Maatschappelijke Raad Schiphol de juiste samenstelling heeft voordat de Kamer haar wettelijke verankering behandelt;
verzoekt de regering omwonenden werkzaam in de luchtvaartsector alsnog toe te laten tot de bewonersvertegenwoordiging van de Maatschappelijke Raad Schiphol;
verzoekt de regering het wetsvoorstel in verband met de wettelijke verankering van de Maatschappelijke Raad Schiphol aan te houden tot deze toegang geregeld is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 628 (29665).
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Voordat we schorsen, heb ik een administratieve mededeling: de motie-Köse op stuk nr. 626 is mede ingediend door het lid Kostić. Dat vergat u erbij te zeggen, maar nu is het alsnog opgenomen in de Handelingen.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik schors voor tien minuten. Om 22.40 uur gaan we luisteren naar de reactie van de minister. Het debat is geschorst tot 22.40 uur.
De vergadering wordt van 22.28 uur tot 22.38 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. We gaan luisteren naar de reactie van de minister op de ingediende moties bij het tweeminutendebat Schiphol en naar het antwoord op een enkele vraag. Minister, het woord is aan u.
Minister Karremans:
Dank, voorzitter. Ik begin gelijk met de appreciatie van de moties.
Allereerst de motie op stuk nr. 602, van het lid Kostić, over hoe we nu verder moeten met het proces. Het is inderdaad van belang om het verdere proces voor vaststelling van het LVB spoedig te doorlopen om de juridische basis van Schiphol op orde te krijgen en om de rechtsbescherming voor omwonenden te waarborgen. Daarom moet er op korte termijn een spoedadvies worden gevraagd aan de Raad van State. Dat deel van de motie kan ik oordeel Kamer geven. Dat betreft de motie op stuk nr. 602.
De voorzitter:
Oké. Maar minister, u geeft een motie oordeel Kamer. Als u een deel van de motie oordeel Kamer geeft, dan vind ik dat ingewikkeld.
Minister Karremans:
De Kamer gaat zelf over haar eigen agenda. Het is inderdaad belangrijk dat we het debat op die datum voeren. Daar ben ik het zeer mee eens, maar ik bepaal die datum natuurlijk niet. Om alle verwarring te voorkomen, geef ik de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 602 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 603 ga ik ontraden; dat zal het lid Kostić niet verbazen. Dat doe ik onder verwijzing naar het debat.
De motie op stuk nr. 604 ga ik ook ontraden, want voor elke vorm van beperkende maatregelen moet de Europees verplichte Balanced Approachprocedure worden gevolgd. Dat woord is al heel vaak langsgekomen in de debatten die we met elkaar hebben gevoerd. Dit volgt ook uit de uitspraak van de Hoge Raad. De uitkomsten van de al doorlopen Balanced Approachprocedure zijn vastgelegd in dit LVB door middel van het totaalvolume aan geluid, de grenswaarden in de handhavingspunten en het maximumaantal vliegtuigbewegingen. Indien de grenswaarden worden overschreden, zal de Inspectie Leefomgeving en Transport handhaven. Ook gedurende het gebruiksjaar worden door de ILT hiervoor al mogelijkheden gecreëerd. Dat maakt dat ik de motie moet ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 604 is ontraden. Het lid Kostić heeft daarover een vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste geldt de Balanced Approach alleen als je het puur baseert op het geluid en niet als het gaat om andere milieudoelen et cetera. De Commissie mer zegt dat onvoldoende is aangetoond dat het ontwerp-LVB de omwonenden, de natuur en het milieu beter beschermt. Ze adviseert om aanvullende maatregelen achter de hand te houden. Wij vragen om de route van de Commissie mer op te volgen. De minister kan toch niet zeggen dat die onuitvoerbaar is? De Commissie mer weet toch wel wat uitvoerbaar is?
