Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 28 september 2026
2026D44864 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Defensie hebben de onderstaande fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Defensie over de Raad Buitenlandse
Zaken Defensie van 28 september 2026.
De voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de genoteerde agenda
voor de Raad buitenlandse zaken Defensie van 28 september. Hierover hebben deze leden
nog enkele vragen.
Afgelopen week sprak Von der Leyen de State of the Union uit. Kan de Minister aangeven
hoe zij reflecteert op de voorstellen gerelateerd aan Defensie die daarin zijn gedaan?
Hoe kijkt de Minister naar het idee om het overgebleven SAFE-geld in te zetten voor
steun aan de Oekraïense defensie-industrie? Hoe kijkt de Minister naar het voornemen
voor een Europese veiligheidsraad en op welke manier is tot op heden opvolging gegeven
aan de aangenomen motie Klos c.s. (Kamerstuk 36 800 V, nr. 48)? Erkent de Minister dat er op dit moment geen Europees gremium is dat adequaat en
snel beslissingen kan nemen wanneer er een aanval plaats zou vinden op een EU-lidstaat?
Hoe kijkt de Minister naar deelname aan een mogelijke SAFE II? Erkent de Minister
dat deelname goed zou zijn voor de toegang van de Nederlandse industrie tot de projecten
onder SAFE?
In de geannoteerde agenda wordt ook geschreven over het reageren op hybride aanvallen.
Wat is de inzet van de Minister op offensief reageren op bewezen hybride aanvallen?
Welke middelen zijn er nu en welke wet- en regelgeving ontbreekt om adequaat en gezamenlijk
te kunnen reageren op hybride aanvallen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en stellen
daarover nog enkele vragen.
De leden van de PRO-fractie lezen in de brief over de voorziene EU-GVDB-missie in
Libanon. Kan de Minister toelichten op welke manier, zoals nu voorzien, de missie
zal verschillen van de huidige UNIFIL-missie wat betreft mandaat, scope, exitstrategie
en missiecapaciteit?
De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat de RBZ Defensie zal spreken over
de herziening van de aanbestedingsrichtlijn Defensie. Op welke termijn verwacht de
Minister dat er overeenstemming is over de wijziging van de richtlijn? Waar liggen
volgens de Minister op dit moment de belangrijkste knelpunten ten aanzien van administratieve
lasten en samenwerking met andere EU-lidstaten?
De leden van de PRO-fractie hebben met genoegen kennisgenomen van de aankondiging
van de president van de Europese Commissie om de banden met Canada aan te halen. Welke
kansen liggen er volgens de Minister nog voor de versterking van de Nederlandse en
Europese samenwerking met Canada op het terrein van defensie?
De leden van de PRO-fractie hebben met zorg kennisgenomen van de plannen van Rosatom
om de productie van drones op te schroeven met 28.000 stuks per jaar, bovenop de huidige
36.000, volgens berichten van Politico. Dit zou een ongekende uitdaging zijn voor
de Oekraïense luchtverdediging, die nu al onder grote druk staat. Hoe gaat de Minister
zich in de komende maanden samen met andere EU-lidstaten extra inzetten voor een gelijkwaardige
opschaling van (counter)droneproductie in Oekraïne dan wel Europa om de luchtverdediging
in Oekraïne zo dekkend mogelijk te maken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 28 september 2026. Deze leden hebben hier enkele
vragen bij.
De leden van de CDA-fractie vragen allereerst of de Minister een eerste reactie kan
geven op de voorstellen die zijn gedaan door de Voorzitter van de Europese Commissie
tijdens de Europese State of the Union op het gebied van defensie, namelijk het European
Security Protocol, de Europese Veiligheidsraad, het nieuwe instrument voor Strategic
Enablers en de nieuwe European Security Strategy. Als het voor nu te kort dag is om
hier een uitgebreide appreciatie op te geven, kan de Minister dan aangeven op welke
termijn de Kamer wel een kabinetsappreciatie kan ontvangen op deze onderwerpen?
Het kabinet pleit voor snelle operationalisering van € 6,6 miljard aan middelen uit
de Europese Vredesfaciliteit (EPF), waarbij een combinatie wordt voorzien van compensatie
voor reeds geleverde steun, nieuwe steun en voldoende middelen voor de EU-trainingsmissie
EUMAM. De leden van de CDA-fractie vragen welke concrete belemmeringen nog bestaan
voor de operationalisering van de € 6,6 miljard uit de EPF. Op welke termijn verwacht
de Minister dat deze middelen daadwerkelijk kunnen worden ingezet? Welke stappen kan
Nederland zetten om besluitvorming hierover te versnellen?
Het kabinet stelt daarnaast dat significante bilaterale steun van de lidstaten noodzakelijk
blijft en dat Nederland andere lidstaten zal aanspreken op een eerlijke lastendeling.
Hoe wil de Minister dit concreet bevorderen, zo vragen de leden van de CDA-fractie.
Ziet de Minister mogelijkheden om bijdragen van lidstaten inzichtelijker en beter
vergelijkbaar te maken, zodat duidelijker wordt welke landen naar draagkracht bijdragen
aan de ondersteuning van Oekraïne?
Het tegengaan van de Russische schaduwvloot is expliciet onderdeel van de bespreking
over Oekraïne tijdens deze Raad. De leden van de CDA-fractie vragen in hoeverre Europese
sancties op dit gebied aangescherpt kunnen worden naar aanleiding van de onlangs door
de Verenigde Staten doorgevoerde extra sancties tegen de schaduwvloot (de «Lindsey
O. Graham Sanctioning Russia and Iran Act of 2026»).
Het kabinet meldt dat naar verwachting een lijst met European Defence Projects of
Common Interest (EDPCI’s) wordt vastgesteld. De leden van de CDA-fractie vragen of
het klopt dat de Europese Commissie vijf projecten heeft voorgesteld, namelijk drones
en counter-drones (DECODER), geïntegreerde maritieme en zeebodemverdediging, militaire
ruimtecapaciteiten, geïntegreerde lucht- en raketverdediging en Eastern Flank Watch.
Kan de Minister bevestigen dat Nederland voornemens is aan alle vijf de voorgestelde
EDPCI’s deel te nemen? Welke concrete rol voorziet de Minister voor Nederland bij
ieder van deze projecten en welke financiële verplichtingen kunnen daarmee gemoeid
zijn? Welke mogelijkheden ziet de Minister om Nederlandse defensiebedrijven, innovatieve
mkb-bedrijven en kennisinstellingen hierbij te betrekken?
Tijdens de ministeriële Steering Board van het Europees Defensieagentschap wordt het
eerste Annual Defence Readiness Report besproken. Volgens het kabinet zal dit rapport
naar verwachting ingaan op militaire tekortkomingen per prioritair capaciteitsgebied
en op reeds gelanceerde projecten en verworven capaciteiten. Ook worden naar verwachting
aanbevelingen opgenomen. De leden van de CDA-fractie vragen de Minister of het rapport
na publicatie zo spoedig mogelijk naar de Kamer kan worden gestuurd.
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier