Stenogram : Periodieke rapportage Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn
13 Periodieke rapportage Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 86
Te raadplegen sinds
2026-09-21Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier29282Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 86
Periodieke rapportage Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn
Aan de orde is het tweeminutendebat Periodieke rapportage Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn (29282, nr. 623).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan verder met het tweeminutendebat Periodieke rapportage Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn, naar aanleiding van een schriftelijk overleg. Maar eerst wil mevrouw Coenradie iets zeggen.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ja, voorzitter. Ik sta niet op de lijst. Met toestemming van de Kamer zou ik graag toch deel willen nemen aan dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Heeft iemand daar bezwaar tegen? Nee. Dan plaatsen we mevrouw Coenradie onderaan de lijst. We starten met de eerste spreker, mevrouw Wiersma van BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Voorzitter. In steeds meer regio's wordt het moeilijker om een huisarts te vinden. Mensen moeten soms lang wachten op een afspraak of kilometers ver reizen voor zorg. Op sommige plekken dreigen echt zorgwoestijnen te ontstaan. Juist daarom zijn artsen in de extramurale zorg, de zorg buiten het ziekenhuis, zoals huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde, van onschatbare waarde, want ze staan midden in de samenleving en dicht bij de mensen en vormen de basis van onze zorg.
Recent is de eindrapportage Meer extramurale artsen verschenen. Dit rapport bevat aanbevelingen om de capaciteit van deze artsen te vergroten. De Kamer heeft een kabinetsreactie daarop gevraagd. Ik heb twee vragen. Kan de minister aangeven wanneer die kabinetsreactie verwacht kan worden? De tweede vraag is of zij daarbij ook kan ingaan op de rol die zij voor het ministerie ziet bij de verdere implementatie van de aanbevelingen uit het rapport en de vervolginzet op meer extramurale-artsencapaciteit, want juist nu kunnen we nog ingrijpen. Artsen buiten het ziekenhuis zijn van levensbelang voor de bereikbaarheid en de continuïteit van zorg. Als we te lang wachten, worden de tekorten groter en komen mensen zonder zorg te zitten. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen, ook als het gaat om het voorkomen van zorgwoestijnen.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu naar de volgende spreker, mevrouw Dobbe van de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het groeiende personeelstekort in de zorg een van de grootste bedreigingen is voor de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg;
constaterende dat de Kamer vorig jaar via de motie-Dobbe (36725-XVI, nr. 24) heeft gevraagd om een wervingscampagne voor de zorg, vergelijkbaar met de wervingscampagne voor Defensie;
overwegende dat het kabinet heeft aangegeven deze motie niet uit te voeren en daarbij onder andere stelde dat een dergelijke campagne een aanzienlijke voorbereidingstijd en voldoende budget nodig heeft;
verzoekt de regering om voor de begrotingsbehandeling een voorstel te doen voor een wervingscampagne,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 651 (29282).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er grote problemen bestaan in de kraamzorg, waardoor het aantal kraamverzorgenden fors is afgenomen en steeds meer gezinnen te weinig of zelfs helemaal geen kraamzorg krijgen;
overwegende dat de versplintering in de kraamzorg deze problemen vergroot, doordat er meerdere kleine zorgaanbieders tegelijkertijd mensen op wachtdiensten moeten hebben staan en kraamverzorgenden dus heel veel wachtdiensten moeten draaien;
verzoekt de regering om voor het einde van het jaar met maatregelen te komen om regionale samenwerking in de kraamzorg de norm te maken, zodat de versplintering en het aantal wachtdiensten fors worden verminderd en de tijd van kraamverzorgenden effectiever wordt ingezet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Bikker en Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 652 (29282).
Dank u wel.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan gaan we verder met de volgende spreker op de lijst, mevrouw Vliegenthart van PRO.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter. Achter veel vrouwelijke zorgverleners schuilt een onzichtbaar verhaal. Het zijn de verpleegkundige die tijdens een lange dienst haar patiënten verzorgt terwijl ze kampt met hevige menstruatiepijn, de arts met endometriose die elke werkdag opnieuw moet afwegen hoeveel pijn ze kan verdragen en de thuiszorgmedewerker in de overgang die ondanks slapeloze nachten en opvliegers gewoon klaarstaat voor anderen. Ze zijn helaas geen uitzondering, want maar liefst 80% van de werkende vrouwen heeft last van hormoongerelateerde klachten. Ruim een op de drie houdt die klachten verborgen op het werk, uit schaamte of uit angst voor de gevolgen. Vaak blijven deze klachten daardoor onzichtbaar, terwijl de impact op hun dagelijkse functioneren en op hun gezondheid, welzijn en ziekteverzuim immens zijn.
