Stenogram : Toekomst van het dorp Moerdijk
5 Toekomst van het dorp Moerdijk
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 87
Te raadplegen sinds
2026-09-22Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 87
Toekomst van het dorp Moerdijk
Aan de orde is het debat over de toekomst van het dorp Moerdijk.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de toekomst van het dorp Moerdijk. De minister had ik al welkom geheten. Eveneens heet ik de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei van harte welkom. Maar in het bijzonder heet ik de mensen uit het dorp Moerdijk van harte welkom. Voor hen is dit een belangrijk debat. Het is heel fijn dat u vandaag in ons midden bent om het vanaf de publieke tribune te volgen.
Er zijn van de zijde van de Kamer veertien sprekers. Allereerst geef ik het woord aan mevrouw Zalinyan voor haar inbreng namens PRO.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. Ik wil mij graag eerst richten tot de inwoners van de gemeente Moerdijk die vandaag in groten getale op de publieke tribune zitten. Dit debat gaat over meer dan hectares en ruimtelijke scenario's. U bent een gemeenschap, met een geschiedenis. Mensen wonen daar soms al generaties lang. Het gaat om echte mensen met echte verhalen.
Juist daarom wil ik vandaag beginnen in 1969. Eind juni 1969, 57 jaar geleden, kwamen de inwoners van Moerdijk massaal in opstand tegen de aanleg van het industrieterrein. Zij waarschuwden toen al voor verlies van leefbaarheid, voor vervuiling en voor een dorp dat steeds verder zou worden ingesloten door de industrie. Maar de economische belangen werden zwaarder gewogen, ten koste van gewone mensen. Voor Shell werden honderden hectares grond beschikbaar gemaakt tegen een bodemprijs. Er werden grote economische beloftes gedaan: werkgelegenheid, groei en vooruitgang. De inwoners van Moerdijk verloren die strijd. Wat wringt, is dat niet alles uitkwam wat toen werd beloofd. De industrie kwam en de overlast ook, maar een groot deel van de economische verwachtingen bleef uit. Het terrein lag jarenlang grotendeels braak en de leefomgeving veranderde voorgoed. Sindsdien lijkt de geschiedenis zich iedere paar jaar weer te herhalen met een nieuwe uitbreiding en een nieuwe discussie over de toekomst van het dorp. Steeds weer komt de overheid langs met de boodschap dat Moerdijk opnieuw moet bijdragen. Opnieuw wordt gevraagd om vertrouwen te hebben. Opnieuw wordt gezegd dat het noodzakelijk is. Maar opnieuw verandert het verhaal. De vraag die de inwoners inmiddels al meer dan een halve eeuw stellen, is daarom niet alleen: wat gebeurt er vandaag? De vraag is: wanneer houdt dit op?
Voorzitter. In 2023 werden afspraken gemaakt voor Powerport Moerdijk. In 2024 werd met inwoners gesproken over leefbaarheid en toekomstperspectief. Toen kwam november 2025. De inwoners kregen te horen dat hun dorp zou worden opgeheven ten behoeve van industriële uitbreiding. Een maand later werd het besluit wederom uitgesteld door het Rijk. Nog geen halfjaar later was er een compleet ander verhaal. Ineens bleek het dorp misschien toch te kunnen blijven. Eerst was de opgave groot, toen iets kleiner en nu nog kleiner. Wat is het nou?
Uit de stukken begrijp ik dat een deel van de oorspronkelijke ruimtevraag bestond uit ontwikkelingen die nog helemaal niet concreet waren. Mijn vraag is daarom simpel: was deze koerswijziging het gevolg van nieuwe inhoudelijke inzichten of speelt hier iets anders? Heeft de staatssecretaris koudwatervrees gekregen voor de consequenties van het besluit of ontdekte het kabinet dat de rekening simpelweg niet betaald kon worden? Hoe kan een kabinet een dorp vertellen dat het mogelijk moet verdwijnen, terwijl het kabinet nog geen concreet plan had? Is er inmiddels voldoende geld beschikbaar, niet alleen voor de uitbreiding zelf, maar juist voor leefbaarheid, compensatie, voorzieningen en de kwaliteit van de leefomgeving?
Voorzitter. Dit debat gaat niet alleen over Moerdijk. Is dit hoe Nederland ruimtelijke ordening gaat bedrijven? Dat vraag ik de minister. Is dit het voorbeeld? Dan maak ik me wel grote zorgen. Eerst wordt een onvoldoende onderbouwde claim neergelegd zonder financiële dekking. Daarna worden mensen jarenlang in onzekerheid gehouden. Is dit de nieuwe standaard? Welke lessen trekt de minister hieruit? Waarom maakt de minister de keuze om even snel voor het debat nog langs te gaan? Moerdijk zit al jaren in onzekerheid.
Ik ben ook benieuwd hoe het kabinet het vervolgproces gaat vormgeven. Ik hoor steeds dat het dorp mogelijk kan blijven bestaan, maar dat wil niet zeggen dat het dorp ook leefbaar zal zijn. Wat is de ambitie van het kabinet? Is de ambitie simpelweg dat er over twintig jaar een plaatsnaambord staat of is de ambitie dat er over twintig jaar nog sprake is van een leefbare gemeenschap, waarin mensen willen wonen, investeren en kinderen grootbrengen? Als dit minderheidskabinet niet durft te kiezen of te investeren, zal het laatste stukje leefbaarheid verdwijnen. Dan vertrekken de mensen zelf, iets wat nu al gebeurt. Dan heeft niet de industrie het dorp verdreven, maar de onzekerheid van de overheid.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van meneer Clemminck. De interrupties zijn kort en bondig, in drieën en niet beperkt.
De heer Clemminck (JA21):
Ik kan me voor een groot deel vinden in het betoog van collega Zalinyan. Het roept wel de vraag op of PRO ook een principiële mening heeft over de vraag of een heel dorp of een hele leefgemeenschap zou kunnen wijken voor een energietransitie. Dat is een principiële vraag. Wat is daar het antwoord van PRO op?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik denk dat de vraag hier niet is of een dorp moet verdwijnen of niet. Ik denk dat de vraag hier vooral is: hoe zorgen we voor een leefbare gemeenschap? Dat staat voor PRO voorop: een leefbare gemeenschap met voorzieningen. Ik doel dan op een dorp met een school, een sportvoorziening of een buurthuis bijvoorbeeld. Dat is wat vooropstaat.
De heer Clemminck (JA21):
Dat ben ik helemaal met mijn collega eens, maar dan moet er wel een leefgemeenschap zijn. Oftewel, er moet wel een dorp blijven, want anders kun je dat allemaal niet doen.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. Er moet zeker een dorp blijven, dat ook nog eens leefbaar is. Daar moet in geïnvesteerd worden. Tot nu toe hebben we gezien dat niet geïnvesteerd wordt in de leefbaarheid, niet voldoende in ieder geval. We zien dat Moerdijk al jaren onder de rook van de industrie zit en daar alleen maar de lasten en niet de lusten van ervaart.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Clemminck (JA21):
Ja, afrondend. Ook nu ben ik het helemaal eens met mijn collega, maar ze zei wel iets heel belangrijks. Ze zei namelijk: dan moet het dorp wel blijven bestaan. Mag ik dan toch concluderen dat voor PRO het behoud van het dorp, inderdaad met leefbaarheid en investeringen, het uitgangspunt is bij de ruimteclaims die er wellicht komen?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Voor ons is het uitgangspunt dat er een leefbaar dorp moet zijn en dat we ook durven te kiezen. Dat betekent dat we vooral de leefbaarheid als uitgangspunt moeten nemen en vervolgens daar keuzes over moeten maken. Ik heb heel veel respect voor de democratische krachten die we hebben in Nederland, in dit geval een gemeente die een besluit heeft genomen, een gemeenschap die uiteindelijk met die leefbaarheid in stand kan blijven, waarbij de industrie in dezen moet wijken en bijvoorbeeld herstructurering van de industrie een mogelijkheid is om het dorp te laten bestaan. Voor ons is het uitgangspunt echter niet of het dorp behouden moet blijven of niet. Het gaat erom of een leefbaar dorp mogelijk is met de maatregelen die genomen worden.
De heer Mooiman (PVV):
Mevrouw Zalinyan zegt tot tweemaal toe dat het er vandaag niet om zou gaan of het dorp Moerdijk wel of niet behouden blijft, maar daar gaat het natuurlijk wel degelijk om en daar moeten wel degelijk keuzes over gemaakt worden; mevrouw Zalinyan zei dat net zelf. Tegelijkertijd hoor ik in het betoog van PRO geen richting. Welke kant wil PRO zelf op? Willen zij zelf dit dorp nou wel of niet behouden? En zo nee, waarom niet?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind dat we het dorp en vooral ook de inwoners echt tekortdoen als we het alleen over behoud of niet-behoud gaan hebben. Ik zou de collega's dus vooral willen vragen om geen zwart-witbeeld te schetsen. Het is heel makkelijk om populistisch te roepen dat het dorp moet blijven. Ik denk dat we daarvan af moeten blijven, omdat het hier om echte mensen gaat. Voor mij staat voorop dat de industrie jarenlang veel ruimte heeft ingenomen ten koste van de mensen. Volgens mij is het nu vooral tijd dat we gaan investeren in de leefbaarheid van het dorp.
De heer Mooiman (PVV):
Daar gaat het vandaag natuurlijk precies wél over: over het wel of niet behouden van dit dorp. Er is zojuist door collega Grinwis al een motie ingediend die volgens mij heel nadrukkelijk melding maakt van de ruimtelijke claims die op Moerdijk afkomen. Er worden straks door verschillende partijen ook moties ingediend voor het behoud van dit dorp. Dan vind ik het vreemd dat PRO enerzijds zegt dat we een leefbaar dorp nodig hebben, maar zich daar aan de andere kant niet voor durft in te zetten. Tegelijkertijd wordt in het betoog van PRO vaak de industrie genoemd, maar het is natuurlijk de energietransitie waardoor dit op dit moment gebeurt. Het feit dat er windenergie vanuit zee moet komen en het feit dat de circulaire industrie wordt bevorderd …
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Mooiman (PVV):
Is dat ook iets waar PRO zich zorgen over maakt of niet?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Wij maken ons er vooral zorgen over dat de overheid nog steeds geen duidelijkheid schept voor de inwoners. Ik vind het echt te zwart-wit gezegd dat het over het behoud gaat. Ik ga me er ook niet toe laten verleiden om het alleen over behoud of geen behoud te hebben. Ik vind dat dat de inwoners echt tekortdoet. Er zit een nuanceverschil tussen hoe de PVV dit ziet en hoe PRO dit ziet. Wij staan voor een leefbaar dorp. Dat staat voorop en dat moet het uitgangspunt zijn. Daarom willen we daar ook in investeren.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Mooiman (PVV):
Ik concludeer toch dat we als Tweede Kamer juist vandaag op het punt staan waarop we onze positie moeten pakken om ervoor te zorgen dat we de toekomst van het dorp Moerdijk veilig kunnen stellen, maar dat PRO zich niet daarover wil uitspreken. Dat vind ik ontzettend jammer. We zullen dat straks bij de stemmingen over verschillende moties zien. Tegelijkertijd wil ik mevrouw Zalinyan van PRO nog het volgende vragen. U noemde zelf al dit soort situaties waarin, nu bijvoorbeeld vanwege de energietransitie, steeds meer ruimteclaims op leefgebieden worden gelegd. Is dat iets wat PRO in de toekomst wel wil aanpakken, zodat de ruimtelijke ordening en leefgebieden niet worden verzwolgen door die windturbines op land of door ruimteclaims vanuit de energietransitie?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik denk vooral dat we naar het geheel moeten kijken van de ruimtelijke ordening en dat we ook vooral moeten kiezen welke industrie we wél in Nederland willen en welke industrie niet en welke ruimteclaims er daarvoor zijn. Vervolgens moeten we de integrale afweging maken. Ik vind het te makkelijk om te zeggen dat het alleen om de energietransitie gaat, terwijl Shell en superveel fossiele industrie daar aanwezig zijn. We willen uiteindelijk ook allemaal stroom uit het stopcontact. Ik vind het dus echt niet waardevol om hier de discussie te voeren over de vraag of de energietransitie wel noodzakelijk is.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Werkelijk waar, ik vind het een schoffering voor de Moerdijkers die daar op de tribune zitten of die thuis in Moerdijk zitten te kijken dat PRO een heel debat optuigt en dan zegt: ja, maar we gaan niks vinden; we laten het in het midden. Wat wil PRO nu eigenlijk? Wat wil PRO met dit debat? Wat wil PRO? Ik begrijp het niet. Er liggen drie varianten op tafel. Eén: Moerdijk weg. Twee: we gaan kijken wat we aan de zuidoostflank kunnen doen omdat meer mensen hier last van hebben. Drie: de chirurgische slicing therapy, zoals ik het noem, waarmee we de Moerdijkers 40 jaar in onzekerheid houden, omdat ze misschien volgend jaar hun huis moeten inleveren omdat een of andere centrale moet worden gebouwd om de energietransitie van PRO voor elkaar te krijgen.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik zie dit echt heel anders, met name omdat ik vooral een kabinet zie dat geen keuzes durft te maken, dat ook nog niet alle scenario's uitgewerkt heeft en dat nog geen financiële dekking heeft voor de scenario's. Dat was dus ook mijn vraag aan de staatssecretaris: voor welk scenario is er geld en wat zijn dan de verdere uitwerking en het vervolgproces? Ik vind dat we juist recht doen aan de Moerdijkers door straks te luisteren naar de beantwoording door de staatssecretaris daarvan in de eerste termijn.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
PRO had die vraag kunnen stellen als schriftelijke vraag in plaats van hier een debat op te tuigen, wat de Moerdijkers die daarboven zitten allemaal hoop geeft. De verwachting is dat hier besluiten worden genomen. U tuigt een debat op met de uitspraak "het maakt me niet uit wat we vandaag doen, als ik maar die vraag kan stellen aan de minister". Mijn punt is: had die vraag als schriftelijke vraag gesteld, want dan hadden we hier niet gestaan om de mensen hier nóg langer in onzekerheid te houden.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ga zeker niet op me nemen dat ik verantwoordelijk ben voor het in onzekerheid houden van mensen. Volgens mij ben ik er in mijn bijdrage heel duidelijk over geweest dat we juist voor duidelijkheid voor Moerdijkers zijn. Ik vind het te makkelijk om op deze manier politiek te bedrijven, juist over de rug van Moerdijkers, en vervolgens verschillende werkbezoeken en dingen te organiseren alleen maar om politiek te bedrijven. Dat vind ik een beetje van een laag niveau.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er wordt hier nu net een valse tegenstelling gecreëerd tussen de belangen van mensen, het dorp Moerdijk, en de belangen van de industrie en de energie. In mijn optiek is dat het geval. Als we keuzes moeten maken over het al dan niet behouden van Moerdijk, komt die tegenstelling wel voor te liggen. Dan vind ik het prima als PRO allemaal vragen stelt aan het kabinet, maar dan hoort PRO daar zelf ook antwoord op te geven. Waar kiest u dan voor? Kiest u dan voor energie en industrie in Moerdijk of kiest u het ergens anders? Dat kan, hè. Dat zou het begin van een antwoord zijn.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind het een te makkelijke keuze om dat bij mij neer te leggen, omdat ik ook heel veel respect heb voor het participatieproces dat ook plaatsvindt binnen de gemeente en voor het bestuurlijke besluitvormingsproces. Volgens mij heeft de gemeenteraad daar een duidelijke keuze gemaakt, in meerderheid. Ik heb daar dus ook heel veel respect voor. Daar hou ik zeker rekening mee. Ik vind het, nogmaals, te makkelijk om te zeggen dat het dorp weg moet of niet weg moet. Het gaat veel meer over de vraag of de randvoorwaarden geschapen worden om het dorp te behouden. Daar gaat het om.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat klopt. Als het dorp behouden moet blijven, wat de SP-fractie vindt, moet je dus harde keuzes maken. Ik zal daar straks in mijn eigen betoog op ingaan. Ik vind dat politieke partijen dat zekers te weten vandaag zelf moeten doen als het kabinet er een potje van maakt — het is niet de gemeente Moerdijk die heeft bedacht dat daar energiekabels en industrie moeten komen — dus dan zou het van een politieke partij als PRO wel getuigen van volwassenheid als die hier een keuze in zou maken. Die keuze kan pijnlijk zijn, maar die keuze moet wel gemaakt worden. Is het ja of nee en welk belang kiest u dan? Kiest u voor industrie en energie of kiest u voor Moerdijk? Nogmaals, wat ik hier neerleg, is een valse tegenstelling, maar u moet een uitweg vinden voor die tegenstelling, die nu wel op tafel ligt.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik zie alleen maar verliezers in dit dossier. Dat betekent wat mij betreft dat heel snel duidelijk moet worden of de leefbaarheid van het dorp gegarandeerd kan worden. Daar gaat het om. Dat is de kern van het betoog dat ik hou.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik stel de vraag tot slot nog één keer, want hier ligt wel echt een principiële vraag ter discussie. Kies je voor een economie voor mensen die geen gemeenschap molt of kies je nergens voor?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik kies voor een leefbaar dorp voor de Moerdijkers. Dat is wat voor mij vooropstaat. Nogmaals, ik vind het te makkelijk om op deze manier die tegenstelling neer te zetten, die mij vervolgens verweten wordt. Dit is echt politiek bedrijven over de rug van Moerdijkers. Daar ben ik niet van en dat ga ik ook niet doen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, ik wil even een persoonlijk feit maken. Dit is allesbehalve makkelijk. Dit is heel moeilijk.
