Stenogram : Ruimtelijke Ordening
4 Ruimtelijke Ordening
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 87
Te raadplegen sinds
2026-09-22Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier33118Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 87
Ruimtelijke Ordening
Aan de orde is het tweeminutendebat Ruimtelijke Ordening (CD d.d. 11/06).
De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Ruimtelijke Ordening. Ik heet van de zijde van het kabinet de minister van VRO van harte welkom in vak K. Ik wilde eigenlijk het woord geven aan mevrouw Zalinyan, maar ik zie meneer Claassen staan.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik zou graag toestemming krijgen van mijn dierbare collega's om deel te nemen aan het tweeminutendebat. Ik zou graag twee moties willen indienen.
De voorzitter:
Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Dan noteren we uw naam op de sprekerslijst.
Het woord is aan mevrouw Zalinyan voor haar inbreng namens PRO.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Voorzitter. Het is superheet. Vandaag geldt zelfs code oranje. Veel ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid worden hierdoor direct geraakt. Daarom moeten we strijden tegen de verdere opwarming van de aarde, maar tegelijkertijd onze openbare ruimte en gebouwen geschikt maken voor de hitte die zich nu al voordoet. Daarom heb ik drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bijna 10 miljoen Nederlanders wonen in een woning met een hoog risico op oververhitting en dat dit risico het grootst is in dichtbebouwde, versteende wijken;
overwegende dat het vervangen van verharding door groen de hitte en wateroverlast aantoonbaar vermindert, maar dat dit nu afhangt van versnipperde lokale regelingen zonder landelijke regie;
verzoekt de regering om samen met medeoverheden te komen tot een samenhangende landelijke aanpak voor het ontstenen en vergroenen van de bebouwde omgeving, met structurele ondersteuning en prioriteit voor wijken met een hoog hitte- en wateroverlastrisico;
verzoekt de regering om de handreiking "Groen in en om de stad" en de Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving op te nemen in de Nota Ruimte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 321 (33118).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat schade door bijvoorbeeld overstroming of droogte op sommige locaties slecht of niet verzekerbaar is en dat bewoners en eigenaren dit vaak niet weten, bijvoorbeeld op het moment dat zij een woning kopen of huren;
overwegende dat deze informatie nergens eenduidig is vastgelegd, waardoor bewoners en eigenaren geen volwaardige afweging kunnen maken en het risico onbewust dragen;
verzoekt de regering te bewerkstelligen dat het risico op water- en klimaatschade en de verzekerbaarheid daarvan per woning op een eenduidige en gestandaardiseerde wijze inzichtelijk wordt gemaakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 322 (33118).
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dan de laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in de ontwerp-Nationale Klimaatadaptatiestrategie de ambitie uitspreekt dat steden en dorpen gezond en aantrekkelijk blijven bij hitte, maar dat deze ambitie nog niet is vertaald naar concrete keuzes in de ruimtelijke afweging;
overwegende dat ruimtelijke keuzes over hoe we bouwen en onze buitenruimte inrichten voor decennia vastliggen, en dat hittebestendigheid daarom een vast onderdeel moet zijn van die afweging;
verzoekt de regering de hitteambitie uit de Nationale Klimaatadaptatiestrategie een vast onderdeel te maken van de ruimtelijke afweging bij woningbouw en gebiedsontwikkeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 323 (33118).
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mooiman namens de PVV. Gaat uw gang.
De heer Mooiman (PVV):
Dank, voorzitter. Naar aanleiding van het debat heb ik vier moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet een belangrijke rol vervult bij de vergunningverlening, planvorming en samenwerking tussen bevoegd gezagen;
overwegende dat gebruikers van het DSO nog regelmatig knelpunten ervaren op het gebied van gebruiksvriendelijkheid, prestaties en gegevensuitwisseling;
verzoekt de regering extra in te zetten op de kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid van het Digitaal Stelsel Omgevingswet teneinde de werking hiervan en de samenwerking tussen bevoegd gezagen verder te verbeteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en Clemminck.
