Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Energieraad (informeel) 28-29 september 2026
2026D45450 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft een aantal vragen en opmerkingen
aan de Minister van Klimaat en Groene Groei voorgelegd over de Geannoteerde agenda
Energieraad (informeel) 28–29 september 2026 (2026Z19248), het Fiche: Strategische routekaart voor digitalisering (Kamerstuk 22 112, nr. 4408) en AI in de energiesector en het verslag van het schriftelijk overleg over AccelerateEU
– Energy Union (Kamerstuk 22 112, nr. 4378)
De voorzitter van de commissie,
Zwinkels
De griffier van de commissie,
Nava
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
II Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de informele Energieraad. Zij hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet zich wil uitspreken voor de inzet
van de Europese Commissie om energieprijzen structureel te verlagen. Kan de Minister
toelichten welke concrete Europese voorstellen volgens Nederland het meeste effect
hebben op de energierekening van huishoudens en bedrijven, en hoe Nederland zich hiervoor
tijdens de Raad inzet?
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet belang hecht aan structurele maatregelen
om de energie-onafhankelijkheid te vergroten. De Europese Commissie zet in het Citizens
Energy Package expliciet in op energiegemeenschappen om huishoudens beter te beschermen
tegen hoge en volatiele energieprijzen. Kan de Minister toelichten wat de Nederlandse
inzet is op energiegemeenschappen binnen het Citizens Energy Package en welke rol
het kabinet voor energiegemeenschappen ziet bij het beschermen van huishoudens tegen
toekomstige energiecrises?
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet zich wil inzetten voor Europese
standaarden voor slimme, aanstuurbare apparaten, zoals warmtepompen. Kan de Minister
toelichten welke concrete standaarden Nederland hierbij voor ogen heeft en of deze
standaarden voor slimme apparaten ook een positieve invloed hebben op bijvoorbeeld
interoperabiliteit en het verminderen van netcongestie?
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet inzet op betaalbare energie en goede,
heldere en begrijpelijke communicatie richting burgers en bedrijven over energiebeleid
en de voordelen van de energietransitie belangrijk vindt. Hoe beoordeelt de Minister
de effectiviteit van publiekscampagnes, zoals «Zet ook de knop om»? Is de Minister
bereid om in Europees verband te pleiten voor meer kennisuitwisseling over begrijpelijke
communicatie richting huishoudens?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met veel interesse kennisgenomen van de recente
ontwikkelingen rondom het EU Grid Package. Kan de Minister toelichten in welke fase
het EU Grid Package zich precies bevindt? Specifiek op het onderdeel van de stikstofvrijstelling
voor het aanleggen van energie-infrastructuur hopen deze leden dat er vaart gemaakt
wordt met de implementatie.
Eerder hebben de leden van de VVD-fractie de regering opgeroepen om alvast een Nederlandse
implementatie van het EU Grid Package voor te bereiden zodat Europese regelgeving
snel kan worden geïmplementeerd. Wat is de stand van zaken wat betreft de voorbereiding
om de Europese regelgeving snel te kunnen implementeren? Heeft het kabinet daarnaast
een breder beeld bij het vertragende effect van stikstofvergunningen voor verduurzamingsprojecten?
Is de Minister bereid zich in Brussel actief in te zetten om de stikstofuitzondering
uit het Grids Package ook in de IAA op te nemen, voor de bouw van verduurzamingsprojecten
in de chemie en staalindustrie?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie binnen de Industrial Accelerator
Act (IAA) inzet voor strategische producten van Europese herkomst («Made in EU»).
Deze leden lezen in deze plannen dat er voor nettonultechnologieën en energie-intensieve
producten uitgegaan wordt van een EU-27-oorsprong. Op zich draagt dat bij aan strategische
autonomie, tegelijkertijd is het voor deze leden ook van belang dat de samenwerking
met betrouwbare partners wordt versterkt. Hoe kijkt de Minister naar de mogelijke
verbreding van de EU-27 oorsprong met betrouwbare partners als Japan, Zuid-Korea,
Canada en het Verenigd Koninkrijk? De leden van de VVD-fractie zien immers dat de
echte oneerlijke concurrentie op het gebied van duurzame en energie-intensieve producten
komt vanuit China. Is de Minister van plan zich bij de aankomende informele Energieraad
in te zetten voor goede samenwerking met gelijkgestemde landen zoals Japan, Zuid-Korea,
Canada en het Verenigd Koninkrijk? Zo ja, op welke manier gaat de Minister zich hiervoor
inspannen?
