Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Westerveld aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht dat zorglocaties van ExpertCare voor ernstig zieke kinderen uiterlijk woensdag dicht moeten.
2 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 88
Te raadplegen sinds
2026-09-28Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 88
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Westerveld
Vragen van het lid Westerveld aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht dat zorglocaties van ExpertCare voor ernstig zieke kinderen uiterlijk woensdag dicht moeten.
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef daarvoor het woord aan mevrouw Westerveld voor haar vragen namens de fractie van PRO aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, die ik van harte welkom heet in het parlement. Het woord is aan mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Dank u wel, voorzitter. De laatste maanden hebben wij vrijwel dagelijks contact met Marcel, Jonas en zoveel andere ouders van kinderen die ernstig ziek zijn of een ernstige beperking hebben. Op 27 januari stortte hun wereld in. Samen met de ouders van ongeveer 80 kinderen hoorden zij toen dat de locaties van Villa ExpertCare twee maanden later zouden sluiten. Deze locaties zijn onmisbaar voor deze gezinnen. Hun kinderen kunnen daar terecht voor specialistische medische zorg, maar die locaties zijn ook broodnodig voor ouders om even op adem te komen. Dat is soms hard nodig als je beseft dat een aantal van deze ouders er 's nachts soms wel tien keer uit moeten om te checken hoe het met hun kind gaat en dat een keer door de wekker heen slapen fataal kan zijn voor hun kind. Geen wonder dat deze ouders al maanden radeloos zijn. Op 5 maart beloofde de minister dat de locaties open zouden blijven, in ieder geval totdat er een passende oplossing zou zijn voor alle kinderen. Maar eind vorige week bleek dat het nachtmerriescenario waar ouders al zo lang voor waarschuwden, uitkwam. Door personeelsverloop kan de kwaliteit namelijk niet geborgd worden en oordeelde de inspectie dat twee van die locaties morgen moeten sluiten, morgen al. De directie van ExpertCare en hun buitenlandse eigenaar, miljoenenbedrijf B. Braun, lijken hier bewust op aangestuurd te hebben.
Mijn belangrijkste vragen aan de minister zijn: Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat zij haar belofte gestand doet en er vóór morgen een passende oplossing komt voor alle kinderen? Hoe heeft dit zover kunnen komen? Niet alleen de ouders, maar ook wij, als hele Kamer, hebben hier in diverse Kamerdebatten al verschillende keren voor gewaarschuwd. Hoe staat het met de zorgplicht, nu bedrijven die gericht zijn op winst hier duidelijk lak aan hebben en er de afgelopen maanden een heel overlegcircus is opgetuigd, maar ook de minister niet heeft kunnen ingrijpen, terwijl hier kinderlevens op het spel staan? Wat is die wettelijke zorgplicht dan waard?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Sterk:
Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het verschrikkelijk vind. De afgelopen week heb ik tijdens de commissievergadering ook al gezegd dat wij hier nu staan met elkaar en moeten constateren dat datgene is gebeurd wat we hadden gehoopt te kunnen voorkomen. Dat is natuurlijk verschrikkelijk, in de eerste plaats voor die kinderen en hun ouders, die in langdurige onzekerheid blijven. Het is ook triest om te moeten constateren dat de belofte die het bestuur van VEC heeft gedaan, dat de locaties zouden openblijven totdat er een passende voorziening zou zijn voor deze kinderen, tot op heden nog steeds niet is nagekomen. Dat is de belofte die ik heb herhaald, maar het is niet een belofte van mij geweest. Het is een belofte waar we afspraken over hadden gemaakt met VEC en waaraan ik hen vanaf het begin constant heb gehouden.