Zij krijgt nr. 324 (33118).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Omgevingswet een omvangrijke stelselwijziging betreft die om nieuwe werkwijzen vraagt van gemeenten, provincies, waterschappen en andere bevoegd gezagen;
overwegende dat voldoende ondersteuning en kennisdeling bijdragen aan een consistente en kwalitatief goede uitvoering van de wet;
verzoekt de regering de ondersteuning van bevoegd gezagen bij het leren werken met de Omgevingswet te continueren en waar nodig te intensiveren, zodat de kwaliteit van de uitvoering wordt versterkt en onduidelijkheden worden verminderd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en Clemminck.
Zij krijgt nr. 325 (33118).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet bezig is met de uitwerking van een nieuwe nationale grondbank;
overwegende dat de beschikbaarheid van grond een belangrijke randvoorwaarde is voor het realiseren van maatschappelijke opgaven, waaronder de volkshuisvestelijke opgave;
verzoekt de regering bij de uitwerking van de nieuwe grondbank de volkshuisvestelijke opgave zo veel mogelijk prioriteit te geven bij de verdeling en inzet van beschikbare gronden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 326 (33118).
De heer Mooiman (PVV):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het ruimtelijk stelsel verschillende beschermingsregimes en -categorieën van toepassing kunnen zijn op één locatie;
overwegende dat deze stapeling van beschermingsregimes in de praktijk kan leiden tot complexe procedures en het onmogelijk maken van woningbouwprojecten;
verzoekt de regering in het ruimtelijk stelsel, samen met relevante partners, te voorkomen dat beschermingsregimes zodanig worden gestapeld dat woningbouw onnodig wordt belemmerd, en te verkennen hoe meer samenhang en vereenvoudiging kan worden bereikt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 327 (33118).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Asten namens D66.
De heer Van Asten (D66):
Voorzitter. Naar aanleiding van het debat over ruimtelijke ordening heb ik namens D66 vier moties. De eerste gaat over het versnellen van omgevingsplannen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten uiterlijk op 1 januari 2032 hun tijdelijke deel van het omgevingsplan moeten hebben omgezet;
overwegende dat buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA's) een nuttig instrument zijn om woningbouw te versnellen, maar dat een actueel omgevingsplan meer duidelijkheid en voorspelbaarheid biedt voor initiatiefnemers, bewoners en gemeenten;
verzoekt de regering om gemeenten gericht te ondersteunen bij het versneld woningbouwgeschikt maken van hun omgevingsplannen, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Peter de Groot, Grinwis en Steen.
Zij krijgt nr. 328 (33118).
De heer Van Asten (D66):
De tweede.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Omgevingswet ruimte laat voor verschillende vormen van participatie;
overwegende dat kwalitatief goede participatie aan de voorkant kan bijdragen aan meer draagvlak en minder vertraging gedurende bezwaar- en beroepsprocedures;
verzoekt de regering goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw te bundelen en actief onder de aandacht te brengen bij gemeenten en initiatiefnemers, en dit te beleggen bij het kenniscentrum woningbouw als onderdeel van de versnellingsaanpak,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Grinwis en Steen.
Zij krijgt nr. 329 (33118).
De heer Van Asten (D66):
Samen met Van Asten — dat ben ik — Grinwis en Steen.
De voorzitter:
Dat weten we.
De heer Van Asten (D66):
Dank, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de lange duur van bezwaarprocedures het oplossen van de wooncrisis onnodig vertraagt;
overwegende dat naast de hervorming van beroepsprocedures in de Wet versterking regie volkshuisvesting tevens moet worden ingezet op de versnelling van bezwaarprocedures;
verzoekt de regering in het programma Uitvoeringskracht ook te werken aan een aanpak voor het versnellen van bezwaarprocedures, en de Kamer daar na de zomer over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Peter de Groot, Grinwis en Steen.