De voorzitter:
Waarvan akte.
De heer Flach (SGP):
Ik ga ook even door op dit punt, want het is mij volstrekt niet duidelijk wat PRO nu wil. Als ik mijn huis ga onderhouden, als ik er nieuwe kozijnen in ga zetten of als ik het ga verven, wil ik wel eerst weten of dat niet morgen gesloopt wordt. Anders ga ik daar niet mee aan de gang. Mevrouw Zalinyan legt hier neer dat het niet gaat over het voortbestaan van het dorp, maar over de leefbaarheid: dáár moet in geïnvesteerd worden. De vraag die voorligt, is toch: bestaat dat dorp over tien jaar nog wel?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik zou daar zelfs nog een vraag aan toe willen voegen, namelijk: is er op dit moment een leefbare situatie en wordt er op dit moment voldoende in leefbaarheid geïnvesteerd door het Rijk? Volgens mij is dat een belangrijke vraag, die we vandaag met elkaar moeten beantwoorden. Zijn ook de andere partijen bereid om te investeren in die leefbaarheid en om daar ook geld voor uit te trekken? Volgens mij is dát een belangrijkere vraag.
De heer Flach (SGP):
Dat is een hele legitieme vraag en het is prima om ons daarover uit te spreken. Ik vind dat we best wel wat verschuldigd zijn aan het dorp, waar al zo veel mee gebeurd is. Maar als je tegelijkertijd niet durft uit te spreken dat het ook gaat over het voortbestaan van het dorp en, sterker nog, dat je collega's verwijt dat dat populistisch is, en erg makkelijke politiek over de rug van de Moerdijkers, vind ik dat wel erg ver gaan, hoor. Je begint bij de basis: blijft het dorp behouden of niet? Zo ja, dan gaan we er ook volop in investeren. Dat is toch de goede volgorde?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dat is te makkelijk. Ik ben zelf ook in Moerdijk op bezoek geweest en heb met verschillende inwoners gesproken, een paar maanden geleden en ook recent nog, om informatie op te halen en mezelf te laten informeren over het dorp. Wat ik daar vooral zie, is dat de onzekerheid wat doet met mensen. Ik denk ook dat het voor die onzekerheid niet helpt om nu op deze manier het debat te voeren over behoud of niet. Dat kunnen we namelijk allemaal niet beloven op die manier. Daarover ging zonet ook mijn bijdrage, bijvoorbeeld over de motie. Welke zekerheid kan het kabinet geven tot 2050 en wat is die zekerheid dan waard? Voor mij is dat een heel belangrijk punt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Ja, die onzekerheid doet iets met mensen, en de manier waarop we hier over Moerdijk praten, heeft ook allerlei gevolgen voor andere dorpen in Nederland. We hebben het ook over Borsele, en er wordt gekeken naar een locatie in Groningen als het gaat om kerncentrales. Die onzekerheid zal door het hele land gaan als we op deze manier met de energietransitie om blijven gaan. Dit debat is een politiek debat en we moeten als politieke partijen ook durven uitspreken dat dit soort ontwikkelingen niet ten koste mogen gaan van een gemeenschap, van een heel dorp. Dat zou gewoon een basisuitspraak kunnen zijn, op basis waarvan je dan verder plannen maakt. Dat soort duidelijkheid helpt tegen die onzekerheid van mensen. Zou ik PRO nog één keer mogen uitdagen om die onzekerheid weg te nemen bij de mensen?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
De onzekerheid die ik op dit moment weg kan nemen, is dat wij vóór duidelijkheid voor Moerdijkers zijn en dat er zo snel mogelijk een besluit volgt over het vervolgproces. Dat staat voor ons voorop: kan de leefbaarheid gegarandeerd worden en is het kabinet bereid om te investeren in die leefbaarheid, door bijvoorbeeld het oprichten van een fonds of met andere middelen? Daar gaat het uiteindelijk om, want aan zekerheid tot 2050 heb je helemaal niks als er geen geld is. Zijn de andere partijen dus ook bereid om die investering te doen?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoor goede elementen in het betoog van mevrouw Zalinyan over de leefbaarheid van Moerdijk, maar ik denk dat het toch goed is om vandaag ook vanuit PRO wat meer duidelijkheid te horen. Mevrouw Zalinyan zegt terecht dat er duidelijkheid moet komen en dat we mensen niet in onzekerheid moeten laten. Ik hoor hier trouwens ook zeggen dat het nodig is voor de energietransitie. Het is allang duidelijk dat het niet nodig is voor de energietransitie dat er wordt uitgebreid en dat er een dorp wordt opgeofferd, maar dat het puur is voor de uitbreiding van de fossiele industrie. Dus kan PRO toch iets meer duidelijkheid geven over zijn positie? Hoe ziet PRO de toekomst van dat gebied, van het dorp?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind dit een ontzettend mooie vraag. Ik denk dat dit te maken heeft met de manier waarop wij naar ruimtelijke ordening moeten kijken. Wat ik net al zei in een beantwoording van een vraag: we moeten kijken naar welke industrie wij willen in Nederland en welke uitbreidingen wij dan vervolgens toestaan. Dat moet niet ten koste gaan van, in dit geval, Moerdijk, maar ook niet van andere dorpen en gemeenschappen, want de industrie heeft jarenlang veel te veel ruimte gekregen. Daar moet ook een einde aan komen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoor mevrouw Zalinyan zeggen dat de industrie veel te veel ruimte heeft gekregen. De fossiele industrie is alleen maar uitgebreid. Dat gaat ten koste van dorpen. Nu gebeurt hetzelfde. Dan is toch mijn vraag: waar staat PRO dan nu als het gaat om de toekomst van dit dorp? Gaan de belangen van het dorp boven de fossiele industrie voor PRO, of blijft dat onduidelijk?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik heb geprobeerd om dat ook in mijn bijdrage duidelijk te maken, maar ik zal het hier herhalen: de industrie gaat zeker niet boven gewone mensen. Jarenlang hebben we daar ruimte aan gegeven. Volgens mij is het nu vooral tijd dat we gewoon kiezen voor mensen die in een gemeenschap willen blijven wonen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind het echt ingewikkeld wat mevrouw Zalinyan hier aan het doen is. Ze vraagt een debat aan over de toekomst van Moerdijk, niet over de leefbaarheid van Moerdijk maar over de toekomst. En is er wel een toekomst? Wel of niet? Vervolgens stelt ze allemaal vragen. Ze is er wel duidelijk over dat de fossiele industrie maar moet wijken. Volgens haar is die minder belangrijk dan het dorp. Maar als collega's hier zeggen dat het dorp moet blijven, dan is dat populisme. In haar programma belooft ze mensen hogere inkomens. Dat is blijkbaar geen populisme.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Vermeer (BBB):
Ze wil keuzes maken tussen welke industrie wel en welke industrie niet. Maar de leefbaarheid van het dorp garanderen is toch gewoon de basistaak van de overheid? Is mevrouw Zalinyan het daarmee eens?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
De leefbaarheid van een dorp garanderen, niet alleen van Moerdijk maar in heel Nederland, in alle ruimtelijke opgaven, is natuurlijk de basis. Daarom stel ik ook vragen aan de minister van Volkshuisvesting. Daarom heb ik juist een debat aangevraagd met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, want dit is wat mij betreft ook een ruimtelijke opgave. Het gaat niet over de energietransitie of over andere zaken. Het gaat hier om de ruimtelijke opgave. Hoe gaan we daarmee om als overheid? Op welke manier bieden we zekerheid aan inwoners voor de toekomst?
De heer Vermeer (BBB):
Dat is toch puur schizofreen? Aan de ene kant vraag je aan het kabinet om de leefbaarheid te garanderen, maar zelf wil je geen uitspraak doen over of het dorp moet blijven. Want als het niet hoeft te blijven, hoef je ook niks met leefbaarheid. Snapt mevrouw Zalinyan dat wij er niks van snappen en dat de mensen op de tribune en thuis er ook helemaal niets aan hebben?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik snap deze vragen op zich wel, hoor. Dat is niet het punt. Maar ik probeer uit te leggen dat juist de inwoners er niets aan hebben als de discussie op deze manier wordt gevoerd met elkaar. Wat ik heel veel van Moerdijkers heb gehoord, is dat zij juist een genuanceerd verhaal en een genuanceerde discussie willen over hoe wij de leefbaarheid garanderen. Gaan we investeren in de school? Gaan we investeren in het fietspad dat er al twaalf jaar moet komen? Gaan we investeren in sportvoorzieningen of in woningbouw? Dat is de vraag waar we het vandaag over moeten hebben: hoe gaan we garanderen dat het dorp Moerdijk, en overigens ook de gemeente Moerdijk, een leefbare toekomst heeft?
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Maar dan is toch de enige conclusie — waarom krijgt mevrouw Zalinyan dat niet uit haar mond? — dat ze ervan uitgaat dat dit dorp blijft bestaan en dat dát het vertrekpunt van de discussie moet zijn? Want anders kunnen we hier stoppen, als dat niet hoeft. En dan verwijt ze het kabinet ook nog dat het geen keuzes durft te maken, terwijl PRO zelf gewoon geen keuze wil maken. Wat is de keuze van PRO? Moet dit dorp blijven, ja of nee?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ga daar geen ja of nee op antwoorden, omdat het leven iets te ingewikkeld is om op die manier op vragen in te gaan. Nogmaals, ik vind het te makkelijk om die vraag op deze manier hier neer te leggen. Het gaat uiteindelijk om een leefbaar dorp. De inwoners hebben niks aan een ja of een nee zonder garanties over de leefbaarheid en zonder financiële dekking.
De heer Klos (D66):
Ik herken veel van de kritische vragen, ook over het nieuwe scenario dat nu op tafel is gelegd. Kan mevrouw Zalinyan misschien schetsen wat voor haar straks de ideale uitkomst is?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ga straks een motie indienen voor het oprichten van een fonds. Dat fonds zou gevuld moeten worden door bijvoorbeeld de provincie, de gemeente, maar ook de Rijksoverheid. Daarbij worden van tevoren afspraken gemaakt over aspecten van de leefbaarheid, en vervolgens kan daarin worden geïnvesteerd. Ik noemde net al een fietspad, maar ook woningbouwprojecten liggen nu stil omdat er niet geïnvesteerd wordt. Voor mij is dat een belangrijk uitgangspunt: we moeten ervoor zorgen dat er in het dorp wordt geïnvesteerd.
De heer Klos (D66):
Maar een fonds is een middel. Een aantal van de keuzes die op tafel liggen gaan over het dorp zelf, over de leefbaarheid van de bredere gemeente, maar ook over het realiseren van nationale opgaven. Die gaan over energie en industrie. Kan u iets meer schetsen waar dat dan naartoe gaat? Hoe ziet het er straks uit?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind het heel moeilijk om dat nu te schetsen, omdat ik vanuit het kabinet heel verschillende geluiden heb gehoord over welke scenario's dat precies zijn. Ik heb in het nieuwe scenario niks nieuws gelezen over wat de opgave is, of daar geld voor beschikbaar is en op welke manier dat gefinancierd gaat worden. Er zijn dus heel veel openstaande vragen. Als ik daar antwoord op heb, kunnen we die afweging maken.
De heer Jumelet (CDA):
Mevrouw Zalinyan roept bij mij de vraag op: wat vindt zij van het derde scenario? Dat roept natuurlijk de vraag op waar PRO staat. Kunt u daarop reageren? Vindt u dat het derde scenario uitgezocht moet worden?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind dat het derde scenario zeker uitgezocht moet worden. Daar bied ik ook de ruimte voor. Dat heb ik ook in mijn betoog gezegd. Ik vind het alleen te gek voor woorden dat er een derde scenario zou moeten komen. Dit is echt zwabberbeleid van het kabinet, en dat accepteer ik niet. Dat is juist waarom ik dit debat heb aangevraagd. De Moerdijkers verdienen het dat we het hierover hebben.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk voor zijn inbreng namens de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er ligt hier een pen. De staatssecretaris zegt dat de pen die ik hier vind, de winst van vandaag is. Ik denk daar iets anders over. Ik denk dat we er meer uit kunnen halen.
Voorzitter. Dank aan alle bewoners van Moerdijk, voor al jullie verhalen en al jullie inzet. Ik kan me voorstellen, en weet zelf ook heel goed, dat het best frustrerend kan zijn om die verhalen constant, iedere keer opnieuw, te moeten vertellen, omdat er steeds weer een andere politicus naar Moerdijk komt om naar jullie te luisteren. Maar het is wel erg goed dat jullie dat gedaan hebben. Mij staat het verhaal bij van een jongedame in Moerdijk van de dag dat de berichtgeving kwam dat het dorp zou worden opgeheven. Zij zei het heel beeldend: "Ik ben hier opgegroeid en groot worden. Ik heb hier mijn leven, mijn familie en mijn verenigingsleven. Ik zou het doodzonde vinden als dat mij afgepakt wordt en het gesloopt wordt." Daar gaat het over vandaag.
Bij dit soort vraagstukken, als het gaat om economische belangen of de belangen van mensen, is het voor de SP glashelder: de belangen van mensen staan bovenaan. De economie moet de belangen van mensen dienen en mensen niet uitzuigen als een economisch verdienmodel. Bij dit soort vraagstukken komen meteen de volgende vragen aan dit kabinet naar boven: wie vraagt hierom, wie heeft er belang bij en wie wordt er geraadpleegd? Het is namelijk zeer ingrijpend als de regering jouw zekerheid over je woonplaats, je gemeenschap en je zeggenschap over je eigen leef-, woon- en werkomgeving afpakt en niet serieus neemt. Met het gemak van een kind dat een speeltje weggooit waar het even niet meer mee wil spelen, slingert dit kabinet de bewoners van Moerdijk rond. Men wil het dorp opheffen, want er is veel ruimte nodig. Men wil het dorp niet opheffen, want het kan met minder ruimte. Men wil het dorp misschien toch wel opheffen, maar zekerheid hierover komt pas over een paar jaar. Wel, niet, wel, niet, misschien; we gaan het zien. Bewoners worden op deze manier helemaal gek gemaakt, totdat de onzekerheid de laatste bewoner heeft gebroken. Ik vind het knap, nogmaals, dat deze gemeenschap sterk is. Natuurlijk krijg je berichten van mensen die zeggen: "Wij willen duidelijkheid. Ook als het dorp zou verdwijnen, willen wij duidelijkheid."
