Stenogram : Ouderenzorg (inclusief ouderenhuisvesting)
10 Ouderenzorg (inclusief ouderenhuisvesting)
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 86
Te raadplegen sinds
2026-09-21Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier29389Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 86
Ouderenzorg (inclusief ouderenhuisvesting)
Aan de orde is het tweeminutendebat Ouderenzorg (inclusief ouderenhuisvesting) (CD d.d. 04/06).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan verder met het tweeminutendebat Ouderenzorg, inclusief ouderenhuisvesting, naar aanleiding van een commissiedebat op 4 juni jongstleden. Ik geef graag het woord aan de eerste spreker, mevrouw Van Brenk van 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er jaarlijks 20 miljard aan ouderenzorg wordt uitgegeven;
overwegende dat de IGJ concludeert dat de kwaliteit van de extramurale ouderenzorg vaak onvoldoende is;
overwegende dat cliënten vanuit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg recht hebben op vergelijkbare informatie over geleverde kwaliteit van zorg, zodat de cliënt een weloverwogen keuze kan maken tussen verschillende zorgaanbieders;
overwegende dat de kwaliteitsbeelden vanuit het Generiek kompas dit niet bieden;
verzoekt de regering Zorginstituut Nederland opdracht te geven in gesprek te gaan met kompaspartijen, de Patiëntenfederatie en het Senioren Netwerk Nederland om binnen het Generiek kompas te komen tot objectieve, vergelijkbare uitkomstinformatie over geleverde kwaliteit van zorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk.
Zij krijgt nr. 168 (29389).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland vergrijst en zorgzame gemeenschappen aantoonbaar bijdragen aan het langer zelfstandig en gezond thuis wonen van senioren, doordat zij sociale samenhang, informele ondersteuning en vroegsignalering versterken;
constaterende dat structurele financiering van deze woongemeenschappen noodzakelijk is om continuïteit te waarborgen;
constaterende dat de bereidwilligheid van zorgkantoren om vanuit de Wet DOS te investeren in zorgzame gemeenschappen varieert per regio;
overwegende dat gemeenschapsvorming in de kern draait om bewoners en hun wensen en behoeften;
overwegende dat de administratieve lasten die gepaard gaan met DOS-aanvragen hoog zijn;
overwegende dat door de minister is aangegeven dat er gewerkt wordt aan structurele financiering van zorgzame gemeenschappen;
verzoekt de regering te onderzoeken welke financieringsroute hiervoor het meest geschikt is en de Kamer hierover te informeren, met de volgende uitgangspunten:
-middelen zijn van structurele aard;
-planvorming vindt plaats in combinatie met wonen, zorg, bewoners en, indien betrokken, welzijn;
-aanvragen moeten voldoen aan uniforme voorwaarden;
-administratieve lasten blijven zo beperkt mogelijk;
verzoekt de regering tevens om structurele middelen beschikbaar te stellen voor gemeenschapsvorming voor senioren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 169 (29389).
Dank u wel. Mevrouw Synhaeve heeft hier nog een korte vraag over.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik heb een vraag over de eerste motie. Het Generiek kompas is natuurlijk juist bedoeld om kwaliteit van bestaan centraal te zetten, waar we gewend zijn om heel erg met afvinklijstjes te werken. Ik ben bang dat we, als we op zoek gaan naar objectieve indicatoren, weer richting die afvinklijstjes gaan. Dat lijkt mij niet de bedoeling. Hoe kijkt mevrouw Van Brenk daarnaar?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik wil in ieder geval D66 bedanken voor die vraag. Er zijn twee partijen die niet kunnen leven met het Generiek kompas, te weten de Patiëntenfederatie en het Senioren Netwerk Nederland. Dat zijn eigenlijk de mensen om wie het gaat, in mijn beleving. Als die dus ontevreden zijn en zeggen "Nu weten we helemaal niet meer wat de kwaliteit is en waar die 20 miljard aan besteed wordt, mogen we alsjeblieft inzicht?", vind ik het heel pijnlijk dat er niet geprobeerd is om met alle partijen te kijken hoe we hier gezamenlijk uit kunnen komen. Eigenlijk is dat het doel van mijn motie.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan laten we het hierbij.
Dan gaan we verder met de volgende spreker. Volgens de lijst is dat de heer El Abassi, maar die is nog onderweg. Hopelijk is hij nog op tijd om achteraan in de rij aan te sluiten. We gaan nu verder met de derde spreker op de lijst, mevrouw Dobbe van de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat oudere echtparen vaak na decennia van elkaar gescheiden worden als een van hen een woonzorgplek nodig heeft;
van mening dat ouderen altijd de keuze moeten hebben om samen te blijven wonen als een van hen meer zorg nodig heeft;
verzoekt de regering om met maatregelen te komen, zodat ouderen vaker samen kunnen blijven wonen als een van hen een woonzorgplek nodig heeft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 170 (29389).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zorgbuurthuizen een bewezen concept zijn, waardoor ouderen in hun eigen buurt een fijne woonzorgplek kunnen krijgen;
overwegende dat zorgverzekeraars niet willen bijdragen aan de financiering van zorgbuurthuizen, waardoor deze lastiger van de grond komen;
verzoekt de regering om in gesprek te gaan met zorgverzekeraars en initiatiefnemers van zorgbuurthuizen om ervoor te zorgen dat ook zorgverzekeraars gaan bijdragen aan de totstandkoming van zorgbuurthuizen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 171 (29389).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet van plan is structureel 990 miljoen te bezuinigen op de Wlz, waarvan het grootste deel naar verwachting terecht zal komen bij de ouderenzorg;
overwegende dat de ouderenzorg door de stapeling van steeds meer bezuinigingen onder steeds grotere druk komt te staan;
verzoekt de regering om de geplande bezuinigingen op de ouderenzorg te schrappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 172 (29389).