Zij krijgt nr. 330 (33118).
De heer Van Asten (D66):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het realiseren van 100.000 woningen per jaar vraagt om maximale versnelling van procedures;
overwegende dat vertraging kan ontstaan door vergunningverlening, het Digitaal Stelsel Omgevingswet, omgevingsplannen, bezwaarprocedures en capaciteitstekorten;
verzoekt de regering in het actieplan versnelling woningbouw per planfase inzichtelijk te maken welke knelpunten vertraging veroorzaken en daar maatregelen aan te verbinden, en dit met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Peter de Groot, Grinwis en Steen.
Zij krijgt nr. 331 (33118).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Tijdens het commissiedebat over ruimtelijke ordening hebben we indringend gesproken over Moerdijk. Zo meteen gaan we daarover verder spreken. Ik zie al veel mensen op de tribune zitten. We hebben gesproken over de ruimtelijke claims. Ik heb daar nu alvast een motie over meegebracht. Die luidt als volgt:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het BO Leefomgeving van 11 juni 2025 een indicatief ruimtebeslag van 700 hectare is vastgesteld, waarvan 450 hectare zou landen rond het haven- en industriecluster van Moerdijk, waarna de gemeente Moerdijk tot verstrekkende besluitvorming is overgegaan;
constaterende dat er met de kabinetsbrief van 29 mei jongstleden een alternatief scenario op tafel ligt met een potentieel veel kleiner ruimtebeslag in Moerdijk, van 240 hectare, waarmee het dorp Moerdijk behouden zou kunnen blijven;
overwegende dat deze gang van zaken tot veel onrust en onzekerheid in Moerdijk heeft geleid en daarmee vrees voor de spreekwoordelijke neus van de kameel;
overwegende dat dit nieuwe scenario niet mag leiden tot een proces van geleidelijke uitbreiding en toekomstige ruimteclaims vanuit Rijk en provincie in de gemeente Moerdijk, waarmee er nu tijdelijke valse rust wordt verkondigd, maar geen duurzame duidelijkheid en zekerheid wordt geboden aan de gemeente Moerdijk en haar inwoners;
verzoekt de regering, na zorgvuldige en voortvarende afweging van de scenario's, bij de besluitvorming te borgen dat er ten minste tot en met 2050 vanuit het Rijk geen nieuwe ruimte- of milieuruimteclaims ontstaan voor havenontwikkeling, industrie, energie-infrastructuur of aanverwante rijksopgaven in de gemeente Moerdijk;
verzoekt de regering dit uitgangspunt tijdens het bestuurlijk overleg van 29 juni 2026 vast te leggen in de vervolgafspraken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Steen en Jumelet.
Zij krijgt nr. 332 (33118).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Het jaar 2050 staat genoemd omdat de Nota Ruimte als zichtjaar 2050 heeft en daarin ook het nodige — tot vijftien keer toe — over Moerdijk wordt gesproken. Vandaar dat ik dit zo expliciet heb genoemd.