Minister Karremans:
Ik denk dat dit door mevrouw Zwinkels heel goed is verwoord in het commissiedebat. Je ziet hier echt ook bepaalde systematieken met elkaar in botsing komen. Dat is ook echt het geval. Daardoor is het ook zo'n ingewikkeld juridisch moeras geworden. Je moet voor elke vorm van capaciteitsbeperking de Balanced Approachprocedure doorlopen. Dat is ook door de Hoge Raad bepaald. Dat betekent dat elke vorm van capaciteitsbeperking langs die Europese regeling moet. De heer Köse zei het ook al even: dat kost zeker drie jaar. Dus dat kunnen we nu niet meer doen. Dat is al gebeurd, die afwegingen zijn gemaakt. Dan blijf ik ook bij mijn oordeel: ontraden.
De voorzitter:
Daar laten we het bij. We zijn bij de motie op stuk nr. 605.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 605 is van mevrouw Kröger. In alle oprechtheid moet ik zeggen dat zij haar verzoek al heeft aangestipt in het commissiedebat dat we met elkaar gehad hadden: "om de meest actuele RIVM-data te gebruiken" — die zijn vandaag naar buiten gekomen — "om een zo goed mogelijk beeld van de te verwachten effecten en aantallen ernstig gehinderden te krijgen". Dat vind ik ook belangrijk. Ik heb toen ook gezegd dat er zo goed mogelijk inzicht wordt gegeven in de aantallen gehinderden conform de nieuwste inzichten; zie ook de brief die ik daarover naar de Kamer heb gestuurd vandaag. Daarom wordt in de herziene MER inzicht gegeven in de aantallen ernstig gehinderden en slaapverstoorden, gebruikmakend van de nieuwe blootstelling-responsrelatie. Ook daarbij wordt aangetoond dat het met de nieuwe blootstelling-responsrelaties past binnen de gelijkwaardigheidscriteria. Dus ik kan de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 605: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 606 verzoekt de regering om een nachtsluiting als volwaardig scenario uit te werken en de effecten te vergelijken met het voorkeursscenario van de minister. Er is reeds in 2023 een impactanalyse naar de verschillende vormen van nachtsluiting gedaan. Deze is ook met de Kamer gedeeld. In de impactanalyse is gekeken naar zowel de impact op de sector alsook de impact op de gezondheid van omwonenden. Dus een nieuw onderzoek zo snel na het vorige onderzoek voegt in mijn optiek niks toe en zorgt ook voor verdere vertraging van het LVB, want het kost natuurlijk enige tijd — als je dat al zou willen doen. Dit terwijl spoedige vaststelling juist nu van groot belang is. In de herziene MER zal ook verwezen worden naar de resultaten van dit onderzoek. De resultaten worden verder meegenomen in de Balanced Approachprocedure, die zal worden gestart om de ambitie uit het coalitieakkoord — een verstilling van 50% in de nacht in 2030 ten opzichte van 2024 — te realiseren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 606 is dus ontraden. Mevrouw Kröger, u krijgt het woord.
Mevrouw Kröger (PRO):
De motie vraagt niet om een nieuw onderzoek te doen naar de nachtsluiting. Er is vandaag een onderzoek gepresenteerd door het RIVM dat laat zien wat de effecten zijn van nachtvluchten op slaapverstoring en gezondheid. De motie vraagt om een nachtsluiting als scenario mee te nemen in de MER. Dat is echt iets totaal anders. Dat is ook precies wat de Commissie mer deze minister heeft geadviseerd.
Minister Karremans:
Daarvan zeg ik: die impactanalyse is gedaan en die nemen we dus ook op. Tenminste, daar verwijzen we naar; die maken we onderdeel van de MER. Dat is ook onderdeel geweest van onze reactienota.
De voorzitter:
Dus dat blijft: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 607.