Maar dat is wel een laatste escape voor mensen. U hoeft mij als Groninger niet uit te leggen dat als de bodem onder je grond vandaan zakt, mensen op een gegeven moment zeggen: misschien kan ik mijn heil ergens anders zoeken. Dit is groot falen van een overheid die weigert — die dat jarenlang weigert — om met actieve industriepolitiek te sturen op industrie. Want de industrie groeit maar door, in alle vrijheid, ongericht, ongestuurd, jarenlang. De politiek maakt vervolgens geen keuze. Die stuurt niet. Dus komt de gemeenschap — ze zitten hier potdorie allemaal op de tribune — naar de politiek toe om te zeggen: ga nou eens sturen, ga nou eens invloed uitoefenen op die economie, op die industrie die ons in de verdrukking duwt. Dan kijk ik terug op die jongedame, volgens mij bij Hart van Nederland, die zei: dit is mijn gemeenschap, ik ben hier groot geworden. Hier wordt niet gestuurd. Hier weigeren mensen beslissingen te nemen in dienst van mensen. Alles is in dienst van de economie, alles is in dienst van de euro's, alleen dat. Als u een alternatief wilt, kunt u dat krijgen. Er zijn kilometers aan oude industrie, kílometers, waar het ook had gekund. Daar is niet naar gekeken, jarenlang niet. Mensen zitten al tientallen jaren in onzekerheid. Ik zie dat ik moet afronden. Het gaat me aan het hart; dat merken mensen.
Tot slot heb ik een paar vragen. Over vier dagen komt u met een bericht. Gaat u zeggen dat Moerdijk moet blijven, ja of nee? Dat is de hamvraag, niks meer, niks minder. Twee. Gaat u investeren in voorzieningen en onderhoud, waarin er ook een jarenlange achterstelling is? Dat is natuurlijk logisch, omdat mensen denken: geen idee …
De voorzitter:
U bent door uw spreektijd heen …
De heer Jimmy Dijk (SP):
Als jullie geen keuzes maken, weten de mensen niet wat voor keuzes zij zelf moeten maken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Clemminck namens JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. De doldwaze energietransitie maakt helaas veel slachtoffers. De portemonnee van de burger is slachtoffer, door onbetaalbare rekeningen. Bedrijven zijn slachtoffer, vanwege een weglekkende concurrentiepositie. Nu is zelfs een heel dorp, een hele gemeenschap, mogelijk het slachtoffer van een waanidee dat "energietransitie" heet.
Voorzitter. Ik was in november in Moerdijk. Moerdijkers zijn nuchtere mensen die vooral zelf hun boontjes willen doppen. Het nieuws over het mogelijk verdwijnen van het dorp kwam daar hard aan in november, maar er was een zekere berusting en er waren ook wel begrijpelijke vragen over duidelijkheid en compensatie. Toen ik in april een belronde deed bij deze inwoners, kreeg ik een heel ander signaal. Er waren ineens woede en frustratie, een paar maanden later, over onzichtbaar provinciebestuur, over een onzichtbare en onbereikbare minister van VRO, over een onbetrouwbaar kabinet.
Voorzitter. Dit kabinet heeft het proces verprutst. In het commissiedebat van vorige week vroeg ik de minister van VRO om te reflecteren op haar eigen woorden. Haar eigen woorden waren dat het een zorgvuldig proces moet zijn. Er was nul komma nul reflectie, niets. Ik doe nogmaals een poging, een herkansing voor deze minister. Vindt de minister nou werkelijk dat het proces tot nu toe zorgvuldig is gegaan?
Voorzitter. Ik wil vanaf deze plek mijn waardering uitspreken voor de burgemeester en de wethouders van Moerdijk, met wie ik veelvuldig in contact ben geweest. Ik heb ook waardering voor het gezamenlijke optreden van alle politieke partijen, van links tot rechts, en voor de inwoners, die altijd correct en netjes zijn gebleven en zo veel tijd en energie steken in dit vraagstuk. Dat is nou leiderschap. Ik zou zeggen: kabinet, neem daar eens een voorbeeld aan. Dit kabinet is verblind door zijn eigen energie-ideologie, of, beter gezegd, -idioterie. Ze zijn zo verblind dat ze zelfs een dorp en een gemeenschap van de kaart willen vegen en dat als optie zien. Als het kabinet het verprutst, dan is het ook aan ons als Kamer om leiderschap te tonen en de regie te pakken, zeker met een minderheidskabinet. Wat deze minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening moet doen, is de gemeenschap op één zetten. Die moet op één. Het behoud van de gemeenschap, vitaal en leefbaar voor de komende generaties, moet het uitgangspunt zijn van de ruimtevraag.
De heer Jimmy Dijk (SP):
JA21 is heel duidelijk. Die wil dat het behouden blijft en gooit het vervolgens helemaal op de energietransitie. Dat mag, maar ziet u ook dat het te maken heeft met een uitbreiding van industrie?
De heer Clemminck (JA21):
Ja, het is een optelsom. Daar heeft de heer Dijk gelijk in. 450 hectare, waarvan meer dan de helft vanwege energietransitie en circulaire economie. In die verhouding.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Inderdaad, laten we het op de helft houden. Dat vind ik prima. Vindt u het ook kwalijk dat de helft van de industrie dat dorp zou opslokken en dat daarmee het dorp zou verdwijnen? Bent u daar ook tegen?
De heer Clemminck (JA21):
Ja, want mijn uitgangspunt is het behoud van een leefbaar, vitaal dorp voor meerdere generaties. Dat is mijn uitgangspunt. Van daaruit kun je kijken welke ruimteclaims daar nog kunnen landen. Misschien kan dat deels, maar als het antwoord nee is en de leefbaarheid voor de komende generaties in dit dorp niet gegarandeerd kan worden, krijgt elke ruimteclaim, waar die ook vandaan komt, een nee.
De voorzitter:
Via de voorzitter, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Nog één keer om het heel scherp te hebben. De uitbreiding van industrie mag dus nooit een reden zijn om zo'n dorp op te heffen.
De heer Clemminck (JA21):
Ik wil mezelf niet herhalen, maar ik heb net gezegd dat we een vitaal en leefbaar dorp moeten realiseren voor de komende generaties. Als daar ruimte is om een aantal dingen te doen, kan dat, maar wel met die voorwaarde.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel. De minister moet het omdraaien. Het behoud van de gemeenschap, vitaal en leefbaar voor de komende generaties: dat moet het uitgangspunt zijn. Wat deze minister van VRO moet doen, is leiderschap tonen, naar de staatssecretaris gaan en duidelijk maken dat de leefbaarheid van de dorpen, alle kernen, maar tot zo ver gaat bij de ruimteclaim. Als de staatssecretaris het daarmee te doen heeft, dan moet hij het daarmee maar doen. Zoek het uit met je circulaire energie. Gaat de minister dat uiteindelijk nu eens een keer doen? Tot nu toe is de minister passief. Zo wacht de minister maar af welke ruimteclaim er komt. Maar dat is precies de omgekeerde volgorde. Deze minister moet de gemeenschap en leefbaarheid van Moerdijk en alle kernen op één zetten en dan pas gaan kijken hoeveel ruimte er is.
Welk vertrouwen kunnen de Kamer en de Nederlandse burger nog hebben in dit kabinet als het gaat om de ruimteclaims? Want er komen nieuwe Moerdijken aan, plekken die vaak in de regio of het landelijk gebied liggen en die geconfronteerd worden met ruimteclaims voor batterijen, windmolens en circulaire economie. In Wijchen worden 40 voetbalvelden opgeofferd voor de energietransitie. Weg landbouw, weg natuur, weg groen, weg potentiële woningbouw. Wat gaat het kabinet doen om de leefgebieden in Nederland eens een keer te beschermen? Wat gaat het kabinet doen om de lokale overheden te ondersteunen en burgers te compenseren?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Clemminck. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Nederland is geen project op een tekentafel, maar een leefomgeving. Dat wordt misschien nergens zo pijnlijk duidelijk als in Moerdijk. Een hechte dorpsgemeenschap van gezinnen, ondernemers en verenigingen dreigt te moeten wijken voor plannen die nog steeds niet hard zijn. Dat is voor BBB onbestaanbaar. De inwoners van Moerdijk zitten al jarenlang in onzekerheid. Steeds weer wordt er gezegd: er komt duidelijkheid. Maar wat krijgen mensen? Uitstel, halve besluiten en nieuwe plannen, die ook nog eens over elkaar heen schuiven. Dat is geen perspectief. Het kabinet zegt nu dat de opgaven, een verschrikkelijk woord voor alle plannen die moeten gebeuren volgens iemand die dat ergens bedenkt, mogelijk kleiner gaan worden. Wij hoorden vooral één ding uit de regio: zonder harde garanties is dat niets waard. Vanmorgen nog zei de staatssecretaris bij BNR dat de energieopgave niet verandert en dat mogelijk alleen de opgave circulaire economie verandert. Ja, dan blijft het onduidelijk.
Het gaat niet om dat nietszeggende en kille woord "opgave". Het gaat om mensen. In de stukken staat zelfs dat er onderzocht moet worden wat er onderzocht moet worden. Ja, jongens, zo komen we echt niet verder. Lokale partijen, ondernemers en bewonersorganisaties spreken zich eensgezind uit. Ze vragen niet om mooie woorden, maar om zekerheid, duidelijkheid over de totale opgave, zekerheid dat er niet stapsgewijs nieuwe ruimteclaims volgen, en om perspectief voor dorpen en het buitengebied. Waar eerst Moerdijk werd bedreigd, worden nu ook Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Langeweg en Klundert bedreigd. Wij moeten de mensen helpen te willen blijven zolang de onzekerheid duurt, als we willen dat deze dorpen blijven bestaan. En dat willen wij. BBB staat pal achter die oproep.
Daarom is de keuze helder: of het kabinet zegt dat het ruimtebeslag echt kleiner wordt en dan moet dat ook juridisch worden vastgelegd, met financiële garanties en een harde borging dat het hier stopt. Of die zekerheid kan niet worden gegeven, maar dan moet het kabinet daar ook eerlijk over zijn en geen schijnzekerheid bieden. Want de grote olifant in de kamer is dat als je keiharde garanties geeft of zegt de leefbaarheid van mensen te garanderen, dat grote financiële claims vraagt. We hebben gezien dat er zelfs voor het onderhoud van wegen in Noord-Nederland geen geld beschikbaar wordt gesteld. De grote olifant is ook in de Kamer: hebben deze minister en staatssecretaris überhaupt een dubbeltje op zak als ze volgende week dat gesprek ingaan? Ik vrees van niet.
Voorzitter. Een deur die op een kier blijft staan, geeft geen rust maar tocht. Dat zorgt ervoor dat mensen nooit weten waar ze aan toe zijn en altijd op de tocht zitten. Van tocht word je uiteindelijk ziek. BBB zegt klip-en-klaar dat de energietransitie nooit een excuus mag zijn om gemeenschappen op te offeren. De staatssecretaris weet ook nog vanuit zijn vorige functie rond de Zeeuwse en Borselse Voorwaarden dat inwoners beschermd moeten worden. Dat is gewoon een taak van de overheid. Maar daar stonden ook eisen in, zoals geen bovengrondse hoogspanningsleidingen.
Het Nederlandse landschap gaat drastisch veranderen en Moerdijk is geen incident, maar een voorbode, een kanarie in de kolenmijn. Daarom vraagt de BBB of de minister bereid is om alle plannen waarvoor Moerdijk mogelijk moet wijken, integraal in kaart te brengen, inclusief status, noodzaak en mogelijke alternatieven. Kan de minister garanderen dat er geen nieuwe ruimteclaims worden toegevoegd, anders dan die die nu al vergund zijn zonder expliciete instemming van de regio?
Ik sluit af, voorzitter. Mensen in Moerdijk vragen geen bijzondere behandeling. Ze vragen gewoon wat iedere Nederlander mag verwachten van ons: zekerheid over de toekomst, bescherming van de leefomgeving en een overheid die haar woord houdt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Wat de Partij voor de Dieren betreft, staan drie dingen als een paal boven water. Een. Moerdijk blijft, er gaat geen vierkante millimeter vanaf. Twee. Schone energie moet niet ten koste gaan van een dorp, een thuis van mensen, maar van de fossiele industrie. Drie. Het kabinet moet investeren in de leefbaarheid van Moerdijk. Dat is voor de Partij voor de Dieren de enige juiste uitkomst van dit debat. Niet alleen moet Moerdijk blijven, maar de Moerdijkers hebben recht op snelle duidelijkheid en perspectief op een dorp met een gezonde toekomst. In plaats van geld voor de uitkoop van Moerdijk zal het geld moeten gaan naar de leefbaarheid van Moerdijk.
Voorzitter. Wie Moerdijk op de kaart opzoekt, ziet precies wat er aan de hand is: Moerdijkers zijn slachtoffer geworden van de gigantische fossiele industrie. Een klein dorp in een prachtig groengebied aan het Hollands Diep, niet ver van de Biesbosch, dat in de afgelopen decennia is geteisterd en is ingesloten door de fossiele industrie. Het chemiecomplex naast Moerdijk is ruim 50 keer zo groot als het dorp. Het is puur voor de belangen van een handjevol bedrijven dat Moerdijk nu dreigt te verdwijnen. Moerdijk zou zogenaamd moeten wijken voor de energietransitie. Voor de duidelijkheid: dit is niet nodig voor de energietransitie.
Voorzitter. Moerdijk is symbool van een dieperliggend probleem. Het kabinet offert alles op voor de expansiedrift van de fossiele industrie. Het gevolg is dat, als de belangen van Shell of andere fossiele bedrijven op het spel staan, de gewone burger het onderspit delft.
De heer Vermeer (BBB):
Mevrouw Teunissen zegt dat Moerdijk niet moet wijken voor de energietransitie. Maar hoe kijkt zij dan naar dat grote ruimtebeslag dat in de plannen gevraagd wordt voor elektrolysers en batterijopslag bijvoorbeeld?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Er zijn allang alternatieven voor de belangrijkste zaken, voor de aanlanding van wind op zee en het hoogspanningsstation. Die zijn al op een andere manier ingepast. Daarnaast hebben we op een steenworp afstand het havengebied van Rotterdam. Daar zijn drie olieraffinaderijen. Sorry, maar die hebben gewoon geen toekomst. Dat is fossiele industrie, waar we al decennia door worden geteisterd. Er moet nu een omslag plaatsvinden. Alle dingen die daar nu gepland staan, zijn volledig onnodig. Die kunnen gewoon ten koste gaan van de fossiele industrie bij het havengebied, maar ook van het chemiecomplex op het industrieterrein zelf.
De heer Vermeer (BBB):
Buiten de kwalificaties die mevrouw Teunissen aan de fossiele industrie geeft, vraag ik het volgende. De fossiele industrie heeft alle spullen hier in de omgeving en alles waardoor we hier vandaag bij elkaar kunnen zijn mogelijk gemaakt en zal dat ook in de toekomst mogelijk maken. Is mevrouw Teunissen het met mij eens dat alle ruimtebeslagen die voor de energietransitie zijn ingepland in al die sheets ook prima op een andere plek kunnen? Zal ook de Partij voor de Dieren er niet mee akkoord gaan dat een dorp moet wijken voor iets wat ook op heel veel andere plekken geplaatst zou kunnen worden, zonder dat er daarvoor een dorp hoeft te verdwijnen?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Als je goed naar de plannen kijkt, dan zie je dat er staat dat er ruimte gemaakt moet worden voor circulaire economie en autonome groei. Op geen enkel moment is het kabinet duidelijk geweest in wat daar nou eigenlijk mee bedoeld wordt. Voor de Partij voor de Dieren is het allang duidelijk: dit is gewoon greenwashing van Shell die wil uitbreiden op de plek van Moerdijk. Dat doen ze onder het mom van de energietransitie. Ondertussen weten we helemaal niks van de plannen. Shell wordt niet om verantwoording gevraagd met "is dat wel zo circulair?" Bovendien staat er gewoon een petrochemisch complex waarvan we weten dat het geen toekomst heeft en dat het een doodlopende weg betekent. Mijn idee daarover is: als we inzetten op de energietransitie, dan zullen we de fossiele industrie moeten afbouwen en op die plek de energietransitie mogelijk maken. Dat moeten we echter nooit ten koste laten gaan van zoiets moois als een dorp als Moerdijk.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Moerdijk wordt niet bedreigd door een vergunningaanvraag van Shell, maar door plannen van de Rijksoverheid, die allerlei opgaves bij elkaar wil brengen en die toevallig projecteert op een plek waar een dorp staat. Ik snap dat de Partij voor de Dieren hier een fossiele-industriedebat van wil maken, maar als ik goed geluisterd heb, zijn wij het met elkaar eens dat er geen reden is om het dorp op die plek op te offeren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het enige wat ik in de plannen zie, is dat er ruimte moet komen voor autonome groei. Dat is een wens van de industrie daar en het kabinet gaat daar gewoon in mee.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik zei: het kabinet offert alles op voor de expansiedrift van de fossiele industrie. De gevolgen zijn dat de gewone burger het onderspit delft, dat de fossiele plannen worden doorgedrukt en ten derde dat Nederland vol is. Dat is vol met industrie zonder toekomst. Het stroomnet is vol, de fysieke ruimte is op, de stikstofruimte is op, onze natuur is er de dupe van en mensen worden van huis en haard verdrongen. Het kabinet moet nu eindelijk andere keuzes gaan maken. Luister nou eens naar de rapporten van bijvoorbeeld de Klimaatraad. Die zegt heel duidelijk: er moeten keuzes worden gemaakt voor een schone industrie in Nederland. Het is niet en-en, want je kunt het niet naast elkaar laten bestaan. Fossiel is een doodlopende weg. Dit begint vandaag door keihard nee te zeggen tegen deze waardeloze plannen.