We hebben hier met man en macht aan gewerkt met alle partijen die in het systeem daarin een rol hebben. Het gaat dus over de zorgkantoren en de zorgverzekeraars. Die zijn samen met de zorgaanbieder Project Herberg begonnen, om te zorgen dat de bemiddeling sneller zou gaan. De inspectie heeft vanaf het begin goed meegekeken en heeft nu dus helaas moeten constateren dat, ondanks alle acties, de patiëntveiligheid niet meer te garanderen is en dat VEC inderdaad voor 1 juli moet zorgen dat de kinderen een andere passende plek hebben. De NZa heeft natuurlijk ook steeds goed meegekeken naar de zorgplicht die ligt bij de zorgverzekeraars en de zorgkantoren. Zoals u zelf misschien ook hebt gezien, is de aanwijzing die is gegeven door de IGJ inmiddels openbaar. Na 13.00 uur is die openbaar geworden. Daarin kunt u precies lezen op welke punten de inspectie constateert dat de zaak niet op orde is. Dat gaat ook over de manier waarop het bestuur van VEC heeft opgetreden gedurende deze periode.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik hoor de minister verwijzen naar het bestuur van Villa ExpertCare. Ik hoor haar ook zeggen: "We hebben moeten constateren dat …" Met alle respect, maar dit klinkt mij veel te passief, want het gaat hier letterlijk over de levens van kinderen. Dat zijn kinderen met een ernstige meervoudige beperking en kinderen die ernstig ziek zijn. Sommige kinderen krijgen daar zelfs palliatieve zorg. Dan zou het toch ook aan onze minister moeten zijn, als stelselverantwoordelijke, om te kunnen ingrijpen? Daar gaat het over. Daar gaat mijn vraag over de zorgplicht ook over. Er is een wettelijke zorgplicht. Hoe kan het dan dat een buitenlandse eigenaar van een bedrijf dat is gericht op winst maken kennelijk lak heeft aan kinderlevens, maar wij niet in staat zijn en de minister niet in staat is om de wettelijke zorgplicht te handhaven? Daar heb ik nog een vraag over.
De voorzitter:
Mevrouw Westerveld is nog aan het woord.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik heb nog een vraag. Een van mijn andere vragen was hoe de minister gaat zorgen voor een oplossing voor deze kinderen. Morgen gaan twee van de locaties sluiten. Wij weten dat er voor een aantal kinderen nog geen oplossing is. De minister zegt terecht dat de ouders radeloos zijn. Wat is dan de oplossing? Ik heb de minister horen beamen dat die locaties pas dichtgaan op het moment dat er een passende oplossing is voor alle kinderen.
Minister Sterk:
Ik wil opnieuw zeggen dat het een verschrikkelijke situatie is waarin we hier zitten. Bij alles wat ik zeg, staat voorop dat onze grootste zorg op dit moment is dat de kinderen een goede plek krijgen. Dat is niet alleen mijn eerste, maar ook mijn tweede en ook mijn derde prioriteit op dit moment. Vanaf het moment dat ik minister ben, heb ik mij constant hiermee bemoeid. Ik heb u als Kamer ook constant meegenomen in elke stap, tot en met zelfs vorige week nog een vertrouwelijke brief over de aanwijzing van de IGJ. Ik wil hier dus niet het beeld laten ontstaan dat ik nu pas in actie kom. Ik heb er volgens mij alles aan gedaan wat past bij de rol die ik heb in het systeem om ervoor te zorgen dat we aan een oplossing komen. Ik heb ook meermalen gesproken met de cliëntenraad. Ik heb op een gegeven moment mensen bij mij op kantoor gehad. Ik heb vorige week nog een onafhankelijke intermediair ingesteld. Volgens mij heb ik geprobeerd, met man en macht, met alle partijen in het systeem, om ervoor te zorgen dat het niet zover zou hoeven komen. Maar uiteindelijk is VEC degene die de plicht heeft om deze kinderen een plek te bieden, samen met de zorgkantoren en de zorgverzekeraars.
Dan uw vraag hoe het zit met de wettelijke zorgplicht. Ik wil de zaak waarmee we nu te maken hebben heel graag evalueren als dit allemaal voorbij is, want nu moet alles erop gericht zijn dat de kinderen een plek krijgen. Maar inderdaad, ik denk dat het goed is dat we kijken wat we hiervan kunnen leren en ook hoe het stelsel werkt. Twee. Op dit moment is de aanwijzing van de inspectie dat het bestuur voor 1 juli ervoor moet zorgen dat er een plek is. Als het dat niet doet, kan de inspectie maatregelen treffen in de vorm van een bestuurlijke boete of bestuursdwang. Mocht dat allemaal niet lukken, dan ligt er vanaf april wel voor elk kind een noodscenario klaar dat in samenspraak met de ouders is gemaakt. Dat is natuurlijk geen ideale oplossing. Daarom zitten we er ook zo op te drukken dat er een oplossing moet komen vanuit VEC. Maar mocht dat niet lukken, dan ligt er een noodscenario klaar voor deze kinderen.
