Stenogram : Strategische keuzes bereikbaarheid
45 Strategische keuzes bereikbaarheid
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 88
Te raadplegen sinds
2026-09-28Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier31305Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 88
Strategische keuzes bereikbaarheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Strategische keuzes bereikbaarheid (CD d.d. 23/06).
De voorzitter:
Ik heet beide bewindspersonen van IenW van harte welkom. We hebben nu met elkaar het tweeminutendebat Strategische keuzes bereikbaarheid. Ik nodig de heer De Hoop gelijk uit voor zijn bijdrage in dit debat. O, eerst de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Tijdens het commissiedebat was het aardig rustig, heb ik begrepen. Ik was er niet, maar ik ben nu terug en ik zou graag willen meedoen!
De voorzitter:
Goed. Als niemand daar bezwaar tegen heeft, doet de heer Heutink mee aan dit debat.
Ik had het woord al gegeven aan de heer De Hoop.
De heer De Hoop (PRO):
Dat de heer Heutink mag meedoen, komt alleen omdat we twee minuten spreektijd hebben, want anders loopt het wel heel erg uit vandaag!
De voorzitter:
Anderhalf zelfs in zijn geval!
De heer De Hoop (PRO):
Voorzitter, ik ga snel van start met de moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er grote tekorten zijn voor onderhoud van bestaande infra en aanleg van nieuwe infra;
overwegende dat de vraag naar goed openbaar vervoer de komende tijd verder toe zal nemen en hiervoor op cruciale knooppunten en stations meer capaciteit nodig is;
overwegende dat er soms met relatief kleine infrastructurele aanpassingen grote effecten voor treinreizigers kunnen worden behaald;
verzoekt de regering om bij de invulling van het afweegkader voor infrastructuur nadrukkelijk te kijken naar spoorprojecten waarbij met relatief kleine investeringen grote effecten kunnen worden bewerkstelligd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Boelsma-Hoekstra en Grinwis.
Zij krijgt nr. 543 (31305).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om een lijst van projecten op te stellen die bij toepassing van het afweegkader niet gedekt zouden kunnen worden, in kaart te brengen welke zwaarwegende nationale belangen hierdoor in het gedrang komen, deze bevindingen als interdepartementale afweging aan de ministerraad voor te leggen, en de Kamer over de uitkomst daarvan te informeren voor de definitieve vaststelling van de prioritering,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop en Grinwis.
Zij krijgt nr. 544 (31305).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om instrumenten zoals een planbatenheffing bij woningbouwontwikkeling deel uit te laten maken van een wettelijk instrumentarium voor waardedeling bij publieke investeringen in woningbouw en infrastructuur, en de Kamer hierover voor het notaoverleg MIRT eind 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.
Zij krijgt nr. 545 (31305).
De heer De Hoop (PRO):
Dan kom ik bij de laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de middelen voor aanleg en onderhoud van onze infrastructuur zijn uitgeput, terwijl de kosten voor aanleg en onderhoud toenemen;
overwegende dat de financiering voor onderhoud van wegen niet is gekoppeld aan het gebruik van wegen en lusten en lasten steeds ongelijker zijn verdeeld;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de lasten voor het gebruik van onze wegen eerlijk en evenredig kunnen worden gekoppeld aan het gebruik ervan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.
Zij krijgt nr. 546 (31305).
Dank aan de heer De Hoop. Even voor de administratie: bij de motie op stuk nr. 543 die u indiende, noemde u mevrouw Boelsma-Hoekstra, maar niet de heer Grinwis, met wie u de motie ook samen heeft ingediend. Bij dezen is dat ook onderdeel van de beraadslaging.
De heer De Hoop (PRO):
U heeft helemaal gelijk. Die is mede ingediend door Boelsma-Hoekstra en Grinwis. Dank.
De voorzitter:
Dat staat dan ook in de boeken. Dank u wel. De tweede spreker in het tweeminutendebat is de heer Prickaertz namens de PVV.
De heer Prickaertz (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie en een vraag. Ik begin even met de motie. Ik denk dat de minister denkt: daar heb je 'm weer.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met de invoering van de vrachtwagenheffing transporteurs worden gedwongen te elektrificeren;
constaterende dat er momenteel geen ruimte op het stroomnet is om elektrificatie door te voeren;
overwegende dat dit desastreuze gevolgen heeft voor de transportsector;
overwegende dat dit zal leiden tot een enorme lastenverzwaring en ook faillissementen binnen de transportsector;
verzoekt de regering de invoering van de Wet vrachtwagenheffing uit te stellen tot er geen sprake meer is van netcongestie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 547 (31305).
