Stenogram : Gasmarkt en leveringszekerheid
44 Gasmarkt en leveringszekerheid
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 88
Te raadplegen sinds
2026-09-28Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier29023Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 88
Gasmarkt en leveringszekerheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid (CD d.d. 04/06).
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid. Ik heet de minister van KGG van harte welkom. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is de heer Van den Berg van JA21. Ik nodig hem uit om hier zijn bijdrage te doen. Gaat uw gang.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland voor leveringszekerheid afhankelijk blijft van aardgas;
constaterende dat de minister na de zomer met een strategisch gasbeleid komt;
overwegende dat fysieke langetermijnimportcontracten, strategische voorraden en voldoende opslagcapaciteit de beschikbaarheid van aardgas kunnen versterken;
overwegende dat Energie Beheer Nederland als beleidsdeelneming hierbij, wanneer de markt deze rol niet op zich neemt, een publieke rol zou kunnen vervullen;
verzoekt de regering in het strategisch gasbeleid expliciet mee te nemen hoe fysieke langetermijnimportcontracten kunnen bijdragen aan de Nederlandse leveringszekerheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Grinwis.
Zij krijgt nr. 706 (29023).
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland ook de komende jaren afhankelijk blijft van aardgas voor leveringszekerheid;
constaterende dat het Groningenveld is gesloten, maar dat onomkeerbare ontmanteling de nationale noodopties verder beperkt;
overwegende dat gasopslagen, lng-importcapaciteit en resterende ondergrondse infrastructuur strategisch van belang zijn nu Groningen als swing producer is weggevallen;
overwegende dat bestaande gasopslagen een hybride functie kunnen vervullen als seizoensopslag én strategische reserve;
verzoekt de regering met de NAM, Shell, ExxonMobil, EBN, Gasunie/GTS en beheerders van gasopslagen in gesprek te gaan over een strategisch gasakkoord waarin gasopslagen als strategische reserve worden benut en relevante Groningen-installaties, waar technisch en veiligheidskundig verantwoord, met stikstof worden geconserveerd en onomkeerbare ontmanteling wordt voorkomen totdat de Kamer hierover heeft besloten, en de Kamer hierover voor november 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 707 (29023).
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter. Laten we hopen dat we nooit in deze situatie komen, maar stel dat er een oorlog komt en ons energiesysteem aangevallen wordt, dan weten we uit de dreigingsbeelden helaas dat het geen ondenkbare situatie is. Nederland zou stilvallen. Defensie kan dan haar werk niet meer doen. Denkt de minister dat er ook dan niet met de Groningers te praten valt over de gaswinning uit Groningen? Is de minister dan toch bereid om dat te overwegen?
Ik heb nog één laatste motie, voorzitter, sorry.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat aardgas de komende jaren noodzakelijk blijft voor leveringszekerheid, elektriciteitsvoorziening en industrie;
constaterende dat het Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie inzet op leveringszekerheid, verantwoord gebruik van Nederlandse Noordzee-infrastructuur en toekomstig hergebruik van infrastructuur;
constaterende dat de uitstoot van broeikasgassen bij winning en transport van gas uit Nederlandse kleine velden en Noors pijpleidinggas 30% tot 50% lager ligt dan bij geïmporteerd lng;
constaterende dat Noors pijpleidinggas kan bijdragen aan minder afhankelijkheid van Rusland en volatiele lng-markten;
constaterende dat NOGAT bestaande Nederlandse, Duitse en Deense offshore-infrastructuur verbindt met Den Helder, en dat EBN daarin reeds aandeelhouder is;
overwegende dat eerste projectinformatie wijst op een relatief korte interconnectie tussen NOGAT-gerelateerde infrastructuur en Europipe I, met mogelijke voordelen voor leveringszekerheid, redundantie, systeemkosten en toekomstig waterstoftransport op de Noordzee;
overwegende dat tijdige voorbereiding noodzakelijk is met het oog op de verwachte PCI/PMI-ronde in Q4 '26 en een mogelijk investeringsbesluit in '27;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe het kabinet deze typen initiatieven waar mogelijk kan ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van vergunningen, internationale afstemming, indien van toepassing EBN-participatie en financieringsmogelijkheden, en de Kamer daar voor 1 oktober '26 over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Köse en Müller.