Mevrouw Dobbe (SP):
Volgens mij hebben we daar geen aanvullend onderzoek voor nodig, want volgens mij is al heel erg duidelijk dat het op dit moment echt niet kan met minder. Dat weet iedereen die praat met medewerkers in de ouderenzorg, met familieleden en met naasten. De plannen van dit kabinet moeten dus gewoon van tafel. Op de ouderenzorg mag niet worden bezuinigd.
Mevrouw Wendel (VVD):
Nu breekt mijn klomp echt, eerlijk gezegd. In het coalitieakkoord is aangekondigd dat we een bestuurlijk akkoord willen sluiten met de sector. Allereerst wordt er een motie ingediend waarin wordt gezegd: bezuinig binnen de Wlz niet op de gehandicaptenzorg, vooruitlopend op de gesprekken die eventueel gevoerd kunnen worden over waar het slimmer en efficiënter kan. Vervolgens wordt er een motie ingediend over het niet bezuinigen op de langdurige ggz. En dan komt mevrouw Dobbe nu aanzetten met een motie waarin wordt gezegd dat het geld vermoedelijk terechtkomt bij de ouderenzorg. Dan denk ik: waar is de zelfreflectie?
Mijn tweede vraag is …
De voorzitter:
U heeft ruimte voor één vraag.
Mevrouw Wendel (VVD):
… waar gaat u dit allemaal van betalen?
De voorzitter:
Dus denk goed na welke vraag u beantwoord wil hebben. Ik ga ervan uit dat dat de eerste vraag is.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké. Daar zal ik zeker een antwoord op geven. Dat weet mevrouw Wendel ook wel. Wat een rare vraag! Op het moment dat mevrouw Wendel zegt dat er €990 miljoen op de langdurige zorg bezuinigd wordt, nog boven op de bezuinigingen die op de langdurige zorg zijn gestapeld door vorige kabinetten, vraagt zij waarom de SP daartegen is. Wij zijn daartegen; dat klopt. We zijn tegen bezuinigingen op de langdurige zorg, dus op de ouderenzorg, de langdurige ggz en de gehandicaptenzorg. Die bezuinigingen zijn onverantwoord en onmenselijk en moeten van tafel. Ik weet niet wat mevrouw Wendel heeft lopen doen tijdens de afgelopen debatten, maar volgens mij waren we daar vrij duidelijk over. Het is ook absoluut goed betaalbaar. Op het moment dat er wapens gekocht moeten worden in Amerika, vliegen ons tientallen miljarden om de oren, maar voor de zorg heeft dit kabinet geen cent over. Ga daar dus maar eerst kijken en ga daarna kijken bij de miljonairs. Er is geld zat. De VVD kiest ervoor om het bij de ouderen, de gehandicapten en de mensen die ggz nodig hebben, neer te leggen.
De voorzitter:
Dit gaat ongetwijfeld nog in een volgend debat terugkomen, zo te horen. Ik wil nu dus graag het woord geven aan de volgende spreker. Dat is mevrouw Tijmstra van het CDA.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Tijdens het commissiedebat heeft het CDA aandacht gevraagd voor de randvoorwaarden die nodig zijn om beweging in de ouderenzorg mogelijk te maken en verder te ondersteunen, zoals investeren in gemeenschappen, geschikte woningen, mantelzorgondersteuning en minder regeldruk. Bij mantelzorgwoningen zie je dat er bij veel instanties, zoals banken, notarissen en hypotheekverstrekkers, maar ook nog bij gemeenten, onvoldoende kennis is over wat er wel kan als het gaat over het realiseren van een mantelzorgwoning. De vraag die ik heb aan de minister, is: wil zij in haar gesprekken met gemeenten en de veldpartijen benadrukken welke mogelijkheden er zijn voor mantelzorgwoningen en het belang van goede communicatie hierover onderstrepen?
We zijn blij dat de minister de financiering van zorgzame initiatieven, zoals de Lang Leven Thuisflats via de Wet DOS langjarig wil maken. Dat brengt mij meteen ook bij de regeldruk. Ook hier zijn de verantwoordingseisen en de administratieve eisen fors. Mijn oproep aan de minister is nogmaals: kijk alsjeblieft scherp naar deze uitvoeringslast.