Ik kijk uit naar de reactie van de minister en we vervolgen het debat over Moerdijk zo meteen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Steen namens het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Nederland heeft geen tekort aan procedures, maar wel een tekort aan woningen. Toch beschermen we in ons systeem vaak de belangen van de mensen die al een huis hebben, terwijl de woningzoekende geen plek heeft aan de bestuurstafel of in de rechtszaal. Natuurlijk moeten mensen die daadwerkelijk worden geraakt hun recht kunnen halen, maar ook het belang van honderdduizenden woningzoekenden verdient veel meer gewicht in de afweging. We hebben een wooncrisis. Het recht op een huis weegt zwaarder dan het recht op uitzicht. Daarom verwacht de CDA-fractie veel van de taskforcebrief van september. Die moet niet alleen gaan over sneller bouwen, maar ook over sneller besluiten. Voor de starter die nog thuis woont, het gezin dat geen passende woning kan vinden en de oudere die wil doorstromen telt iedere maand. Daarom heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland kampt met een groot woningtekort en dat langdurige bezwaar- en beroepsprocedures regelmatig leiden tot vertraging van woningbouwprojecten;
constaterende dat bezwaar en beroep soms worden ingesteld door personen die slechts beperkt worden geraakt door een woningbouwontwikkeling, bijvoorbeeld doordat zij op aanzienlijke afstand van het project wonen of uitsluitend beperkt individueel nadeel ondervinden, zoals verlies van uitzicht;
overwegende dat het recht op een huis zwaarder moet wegen dan het recht op uitzicht, dat dit een zwaarwegend maatschappelijk belang is en dat procedures niet onnodig tot vertraging van woningbouw mogen leiden;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze het belanghebbendencriterium voor woningbouw kan worden aangescherpt, zodat bezwaar- en beroepsprocedures zich meer richten op personen die daadwerkelijk rechtstreeks en substantieel door een besluit worden geraakt;
verzoekt de regering daarbij specifiek te bezien welke mogelijkheden er zijn om bezwaar- en beroepsprocedures die uitsluitend zijn gebaseerd op beperkt individueel nadeel, zoals verlies van uitzicht, minder vertragend te laten zijn, en de Kamer hierover in de taskforcebrief van september te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Steen, Peter de Groot, Van Asten, Grinwis en De Hoop.
Zij krijgt nr. 333 (33118).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Inderdaad, geen Wiersma, dat is te zien.
Voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Kustpact bedoeld is om balans te waarborgen tussen economische ontwikkeling en bescherming van de kust en waterveiligheid;
constaterende dat er projecten zijn die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het Kustpact en zelfs de waterkering versterken;
overwegende dat ontwikkelaars en investeerders in de kustzone momenteel worden geconfronteerd met huurovereenkomsten van maximaal tien jaar;
overwegende dat dergelijke korte looptijden het onmogelijk maken om grote investeringen terug te verdienen en daarmee duurzame ontwikkelingen blokkeren;
overwegende dat eerdere erfpachtconstructies met een langere looptijd wél ruimte boden voor verantwoorde investeringen in de kustzone;
verzoekt de regering in overleg met betrokken partijen te bezien hoe voor projecten die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het Kustpact meer investeringszekerheid kan worden geboden;
verzoekt de regering daarbij expliciet te onderzoeken of en onder welke voorwaarden weer langere erfpachtovereenkomsten van bijvoorbeeld twintig jaar of langer mogelijk gemaakt kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 334 (33118).
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. We gaan het straks uitgebreid hebben over ruimtelijke ordening en de situatie in Moerdijk en omgeving. Ik heet de mensen uit die omgeving alvast van harte welkom. We zien elkaar zo weer.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan Peter de Groot namens de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. We hebben het in de verschillende debatten over ruimtelijke ordening vaker gehad over de druk op de ruimte en ook over welke rol landaanwinning daarbij kan spelen. Ik heb in het debat betoogd dat voor onze economie die landaanwinning weleens heel belangrijk kan zijn, zowel voor economische ontwikkelingen bij industrieterreinen, denk aan de Rotterdamse haven, als voor energieprojecten, denk aan de grote kerncentrales. Wat te denken van de AI-infrastructuur die voor Nederland ook nodig is om autonoom op dat dossier te kunnen opereren? Daarom heb ik de volgende motie meegebracht.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de druk op de bestaande economische clusters toeneemt;
overwegende dat landaanwinning, zoals de Derde Maasvlakte maar ook andere (kleine) landaanwinning, bijdraagt aan ruimte voor economische activiteiten, kernenergie en AI-infrastructuur maar daarvoor substantiële investeringen nodig zijn;
overwegende dat economische opbrengsten van landaanwinningen kunnen bijdragen aan de financiering van deze uitbreiding;
verzoekt de regering voor de economische ontwikkeling, ruimte voor energieprojecten en AI-infrastructuur een plan te ontwikkelen voor landaanwinning waar het terugverdienvermogen specifiek onderdeel van is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Grinwis.