Zij krijgt nr. 708 (29023).
Meneer Van den Berg, dit kan eigenlijk gewoon echt niet. U bent drie minuten aan het woord. Het is een tweeminutendebat. Als u drie enorm lange moties heeft, moet u als een gek beginnen met het voorlezen van die moties en geen tussenzinnetjes hebben. U begint net voordat uw twee minuten voorbij zijn en dan bent u drie minuten aan het woord. Deze moties zijn ingediend, maar het kan eigenlijk gewoon echt niet. Daar zijn we allemaal met elkaar bij. Als we de spelregels maken, moeten we ook echt ons best om ons eraan te houden. Het gaat niet om een secondetje of om tien seconden, maar om een minuut, in een tweeminutendebat. Het kan niet. U heeft drie moties ingediend.
De heer Van den Berg (JA21):
Mijn excuses. Ik moet zeggen dat ik daarmee in mijn eigen timing beter uitkwam. Daar heb ik me in vergist. Ik zal dat zeker meenemen.
De voorzitter:
We maken er hier met elkaar wat van.
De heer Van den Berg (JA21):
Het is duidelijk, voorzitter.
De voorzitter:
Oké. Niet meer doen. Meneer Heutink, ik nodig u uit voor uw bijdrage in dit tweeminutendebat.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Er is al een aantal weken een motiediarree gaande waar je u tegen zegt. Afgelopen weken zijn er honderden moties ingediend waarover we moeten stemmen. Het is echt om knetter-, knettergek van te worden. We zullen het dan ook enigszins beperkt houden vanavond en de komende dagen. In dit geval hebben we één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de gasvoorraad nu voor 25,4% gevuld is en dat dit extreem veel lager is dan voorgaande jaren;
constaterende dat de gasprijs hoger is dan normaal gesproken in deze tijd van het jaar;
constaterende dat EBN voor een hoge prijs gas moet inkopen om de voorraden te vullen;
overwegende dat er een risico bestaat dat de gasprijs daalt en dat EBN dan met verliezen de gasvoorraad moet verkopen;
verzoekt de regering mitigerende maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat de belastingbetaler moet opdraaien voor de verkoop van duur ingekochte gasvoorraad,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.
Zij krijgt nr. 709 (29023).
Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Van Oosterhout. Zij spreekt namens PRO.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dank u wel, voorzitter. De volgende twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is een capaciteitsmarkt in te richten;
overwegende dat een capaciteitsmarkt die CO2-uitstoot niet als factor meeneemt investeringen in schone alternatieven zoals batterijopslag, vraagrespons en groene waterstof benadeelt ten opzichte van fossiele capaciteit;
overwegende dat het verankeren van fossiele back-upcapaciteit haaks staat op de ambitie om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele energie;
verzoekt de regering bij de inrichting van de capaciteitsmarkt CO2-uitstoot als expliciete wegingsfactor op te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 710 (29023).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland nog altijd voor meer dan 75% afhankelijk is van fossiele energie, en voor bijna 80% afhankelijk van energie-import;
constaterende dat de energiecrisis van 2022 en de blokkade van de Straat van Hormuz hebben aangetoond hoe schadelijk deze fossiele importafhankelijkheid is voor huishoudens, bedrijven en de Nederlandse economie;
overwegende dat echte energieonafhankelijkheid alleen kan worden bereikt door de structurele vraag naar fossiele energie terug te dringen;
constaterende dat het kabinet werkt aan de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) waarin het streven naar energie-onafhankelijkheid zal worden meegenomen;
verzoekt de regering in de actualisatie van het NPE een zo concreet mogelijke routekaart voor het afbouwen van fossiele energie op te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 711 (29023).