Ik heb overwogen om over de administratieve druk in de hele sector een motie in te dienen, maar het eerlijke verhaal is ook dat één motie niet het verschil gaat maken. Er is een fundamentele verschuiving nodig van controle naar vertrouwen in zorgverleners en in mensen, van denken in schotten naar denken over samenwerking en van eindeloos overleggen naar samen doen. Het CDA levert daar in de komende jaren graag een bijdrage aan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Diederik van Dijk van de SGP.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering voornemens is de huishoudelijke hulp uit de Wmo te schrappen;
constaterende dat huishoudelijke hulp een belangrijke bijdrage levert aan het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen en mensen met een beperking;
overwegende dat het volledig schrappen van huishoudelijke hulp uit de Wmo kan leiden tot een hogere zorgvraag in bijvoorbeeld de huisartsenzorg, wijkverpleging en langdurige zorg;
overwegende dat de arbeidsmarktkrapte vraagt om een toekomstbestendige inrichting van maatschappelijke ondersteuning;
verzoekt de regering om in overleg met gemeenten, cliëntenorganisaties en zorgaanbieders alternatieve maatregelen te onderzoeken voor het volledig schrappen van hulp bij het huishouden uit de Wmo, en de Kamer hierover te informeren voordat hiervoor onomkeerbare stappen worden gezet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 173 (29389).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dan mijn tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat opeenvolgende kabinetten via meerjarige zorgakkoorden financiële en inhoudelijke afspraken hebben gemaakt om veranderingen in de zorg te bewerkstelligen;
constaterende dat adviesorganen zoals de Algemene Rekenkamer (2016, 2020 en 2025) en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2021) zich al diverse keren kritisch hebben uitgelaten over de aard, effectiviteit en doelmatigheid van dergelijke akkoorden;
overwegende dat incidentele akkoorden en middelen weinig zekerheid bieden voor gemeenten en zorgpartijen bij het doorvoeren van de gewenste structurele veranderingen, waardoor het risico groot is dat de effecten van de akkoorden op lange termijn tegenvallen;
overwegende dat uit de praktijk blijkt dat veel tijd en geld verloren gaan aan de verantwoordings-, monitorings- en evaluatiestructuur van de zorgakkoorden;
overwegende dat de Tweede Kamer moeilijk grip krijgt op de resultaten van de zorgakkoorden;
verzoekt de regering om zich onafhankelijk te laten adviseren of zorgakkoorden in de toekomst nog steeds de meest passende vorm zijn om gewenste veranderingen in de zorg te bewerkstelligen, welke alternatieven hiervoor denkbaar zijn, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 174 (29389).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
U ook bedankt. Dan gaan we verder met de volgende spreker: mevrouw Maeijer van de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om te zorgen dat er kostendekkende tarieven komen voor de casemanagers dementie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 175 (29389).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om actief te monitoren of de kwaliteit van zorg die aan mensen thuis wordt geleverd, verbetert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 176 (29389).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Mooie korte moties; dank u wel. We gaan verder met mevrouw Wendel van de VVD.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. De VVD staat pal voor eigen regie in het leven. Wij vinden het heel belangrijk dat mensen aan het einde van hun leven op een fijne manier, op een manier die ze zelf willen, de laatste momenten kunnen doorbrengen. De minister is bezig met een plan van aanpak voor toekomstbestendige hospicezorg. Ik zou de minister daarvoor alvast iets mee willen geven. De kracht van hospicezorg is nou juist de vrijheid en het feit dat mensen eigen regie kunnen houden, en dus ook nog bijvoorbeeld een advocaatje kunnen eten als ze dat willen. Ik kreeg kritiek nadat ik dit zei in een commissiedebat, omdat ik onvolledig bleek: een glaasje jenever of een biertje mag uiteraard ook, wat de VVD betreft. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mensen enkel in een hospice verblijven als zij ongeneeslijk ziek zijn en een levensverwachting hebben van minder dan drie maanden;
overwegende dat de prioriteit van zorg voor mensen in deze levensfase moet zijn om te genieten van het laatste gedeelte van hun leven, wat voor veel mensen inhoudt dat zij de ruimte hebben om ook van ongezonde gewoonten te kunnen genieten;
verzoekt de regering om voor mensen in een hospice van overheidswege geen specifieke belemmeringen op te werpen om hun ongezonde gewoonten voort te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wendel en Coenradie.
Zij krijgt nr. 177 (29389).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Als ik die redenering doortrek over eigen regie, ook aan het eind van het leven, dan past daar voor mij zeer zeker ook bij dat je, voor zover dat mogelijk is, ook eigen regie hebt over de plaats waar je wil sterven. Ik zou dan aan mevrouw Wendel willen vragen of zij voor mijn motie gaat stemmen die de regering verzoekt om geen financiële drempels op te werpen die dat onmogelijk maken.
Mevrouw Wendel (VVD):
Mevrouw Maeijer weet, denk ik, dat ik alle moties die vandaag worden ingediend met mijn fractie bespreek en dat wij daar dinsdag over zullen stemmen. Daarover zal ik dus nog geen uitspraken doen.