De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd in welke fase de herziening van het emissiehandelssysteem
(EU-ETS) zich bevindt. Kan de Minister de Nederlandse inzet ten aanzien van de herziening
nader toelichten? Wanneer verwacht de regering het BNC-fiche met de Kamer te kunnen
delen? Welke planning wordt beoogd door het voorzitterschap?
Ten slotte lezen de leden van de VVD-fractie dat de Minister zich bij de komende energieraad
gaat inzetten voor Europese standaarden voor slimme apparaten. Die inzet steunen deze
leden en zij wijzen hierbij op het belang van slimme laadpalen en slimme warmtepompen,
om zo het net te ontzien en energierekeningen te verlagen. Kan de Minister deze inzet
nader toelichten? Neemt de Minister bij deze inzet ook cybersecurity mee? Zet de Minister
zich ook in om via Europese standaarden bidirectioneel laden mogelijk te maken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de informele Energieraad. Zij hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de PRO-fractie merken op dat het Electrification Action Plan betaalbaarheid
als belangrijke doelstelling noemt, maar bevat weinig concrete maatregelen voor energiearme
of financieel kwetsbare huishoudens. Hoe zet de Minister zich ervoor in dat met het
plan juist ook deze groepen worden bereikt? De leden van de PRO-fractie vragen hoe
de Minister kijkt naar een verlaging van de belasting op elektriciteit als maatregel
om de doelen uit het plan te bereiken. Steunt het kabinet dit voorstel en is de Minister
bereid dit punt in te brengen in de Energieraad? En hoe verhoudt dit zich tot de lopende
evaluatie van de energiebelasting in Nederland?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de Commissie streeft dat in 2040 elektriciteit
46% van de finale energievraag dekt. Het indicatieve EU-elektrificatiedoel voor 2040
ligt op 46%, tegen circa 23% nu. Hoe verhoudt de nationale ambitie van het kabinet
zich tot dit Europese doel, en welk instrumentarium acht de Minister nodig om dit
tempo te halen? Kan de Minister regering aangeven hoe hij de 50 miljard euro extra
importkosten voor fossiele energie in 111 dagen (n.a.v. de crisis in het Midden-Oosten)
weegt in de urgentie van het Electrification Action Plan, en of dit aanleiding geeft
tot een versnelde Nederlandse inzet op elektrificatie in de gebouwde omgeving, mobiliteit
en industrie?
De leden van de PRO-fractie merken op dat een risico bij het doel van 46% is dat energiebesparing
wordt ontmoedigd. Hoe beoordeelt de Minister het risico dat deze doelstelling vooral
wordt ingevuld door groei van nieuwe elektriciteitsvraag, in plaats van door elektrificatie
van bestaande fossiele toepassingen? Welke Europese randvoorwaarden zijn volgens de
Minister nodig om daadwerkelijke elektrificatie én energiebesparing te borgen?
Dan hebben de leden nog enkele vragen over hernieuwbare energie als basis voor elektrificatie.
In het plan worden hernieuwbare energie en kernenergie veelal gezamenlijk gepresenteerd
als oplossingen voor de groeiende elektriciteitsvraag. Hoe voorkomt de Minister dat
kernenergie en hernieuwbare energie op gelijke wijze worden gestimuleerd?
De leden van de PRO-fractie hebben nog enkele vragen over de afzwakking van ETS. Deelt
de Minister de analyse dat verzwakking van het ETS-tempo op gespannen voet staat met
de ambities van het Electrification Action Plan, omdat een voorspelbare CO2-prijs juist de businesscase voor elektrificatie versterkt? Is de Minister bereid
zich in de Energieraad uit te spreken voor het vasthouden aan de oorspronkelijke jaarlijkse
reductiefactor voor de emissierechten? Is de Minister bereid zich in te zetten voor
het gericht koppelen van ETS-opbrengsten aan investeringen in koploperbedrijven en
op welke manier zet de Minister zich in voor een gerichte inzet van ETS-opbrengsten
via de aangekondigde Decarbonisation Bank?