De heer Prickaertz (PVV):
Dan heb ik een vraag aan de minister. Wij krijgen namelijk veel signalen van transportondernemers dat het niet lukt om op tijd een kastje te laten installeren in verband met de vrachtwagenheffing. Bedrijven die deze kastjes installeren, kampen met enorme wachttijden, waardoor het maanden kan duren voordat het kastje alsnog geleverd kan worden. Ik was even benieuwd of de minister kan toezeggen dat een bewijs van aanvraag in deze overbruggingsperiode voldoende is om geen boete te krijgen.
Ik heb nog een andere vraag. Als ik het goed heb begrepen, gaat de korting op 1 september in, maar de vrachtwagenheffing op 1 juli. Klopt dit?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee komen we bij de bijdrage van mevrouw Van der Plas namens de BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat noodzakelijk onderhoud aan wegen, bruggen, spoor en vaarwegen wordt uitgesteld door geldgebrek;
overwegende dat deze infrastructuur ook onmisbaar is voor militaire mobiliteit en de weerbaarheid van Nederland;
overwegende dat binnen de NAVO-afspraken ruimte bestaat om te investeren in kritieke infrastructuur;
overwegende dat in september 2025 de motie-Wijen-Nass/Van Dijk is aangenomen, die oproept om te inventariseren hoe investeringen kunnen worden toegerekend aan de aanvullende 1,5% voor nationale weerbaarheid binnen de NAVO-systematiek en infrastructuurprojecten binnen Nederland;
verzoekt de regering bij de begroting voor 2027 een deel van de middelen voor bredere defensie- en veiligheidsuitgaven te bestemmen voor onderhoud en versterking van infrastructuur die aantoonbaar van belang is voor militaire mobiliteit,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 548 (31305).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Rijkswaterstaat wegens geldgebrek gepland onderhoud uitstelt en het kabinet werkt met een afwegingskader voor investeringen in infrastructuur;
overwegende dat verkeersintensiteit, reistijdverlies en het ontbreken van een nationaal belang niet altijd volledig laten zien hoe noodzakelijk een verbinding is voor inwoners, bedrijven en voorzieningen;
overwegende dat uitgesteld onderhoud kan leiden tot hogere kosten, storingen en beperkingen en in gebieden met weinig alternatieve verbindingen grote gevolgen heeft voor inwoners en bedrijven in de regio en op de Waddeneilanden;
verzoekt de regering regionale bereikbaarheid, de bereikbaarheid van de Waddeneilanden en het ontbreken van goede alternatieven als zelfstandige criteria mee te wegen in het afwegingskader, en verkeersintensiteit en reistijdverlies daarbij niet automatisch doorslaggevend te laten zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 549 (31305).
Dank u wel. Dan komen we bij de bijdrage van de heer Grinwis. Hij spreekt namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Laat de geest van Thorbecke, Lely en Johan van Veen weer vaardig worden over deze bewindspersonen en deze Kamer. Daarom dien ik de volgende twee moties in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gerichte investeringen in regionale knoop- c.q. knelpunten een groot effect kunnen hebben op regionale bereikbaarheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling;
constaterende dat de Kamer middels moties (36800, nrs. 54 en 55) heeft verzocht regionale ontwikkeling mee te nemen in het afweegkader;
overwegende dat het voorgelegde afweegkader voor prioritering binnen het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds sterk gericht is op het nationaal belang;
verzoekt de regering om in het uiteindelijke afweegkader nadrukkelijk het regionale economische en ruimtelijke effect van investeringen in cruciale infrastructurele knoop- en knelpunten mee te wegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Stoffer, De Hoop en Boelsma-Hoekstra.