De voorzitter:
Nog even geduld, dus.
Mevrouw Dobbe (SP):
Is het voor de VVD acceptabel dat er zo meteen misschien wel zodanige financiële drempels worden opgelegd door de bezuinigingsplannen van dit kabinet dat mensen niet meer kunnen kiezen of ze thuis willen sterven of niet? Is dat voor de VVD een acceptabele uitkomst van de plannen die de VVD met dit kabinet uitrolt?
Mevrouw Wendel (VVD):
Voor de VVD is het belangrijk dat we verantwoordelijkheid nemen om ervoor te zorgen dat nu, maar ook over 20, 30 of 40 jaar, de zorg houdbaar is en dat mensen dan nog kunnen genieten van toekomstbestendige zorg. Dat betekent dat we keuzes moeten maken over wat we wel en niet moeten doen. Die keuzes kunnen op korte termijn lastig zijn, maar op lange termijn zorgen die ervoor dat we er juist voor de mensen kunnen zijn. Ik wil hierin niet op de zaken vooruitlopen.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Synhaeve van D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Veel ouderen staan midden in het leven. Ze zijn actief, zelfstandig en dragen op vele manieren bij aan onze samenleving. In het commissiedebat hebben we uitgebreid gesproken over de beweging van zorg naar gezondheid en wat die van ons vraagt als samenleving. We hebben minder gesproken over hoe we de zorg daarop inrichten. Dat is precies waar een aantal zorgaanbieders mij na afloop van het debat over benaderde. Zij zeggen: wij leveren vandaag de zorg van morgen in een systeem van gisteren. Er zijn zorgorganisaties die koploper zijn, die nu al echt uitgaan van zelfstandigheid en kwaliteit van leven in plaats van van ziekte en afhankelijkheid. Zij maken volop gebruik van de bestaande technologie, van druppelbrillen tot heupairbags, medicijndispensers en steunkoushulpmiddelen. Het zijn organisaties waar medewerkers om tijd te besparen bij het rapporteren werken met spraakgestuurde rapportages die vervolgens in tekst worden omgezet. Daardoor kunnen professionals hun tijd beter benutten en met minder personeel toch hele goede zorg blijven leveren.
Maar ons systeem is daar nog niet op ingericht. Sterker nog, deze koplopers worden bijna gestraft voor hun vooruitstrevendheid, want we financieren nog heel vaak via uurtje-factuurtje. Dus het loont om die steunkousen aan te gaan doen, het loont om die druppels in te brengen, omdat je daar simpelweg meer geld aan verdient, meer dan aan het stimuleren van zelfstandigheid. Dat is de wereld op zijn kop. Daarom vraag ik de minister welke stappen zij nu zet om die koplopers beter te ondersteunen. Zij zouden het tempo moeten bepalen van de verandering en niet die achterblijvers. Dat doen we allemaal vanuit de gedachte dat ouderen hun leven moeten kunnen blijven leven op de manier waarop zij dat willen, met zorg die beschikbaar is in plaats van zorg die taken overneemt die ze eigenlijk heel graag doen en fijn vinden om zelf te kunnen doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
We zien dat dit probleem, dat heel herkenbaar is, heel vaak wordt veroorzaakt door financiële schotten waar met name tegenaan gelopen wordt: wordt iets betaald uit de Wmo, uit de Wet langdurige zorg of uit de Zorgverzekeringswet? Wij hebben een voorzet gedaan: zou er niet van al die drie potten 5% apart gezet kunnen worden en beschikbaar kunnen worden gesteld voor juist dit soort initiatieven? Zou D66 daar oren naar hebben?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik onderschrijf volledig dat de financiële schotten niet helpen om de zorg om de mensen zelf heen te organiseren. Ik denk ook dat we echt stappen moeten zetten om dat te verbeteren, want het gaat nu echt ten koste van de kwaliteit van zorg. Heel vaak zijn we op die manier zorggeld niet heel effectief aan het inzetten, op zijn zachtst gezegd. Of 5% apart zetten dan de allerhandigste oplossing is, kan ik nu niet beoordelen.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan verder met de volgende spreker. Dat is mevrouw Coenradie van JA21.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het IZA, AZWA en HLO afspraken zijn gemaakt over onder meer passende ouderenzorg, langer zelfstandig wonen, preventie, personeel, zorgzame gemeenschappen en vermindering van administratieve lasten;
overwegende dat deze afspraken alleen waarde hebben als duidelijk is dat zij daadwerkelijk worden uitgevoerd;
overwegende dat de Kamer nu onvoldoende integraal zicht heeft op welke afspraken zijn gerealiseerd, welke achterlopen, wie daarvoor verantwoordelijk is en welke bijsturing plaatsvindt;
verzoekt de regering om bij de eerstvolgende voortgangsbrief een openbaar uitvoeringsdashboard aan de Kamer te sturen, waarin per hoofdafspraak uit IZA, AZWA en HLO ten minste wordt vermeld: doel, deadline, verantwoordelijke partij, actuele status, eventuele achterstand, knelpunt en voorgenomen bijsturingsactie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 178 (29389).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de uitvoering van afspraken over ouderenzorg afhankelijk is van meerdere partijen, waaronder gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren, zorgaanbieders, woningcorporaties en het Rijk;
overwegende dat vrijblijvende afspraken onvoldoende zijn wanneer partijen blijven overleggen, maar concrete resultaten voor ouderen, mantelzorgers en zorgprofessionals uitblijven;
overwegende dat onduidelijk is welke instrumenten de minister inzet wanneer partijen gemaakte afspraken niet of onvoldoende nakomen;
verzoekt de regering om voor de begrotingsbehandeling VWS 2027 een escalatieladder uit te werken voor IZA-, AZWA- en HLO-afspraken, waarin staat welke bestuurlijke, financiële, contractuele of wettelijke stappen kunnen volgen wanneer partijen aantoonbaar achterblijven bij gemaakte afspraken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Wendel.
