Amendement : Amendement van de leden Grinwis en Van den Berg over geen inwerkingtreding voor 1 januari 2028
36 947 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)
Nr. 10
AMENDEMENT VAN DE LEDEN GRINWIS EN VAN DEN BERG
Ontvangen 3 september 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Aan artikel III wordt toegevoegd «, doch niet eerder dan 1 januari 2028».
Toelichting
Op dit moment wordt in de memorie van toelichting 1 januari 2027 genoemd als voorgenomen
datum van inwerkingtreding voor het wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas. Deze
datum komt in de ogen van indieners te vroeg. De voor de verplichting benodigde productiecapaciteit,
infrastructuur en uitvoeringsorganisatie zijn nog onvoldoende zeker om de verplichting
al in 2027 op een verantwoorde wijze te laten ingaan.
Een belangrijk knelpunt is dat nieuwe productie-installaties en de bijbehorende infrastructuur
afhankelijk zijn van onder meer vergunningverlening, financiering, netaansluiting
en voldoende beschikbaarheid van geschikte grondstoffen. Deze trajecten kennen doorlooptijden
die zich niet zonder meer laten verenigen met een wettelijke start per 1 januari 2027.
Wanneer de verplichting sneller wordt ingevoerd dan de productiecapaciteit kan meegroeien,
bestaat het risico dat leveranciers in grotere mate zijn aangewezen op import of op
de ontheffingsmogelijkheid tegen betaling. De daarmee gemoeide kosten kunnen uiteindelijk
worden doorberekend aan huishoudens en bedrijven.
Uitstel schept daarnaast ruimte om de algemene maatregel van bestuur en de ministeriële
regeling zorgvuldig af te ronden, de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid actueel te
toetsen en het GGE-register gereed te maken. Ook kan in deze periode opnieuw worden
beoordeeld of de voorgestelde verplichting de meest doelmatige en betaalbare wijze
is om de productie en toepassing van groen gas te stimuleren. Daarbij kunnen onder
meer alternatieve vormen van productiestimulering, een ander ingroeipad, een andere
verdeling over sectoren en de samenloop met bestaande Europese en nationale instrumenten
worden betrokken.
Met dit amendement wordt daarom vastgelegd dat geen artikel of onderdeel van de wet
vóór 1 januari 2028 in werking kan treden. Het amendement verplicht niet tot inwerkingtreding
op 1 januari 2028.
Artikel 9.9.7.2 van de voorgestelde titel 9.9 van de Wet milieubeheer koppelt het
eerste kalenderjaar waarover de jaarverplichting wordt vastgesteld aan het kalenderjaar
waarin die titel in werking treedt. Bij inwerkingtreding in 2028 ontstaat daardoor
geen jaarverplichting over 2027. De eerste jaarverplichting heeft dan betrekking op
leveringen in 2028 en wordt in het daaropvolgende kalenderjaar afgewikkeld.
Het amendement beoogt daarmee niet vooruit te lopen op de definitieve beoordeling
van het instrument, maar waarborgt dat de bijmengverplichting niet eerder wordt ingevoerd
dan dat voldoende duidelijkheid bestaat over vergunningen, productiecapaciteit, uitvoerbaarheid,
kosten en mogelijke alternatieven.
Grinwis Van den Berg
Indieners
-
Indiener
Pieter Grinwis, Kamerlid -
Medeindiener
Daniël van den Berg, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| PRO | 20 | Tegen |
| PVV | 19 | Voor |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Voor |
| Groep Markuszower | 7 | Voor |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Tegen |