Dank u wel. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Müller. Ik nodig haar uit voor haar bijdrage namens de VVD.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank, voorzitter. In dit debat hebben we uitgebreid stilgestaan bij de zorgen over de lage gasvoorraden. We zitten nu rond 25% vulling. Vorig jaar zaten we rond dezelfde tijd op 50%. Dat is de helft. Kan de minister hier toch nog eens op reflecteren? Ik blijf namelijk ongemak voelen. Komt zij voor de zomer nog met de brief om de Kamer hierover te informeren, zoals ze mij had toegezegd? We hebben daarnaast ook stilgestaan bij de leveringszekerheid van olieproducten en het belang van de sector. Daarover heb ik één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de raffinagesector geen toegang heeft tot de indirectekostencompensatieregeling, terwijl de sector wel in de IKC-richtsnoeren van de Europese Commissie is opgenomen en andere lidstaten de sector toestaan;
overwegende dat de raffinagesector eveneens wordt geconfronteerd met hoge kosten, dat verschillende raffinaderijen mede hierom hun projecten hebben moeten stopzetten en dat deze de sector van groot belang is voor onze strategische autonomie en de economische en militaire veiligheid van Nederland;
verzoekt de regering de indirectekostencompensatieregeling voor de nieuwe openstellingsronde in 2027, conform de IKC-richtsnoeren van de Europese Commissie, ook open te stellen voor de raffinagesector,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Müller, Van den Berg en Flach.
Zij krijgt nr. 712 (29023).
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de bijdragen in de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors dit debat vijf minuten. Om 21.18 uur gaan we luisteren naar de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 21.13 uur tot 21.20 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. Ik nodig de minister uit voor de reactie op de moties en een enkele vraag. De minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 706 van de heer Van den Berg gaat over het in het strategisch gasbeleid expliciet meenemen hoe langetermijnimportcontracten zouden kunnen bijdragen. Ik laat dit oordeel over aan de Kamer. Ik onderzoek graag meerdere opties die de leveringszekerheid van gas kunnen versterken. Ik zal deze meenemen in de brief over het strategisch gasbeleid.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 706: oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja. De motie op stuk nr. 707: ontraden. U kent het standpunt van het kabinet over Groningen. Daar raakt dit aan, dus ik moet deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 707: ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 708 gaat over het onderzoeken van de mogelijkheden om op het gebied van vergunningen, internationale afstemming en indien van toepassing EBN-financieringsmogelijkheden, gerelateerd aan NOGAT. Ik laat dat oordeel over aan de Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 708: oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 709 over mitigerende maatregelen is overbodig. De beste mitigerende maatregel is om EBN zijn werk te laten doen. EBN maakt die inschatting zo goed mogelijk.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 709: overbodig. De motie op stuk nr. 710.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 710 van mevrouw Van Oosterhout verzoekt om CO2-uitstoot als expliciete wegingsfactor op te nemen bij de inrichting van de capaciteitsmarkt. Als mevrouw Van Oosterhout mij vraagt om technologieneutraliteit los te laten, moet ik zeggen dat dat niet kan. Die neutraliteit is wat de richtlijn eist. Als zij mij vraagt om de ruimte die er binnen de richtlijn is, maximaal te benutten, dan kan dat wel. Zo zie ik de motie ook. Als dat klopt, zou ik 'm oordeel Kamer kunnen geven. Anders moet ik 'm ontraden.
De voorzitter:
Kunt u met deze uitleg leven, mevrouw Van Oosterhout? Pardon, u krijgt het geluid.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
CO2 expliciet meenemen is precies wat ze in Frankrijk en België ook doen, dus dat kan wel degelijk.
De voorzitter:
Dan bent u het dus niet eens met die uitleg. Dan is de motie ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik ben dus bereid om datgene te doen wat er binnen de richtlijn kan. Wat ik niet kan doen, is technologieneutraliteit loslaten. Dat moeten we dan ook goed met elkaar gewisseld hebben.
De voorzitter:
Oké. Ik zie geknik; u bent het eens. De motie op stuk nr. 711 krijgt dus oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Met die helderheid, ja.