Zij krijgt nr. 179 (29389).
Dank u wel. Dan gaan we verder met mevrouw Vliegenthart van PRO. De heer El Abassi moet nog één momentje wachten.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter, één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal soa's in Nederland de afgelopen jaren is toegenomen, ook onder ouderen;
constaterende dat condoomgebruik afneemt en dat risico's op soa's onder ouderen vaak worden onderschat;
overwegende dat seksualiteit en seksuele gezondheid ook onderdeel zijn van gezond ouder worden;
overwegende dat zorgprofessionals niet altijd voldoende toegerust zijn om het gesprek over seksuele gezondheid met ouderen aan te gaan en dat goede voorlichting en bewustwording juist kunnen bijdragen aan het voorkomen van soa's en het bevorderen van seksuele gezondheid;
verzoekt de regering om samen met relevante organisaties te inventariseren hoe de bewustwording rond seksuele gezondheid onder ouderen kan worden versterkt, hoe zorgprofessionals beter ondersteund kunnen worden bij het bespreekbaar maken van dit onderwerp en hier een stappenplan voor te formuleren, en de Kamer te informeren voor het einde van 2026,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vliegenthart en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 180 (29389).
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer El Abassi van DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Last but not least, voorzitter. Ik ga meteen beginnen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat casemanagement dementie een belangrijke rol speelt bij vroegtijdige ondersteuning van mensen met dementie en hun naasten;
constaterende dat niet iedereen tijdig toegang krijgt tot casemanagement dementie;
verzoekt de regering te onderzoeken waar casemanagement dementie tekortschiet en te zorgen dat ouderen met dementie en hun naasten tijdig passende begeleiding krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 181 (29389).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal ouderen met dementie de komende jaren sterk zal toenemen;
constaterende dat ouderen met een migratieachtergrond vaak pas later passende dementiezorg ontvangen;
overwegende dat cultuursensitieve dementiezorg noodzakelijk is om signalen tijdig te herkennen en passende zorg te bieden;
verzoekt de regering te bevorderen dat zorgaanbieders en gemeenten met ondersteuning van het Rijk een plan opstellen om cultuursensitieve dementiezorg beter beschikbaar te maken, inclusief scholing en voorlichting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 182 (29389).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mantelzorgers een onmisbare rol spelen in de ouderenzorg;
constaterende dat veel mantelzorgers overbelast raken en respijtzorg of logeeropvang niet altijd tijdig beschikbaar of toegankelijk is;
verzoekt de regering om samen met gemeenten toe te werken naar een regionaal minimumaanbod aan respijtzorg en logeeropvang, en bij de komende begroting inzichtelijk te maken welke middelen nodig zijn om dit structureel te organiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 183 (29389).
De heer El Abassi (DENK):
Dan kom ik bij mijn laatste motie, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ouderen en patiënten discriminatie kunnen ervaren in de zorg op grond van afkomst, taal, religie of culturele achtergrond;
overwegende dat iedere oudere recht heeft op waardige, veilige en passende zorg;
overwegende dat cultuursensitieve zorg structureel onderdeel moet zijn van goed zorgverlenerschap;
verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat het tegengaan van discriminatie en het bieden van cultuursensitieve zorg structureel worden meegenomen in zorgopleidingen, kwaliteitskaders en toezicht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 184 (29389).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan schorsen wij de vergadering tot uiterlijk 21.05 uur. Dan gaan we verder met de reactie van de minister.
De vergadering wordt van 20.54 uur tot 21.05 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef graag het woord aan de minister.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Ik ga eerst de moties appreciëren. Daarna zal ik nog ingaan op de twee gestelde vragen.
