Stenogram : (Informele) Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 29 juni 2026 en 6 juli 2026
14 (Informele) Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 29 juni 2026 en 6 juli 2026
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 86
Te raadplegen sinds
2026-09-21Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier21501-31Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 86
(Informele) Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 29 juni 2026 en 6 juli 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat (Informele) Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 29 juni 2026 en 6 juli 2026 (21501-31, nr. 828).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering voor het tweeminutendebat (Informele) Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid op 29 juni 2026 en 6 juli 2026. Ik heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid welkom en geef eerst het woord aan de heer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik heb niet kunnen deelnemen aan het schriftelijk overleg en ik heb geen motie. Ik zou me dus graag voor nul minuten willen inschrijven, maar ik heb begrepen dat ik daar officieel toestemming voor moet vragen.
De voorzitter:
Dat heeft u helemaal correct. Heeft een van de leden daar bezwaar tegen? Niemand? Dan starten wij nu met de eerste spreker: de heer Schenk van Forum voor Democratie.
De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter. Ook dank aan de minister voor de uitgebreide beantwoording van de ingebrachte vragen in het schriftelijk overleg. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Europees verband wordt voorgesteld de maximale duur van de export van Nederlandse WW-uitkeringen naar andere EU-lidstaten te verlengen van drie naar zes maanden;
overwegende dat een langere exportduur van WW-uitkeringen toezicht, handhaving en begeleiding naar werk bemoeilijkt;
overwegende dat een verruiming van de exportduur tevens leidt tot hogere uitgaven binnen de sociale zekerheid;
verzoekt de regering zich te blijven verzetten tegen verruiming van de exportduur van WW-uitkeringen, en de Kamer voorafgaand aan belangrijke besluitvormingsmomenten te informeren over de Nederlandse inzet en de stand van zaken van de onderhandelingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 830 (21501-31).
De heer Schenk (FVD):
De tweede.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat arbeidsmigratie tijdelijk kan bijdragen aan het opvangen van personeelstekorten, maar tegelijkertijd druk legt op de bevolkingsgroei, de woningmarkt en publieke voorzieningen;
overwegende dat innovatie, automatisering en verhoging van de arbeidsproductiviteit op langere termijn duurzame oplossingen bieden voor arbeidsmarktkrapte;
overwegende dat vermindering van de afhankelijkheid van arbeidsmigratie bijdraagt aan een toekomstbestendige economie;
verzoekt de regering innovatie, automatisering en verhoging van de arbeidsproductiviteit als structurele oplossing voor arbeidsmarktkrapte leidend te maken bij nationaal beleid en deze inzet actief uit te dragen in de Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 831 (21501-31).
De heer Schenk (FVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Patijn van PRO.
Mevrouw Patijn (PRO):
Voorzitter, dank. Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er in Brussel gewerkt wordt aan het 28ste regime, waardoor op een lichter Europees wettelijk stelsel geopereerd kan worden;
constaterende dat het kabinet van mening is dat het voorstel nog onvoldoende waarborgen heeft om te voorkomen dat de nieuwe rechtsvorm gebruikt wordt om arbeidsrechten te omzeilen en effectieve handhaving van het arbeidsrecht te realiseren;
verzoekt de regering zich volledig in te zetten om ontduiking van werknemersbescherming te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 832 (21501-31).
Mevrouw Patijn (PRO):
De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat werken moet lonen en je van je loon boodschappen moet kunnen betalen;
constaterende dat er een wetsvoorstel voorligt om werknemers volledig door middel van aandelenopties te kunnen belonen, waarvan de waarde en de wijze van verzilveren niet geregeld is;
constaterende dat deze aandelenopties ongewenst kunnen concurreren met collectieve onderhandelingen over de loonvorming door werkgevers- en werknemersorganisaties en de toepasselijke cao of de minimumloonbescherming erdoor ondergraven kunnen worden;
verzoekt de regering om zich ervoor in te zetten dat de collectieve loononderhandelingen en de beloning via de toepasselijke cao-lonen blijven voorgaan op beloning via aandelenopties in dit Europese wetsvoorstel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 833 (21501-31).
Mevrouw Patijn (PRO):
En de laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er juridische twijfels zijn bij de EU Inc-verordening;
overwegende dat de wet verstrekkende gevolgen kan hebben voor werknemersrechten;
verzoekt de regering om de Juridische Dienst van de Raad om een officiële juridische opinie te vragen over de rechtsgrondslag, waarin ook ingegaan wordt op de waarborging van collectieve werknemersrechten en werknemersbelangen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 834 (21501-31).
Mevrouw Patijn (PRO):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu de beurt aan de heer Mulder van de PVV.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering zich tot het laatste moment te verzetten tegen ruimere WW-export en actief steun te zoeken voor een blokkerende minderheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Edgar Mulder.
Zij krijgt nr. 835 (21501-31).
De heer Edgar Mulder (PVV):
En de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat armoedebeleid een nationale verantwoordelijkheid is;
verzoekt de regering geen enkele vorm van Europese aansturing van het Nederlandse armoedebeleid te accepteren zonder voorafgaande instemming van de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Edgar Mulder.