Zij krijgt nr. 550 (31305).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gedurende de looptijd van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds meer dan 80 miljard euro tekortkomt om alle actuele opgaven uit te kunnen voeren;
overwegende dat de afgelopen jaren door bezuinigingen op de prijsbijstellingstranches de tekorten op beide begrotingsfondsen voor miljarden zijn vergroot;
overwegende dat het kabinet voornemens is om aan de hand van een afweegkader scherp te gaan prioriteren, maar dat het daarbij natuurlijk wel van belang is dat het tekort niet nog groter wordt gemaakt door nieuwe bezuinigingen;
overwegende dat bij motie-Grinwis c.s. (36800-IX, nr. 34) door de Kamer is uitgesproken dat investeringsuitgaven in de rijksbegroting meer bescherming verdienen;
overwegende dat al zouden de prijsbijstellingstranches de afgelopen tien jaar volledig zijn toegekend, ze niet voldoende zouden zijn geweest om de daadwerkelijke prijsstijging in de grond-, weg-, en waterbouw volledig te compenseren;
verzoekt de regering gedurende de kabinetsperiode geen nieuwe inhoudingen op prijsbijstellingstranches voor het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds door te voeren, zodat de tekorten op de instandhoudings- en aanlegopgaven niet nodeloos nog groter worden en deze voor Nederland cruciale investeringsuitgaven daarmee worden beschermd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Stoffer.
Zij krijgt nr. 551 (31305).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik geef het kabinet, met het oog op de beoordeling, en mijn collega's mee: deze motie bevat dus geen claim maar verzoekt — het is een uitspraak — om geen nieuwe bezuinigingen op te leggen in het domein van Infrastructuur en Waterstaat.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we in dit tweeminutendebat toegekomen aan de bijdrage van de heer Stoffer namens de SGP. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Twee korte moties. De eerste luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering het belang van verkeersveiligheid mee te nemen en te verankeren in het afweegkader voor infra-investeringen, in het bijzonder wat betreft de prioritering binnen het MIRT,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Grinwis en Boelsma-Hoekstra.
Zij krijgt nr. 552 (31305).
De heer Stoffer (SGP):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de Algemene Rekenkamer voor het IenW-begrotingsdebat in het najaar te laten adviseren over alternatieve vormen van financiering van investeringen in instandhouding en aanleg van infrastructuur, via het Mobiliteitsfonds en in aanvulling op dit fonds, inclusief de betekenis hiervan voor de wijze waarop projecten gefinancierd worden, de MIRT-systematiek en de wetgeving,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Grinwis.
Zij krijgt nr. 553 (31305).
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen we aan bij de bijdrage van mevrouw Boelsma-Hoekstra namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Vorige week hebben we lang en goed gedebatteerd over de staat van de infrastructuur. Er zijn zorgen en er is ook meegedacht aan oplossingsrichtingen. Dat horen we ook vanavond weer in de moties. Ik heb zelf een vraag en een motie. De vraag is: wil de minister toezeggen dat vanuit het Rijk bij de afspraken over indexering bij infraprojecten altijd wordt nagekomen of de decentrale overheden ook hun deel van het project indexeren?
Dan de motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het afweegkader infrastructuur zich hoofdzakelijk richt op hoe het bestaande budget verdeeld zou moeten worden;
overwegende dat nog nauwelijks is uitgewerkt hoe we de koek aan middelen voor infrastructurele projecten gaan vergroten, hoe we alternatieve bronnen van financiering of investeringen in infrastructuur kunnen lostrekken;
overwegende dat belangrijke Nederlandse infrastructurele projecten van strategisch militair belang kunnen zijn en er dus kansen zijn op het gebied van dual use met defensie;
overwegende dat de Europese Investeringsbank zijn mogelijkheden tot het verstrekken van leningen, garanties en financiële constructies ter opschaling van militaire mobiliteit en kritieke infrastructuur, oftewel voor dual use, heeft verruimd;
verzoekt de regering een strategie op te stellen voor het lostrekken van investeringen bij de Europese Investeringsbank voor infrastructurele projecten in Nederland die van strategisch belang zijn in het kader van dual use met defensie, en deze strategie nog voor de bestuurlijke overleggen MIRT van het najaar 2026 met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boelsma-Hoekstra, Van Leijen, Stoffer, Goudzwaard, De Hoop en Grinwis.
Zij krijgt nr. 554 (31305).
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van de heer Bikkers namens de VVD.
