Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02-3452)
2026D35751 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties
de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026
(Kamerstuk 21 501-02, nr. 3452) en het Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 15 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3451).
De voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Muller
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
III
Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) van 13 juli 2026. Deze leden hebben hierover de volgende
vragen en opmerkingen.
Voor deze leden staat één ding boven al het andere: Oekraïne moet in de strijd kunnen
blijven, en de Oekraïense strijdkrachten moeten in staat worden gesteld het huidige
momentum op het slagveld vast te houden. Iedere Europese inspanning, financieel, militair
of diplomatiek, zou wat deze leden betreft aan die opgave getoetst moeten worden.
Zij staan dan ook positief tegenover creatieve oplossingen wanneer die daaraan bijdragen.
Deze leden hebben kennisgenomen van de brief van de Oekraïense Minister van Defensie
Fedorov, waarin hij aangeeft dat aanvullende financiering nodig is om het initiatief
op het slagveld te behouden, onder meer door inzet van de resterende middelen uit
de Europese Vredesfaciliteit en aanpassing van het EUMAM-mandaat zodat trainingen
ook op Oekraïens grondgebied kunnen plaatsvinden. Hoe beoordeelt het kabinet deze
voorstellen? Is het kabinet bereid zich in de Raad actief in te zetten voor besteding
van de gereserveerde 6,6 miljard euro aan nieuwe militaire leveranties, in plaats
van uitsluitend aan compensatie van eerdere steun? Is het kabinet tevens bereid steun
te geven aan aanpassing van het EUMAM-mandaat, zodat trainingen ook in Oekraïne zelf
kunnen plaatsvinden?
De leden van de D66-fractie constateren dat de EU er bij de vorige Europese Raad voor
heeft gekozen Oekraïne via gezamenlijke leningen van 90 miljard euro te steunen, in
plaats van via een reparatielening op basis van de circa 180 miljard euro aan bevroren
Russische tegoeden. Blijft het kabinet zich onverkort inzetten voor het vrijmaken
en inzetten van deze tegoeden ten behoeve van Oekraïne? Ziet het kabinet creatieve
manieren om de juridische en financiële risico’s voor België, en eventuele andere
lidstaten waar tegoeden worden aangehouden, weg te nemen, bijvoorbeeld via gezamenlijke
garanties of een eerlijke verdeling van aansprakelijkheid over alle lidstaten? Een
andere denkbare route is het onder Europees beheer brengen van deze tegoeden, zodat
de tegoeden niet langer op de balans van één enkele lidstaat of instelling als Euroclear
blijven staan, maar het risico via een Europese constructie collectief wordt gedragen.
Welke van dergelijke opties ondersteunt Nederland concreet in de gesprekken hierover?
Deze leden vernemen dat Bulgarije dreigt het 21e sanctiepakket te blokkeren vanwege de voorgestelde sancties tegen patriarch Kirill
en de voormalig Lukoil-topman Alekperov. Is het kabinet bereid zich onverminderd hard
te maken voor handhaving van beide sancties, en welke stappen onderneemt het om het
Bulgaarse verzet weg te nemen zonder concessies te doen op de inhoud van het pakket?
Deze leden zijn daarnaast van mening dat het 21e sanctiepakket een gemiste kans dreigt te worden zolang aluminiumoxide erbuiten blijft.
Zij wijzen erop dat de Ierse fabriek Aughinish Alumina in het eerste kwartaal van
2026 83 procent van haar productie naar Rusland exporteerde, de hoogste hoeveelheid
sinds het begin van de oorlog, en dat dit aluminiumoxide via Siberische smelterijen
in de Russische wapenindustrie terechtkomt en direct wordt gebruikt voor raketten
en drones. Hoewel deze leden zich sterk kunnen vinden in de Ierse agenda voor het
voorzitterschap, vinden zij deze aanhoudende export én de geprioriteerde steun aan
Oekraïne moreel en beleidsmatig niet met elkaar te verenigen. Is het kabinet bereid
dit tijdens de RBZ nadrukkelijk aan de orde te stellen en Ierland hier direct op aan
te spreken? En is het kabinet bereid te pleiten voor opname van aluminiumoxide in
aankomende sanctiepakketten?
De leden van de D66-fractie hopen dat Nederland deze zomer concrete stappen zet om
de gevaarlijke Russische schaduwvloot op de Noordzee daadwerkelijk te handhaven, zeker
na recente bevindingen dat de drones die eind vorig jaar onder meer boven vliegbasis
Volkel werden waargenomen, werden aangestuurd vanaf schepen die tot deze schaduwvloot
behoren. Kan het kabinet toelichten welke stappen op dit moment concreet worden gezet?