Voorzitter. Mensen in Moerdijk worden aan de kant geschoven voor de zogenaamde autonomegroeivraag van het haven- en industriegebied. Mijn vraag aan de minister is: wat wordt er precies bedoeld met "de autonomegroeivraag"? Tot op de dag van vandaag is dat één grote luchtbel, terwijl de fossiele industrie nu moet worden afgebouwd. Waar is het concrete afbouwpad voor de fossiele industrie? Of gaan we door op de doodlopende weg van de klimaatcrisis? Kijk alleen maar naar de extreme hittegolf waar we nu in zitten. Die is het directe gevolg van de uitstoot van de Shells van deze wereld, die nu ook bij Moerdijk willen uitbreiden.
Voorzitter. Uit de Woo-documenten blijkt dat het Rijk al in maart 2025 had bedacht dat het dorp moest verdwijnen. Dat was dus ruim voordat de bewoners überhaupt in de gelegenheid waren gesteld om mee te praten. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: waarom heeft hij deze conclusie getrokken over de hoofden van de Moerdijkers? Waar was dat voor nodig? Kan de staatssecretaris reflecteren op het participatieproces?
Voorzitter, tot slot. Deze puinhoop moet nu worden opgelost. Investeer in het herstel van vertrouwen. Investeer in de leefbaarheid van Moerdijk door meer groen aan te leggen. Investeer in de gemeenschap, bijvoorbeeld in de lokale voetbalclub. Gebruik het geld dat naar de uitkoop van het dorp zou gaan om te investeren in de leefbaarheid van het dorp. Geef de komende generatie Moerdijkers nieuw perspectief op een fijn en gezond dorp om in te wonen. Bouw de fossiele industrie af en bouw een gezonde toekomst op. Dat is in het belang van ons allemaal.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Claassen, die spreekt namens de Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Stelt u zich eens voor: u woont in een dorp waar uw familie misschien al generaties woont, waar uw kinderen naar school gaan en waar u iedereen kent. Het is een dorp met een eigen geschiedenis, die wel 1.000 jaar teruggaat; ik heb dat even opgezocht. Waar ik vandaan kom, gaat het om 2.000 jaar, maar goed, 1.000 jaar is natuurlijk ook een hele hoop. Het heeft een voetbalclub, een kerk en vooral herinneringen. En dan leest u op 11 november 2025 het bericht dat het college van uw gemeente heeft uitgesproken dat het dorp weg moet. Weg ermee. Dat is wat de inwoners van Moerdijk is overkomen.
Voorzitter. We spreken vandaag niet over een vlek op een kaart. We spreken over een gemeenschap, over een dorp met wortels die meer dan 1.000 jaar teruggaan, over een dorp dat oorlogen, overstromingen en wederopbouw heeft doorstaan. Maar nu dreigt Moerdijk te verdwijnen omwille van de energietransitie, klimaatgekkigheid. Het dreigt niet te verdwijnen door een overstroming of een oorlog, maar door zijn eigen overheid. Die eigen overheid weet het eigenlijk ook allemaal niet. De aanvrager van het debat weet het ook allemaal niet. Daarom staan we hier. We weten het allemaal niet. De mensen in Moerdijk kijken ernaar en denken: wat gaat ons overkomen? Tegen die ruim 1.100 inwoners wordt feitelijk gezegd: uw huizen, uw straten, uw gemeenschap en uw toekomst passen niet meer in onze plannen. Dat is ingrijpend. Daarom heeft onze fractie enkele vragen.
Er lag niet maar één richting op tafel. Naast zoekrichting oost, waarbij Moerdijk verdwijnt, is er ook gekeken naar zoekrichting zuidoost, waarbij het dorp kan blijven bestaan. Toch lijkt gekozen te worden voor de oostvariant. Hoe beoordeelt de minister die keuze? Is zij bereid om serieus te kijken naar zoekrichting zuidoost als alternatief, waarbij Moerdijk behouden blijft? En als zij dat niet wil, kan zij dan precies uitleggen waarom het verdwijnen van een compleet dorp volgens haar wenselijker is dat zoekrichting zuidoost?
Voorzitter. Daar komt nog iets bij. In Moerdijk staat sinds 1968 een rijksmonument, een kerk uit 1815. Wat gaat daarmee gebeuren? Wil de minister naast een historisch dorp ook een rijksmonument slopen? Zo ja, wat betekent dat voor andere rijksmonumenten? Mogen die ook gesloopt worden door de overheid, als die ruimte nodig heeft? Ik ben trouwens ook benieuwd naar de definitie van de minister van "een eeuwige rustplaats voor mensen". Houdt die rustplaats op als de overheid andere dingen wil met de plek waar jij ter aarde bent besteld?
De heer Vermeer (BBB):
De heer Claassen zegt dat de zuidoostroute, het zuidoostplan, ook een optie is. Is hij zich ervan bewust dat we straks dan vier debatten moeten voeren over vier andere dorpen? Is hij zich ervan bewust dat dat ten koste gaat van heel veel landbouwgrond, wat in deze tijd van extreem hoge voedselprijzen ook een heel dom voorstel is?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Jazeker. Daar ben ik het mee eens, maar ik hoor het niet van de regering. Ik wil graag horen hoe de regering daarnaar kijkt. Het zou mijn voorkeur ook niet hebben. Ik zou zeggen: laat die hele energietransitie achterwege, want dan hebben we dat niet aan de hand. Volgens mij was ik daar duidelijk over. Ik heb het zelf meegemaakt. Ik maak het nog steeds mee. Ik woon in een regio waar in het verleden heel veel bruinkoolwinning was en waar nu nog steeds heel veel zilverzandwinning is. Het landschap is de afgelopen 50, 60, 70 jaar zo ingrijpend veranderd dat heel veel mensen nog steeds met weemoed terugkijken naar hoe het daar ooit was. Daar stonden enkele huizen, maar niet een heel dorp. Wat er gebeurt, mensen het huis uitjagen, is zó ingrijpend. Daar zijn wij zeker geen voorstander van, en zeker niet vanwege de reden die wordt aangevoerd. Maar ik vraag de minister eens uit te spreken hoe zij kijkt naar die variant.
De heer Vermeer (BBB):
Oké. Dus de heer Claassen wil alleen maar weten of het kabinet het overweegt, maar zegt zelf al: niet doen. Heb ik dat goed begrepen?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik ben benieuwd hoe de minister hiernaar kijkt. Als je zegt "we gaan over die andere flank", blijft Moerdijk bestaan maar zullen een heleboel andere gemeentes overlast krijgen. Dat is voorzien. Maar ik hoor het niet van de regering. Ik wil graag van de regering weten hoe zij naar die drie punten kijkt.
Wat vindt zij van punt één, dat Moerdijk weggaat? Ik heb begrepen dat variant twee inhoudt dat we het op andere plekken gaan doen, waardoor meer dorpen in de omgeving last krijgen. Hoe gaat de regering daar dan mee om? Dat is een terechte vraag, want hoe gaat de regering voorkomen dat wij hier de komende jaren weer staan als andere dorpen natuurlijk in het geding komen? De laatste variant kwam recent. In een interruptiedebat daarstraks met PvdA, PRO, die er nu al de hele tijd niet zit, terwijl ze wel het debat heeft aangevraagd … Dat vind ik overigens ook al een … Ja, het is wat het is, meneer Dijk. De derde variant noemde ik in dat debatje "slicing therapy". Als je bijvoorbeeld hele slechte bloedvaten hebt, gaat de chirurg eerst even je voortenen eraf halen en dan wordt het steeds korter. Ja, voorzitter, dan gaan je voortenen eraf, dan gaat het over je enkel en dan tot boven je knie …
De voorzitter:
Ik bedoelde eigenlijk dat uw antwoorden ook korter mogen, ook als een soort slice.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
O, zo! Daardoor worden mensen jaar in, jaar uit in onzekerheid gehouden over hoe het afloopt. Dat is dus zeker al geen optie.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Ik kom naar voren, omdat de heer Claassen PRO verwijt dat ze alleen maar vragen stellen en geen duidelijke keuzes maken, terwijl hij er zelf nog twintig vragen bovenop zet, in plaats van een duidelijke keuze te maken. Dat is een constatering. Ik zie een nieuwe alliantie tussen de partijen tegemoet.
De voorzitter:
Kort en bondig.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik zie die niet tegemoet. Ik heb wel een keuze gemaakt. Ik zeg namelijk dat Moerdijk moet blijven. Er moet niks verdwijnen ten koste van de energietransitie. Zo simpel is het. Het is ook onze taak, zeg ik tegen meneer Vermeer … Volgens mij had meneer Vermeer een vraag gesteld. Ik wil antwoorden geven, maar hij luistert momenteel niet. Laat dan ook maar zitten. Ik ga verder.
De voorzitter:
Misschien kan hij meerdere dingen tegelijk, meneer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Nederland kampt met een groot woningtekort. Jaar na jaar worden bouwdoelen van 100.000 woningen niet gehaald. Terwijl mensen in heel het land moeilijk een woning kunnen vinden, dreigt de overheid een heel bestaand dorp van de kaart te vegen. D66 heeft het dystopische plan om een drijvende stad te bouwen en houdt mensen daarmee een worst voor. Als Moerdijk verdwijnt, waar moeten deze 1.100 mensen dan naartoe? Waar vinden zij een nieuwe woning in hun eigen omgeving, met behoud van gemeenschap?
Voorzitter. Onze fractie zegt: veeg Moerdijk niet van de kaart, maar zorg ervoor dat Moerdijk een hele mooie plek kan blijven om te wonen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Claassen. Het woord is aan meneer Grinwis namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Laat Moerdijk geen tweede Groningen worden. Dat was daags na de brief van de staatssecretaris de oproep van Moerdijkse fracties, dorpstafels en agrarische partijen aan deze Kamer. Het is vandaag mijn oproep aan het kabinet. In Groningen solde de Rijksoverheid met de belangen en behoeftes van bewoners, werden beloftes verbroken en bleef het Rijk in gebreke, tot op de dag van vandaag. We hebben in Den Haag ons lesje toch wel geleerd? We laten Moerdijk toch geen tweede Groningen worden?
Voorzitter. Ik heb toch wel een behoorlijk vieze smaak in mijn mond gekregen van de gang van zaken in het afgelopen jaar. Eerst was er het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van 11 juni 2025, met als uitkomst een indicatief ruimtebeslag van 700 hectare, waarvan 450 hectare rond het haven- en industriecluster van Moerdijk. Vervolgens waren er grote woorden en grote ruimteclaims in de Ontwerp-Nota Ruimte van het vorige kabinet, waarin het nota bene vijftien keer over Moerdijk gaat: als zeehaven van nationaal belang, de Delta Rhine Corridor via Moerdijk, de energie-intensieve industrie, Powerport en de extra ruimte die daarvoor nodig is in Moerdijk en de indexatie van de Moerdijkregeling. Het komt allemaal aan bod in de Nota Ruimte en het coalitieakkoord sluit er expliciet bij aan.
De gemeente Moerdijk neemt in vervolg op het bestuurlijk overleg van 11 juni, in goed vertrouwen dat Rijk en provincie zullen volgen, een verstrekkend besluit dat de bewoners van het dorp Moerdijk diep raakt. Het vorige kabinet begint in december te bibberen en laat het aan dit kabinet. Vervolgens zegt de staatssecretaris in de brief van 29 mei doodleuk dat het met 240 hectare ook wel uit kan in Moerdijk. Vervolgens ontvingen we dinsdag de nietszeggende antwoorden op de vele terechte vragen. Let wel dat het prachtig en fundamenteel is als het dorp Moerdijk kan blijven bestaan, leefbaar en wel, maar dan niet onder het mom van: nu een tijdje valse rust kopen en ondertussen de inwoners van Moerdijk, Zevenbergschen Hoek, Langeweg, Klundert, Zevenbergen en het buitengebied, geen duurzame duidelijkheid en zekerheid bieden.
Ik noemde dat in het debat over ruimtelijke ordening onlangs en in de motie die ik daaropvolgend net heb ingediend, "de angst voor de neus van de kameel". Het lijkt in eerste instantie zo'n klein neusje, maar er blijkt nog een gigantisch beest achter weg te komen. Precies dat mogen we de inwoners van de gemeente Moerdijk niet aandoen. Op de tribune zie ik velen van hen zitten. Voor hen en vele anderen in en rond Moerdijk gaat dit debat niet over abstracte beleidskeuzes, maar over hun huis, hun bedrijf, hun kinderen en hun toekomst. Daarvoor is duidelijkheid nodig, een overheid die geloofwaardig en betrouwbaar is, die financieel over de brug komt en die niet vandaag dit zegt en morgen de andere kant opdraait, waarmee wordt gegokt met de beleefbaarheid en de toekomst van Moerdijk.
Voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Wanneer begon het beeld precies te kantelen? Kon de gemeente weten van de schuivende panelen toen ze haar besluitvorming in gang zette of werd de gemeente er pas daarna mee geconfronteerd? Of heeft het allemaal met iets veel platters te maken, namelijk dat het Rijk het geld niet opzij wil leggen om nu een compleet besluit te nemen? Wat komt er straks allemaal nog op het bordje van de Moerdijkers terecht of bij de dorpen eromheen? Betekent een kleinere variant dat andere opgaven op het gebied van energie en economie worden geschrapt, verkleind of verplaatst? En als het wordt verplaatst, waar wordt die ruimte dan geclaimd? Kan de staatssecretaris garanderen dat dit de hele kameel is en niet slechts zijn of haar neus? En als dat echt zo is, hoe verhoudt dat zich dan tot de woorden in de Ontwerp-Nota Ruimte en het coalitieakkoord? Blijft het voorwaardenpakket van inwoners, ondernemers en boeren leidend in alle scenario's en blijft de Moerdijkregeling volledig in stand?
Voorzitter. Als laatste doe ik nog één keer dringend een oproep: maak keuzes, bied perspectief en maak van Moerdijk geen tweede Groningen. Ik kijk uit naar de antwoorden van deze bewindspersonen in hun eerste termijn, want ze hebben wat uit te leggen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Flach namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. "Moerdijk is thuiskomen." Zo verwoordde een van de inwoners het dorpsgevoel. Een dorpsgemeenschap is meer dan 500 woningen en huishoudens. Kom hier maar eens om in een stadswijk. Dit is niet te verplaatsen. Ook "opheffen" is niet het goede woord. Je kunt zo'n gemeenschap alleen losscheuren en dat doet pijn. Dit moet zwaar wegen.