De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Nederland mag niet stilvallen. Waar onderhoud nodig is, moeten we aan de slag. Economische groeigebieden moeten zich kunnen ontwikkelen, woningbouwlocaties moeten goed bereikbaar zijn en knelpunten die ons afremmen moeten worden opgelost. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat infrastructuuropgaven nauw samenhangen met woningbouw, de energietransitie en economische ontwikkeling;
constaterende dat met Defensie wordt verkend hoe cofinanciering kan bijdragen aan deze opgaven;
overwegende dat ook de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Klimaat en Groene Groei, en Economische Zaken direct belang hebben bij goed functionerende infrastructuur;
verzoekt de regering om, naast Defensie, ook met de ministeries van VRO, KGG en EZ in overleg te treden over op welke wijze ieders belang rondom bereikbaarheid zo goed mogelijk gediend en op elkaar afgestemd kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikkers.
Zij krijgt nr. 555 (31305).
Dank u wel. De heer Heutink heb ik dan op mijn lijst staan. Hij spreekt namens Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onduidelijk is wat precies het effect van het nieuwe afweegkader gaat zijn;
verzoekt de regering voor het einde van het zomerreces per MIRT-project inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn van het nieuwe afweegkader;
verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten totdat de Kamer zich heeft kunnen uitspreken over de effecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.
Zij krijgt nr. 556 (31305).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ruim 70 jaar geleden politici investeerden in de Nederlandse infrastructuur omdat zij zagen dat het in het Nederlandse belang is om daar geld aan uit te geven;
constaterende dat veel politici de afgelopen decennia niet hebben durven investeren in infrastructuur omdat dat geen zetels oplevert;
spreekt uit dat investeren in infrastructuur sexy en randvoorwaardelijk is voor een sterke Nederlandse economie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.
Zij krijgt nr. 557 (31305).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al jaren te weinig geld aan infrastructuur wordt uitgegeven;
constaterende dat er wel geld is, maar dat dat wordt uitgegeven aan andere dingen, zoals ontwikkelingshulp, klimaat, asiel en aan Brussel;
verzoekt de regering om de minister van Infrastructuur en Waterstaat bij Prinsjesdag niet opnieuw te strak in zijn pak te naaien en dus extra geld voor infrastructuur te regelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.
Zij krijgt nr. 558 (31305).
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker in deze termijn is de heer Van Leijen. Ik heb het idee dat ik u tekort heb gedaan, omdat de volgorde andersom zou moeten zijn geweest. Excuses daarvoor. De heer Van Leijen. Hij spreekt namens D66. Aan u het woord.
De heer Van Leijen (D66):
Dank, voorzitter. Ik zal hier daardoor niet korter staan. Voor D66 zijn drie dingen van belang: objectieve keuzes maken op basis van een afwegingskader, investeren in het onderhoud en de bereikbaarheid van woningen en de koek groter maken. Over dat laatste heb ik twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de onderhoudsopgave voor de Nederlandse infra omvangrijk en urgent is;
overwegende dat de bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties gewaarborgd moet blijven;
constaterende dat de beschikbare publieke middelen voor infra onvoldoende zijn om de opgaven tijdig te realiseren;
overwegende dat naast prioritering ook de structurele versterking van de financieringsbasis van infrastructuur noodzakelijk is;
verzoekt de regering zich in te spannen om zo spoedig mogelijk uitgewerkte beleidsopties aan de Kamer voor te leggen die voorzien in aanvullende financiële middelen voor infrastructuur, inclusief een analyse van de mogelijke opbrengsten, de uitvoerbaarheid en de voor- en nadelen, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar een stand van zaken te sturen;
verzoekt de regering daarbij in ieder geval de volgende opties te betrekken:
-invoering van een vorm van het Oostenrijkse model;
-uitbreiding van tolheffing en andere vormen van gebruiksfinanciering;
-versterking van publiek-private samenwerkingen;
-structurele participatie van Nederlandse pensioenfondsen in infrafinanciering;
-koppelen van infravoorzieningen aan commerciële aanbestedingen;
-bijdragen van baathouders, waaronder bedrijven, grondeigenaren en vastgoedeigenaren, in de bekostiging van infra,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.
Zij krijgt nr. 559 (31305).