Als ik dan nog even naar de toekomst mag kijken, denk ik dat we ook met elkaar moeten constateren dat er op dit moment een probleem ligt rondom dit type kindzorg in Nederland. Ik wil de zorgverzekeraars er dan ook toe oproepen — dat heb ik ook gedaan — om niet alleen te kijken binnen de instellingszorg die we nu hebben, maar om ook daarbuiten te gaan zoeken naar oplossingen die ruimte bieden voor de hoogspecialistische kindzorg waarover het hier gaat.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het klopt dat de minister samen met de ambtenaren al maanden hiermee bezig is, waarvoor dank. Ik weet dat ze er ontzettend druk mee is, maar dat is ook meteen het probleem. Er is een heel overleg opgetuigd waar de minister druk mee is, maar waarmee ook de inspectie, de NZa, de zorgverzekeraars, de zorgkantoren, verschillende advocaten, verschillende zorgbedrijven en de cliëntenraad druk zijn, terwijl niemand ingrijpt. Dat is volgens mij de kern van het probleem. Dan is mijn vraag aan de minister hoe zij als stelselverantwoordelijke de verantwoordelijkheid gaat pakken voor deze kinderen en deze gezinnen. Hoe gaat zij, samen met alle partijen die ik net noemde, ervoor zorgen dat dit in de toekomst niet meer gebeurt? Het mag toch niet zo zijn dat grote bedrijven met soms buitenlandse eigenaren uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor deze kinderen, die tot de meest kwetsbare kinderen in Nederland behoren?
Minister Sterk:
Maar er wordt al ingegrepen op dit moment. Dat is ook de rol die de inspectie te spelen heeft. Zo hebben we dat hier ook geregeld met elkaar. De inspectie ziet al vanaf het begin toe op de veiligheid van deze kinderen en op de kwaliteit van de zorg. In die zin wordt er dus ingegrepen. Voor als er inderdaad geen passende oplossing voor deze kinderen komt vanuit VEC, hebben we noodscenario's klaarliggen, dus dat ligt er allemaal. En ja, ik vind ook wat van wat er hier is gebeurd, hoe het bestuur acteert en hoe de buitenlandse investeerder hierbij optreedt; dat heb ik ook al eerder gezegd. Ik vind ook dat we dat met elkaar moeten gaan evalueren, maar wel nadat we hebben gezorgd dat er rust komt en dat er een oplossing komt voor deze kinderen. Daarvoor staat alles nu wat mij betreft op scherp. De inspectie kijkt daar nu echt heel dik op toe, samen met de zorgverzekeraars en de NZa. Ik kijk natuurlijk ook mee, maar wel vanuit mijn rol in het stelsel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik heb een vraag aan de minister. Donderdag staat er ook een debat over dit onderwerp gepland. Wat heeft de minister van de Kamer nodig? Wat kan de Kamer donderdag bijdragen om nog iets te veranderen of beter te maken, anders dan wat er vandaag besproken wordt?
Minister Sterk:
Dat vind ik op zich een heel mooie vraag. Ik denk dat wij met de Kamer — zo heb ik het in ieder geval steeds ervaren — geprobeerd hebben om samen op te trekken, omdat wij allemaal vinden dat dit eigenlijk niet zou moeten kunnen. Op dit moment denk ik dat de Kamer niet zo veel anders kan dan hier steeds aandacht voor blijven vragen, en terecht. Maar ik denk dat we op den duur wel met elkaar het gesprek aan moeten gaan over wat hier nu precies gebeurd is en welke lessen we hieruit kunnen trekken, om te kijken of we dat in de toekomst kunnen voorkomen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vind het echt ongelofelijk pijnlijk dat we hier nu staan, na al de debatten die we hier met elkaar over hebben gevoerd. Er is een multinational, B. Braun, die die zorglocaties overneemt. Die zet vervolgens het vastgoed in een aparte bv en zegt dan: we willen van de zorg af. Wij hebben na het besluit van B. Braun om deze zorg af te schaffen tegen deze minister gezegd: pas op en grijp in, want het personeel gaat weglopen, de zorg komt onder druk te staan en die locaties zullen gaan sluiten; er zijn geen andere plekken.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Deze minister zei telkens: nee, we laten de partijen hun werk doen, we kunnen niet ingrijpen en de inspectie kan niet ingrijpen. En nu gaan die locaties dicht, dus de minister mag hier uitleggen wie hier nu gefaald heeft.