Zij krijgt nr. 836 (21501-31).
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dat was het alweer, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de laatste spreker van de zijde van de Kamer, de heer Neijenhuis van BBB … Nee, van D66. Ik was mezelf half aan het voorstellen.
De heer Neijenhuis (D66):
Er moet nog behoorlijk wat water door de Rijn stromen voor dat gebeurt.
Dank voor de antwoorden in het schriftelijk overleg over de informele Raad en de formele Raad. Eén motie nog naar aanleiding van die antwoorden.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie aanbeveelt om mobiliteit naar hoogproductieve sectoren en maatschappelijk relevante sectoren te stimuleren;
constaterende dat in het verleden regelingen als het STAP-budget juist werden gebruikt door mensen die zich van tekortsectoren omschoolden naar banen met een veel lager maatschappelijk belang;
constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen voor een samenhangend plan om arbeidsmarkttekorten te adresseren;
verzoekt de regering in de talentstrategie met duidelijke richtinggevende keuzes te komen voor economische sectoren voor arbeidsmarktbeleid;
verzoekt de regering bij deze strategie te betrekken op welke manier, bijvoorbeeld met bij- en omscholing, of gerichte actie richting doelgroepen zoals 50-plussers, gezorgd kan worden dat mensen gestuurd en geholpen worden om van laagproductieve naar hoogproductieve en maatschappelijk relevante sectoren te gaan en daarbij concrete doelen vast te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Neijenhuis.
Zij krijgt nr. 837 (21501-31).
Dank u wel. Dan kijk ik even naar de minister om te zien hoeveel minuten hij nodig heeft. Een paar minuutjes. Dan schorsen wij de vergadering tot 23.15 uur.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Vijlbrief:
Voorzitter. Een zevental moties, als ik goed geteld heb.
De motie op stuk nr. 830 van de heer Schenk moet ik ontraden, niet omdat ik het oneens ben met de inzet, want Nederland zal tegenstemmen in de Raad. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken. Het zoeken van minderheden is nu niet heel zinvol meer, omdat in het Coreper al een ruime meerderheid het akkoord heeft gesteund. Dat betekent dat er in de Raad niks verandert. Ik ben het inhoudelijk met de heer Schenk eens. We hebben dit ook tot het einde uitgedragen. Ik kan me herinneren dat ik bij mijn allereerste bezoek aan Brussel in deze rol hetzelfde heb gedaan wat hij wil, maar dat hebben we helaas verloren.
De heer Schenk (FVD):
Er staat nergens in mijn motie iets over het zoeken naar meerderheden. En om de motie nu op basis daarvan te ontraden? Er staat dat de regering zich moet blijven verzetten tegen verruiming van de exportduur.
Minister Vijlbrief:
Ja, ik ben even in de war. Er is ook de motie op stuk nr. 835 van de heer Mulder waarin staat: actief steun te zoeken voor een blokkerende minderheid. Dat lijkt op deze. Het is eigenlijk dezelfde vraag. Nederland verzet zich, Nederland stemt tegen, dus u hoeft zich geen zorgen te maken. Dat geldt ook voor de heer Mulder in relatie tot de motie op stuk nr. 835.
Ik moet de motie ontraden, omdat dit hele verzoek geen zin meer heeft. Er wordt nu niet meer iets gedaan tegen dit voorstel. Zo werkt het gewoon niet. Die blokkerende minderheid is er helaas niet. Ik wou dat die er was. Ik was ook tegen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 830: ontraden.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 831 van de heer Schenk is overbodig. Ik ben het ermee eens, maar Nederland doet dit al. Arbeidsmigratie is het sluitstuk.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 831: overbodig.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 832. Ik moet het even in de goede volgorde hebben. Is dat de korte motie die begint met "verzoekt de regering zich in te zetten om ontduiking van werknemersbescherming te voorkomen"?
De voorzitter:
Ja. Dat is de motie op stuk nr. 832.
Minister Vijlbrief:
Oké. Die krijgt in ieder geval oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 833 verzoekt de regering om zich ervoor in te zetten dat de collectieve loononderhandelingen en de beloning via de toepasselijke cao-lonen blijven voorgaan op beloning via aandelenopties in dit Europese wetsvoorstel. Deze motie krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 833: oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 834 moet ik ontraden. De motie verzoekt de regering om een juridische opinie te vragen over de rechtsgrondslag van de EU Inc. Dat voorstel laat het arbeidsrecht ongemoeid en daarom ziet het kabinet geen reden om specifiek hiervoor juridisch advies te gaan vragen. Bovendien werkt het vertragend. Het kabinet is daar geen voorstander van.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 834: ontraden.
Mevrouw Patijn heeft daar toch nog een vraagje over.
Mevrouw Patijn (PRO):
Er gaan geruchten dat er toch andere uitkomsten zouden kunnen zijn waardoor er andere inzichten zouden kunnen komen. Dat is waarom wij heel graag dat advies zouden willen hebben.