Minister Karremans:
Die vraagt de herziene MER opnieuw voor te leggen aan de Commissie mer. Daar hebben we het in het commissiedebat ook al over gehad. De adviezen van de commissie zijn ontzettend duidelijk en worden zo goed mogelijk verwerkt in de herziening van de MER. Zoals ik ook hebben aangegeven tijdens het commissiedebat is het niet gebruikelijk om nogmaals naar de commissie te gaan voor advies. Ik zie daar ook geen aanleiding toe en het zou wel de nodige tijd kosten. Dat past niet in de planning om 1 november te halen. Want het blijft belangrijk om snel de rechtsbescherming van omwonenden te herstellen én de juridische duidelijkheid rond Schiphol te creëren. Die motie is dus ook ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 607: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 608 van de heer El Abassi vraagt om de gevolgen van alle luchtvaartlasten voor de concurrentiepositie en het uitwijkgedrag in beeld te brengen. Die motie moet ik ook ontraden, want bij alle beleidsmaatregelen worden de lasten al in beeld gebracht. Ook is meermaals onderzoek gedaan door het KiM naar bijvoorbeeld de uitwijkers. We blijven periodiek die onderzoeken uitvoeren en de Kamer daarover informeren. Daarover heb ik ook een aantal toezeggingen gedaan tijdens het commissiedebat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 608 is ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 609 is overbodig, want we zullen altijd toekomstige fiscale maatregelen en het risico daarvan op uitwijkgedrag en milieueffecten blijven meenemen. Die motie is dus overbodig.
De motie op stuk nr. 610 verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor een meer gelijk speelveld voor belasting op vliegen. Dat staat ook in het coalitieakkoord, dus die kan ik oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 611 verzoekt de regering om bij nieuw luchtvaartbeleid de effecten op de betaalbaarheid voor huishoudens expliciet inzichtelijk te maken. Die moet ik ontraden. Ik vind het ontzettend lastig om dat voor huishoudens zo expliciet te maken. Natuurlijk worden ticketprijzen bepaald door de airlines. Het Rijk kan daar op voorhand geen inzicht in geven.
Dan de motie op stuk nr. 612. Die moet ik ook ontraden. Die gaat over de vliegtaks voor transferpassagiers. Die zijn juist essentieel voor onze netwerkkwaliteit. Zij maken veel meer directe verbindingen mogelijk. Je redt het namelijk gewoon niet met het aantal mensen dat in Nederland woont om dergelijke verbindingen met de rest van de wereld tot stand te brengen. Daarom zijn die transferpassagiers overal in Europa uitgezonderd van de vliegbelasting, en dat houden we ook zo, ook in het kader van een gelijk speelveld.
De voorzitter:
Daarmee is de motie op stuk nr. 612 ontraden.
Minister Karremans:
Ontraden, ja.
In de motie op stuk nr. 613 staat de vraag om te onderzoeken of het in eigen dienst nemen van beveiligers kan bijdragen aan beter arbeidsomstandigheden, meer continuïteit en hogere kwaliteit van beveiliging. Als ik deze motie zo mag uitleggen dat ik in gesprek ga met Schiphol om naar afwegingen te vragen, geef ik 'm oordeel Kamer. Schiphol maakt daar natuurlijk gewoon zijn eigen afwegingen in. Als daar behoefte aan is, kan ik daarover ook terugkoppelen aan de Kamer. De heer El Abassi zit nu niet in de zaal, maar met die appreciatie wil ik de motie wel oordeel Kamer geven en …
De voorzitter:
Nee, dat is ingewikkeld.
Minister Karremans:
... anders is het ontraden. Dat moeten we dan even op een andere manier doen.
De voorzitter:
Maar we kunnen niet checken of de heer El Abassi akkoord gaat met deze uitleg, dus dan is ie ontraden.
Minister Karremans:
Mevrouw Van Eijk verzoekt de regering bij de herziening van de MER te onderbouwen dat de toepassing van grenswaarden niet leidt tot een toename van vliegbewegingen boven dichtbevolkte gebieden en de Kamer voor de definitieve vaststelling van het Luchthavenverkeersbesluit over de uitkomsten hiervan te informeren. De motie op stuk nr. 614 verzoekt de regering ook na inwerkingtreding van het LVB de werking van de grenswaarden in de praktijk te monitoren. Die kan ik oordeel Kamer geven, want het is belangrijk dat de grenswaarden de operatie van 478.000 vliegtuigbewegingen mogelijk maken en tegelijkertijd voldoende bescherming bieden aan de omgeving. Dit wordt nader onderbouwd bij de herziening van de MER. De Kamer wordt hierover ook geïnformeerd.
Dan de motie op stuk nr. 615, van Mevrouw Van der Plas, over het vliegtuigtype meenemen. Dat is inderdaad heel belangrijk om te doen, dus die kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 615: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Ja.
