Stenogram : Economische veiligheid en strategische autonomie
43 Economische veiligheid en strategische autonomie
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 88
Te raadplegen sinds
2026-09-28Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier32852Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 88
Economische veiligheid en strategische autonomie
Aan de orde is het tweeminutendebat Economische veiligheid en strategische autonomie (CD d.d. 04/03).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik vraag de leden om plaats te nemen. We spreken met de minister van Economische Zaken. Ik heet haar van harte welkom. Met elkaar hebben we het tweeminutendebat Economische veiligheid en strategische autonomie. Er hebben zich vooraf zes sprekers aangemeld. Ik wil graag aan u voorleggen dat de heer Dassen ook heeft gevraagd om deel te nemen aan dit tweeminutendebat. Hij heeft niet deelgenomen aan het commissiedebat, maar tenzij u bezwaar heeft ... Dat is niet het geval, zie ik. Hij is dus van harte welkom om deel te nemen aan het tweeminutendebat.
De eerste spreker van het tweeminutendebat is de heer Van der Lee. Ik nodig hem uit om zijn bijdrage te doen. Hij doet dat namens PRO.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Het is alweer even geleden dat we dit debat hadden. Dat was op zich goed. Er gebeurt echter zo veel in de wereld dat het goed is dat we weer even stilstaan bij de economische uitdagingen en onze economische weerbaarheid, ook in het licht van grote mondiale uitdagingen op dat vlak.
Dat betreft niet in de laatste plaats China. Bij de laatste Europese top is er een heel diner aan gewijd. Gelukkig heeft de Duitse premier zijn koers wat bijgesteld en heeft de Commissie de opdracht gekregen om wat meer gerichte maatregelen uit te werken. In dat licht ben ik trouwens ook blij met een brief die ik heb gekregen waarin wordt uitgelegd hoe de minister werkt aan de motie die ik eerder heb ingediend over het toewerken naar een mondiale, flexibele en betrouwbare leveringsketen voor halfgeleiderchips.
Maar in dat licht denk ik: het kan altijd nog beter; het kan altijd nog meer. Ik heb dus nog een motie. Niet alleen vanuit het oogpunt van economische weerbaarheid, maar ook vanuit de ambities van onze eigen Semicon Visie 2035 denk ik dat we er altijd nog een schepje bovenop kunnen doen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat China met zijn anacondastrategie de politieke en militaire druk op Taiwan stelselmatig blijft opvoeren en dit ook een dreiging is voor de Nederlandse economische veiligheid;
overwegende dat China stelselmatig de vrije doorvaart van internationale wateren aanvecht en recent zelfs het Nederlandse fregat Zr.Ms. De Ruyter met verbale leugens probeerde weg te jagen;
overwegende dat China in vergelijking tot de EU tot acht keer meer staatssteun geeft aan bedrijven om mondiaal marktleider te blijven in grondstoffen, staal, elektronica, chemie, zonne-energie, robotica, AI en de automobielindustrie;
overwegende dat China stelselmatig weigert om wederkerigheid in handel en eerlijke toegang tot haar nationale markt toe te passen;
constaterende dat Nederland een wereldspeler is in de halfgeleiderindustrie en de Nederlandse Semicon Visie 2035 de ambitie bevat om een high-mix chipproductie te realiseren in Nederland of de EU;
verzoekt de regering om een coalition of the willing te vormen met andere EU-lidstaten, een delegatie van Europese topambtenaren samen te stellen en hun te verzoeken naar Taiwan af te reizen om samenwerking te zoeken en een potentieel partnerschap te verkennen met Taiwan en Taiwanese chipbedrijven, teneinde de beoogde high-mix chipproductie in de EU te bevorderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee.
Zij krijgt nr. 410 (32852).
De heer Van der Lee (PRO):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Bühler namens het CDA.