Gelukkig zijn er al initiatieven die zorgmedewerkers met vrouwspecifieke aandoeningen ondersteunen, maar voor veel zorgmedewerkers zijn deze voorzieningen nog niet bereikbaar. Juist daarom is het van belang dat succesvolle aanpakken niet beperkt blijven tot enkele instellingen, maar beschikbaar worden voor de gehele zorgsector. Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zorginstellingen zoals het LUMC en Amsterdam UMC speciale voorzieningen hebben ingericht voor medewerkers met vrouwspecifieke aandoeningen, waaronder menstruatiegerelateerde aandoeningen, endometriose en overgangsklachten;
constaterende dat deze aandoeningen vaak een grote impact hebben op het dagelijks functioneren, de arbeidsparticipatie en het verzuim van zorgmedewerkers;
overwegende dat vroege herkenning en passende ondersteuning kunnen bijdragen aan het behoud van zorgpersoneel en het terugdringen van uitval;
verzoekt de regering om samen met werkgevers, werknemersorganisaties en kennisinstellingen te onderzoeken hoe succesvolle initiatieven voor ondersteuning van medewerkers met vrouwspecifieke aandoeningen breder kunnen worden verspreid binnen de zorgsector, zodat meer werkgevers hiermee aan de slag kunnen, en de Kamer hierover voor de zomer van 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 653 (29282).
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de laatste spreker, mevrouw Coenradie van JA21.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in arbeidsmarktafspraken wordt gesproken over het terugbrengen van administratietijd in zorg en welzijn naar maximaal 20%;
overwegende dat dit doel alleen betekenis heeft als duidelijk is hoe administratietijd wordt gemeten, wat de huidige nulstand is en welke concrete stappen per sector worden gezet;
verzoekt de regering om vóór eind 2026 een uniforme meetmethode en nulmeting voor administratietijd in zorg en welzijn vast te stellen en per sector een tijdpad aan de Kamer te sturen om administratietijd terug te brengen tot maximaal 20%, inclusief maatregelen, verantwoordelijke partijen en rapportagemomenten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 654 (29282).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er jaarlijks 800.000 mensen niet komen opdagen bij een ziekenhuisafspraak;
overwegende dat het zorgstelsel enorm onder druk staat en het dus niet te rijmen is dat schaarse zorgafspraken niet worden nagekomen;
verzoekt de regering om in kaart te brengen of ziekenhuizen met no-showboetes aantoonbaar minder wegblijvers hebben en landelijk beleid het probleem van niet nagekomen ziekenhuisafspraken kan terugdringen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie, Wendel en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 655 (29282).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet onderzoekt hoe buitenlands gediplomeerde zorgprofessionals sneller kunnen worden toegelaten tot de Nederlandse arbeidsmarkt;
overwegende dat personeelstekorten groot zijn, maar versnelling van procedures niet mag leiden tot lagere eisen aan taalvaardigheid, vakbekwaamheid, bevoegdheid of patiëntveiligheid;
verzoekt de regering te borgen dat eventuele versnelling van toelatingsprocedures voor buitenlands gediplomeerde zorgprofessionals niet leidt tot lagere eisen, en de Kamer jaarlijks te informeren over aantallen, doorlooptijden en signalen over patiëntveiligheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 656 (29282).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister geen zicht heeft op het aantal bv's in de zorg;
overwegende dat het voor de inspectie niet mogelijk is om al deze bv's na te lopen en te controleren of de juiste kwaliteit van zorg wordt geleverd aan patiënten;
overwegende dat zorgfraude een groot probleem is in Nederland en door een oerwoud aan bv's gevaarlijk dichtbij op de loer licht;
verzoekt de regering om een landelijk register te maken voor alle aanbieders die zorg leveren om meer grip te krijgen op het aantal bv's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 657 (29282).
Mevrouw Coenradie (JA21):
Alstublieft.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan schorsen wij de vergadering tot 22.55 uur.
De vergadering wordt van 22.50 uur tot 22.57 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Sterk:
Ik dacht: ik draai de volgorde nu eens om en begin met de vragen en doe daarna de moties. Goed, hè?
De voorzitter:
Heel verwarrend, maar vooruit.
Minister Sterk:
Ik heb een vraag van Kamerlid Wiersma. Zij vroeg wanneer ik ga reageren op de eindrapportage van het project Meer extramurale artsen en of ik kan ingaan op mijn rol bij de implementatie van de aanbevelingen. Het imago en de bekendheid van deze beroepen blijven een groot aandachtspunt. Het project MExA heeft gezorgd voor verbeterde onderlinge contacten tussen opleiders en beroepsverenigingen. Het kabinet draagt hier ook aan bij door onder andere de campagne Next Level Dokter de komende drie jaar financieel te ondersteunen. Die campagne heeft als doel die bekendheid te vergroten van de extramurale artsenberoepen en maakt ook onderdeel uit van het AZWA. Maar we zijn er nog niet. De aanbevelingen uit het eindrapport voor vervolgacties zijn geadresseerd aan de sector en de Rijksoverheid. Ik wil graag met het veld het gesprek voeren over de aanbevelingen. Na de zomer wil ik hierop en op mijn rol daarin terugkomen.