Dan heb ik de motie op stuk nr. 616, ook van mevrouw Van der Plas. Die kan ik ook oordeel Kamer geven, als ik de motie als volgt mag interpreteren. De luchthaven als bedrijf is zelf verantwoordelijk voor de eisen aan en de uitvoering van aanbestedingen en Schiphol heeft vandaag bekendgemaakt dat na de nieuwe aanbesteding van de bagageafhandeling de voorlopige gunning is gegeven aan drie partijen. Ik wil 'm graag oordeel Kamer geven, maar Schiphol is dus een eigenstandige organisatie. Als ik 'm dus zo mag lezen dat ik het gesprek met Schiphol aanga over of zij bij toekomstige aanbestedingen de door mevrouw Van der Plas genoemde eisen willen opnemen, kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ja, mevrouw Van der Plas knikt. Met die uitleg krijgt ie oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De heer Graus verzoekt de regering per ommegaande te zorgen voor een juridisch robuust en uitvoerbaar Luchthavenverkeersbesluit. Dat zijn we zeer eens met de heer Graus. Het is van groot belang om op korte termijn een gewijzigd LVB vast te stellen om de juridische positie van de sectorpartijen te verbeteren en de rechtsbescherming van omwonenden te borgen. Daarom ligt nu een robuust en goed Luchthavenverkeersbesluit voor. Met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven.
Dan de motie op stuk nr. 618, inzake het gelijke speelveld. Deze verzoekt de regering zorg te dragen voor een gelijk speelveld binnen de luchtvaart op zowel mondiaal als Europees niveau. Het kabinet herkent dat de lasten voor luchtvaart zijn gestegen en houdt hier ook scherp oog voor. Daarom zet het kabinet zich onder andere in voor geharmoniseerde regelgeving op EU-niveau. Nederland zet zich bijvoorbeeld in om de Europese vliegbelastingen te harmoniseren, wat ook in het coalitieakkoord staat. Daarnaast openen we Lelystad Airport. Op allerlei fronten wordt daaraan gewerkt en geven we subsidies voor duurzame luchtvaartbrandstoffen. Met die verdere uitleg kan ik deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 618: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 619, van de heer Graus, verzoekt de regering te voorkomen dat regelgeving en uitvoering leiden tot structurele concurrentienadelen voor Nederlandse luchthavens en luchtvaartmaatschappijen ten opzichte van onze buurlanden. Nogmaals, het kabinet herkent dat de lasten voor de luchtvaart zijn gestegen en houdt hier scherp oog voor. We zetten ons op allerlei manieren daarvoor in. Deze motie kan ik oordeel Kamer geven.
Dan de motie op stuk nr. 620, die de regering verzoekt tot spoedige wettelijke verankering van minimaal 500.000 vliegbewegingen gezien Schiphol en KLM van nationaal belang zijn op zowel financieel-economisch als sociaal-maatschappelijk vlak. Minimaal 500.000 gaat niet gebeuren. We zitten nu echt op de cap van 478.000. Slechts onder hele strenge voorwaarden is het theoretisch mogelijk om naar 500.000 te gaan. Dat moet ook nog eens met een voorhang richting de Kamer. Daarnaast zal dit niet in deze kabinetsperiode zijn. In die zin is de motie overbodig, omdat we dit voor een deel hebben verwerkt in het LVB.
De voorzitter:
Maar dat maakt het oordeel over deze motie "overbodig"?
Minister Karremans:
Ja, overbodig.
De motie op stuk nr. 621 verzoekt de regering een einde te maken aan ellenlange, kostbare juridische procedures en onze luchtvaartsector en het bedrijfsleven te behoeden voor verdere financieel-economische schade door geluidsreductie te verkiezen boven krimp en nachtsluiting. Het kabinet heeft natuurlijk geen invloed op eventuele juridische procedures die worden aangespannen. Alleen al om die reden moet ik de motie helaas ontraden. We zetten al in op geluid. Dat weet de heer Graus natuurlijk ook.