De leden van de PRO-fractie hebben enkele vragen over het BNC-fiche over de Strategische
routekaart voor digitalisering en AI in de energiesector. Kan de Minister een update
geven over het Actieprogramma Duurzame Digitalisering? Lopen de acties volgens planning
en zo niet, wat is er nodig om dit te versnellen? Welke rol ziet het kabinet dvoor
zich in het ecosysteem van datacenters in Europa? Hoeveel rekenkracht is Nederland
van plan te realiseren te komende tijd en welke acties neemt het kabinet om dit op
een duurzame manier te bewerkstelligen?
De leden de PRO-fractie vragen wat de Minister vindt van het gegeven dat de Europese
Commissie de ambities voor de energie-eisen voor datacenters heeft afgezwakt? Kan
de Minister verklaren waarom dit is gebeurd, en hoe heeft Nederland zich in deze discussie
opgesteld? Welke verwachtingen heeft de Minister van de consultatie die nog gaat volgen
over het wel of niet stellen van normen aan het energieverbruik van datacenters? Welke
sturingsmogelijkheden heeft de Minister om eisen te stellen aan datacenters en hun
energieverbruik? Welke specifieke acties onderneemt het kabinet om de Europese Commissie
nog naar haar positie te bewegen?
De leden van de PRO-fractie vragen wanneer de reactie van de Minister komt over het
advies van het Internationaal Gerechtshof inzake klimaatverandering, aangezien die
reactie het tweede kwartaal van 2026 zouden komen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voor de Informele Energieraad
van 28 en 29 september en hebben daarover enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de geopolitieke ontwikkelingen en de afhankelijkheid
van internationale gasstromen laten zien dat Nederland en de Europese Unie als geheel
beter voorbereid moeten zijn op langdurige verstoringen van de gasvoorziening. Strategische
gasvoorraden kunnen daarbij een belangrijk instrument zijn om de weerbaarheid te vergroten.
Deze leden waarderen het dat de Minister heeft aangegeven hier in Brussel voor te
pleiten, maar merken op dat er vooralsnog onvoldoende steun van andere lidstaten lijkt
te zijn voor strategische gasvoorraden op EU-niveau. Zij vragen de Minister daarom
om ook binnen het Pentalateraal Energieforum het gesprek te starten over gezamenlijke
strategische gasreserves en daarbij ook de mogelijkheid van een strategische kussengasreserve
te bespreken.
De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat het EU-ETS een sterke prikkel moet
blijven geven tot verduurzaming van de industrie. Deze verduurzaming zal echter niet
plaatsvinden als er onvoldoende investeringsruimte is en de concurrentiepositie van
de Europese industrie te veel onder druk komt te staan. Zij vragen de Minister hoe
zij het draft report van de ETS-rapporteur in het Europees Parlement beoordeelt. In
deze voorlopige rapportage wordt o.a. ingezet op het verhogen van het aandeel van
de ETS-inkomsten dat wordt ingezet voor de verduurzaming van de industrie naar 75
procent, het minder snel laten dalen van het emissieplafond tussen 2031 en 2035 en
het vervolgens sneller laten dalen vanaf 2036, het eerder opnemen van koolstofverwijdering
in het ETS en een geleidelijkere uitfasering van gratis emissierechten voor CBAM-sectoren.