De heer Van Leijen (D66):
Ik heb nog een motie. En ja, die is korter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de instandhoudingsopgave voor bruggen, sluizen, wegen en spoor de komende jaren fors oploopt en niet alleen op korte termijn om scherpe keuzes vraagt;
overwegende dat de prioritering van onderhoud, renovatie en vervanging nu vooral gebaseerd is op de technische staat en de leeftijd, terwijl ook de toekomstige mobiliteitsbehoefte relevant is;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe de toekomstige rol van bestaande infra kan worden meegenomen bij de instandhoudingsopgave, en de Kamer hierover te informeren in de aangekondigde brief van september,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.
Zij krijgt nr. 560 (31305).
De heer Van Leijen (D66):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Ik wil voorstellen om te schorsen tot echt strak 21.50 uur. Dan gaan we luisteren naar de beantwoording van het kabinet. Het debat is geschorst tot 21.50 uur.
De vergadering wordt van 21.42 uur tot 21.50 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de beraadslaging. Aan het woord is de minister van IenW voor de beantwoording van enkele vragen en de appreciatie van de moties.
Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. De heer Grinwis had het over de heren Thorbecke, Lely en Van Veen, de mannen in wier geest wij moeten denken vanavond. Ik miste er trouwens nog wel een paar, namelijk Pieter Caland, Ronald Waterman en Daniël Koerhuis. Maar goed, die namen van mensen die het fundament van onze infrastructuur hebben gevormd, vul ik bij dezen maar even aan.
Ik kom als eerste bij de vragen die gesteld zijn, onder anderen door de heer Prickaertz, over of ik kan toezeggen dat een bewijs van aanvraag van een tolkastje voldoende is, gegeven de problematiek rond de tolkastjes. Dat is bij een specifieke aanbieder inderdaad het geval. Dan is het voldoende. Je krijgt dan geen boete en dan wordt er niet op gehandhaafd. Dat is dus inderdaad zo geregeld.
De heer Prickaertz (PVV):
Ik heb een vervolgvraag. Geldt dat maar voor één leverancier en, zo ja, waarom voor die ene leverancier? Ik begrijp namelijk uit signalen dat er meerdere leveranciers leveringsproblemen hebben.
Minister Karremans:
Ik begreep dat het vooral gaat om één leverancier, maar laat ik het breder zeggen: als er buiten de schuld van de aanvrager om nog geen tolkastje is geleverd, volgt er geen boete. Dat moet dan wel aantoonbaar zijn.
Dan ben ik bij de planning van de vrachtwagenheffing en de korting. De vrachtwagenheffing gaat inderdaad per 1 juli in en de korting per 1 september. Dat kon niet anders vanwege uitvoeringsproblemen. Dat had daarmee te maken. Die gaat zo snel mogelijk in, dus dan heb je nog die drie of vier maanden aan het einde van het jaar waarin er dus een korting geldt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb één aanvullende vraag. Door die vrachtwagenheffing zijn er honderden N-wegen in Nederland, alles wat geen snelweg is, waar geen heffing op is. Ik zou de minister eigenlijk willen vragen of wij een overzicht kunnen krijgen van de verwachte overlast door sluipverkeer op al die wegen. Het moet bij het ministerie bekend zijn om welke wegen dat allemaal gaat. Dat zijn er echt heel veel. Ik heb de lijst zelf ook, dus als die bij het ministerie niet bekend is, kunnen ze die van mij krijgen. Ik zou graag deze zomer een brief willen hebben van het kabinet over de gevolgen hiervan voor het sluipverkeer en in hoeverre daar met provincies en gemeenten gesprekken over zijn geweest.
Minister Karremans:
Ik snap de vraag van mevrouw Van der Plas heel goed. Wat we kunnen doen, is dat we aan het eind van de zomer een evaluatie sturen over de eerste paar weken na de invoering. Dan nemen we de Kamer daar even in mee.
De voorzitter:
Oké, die zit in de tas.