Mevrouw Bühler (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Nederland moet veel meer oog hebben voor de bescherming van de eigen kritische productieprocessen. Chemische clusters en regio's zoals Chemelot en Rotterdam zijn cruciaal. Hier wordt gewerkt aan verduurzaming van de chemie en nieuwe materialen. Maar ze missen nu de steun en de visie van de overheid. Als deze industrie verdwijnt, verdwijnen ook de kennis, innovatie en de werkgelegenheid. Hoge energiekosten zijn een deel van het probleem, maar niet het hele verhaal. Ook staatsgesteunde overcapaciteit in landen buiten Europa en oneerlijke concurrentie zetten onze industrie onder druk. Daar moeten we aandacht voor hebben. Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat staatsgesteunde overcapaciteit en oneerlijke concurrentie de concurrentiepositie van de Europese chemische industrie onder druk zetten;
overwegende dat een sterke chemische industrie van strategisch belang is voor het Nederlandse en Europese verdienvermogen en de economische veiligheid;
overwegende dat de aanbevelingen van de Critical Chemicals Alliance richting geven aan het versterken van de Europese chemische industrie;
constaterende dat de kabinetsaanpak economische veiligheid slechts beperkt aandacht besteedt aan de rol van het Europese handelsinstrumentarium;
verzoekt het kabinet zich binnen de EU in te spannen voor een snelle inzet van effectieve handelsbeschermende instrumenten, waaronder vrijwaringsmaatregelen en antidumping- en antisubsidieonderzoeken, en de rol van het Europese handelsinstrumentarium te betrekken bij de verdere uitwerking van de kabinetsaanpak economische veiligheid;
verzoekt het kabinet zich in Europees verband actief in te zetten voor een spoedige uitwerking van de aanbevelingen van de Critical Chemicals Alliance, in het bijzonder op het gebied van vraagstimulering,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bühler, Lohman en Flach.
Zij krijgt nr. 411 (32852).
Dank u wel. Daarmee bent u aan het einde van uw termijn. Meneer Flach.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. We hadden dit debat begin maart. Ik heb mijn bijdrage er nog eens bij gezocht. "Nederland raakt slaapwandelend zijn hele industrie kwijt: wat weg is, komt nooit meer terug", aldus De Telegraaf. Zo bloedt de chemische industrie in Nederland stilletjes leeg. Bij strategische autonomie hoort het voorhanden hebben van niet alleen wederzijdse afhankelijkheid, maar ook cruciale sectoren. Ik was vorige week met vertegenwoordigers van het CDA en de VVD bij een bijeenkomst van VNO-NCW en MKB-Nederland, waar vertegenwoordigers van de chemische industrie ons in de praktijk lieten zien en horen wat al die regeldruk betekent voor die bedrijven. Het gaat om meer dan alleen maar hinderlijke regeltjes; het gaat om vele tientallen miljoenen aan kosten en serieuze strategische afwegingen om ons land te verlaten. Daar moeten we echt iets aan doen, dus daar roep ik de minister nogmaals toe op. Ook bij controlerende diensten moet er echt iets gebeuren aan het besef van strategische autonomie in relatie tot de regeldruk. In dat verband dien ik ook één motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord is afgesproken nieuw industriebeleid standaard te toetsen op de gevolgen voor het gelijke speelveld met omringende landen teneinde het tempo van de verduurzaming van industrie te borgen, maar dat hiervoor geen uniforme toets bestaat;
overwegende dat een striktere nationale invulling dan in buurlanden kan leiden tot hogere kosten, langere procedures en meer onzekerheid voor bedrijven, terwijl de concurrentiepositie van onze industrie al onder grote druk staat;
verzoekt de regering de Bedrijfseffectentoets per 1 november 2026 uit te breiden met een toets op gelijk speelveld bij nieuw beleid en regelgeving met substantiële gevolgen voor industriële bedrijven, waarbij in ieder geval verschillen met relevante buurlanden worden beoordeeld op gevolgen voor onder meer concurrentiepositie, kosten en werkbaarheid, waaronder verschillen in de invulling van open normen, lidstaatopties, lagere regelgeving, beleidsregels, vergunningverlening, toezicht en handhaving;
verzoekt de regering tevens bij de nationale invulling van Europese beleidsruimte als uitgangspunt te hanteren dat deze niet strikter is dan in buurlanden, tenzij zwaarwegende publieke belangen anders vereisen, en afwijkingen expliciet te motiveren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 412 (32852).