En op welke termijn verwacht het kabinet nationale wetgeving ter bevordering van de
handhaving van de schaduwvloot te kunnen presenteren?
Naast fysieke handhaving vragen deze leden welke stappen het kabinet ziet om veelgebruikte,
of vals gebruikte, vlaggenstaten van de schaduwvloot aan te spreken en te ontmoedigen.
Ziet het kabinet iets in het voorstel voor een EU-risico-listing van landen waarvan
transacties gepaard gaan met een verhoogd risico op het faciliteren van de schaduwvloot,
naar voorbeeld van de bestaande EU-lijst voor witwassen en terrorismefinanciering?
Een dergelijke lijst zou financiële instellingen kunnen waarschuwen en zo veelgebruikte
vlaggenstaten kunnen ontmoedigen, zo denken deze leden.
De leden van de D66-fractie zijn voorstander van een grotere Europese rol in de volgende
onderhandelingsronde met Iran. Het Iraanse nucleaire en raketprogramma vormt ook een
directe dreiging voor Europees grondgebied, en Europese betrokkenheid zal essentieel
zijn voor het welslagen van welke economische afspraken dan ook die uit deze onderhandelingen
voortvloeien. Welke concrete stappen zet het kabinet, of is het voornemens te zetten,
om deze grotere Europese rol te bewerkstelligen?
Deze leden maken zich zorgen over de Amerikaanse neiging om de aandacht voor democratische
krachten en mensenrechtenschendingen in Iran naar de achtergrond te laten verdwijnen.
Voor deze leden is het van groot belang dat de mensenrechtensituatie structureel onderdeel
blijft van ieder gesprek met de Iraanse leiding. Kan het kabinet toezeggen zich hiervoor
te blijven inzetten, en zijn huid duur te verkopen wanneer het gaat om het signaleren
van bereidheid tot sanctieverlichting? Deelt het kabinet de opvatting dat te grote
bereidwilligheid op dit punt een verkeerd signaal afgeeft, zolang Iran geen aantoonbare
stappen heeft gezet in het terugdraaien van zijn nucleaire en raketprogramma?
Deze leden vragen het kabinet opnieuw actief te pleiten voor een EU-breed handelsverbod
met illegale nederzettingen. Kan het kabinet de laatste stand van zaken geven van
het door HV Kallas gevraagde overzicht van handelsmaatregelen, en zet het zich in
voor spoedige besluitvorming hierover tijdens deze Raad?
Deze leden herhalen eveneens dat Nederland voorstander is van het opschorten van het
handelsdeel van het associatieverdrag met Israël, en vragen het kabinet te blijven
inzetten op het vinden van een gekwalificeerde meerderheid hiervoor. Het recente VN-rapport,
waarin de Onafhankelijke Onderzoekscommissie concludeert dat Israël doelbewust Palestijnse
kinderen heeft geviseerd en gedood, en waaruit blijkt dat Israël voor het derde jaar
op rij op de VN-lijst voor ernstige schendingen tegen kinderen in gewapende conflicten
staat, zou hiervoor wat deze leden betreft een nieuwe impuls moeten zijn. Deelt het
kabinet die opvatting, en is het bereid dit rapport nadrukkelijk te betrekken bij
de Nederlandse inzet tijdens deze Raad?
Deze leden pleiten daarnaast voor meer eenheid in het beleid van de Europese Commissie
en de Europese Dienst voor Extern Optreden ten aanzien van Israël. Zij constateren
met zorg dat Israël na vermeende kritische uitspraken van HV Kallas geen contact meer
met haar wil, terwijl Eurocommissaris Šuica kort daarna wél welkom was voor een bezoek.
Wat deze leden betreft verdient een strengere lijn de voorkeur boven warme bezoeken
die weinig druk of resultaat opleveren. Hoe kijkt het kabinet hiernaar, en is het
bereid te pleiten voor een meer uniforme, duidelijke opstelling van de Commissie en
de EDEO?
De EU heeft opgeroepen tot terugtrekking van alle troepen uit Libanees grondgebied
en het ontwapenen van niet-statelijke gewapende groepen. Hoe kijkt het kabinet naar
de volgordelijkheid van deze afspraken, zo vragen deze leden? Voorts vragen deze leden
hoe Nederland aankijkt tegen een eventuele EU-missie ter ondersteuning van het Libanese
leger na het vertrek van UNIFIL eind 2026. Is het kabinet bereid hieraan bij te dragen,
en zo ja, onder welke voorwaarden?