De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister de mening deelt dat ETS-opbrengsten
zoveel mogelijk moeten worden benut om verduurzaming van de industrie mogelijk te
maken, bijvoorbeeld via investeringen in elektrificatie, waterstof, CCS/CCU en andere
emissiereducerende technologieën? Voorts vragen deze leden hoe de Minister aankijkt
tegen een temporisering van het reductiepad in de eerste helft van de jaren dertig,
gevolgd door een ambitieuzer reductiepad vanaf 2036. In hoeverre kan deze fasering
bijdragen aan het voorkomen van weglek, zonder dat dit ten koste gaat van de Europese
klimaatdoelstellingen? Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie hoe de Minister
ervoor wil zorgen dat de herziening van de EU-ETS daadwerkelijk leidt tot zowel verdere
verduurzaming als het behoud van de concurrentiepositie van de Nederlandse en Europese
industrie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de stukken die zijn geagendeerd
voor het schriftelijk overleg over de informele Energieraad van 28 en 29 september
2026. Zij hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de JA21-fractie constateren dat het kabinet steun uitspreekt voor verschillende
Europese initiatieven die energieprijzen structureel zouden moeten verlagen. Kan de
Minister per initiatief aangeven welk effect daarvan wordt verwacht op de jaarlijkse
energierekening van een gemiddeld Nederlands huishouden en mkb-bedrijf? En op welke
termijn wordt dit effect zichtbaar? En welk deel daarvan afhankelijk is van nationale
besluitvorming? Welke nationale maatregelen neemt de Minister om de energieprijzen
structureel te verlagen?
De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie onder meer wijst op lagere
belastingen en heffingen op elektriciteit. Is de Minister bereid tijdens de Raad actief
te pleiten voor lagere lasten op energie? Kan de Minister daarbij aangeven welke ruimte
Nederland zelf heeft om de belasting- en heffingendruk op energie te verlagen en welke
inzet het kabinet daar nationaal op pleegt?
De leden van de JA21-fractie merekn op dat het kabinet een sterk EU ETS noemt als
onderdeel van een structureel betaalbaar energiesysteem. Tegelijkertijd verhogen ETS
en ETS2 de kosten van fossiel energiegebruik. Kan de Minister concreet uiteenzetten
via welk mechanisme een sterker ETS uiteindelijk tot lagere energiekosten moet leiden,
op welke termijn dit effect volgens de Minister optreedt en welke extra kosten huishoudens
en bedrijven in de tussenliggende periode dragen? Kan zij daarbij onderscheid maken
tussen huishoudens, het mkb en energie-intensieve bedrijven?
De leden van de JA21-fractie lezen dat huishoudens hun energierekening kunnen dempen
met isolatie of een hybride warmtepomp. Welke bescherming krijgen huurders, huishoudens
met onvoldoende investeringsruimte en huishoudens die technisch of economisch voorlopig
niet van aardgas af kunnen? Hoe voorkomt het kabinet dat juist deze huishoudens onevenredig
worden geraakt door hogere belastingen, heffingen, nettarieven en de invoering van
ETS2?
De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie naar verwachting later
dit jaar een wetgevend voorstel presenteert ter versterking van het Europese kader
voor gasleveringszekerheid en risicoparaatheid in de elektriciteitssector. Welke (Nederlandse)
prioriteiten en rode lijnen hanteert de Minister bij de voorbereiding daarvan? Welke
wijzigingen van het bestaande Europese kader wil Nederland daadwerkelijk bereiken
en bij welke lidstaten zoekt de Minister hiervoor steun?
Deze leden constateren dat het kabinet het Nederlandse Europese vuldoel heeft verlaagd
naar 64%, overeenkomend met circa 93 TWh. Tegelijkertijd adviseert GTS voor een koud
gasjaar een vulling van circa 115 TWh. GTS berekent tevens dat bij voldoende aanvullend
flexibel LNG-aanbod circa 90 TWh zou kunnen volstaan. Kan de Minister daarom precies
uiteenzetten welke fysieke aannames ten grondslag liggen aan de keuze voor 93 TWh?
Hoeveel LNG-aanvoer, pijpleidingimport, binnenlandse productie en vraagrespons veronderstelt
de Minister hierbij en hoe robuust zijn deze aannames bij een koude winter? Kan de
Minister daarbij ook bevestigen dat zij recent refereerde naar het Bescherm en Herstelplan
Gas, door te zeggen dat «huishoudens, ziekenhuizen en bejaardentehuizen» niet in de
kou komen te zitten? Kan de Minister bevestigen dat ze ook in Europa duidelijk maakt
dat Nederland concreet rekening houdt met het afschakelen van industrie, en zo nee,
waarom niet?
Kan de Minister daarnaast uiteenzetten wat de gevolgen zijn van een gecombineerd stressscenario
waarin sprake is van langdurige koude én een verstoring van een belangrijke LNG- of
pijpleidingaanvoerroute? Welke minimale hoeveelheid gas in opslag acht de Minister
in zo’n scenario noodzakelijk om Nederlandse afnemers en de grensoverschrijdende verplichtingen
te kunnen blijven bedienen?