Dank u wel. Dan komen we aan bij de bijdrage van de heer Van den Berg. Hij spreekt namens JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland voor kritieke grondstoffen en materialen afhankelijk is van een beperkt aantal derde landen;
constaterende dat met de Nationale Grondstoffenstrategie eerste stappen zijn gezet om deze afhankelijkheden te verkleinen;
overwegende dat het nu van belang is om van strategie naar concrete projecten en uitvoering te komen, zoals ook onderstreept in het rapport-Wennink;
verzoekt de regering om een lijst van kansrijke projecten voor kritieke grondstoffen en materialen op te stellen en passend beleid hierop te ontwikkelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 413 (32852).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Nationaal Plan Energiesysteem richtinggevende keuzes bevat over strategische leveringszekerheid en duurzame koolstofdragers, en dat het kabinet een visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie in 2026 heeft aangekondigd;
overwegende dat een robuuste Nederlandse (bio)raffinage- en chemiecapaciteit bijdraagt aan de leveringszekerheid in zowel vredestijd als in tijden van crisis of oorlog;
verzoekt de regering om in de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie concrete doelstellingen op te nemen voor de omvang van (bio)raffinage in Nederland en voor een Europese zelfvoorzieningsgraad;
verzoekt de regering tevens om belanghebbenden te consulteren over het concept en de cijfers onder de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie, en de Kamer hierover na de zomer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 414 (32852).
De heer Van den Berg (JA21):
Ik had afrondend nog een vraag aan de minister. Wij hebben in het debat onze zorg geuit over de uitbetaling van de IKC, de indirecte kostencompensatie, voor de industrie. Dat bleek toen niet mogelijk te zijn vanwege volgens mij een personeelstekort bij de RVO. Daar zou eind mei, begin juni een brief over volgen. Die brief is nog steeds niet naar de Kamer gekomen. Dat stort deze bedrijven, die daarvan afhankelijk zijn, deze zomer in onzekerheid. Ik wilde de minister vragen: kan zij alsnog met een brief komen en hier duidelijkheid over geven aan die bedrijven?
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
De heer Van den Berg raakt hier aan een heel terecht punt. Dat hebben we inderdaad gewisseld. Ook de SGP heeft daar aandacht voor gevraagd. Wat zou JA21 voorstellen als oplossing richting de minister?
De heer Van den Berg (JA21):
Dank voor deze vraag. Allereerst kwam u zojuist met een hele goede motie, die wij van harte gaan steunen. Ik denk dat ik de minister wil vragen dat ze vooral heel snel duidelijkheid geeft aan deze bedrijven, zodat ze weten waar ze dit jaar en volgend jaar aan toe zijn, niet alleen met die uitbetaling, maar ook juist met de randvoorwaarden voor de komende jaren. Dat heeft de industrie namelijk echt heel hard nodig.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank. Dan komen we aan bij de bijdrage van de heer Prickaertz namens de PVV. Gaat uw gang.
De heer Prickaertz (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb een drietal moties. Het zijn korte moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat strategische grondstoffen die in reststromen zitten momenteel nog vaak worden geclassificeerd als afval;
verzoekt de regering inzichtelijk te maken welke reststromen die cruciaal zijn voor onze strategische autonomie momenteel nog als afval worden geclassificeerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 415 (32852).
De heer Prickaertz (PVV):
De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet inzet op verdere elektrificatie van huishoudens en bedrijven;
constaterende dat het elektriciteitsnet in grote delen van Nederland overvol is;
verzoekt de regering te stoppen met beleid dat elektrificatie stimuleert of verplicht stelt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 416 (32852).
De heer Prickaertz (PVV):
En de laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij energiesubsidies voorwaarden gelden waarbij bedrijven een groot deel van de subsidie moeten inzetten voor CO2-reductie en een minimumaandeel koolstofvrije energie;
verzoekt de regering de voorwaarde te laten vervallen dat bedrijven minimaal 50% van deze subsidie moeten inzetten voor CO2-reductie;
verzoekt de regering ook om de eisen te schrappen dat een minimaal percentage van het energieverbruik uit koolstofvrije bronnen moet komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 417 (32852).
De heer Prickaertz (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat leidt tot een vraag van de heer Van der Lee. Zou u nog even willen blijven staan, meneer Prickaertz?
De heer Van der Lee (PRO):
Toch even een vraag over de tweede motie: stoppen met het beleid gericht op elektrificatie. Betekent dat dat de PVV nu ook geen kerncentrales meer wil en in de toekomst alleen nog maar fossiele energie? Wat betekent dit in godsnaam?