Ik begin bij de motie op stuk nr. 168. Dat is de motie van mevrouw Van Brenk, waarin zij vraagt om het Zorginstituut opdracht te geven in gesprek te gaan met de kompaspartijen. Die motie wil ik ontraden. Ik ben het met mevrouw Van Brenk eens dat het natuurlijk heel belangrijk is om goed inzicht te hebben in de kwaliteit van zorg. Ik denk ook dat dat de achtergrond is van de vraag. De kompaspartijen zijn samen aan het leren en ontwikkelen hoe dat eruit zou komen te zien in de komende jaren. Ze werken daarbij onder andere aan de doorontwikkeling van de kwaliteitsbeelden. De betrokken partijen worden hiervan op de hoogte gehouden. Het Zorginstituut Nederland, waar u naar vraagt, is op de hoogte van de ontwikkelingen in de Kompasraad. Ook vindt elk kwartaal overleg plaats tussen de Kompasraad, VWS, de inspectie, NZa, het CAK en het CIZ om de voortgang van de implementatie te monitoren. Daarnaast spreekt de Kompasraad de Patiëntenfederatie Nederland ook minstens één keer per jaar.
De keuze voor de manier van inzichtelijk maken van de kwaliteit van zorg en de manier waarop zorgaanbieders daarover informatie moeten aanleveren, ligt niet bij mij of bij het Zorginstituut, maar echt bij het veld zelf. De vertegenwoordigers van cliënten, zorgverleners, zorgaanbieders en zorginkopers bepalen samen welke indicatoren landelijk aangeleverd worden. Daar gebeurt het Generiek kompas dus ook. Dit noemen we de "tripartiete indiening". Het is de belangrijkste wettelijke eis uit de Wkkgz. Ik speel daar zelf geen inhoudelijke rol bij. Daarom moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
Mevrouw Van Brenk heeft daar nog een vraag over. Ik wil de minister en de leden vragen om alles iets korter en puntiger te doen, want op deze manier zijn we niet voor 00.00 uur klaar.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De minister zegt: ik heb daar geen rol in; we geven ze 20 miljard en geen rol in de kwaliteit. Ik vind dat onbegrijpelijk. Eigenlijk is de vraag als volgt. Ga nou gewoon met die twee kritische partijen in gesprek. Ook dat ontraadt de minister. Ik vind het meer dan teleurstellend.
Minister Sterk:
In de motie vraagt het lid Van Brenk om het Zorginstituut Nederland de opdracht te geven om in gesprek te gaan. Ik heb volgens mij net aangegeven dat dat eigenlijk al gebeurt. U vraagt mij niet om in gesprek te gaan, mevrouw Van Brenk. Ik blijf dus bij het oordeel dat ik deze motie ontraad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 168: ontraden.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 169, ook van het lid Van Brenk, geef ik het oordeel "ontijdig". Daarbij wil ik verwijzen naar het debat dat we hebben gehad. Ook ik vind het een belangrijk onderwerp. Ik wil het ook heel graag betrekken bij de gesprekken over de aanvulling op het HLO waar we nu mee bezig zijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 169: ontijdig. Wil mevrouw Van Brenk die aanhouden? Wat gaat ze doen? Ze denkt erover na. Wordt vervolgd. Gaat u verder, minister.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 170, van het lid Dobbe, geef ik het oordeel "overbodig". In de Wlz is het al mogelijk dat partners beiden toegang krijgen tot het verpleeghuis. We zijn juist heel hard aan het werk om dit ook met de nieuwe woonvormen mogelijk te blijven maken, zodat mensen samen kunnen blijven wonen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 170: overbodig. De motie op stuk nr. 171.
Minister Sterk:
Dat is de motie van het lid Dobbe om in gesprek te gaan met de zorgverzekeraars over zorgbuurthuizen. Die motie wil ik ontraden. Via de Wet DOS leveren zorgkantoren aan de exploitatie van nieuwe geclusterde woningen, onder andere bij het zorgbuurthuis in Oss. Het gebeurt dus eigenlijk al.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 171: ontraden.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 172, ook van het lid Dobbe, gaat over het schrappen van de geplande bezuiniging op de ouderenzorg. Die wil ik ook ontraden. Ik denk dat het een gesprek is dat wij vaker hebben gehad. We gaan de gesprekken met ouderenorganisaties op dit moment starten, om met hen invulling te geven aan de opdracht die daar ligt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 172: ontraden.
Minister Sterk:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 173 van de heer Van Dijk over het schrappen van huishoudelijke hulp. U vraagt om die alternatieve maatregelen te onderzoeken. Wij zijn natuurlijk aan het kijken naar die stapeling. Daarbij bekijken we natuurlijk ook hoe we de maatregelen waar we in het coalitieakkoord voor staan, zouden kunnen uitwerken. Als ik die motie zo mag interpreteren dat bij de uitwerking van deze maatregel en het vangnet dat daarbij hoort, ook de informatie en alternatieven van belangenorganisaties worden betrokken om de juiste afwegingen te maken, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De heer Van Dijk is het eens met die interpretatie. Dus de motie op stuk nr. 173: oordeel Kamer.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 174, ook van het lid Van Dijk, wil ik ontraden. De heer Van Dijk vraagt om ons onafhankelijk te laten adviseren over de vraag of de zorgakkoorden in de toekomst nog de meest passende vorm zijn. De zorgakkoorden zijn vooral voorzien in de ouderenzorg, niet in de curatieve zorg. Daar gaan het IZA en het AZWA vooral over. Met de Kamer is afgesproken om in 2028 in het kader van de Strategische Evaluatie Agenda een periodieke rapportage ouderenzorg op te leveren. In deze rapportage zal het ouderenbeleid worden geëvalueerd, inclusief de gehanteerde instrumenten. Volgens mij is die onafhankelijke toetsing daarom nog helemaal niet nodig. We gaan het evalueren. We kunnen daar nu dus verder nog niet zo veel over zeggen. Ik denk overigens dat het wel effectief is, want ik zie de eerste resultaten al, maar niettemin.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik heb even een vraag. Ik verwees naar een hele reeks rapportages van de Algemene Rekenkamer en van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. Dat zijn allemaal kritische rapporten over de effectiviteit en doelmatigheid van de betreffende akkoorden. Deelt de minister de waarnemingen van deze instanties, of herkent zij zich niet in die kritiek?