De leden van de JA21-fractie wijzen erop dat de Nederlandse gasopslagen niet uitsluitend
voorzien in de Nederlandse seizoensvraag, maar ook een functie hebben voor omringende
landen. In hoeverre houdt de analyse achter het verlaagde vuldoel rekening met extra
onttrekking als ook Duitsland en andere buurlanden met relatief lagere opslagvolumes
de winter ingaan? Welke afspraken bestaan over de verdeling van gas wanneer meerdere
Noordwest-Europese landen gelijktijdig met schaarste worden geconfronteerd?
De leden van de JA21-fractie vragen of de de Minister de verzekering van de Europese
Commissie heeft gekregen dat Nederland later dit jaar niet alsnog wordt geconfronteerd
met een aanbeveling om aanvullende maatregelen te nemen wanneer hogere Europese vuldoelen
niet worden gehaald? Zo nee, welk financieel, juridisch en operationeel risico neemt
het kabinet met de gekozen verlaging?
Deze leden onderschrijven dat Europese vulverplichtingen niet uitsluitend op een administratief
opslagpercentage mogen zijn gebaseerd. Ook LNG-importcapaciteit, strategische reserves,
fysieke langetermijnimportcontracten, pijpleidingcapaciteit en andere aantoonbare
bronnen van leveringszekerheid kunnen relevant zijn. De Kamer heeft het kabinet eerder
opgedragen om kussengasreserves en LNG-capaciteit in Europees verband als mogelijke
alternatieven voor rigide vulverplichtingen te betrekken. Welke inzet heeft de Minister
sindsdien in Brussel gepleegd om deze benadering in het Europese kader vast te leggen?
Wordt deze inzet expliciet onderdeel van de komende herziening van het Europese kader
voor gasleveringszekerheid?
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Kamer met de aangenomen motie-Van
den Berg de regering tevens heeft verzocht in de EU-Raad een voorstel te doen om de
financiering van kussengasreserves en andere leveringszekerheidsmaatregelen te koppelen
aan de gasconsumptie of gasimport per lidstaat (Kamerstuk 29 023, nr. 633). Welke stappen heeft de Minister ter uitvoering hiervan gezet? Is hierover inmiddels
een voorstel of discussiestuk met andere lidstaten gedeeld? Welke lidstaten steunen
deze benadering en waar bestaat weerstand? Hoe wil de Minister voorkomen dat Nederland
een onevenredig groot deel van de kosten draagt voor opslag- of reservemaatregelen
waarvan ook andere lidstaten profiteren?
De leden van de JA21-fractie vragen daarnaast naar de uitvoering van de aangenomen
motie over een noodwinningsplan voor het in noodsituaties beschikbaar maken van 4,5
tot 6 miljard m³ kussengas uit gasopslag Norg (Kamerstuk 29 023, nr. 634). Wat is de actuele stand van dit noodwinningsplan? Welke technische, reservoirtechnische,
contractuele en financiële voorwaarden zijn inmiddels vastgesteld en welke gesprekken
hebben plaatsgevonden met NAM en andere rechthebbenden? Op welke wijze wordt onderzocht
of strategisch beschikbaar kussengas binnen het toekomstige Europese leveringszekerheidskader
als veiligheidsbuffer kan worden meegewogen?
De leden van de JA21-frcatie merken op dat de de Kamer de regering ook heeft opgedragen
te onderzoeken waar de Nederlandse LNG-importcapaciteit kan worden vergroot en welke voordelen dit biedt. Wat zijn de resultaten
tot dusver? Welke aanvullende capaciteit is technisch en economisch realiseerbaar,
op welke termijn en tegen welke kosten? Welke infrastructurele knelpunten begrenzen
momenteel een verdere verhoging van de daadwerkelijke LNG-aanvoer naar Nederland en
het achterland?
De leden van de JA21-fractie wijzen voorts op de aangenomen motie-Van den Berg/Grinwis
om in het strategisch gasbeleid expliciet mee te nemen hoe fysieke langetermijnimportcontracten
kunnen bijdragen aan de Nederlandse leveringszekerheid (Kamerstuk 29 023, nr. 706). Hoe wordt aan deze motie uitvoering gegeven op Europees niveau?