De SGP heeft flinke vraagtekens. Hoe kan het dat eerst gesteld werd dat 450 hectares bij Moerdijk nodig waren voor industrie- en energieprojecten, maar dat dit nu opeens naar beneden bijgesteld lijkt te worden? Het kan toch niet zo zijn dat de oorspronkelijke opgave alleen op basis van tekentafelinschattingen is bepaald? Je zou denken dat al rekening is gehouden met bijvoorbeeld de tegenwind voor de industrie. Zoiets houd je toch tien keer tegen het licht voordat je dat serieus op tafel legt? Ik realiseer me dat die keuzes zijn gemaakt door de voorganger van de staatssecretaris, dus ik waardeer het dat hij niet gestopt is met nadenken. Maar het verbaast me om te lezen dat die indicatieve inschatting van 450 hectare gebaseerd was op een raming die niet heel concreet kon worden ingevuld. Hoe kan dat? Ik hoor graag met welke industrie-ontwikkeling de staatssecretaris nu rekent. Wil hij de enkele vage zinnen hierover toelichten?
Ik snap dat de staatssecretaris geen lichtvaardig besluit wil nemen. In Groningen zijn in het verleden drie dorpen verdwenen vanwege uitbreidingsplannen voor de industrie, terwijl een deel van die uitbreidingen niet is gerealiseerd. De dorpjes zijn er echter niet meer. Alleen de begraafplaatsen liggen er nog. Dat wil je voorkomen. Maar hoe robuust zou de variant van 250 hectare zijn? De grote, begrijpelijke vrees van Moerdijk is dat ze dan over tien jaar weer de klos zijn. Ze willen minimaal een generatie met rust gelaten worden. Delen de bewindslieden dit uitgangspunt?
Een ander vraagteken is hoe de Powerportplannen zich verhouden tot het voorstel van TenneT om een hoogspanningsstation te bouwen in zuidoostelijke richting. TenneT heeft aangegeven dat een andere locatiekeuze een vertraging van vijf jaar zou opleveren. Ik vind dat toch wel merkwaardig. In het bestuurlijk overleg eind vorig jaar is vastgesteld dat de locatie zuidoost ingewikkeld is, omdat een snelweg en andere infrastructuur doorkruist moeten worden. Nu hebben netbeheerders een sterke voorkeur voor zuidoost, omdat het juist minder ingewikkeld is. Hoe zit dat?
De voortdurende onzekerheid is slopend, ook voor de leefbaarheid van het dorp. Dat is nu al het geval. Inwoners vertrekken, waardoor de school mogelijk zelfs niet kan blijven. Verbouwingen worden uitgesteld. Er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen. Wanneer kunnen we echt besluitvorming tegemoetzien? Er wordt nu al samen met de gemeente Moerdijk gekeken wat nodig is om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau van Moerdijk zo goed mogelijk te houden. Denk aan het overeind houden van de dorpsschool. Het kabinet wekt de indruk dat pas een participatie- en transitiestrategie wordt opgesteld als een locatiebesluit genomen is, maar de onzekerheid trekt nu al zijn sporen. Participatie begint toch niet als het besluit al genomen is? Dat moet toch meer zijn dan een gesprek met de dorpstafel? Hoe nemen de bewindslieden de inwoners mee?
Het is belangrijk dat beloftes en afspraken worden nagekomen. Ik begreep van inwoners dat sommige nog een nare bijsmaak hebben van de komst van Logistiek Park Moerdijk. Er was een fietspad beloofd tussen Moerdijk en Zevenbergen. Het park is er gekomen, maar het fietspad niet. Het huidige gejojo in het besluitvormingsproces geeft de Moerdijkers weinig vertrouwen. Hoe gaat het kabinet dit vertrouwen ooit terugwinnen?
Ingrijpende besluiten neem je pas als het echt niet anders kan. Daarbij hoort dan duidelijkheid over het pad dat voorligt, met een royale ondersteuning voor verhuizen en leefbaarheid, maar dat is nu nog niet aan de orde. Hoe dan ook, Moerdijk is thuiskomen. Dit dorpsgevoel verdient bij de besluitvorming drie keer woordwaarde.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. Het woord is aan de heer Mooiman voor zijn inbreng namens de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. We hebben het vandaag over de toekomst van het dorp Moerdijk. Ik wil alle inwoners van het dorp welkom heten. Het is belangrijk dat we vandaag met elkaar over dit onderwerp spreken, want achter alle berichtgeving, scenario's en bestuurlijke processen zitten meer dan 1.100 inwoners die al geruime tijd in onzekerheid leven over iets dat voor iedereen van groot belang is: hun thuis. Het zal je maar gebeuren: je krijgt de boodschap dat de overheid jouw gemeenschap, jouw thuis, wil gaan opheffen en dat je mogelijk weg moet uit een omgeving waar je misschien al je hele leven woont. En dat allemaal in een tijd met een enorme woningcrisis, waarin Nederland kampt met een woningtekort van meer dan 400.000 woningen.
Inwoners van het dorp maken zich dan ook ernstige zorgen over hun toekomst en zitten vol vragen die ze beantwoord willen hebben. Wat gaat er nou precies gebeuren? Moeten ze echt weg? Hoe komen ze aan een woning? Hoe worden ze gecompenseerd? Vervolgens blijkt dat de overheid ondanks haar eigen rol in dit proces geen antwoord heeft op deze vragen. Sterker nog, overheden wijzen allemaal naar elkaar en intussen blijven de Moerdijkers in onzekerheid achter.
Voorzitter. Laat het duidelijk zijn dat de PVV tegen de sloop van het dorp Moerdijk is en blijft. Wat ons betreft moet het kabinet zich juist inzetten voor het behoud van het dorp en is de reden waarom het dorp zou moeten verdwijnen, namelijk de alsmaar verder uitdijende energietransitie, juist een extra argument om tegen te zijn.
Maar los van het feit dat we het niet eens zijn met de opheffing van het dorp, zijn we het ook niet eens met de manier waarop met de inwoners van Moerdijk wordt omgegaan. Het hele proces is weinig transparant en is niet professioneel te noemen. Wat er precies achter alle besluiten schuilgaat, weten de inwoners en ook de Kamer niet. De ene bestuurslaag zegt dit, de andere zegt dat. Berichtgeving en communicatie tussen de overheden komen niet met elkaar overeen. Er lijken haastige mededelingen te worden gedaan die vervolgens deels worden teruggedraaid of gewijzigd. Dat doet zeer de vraag rijzen hoe zorgvuldig dit hele proces is. Dat doet het vertrouwen van inwoners geen goed, want inmiddels ligt er ook weer een scenario op tafel waarin het dorp wél kan blijven bestaan, maar we weten niet of daarvoor wordt gekozen, hoe serieus het kabinet daarover is en hoe dat er dan in de toekomst uit zou moeten zien met ruimteclaims. Dat is allemaal onduidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat er zelfs al inwoners uit het dorp vertrokken zijn en hun woning hebben verlaten terwijl ze dat eigenlijk niet wilden.
We vragen het kabinet vandaag dan ook om een reflectie en om duidelijkheid. Welke keuzes is het kabinet op dit moment aan het maken? Wat is er nog in beeld? Wat zijn de processen daarachter? Wat heeft de voorkeur? Zijn de bewindspersonen bereid om vandaag uit te spreken dat behoud van het dorp het uitgangspunt is en dat er dan ook geen verdere ruimteclaims voor dit dorp meer volgen? Welke concrete stappen gaan zij zetten om de onzekerheid voor inwoners zo snel mogelijk weg te nemen? En welke ondersteuning wordt geboden aan inwoners die door deze langdurige onzekerheid al schade hebben geleden of ingrijpende keuzes hebben moeten maken?
Voorzitter. De inwoners van Moerdijk hebben een overheid nodig die naast hen staat in plaats van tegenover hen. Ik wil het kabinet dan ook oproepen om dat te gaan doen. Wat de PVV betreft betekent dit het behoud van het dorp Moerdijk voor de mensen die daar wonen.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor een enkel ogenblik voor een kleine praktische plichtpleging en dan ronden we de eerste termijn van de Kamer voor de lunchschorsing af. De vergadering is heel kort geschorst.
De vergadering wordt van 11.57 uur tot 12.02 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en verzoek de leden om hun plaatsen in te nemen. Het woord is aan meneer Jumelet voor zijn inbreng namens het CDA in eerste termijn.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Dit debat gaat over veel meer dan alleen het dorp Moerdijk. Het gaat over de manier waarop we in Nederland omgaan met schaarse ruimte en met inwoners die duidelijkheid verdienen, en over hoe we ervoor zorgen dat ze kunnen rekenen op een overheid die voorspelbaar en zorgvuldig is. Ook ik spreek mijn waardering uit voor al die mensen die hierheen zijn gekomen en op de publieke tribune zitten, en voor de mensen die thuis meekijken.
Ik moest bij de voorbereiding op dit debat terugdenken aan het rondetafelgesprek van 5 maart met inwoners, ondernemers, boeren en bestuurders. Het voelt achteraf bijna surrealistisch. We zaten daar toch met het uitgangspunt dat er al een keuze gemaakt was. Er zaten inwoners die hun huis inmiddels al hadden verkocht of zelfs al waren verhuisd, omdat ze ervan uitgingen dat de richting duidelijk was. Dat was de werkelijkheid waar mensen hun leven op hadden ingericht. Nu zijn we drie maanden verder en lijkt de werkelijkheid ineens anders te zijn. Opeens blijkt er een derde scenario op tafel te liggen, van een veel kleinere uitbreiding van het haven- en industriecluster Moerdijk, waarin het dorp wellicht kan blijven bestaan. Dat roept natuurlijk veel vragen op. Hoe kan dit? Hoe kan een proces dat zo ver gevorderd leek, ineens toch nog een heel andere afslag nemen? Betekent dit dat de oorspronkelijke onderbouwing niet compleet was? Of zijn er nieuwe inzichten gekomen en, zo ja, welke dan precies? Graag een reactie van de staatssecretaris daarop.
Voorzitter. Natuurlijk is het verstandig om alternatieven serieus te onderzoeken als daar aanleiding voor is, maar een zorgvuldig besluitvormingsproces vraagt ook om transparantie. Bewoners moeten kunnen begrijpen waarom het gesprek vandaag wezenlijk anders is dan een aantal maanden geleden.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Jumelet doet nu in zijn vraag aan het kabinet of die plannen niet helemaal helder waren, maar in de debatten die we hierover gehad hebben, is toch al duidelijk geworden, door de vragen die wij daarover stelden, dat nagenoeg al die plannen boterzacht waren en alleen nog maar op papier bestonden, en dat er zelfs niet eens opdrachtgevers aan gekoppeld waren?
De heer Jumelet (CDA):
Ik kan de opmerking van de heer Vermeer volgen. Dat is ons inmiddels ook duidelijk geworden, ook door de schriftelijke beantwoording. Maar ik vind het belangrijk om dat hier nog eens door de staatssecretaris te laten zeggen, zodat voor iedereen duidelijk wordt waarom deze keuze voorligt. Waarom gaan we van nu 450 hectare naar om en nabij de 230 hectare? Gisteren waren we bij een bijeenkomst van Moerdijkers, bij de gemeenteraad. Daar werd ook gezegd: er hangen 290 hectares boven de markt. Nou, duidelijkheid verschaffen naar elkaar is denk ik ook onze opdracht. Daarom stel ik toch nog een keer die vraag aan de staatssecretaris.
De heer Vermeer (BBB):
Bedoelt de heer Jumelet dan ook aan het kabinet te vragen of het klip-en-klaar is dat er voor die 230 hectare aanvragen voor vergunningen klaarliggen en dat er een opdrachtgever bekend is, of gaat het alleen over zaken daarboven?
De heer Jumelet (CDA):
Volgens mij is juist in het derde scenario, waar wij op 29 mei over zijn geïnformeerd, naar voren gekomen dat over die 230 hectare in ieder geval helderheid, of meer zekerheid, is. Onze vraag is natuurlijk: hoe zit dat nou precies? Dat is ook de vraag aan de staatssecretaris. Het gaat dus over het totaal van het verhaal, die 450 hectare. Het lijkt me belangrijk voor het debat dat we hier voeren om dat nog eens even goed toe te lichten.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Een afrondende vraag. Vindt het CDA het ook belangrijk dat daar knaken bij horen en dat het niet alleen maar taken zijn?
De heer Jumelet (CDA):
Als het gaat om leefbaarheid, als het gaat over de toekomst van het dorp, denk ik dat het belangrijk is … Dat is ook in het debat al naar voren gekomen en door PRO ingebracht. De leefbaarheid is belangrijk, denk ik. We hebben niks aan een dorp dat uiteindelijk een antwoord krijgt over een scenario waar dan niet in geïnvesteerd kan worden. Dus ik kan me goed voorstellen dat we daar met elkaar over spreken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Kan de heer Jumelet een antwoord geven op de vraag wie er eigenlijk om deze plannen heeft gevraagd?
De heer Jumelet (CDA):
Welke plannen?
De heer Jimmy Dijk (SP):
De plannen die nu voorliggen. Dan heb ik het over het uitbreiden van de industrie en het aanleggen van kabels.
De heer Jumelet (CDA):
We constateren met elkaar dat er een aantal ruimteclaims zijn. We zien dat de industrie verduurzaamt. In de schriftelijke beantwoording hebben we gezien dat het gaat over elektrolysers, over kabels, over hoogspanningsstations, over circulaire economie en over wat daarvoor nodig is. Ik denk dat dat, gegeven de industrie en de hele economie op dit moment, aan de orde is. Vervolgens is de constatering dat dat wellicht zou betekenen dat Moerdijk daarvoor moet wijken. Maar ik ben blij dat nu ook een derde scenario voorligt, waarmee we toch misschien een andere keuze kunnen maken met elkaar. Dus in antwoord op uw vraag: we zien in ieder geval dat het nodig is dat er verduurzaming plaatsvindt, op energiegebied, in de transitie, maar ook in onze economie.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Maar …
De voorzitter:
Tja, als u twee gesloten vragen stelt, dan is …
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, u zegt dat ik het kort moet doen. Dan doe ik dat en dan krijgen we dit.
De voorzitter:
Ja …
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik zal mijn vraag stellen. Dan kijken we daarna nog wel even verder. Het antwoord op de vraag is helder: de bewoners van Moerdijk hebben er in ieder geval niet om gevraagd. Dus die belangen zijn hierbij niet gediend. De heer Jumelet toont bezorgdheid — terecht, vind ik — over hoe het nou kan dat er toch in één keer een derde scenario is. Zou het dan kunnen dat er toch gekeken is naar een derde scenario vanwege de druk die uitgeoefend wordt vanuit de samenleving en de politiek en dat er toch meer mogelijk blijkt te zijn? Geeft dat de heer Jumelet niet een reden om zo meteen een motie van de SP mede in te dienen of te steunen die gewoon zegt: het dorp Moerdijk moet blijven? Dan gaan we even kijken wat we anders kunnen doen met de industrie, de energietransitie en al die andere belangen, zonder dat het dorp Moerdijk daar slachtoffer van is. Dat zou namelijk een antwoord kunnen zijn op de vraag: wiens belangen worden er gediend en wie heeft hierom gevraagd?
De heer Jumelet (CDA):
Het is geen doel op zich om het dorp Moerdijk te laten verdwijnen. Ik denk dat het goed is om te constateren dat de basishouding zou moeten zijn dat het een leefbaar dorp is. Vervolgens ga je met elkaar constateren of dat nog leefbaar is, met alle plannen en ideeën die er zijn voor die opgave, die ook aan de orde is, ten aanzien van de energietransitie, verduurzaming en de circulaire economie. Ik denk dat het van belang is dat je met elkaar constateert wat er nu voorligt. Ik zei al dat het CDA ook verrast is over dit opnieuw te onderzoeken scenario. Maar tegelijkertijd zeg ik ook maar dat het mij wel een goed gevoel geeft dat dit een mogelijkheid zou kunnen zijn. Ik denk dat het van belang is om daar duidelijkheid over te krijgen, want niemand zit erop te wachten dat we over een heel aantal jaren toch weer terugkomen op het punt: moet Moerdijk wijken? Daarom vraagt de motie die de heer Grinwis in het vorige debat heeft ingediend om duidelijkheid. Ik denk dat de Moerdijkers en de hele gemeente Moerdijk behoefte hebben aan duidelijkheid op dit punt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb hier de beantwoording van het kabinet voor me liggen. De heer Jumelet zegt net: er is bijvoorbeeld ruimte nodig voor een hoogspanningsstation. In de beantwoording staat letterlijk: het hoogspanningsstation en aanlanding van wind op zee zijn concreet en planologisch in voorbereiding; daar is al een andere plek voor gevonden. Dat is in ieder geval dus niet nodig. Dan hoor ik de heer Jumelet zeggen dat er naar scenario drie moet worden gekeken. Vindt hij dat het kabinet hier de noodzaak aantoont waarom er überhaupt meer hectare af moet?