Minister Sterk:
Ik stel vooral vast dat we op dit moment een akkoord hebben. We bouwen inderdaad door op dat HLO, maar we gaan het ook evalueren. Volgens mij is het goed om bij de evaluatie ook die rapporten te betrekken die u benoemt. Daar moeten we natuurlijk onze ogen niet voor sluiten. Maar ik zou dan ook graag willen beoordelen wat er uiteindelijk is bereikt met dit akkoord.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 174: ontraden.
Minister Sterk:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 175 van het lid Maeijer over het zorgen voor kostendekkende tarieven voor de casemanagers dementie is overbodig. Het is namelijk een wettelijke taak van de NZa om tarieven vast te stellen. Verzekeraars komen in hun inkoop tot contracten met aanbieders. Zo is dat dus ook geborgd. Ik heb daar zelf dus ook geen rol in. Zo werkt het systeem.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 175: overbodig.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 176, ook van het lid Maeijer, geef ik oordeel Kamer. Die gaat over het actief monitoren of de kwaliteit van zorg wordt geleverd en of die ook verbetert. We rapporteren jaarlijks over de zorg thuis door de NZa en de partijen die verbonden zijn aan het Kwaliteitskompas. Ook het RIVM rapporteert over de ervaringen van ouderen bij de zorg thuis. Ik zal dit ook doen via de rapportage HLO. Daarmee: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 176: oordeel Kamer.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 177 van het lid Wendel over de ongezonde gewoontes in hospices geef ik oordeel Kamer. Ik denk dat het inderdaad van belang is dat mensen in de laatste levensfase zo veel mogelijk kunnen blijven doen wat ze gewend zijn om te doen en in die zin ook kwaliteit aan hun leven kunnen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 177: oordeel Kamer.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 178 van het lid Coenradie gaat over de rapportage van het IZA, het AZWA en het HLO. Die geef ik oordeel Kamer. Ik begrijp de wens van mevrouw Coenradie. Ik ben bereid om te komen met een serieus uitvoeringsoverzicht dat inzicht in en grip op de hoofdthema's of de hoofdafspraken geeft, als ik de motie zo mag interpreteren. Een aantal zaken die mevrouw Coenradie in haar motie noemt, kan ik daar dan ook in opnemen. Ik vraag echter wel enige speelruimte zodat we er wel een goed en praktisch instrument van kunnen maken dat zowel de uitvoering verder helpt als ook uw Kamer goed informeert.
De voorzitter:
Mevrouw Coenradie is het daarmee eens.
Minister Sterk:
Dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 178: oordeel Kamer.
Minister Sterk:
Dan had mevrouw Coenradie ook de motie op stuk nr. 179 over de wettelijke stappen van het IZA. Ook hier begrijp ik de wensen die zij uitspreekt met de motie. Wij hebben in de recente beleidsbrief die we aan de Kamer hebben gestuurd ook al beschreven hoe we de beweging van die akkoorden minder vrijblijvend willen maken door middel van wet- en regelgeving. Als u nou zegt dat u er behoefte aan hebt dat de minister in een volgende brief nog eens helder laat zien welke onderdelen van die beleidsagenda direct raken aan die IZA/AZWA-afspraken, wil ik dat graag doen. Als ik de motie zo mag interpreteren, kan ik die daarmee oordeel Kamer geven. Als dat niet zo is, moet ik 'm helaas ontraden.
De voorzitter:
Mevrouw Coenradie knikt ja. De motie op stuk nr. 179 krijgt dus oordeel Kamer.
Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 180 van het lid Vliegenthart over de seksuele gezondheid van ouderen. Die kan ik oordeel Kamer geven als ik 'm zo mag lezen dat de minister van VWS in de brief over seksuele gezondheid die eind dit jaar naar de Kamer gaat, ingaat op wat er gebeurt en op eventuele andere mogelijkheden voor deze doelgroep. Er gebeurt ook al het een en ander, maar ik wil mijn collega wel vragen om daar in die brief dan nog wat verder op in te gaan.
De voorzitter:
Ja, dat vindt mevrouw Vliegenthart oké.