De leden van de JA21-fractie vragen of de de Minister tevens de actuele stand van
zaken kan geven rond initiatieven voor een betere benutting van Nederlandse en Noordwest-Europese
gasinfrastructuur en de toegang tot onder meer Noors pijpleidinggas, naar aanleiding
van de hierover aangenomen motie-Van den Berg c.s. Welke initiatieven kan de Minister
concreet ondersteunen en wat is daarvan het verwachte effect op importdiversificatie
en leveringszekerheid?
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Kamer via de gewijzigde en aangenomen
motie-Van den Berg/Boomsma heeft verzocht om bij het strategisch gasbeleid inzichtelijk
te maken welke nationale en Europese acties ter uitvoering van aangenomen moties zijn
ingezet en welke lidstaten of Europese instellingen steun geven of weerstand bieden
(Kamerstuk 21 501-33, nr. 1213) Kan de Minister vooruitlopend daarop voor bovengenoemde onderwerpen reeds aangeven
welke stappen zijn gezet, welke resultaten zijn bereikt en waar nog politieke blokkades
bestaan?
De leden van de JA21-fractie vinden daarnaast dat het debat over leveringszekerheid
niet uitsluitend mag gaan over de vraag of fysiek nog gas kan worden geleverd. Ook
zeer hoge prijzen kunnen ertoe leiden dat Nederlandse industriële productie wordt
stilgelegd of dat huishoudens en bedrijven met ernstige betaalbaarheidsproblemen worden
geconfronteerd. Welke prijsscenario’s betrekt het kabinet bij de analyse voor komende
winter? Bij welke prijsniveaus verwacht de Minister substantiële vraaguitval in de
industrie en welke economische gevolgen kunnen daarvan het resultaat zijn? Hoe wordt
dit risico meegewogen bij de keuze voor de omvang van de wintervoorraad?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister voorts of Nederland zich bij de herziening
van de Europese regels expliciet inzet voor de mogelijkheid om structurele strategische
gasvoorraden in te richten, naast commerciële seizoensopslag. Welke definitie hanteert
het kabinet voor een strategische gasvoorraad? Wie zou eigenaar zijn van het gas,
wie draagt de kosten, wie beslist over inzet en onder welke crisiscriteria mag deze
voorraad worden aangesproken?
Indien voor een EU-brede strategische gasvoorraad onvoldoende draagvlak bestaat, is
de Minister dan bereid afspraken hierover te verkennen met de landen waarmee Nederland
binnen het Pentalateraal Energieforum en andere Noordwest-Europese samenwerkingsverbanden
nauw samenwerkt? Is de Minister daarnaast bereid om aanvullende kortetermijnmaatregelen
voor komende winter in de relevante Europese regionale risicogroepen voor gasleveringszekerheid
aan de orde te stellen? Zo ja, welke maatregelen en welke stressscenario’s wil Nederland
daar laten onderzoeken?
Wat verstaat de Minister concreet onder betrouwbare derde landen? Kan de Minister
voor de belangrijkste strategische energiedragers en energietechnologieën aangeven
waar de grootste afhankelijkheden van derde landen bestaan en hoe geconcentreerd deze
afhankelijkheden zijn? Kan zij daarbij in ieder geval ingaan op aardgas en LNG, olie,
nucleaire brandstof, kritieke grondstoffen, batterijen, zonnepanelen en essentiële
netcomponenten? Hoe voorkomt de Minister dat de afbouw van de ene strategische afhankelijkheid
resulteert in een nieuwe afhankelijkheid elders in de energieketen?
De leden van de JA21-fractie constateren dat kernenergie in de Europese discussie
over energieonafhankelijkheid nog altijd onvoldoende prominent terugkomt. De Kamer
heeft met de aangenomen motie-Van den Berg de regering opgedragen zich ervoor in te
zetten dat kernenergie volwaardig wordt meegenomen in Europese doelen, financieringsinstrumenten
en infrastructuurplanning voor schone energie (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1222) Welke stappen heeft Nederland sindsdien gezet om deze motie uit te voeren? Zal de
Minister dit tijdens de informele Energieraad opnieuw actief naar voren brengen?