Minister Sterk:
Ik wil de Kamer er toch ook graag aan herinneren dat ik op een gegeven moment het bestuur bij mij heb geroepen en heb gezegd: ik wil niet dat voor 31 december de contracten worden beëindigd, en daarvoor wil ik het bestuur in zijn rol zetten. Ik hoop dat u zich dat ook nog herinnert. Dat was juist om ruimte te bieden door te zorgen dat de locaties inderdaad open zouden kunnen blijven totdat er goede zorg zou zijn. Ik kan er niks aan doen dat die zorgaanbieder ging stoppen; dat mag in dit land. Alleen, de continuïteit van zorg is altijd mijn focus geweest. Daarom heb ik ook de afspraak met VEC gemaakt om niet dicht te gaan voordat de kinderen een plek hebben en dat de contracten opengebroken zouden worden, zodat mensen tot het einde van dit jaar nog in dienst zouden kunnen blijven. Volgens mij hebben we er dus met alle partijen alles aan gedaan om dit te voorkomen, maar de enige die hier echt aansprakelijk voor is, is het bestuur van VEC, dat tot op dit moment niet in staat is gebleken om de kwaliteit en patiëntveiligheid goed te borgen totdat de locaties zouden gaan sluiten.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, kort en bondig.
Mevrouw Dobbe (SP):
De minister lijkt wel een toeschouwer bij wat zich hier nu allemaal afspeelt. Dat is ze natuurlijk niet. Deze minister is stelselverantwoordelijk. We hebben hiervoor gewaarschuwd. We hebben gezegd: dat personeel gaat weg, dat gaat lopen. We hebben gezegd: er zijn geen andere plekken voor die kinderen. De minister kan nu wel verwijzen naar noodscenario's, maar wat dan? Die plekken zijn er namelijk niet. De minister draait er wel omheen. Wie is hier nu verantwoordelijk? Dat is uiteindelijk wel de minister. De minister had kunnen ingrijpen. Dat had ze kunnen doen via de inspectie. Dat had ze ook zelf kunnen doen, maar dat heeft ze niet gedaan. Daar wil ik wel een antwoord op.
Minister Sterk:
Ik heb toch bezwaar tegen het beeld dat hier wordt geschetst, alsof er niets is gebeurd. Ik heb net voor u genoemd wat wij allemaal hebben gedaan. Laten we ook niet vergeten dat de helft van de kinderen inmiddels een passende plek heeft. De helft van de kinderen zit dus al op een plek die past bij de zorg die ze nodig hebben, waar ouders mee akkoord zijn gegaan. Dat betekent ook dat de andere helft van de kinderen die plek niet heeft. Daar is alle zorg nu ook op gericht, en nu heel specifiek op de twee locaties op basis waarvan de IGJ die aanwijzing gegeven. Wij doen er alles aan — dat is ook hoe het stelsel werkt — om te zorgen dat dat op een goede manier gebeurt. De zorgplicht ligt zowel bij Villa ExpertCare alsook bij de zorgverzekeraars en de zorgkantoren. Die moeten dat waarmaken. Voor als dat niet lukt, hebben we de noodsituaties klaarliggen. Dat is hoe we dit stelsel laten werken. Ik ben de eerste om te erkennen dat dit inderdaad voor ouders heel veel onzekerheid en frustratie geeft. Ik had het ook anders gewild, maar dit is wel de situatie waar we vandaag in zitten.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
De inspectie gaat nu handhaven, maar het effect daarvan komt vooral terecht bij ouders en kinderen. Dat willen we natuurlijk met z'n allen niet, omdat we Kamerbreed, denk ik, gewoon echt heel graag zo snel mogelijk een oplossing voor deze kinderen willen. Mijn vraag gaat eigenlijk over het volgende. Het CDA vindt dat ook die zorgaanbieder gewoon echt aan de verplichtingen en verantwoordelijkheden moet worden gehouden. Je hebt ook gewoon een maatschappelijke verantwoordelijkheid.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Zo ga je niet om met zulke kwetsbare kinderen. Mijn vraag is eigenlijk de volgende. Zorgverzekeraars en VEC proberen nu binnen het huidige systeem tot oplossingen te komen. Als dat niet lukt, is er dan ook ruimte om tot alternatieve oplossingen te komen zodat in ieder geval de zorg voor die kinderen, al dan niet tijdelijk, op een goede manier door kan gaan?