De heer Prickaertz (PVV):
Dit betekent zeer zeker dat wij blijven inzetten op kerncentrales. Het gaat om de netcongestie. Een kerncentrale is een manier om elektriciteit op te wekken. Je kan tien kerncentrales bouwen, maar op het moment dat er sprake is van netcongestie en het net vol zit, kan je dat niet overbrengen. Daarom dus deze motie.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Van der Lee.
De heer Van der Lee (PRO):
De motie roept op om te stoppen met beleid, dus ook met het niet meer aanleggen van hogesnelheidslijnen voor elektriciteit. Waar moet de energie uit die kerncentrale dan naartoe, als die er al gaat komen? Ik vind het een onbegrijpelijke, met de rug naar de wereld staande motie. Ik hoop dat de collega's dat met mij eens zijn.
De voorzitter:
We gaan dat zien bij de stemmingen. Overigens krijgen we eerst de appreciatie van het kabinet. Daarmee zijn we toegekomen aan de bijdrage van de heer Dassen namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de collega's dat ik mee mag doen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de hoogwaardige maakindustrie in Nederland kampt met hoge arbeidstekorten;
constaterende dat AI-gedreven automatisering van complexe handelingen in ongestructureerde omgevingen, ook wel fysieke AI genoemd, dit arbeidstekort deels kan opvangen;
overwegende dat Nederland uniek gepositioneerd is om wederzijdse afhankelijkheden op te bouwen door in deze nieuwe technologie te investeren, maar momenteel op het gebied van investeringen ingehaald wordt door landen als China en de Verenigde Staten;
verzoekt de regering om te investeren in Europese fysieke AI, zodat het concurrentievermogen van onze hoogwaardige maakindustrie niet afhankelijk is van niet-Europese landen of techbedrijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 418 (32852).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet heeft aangegeven geen noodzaak voor een EU-AI-top te zien, ondanks de razendsnelle ontwikkelingen die onze economie, veiligheid en banenmarkt raken;
van mening dat dit geen accurate lezing van de AI-ontwikkelingen op geo-economisch en sociaal gebied is;
verzoekt de regering om zich in te spannen voor een spoedtop van de Europese Raad deze zomer, om de gevolgen van AI voor onze economie en samenleving op Europees niveau te bespreken en actie te ondernemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 419 (32852).
De heer Dassen (Volt):
De laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de arbeidsmarkt ontwricht wordt wanneer AI in te hoog tempo banen vervangt;
van mening dat het de taak is van de overheid om AI-verdringing op de arbeidsmarkt te dempen en om getroffen werkenden te ondersteunen;
verzoekt de regering om bij het Belastingplan 2027 met een voorstel te komen voor een AI-belasting;
verzoekt de regering om te onderzoeken of de middelen die middels deze belasting opgehaald worden, ingezet kunnen worden voor een omscholingsfonds,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 420 (32852).
De heer Dassen (Volt):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is het lid Kostić. Nee, meneer Van der Lee. Ik wilde al een beetje tempo erop en meneer Dassen is nu ook al bijna weg, dus het is te laat. Lid Kostić, u heeft het woord. Na de zomer gaan we door met elkaar.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Alles na de zomer, behalve deze drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland ondanks eerdere energiecrises nog steeds sterk afhankelijk is van fossiele importen;
overwegende dat het CBS concludeert dat de Nederlandse energieafhankelijkheid van het buitenland naar 77% is gestegen, en dat de afhankelijkheid van de VS is toegenomen, ondanks de aangenomen motie-Teunissen (21501-20, nr. 2365);
overwegende dat TNO concludeert dat een energiesysteem gebaseerd op hernieuwbare bronnen en besparing leidt tot lagere systeemkosten en grotere weerbaarheid;
verzoekt de regering om een integraal plan op te stellen voor energieonafhankelijkheid, met daarin (1) een ambitieus pad voor energiebesparing en (2) de uitrol van hernieuwbare energie, deze twee pijlers van economische veiligheid expliciet te verankeren in de Internationale Veiligheidsstrategie, en de Kamer hierover uiterlijk begin 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.
Zij krijgt nr. 421 (32852).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse economie sterk afhankelijk is van import van kritieke grondstoffen;
overwegende dat reductie van grondstoffengebruik leidt tot lagere energievraag en minder geopolitieke afhankelijkheden;
overwegende dat onderzoek van TU Delft en het Centre for Materials & Resilience wijst op grote potentie aan de vraagzijde;
verzoekt de regering om concrete reductiedoelen voor grondstoffengebruik te ontwikkelen en deze te integreren in de Nationale Grondstoffenstrategie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.