Zij krijgt nr. 335 (33118).
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zou daarbij nog het volgende willen zeggen. Eind maart heeft de heer Grinwis met een aantal collega's een tweetal moties over landaanwinning ingediend. De minister kan deze motie zo lezen dat die een verdere aanvulling is op waar de minister mee bezig is, op de uitwerking van die twee moties over landaanwinning. Ik vraag heel specifiek aan de minister om ook te kijken naar het terugverdienvermogen voor economische clusters.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Russcher namens Forum voor Democratie.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit de evaluatie van de werking van de Omgevingswet blijkt dat gemeenten in de praktijk veelvuldig kiezen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in plaats van een wijziging van het omgevingsplan;
constaterende dat de bestaande monitoring wel inzicht biedt in het aantal BOPA's, maar geen volledig landelijk beeld geeft van de verhouding tussen vergunningverlening via de BOPA en besluitvorming via een wijziging van het omgevingsplan;
overwegende dat de BOPA is bedoeld als instrument voor afwijkingen van het omgevingsplan en niet als structureel alternatief voor het actualiseren daarvan;
overwegende dat zonder inzicht in de omvang en de oorzaken van het gebruik van de BOPA niet kan worden beoordeeld of de systematiek van de Omgevingswet in de praktijk functioneert zoals door de wetgever is beoogd;
verzoekt de regering landelijk in kaart te brengen welk aandeel van de omgevingsvergunningen via een BOPA wordt verleend ten opzichte van een wijziging van het omgevingsplan;
verzoekt de regering te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het gebruik van de BOPA terug te brengen tot het uitzonderlijke instrument waarvoor die is bedoeld, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 336 (33118).
Dank u wel.
De heer Russcher (FVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is tot slot aan de heer Claassen namens de Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en Vogelrichtlijngebieden grote gevolgen kan hebben voor ruimtelijke ontwikkeling, woningbouw en infrastructuur;
overwegende dat dergelijke aanwijzingen zorgvuldig moeten worden afgewogen en dat een democratische controle daarop van groot belang is;
overwegende dat de Tweede Kamer tijdig en vooraf betrokken dient te worden bij besluiten die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor burgers;
verzoekt de regering geen nieuwe Natura 2000-gebieden of Vogelrichtlijngebieden aan te wijzen zonder voorafgaande instemming van de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 337 (33118).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bezwaarprocedures te vaak worden ingezet om projecten onnodig te vertragen, afstel af te dwingen of financieel gewin te behalen;
overwegende dat dergelijk oneigenlijk gebruik leidt tot hogere kosten, langere procedures en een onevenredige belasting van bestuursorganen, initiatiefnemers en andere betrokkenen;
overwegende dat het wenselijk is om misbruik van bezwaarprocedures effectiever tegen te gaan of zelfs te voorkomen;
verzoekt de regering met concrete voorstellen te komen om oneigenlijk gebruik van bezwaarprocedures te voorkomen en effectiever tegen te gaan, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 338 (33118).
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Deze motie lijkt natuurlijk heel erg op die van het CDA. Ik had die natuurlijk graag gesteund en misschien meeondertekend. Ik steun die van u en hopelijk krijg ik steun van het CDA voor deze motie.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik schors vijf minuten voor de reactie van het kabinet.