Minister Sterk:
Ik zie inderdaad dat ze het op dit moment vooral binnen het systeem doen. Zoals ik net al zei, zou mijn oproep aan zorgverzekeraars en zorgkantoren echt zijn om ook buiten het systeem te gaan zoeken naar plekken voor deze kinderen. We moeten namelijk, denk ik, constateren dat het ongelofelijk ingewikkeld is om op dit moment die passende voorzieningen te vinden.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Op 2 april beloofde de minister hier in de Kamer dat zij zou gaan opschalen op het moment dat de continuïteit van zorg niet gegarandeerd zou zijn. Dat is nu het geval. Morgen hebben vijftien kinderen gewoon geen plek meer en zeker geen passende plek. Ik zou dus heel graag van de minister willen weten wat zij tussen vandaag en morgenvroeg precies gaat doen. Ik zou heel graag willen weten … Ik zou in ieder geval heel concreet een antwoord willen op de volgende vraag. Het kan niet zo zijn dat een noodoplossing, waar de minister nu naar verwijst, inhoudt dat ouders urenlang moeten gaan reizen met zeer zorgintensieve kinderen of dat ouders misschien wel minder moeten gaan werken omdat dat de enige oplossing is die nu voorhanden is. Dat is niet passend.
Minister Sterk:
Op de eerste vragen van mevrouw Maeijer: die kinderen hebben wel een plek. Ook na 1 juli hebben die kinderen nog steeds een plek, omdat continuïteit van zorg vooropstaat. Alleen als het bestuur het niet lukt om voor 1 juli de kinderen op een andere plek te plaatsen, zal dat betekenen dat er andere middelen gaan worden ingezet door de inspectie. Dat heb ik net benoemd. Dat kan een bestuursdwang zijn of dat kan ook een bestuurlijke boete zijn. Twee. Die plekken die er zijn en die er ook zouden kunnen komen in het noodscenario, zouden op een andere locatie kunnen zijn, maar soms ook thuis met ondersteuning. Nogmaals, de kwaliteit van de zorg staat namelijk voorop. Dat is nog steeds geen ideale situatie; dat besef ik ook. Daarom is het van belang dat we ook naar structurele oplossingen gaan kijken. Daar wordt op dit moment heel hard aan gewerkt in het Project Herberg waarbij ook met voorrang gekeken wordt naar de kinderen die in deze twee locaties zitten.
Mevrouw Wendel (VVD):
De huidige situatie is verschrikkelijk voor de kinderen en natuurlijk ook voor hun ouders. Dat zijn ouders die echt met hart en ziel, met alles wat ze in zich hebben, voor deze kinderen zorgen. Maar ze hebben af en toe even een beetje rust nodig om bij te komen, om vervolgens weer met alles wat ze in zich hebben voor die kinderen te kunnen zorgen. Mijn vraag is of het letterlijk gevaarlijk kan zijn voor deze kinderen wanneer er steeds meer van deze ouders wordt gevraagd. Want als ouders oververmoeid raken, is een foutje veel sneller gemaakt. Mijn vraag is dus concreet wat de minister nu voor de ouders doet om ervoor te zorgen dat zij dit ook volhouden. Ik maak me daar echt zorgen over
Minister Sterk:
Ik begrijp het. Ik maak me daar soms ook zorgen over. Ik spreek natuurlijk geregeld met de cliëntenraad en ik merk gewoon dat deze hele situatie voor hen enorm veel stress geeft. Dat gaat het vaak ook nog over hun eigen kinderen. Maar dat is ook iets waar … Kijk, de oplossingen worden altijd gezocht in samenspraak met de ouders. Om dat proces echt goed te leiden — vorige week heb ik u ook verteld dat daar wat ruis over ontstond — hebben we een onafhankelijke intermediair aangesteld die daarop meekijkt. Het is echter vooral de rol van de zorgverzekeraar om er goed op toe te zien dat de ouders het inderdaad nog steeds kunnen dragen. Dat moet onderdeel zijn van de oplossing die voor deze kinderen wordt gezocht.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
De minister heeft de afgelopen weken gestreden voor wat ze waard is tegen een bedrijf dat het kennelijk niks kan schelen. Ik vind dat stuitend en het maakt me woest, want kwetsbare kinderen en hun ouders zijn daar de dupe van. Hoe voorkomt de minister nu dat dit bedrijf, omdat twee locaties nu gesloten zijn, dit ook als uitweg ziet voor de andere locaties?
Minister Sterk:
Dat vind ik een beetje een ingewikkelde vraag. Ik herken de gevoelens die Kamerlid Bikker uitspreekt. We weten natuurlijk wel dat deze zorgaanbieder gaat stoppen. Dat is geen nieuw feit. We wisten dat vanaf het begin. Wij hebben met alle partijen in het stelsel gewerkt aan het ervoor zorgen dat dat stoppen niet ten koste gaat van goede zorg voor deze kinderen. Daar zitten we nu en dat is mijn focus. Wat betreft de rol van investeerders bij deze zorgaanbieder: ik vind dat echt een gesprek dat we later zouden moeten gaan voeren, maar dat heb ik wel meermalen toegezegd.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daar kijk ik ook naar uit, want dat is hard nodig. Ik vrees het volgende. Wij gaan hier telkens uit van mensen die goedschiks bezig zijn en ten goede handelen omdat ze de zorg voor die kinderen en die ouders nog belangrijker vinden dan de exacte datum waarop een deur sluit, omdat men een zorgplicht voelt. Maar de gebeurtenissen van de afgelopen weken — zelfs de inspectie moest ingrijpen, en dat doen ze niet zomaar — laten zien dat er ook kwaadschiks gehandeld kan worden of dat men het onvoldoende vasthoudt. Ik vraag dan aan de minister: wat heeft u in het koffertje om dit bedrijf schrik aan te jagen en om ervoor te zorgen dat we niet straks in een of andere spoedvergadering opnieuw bijeen zijn omdat het bedrijf opnieuw kwaadschiks handelt? Kan de minister daar duidelijkheid over geven?
Minister Sterk:
U vraagt eigenlijk hoe we er nou voor kunnen zorgen dat deze ondernemers verantwoord ondernemen. U zegt eigenlijk dat dat op dit moment niet gebeurt. Aankomende week komt er een brief naar de Kamer over de Wet integere bedrijfsvoering zorgaanbieders. Dat is een brief die onder andere ingaat op het vraagstuk: hoe kunnen we er nou voor zorgen dat de private equity en zo, die in deze zorg soms ook rondgaat, wel op zo'n manier plaatsvindt dat die ten goede komt aan de zorg van de kinderen, en niet aan de portemonnee van de investeerders?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het is natuurlijk verschrikkelijk voor de kinderen en hun gezinnen. Het is goed om te horen dat — dat hebben we ook gelezen — voor de helft van deze kinderen een passend alternatief is gevonden. Ik maak me wel echt zorgen om de andere helft. Ik kan me namelijk voorstellen dat die zorgvraag nog veel complexer is. In het vorige debat vroeg ik wanneer een alternatief passend is. Soms werd iets als passend gepresenteerd terwijl er nog een wachtlijst van drie tot vijf jaar is. Mijn vraag aan de minister is hoe zij borgt dat een passend alternatief passend is en niet pas na een aantal jaar komt, als er een plekje vrijkomt op de wachtlijst.