Minister Karremans:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 544, van de heer De Hoop, over hoe we het proces moeten vormgeven. Om dit even goed neer te zetten: dit is volgens mij het proces dat we voor ons zien. Eerst maken we een overzicht van wat wel en niet gedekt kan worden en daarbij een duiding van de consequenties. Natuurlijk loopt besluitvorming over de Kamerbrief, die na de zomer naar de Kamer komt, via de ministerraad. Die zal daar ook besproken worden. Vervolgens hebben we de mogelijkheid om dat in de Kamer te bespreken. Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat we daar én een commissiedebat én vervolgens een plenair debat, bijvoorbeeld een tweeminutendebat, over hebben. Daarna vindt definitieve vaststelling pas plaats in het BO MIRT, dat in september plaatsvindt. De financiële vertaling wordt gedaan in de Voorjaarsnota van '27. Volgens mij is dat precies waar de heer De Hoop naar op zoek was. Als dat inderdaad het geval is en we elkaar goed verstaan, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 544 heeft oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Over de motie op stuk nr. 545 moet ik even precies zijn. De heer De Hoop verzoekt de regering om instrumenten zoals een planbatenheffing bij de woningbouwontwikkelingen onderdeel uit te laten maken van een wettelijk instrumentarium. Daar zeg ik even twee dingen op. Het gaat niet zozeer om woningbouwontwikkeling, maar om infraontwikkelingen. Woningbouw zit immers bij VRO. Infraontwikkelingen kunnen woningbouw mogelijk maken, maar zijn natuurlijk breder dan dat. De motie vraagt om het uit te laten maken, maar ik heb nou juist gezegd dat we het eerst allemaal goed onderzoeken. Ik wil niet op de conclusies van het onderzoek vooruitlopen. Daarom zeg ik ook dat we het willen onderzoeken. Als ik van die twee elementen in de motie kan maken dat het gaat om infraontwikkelingen, om die te onderzoeken en om dat vervolgens richting de Kamer te sturen, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Daarna kunnen we met mekaar het debat hebben over hoe we de alternatieve financiering gaan invullen.
De voorzitter:
Dat is nogal een behoorlijke wijziging. Ik kijk naar meneer De Hoop. Hij gaat de motie op deze wijze wijzigen. Daarmee krijgt de motie oordeel Kamer. Ja?
De heer De Hoop (PRO):
Ik zie in dat het, gezien het verzoek van de minister, misschien goed is dat we even overleggen hoe ik de motie iets kan wijzigen, omdat het echt over het dictum gaat. Maar met de interpretatie kan ik leven.
De voorzitter:
Ja, maar het is geen interpretatie. De motie moet gewijzigd worden. Oké, prima. Dan de motie op stuk nr. 546.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 546 kan ik oordeel Kamer geven. Ik zeg er wel bij dat het doel van het onderzoek naar alternatieve bekostiging is om het financiële fundament onder de infrastructuur te verstevigen, maar dat het doel niet inkomensherverdeling is. We kijken echt naar wat er kan. Betalen naar gebruik, tol, hebben we in Nederland al op een aantal wegen. Dat nemen we ook nadrukkelijk mee in het onderzoek. Dus met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 546: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 547, van de heer Prickaertz. Hij verzoekt om de vrachtwagenheffing uit te stellen totdat de netcongestie is opgelost. De vrachtwagenheffing gaat in over twee uur en vier minuten, dus ik vind dit een rijkelijk laat verzoek. Dat gaat niet meer lukken. Ik sta er inhoudelijk ook niet achter; dat weet de heer Prickaertz. Deze motie ga ik dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 547: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 550 is van de heer Grinwis. Hij verzoekt de regering om in het afweegkader nadrukkelijk het regionale economische en ruimtelijke effect van investeringen in cruciale infrastructurele knoop- en knelpunten mee te wegen. Ja. Oordeel Kamer. Dat gaan we ook netjes transparant maken in de uiteindelijke afweging.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 550: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 551, van de heren Grinwis en Stoffer. Deze verzoekt de regering gedurende de kabinetsperiode geen nieuwe inhoudingen op prijsbijstellingstranches voor het Mobiliteitsfonds en Deltafonds door te voeren, zodat de tekorten op de instandhoudings- en aanlegopgaven niet nodeloos nog groter worden en deze voor Nederland cruciale investeringsuitgaven daarmee worden beschermd. Ik heb al eerder gezegd dat ik die motie moet ontraden omdat ik niet vooruit kan lopen op financiële besluitvorming. Ik kan wel richting de heren Grinwis en Stoffer toezeggen dat wij daarvoor gaan vechten als leeuwen. De inspanningsverplichting krijgt u van deze twee bewindspersonen, maar op de uitkomst kan ik geen garanties geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 551: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 552, van de heer Stoffer, verzoekt de regering het belang van verkeersveiligheid mee te nemen en te verankeren in het afweegkader voor infra-investeringen, in het bijzonder wat betreft de prioritering binnen het MIRT. Die kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 552: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 553 verzoekt de Algemene Rekenkamer te betrekken in het najaar en die te laten adviseren over alternatieve vormen van financiering. We hebben het hier in het commissiedebat ook al over gehad. We zijn nu druk bezig zelf een onderzoek te doen. Ik denk dat het langer gaat duren om de Algemene Rekenkamer daarbij te betrekken. Maar gezien het verzoek van de heer Stoffer vraag ik hem de motie aan te houden. Anders moet ik 'm ontraden. Ik probeer ook een beetje te zoeken hoe ik hem tegemoet kan komen. Ik wil dus wel een gesprek voeren met de president van de Algemene Rekenkamer vóór het Kamerdebat dat we met elkaar hebben. Ik weet dat hij heel erg op dit onderwerp zit en ik heb er al eerder met hem over gesproken. Ik wil ook kijken hoe we ze verder in het proces kunnen betrekken. Maar het onderzoek is nu al gaande. We zijn het al gestart. Dat tempo wil ik er graag in blijven houden,
De voorzitter:
De vraag is of de heer Stoffer bereid is om de motie aan te houden.