De motie op stuk nr. 622, van mevrouw Zwinkels, gaat in feite over de handhavingspunten. Deze kan ik oordeel Kamer geven. Het is belangrijk dat de operatie van Schiphol begrensd wordt op basis van het maatregelenpakket van de Balanced Approach en dat tegelijkertijd deze operatie ook mogelijk is. Dit betekent geen onnodige marges of te krappe grenswaarden en betekent een goede monitoring en handhaving door de ILT. Ook vind ik het belangrijk dat dit voor iedereen inzichtelijk is. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 623, van de heer Köse, gaat over de productie van e-kerosine. Zeer belangrijk, zou ik zeggen, zeker ook in het kader van wat we gezien hebben in de Straat van Hormuz en als het gaat om onafhankelijker worden van energie uit landen waarvan je niet afhankelijk wil zijn. Het kabinet stimuleert de productie van eSAF in Nederland, onder andere met een subsidieregeling die in het najaar wordt opengesteld. Die gaat nog komen. Ik ben bereid om te onderzoeken welke maatregelen we aanvullend kunnen nemen en te verkennen hoe de samenwerking met Defensie hieraan kan bijdragen. Ik zou zeggen: goede motie, oordeel Kamer.
Dan over de 50% verstilling in de nacht en het zo spoedig mogelijk starten van de Balanced Approachprocedure. Deze motie kan ik ook oordeel Kamer geven. De Kamer zal na de zomer een beleidsbrief van mij ontvangen, waarin zij wordt geïnformeerd over de invulling van deze afspraken uit het coalitieakkoord. Daarmee kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
We waren bij de motie op stuk nr. 624.
Minister Karremans:
Dat was de motie op stuk nr. 624.
De motie op stuk nr. 625, van de heer Köse, krijgt ook oordeel Kamer. Die gaat over het netwerk van meetpunten. Berekeningen zijn de basis voor het vaststellen van de grenswaarden en de handhaving hiervan. De Kamer is eerder geïnformeerd dat metingen worden gebruikt om berekeningen en modellen te valideren. Metingen kunnen ook worden ingezet voor informatievoorziening richting omwonenden. Ik zie de motie dus ook vanuit dat licht. Daarom kan het goed worden betrokken bij de opvolging van een van mijn eerdere toezeggingen aan het lid De Groot voor een uitwerking van de wijze waarop het proces van het meten van vliegtuiggeluid zal worden vormgegeven.
De motie op stuk nr. 626, ook van de heer Köse, kan ik ook oordeel Kamer geven. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de totale CO2-uitstoot van de burgerluchtvaart op Schiphol en Lelystad Airport in 2030 lager moet zijn dan de uitstoot op Schiphol in 2024. De komende maanden wordt nader uitgewerkt op welke wijze deze afspraak kan worden geborgd. Uw Kamer zal hierover rond de zomer worden geïnformeerd via een beleidsbrief luchtvaart. Voor het einde van het jaar wordt een concreet voorstel voor de borging van deze afspraak uitgewerkt. In dat concrete voorstel, dat dus voor het einde van dit jaar komt, kan ik ook een doorkijk geven op de uitwerking van mijlpalen voor de periode na 2030. Daarbij hou ik uiteraard rekening met de ontwikkelingen op Europees en mondiaal niveau.
De motie op stuk nr. 627 van de heer Goudzwaard, over de nieuwe werkwijze van slots, kan ik ook oordeel Kamer geven.
Tot slot. De motie op stuk nr. 628 van de heer Goudzwaard verzoekt de regering om het wetsvoorstel in verband met de wettelijke verankering van de Maatschappelijke Raad Schiphol aan te houden tot toegang is geregeld. Die toegang zit erin. Daarover is een nota van wijziging naar de Kamer gestuurd. Naar aanleiding van de motie-Boutkan is die bepaling toegevoegd aan het wetsvoorstel over de MRS. Deze bepaling zorgt voor een samenstelling van de MRS waardoor alle belangen van omwonenden, dus ook van werknemers in de luchtvaartsector, zo veel mogelijk recht wordt gedaan. Daarmee is de motie dus overbodig. Het wetsvoorstel ligt momenteel in de Kamer. Het is inderdaad verstandig om het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk te behandelen. Het is dus aan de Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 628: overbodig.
Minister Karremans:
Ja. Dat was 'm.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors een heel kort moment, want we gaan nog door met een wetsbehandeling. Dit debat is voor een minuutje geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.