Amendement : Amendement van het lid Flach over onder de energiebesparingsplicht vallende bedrijven en instellingen uitzonderen van de bijmengverplichting
36 947 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)
Nr. 6
AMENDEMENT VAN HET LID FLACH
Ontvangen 3 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel B, wordt aan het voorgestelde artikel 9.9.2.1 een lid toegevoegd,
luidende:
3. Van het marktaandeel van de leveranciers aan afnemers en van het marktaandeel van
de leverancier aan afnemers in de totale leveringen aan afnemers door de leveranciers
aan afnemers gezamenlijk, bedoeld in artikel 9.9.2.1, eerste lid, is voor de berekening
van de jaarverplichting groengaseenheden uitgezonderd de levering van gas aan afnemers
voorzover het de hoeveelheid geleverd gas betreft die per kalenderjaar per afnemer
een energiegebruik van 25.000 m3 overschrijdt.
II
In artikel I, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 9.9.2.2 als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt toegevoegd «en van de gegevens, bedoeld in het vierde lid».
2. Aan het vierde lid wordt toegevoegd «en de wijze waarop de in artikel 9.9.2.1, derde
lid, bedoelde uitzondering wordt berekend en welke gegevens daarvoor door bij die
maatregel aan te wijzen marktdeelnemers moeten worden verstrekt aan het bestuur van
de emissieautoriteit».
Toelichting
De indiener stelt voor om bedrijven en instellingen die onder de energiebesparingsplicht
vallen uit te zonderen van de bijmengverplichting groen gas. Voorzover relevant voor
de bijmengverplichting groen gas betreft dit bedrijven met een jaarverbruik vanaf
25.000 m3 aardgas. Dit amendement regelt dat het individuele jaarverbruik van deze afnemers
vanaf 25.000 m3 aardgas niet meetelt bij de berekening van het marktaandeel van de leveranciers aan
afnemers én van het marktaandeel van de leverancier aan afnemers in de totale leveringen
aan afnemers door de leveranciers, zoals opgenomen in artikel 9.9.2.1 (jaarverplichting
groengaseenheden). De indiener merkt daarbij op dat de industrie onder ETS1 sowieso
al is uitgezonderd van de bijmengverplichting.
Bedrijven en instellingen met een jaarverbruik vanaf 25.000 m3 aardgas zijn op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken
leefomgeving al wettelijk verplicht alle energiebesparende maatregelen te treffen
die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Het kabinet is voornemens deze plicht aan
te scherpen door de terugverdientijd te verlengen naar zeven jaar. Het gasverbruik
dat bij deze bedrijven resteert, is per definitie verbruik waarvan de wetgever zelf
heeft vastgesteld dat het niet rendabel verder te reduceren is.
Op dat resterende verbruik stapelen zich drie kostenverhogende instrumenten: de energiebelasting,
het Europese emissiehandelssysteem ETS2 en de voorliggende bijmengverplichting. Dat
geldt in het bijzonder voor de glastuinbouw. Uit het in opdracht van het ministerie
uitgevoerde onderzoek «Meerkosten en impact bijmengverplichting groengas» (CE Delft,
september 2024) blijkt dat de meerkosten van de bijmengverplichting bij de destijds
voorgenomen doelstelling konden oplopen tot € 0,12 à € 0,14 per m3 gas, en inclusief ETS2 tot circa € 0,19 à € 0,21 per m3. De doelstelling in het voorliggende wetsvoorstel is weliswaar verlaagd, maar de
omslagsystematiek – waarbij de leverancier de kosten van groengaseenheden dan wel
de ontheffingsvergoeding doorberekent aan de afnemer – is ongewijzigd, evenals de
verwachting van CE Delft dat de marktprijs zich bij aanhoudende krapte richting het
ontheffingstarief beweegt. De impact concentreert zich blijkens het onderzoek bij
sectoren waar aardgas een onmisbaar procesonderdeel is, zoals de glastuinbouw en de
voedings- en genotmiddelenindustrie. Voor industriële bakkerijen liepen de meerkosten
in de doorrekening op tot € 100.000 à € 175.000 per jaar, juist doordat grootverbruikers
per m3 minder energiebelasting betalen en de omslag daardoor relatief zwaarder doortikt.
Voor deze groep afnemers verandert de bijmengverplichting het handelingsperspectief
niet: hun besparingspotentieel is via de energiebesparingsplicht al volledig aangesproken,
en uit het genoemde onderzoek blijkt dat alternatieve verduurzamingsroutes voor deze
bedrijven veelal kosteneffectiever zijn dan groen gas. De verplichting genereert bij
deze groep daarmee vooral lasten en nauwelijks additionele transitie, terwijl zij
een nationale kop vormt die concurrenten in Duitsland en België niet kennen.
De in het amendement voorgestelde uitzondering betekent dat de bijmengverplichting
vooral neerslaat bij de gebouwde omgeving. Er is ruimte om de te realiseren CO2-doelstellingen hierop aan te passen of te zorgen voor een vorm van compensatie via
de energiebelasting.
Flach
Indieners
André Flach, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| PRO | 20 | Tegen |
| PVV | 19 | Voor |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Voor |
| Groep Markuszower | 7 | Voor |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Tegen |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Tegen |