De heer Stoffer (SGP):
Als de minister dat nog vóór het begrotingsdebat zou willen terugkoppelen naar de Kamer, dan trek ik de motie gewoon in.
Minister Karremans:
Ja, dat is goed.
De voorzitter:
Nou, dat is prettig.
Aangezien de motie-Stoffer/Grinwis (31305, nr. 553) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.
De minister informeert de Kamer over zijn overleg.
Minister Karremans:
Dan ben ik bij de heer Heutink, die wat sfeer in het debat bracht, waarvoor dank. Hij verzoekt ons voor het einde van het zomerreces per MIRT-project inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor het nieuwe afweegkader. Wij wilden dat in september doen. Het moet namelijk ook via de ministerraad. Maar als we 'm zo mogen interpreteren, dan is het na de zomer. Dan komt het snel in september richting de Kamer.
De voorzitter:
Meneer Heutink knikt.
Minister Karremans:
Dan krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 556: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Ja, dat was de motie op stuk nr. 556.
De motie op stuk nr. 557 mag ik natuurlijk eigenlijk niet appreciëren, omdat het een spreekt-uitmotie is, maar die motie gaat erover dat onderhoud weer sexy gemaakt moet worden ...
De voorzitter:
Geen oordeel!
Minister Karremans:
Geen oordeel! Maar u weet wat ik ervan vind: goed idee.
Dan de motie op stuk nr. 558. Die is een beetje in lijn met de motie die al eerder is ingediend door de heren Stoffer en Grinwis over meer geld naar infra. Die moet ik ontraden, omdat ik daar niet op vooruit kan lopen. We moeten het ook nu doen met het geld dat we hebben, zeker op korte termijn. Daarom moeten we die prioritering doen. Maar we zijn juist bezig met de koek groter maken. We zijn alternatieve financieringen aan het onderzoeken. We delen natuurlijk wel de mening dat er uiteindelijk meer geld naartoe moet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 558: ontraden.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik neem aan dat de minister wel het steuntje in de rug van ons als Kamer kan gebruiken.
Minister Karremans:
Uiteraard. Niet alleen van de Kamer, kan ik zeggen!
De voorzitter:
Meneer Grinwis, ik sta alleen interrupties toe op eigen moties.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, dat doe ik bij dezen. Ik hoor de minister nu zeggen: net als bij de motie van meneer Grinwis en Stoffer moet ik 'm ontraden. Maar wacht even: hier wordt een claim gelegd. In de motie die collega Stoffer en ik hebben ingediend, de motie op stuk nr. 551, wordt geen claim gelegd. Er wordt alleen opgeroepen om niet nog meer te bezuinigen. De minister zegt: ik kan er niet op vooruitlopen. Maar hij ontraadt 'm, terwijl hij 'm eigenlijk het liefst oordeel Kamer zou geven. Waarom zegt hij niet gewoon: ontijdig; let op onze daden?
Minister Karremans:
Ja, dat kan ook.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, maar dat is wel fundamenteel.