De vergadering wordt van 10.33 uur tot 10.38 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Ik geef het woord aan de minister voor de appreciatie van de ingediende moties.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 321 van mevrouw Zalinyan: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Excuses, excellentie. Hebben alle leden de bundel met moties? U bent gewoon sneller dan ons proces aankan, minister. Ik zie dat meneer Clemminck de moties heeft, net als meneer De Groot. Zijn we allemaal klaar voor de appreciatie? Meneer Grinwis nog niet, zie ik. Het beste paard van stal … Ja, meneer Clemminck, zo is het! Minister, gaat uw gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u, voorzitter. De motie op stuk nr. 321 van mevrouw Zalinyan: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 322 van mevrouw Zalinyan moet ik ontraden. Het is aan de kredietaanbieders en AFM houdt hier toezicht op.
De motie op stuk nr. 323: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 324 van de heer Mooiman: oordeel Kamer. Via de voortgangsbrieven over de Omgevingswet en het Digitaal Stelsel Omgevingswet informeer ik u periodiek over zowel de kwaliteit als de gebruiksvriendelijkheid. Daarin treft u een warm pleidooi richting al mijn bestuurlijke partners om hier vol op in te blijven zetten. Vele handen maken hierin licht werk. Ik zie uw motie daarmee als het bestendigen van beleid en geef 'm daarom oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 325 van de heer Mooiman krijgt oordeel Kamer, met een klein beetje extra tekst. Ik ondersteun bevoegde gezagen al langere tijd met het leren werken met de Omgevingswet. Dat doen we nog een kleine drie jaar. Voor het einde van die periode wordt bekeken of het langer wenselijk en nodig is.
De motie op stuk nr. 326 van de heer Mooiman moet ik ontraden. Het kabinet geeft de allerhoogste prioriteit aan de woningbouw. Daarom is de Ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw er. De nieuwe grondbank is nog in oprichting en is juist voor alle ruimtelijke opgaven bedoeld. Het is daarom onverstandig om nu al de volkshuisvestelijke opgave zo veel als mogelijk prioriteit te geven bij de verdeling en inzet van beschikbare gronden. Ik ga de komende maanden eerst kaders uitwerken en kom er bij u op terug in het voorjaar van '27.
De motie op stuk nr. 327 van de heer Mooiman krijgt oordeel Kamer. Ik koppel dit ook graag aan STOER. Voor de zomer krijgt u hier nog een brief over.
De heer Mooiman (PVV):
Ik begrijp dat de minister waar het gaat om de vorige motie ook wil streven naar een evenwichtige balans van ruimtelijke claims. Tegelijkertijd lazen we in de brieven omtrent de grondbank wel dat er ook zaken voorbijkomen als het aanleggen van meer natuurgebieden enzovoort. Wij denken dat de volkshuisvestelijke opgave van dermate maatschappelijk urgent belang is dat het nu al zou moeten kunnen worden meegewogen ten aanzien van de prioriteiten. We zouden dus toch graag aan de minister willen vragen of dit niet juist past in het beleid dat zij zelf nastreeft ten aanzien van de woningbouwopgave.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De heer Mooiman wijst mij mooi op mijn twee rollen, maar dit debat ging over ruimtelijke ordening. Daarin moet ik mijn pet van wonen een klein beetje naar achteren schuiven en word ik verondersteld alle belangen te wegen, dus dat zou ik graag nog even blijven doen.
De voorzitter:
U vervolgt met de motie op stuk nr. 328.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 328 van de heer Van Asten: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 329 van de heer Van Asten: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 330 van de heer Van Asten: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 331 van de heer Van Asten: oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 332 van de heer Grinwis. Uiteraard maken we zorgvuldige afwegingen. We hebben zo meteen een heel debat over Moerdijk. De motie had wat mij betreft daar gepast, net als het gesprek daarover. Maar misschien hebben we het er straks gewoon nog even over. Ik ga u toezeggen dat we in de besluitvorming op 29 juni de ruimtevraag en daarmee de ruimtedruk op Moerdijk tot 2050 in alle scenario's willen borgen. Ik geef daarom uw motie oordeel Kamer.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik snap heel goed dat de heer Grinwis de belangen van de Moerdijkers goed vertegenwoordigt, maar het is wel een beetje een gek moment om deze motie in te dienen. Er zijn namelijk woordvoerders die niet aanwezig waren bij dit debat. We hebben het debat over Moerdijk ook nog niet kunnen voeren. Ik vind het een beetje gek dat een motie "oordeel Kamer" krijgt, terwijl er nog niet echt een debat over heeft plaatsgevonden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
We hebben tijdens het commissiedebat Ruimtelijke Ordening ook uitvoerig over Moerdijk gesproken. In die zin vind ik 'm toch passend, ondanks dat we er zo een debat over hebben, en geef ik 'm oordeel Kamer.