Kan de Minister daarbij aangeven welke inzet Nederland pleegt om de Europese nucleaire
waardeketen te versterken, waaronder uraniumconversie, verrijking, brandstoffabricage
en de ontwikkeling van nieuwe nucleaire technologie? Welke strategische afhankelijkheden
bestaan binnen deze waardeketen nog van Rusland of andere derde landen en welke Europese
capaciteit is nodig om deze afhankelijkheden verder terug te dringen?
De leden van de JA21-fractie vragen welke kwetsbaarheden zijn vastgesteld bij Nederlandse
energie-infrastructuur op land en op de Noordzee ten aanzien van sabotage, cyberaanvallen
en hybride dreigingen. Welke aanvullende maatregelen, verantwoordelijkheden en middelen
zijn nodig om de weerbaarheid en herstelcapaciteit te vergroten? Kan de Minister daarbij,
zonder operationeel gevoelige informatie te verstrekken, ingaan op onderzeese kabels
en pijpleidingen, LNG-terminals, gasopslagen, hoogspanningsinfrastructuur en digitale
besturingssystemen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
informele Energieraad van 28 en 29 september 2026. Deze leden onderschrijven het belang
van een betaalbare, betrouwbare en veilige energievoorziening. Juist daarom hebben
zij zorgen over de Nederlandse inzet. Het kabinet presenteert verdere elektrificatie,
uitbreiding van elektriciteitsnetten en een sterk emissiehandelssysteem als onderdeel
van de oplossing voor hoge energieprijzen. De leden van de BBB-fractie missen echter
een fundamentele discussie over de totale kosten van het energiesysteem en over de
vraag wie die kosten uiteindelijk betaalt. Voor deze leden moet niet de theoretische
betaalbaarheid van een toekomstig energiesysteem centraal staan, maar de energierekening
die huishoudens en ondernemers vandaag en de komende jaren daadwerkelijk moeten betalen.
Zij hebben daarom de volgende vragen.
De leden van de BBB-fractie lezen dat het kabinet zich wil inzetten voor structurele
verlaging van energieprijzen. Kan de Minister regering concreet aangeven wat zij onder
een «betaalbare» energierekening verstaat? Welke maximale energielasten ten opzichte
van het besteedbaar inkomen acht de regering acceptabel voor huishoudens? Kan de Minister
daarnaast aangeven hoe de totale energiekosten voor Nederlandse huishoudens, het mkb
en de industrie zich momenteel verhouden tot die in België, Duitsland en Frankrijk?
De leden van de BBB-fractie constateren dat de investeringen in het elektriciteitsnet
de komende jaren zeer fors zijn. Zij vragen wie deze investeringen uiteindelijk betaalt.
Welk deel komt via de nettarieven bij huishoudens en bedrijven terecht? Hoe voorkomt
de Minister dat maatregelen die bedoeld zijn om energie goedkoper te maken via hogere
nettarieven uiteindelijk juist tot een hogere totale energierekening leiden?
De regering schrijft dat huishoudens een stijging van hun energierekening kunnen dempen
door hun woning te isoleren of over te stappen van een cv-ketel op een hybride of
volledig elektrische warmtepomp. De leden van de BBB-fractie vinden dit een te eenvoudige
voorstelling van zaken. Zij vragen hoeveel Nederlandse huishoudens daadwerkelijk beschikken
over voldoende financiële ruimte om dergelijke investeringen zonder aanvullende lening
te doen. Hoeveel huishoudens wonen in een woning waarvoor een dergelijke investering
technisch of financieel niet rendabel is? Hoe helpt het advies om te investeren in
isolatie of een warmtepomp een huishouden dat aan het einde van de maand nauwelijks
geld overhoudt? Erkent de Minister dat betaalbaar energiebeleid niet afhankelijk mag
zijn van de mogelijkheid van burgers om eerst duizenden euro’s te investeren? Hoe
werkt deze redenering bovendien voor huurders, die voor verduurzaming grotendeels
afhankelijk zijn van hun verhuurder?