De heer Jumelet (CDA):
Ik dacht "die vraag komt misschien wel", dus ik heb even de tekst meegenomen die u nu voorleest; soms gaan die dingen zo.
De voorzitter:
"Mevrouw Teunissen" bedoelt u.
De heer Jumelet (CDA):
Mevrouw Teunissen. Volgens mij staat er "een aantal energie-infrastructuurprojecten, zoals het hoogspanningsstation en aanlanding van wind op zee, is concreet en planologisch al in voorbereiding". Dat betreft volgens mij het aantal hectare dat nu moet worden gerealiseerd. Daarnaast gaat het over circulaire economie, kritieke grondstoffen enzovoort, wat uiteindelijk nog vertaald moet worden in concrete plannen. Daarover wordt gezegd: we gaan kijken of dat op die plek nog moet gebeuren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Met alle respect, maar dan heeft de heer Jumelet het gewoon niet goed begrepen. Het hoogspanningsstation en het aanlandingsproject hebben al een plek gekregen. Daar gaan die hectaren helemaal niet over. Je zou toch mogen verwachten dat als we het over 240 hectare hebben, het kabinet ook duidelijk maakt waarom dat nodig is. Het enige wat hier staat, is: minder concrete plannen voor de circulaire economie. Is het CDA daar serieus tevreden mee?
De heer Jumelet (CDA):
Ik laat maar even zien wat voor document ik hier voor me heb liggen. Of ik het verkeerd begrepen heb, laat ik maar even in het midden. Ik heb begrepen dat bij de circa 230 hectare de uitbreiding van het hoogspanningsstation hoort, twee locaties voor de procedure voor aanlanding van wind op zee, met 12 hectaren enzovoort, enzovoort; ik kan het oplezen. Maar ik denk dat het goed is dat er goed gekeken wordt naar wat er werkelijk nodig is, wat in procedure is en wat misschien nog niet op die manier is vastgelegd. Volgens mij is het kabinet nu aan het kijken of dat een mogelijkheid is. Dat heb ik gezien als scenario C. Daar ben ik ook benieuwd naar. Ik vond de beantwoording nog niet optimaal, zal ik maar zeggen, want het wordt nog wel in het midden gelaten met "dat gaan we onderzoeken". Maar op dit moment is dat wat het is. Wij zijn erg benieuwd wat het gaat betekenen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
We worden gewoon met een kluitje in het riet gestuurd. Er ligt op geen enkele manier een concreet plan voor waarom er noodzaak is om uit te breiden met 240 hectare ten koste van een dorp. Die noodzaak wordt op geen enkele manier aangetoond! Het CDA gaat daar dus gewoon in mee. Dan even terug naar de kern. Het CDA is medeverantwoordelijk voor dit bestuurlijk falen. Dus de vraag luidt als volgt. Het CDA heeft altijd gestaan voor de gemeenschappen. Dat is altijd een kernwaarde geweest van het CDA. Nu ligt hier een totaal vaag plan, en dan zegt het CDA: daar gaan we gewoon in mee. Waar is het belang van de gemeenschap bij de heer Jumelet in deze discussie?
De heer Jumelet (CDA):
Ik herken helemaal niet wat mevrouw Teunissen zegt. Volgens mij voeren we dit debat juist met elkaar om de genoemde reden. We hebben scenario A en B, maar we hebben ook scenario C. Laten we daar goed naar kijken. Ik was in ieder geval benieuwd wat scenario C betekent, want dat zou betekenen dat het dorp Moerdijk behouden kan worden. Het uitgangspunt waar we op dit moment met elkaar over spreken is volgens mij dat daar goed over gesproken gaat worden met de gemeente en de provincie.
De heer Clemminck (JA21):
De heer Jumelet heeft het onder andere over leefbaarheid en zorgvuldigheid. Is de situatie van vandaag in Moerdijk leefbaar volgens de heer Jumelet, dus niet de situatie in de toekomst, maar op dit moment? Is het een leefbaar dorp? Is het proces tot nu toe zorgvuldig geweest in de ogen van de heer Jumelet?
De heer Jumelet (CDA):
Wat betreft de vraag of het leefbaar is: ik hoor in ieder geval heel veel verhalen uit het dorp Moerdijk dat men daar ontzettend trots is op wat men heeft. Ik ga geen expliciete uitspraken doen of het wel of niet zo is. Volgens mij zeggen de mensen in Moerdijk zelf dat het heel erg belangrijk is dat hun dorp kan blijven bestaan. Ze willen natuurlijk wel investeringen; dat moge duidelijk zijn. Ik vind de leefbaarheid heel erg belangrijk. Daar werd zojuist ook door anderen op gewezen. Het is ontzettend belangrijk om daar duidelijkheid over te krijgen, want duidelijkheid over de toekomst geeft ook duidelijkheid over de leefbaarheid.
De heer Clemminck (JA21):
Ik heb nog geen antwoord gehad op de vraag of het proces zorgvuldig was. Dat wachten we even af. Maar volgens mij is de huidige situatie in Moerdijk gewoon een leefbare situatie. Dat krijgen we toch mee uit Moerdijk: dat ze trots zijn op hun eigen identiteit, op hun samenleving en op de voorzieningen. Dan is het toch goed? Dat betekent dat de toekomst, alle ontwikkelingen die nog gaan plaatsvinden, inbreuk doet op de leefbaarheid. Als het CDA leefbaarheid zo belangrijk vindt, is de situatie van vandaag dus een betere situatie dan wellicht in de toekomst het geval is.
De heer Jumelet (CDA):
Toch zeg ik er ook bij dat het ons, denk ik, allemaal wel wat doet dat er op dit moment die grote onzekerheid is in het dorp. Leefbaarheid in zijn algemeenheid? Natuurlijk. Mensen zijn trots. Dat hebben ze ons verteld en dat hebben ze u verteld. Tegelijkertijd moeten we constateren dat er grote onzekerheid is. Gisteren waren we samen bij een bijeenkomst over Moerdijk. Uit de verhalen daar bleek ook dat dit juist het grote punt is. Men zegt "geef duidelijkheid", maar zegt ook "geef ons daarna dan ook zekerheid".
Over zorgvuldigheid gesproken, als ik die vraag ook nog mag beantwoorden: dat is altijd lastig. We hebben net al even horen zeggen dat het een beetje een zigzag is wat er gebeurt. Ik vind het niet fraai; laat ik dat zeggen. Zorgvuldig? Ik denk dat iedereen zijn best heeft gedaan, ook in het verleden. Maar als je terugkijkt, is het niet fraai, zeker als het gaat om de inwoners van Moerdijk en wat zij hebben meegemaakt en nog steeds meemaken.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Jumelet (CDA):
Een vraag aan de staatssecretaris is: waar koerst het kabinet nu op? Welk scenario heeft op dit moment de voorkeur? Waar wordt naartoe gewerkt? Op basis van welke inhoudelijke criteria wordt de definitieve keuze straks gemaakt? Voor het CDA is het van groot belang dat dit geen besluit wordt van alleen het Rijk. Het gaat om een gebied waar nationale, provinciale en lokale belangen samenkomen. Dan moeten de uiteindelijke keuzen ook gezamenlijk worden gedragen door Rijk, provincie en gemeenten. Alleen zo ontstaat een besluit dat maatschappelijk en bestuurlijk houdbaar.
Ik hoor graag van de staatssecretaris wat daarin de volgende stappen zijn en wanneer hij verwacht samen met de regio tot een definitief besluit te kunnen komen. Ik roep het kabinet ook op om ervoor te zorgen dat het een toekomstbestendig besluit wordt. We mogen inwoners niet opnieuw in onzekerheid brengen doordat we over vijf of tien jaar constateren dat de uitgangspunten toch weer zijn veranderd. Mensen hebben recht op duidelijkheid die ook standhoudt.
Voorzitter. Moerdijk is een voorbeeld van een complexe ruimteclaim, waarmee we in ons land nog veel vaker te maken krijgen. Op veel meer plekken stapelen de ruimteclaims zich op. Woningbouw, industrie, energie, infrastructuur, een gezonde leefomgeving: het vraagt allemaal om ruimte. Maar dit alles past niet op dezelfde vierkante meter. Daarover heb ik een aantal vragen aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Welke lessen trekt zij uit Moerdijk? Hoe gaat zij vanuit haar regierol te werk bij al die complexe ruimteclaims en de moeilijke keuzen die daarbij moeten worden? Hoe ziet zij die rol bij bijvoorbeeld de Nota Ruimte? Ik hoor ook graag van de minister wat er gebeurt als uiteindelijk blijkt dat de ruimteclaim voor Moerdijk een stuk kleiner wordt dan eerder werd voorzien. Welke gevolgen heeft dat dan voor de Nota Ruimte? Hoe wordt die aangepaste ruimtebehoefte dan daarin verwerkt?
Afsluitend, voorzitter. Moerdijk vraagt om meer dan een ruimtelijke afweging. Het vraagt om een overheid die eerlijk is over dilemma's en onzekerheid, uitlegt waarom inzichten veranderen en vervolgens ook de verantwoordelijkheid neemt om knopen door te hakken. Het vraagt niet om een overheid die bestaat uit verschillende bestuurslagen die ieder hun eigen verhaal vertellen, maar om een overheid die als één overheid optrekt. Inwoners mogen ook verwachten dat overheden gezamenlijk keuzes maken en daar vervolgens gezamenlijk voor staan. Alleen dan ontstaat hopelijk vertrouwen, niet alleen in Moerdijk, maar overal op de plekken waar moeilijke ruimtelijke keuzes gemaakt moeten worden.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Müller namens de VVD in de eerste termijn.
Mevrouw Müller (VVD):
Voorzitter. Het dossier Moerdijk ligt op het snijvlak van alles wat ons op dit moment in Nederland ruimtelijk uitdaagt. Het gaat hier over strategische uitbreiding van het haven- en industriecluster, de grondstoffen- en energietransitie, het versterken van de strategische autonomie van Nederland en, bovenal, over een gezonde en leefbare woonomgeving voor de inwoners van Moerdijk. Zij worden namelijk al jaren geconfronteerd met vragen over hun toekomst. Kan ik hier blijven wonen? Zo ja, is mijn dorp dan ook leefbaar? Ook voor de inwoners van de andere dorpskernen in de gemeente spelen dezelfde vragen. Voor de VVD staat vandaag voorop dat zij duidelijkheid moeten krijgen. De bewoners verkeren al te lang in onzekerheid.
De afgelopen jaren is gewerkt aan een zware afweging: is er met alle ruimtelijke ambities in dit land ruimte voor een leefbaar dorp? Er werden twee richtingen onderzocht. Na onderzoek spraken het college en de gemeenteraad uit dat de oostelijke uitbreidingsvariant de meest logische was. Dat zou betekenen dat het dorp Moerdijk op termijn niet langer zou kunnen bestaan. Een pijnlijk scenario, maar de gemeente sprak uit: als we dit doen, dan is opheffen met een ruimhartige uitkoopprocedure de enige realistische procedure om inwoners duidelijkheid te bieden.
En toen kwam de Kamerbrief van de staatssecretaris. Nu ligt er een nieuw derde scenario op tafel. Er zou mogelijk minder ruimte nodig zijn voor het haven- en industriegebied. Het dorp hoeft misschien toch niet te verdwijnen. Laat ik helder zijn. Als het dorp Moerdijk kan blijven bestaan en de nationale ambities kunnen worden waargemaakt, dan is dat mooi nieuws. Maar de VVD-fractie kijkt hier met een gezonde dosis pragmatisme en ook met de nodige scepsis naar. Dit besluit mag niet genomen worden op basis van wensdenken. Ik wil de staatssecretaris dan ook een aantal concrete vragen stellen.
Ten eerste de harde cijfers. Waarop baseert de staatssecretaris de verwachting dat het haven- en industriecluster in de toekomst minder fysieke ruimte nodig heeft? Hoe hard is die inschatting. Is er inderdaad minder ruimte nodig voor de uitbreiding of wordt ervoor gekozen om een aantal plannen niet te realiseren en leidt dit tot minder ruimtegebruik? Zo ja, om welke onderdelen gaat het? Als deze plannen niet in Moerdijk worden gerealiseerd, worden ze dan elders in het land opgevangen? Hoe kijkt de minister van VRO hiernaar? Een jaar geleden gaf het toenmalige kabinet nog aan dat 450 hectare uitbreiding onafwendbaar was. Wat is er in de tussentijd gebeurd? De VVD wil de garantie dat we niet over vijf jaar alsnog moeten concluderen dat de ruimte te krap is, waardoor we de nationale ambities niet halen en we alsnog moeten kijken of het dorp moeten worden opgeheven. Graag een reactie.
Ten tweede de leefbaarheid. Als het dorp blijft bestaan onder het nieuwe scenario, hoe voorkomen we dan dat het volledig wordt ingebouwd door energie-infrastructuur en industrie? Hoe garandeert het kabinet dat het dorp straks niet alleen op papier blijft bestaan, maar dat het er daadwerkelijk gezond en aantrekkelijk wonen blijft? Houdt het kabinet daarbij ook rekening met geluid? Ik kijk nadrukkelijk verder dan alleen de leefbaarheid van het dorp Moerdijk. De gemeente maakt zich namelijk ook grote zorgen over de leefbaarheid van de andere dorpskernen. De angst leeft dat dit derde scenario leidt tot versnipperde uitbreiding in meerdere richtingen, waardoor juist meer dorpskernen en een groter deel van het buitengebied worden geraakt. Hoe weegt de staatssecretaris deze signalen uit de regio mee? Hoe zorgt hij dat het lokale draagvlak niet volledig verdampt?
Tot slot over het proces. Inwoners, ondernemers en agrariërs in Moerdijk verkeren al veel te lang in onzekerheid. Het heen en weer bewegen met scenario's tast de geloofwaardigheid van de overheid aan. Er is duidelijkheid nodig. Maar die duidelijkheid moet ook zorgvuldig zijn. Als blijkt dat er door deze nieuwe wending eind juni nog geen gedragen besluit kan liggen, neem dan die extra tijd, maar communiceer daar helder over. Hoe ziet het proces er de komende tijd uit? Ik neem aan dat er een nieuw weegmoment moet komen. Wanneer is dat voorzien? Hoe gaat de weging van de scenario's eruitzien? Komt daar een afwegingskader voor? Ik wil graag een toezegging dat het voor de Kamer heel duidelijk wordt waarom het kabinet uiteindelijk kiest voor een bepaald scenario.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit kennen we inmiddels: heel veel vragen stellen aan het kabinet, maar zelf geen duidelijkheid geven, waardoor de onzekerheid bij de bewoners blijft bestaan. Als er één partij is die ervoor heeft gezorgd dat economische belangen boven die van Moerdijk gaan, dan is het wel de VVD. We hebben in 2013 de commissie-Nijpels gehad, ook een VVD'er, die toen heeft gekozen voor Port of Moerdijk 2030. Dan zou het dorp wel kunnen blijven bestaan maar dan zou er ook economische expansie kunnen plaatsvinden. We hebben gezien waar dat toe heeft geleid: aantasting van de leefbaarheid. We zien dat de fossiele industrie de hele tijd meer ruimte krijgt door de VVD. De vraag is: is mevrouw Müller het ermee eens dat we nu eindelijk eens een keer serieus moeten kijken naar keuzes voor de toekomst van de industrie?