De voorzitter:
Meneer Heutink wil iets zeggen over de motie op stuk nr. 709, die het oordeel "overbodig" kreeg.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik heb een vraag. De minister heeft natuurlijk geld beschikbaar gesteld aan EBN om gas in te kopen. EBN is verplicht om dat, volgens mij ergens in 2027, terug te betalen. Als dat niet lukt, dan zal het geld ergens anders vandaan moeten komen; het geld moet teruggehaald worden. Mijn vraag is dus welke mitigerende maatregelen het kabinet dan kan nemen in het scenario dat EBN verlies maakt, maar het toch moet terugbetalen aan de Staat.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Volgens mij vraagt de heer Heutink mij niet om mitigerende maatregelen, maar om een oplossing. Mitigerende maatregelen zouden zien op het zo klein mogelijk houden van dat tekort. De regering heeft het volle vertrouwen in de capaciteit van juist EBN om dit tegen zo laag mogelijke kosten te doen. Garanties worden niet gegeven. Dit is een wereldmarkt. Ook daarin heeft het kabinet beperkte mogelijkheden.
De voorzitter:
We zijn bij de motie op stuk nr. 711.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 711 van mevrouw Van Oosterhout gaat over het opnemen van een zo concreet mogelijke routekaart in de actualisatie van het NPE. Die kan ik oordeel Kamer geven. We gaan in de actualisatie van het NPE in op een verantwoorde afbouw van fossiel. Daarbij volgt de afbouw van fossiel uit de opbouw van duurzame energieketens. Zo borgen we tijdens de transitie de energiezekerheid. In die samenhang zullen we dat dus ook weergeven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 711: oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja. Mevrouw Müller had eerst nog een vraag over gasleveringszekerheid. Ik heb vanwege het ongemak dat we met elkaar voelen over de situatie in de wereld, en daaraan gekoppeld hoe het met onze gasopslagen zit, toegezegd om nog voor de zomer met een brief te komen. Die komt inderdaad nog deze week, dus voordat de Kamer met reces gaat. Ik stuur u dus een update over het vullen van de gasopslagen. Ik zal u ook het rapport van PwC over het strategisch gasbeleid aanbieden bij die brief.
Dan was er nog een motie van mevrouw Müller. Die vraagt om de indirectekostencompensatieregeling voor de nieuwe openstellingsronde open te stellen voor de raffinagesector. Ik zou aan mevrouw Müller willen vragen om deze motie aan te houden. In de verduurzamingsbrief van september kom ik namelijk terug op de voor- en nadelen van het al dan niet openstellen. Het lijkt me goed dat ik die informatie en die afwegingen deel met de Kamer. Dan kan de Kamer zich er daarna nog over uitspreken voordat er een besluit over wordt genomen.
De voorzitter:
Mevrouw Müller, bent u bereid om deze motie aan te houden?
Mevrouw Müller (VVD):
Zolang de volgorde is dat wij hier tijdig de informatie over ontvangen, ben ik daartoe bereid.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Müller stel ik voor haar motie (29023, nr. 712) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan is de minister aan het einde van haar beantwoording gekomen. Ik dank haar hartelijk voor haar bijdrage aan het debat vanavond. We gaan direct door. O, meneer Van den Berg?
De heer Van den Berg (JA21):
Los van de moties was er volgens mij ook nog een vraag gesteld aan de minister die nog beantwoord zou worden.
De voorzitter:
U mist een antwoord op een gestelde vraag.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb zowel de motie als de vraag, die allebei gingen over de positie van de regering inzake Groningen, in één keer beantwoord. Ik moet zeggen dat de heer Van den Berg het standpunt van de regering inzake heropening van de gaswinning in Groningen ook al kent: daar zijn we niet toe bereid.
De voorzitter:
Dat is het antwoord.
De heer Van den Berg (JA21):
Zou ik daar één vervolgvraag over kunnen stellen? Dan rond ik echt af, voorzitter.
De voorzitter:
Dit is het antwoord, meneer Van den Berg. U heeft uw kruit ook behoorlijk verspeeld. Ik wil het hierbij laten, want we lopen een halfuur achter. We gaan naar het volgende tweeminutendebat. Het spijt me …
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, ik heb …
De voorzitter:
… en u krijgt nog genoeg mogelijkheden om …
De heer Van den Berg (JA21):
… toch ook altijd het recht om …
De voorzitter:
U krijgt van mij het woord, meneer Van den Berg. En dat krijgt u nu niet meer, want we gaan naar het volgende debat. Hiermee is het debat Gasmarkt en leveringszekerheid afgerond.
De beraadslaging wordt gesloten.