Minister Vijlbrief:
Ja, maar het is een beetje een atoomwapen op geruchten. Ik kan niet zo veel met geruchten. Als u dat op prijs stelt, wil ik nagaan of er enige waarheid zit in die geruchten. Dat kan ik doen. Maar ik ga niet de juridische dienst om advies vragen op basis van een gerucht. Ik wil mevrouw Patijn toezeggen dat ik haar informeer over wat ik hoor in Brussel. Ik zal daar graag naar kijken.
De voorzitter:
Gaat u verder. O, toch nog.
Minister Vijlbrief:
Ik zal daar schriftelijk iets over laten weten.
De voorzitter:
We hebben hier het regime dat mensen eigenlijk alleen op hun eigen motie kunnen reageren. Maar vooruit, u bent er nu toch.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Precies. Nu ik nog niks heb gezegd. Ik heb een vraag aan de minister. Dat hele 28ste regime ging er toch juist om om innovatie te stimuleren en te zorgen dat start-upbedrijven via aandelenpakketten juist niet gelijk in dat hele loonsysteem komen? Het zijn ondernemers; die vragen helemaal niet om loon. Zij doen dit omdat ze iets met elkaar willen opbouwen. Met het "oordeel Kamer" op de moties op de stukken nrs. 832 en 833 lijkt de minister dat hele systeem niet te ondersteunen. Daarom vraag ik het nog even expliciet. Ik kan het me bijna niet voorstellen.
Minister Vijlbrief:
Dat is denk ik ook een onjuiste interpretatie van mijn "oordeel Kamer". In de motie op stuk nr. 832 staat "verzoekt de regering zich in te zetten om ontduiking van de werknemersbescherming te voorkomen". Dat gaan we doen. We zijn altijd tegen ontduiking van de werknemersbescherming. In de motie op stuk nr. 833 wordt gevraagd dat collectieve loononderhandelingen en de beloning via toepasselijke cao-loon blijven voorgaan. Daar zijn wij ook voor. Mevrouw Michon zegt: misschien komt het wel helemaal niet zover en gaat die richtlijn daar niet over. Nou, dat is dan ook prima. Maar we zijn daarvoor. Dus dat zie ik niet helemaal.
De motie die ik ontraad, ontraad ik omdat, precies zoals mevrouw Michon betoogt, in principe het voorstel niet is bedoeld om het arbeidsrecht aan te passen. Ik begrijp haar stelling, maar ik interpreteer de twee moties van mevrouw Patijn zo dat zij zegt: als dat al zou gebeuren, let daar dan op. Het lijkt mij ongevaarlijk om daar oordeel Kamer op te geven. De laatste zou ik echt willen ontraden, omdat die voor vertraging gaat zorgen en op geruchten gebaseerd is. Ik zal de Kamer laten weten wat ik in mijn naspeuringen kan vinden.
De motie op stuk nr. 835 heb ik al ontraden, met hetzelfde argument als bij de motie op stuk nr. 830.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 835 wordt ontraden.
Minister Vijlbrief:
Dan heb ik nog de motie op stuk nr. 836 van de heer Mulder. Even voor alle helderheid: armoedebeleid is een nationale verantwoordelijkheid. Maar de strategie die er Europees is — ik denk dat het de heer Mulder daar om gaat — ondersteunt het nationale beleid. Dat respecteert de bevoegdheidsverdeling. Het kabinet is voor die strategie. Ik denk dat hij met deze motie probeert te zeggen dat wij tegen die strategie moeten zijn. Dat zijn we niet en daarom ontraad ik de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 836 wordt ontraden.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 837 sluit aan bij de inzet van het kabinet. Die kan ik daarom oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 837 krijgt oordeel Kamer. Dank u wel. De heer Schenk heeft nog een vraag voor de minister.
De heer Schenk (FVD):
Nog even over die WW-export. Ik kan de redenering van de minister echt niet volgen. Bijvoorbeeld de motie van de heer Mulder om zich tot het laatste moment te verzetten tegen die ruimere WW-export. Waarom zou dat niet kunnen? Dat is volledig in lijn met wat het kabinet wil. Als ik in de Kamer een motie in stemming breng en we gaan er bijna over stemmen, dan kan ik ook nog even naar de andere kant van de Kamer lopen om te vragen: weten jullie wel zeker dat jullie ertegen zijn? Op zich kan dat toch gewoon? Het is toch niet zo dat er geen tijd meer is om daar nog over in gesprek te gaan? Ik vind de interpretatie niet deugdelijk en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er met een gekleurde bril naar deze twee moties gekeken wordt, omdat het dit deel van de Kamer betreft. Ik moet dat toch gezegd hebben.
De voorzitter:
De minister heeft al geantwoord op precies dezelfde vraag bij uw eigen motie. Als de minister nu niet iets anders gaat antwoorden, stop ik ermee. Dan is het "waarvan akte" en dan sluit ik de vergadering.
Ik dank de minister en ik dank iedereen die dit debat mogelijk heeft gemaakt.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over deze moties wordt morgen gestemd.