Zij krijgt nr. 422 (32852).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat hergebruik en reparatie de vraag naar primaire grondstoffen aanzienlijk kunnen verminderen;
overwegende dat Nederland hiermee zowel zijn strategische autonomie als economische weerbaarheid versterkt;
overwegende dat reparatie van bijvoorbeeld elektronica nu vaak wordt belemmerd door hoge kosten, beperkte beschikbaarheid van onderdelen en restricties vanuit producenten;
verzoekt de regering om investeringen in circulaire infrastructuur te intensiveren, en beleid te ontwikkelen dat ontwerp voor reparatie en langere levensduur stimuleert, waarbij onder andere worden meegenomen:
-versterking van het recht op reparatie;
-maatregelen om reparatie financieel aantrekkelijker te maken;
-minimumvereisten voor levensduur en repareerbaarheid van producten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.
Zij krijgt nr. 423 (32852).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Vandaag was er een aanbieding van een petitie hierover, waarbij vakmensen en mensen die elke dag aan reparatie werken de Kamer oproepen om hier iets aan te doen.
Ik zie een interruptie.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ben toch wel even getriggerd door de motie over grondstoffenbeleid. Ik heb gewoon een eerlijke vraag en ik hoop op een eerlijk antwoord van het lid Kostić. Als wij de afhankelijkheid van grondstoffen moeten verminderen, betekent dit natuurlijk dat we alsnog het een en ander moeten verkrijgen. Staat het lid Kostić dan ook open voor mijnbouw in Nederland of in Europa?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Volgens mij lag decennialang de focus op "meer, meer, meer". Alles moest maar kunnen. Ik noem het plat gezegd maar even "rupsje-nooit-genoeggedrag". We hebben nu geleerd dat dit gewoon niet kan. We hebben maar één aarde en we verbruiken er eigenlijk drieënhalf. We moeten dus flink minderen, en dat kan. Je kan nog steeds in een prima welvaart leven, alleen met minder flutspullen, veel meer inzetten op reparatie en kijken of iets echt nodig is. Daar moet de focus op liggen.
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, het wordt nog erger deze week. U vindt natuurlijk dat ik een beetje op de tijd zit te hameren, maar het wordt allemaal nog veel erger. Heeft u een prangende vraag? Anders gaan we schorsen en gaan we daarna luisteren naar de antwoorden van de minister. Ik schors het debat tot 20.50 uur. Er wordt tien minuten geschorst.
De vergadering wordt van 20.40 uur tot 20.53 uur geschorst.
De voorzitter:
De minister loopt de plenaire zaal binnen en daarmee heropen ik het debat. We gaan luisteren naar de beantwoording van de minister van Economische Zaken.
Minister Herbert:
Dank u wel, voorzitter. Er is een hele set moties. Die ga ik fluks afhandelen, hoop ik.
De motie op stuk nr. 410, van de heer Van der Lee, gaat over het vormen van een coalition of the willing. Ik ontraad deze motie. Het kabinet heeft al goede economische contacten met Taiwan, ook op semicon-vlak, inclusief semicon-specifieke samenwerking. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in periodieke bijeenkomsten, zoals de Semicon Dialogue. Daaraan doen zowel bedrijven als hoogambtelijke vertegenwoordiging mee. Daarom heeft dit geen toegevoegde waarde.
De voorzitter:
Een verduidelijkende vraag van de heer Van der Lee. We gaan niet in discussie, meneer Van der Lee. De motie op stuk nr. 410 is ontraden. U heeft een vraag.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik vind dit heel raar, eerlijk gezegd. Taiwan kan alle steun gebruiken op dit moment en wij hebben een heel ambitieuze semicon-strategie. We kunnen twee vliegen in één klap slaan. De minister zegt dat er al contacten zijn. Ja, ik weet dat er wat contacten zijn, maar om op korte termijn in Europa en het liefst ook in Nederland grootschalige chipproductie te realiseren is er veel meer urgentie en energie nodig dan er nu in gestopt wordt. Ik vind het dus een onbegrijpelijk oordeel.