De leden van de BBB-fractie missen in de geannoteerde agenda nadrukkelijke aandacht
voor het mkb, agrarische ondernemers en de Nederlandse industrie. Zij vragen waarom
rde Nederlandse inzet ten aanzien van betaalbaarheid zich zo richt nadrukkelijk op
huishoudens Erkent de Minister dat hoge energieprijzen inmiddels ook een vestigingsplaatsvraagstuk
zijn? Welke inzet pleegt Nederland tijdens deze Energieraad om te voorkomen dat Nederlandse
productie verdwijnt naar landen met structureel lagere energieprijzen? Kan de Minister
aangeven hoeveel Nederlandse bedrijven momenteel wachten op een nieuwe of zwaardere
elektriciteitsaansluiting? Hoe verhoudt dit zich tot de oproep van de regering om
verder te elektrificeren?
Tot slot constateren de leden van de BBB-fractie dat in de geannoteerde agenda veel
wordt gesproken over Europese plannen, elektrificatie, energiebesparing, communicatie
en internationale samenwerking. Veel minder duidelijk wordt wat Nederland tijdens
deze Energieraad concreet op tafel legt om de energierekening van Nederlandse huishoudens
en bedrijven structureel te verlagen. Welke drie concrete voorstellen zal de Minister
tijdens deze Energieraad zelf doen om de energieprijzen voor huishoudens en bedrijven
structureel te verlagen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van PvdD-de fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor
de informele Energieraad van 28 en 29 september 2026. Deze leden stellen vast dat
de Raad onder meer zal spreken over de betaalbaarheid van energie, netcongestie en
energieveiligheid. Deze leden vragen waarom niet wordt ingegaan op de groei van energie-
en waterintensieve kunstmatige intelligentie (AI) en grootschalige datacenters binnen
de Europese Unie. Kan de Minister toelichten waarom dit ontbreekt op de agenda?
De leden van de PvdD-fractie dat het kabinet zich wil inzetten voor het toepassen
van slimme, aanstuurbare apparaten door huishoudens om de krapte op het elektriciteitsnet
op te vangen. Deze leden kijken hiervan op en vragen hoe deze sturing op het energieverbruik
van burgers zich verhoudt tot het vrijwel niet beperkte beslag dat commerciele AI-datacenters
leggen op de capaciteit van ons stroomnet. Deelt de Minister de mening van deze leden
dat het onrechtvaardig is om burgers te vragen hun verduurzaming en energieverbruik
aan te passen, terwijl grootverbruikers zoals de AI- en techsector vrij spel krijgen?
De leden van de PvdD-fractie vragen wat de verwachte impact is van de enorme netinvesteringenop
de nettarieven voor gewone huishoudens en het midden- en kleinbedrijf. Is de Minister
bereid om tijdens de besprekingen over de Verordening Netwerktarieven en AccelerateEU
in Dublin te pleiten voor Europese kaders waarbij de maatschappelijke en financiële
kosten van netuitbreidingen voor de techsector direct worden verhaald op de grote
verbruikers, in plaats van te worden doorberekend op de samenleving?
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat in de geannoteerde agenda aandacht wordt
besteed aan de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). Deze leden zijn van mening
dat schaars drinkwater en drinkwatervoorraden tot de meest vitale infrastructuur behoren.
Deze leden zijn benieuwd over welke cijfers de Minister beschikt ten aanzien van het
huidige en verwachte koelwater- en drinkwaterverbruik door AI-datacenters in Nederland
en de EU.
Ook vragen de leden van de Partij voor de Dieren zich af of de Minister bereid is
om in de Energieraad aan te dringen op een Europees verbod op het gebruik van hoogwaardig
drinkwater voor proceskoeling door datacenters. Ook willen de leden volledige transparantie
over het water- en energieverbruik van de techsector en vragen of de Minister daar
inzicht in kan geven.
Tot slot stellen de leden van de PvdD-fractie avast dat de groei van AI dreigt de
energie in te nemen van de duurzame energieopwekking voor de vervanging van fossiele
brandstoffen. Deze leden zijn benieuwd of de Minister in Europees verband het principe
wil en kan verdedigen dat de digitale transitie binnen planetaire en ecologische grenzen
moet plaatsvinden.
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
D.S. Nava, griffier