Minister Sterk:
Dan krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 180: oordeel Kamer.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 181 van het lid El Abassi gaat over onderzoeken waar het casemanagement dementie tekortschiet. Die motie is overbodig. Ik voer op dit moment al overleg met de zorgverzekeraars over hun inzet bij casemanagement. Indien er knelpunten zijn, zal ik mij daarover laten informeren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 181: overbodig.
Minister Sterk:
De motie op stuk nr. 182 wil ik ontraden. Dat zit vooral in de vraag om een plan op te stellen, want wij zijn daar eigenlijk al mee bezig. De cultuursensitieve zorg waar u eigenlijk om vraagt, is gewoon een doorsnijdend thema in de Nationale Dementiestrategie. Die kennis komt dus ook ter beschikking aan de zorgaanbieders. Dat is de reden waarom ik deze motie ontraad.
De voorzitter:
Overweegt de minister de motie ook nog als overbodig te bestempelen?
Minister Sterk:
Nee.
De voorzitter:
U laat het hier dus bij. De motie op stuk nr. 182: ontraden.
Minister Sterk:
Ik kom bij de motie op stuk nr. 183, waarin het lid El Abassi de regering vraagt om met gemeentes toe te werken naar een regionaal minimumaanbod van respijtzorg en logeerzorg. Ook die wil ik ontraden, omdat er in het HLO al afspraken zijn gemaakt over een gelijkgericht aanbod per gemeente.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 183 wordt ontraden.
Minister Sterk:
Ten slotte de motie op stuk nr. 184, ook van het lid El Abassi, waarin hij de regering vraagt om ervoor te zorgen dat discriminatie wordt tegengegaan en cultuursensitieve zorg structureel wordt meegenomen. Wij zijn het, denk ik, met elkaar eens dat het heel belangrijk is om discriminatie tegen te gaan en dat cultuursensitieve zorg een plek moet krijgen, maar het is wel de verantwoordelijkheid van het onderwijs en de werkgevers om die zorgopleidingen zelf actueel te houden. Daarom ontraad ik deze motie ook. Ik zie dat niet als een rol voor mij.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 184 wordt ontraden. Hiermee is er een einde gekomen aan dit tweeminutendebat over ouderenzorg.
Minister Sterk:
Nee, voorzitter, want …
De voorzitter:
Of heeft u nog vragen te beantwoorden?
Minister Sterk:
Precies. Ik had aan het begin aangegeven dat ik eerst de moties zou doen en dan nog twee vragen zou beantwoorden. Ik zal proberen kort te zijn, voorzitter, want ik zie dat u haast heeft.
Het lid Tijmstra had nog vragen gesteld over de belemmeringen rond mantelzorgwoningen. Zij vroeg of ik wil toezeggen om in gesprek te gaan over een betere communicatie. Nou ligt dat niet onmiddellijk op mijn terrein, maar op het terrein van mijn collega van VRO. Gisteren is volgens mij in de Eerste Kamer de Wet versterking regie volkshuisvesting aangenomen. Die zal naar verwachting op 1 januari volgend jaar in werking treden. Ik zal vragen om hier voldoende communicatie aan te besteden zodra die regeling effectief is.
De voorzitter:
Dat lokt nog een vraag uit van mevrouw Tijmstra.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het is mooi dat die verruiming er komt; laat ik dat vooropstellen. Maar wij krijgen vooral ook terug dat er heel veel onbekendheid is bij banken en soms zelfs ook bij gemeenten en bij hypotheekverstrekkers, dus eigenlijk bij iedereen die nodig is om mensen te faciliteren om daadwerkelijk zo'n mantelzorgwoning neer te zetten. Volgens mij is er veel mogelijk, maar weten mensen het gewoon niet. Die kennis binnen de organisatie is heel belangrijk, en dat appel wilde ik eigenlijk gewoon meegeven. De ministeries en uw collega-minister spreken veel mensen in de sector. Draag dit alsjeblieft uit.
Minister Sterk:
Dat wil ik toezeggen. Ik zal het ook onder de aandacht brengen van mijn collega van VRO.
Ten slotte, voorzitter, de vraag van mevrouw Synhaeve van D66. Zij stelt dat koplopers bijna worden gestraft voor innovatie en vraagt welke stappen ik zet. Ik ben het eens met de wens achter deze vraag, want we willen natuurlijk juist die passende zorg als norm hebben. Dat is ook de drijfveer achter de zorgakkoorden die we hebben afgesloten. We hebben het ook besproken en beschreven in de beleidsbrief. Daarom willen we dat nu ook verder gaan brengen met wet- en regelgeving. We hebben namelijk te lang gehoopt dat het vanzelf zou gaan en willen het nu wat meer vormgeven van bovenaf. Met transformatie- en doorbraakmiddelen willen we ook de innovaties gaan opschalen en daarmee mogelijk gaan maken.
Nu ben ik wel klaar, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee is er een einde gekomen aan dit tweeminutendebat. Het ging daarin ook over genieten van het leven in de laatste fase, maar ik wens dat iedereen in elke fase toe.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors voor een kort moment voordat we naar het volgende debat gaan.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.