De voorzitter:
Voor wat het waard is: ik moet de minister gelijk geven, want ik begrijp dat Moerdijk ook tijdens het commissiedebat uitvoerig is besproken. De minister vervolgt met de motie op stuk nr. 333.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 333 van mevrouw Steen krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 334 van de heer Vermeer is overbodig, omdat ik tijdens het commissiedebat al heb toegezegd dat ik met Rijkswaterstaat en het RVB in gesprek zou gaan. Dat ga ik ook doen. Ik heb ook beloofd dat ik per brief zou laten weten wat daaruit is gekomen. Mijns inziens is de motie daarmee overbodig.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag van meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dat heeft de minister inderdaad toegezegd, maar deze motie is bedoeld om meer te expliciteren en duidelijk te maken dat het gesprek moet gaan over erfpachtovereenkomsten met een langere looptijd. Dat is in de toezegging niet helemaal duidelijk geworden. Kan de minister daar nog even op reflecteren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik heb de toezegging gedaan dat ik dat zou doen, dus ik hou me aan mijn woord. Daarmee vind ik de motie overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 335.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 335 van de heer De Groot moet ik ontraden, alhoewel ik goed begrijp wat hij bedoelt. Ik heb al een toezegging gedaan voor meerdere onderzoeken. Die ga ik ook doen. Ik vind het gewoon zorgvuldig voor het proces dat we de uitkomsten van die onderzoeken afwachten. Ik heb ook beloofd dat ik u daarover een terugkoppeling geef. Ik zou dat dus op die manier eerst willen afwachten.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik begrijp het antwoord van de minister heel goed, maar het is natuurlijk gek als wij als Kamer een paar maanden later niet zouden kunnen spreken over de specifieke vraag over het terugverdienvermogen, die dan niet meegenomen is. Het is een nieuwe vraag, of eigenlijk een andere vraag. De vraag zou ook kunnen zijn: kunt u het meenemen in de onderzoeken die nu lopen? Als u dat niet kunt, kunt u dan niet een nieuw onderzoek daarnaar doen? Dat is de vraag in de motie.
De voorzitter:
U vraagt het aan de minister, niet aan mij.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp de vraag van de heer De Groot goed. Tegelijkertijd wil ik het in de onderzoeken die nu lopen niet exclusief maken voor het economische domein. We kijken ook naar woningbouw et cetera. Ik zie aan uw non-verbale communicatie dat u dat niet bedoelt, maar ik wil echt eerst graag deze onderzoeken afwachten voordat ik een volgend onderzoek oppak, om te voorkomen dat ik straks alleen maar aan het onderzoeken ben en niet tot uitkomsten kom.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 336.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 336 van de heer Russcher moet ik ontraden. De BOPA is een kerninstrument, geen uitzonderlijk instrument. Het gebruik wordt momenteel al gemonitord. Het kan ook juist bijdragen aan versnelling. Het is aan het bevoegd gezag om de keuze te maken welk instrument zij daarvoor inzetten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 337.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 337 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 338 van de heer Claassen krijgt ook oordeel Kamer.
Dan ben ik erdoorheen, voorzitter.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd. Ik schors de vergadering een heel kort ogenblik, alvorens we verdergaan met het debat over de toekomst van het dorp Moerdijk. De vergadering is kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.