Minister Karremans:
Als de heer Grinwis er prijs op stelt dat we 'm ontijdig geven, dan vind ik dat ook prima. Dan komt ie bij Prinsjesdag terug.
De voorzitter:
Dan hebben we het nu over een gewijzigde appreciatie op de motie op stuk nr. 551. De motie op stuk nr. 551: ontijdig.
Minister Karremans:
Ja. Maar de inspanning blijft, hoor.
De voorzitter:
En bij welke motie waren we net?
Minister Karremans:
Die bleef hetzelfde: de motie op stuk nr. 558.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 558: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 559, van de heer Van Leijen, heeft een heel lang dictum, dus dat zal ik niet herhalen. Maar hij kan oordeel Kamer krijgen. We gaan dit goed uitzoeken. Het kost tijd. Ik heb ook gezegd dat de Kamer voor het einde van het jaar sowieso een stand van zaken zal krijgen. Dan laten we de Kamer weten waar we staan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 559: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 560: ook oordeel Kamer. Die gaat erom dat de toekomstige rol van bestaande infrastructuur wordt meegewogen in de instandhoudingsopgave. Dat doen we. Nou, dat was 'm voor mij.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 560: ook oordeel Kamer. Mevrouw Boelsma-Hoekstra, we gaan nog naar de staatssecretaris luisteren.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik denk dat de vraag voor de minister is. Hij gaat over de indexering.
Minister Karremans:
Ik denk hem te weten. Ik ga heel even appen. Ik kom er zo op terug.
De voorzitter:
Goed. De staatssecretaris.
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, dank u wel. Als het om grote namen gaat, maar dat is de voorzitter vast met me eens, dat we niet alleen mannennamen moeten hebben, maar ook vrouwennamen. We moeten een beetje van die eenzijdigheid af, maar daar gaan we voor zorgen.
De motie op stuk nr. 543, van de heer De Hoop, over spoorprojecten met relatief kleine investeringen: oordeel Kamer. Daarbij blijven we uiteraard wel de systematiek van het afweegkader volgen zoals dat in de brief staat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 543: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 548, van mevrouw Van der Plas, is wat ons betreft ontijdig, omdat ik gezegd heb in het debat dat wij zo snel mogelijk met Defensie in gesprek gaan. Dat zijn we ook. Ik heb ook volgende week weer gesprekken. Dan wil ik dit daarbij betrekken. Daarbij is het natuurlijk wel helder dat die 1,5% niet extra geld is, maar dat zal ongetwijfeld duidelijk zijn.
De motie op stuk nr. 549 ...
De voorzitter:
Pardon, staatssecretaris. De motie op stuk nr. 548 is ontijdig. Ik kijk even naar mevrouw Van der Plas. Wenst zij 'm aan te houden of laat ze 'm in stemming brengen? Ja, de motie komt wel in stemming.
Staatssecretaris, bij het oordeel "ontijdig" is vaak de vraag of de motie aangehouden kan worden. Als dat niet het geval is, apprecieert u de motie als ontraden, neem ik aan.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 549, van mevrouw Van der Plas, over regionale bereikbaarheid, kan ik oordeel Kamer geven. Dit staat ook in het afweegkader; zo nemen we 'm ook mee.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 549: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 554, van mevrouw Boelsma-Hoekstra, geven we ook oordeel Kamer. We gaan op zoek naar alternatieve bekostigingsmogelijkheden en we zijn al in gesprek met de Europese Investeringsbank, dus wij beschouwen dit als een aanmoediging.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 554: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
Tot slot heb ik hier de motie op stuk nr. 555, van de heer Bikkers. Die vraagt de minister en mij om met de departementen in overleg te treden. Het zal hem niet verbazen dat we dat al doen en dat we dat blijven doen, dus: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 555: oordeel Kamer.
Dank u wel voor de appreciatie. Ik kijk even naar de minister voor het beantwoorden van de nog openstaande vraag. Als dat niet nu gaat, kan dat wellicht op een ander moment.
Minister Karremans:
Ik doe hem even schriftelijk af, want ik krijg het nog niet scherp. Ik stuur het morgen even schriftelijk op.
De voorzitter:
Akkoord. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van het tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We stemmen donderdag in de middag over de moties. Ik dank in ieder geval de staatssecretaris. We gaan direct door met het volgende tweeminutendebat, over Schiphol.