Mevrouw Müller (VVD):
De grote projecten die voorliggen, zijn bijvoorbeeld een hoogspanningsstation en aanlanding van wind op zee. Dat zijn hele grote projecten die nodig zijn voor het land, om straks huizen in Brabant en in Zuid-Nederland te kunnen aansluiten op het net. Om nu te doen alsof het alleen gaat om fossiele industrie … Dat is niet het hele reële beeld. Ik vind het gek dat u dat zo schetst.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
We hebben het er net over gehad: de hoogspanningen en de windaanlanding. Dat is allemaal ingepast. Daar gaat het niet om. Het gaat over die vele honderden hectares die zogenaamd nodig zijn voor de autonome groei. Dat is precies het VVD-verhaal en het verhaal van Shell: die fossiele industrie moet maar blijven uitbreiden ten koste van alles. De vraag is: wanneer komt de VVD eens een keer tot het inzicht dat we keuzes moeten maken, dat het niet zo kan zijn dat we én de fossiele industrie én de schone energie alle ruimte geven? Is mevrouw Müller bereid om een voorstel van mij te steunen voor een concreet afbouwpad van de fossiele industrie, zodat er ruimte ontstaat voor de industrie van de toekomst?
Mevrouw Müller (VVD):
U probeert het altijd …
De voorzitter:
Mevrouw Müller, spreekt u via de voorzitter?
Mevrouw Müller (VVD):
Sorry. Mevrouw Teunissen probeert altijd te doen alsof er een keuze is tussen mensen in gemeenten en de fossiele industrie, terwijl we allemaal weten dat we de komende tien, twintig of dertig jaar nog afhankelijk zijn van die industrie. Voor de VVD is belangrijk dat er voor onze strategische autonomie ook ruimte voor de industrie in het land is.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Mevrouw Teunissen creëert die tegenstelling niet. Er liggen stapels rapporten van wetenschappers, waaronder de Wetenschappelijke Klimaatraad, die zeggen dat we keuzes moeten maken om Nederland leefbaar te houden, maar ook om ons verdienvermogen als Nederland te houden. Daar kiest de VVD niet voor. De VVD blijft zich vastklampen aan de fossiele industrie, blijft fossiele subsidies geven aan Shell zodat Shell daar kan blijven bestaan, en wil ook nog een miljard aan belastinggeld over de balk smijten om een heel dorp uit te kopen. Dat is echt een doodlopende weg. Ik roep mevrouw Müller op om als VVD een keer te kiezen voor de industrie van de toekomst in plaats van zich vast te klampen aan een doodlopende weg.
Mevrouw Müller (VVD):
Die oproep kan zij doen, maar tegelijkertijd staat voor ons voorop dat er belangrijke strategische afwegingen liggen waar heel zorgvuldig naar gekeken moet worden, dat er nationaal belang is bij de industrie en bij de haven waarvoor we niet kunnen weglopen, en dat er een heel zorgvuldig besluit genomen moet worden, wat voor scenario er uiteindelijk ook wordt gekozen.
De heer Vermeer (BBB):
Mevrouw Müller geeft terecht aan dat we niet kunnen weglopen voor nationale belangen. Maar we kunnen ook niet weglopen voor lokale belangen. Vindt de VVD dat het dorp Moerdijk moet blijven bestaan, ja of nee?
Mevrouw Müller (VVD):
Als het zou kunnen blijven bestaan met de garantie dat we over vijf, tien of vijftien jaar niet weer terugkomen met dezelfde vraag, namelijk: het past niet, we moeten het dorp toch opheffen. Dat wil de VVD echt niet. Als er ruimte voor het dorp is en als het leefbaar is voor lange tijd, dan is dat hartstikke mooi, maar als ik die garantie niet krijg, dan moeten we ook eerlijk zijn en het andere scenario overwegen.
De heer Vermeer (BBB):
Snapt mevrouw Müller dat wij daar als Tweede Kamer zelf over gaan en dat wij bepalen of bepaalde zaken wel of niet doorgaan? Of Moerdijk wel of niet blijft bestaan, is geen gevolg van een natuurverschijnsel. Het is een gevolg van een politieke keus. Het is de Tweede Kamer die zegt dat het dorp moet blijven bestaan en dat de oplossingen maar op een andere plek gezocht moeten worden. Elektrolysers en accupakketten kunnen overal staan, het liefst zelfs nog dichter bij de aanlanding, dus in de Tweede of Eerste Maasvlakte, dat maakt mij geen bal uit. Is mevrouw Müller dat met mij eens?
Mevrouw Müller (VVD):
Zo makkelijk vind ik dat niet. Het gaat over hele grote energieprojecten die nodig zijn om ervoor te zorgen dat Nederland voorzien kan blijven worden van stroom en energie. Deze Kamer vindt in meerderheid dat er ook ruimte moet zijn voor industrie. Dat zijn hele grote ruimtelijke vraagstukken, waarvan we niet kunnen zeggen: die zetten we wel ergens op een andere plek. Als dat kan, is dat heel mooi, maar het is aan het kabinet om ervoor te zorgen dat dat ook daadwerkelijk past. Ik roep het kabinet op om gezamenlijk, met de gemeente en de provincie, tot een besluit te komen dat door iedereen gedragen kan worden. Dan gaan wij daarna als Kamer beoordelen hoe we daartegenover staan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Buiten de vraag om of die elektrolysers ooit van de grond komen, is het toch gewoon een keuze van de Tweede Kamer. De VVD kan niet de ene keer zeggen: dit willen we als VVD en dat willen we in een programma plaatsen, en vervolgens, als de keuze hier in de Kamer voorligt, zeggen: dat moet het kabinet maar beslissen.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik vind de keuze niet zo makkelijk. Ik heb met veel mensen uit de gemeente gesproken. Zij zeggen dat als ze voor zo'n nieuw scenario gaan, waarbij het dorp kan blijven, de Rijksoverheid een soort Pac-Man is die overal in de gemeente stukjes opeist. Dat is voor mij ook geen uitkomst. Ik wil dat daar zorgvuldig naar gekeken wordt en dat er zorgvuldig plannen worden gemaakt. Zodra die plannen er liggen, kunnen we die op hun merites beoordelen. Maar op basis van de feiten die ik nu voor me heb, kan ik dat nog niet doen.
De heer Flach (SGP):
Elke politieke partij redeneert vanuit een vertrekpunt. Voor de SGP is het behoud van iets krachtigs als die kleine lokale gemeenschappen belangrijk. Het vertrekpunt van de VVD is me nog niet helemaal duidelijk. Ik hoor zeggen: als het echt met minder ruimtebeslag kan en niet ten koste gaat van onze nationale ambities, zou het dorp kunnen blijven bestaan. Maar wat weegt het zwaarst: behoud van de lokale gemeenschappen of de nationale ambitie?
Mevrouw Müller (VVD):
Voor de VVD-fractie weegt het duidelijkst dat als het dorp kan blijven bestaan, het leefbaar moet zijn. Er moeten niet, als een soort incrementeel pad, elke keer weer om de andere dorpskernen heen, extra nieuwe grootschalige projecten gepland worden die veel geluidsoverlast geven. Voor mij moet de leefbaarheid vooropstaan. Ik kan nu dus niet zeggen: we beginnen sowieso met het behoud van het dorp.
De heer Flach (SGP):
Wat mevrouw Müller zegt, is op zich terecht. De consequenties in de rest van de gemeente zijn inderdaad ook groot, in een aantal andere gevallen. Dat snap ik. Zou dat voor de VVD ook kunnen betekenen dat de ambities aangepast worden, hetzij in omvang, hetzij in tempo?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik vind dat lastig, omdat een aantal van deze ambities echt nodig zijn om Zuid-Nederland van stroom te voorzien. Ik vind dat eerlijk gezegd heel moeilijk om te doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Ik vraag dit omdat de energietransitie nog maar in de kinderschoenen staat. De ontwikkelingen gaan door. We maken nu gebruik van allerlei lelijke dingen, zoals zonneparken en windmolens. Wie weet kunnen we over tien jaar met allerlei nanofolie aan de slag en hoeven al die grote landschappelijke ingrepen niet meer. We weten nu gewoon nog niet hoever die innovatie dan is. Dan zou je dit soort ingrijpende besluiten toch maximaal moeten uitstellen en moeten kijken of je je ambitie temporiseert of aanpast aan de stand van techniek?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik zie dat anders. Ik wil dat besluiten zorgvuldig genomen worden, maar denk ik dat je mensen niet nog vijf, tien of vijftien jaar in onzekerheid kan houden. Dan heb ik op een gegeven moment liever gewoon duidelijkheid, op een goeie, ruimhartige manier.
De heer Clemminck (JA21):
Vorig jaar nam het college van Moerdijk een heel moedig besluit. Toen keken ze om zich heen. Waar was de gedeputeerde? Waar was de minister? Die waren nergens te bekennen. Hoe beoordeelt de VVD de zorgvuldigheid van dit proces vanuit het Rijk?
Mevrouw Müller (VVD):
Daar heb ik ook een aantal kritische vragen over gesteld. Dat was voor de gemeente heel erg vervelend. Dat kan ik me heel erg goed voorstellen. Daar heb ik zeker kritische vragen over gesteld.
De heer Clemminck (JA21):
Vragen zijn altijd leuk, maar wat is de beoordeling van de VVD?
Mevrouw Müller (VVD):
Nou ja, dat dit niet helemaal netjes is gegaan en dat we het liever heel anders hadden gezien.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Zijn er volgens mevrouw Müller alternatieven mogelijk waardoor het dorp Moerdijk kan blijven bestaan?
Mevrouw Müller (VVD):
Dat is het scenario dat nu wordt uitgewerkt, dus ik denk dat dat scenario er inderdaad is.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik stel die vraag, want als ik naar de VVD en mevrouw Müller luister, lijkt het net alsof ze er geen invloed op heeft. Dat lijkt het alsof dit een soort autonome ontwikkeling is waar de politiek van een afstandje naar zit te kijken en "jeetje, er komt een scenario aan en we moeten maar eens kijken of er een nog nieuw scenario komt" bij denkt. U hebt er toch zelf invloed op? U kunt toch vanaf hier, vanachter het spreekgestoelte, zeggen: ik vind als VVD'er dat het dorp Moerdijk niet moet wijken voor deze ruimtelijke ontwikkeling? Als u dat zegt — ik probeer met u mee te denken — dan zou dat in de geest van de VVD zijn. Dan dagen we die partijen uit om zo innovatief te zijn dat ze met alternatieven komen. Bent u het met mij eens dat we moeten eisen dat dat gebeurt om het dorp Moerdijk te kunnen behouden?
De voorzitter:
"Is mevrouw Müller het daarmee eens?"
Mevrouw Müller (VVD):
Ik begrijp waar de heer Jimmy Dijk naar probeert te vragen. Tegelijkertijd staat voor mij voorop dat ik niet hier een keuze kan maken en kan zeggen dat het sowieso behouden blijft als ik niet zeker weet of het dorp over tien jaar nog leefbaar is. Er komen hele grote ruimtelijke vraagstukken in die regio samen die echt nodig zijn voor het land. Zolang ik niet zeker weet dat we niet over tien jaar terugkomen bij die mensen met "sorry, er was toch te weinig ruimte en we gaan jullie toch weer in die onzekerheid brengen", ga ik de keuze die u mij nu voorlegt, niet maken.
De voorzitter:
Afrondend, via de voorzitter.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan komen we weer terug bij de hamvraag van vandaag. Die is: kies je ervoor het dorp te behouden, omwille van de mensen en de gemeenschap, of kies je voor ruimtelijke ontwikkelingen, die blijkbaar allemaal daar plaats moeten vinden, en de economische belangen van de industrie? Dan is het dus helder waar de VVD voor kiest. Mensen krijgen bij de VVD nu geen zekerheid, niet over vijf jaar, niet over tien jaar, niet in de afgelopen vijf jaar, niet in de afgelopen tien jaar en niet in de afgelopen twintig jaar. U kiest namelijk altijd voor de belangen van de industrie. Dat mag, maar dan moet u dat zeggen.
De voorzitter:
Mevrouw Müller.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik denk dat dat samen kan, maar dan moet je ze wel uitdagen.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik kies niet altijd voor de industrie. Ik zet hier juist de leefbaarheid voor de mensen in de gemeente Moerdijk voorop. Ik kijk daarbij verder dan alleen naar de mensen in het dorp, maar ook echt naar de dorpskernen daaromheen. Als er een soort incrementeel tijdpad komt met telkens meer geluid, meer hinder en allerlei bouwwerkzaamheden om deze mensen heen, dan ga ik die keuze niet maken. Ik laat het aan het kabinet om dat wel zorgvuldig te doen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Als er één constante was in de afgelopen zestien jaar, dan was het wel dat de VVD in het kabinet zat, dat de VVD deel uitmaakte van het kabinet. Misschien deed collega Müller dat niet, maar haar partij wel. Ik snap gewoon niet dat er nu een alternatief scenario op tafel is gekomen, terwijl een jaar geleden, op 11 juni, tijdens het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving een heel ander verstrekkend scenario op tafel lag met een enorme ruimteclaim op Moerdijk. Daarbij voelde de gemeente Moerdijk zich met de rug tegen de muur staan en is die vervolgens een besluit gaan nemen. Nu ligt het totaal anders. Deze VVD was erbij.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Hoe kan dat?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik snap dat ook niet. Daarom heb ik er vragen over gesteld.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Vindt mijn collega dan ook niet dat dit gokken is met het lot van Moerdijk en de Moerdijkers, en dat dit een onverantwoorde manier van met elkaar omgaan is, ook bestuurlijk? Ik bedoel dat je als Rijk, provincie en gemeente in een bestuurlijk overleg A zegt en vervolgens, als de gemeente daarop acteert, iedereen daarvan wegdraait en B zegt. Het is heel onzorgvuldig. Het is fantastisch als het dorp Moerdijk kan blijven bestaan. Daar ben ik erg voor. Maar dan moet het wel op basis van een goed verhaal en een heel verhaal. Dan moet er ook verantwoording worden afgelegd over wat er een jaar geleden mis is gegaan. Hoe kijkt mevrouw Müller daartegen aan?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik ben het eerlijk gezegd geheel eens met de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik hoop dan dat er zo meteen vanuit vak K een heel goed verhaal op dit punt komt, want hier is iets heel grondig misgegaan. We zijn vandaag in rep en roep over iets heel fundamenteels, namelijk het leefbaar voortbestaan van het dorp Moerdijk, maar ook van alle andere dorpen in de gemeente Moerdijk. Dat is wel op het spel gezet, want het heeft materieel heel veel effect gehad voor de mensen die daar nu wonen, daar nu hun toekomst bouwen en met hun handen in het haar zitten, zo van: "Wat is het nou met onze overheid? Kunnen we die nog vertrouwen? Is die nog een beetje stabiel? Of verandert het en is het een beetje: zoals de wind waait, waait mijn jasje?"
Mevrouw Müller (VVD):
Ik onderschrijf die woorden.
Voorzitter, ik rond af.
De voorzitter:
Heel kort, want u bent bijna door uw spreektijd.
Mevrouw Müller (VVD):
Wat de VVD betreft komt het kabinet tot een oplossing die kan rekenen op gezamenlijk draagvlak van het Rijk, de provincie en de gemeente. Alleen dan bouwen we aan een houdbare toekomst voor de inwoners. Ik wens het kabinet daar veel wijsheid bij en kijk uit naar de beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Müller. Het woord is aan de heer Klos, die spreekt namens D66.
De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. Waar besluiten worden genomen over het thuis en de toekomst van mensen, wordt van de overheid uiterste zorgvuldigheid gevraagd. Maar wat zien we nu feitelijk gebeuren? De gemeenteraad had het moeilijke besluit al genomen op basis van jarenlange discussies over de nationale opgave in Moerdijk, toen het vorige kabinet plotseling op de pauzeknop drukte. Midden in die slepende onzekerheid legt de staatssecretaris nu een nieuw scenario op tafel. Ik twijfel niet aan zijn oprechte wens om het goede te doen voor Moerdijk, maar de vraag is wel of dat hiermee daadwerkelijk gebeurt. Daarom is het goed dat we dit debat vandaag voeren. D66 vraagt de staatssecretaris te bieden wat de inwoners van Moerdijk, het dorp en de gemeente, al tijden vragen van ons: duidelijkheid, zekerheid en perspectief.