De voorzitter:
Meneer Van der Lee, ik had u eigenlijk het woord gegeven omdat u daar misschien een vraag over wilde stellen, maar dat u het niet eens bent met deze appreciatie … Het zou me verbazen als dat niet zo was; laat ik het zo zeggen.
De heer Van der Lee (PRO):
Mijn vraag is dus …
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van der Lee (PRO):
… of de minister niet ziet dat hier iets nieuws wordt voorgesteld, dat nog niet bestaat, en of ze niet bereid is om haar oordeel te heroverwegen.
Minister Herbert:
Ik zie dat er een woord gebruikt wordt in deze motie dat misschien nog niet bestaat in deze context. Alleen, de werkingskracht daarvan herken ik niet als iets wat nodig is om toe te voegen aan het nu al bestaande inzetrepertoire. Daarom heb ik niet de neiging om mijn appreciatie te veranderen.
De motie op stuk nr. 411 is van mevrouw Bühler. Die wordt ondersteund door meerdere partijen en die laat ik aan het oordeel van de Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 411: oordeel Kamer.
Minister Herbert:
Ja, die ondersteun ik en vind ik een belangrijk signaal.
Dan de motie op stuk nr. 412, van de heer Flach, over een landentoets. Die zou ik ontijdig willen verklaren. Deze motie verwijst namelijk naar een passage uit het coalitieakkoord dat gericht is op het versnellen van de verduurzaming van de energie-intensieve industrie. Dat is een belangrijk onderwerp, waar mijn collega van KGG en ik hard aan werken. We zullen de Kamer daar uiterlijk 1 november over informeren. Als ik de motie zo mag verstaan, kan ik 'm dus oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Maar dit zijn verwarrende appreciaties.
Minister Herbert:
Ik zou dus zeggen: ontijdig. Ja.
De voorzitter:
Oké, dus de vraag is dan: meneer Flach, houdt u deze motie aan? U krijgt dus uiterlijk 1 november informatie van het kabinet.
De heer Flach (SGP):
Het was mij al duidelijk dat er informatie aan zou komen. Er was mij verteld dat dat in september zou zijn. Zoals de minister in de motie ziet, heb ik de deadline opgeschoven naar november, maar als dan pas de brief komt, verliest de motie daarmee direct haar kracht. Ik vind de interpretatie dat ik om een brief vraag wel erg mager. Ik hou 'm vooralsnog aan. Laten we met elkaar kijken wat we met deze motie kunnen. De lijn is helder. We willen heel graag dat de regering dit als invulling van Europese beleidsruimte gebruikt en ook het andere dictum volgt. Maar alleen een brief vind ik te mager, dus ik hou 'm voorlopig aan om te kijken hoever we toch kunnen komen met de dringende zaken die ik heb geagendeerd.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (32852, nr. 412) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 413.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 413 van de heer Van den Berg krijgt oordeel Kamer. Die sluit aan bij de inzet van kansrijke projecten. De Kamerbrief komt overigens nog voor de zomervakantie, dus uiterlijk volgende week.
De motie op stuk nr. 414, ook van de heer Van den Berg, zou ik ontijdig mee willen geven. Het Nationaal Plan Energiesysteem wordt met Prinsjesdag gepresenteerd. Dat gebeurt overigens door mijn collega, de minister van KGG. De ontwikkeling van de visie op brandstoffen en chemiegrondstoffen is een van de bijlagen daarbij. Er worden stakeholders bij betrokken. Begin juli zijn er nog bijeenkomsten met de industrie en een stuurgroep voor het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie. Het NPE bevat niet de concreetheid waar u in de motie om vraagt, maar is wel een belangrijke eerste stap. De uitwerking volgt daarna.
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, wilt u uw motie op stuk nr. 414 aanhouden?
De heer Van den Berg (JA21):
Ik haal de motie natuurlijk liever binnen. Als ik de minister goed versta … Ik begrijp dat de minister in die visie Brandstoffen en Chemiegrondstoffenproductie dus in ieder geval in gesprek gaat met de sector en dat de doelen die ik in de motie heb weergegeven wel degelijk worden nagestreefd. Begrijp ik het zo goed?
Minister Herbert:
Zo heb ik 'm ook begrepen. Het is namelijk, zoals ik eerder ook zei, het onderwerp waar mijn collega, de minister van KGG, mee aan de slag is.