Voorzitter. Dan kom ik nu bij de moties. De motie op stuk nr. 651 van het lid Dobbe wil ik ontraden. We hebben hier uitgebreid over gesproken in het debat. Ik blijf bij dat standpunt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 651: ontraden.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 652 van het lid Dobbe wil ik "ontijdig" geven. Het betreft eigenlijk ook het dossier van mijn collega Hermans. In het eerste kwartaal van 2027 komt hierover een brief naar de Tweede Kamer.
De motie op stuk nr. 653 van het lid Vliegenthart …
De voorzitter:
Moment, alstublieft. Wil mevrouw Dobbe deze motie aanhouden?
Mevrouw Dobbe (SP):
Nee, ik wil de motie niet aanhouden. Als er begin 2027 een brief komt, kan dat ook een beetje worden versneld. In deze motie staat "voor het einde van dit jaar", dus daar zit niet zo heel veel verschil in volgens mij. Dat moet gewoon kunnen, denk ik. Als deze motie op het terrein van de collega van deze minister ligt, dan is het fijn als die minister om een appreciatie wordt gevraagd, zodat …
Minister Sterk:
Dat is gehoord. Dat is de appreciatie die ik gaf.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, prima. Dan houd ik de motie nog steeds niet aan.
De voorzitter:
Oké. Dank u. Waarvan akte. De motie op stuk nr. 652: overbodig.
Minister Sterk:
"Ontijdig" heb ik gezegd.
De voorzitter:
Sorry, ontijdig. Dan gaan we verder met de motie op stuk nr. 653.
Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 653 van mevrouw Vliegenthart over het breder verspreiden van de succesvolle initiatieven voor ondersteuning van medewerkers met vrouwspecifieke aandoeningen. Ik ken heel veel mooie voorbeelden, die ook worden aangehaald, en zie ook absoluut die urgentie, dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 653: oordeel Kamer.
Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 654 van het lid Coenradie over het terugbrengen van de administratietijd. Die motie vind ik echt overbodig, want u vraagt om een uniforme meetmethode, maar die hebben we al sinds 2019. Het CBS meet namelijk op uniforme wijze, per sector en zorgbreed, en geeft daarbij ook een beeld van hoeveel administratietijd zorgverleners hebben. Regeldruk is daarnaast ook een verantwoordelijkheid van ons allemaal, niet alleen van VWS. Sterker nog, heel veel regels komen vaak uit de organisaties zelf. We hebben daar inmiddels met de sector ook al een gezamenlijk plan voor opgesteld. Dat plan van aanpak van de regiegroep en de daaruit volgende individuele werkagenda's zijn 3 februari naar de Tweede Kamer gestuurd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 654: overbodig.
Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 655 van het lid Coenradie over de no-showboetes. Als ik 'm zo mag interpreteren dat ik dit signaal nogmaals onder de aandacht zal brengen bij de brancheverenigingen van ziekenhuizen en navraag kan doen bij hen over de effecten van een no-showboete, zou ik de motie oordeel Kamer willen geven. Als ik 'm niet zo mag interpreteren, dan moet ik de motie helaas ontraden.
De voorzitter:
We horen even van mevrouw Coenradie of zij het eens is met deze interpretatie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Deze tekst is zo helder dat er niet valt te twisten over de interpretatie. De tekst is zoals die is, opgesteld met wat mede-indieners. Nee, ik hou de tekst zoals die is. Dan is het aan de minister en straks dinsdag aan de Kamer om daar iets van te vinden.
Minister Sterk:
Dan moet ik 'm ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 655: ontraden.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 656, ook van het lid Coenradie, geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 656: oordeel Kamer.
Minister Sterk:
Ten slotte, voorzitter, de motie op stuk nr. 657. Die is overbodig, want er is al een Landelijk Register Zorgaanbieders. Het doel van dat register is ook om duidelijk te maken wie waar welke zorg verleent en met welke bevoegdheid.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Op 8 juni hebben we een debat gehad. Ik heb even het stenogram daarvan naar voren gehaald. In dat debat vroeg ik namelijk letterlijk of we inzicht hebben in het aantal bv'tjes in de zorg en hoe groot de kans wordt geacht dat er fraude wordt gepleegd. Het antwoord daarop was: helaas hebben we daar geen inzicht in. En nu wordt eigenlijk gezegd: ja, hoor, we hebben wél een landelijk register. Wat is het nu precies?
Minister Sterk:
Ik ga ervan uit dat dit klopt. Dat landelijke register is geregeld in artikel 2 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Dat is een openbaar register, waar alle zorgaanbieders in staan die ook een onderneming zijn, waaronder dus ook bv's. Ik ga er dus van uit dat dit gewoon klopt, maar ik zal zorgen dat voor de stemming nog even wordt gecheckt of wat ik nu zeg ook inderdaad feitelijk juist is. Als dat zo is, dan is de motie overbodig. Zo niet, dan zal ik een ander oordeel geven aan de motie.
De voorzitter:
Dat lijkt me een faire aanpak.
Hiermee zijn we aan het eind gekomen van dit tweeminutendebat. Ik bedank de minister voor de hele serie tweeminutendebatten die ze bijgewoond heeft.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors voor een kort moment.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.