Minister Sterk:
Dat is nou juist ook waarom we het Project Herberg hebben opgericht. Daarin werken de zorgaanbieders samen met de zorgverzekeraars. Passend is dus datgene waarvan ook de ouders vinden dat dat passend is voor hun kind. Daarbij moet het voldoen aan de zorg die het kind nodig heeft. Dat is wat wij "passende zorg" noemen en dat is waar dit op is gericht. Om dat ook echt te versnellen — de aanwijzing van de inspectie zal daar overigens ook bij helpen — hebben we de onafhankelijke intermediair erbij gezet, die goed kan meekijken of dat inderdaad goed genoeg gebeurt, want we kregen ruis, bijvoorbeeld over kinderen die wel of niet bemiddeld zouden zijn.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De minister heeft mij in ieder geval voor een deel gerustgesteld. Ze zegt namelijk dat we gaan kijken of binnen de Wibz — laat ik het als volgt zeggen — de slechten in de zorg uit de mand gaan. Ik vroeg ook of zij nog iets kan zeggen over het maatwerk dat zij kan bieden voor deze ouders.
Minister Sterk:
Ik kan geen maatwerk bieden vanuit de rol die ik heb in het stelsel. Maatwerk moet geboden worden vanuit de zorgverzekeraars, nogmaals, in samenspraak met de zorgaanbieder. Die moeten gaan kijken wat een kind nodig heeft en waar dat geboden zou kunnen worden. Kan dat in een andere instelling of misschien tijdelijk met ondersteuning thuis? Maar het moet wel met instemming van de ouders zijn. Dat is maatwerk en dat is waarom ik die onafhankelijke intermediair erbij heb gezet. Er moet goed op meegekeken worden, want vorige week bleek dat er ruis over was. Het bestuur zei dat dat voor een heleboel al geregeld was, terwijl de cliëntenraad zei zich daar niet in te herkennen. De zorgverzekeraars hebben ook hun rol te spelen. Ik vind het wat betreft maatwerk ook belangrijk dat men niet alleen gaat zoeken binnen de instellingen die we nu hebben, maar ook gaat kijken buiten de instellingen. Het volgende is misschien ook een vraagstuk voor op de langere termijn. Blijkbaar is de zorg in Nederland zo kwetsbaar dat als één zorgaanbieder dreigt te stoppen, we inderdaad een heel groot probleem hebben.
Mevrouw Westerveld (PRO):
De minister heeft het nu een aantal keer gehad over die noodplannen, alsof die een oplossing zouden zijn voor ieder kind. Mijn vraag aan haar is: wat is de bron waaruit blijkt dat dit een passende oplossing is voor kinderen? Als de bron ExpertCare is, dan weet ik hoe ik het moet duiden. Vanochtend en gisteren spraken we nog met ouders die aangaven dat die noodplannen helemaal niet passend zijn, dat het inderdaad aan de andere kant van het land is of dat het personeel weg is. Zojuist kwam het IGJ-rapport, waaruit ook blijkt dat personeel weggaat. Waar haalt zij het idee vandaan dat het noodscenario voor ieder kind een passende plek zou bieden?
Minister Sterk:
Die noodscenario's zijn natuurlijk verre van ideaal; daarom zijn het ook noodscenario's. Je wilt eigenlijk gewoon dat VEC zich zodanig verantwoordelijk voelt dat er inderdaad een passende oplossing komt, in samenspraak met de zorgverzekeraars. Maar omdat je weet dat dat in die scenario's misschien op een gegeven moment niet meer het geval zal zijn, zijn er in april noodscenario's gemaakt. Dat moet ook. Dat hebben de zorgverzekeraars gedaan in samenspraak met de ouders om te kijken wat next best zou kunnen zijn, mocht het toch niet lukken. Je wil gewoon dat de zorg voor deze kinderen niet in gevaar komt. Dat is wat voor mij het allerbelangrijkste is op dit moment. De zorg voor deze kinderen en de veiligheid van deze kinderen staat bovenaan en daarom liggen nu de noodscenario's klaar. Ik had gehoopt die niet te hoeven gebruiken, althans dat de zorgkantoren die niet zouden hoeven gebruiken, want dat doe ik zelf niet. Het is nu even de vraag of die gebruikt gaan worden. Het is nu vooral zo dat er druk op het bestuur wordt gezet om te zorgen dat er een oplossing komt voor deze kinderen, eventueel met bestuursdwang of een bestuurlijke boete.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar aanwezigheid in de Kamer.