De voorzitter:
Daarmee houdt u 'm aan, begrijp ik.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat klopt helemaal, voorzitter.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (32852, nr. 414) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dat is heel coulant. De motie op stuk nr. 415.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 415, van meneer Prickaertz van de PVV, vraagt om afvalstromen van kritieke grondstoffen te ontleden. Ik vraag om deze aan te houden. Dit is een onderwerp dat bij de minister van KGG ligt. Morgen is er een commissiedebat Circulaire economie met diezelfde minister. Ik zou dus eigenlijk daarnaar willen verwijzen.
De voorzitter:
Meneer Prickaertz, het verzoek is om deze motie aan te houden. Voelt u daarvoor?
De heer Prickaertz (PVV):
Ik snap de redenatie van de minister. Het is alleen hetzelfde ministerie, dus ik wil 'm eigenlijk gewoon even aanhouden.
De voorzitter:
"Aanhouden", zegt u?
De heer Prickaertz (PVV):
Ik wil de motie gewoon …
De voorzitter:
In stemming brengen! De motie op stuk nr. 415 komt in stemming.
Minister Herbert:
Dan ontraad ik 'm.
De voorzitter:
Dat is dus het oordeel "ontraden". De motie op stuk nr. 415 is ontraden. De motie op stuk nr. 416.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 416 gaat over stoppen met beleid dat elektrificatie stimuleert of verplicht stelt. Die moet ik ontraden; dit is nou net het hart van de energietransitie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 416 is ontraden.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 417 is ook van meneer Prickaertz. Die verzoekt de regering om de voorwaarde dat bedrijven minimaal 50% van de subsidie moeten inzetten voor CO2-reductie, te laten vervallen. Die moet ik ontraden. Het is juist het doel om die CO2-reductie te halen. Het bedrijfsleven klaagt hier overigens niet over.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 417 is ontraden.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 418 is van meneer Dassen. Die gaat over het investeren in Europese fysieke AI. Die laat ik aan het oordeel van de Kamer. Het is al onderdeel van het beleid. We investeren daar nu ook al in. Bijvoorbeeld de fabriek in Groningen is een passende interventie. Er is geen extra budget voor.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 418, met die uitleg: oordeel Kamer.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 419, ook van meneer Dassen, is een oproep om deze zomer een spoedtop van de Europese Raad te organiseren. Die motie ontraad ik. AI staat hoog op de agenda, ook in de EU. Er zijn ook al diverse gremia op EU-niveau waar over dit onderwerp gesproken wordt. Deze ontraad ik als een extra actie nu.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 419: ontraden.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 420, ook van meneer Dassen, vraagt om bij het Belastingplan 2027 met een voorstel te komen voor AI-belasting. Ik ontraad deze motie. Ik denk ook dat het onverstandig is om AI af te remmen via belastingen. "Belastingen" ligt overigens, zoals u weet, in het domein van de staatssecretaris Financiën.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 420: ontraden.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 421 is van het lid Kostić en gaat over het opstellen van een integraal plan voor energieonafhankelijkheid. Die moet ik ontraden. De Internationale Veiligheidsstrategie gaat hier niet over en is ook al definitief. Dit zit in KGG-beleid over de uitrol van hernieuwbare energie, bijvoorbeeld via het Nationaal Plan Energiesysteem. Dat vindt in september plaats.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 421: ontraden.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 422 is wat mij betreft oordeel Kamer. Dat is eigenlijk het Nationaal Programma Circulaire Economie: daarin wordt dit gedekt. Dat is overigens ook weer iets waar de minister van KGG voor verantwoordelijk is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 422: oordeel Kamer.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 423 is al aan bod gekomen in de Kamerbrief die u vorige week donderdag ontving van mijn collega, de minister van KGG. Ze is populair vandaag! Tegen die achtergrond kan deze motie wat mij betreft oordeel Kamer krijgen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 423: oordeel Kamer.
Minister Herbert:
Dan heb ik nog een vraag van de heer Van den Berg over. Die gaat over de betaling van IKC en bedrijven die wachten op duidelijkheid. Daarover kan ik toezeggen dat er voor de zomer, dus binnen twee weken, een brief komt met daarin een stand van zaken over de duidelijkheid.
De voorzitter:
Oké. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de minister hartelijk.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors voor echt een heel kort moment, waarna we gaan beginnen met het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid. Het debat is geschorst. Dank aan de minister.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.