Voorzitter. Het nieuwe scenario wekt onvermijdelijk de indruk dat de koers is verlegd. Laat ik helder zijn: als het dorp behouden kan blijven, is dat heel goed nieuws. Een dorp is meer dan een verzameling huizen, want mensen ontlenen er hun levensgeluk en hun identiteit aan. Maar het nieuwe scenario brengt ook nieuwe onduidelijkheid en onzekerheid. Na jaren van onderzoek, participatie en bestuurlijke afspraken ligt er opeens een andere route. Daarom vraag ik de staatssecretaris om duidelijkheid te geven.
Hoe is hij ineens tot dit nieuwe scenario gekomen? Zijn er nieuwe feiten, waar de Kamer nog niet van op de hoogte is? Of maakt de staatssecretaris een andere politieke weging? De nationale opgaven verdwijnen namelijk niet omdat er een nieuw scenario ligt. We willen in Nederland allemaal onafhankelijker, weerbaarder en sterker worden. Moerdijk zou daar een belangrijke rol in kunnen spelen. Als de opgaven niet in Moerdijk landen, betekent dit dat er elders ruimte gevonden moet worden. Daarom vraag ik welke opgaven dan elders een plek moeten vinden. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat het oplossen van onzekerheid in Moerdijk leidt tot nieuwe onzekerheid, op een andere plek?
Voorzitter. De inwoners van Moerdijk laten zich geen rad voor de ogen draaien en ook geen poot uitdraaien. Of er komt een eerlijk plan, met duidelijke voorwaarden, óf het plan gaat generatieslang in de ijskast. Zodra het kabinet een keuze heeft gemaakt, moet daar vooral zekerheid over zijn. De cyclische discussie over de toekomst van Moerdijk sleept al te lang voort en moet stoppen. De staatssecretaris schrijft dat hij geen juridische garanties kan geven voor het behoud van het dorp. Hoe zorgt hij dan voor langjarige zekerheid? Aan welke tijdshorizon denkt hij daarbij zelf?
De uitkomst moet hoe dan ook zijn dat de inwoners van Moerdijk het perspectief terugkrijgen van een fijn thuis, waar ze kunnen wonen, werken en hun leven opbouwen. De onzekerheid als gevolg van politieke besluiteloosheid heeft nu grote gevolgen. De leefbaarheid staat onder druk. Daarom vraag ik wat de staatssecretaris ook op korte termijn al gaat doen om de leefbaarheid in het dorp Moerdijk te beschermen en te versterken zolang de besluitvorming loopt. Perspectief gaat bovendien niet alleen over het dorp Moerdijk zelf, maar ook over de andere kernen en gebieden in de gemeente, die zich afvragen wat de plannen betekenen voor hun omgeving en leefbaarheid. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat ook zij duidelijkheid, bescherming en perspectief krijgen?
Voorzitter, tot slot. Voor veel inwoners van Moerdijk geeft dit nieuwe scenario niet alleen hoop, maar ook vragen. Eerst zien, dan geloven. Zo zit ik er ook in. Mijn fractie vraagt van deze staatssecretaris vandaag om meer duidelijkheid, zekerheid en perspectief. Laat de inwoners van Moerdijk en het hele land zien hoe het wél kan. Ik zie uit naar de beantwoording.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoor goede dingen van de heer Klos. Zo vraagt hij welke opgaven er eigenlijk binnen scenario drie aan de orde zijn. Dat is een goede vraag. Toch mis ik nog wel duidelijkheid in het verhaal van D66. Hij roept zelf op tot het geven van duidelijkheid en het maken van een einde aan onzekerheid. Dan is het ook heel erg fijn dat er coalitiepartijen zijn die hier echt de duidelijkheid geven dat ze net als de Partij voor de Dieren pal voor het behoud van Moerdijk staan. Ik zie dat niet gebeuren. De vraag is: kunt u aangeven dat u voor het behoud van Moerdijk bent?
De heer Klos (D66):
Ik ben daar voorstander van als het kan. Dat is de vraag die in het debat voorligt. Daarom vind ik dit ook zo'n verwarrend debat, omdat er een konijn uit de hoge hoed is gekomen, waarvan we nu moeten gaan horen hoe het eigenlijk uitwerkt, bijvoorbeeld op de rest van de gemeente, de andere kernen en de andere gebieden. Ik vind ook niet dat we de mensen een rad voor de ogen moeten draaien en moeten zeggen: ja, het kan, hoe dan ook. De opgave verdwijnt namelijk niet. Ik hoor de gemeente Moerdijk ook zeggen: wij begrijpen dat de opgave er ligt. "Laat er straks niet een soort domino-effect zijn waarbij ons gebied langzamerhand gekoloniseerd wordt", zoals de wethouder het zelf zegt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoor de heer Klos zeggen: als het kan. Maar het probleem in dit debat is toch juist dat het als een soort natuurverschijnsel wordt gezien dat er een opgave is? Dat is natuurlijk niet zo. We weten niet wat de opgave is, want het kabinet is totaal vaag over wat ze bedoelen met circulaire economie. Bovendien kun je er ook voor kiezen om de opgave heel anders te doen en het ten koste te laten gaan van de fossiele industrie. Ik ken D66 als de zelfbenoemde klimaatpartij. Is de heer Klos het met mij eens dat we, mocht er een opgave zijn, dan eerst kijken of het mogelijk is op de terreinen van de fossiele industrie en dat we niet meteen naar een dorp kijken?
De heer Klos (D66):
Volgens mij moeten we daar heel praktisch naar kijken. In de stukken die we hebben gekregen voor dit debat en de stukken die we kennen over het dorp Moerdijk, staat dat er een haven ligt waar een kans is om circulaire economie van de grond te krijgen en waar de noodzaak is om het elektriciteitsnet te verzwaren. Over die nationale opgave is in juni 2025 met het dorp Moerdijk en de gemeente Moerdijk gesproken. Op basis daarvan heeft de gemeente Moerdijk gezegd: dit is voor ons de beste route, onder strenge voorwaarden.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Hier daag ik D66 uit om toch even uit te zoomen. We hebben een enorme opgave in de energietransitie, maar we moeten ook scherpe keuzes maken voor heel Nederland. We moeten kiezen wat we daarvan ten koste laten gaan en wat we behouden. Dan is het evident dat je niet een thuis van mensen als eerste gaat opofferen, maar dat je eerst kijkt of het kan bij de fossiele industrie, die we sowieso moeten afbouwen. Is D66 het daarmee eens?
De heer Klos (D66):
Daar ben ik het wel mee eens. Maar zoals ik het begrijp uit de stukken, ligt er nu de opgave waarbij een hoogspanningsstation wordt gebouwd en wind op zee wordt aangeland. Straks komt de vraag of we er ook grote batterijparken moeten neerzetten, om het net te balanceren, of we daar straks ook waterstof moeten realiseren. Juist die groene ambities leiden ertoe dat ik vind dat wij praktisch en realistisch moeten zijn en we die nationale opgaven moeten realiseren. Natuurlijk gaan wij een nieuwe economie bouwen. Van ons wordt gevraagd om dat ofwel op die plek te bouwen ofwel elders. Daar moet de staatssecretaris vandaag helderheid over geven.
De heer Clemminck (JA21):
Ik hoor de heer Klos zeggen dat hij voor het behoud van het dorp is als het kan. Ik heb nieuws voor de heer Klos. Hij is volksvertegenwoordiger en woordvoerder van de grootste fractie in dit huis. Hij kan ervoor zorgen dat het dorp Moerdijk behouden blijft, met leefbaarheid voor de generaties die nog komen, door vandaag keuzes te maken. Kunt u dat?
De heer Klos (D66):
Ik heb daar twee punten over. Ik vind het ten principale verkeerd om de besluitvorming van de gemeenteraad te doorkruisen, die daar zelf een opvatting over heeft. In de Tweede Kamer komen we op voor de belangen van het hele land. Ik vind dat we niet alleen moeten kijken naar het dorp Moerdijk, maar ook naar de bredere gemeente Moerdijk. Er zitten niet alleen mensen op de tribune die in het dorp wonen, maar ook mensen die in de andere kernen wonen. We moeten ook kijken naar de nationale belangen, want dat zijn de belangen die wij hier in de Tweede Kamer dienen.
De heer Clemminck (JA21):
Elke vraag in dit huis is een belangenafweging. Er zijn altijd voors en tegens. U zegt: ik wil het dorp graag behouden als dat kan. U kunt die keuze vandaag maken. Als u dat niet doet, dan vindt u dat blijkbaar niet belangrijk genoeg. Zo simpel is het.
De heer Klos (D66):
Volgens mij probeert de staatssecretaris het de Tweede Kamer makkelijker te maken door te zeggen: die belangenafweging kan ik maken; ik kan mijn nationale opgave realiseren, ik kan het dorp behouden en ik kan de rest van de gemeente leefbaar houden. Ik wil dat dat waar is, maar dan wil ik in de beantwoording wel horen hoe dat eruitziet. Wij hebben als volksvertegenwoordigers toch ook de taak om scherpe vragen te stellen? Kan dat wel?
De voorzitter:
Via de voorzitter, meneer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
Het kan vandaag. Wij zijn degenen die de besluiten nemen en niet het kabinet. Wij geven ze de opdracht; wij vertellen wat wel of niet kan. U kunt vandaag gewoon meestemmen met een motie die breed wordt gedragen door de Kamer om het dorp te behouden. Gaat u dat doen, ja of nee?
De heer Klos (D66):
Ik vind dat je daarmee geen respect geeft aan de mensen in de gemeente Moerdijk. Je zegt dan tegen hen: het behoud van het dorp is het allerbelangrijkste en het maakt me verder niet uit wat voor consequenties dat heeft. Die toezegging ga ik absoluut niet doen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klos. Het woord is aan de heer Van Houwelingen als laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste termijn voor de lunchschorsing. Hij spreekt namens Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Ik vervang hier mijn collega de heer Van Duijvenvoorde, die hier niet kon komen met de trein vanwege een aanrijding met een persoon. Ik vervang hem, dus dit is zijn tekst.
"Waarheen gaan we? Immer naar huis", zo schreef een Duitse dichter. Thuiszijn, thuiskomen, een thuis hebben, een oikos, een plek waar het vertrouwd is, waar we de seizoenen kennen, waar we aan het stromen van het water 's ochtends zien welk weer het gaat worden, waar we weten welke planten als eerste gaan bloeien als de lente zich aandient en welke bomen nog blijven bloeien bij aanvang van de herfst. Een plek waar elkaars grootouders elkaar al kenden en waar iemand aan een blik genoeg heeft om te weten van wie je er eentje bent, zoals ze in mijn dorp altijd zeiden. Thuis kunnen zijn in een wereld.
Voorzitter. In de moderne Duitse filosofie spreekt men ook wel van "een sfeer". De mens is altijd in strijd met het buiten. De geborgenheid van de baarmoeder maakt plaats voor een buiten dat hardvochtig is en erop uit is ons te ondermijnen en ons de dood in te jagen. Als praktisch, existentieel en metafysisch verweer daartegen bouwt de mens continu een binnen, een zogenaamde wereldbinnenruimte. De mens is wezenlijk een sfeerbouwer. Relaties, het gezin, het huwelijk, een gemeenschap, de stad, een nazistaat of zelfs de kosmos: het zijn allemaal vormen om dat ene geheim te verbergen voor de mens, namelijk dat we uiteindelijk in een hardvochtig buiten geworpen zijn. Dat thuis staat natuurlijk al langer onder druk. Secularisering en globalisering zijn bewegingen die steeds meer dat ene geheim onthullen: we zijn in een hardvochtig buiten geworpen.
Al deze grote ideeën, grote verhalen en abstracte theorieën landen in het dorpje Moerdijk. Voor ambtenaren is het een Excelsheet waar een berekening in gemaakt wordt. Voor gemeenteraadsleden is het een probleem dat opgelost moet worden. Voor Moerdijkers is het een wereldbinnenruimte, een thuis. Ik heb met mensen gesproken die daar al generaties lang woonden en ik heb met mensen gesproken die daar relatief nieuw waren. Maar voor hen allemaal was het hetzelfde thuis. Dat is ook steeds weer de fundamentele inzet van hun hoop: hun thuis behouden. Daar hebben we het vandaag over. We hebben het niet over sheets of problemen. We hebben het over de vraag of we 1.200 mensen hun thuis willen ontnemen. Dat is de vraag. De Moerdijkers voelen zich geworteld. Decennialang of eeuwenlang hebben ze dezelfde grond bewerkt, dezelfde verhalen verteld en dezelfde kerkklokken gehoord, als waarschuwende goede geesten die dan rouw, dan blijdschap, dan rust en dan onrust verkondigden, dan opriepen en dan vermaanden, als een weefgetouw door al die generaties heen, die hen aan elkaar bindt.
Voorzitter. Met een pennenstreek zouden we dat even ongedaan maken: een berekening en uiteindelijk economie boven leefbaarheid. Dat zien we natuurlijk in hoe het gegaan is: de rare informatievoorziening en de leugens die verteld worden. Maar het heeft weinig zin om nog diep in te gaan op het verleden, al zou het de minister sieren als hij de moeilijke situatie zou erkennen waarin Moerdijkers gebracht zijn door stunteligheid of ongevoeligheid. Ik weet niet welke van de twee erger is.
We moeten kijken naar het heden en de toekomst. Daar kan ik natuurlijk van alles over zeggen en van alles van vinden. Er zijn scenario's die op tafel liggen. Ik kan zeggen: zorg dat het geen sterfhuisconstructie is. Maar dat heeft vooralsnog weinig zin, want alle beleidsdocumenten tonen één element: uitstel, uitstel en nog eens uitstel. Ondertussen worden de Moerdijkers in onzekerheid gehouden. We moeten toewerken naar beloftes, zekerheid en duidelijkheid. Dat is de insteek.
Voorzitter. Ik heb de volgende vragen. Als het kabinet nu serieus onderzoekt of de opgave binnen ongeveer 240 hectare kan worden gerealiseerd, hoe kan de staatssecretaris dan volhouden dat de eerdere ruimtevraag van ongeveer 450 hectare noodzakelijk was? Was die eerdere omvang gebaseerd op harde noodzaak of op bestuurlijke ambitie?
Kan het kabinet toezeggen dat wanneer voor het kleinere scenario wordt gekozen het voortbestaan van het dorp Moerdijk juridisch voor de lange termijn wordt geborgd, zodat inwoners niet over vijf of tien jaar opnieuw met dezelfde discussie worden geconfronteerd? Hoe voorkomt het kabinet dat dit scenario alsnog uitmondt in een sterfhuisconstructie, waarbij het dorp formeel blijft bestaan, maar stap voor stap wordt ingeklemd?
Vraag drie. Hoe kan de staatssecretaris volhouden dat de integrale afweging nog openligt, terwijl procedures voor onderdelen van de gebiedsontwikkeling ondertussen gewoon doorgaan? Welke onomkeerbare stappen is hij bereid op te schorten totdat de uiteindelijke keuze is gemaakt?
Dan de laatste vragen. Kan de staatssecretaris uitleggen op welke wijze leefbaarheid daadwerkelijk is meegewogen ten opzichte van economische en infrastructurele belangen? Is leefbaarheid voor het kabinet een harde randvoorwaarde of uiteindelijk slechts één belang naast vele andere? Kan de staatssecretaris ook de juridische zekerheid bieden dat als voor scenario drie wordt gegaan, de kwaliteit van leven hoogstaand blijft? En kan hij voorwaarden scheppen voor consequenties wanneer dit niet zo is?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Houwelingen.
De beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors tot 13.20 uur. Daarna zullen we luisteren naar de beantwoording van het kabinet. De vergadering is geschorst tot 13.20 uur.
De vergadering wordt van 12.51 uur tot 13.22 uur geschorst.