De leden van de D66-fractie vinden het van belang dat de Europese Veiligheidsstrategie
realistisch is over de veranderende rol van de Verenigde Staten. Deze leden menen
dat het verder operationaliseren van artikel 42.7 VEU onderdeel moet zijn van iedere
Europese veiligheidsstrategie, en hechten eraan dat versneld wordt gewerkt aan commandostructuren
waaronder Europese krijgsmachten zo nodig ook onafhankelijk van de Verenigde Staten
kunnen opereren. Ziet het kabinet ruimte om deze thematiek te laten terugkomen in
de Europese Veiligheidsstrategie, en is het bereid zich hiervoor in te zetten?
Daarnaast zijn deze leden voorstander van hervorming van de Verenigde Naties, waaronder
de VN-Veiligheidsraad, om deze effectiever en representatiever te maken voor de huidige
mondiale verhoudingen. Is het kabinet bereid zich hiervoor actief in te zetten, zowel
in de aanloop naar de 81e zitting van de Algemene Vergadering als daarna?
De leden van de D66-fractie zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling
tegemoet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Zij hebben hiertoe nog de volgende vragen
en opmerkingen.
Deze leden onderschrijven het belang van brede en voortgezette steun aan Oekraïne
en steunen de inzet van het kabinet om de druk op Rusland verder op te voeren, onder
meer via sancties en de aanpak van de schaduwvloot.
Wat betreft het 21ste sanctiepakket vragen deze leden de Minister naar de stand van zaken en de verwachte
inhoud hiervan. Kan de Minister aangeven welke concrete maatregelen het kabinet in
dit pakket wil opnemen om de Russische oorlogsmachine verder financieel te isoleren?
In het bijzonder vragen deze leden, onder verwijzing naar de aangenomen motie van
het lid Verkuijlen c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3407), op welke wijze het kabinet in Europees verband het voortouw neemt om de export
van aluinaarde en aluminium naar Rusland via internationale ketens effectief aan banden
te leggen. Het is voor de leden van de VVD-fractie volstrekt onaanvaardbaar dat Europese
bedrijven via deze indirecte handelsroutes nog steeds bijdragen aan het draaiende
houden van de Russische oorlogsmachine. Wordt deze specifieke grondstoffenrestrictie
meegenomen in de onderhandelingen over het 21ste sanctiepakket?
De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat de effectiviteit van sancties staat
of valt met een slagvaardige uitvoering en handhaving. In dat kader zijn deze leden
grote voorstanders van het oprichten van een krachtige Europese sanctieautoriteit
naar het model van het Amerikaanse OFAC. Een dergelijke centrale instelling kan bijdragen
aan het sneller opleggen van sancties die doelgerichter en moeilijker te omzeilen
zijn. Zij achten het van groot belang dat de versnippering van toezicht over 27 afzonderlijke
lidstaten wordt doorbroken en handhavingsexpertise effectief wordt gebundeld. Zolang
een dergelijke autoriteit echter nog niet bestaat, vragen deze leden de Minister welke
mogelijkheden hij wél ziet voor het verdiepen van de informatiedeling tussen Europese
overheden en diensten. Is er op dit moment bijvoorbeeld informatie waar handhavingsinstanties,
zoals de Nederlandse Douane, nog onvoldoende toegang toe hebben en die hen in de praktijk
zou kunnen helpen om mazen in het net sneller en effectiever te dichten?
De leden van de VVD-fractie constateren dat Nederland zich internationaal heeft ontwikkeld
tot een koploper op het gebied van dronetechnologie en de inzet van drones ten behoeve
van Oekraïne. Deze leden zijn van mening dat deze voortrekkersrol verder kan worden
uitgebouwd. Ziet de Minister mogelijkheden om de Nederlandse dronecapaciteit en -productie
verder op te schalen, ook in samenwerking met andere lidstaten, en is hij bereid zich
hiervoor tijdens de Raad in te zetten?
In het verlengde hiervan pleit de VVD-fractie nadrukkelijk voor het openbreken van
de gesloten nationale defensiemarkten in Europa. De Nederlandse defensie-industrie
loopt nu nog te vaak vast op protectionisme van andere lidstaten. Een slagvaardige
Europese defensie-industrie vereist juist specialisatie en de bereidheid om de beste
capaciteiten van elkaar af te nemen. Deelt de Minister deze analyse?
In dat licht maken deze leden zich grote zorgen over de protectionistische koers rondom
het Europese defensiefonds SAFE (Security Action for Europe). Mede door stevige Franse
lobby zijn eisen gesteld waardoor Britse defensiebedrijven deels worden buitengesloten,
met als gevolg dat vitale gezamenlijke projecten – zoals de productie van Storm Shadow-raketten
door MBDA – financiering mis kunnen lopen. De leden van de VVD-fractie achten dit
een onverstandige gang van zaken. Om als NAVO te kunnen groeien en Europa veilig te
houden, hebben we de Britse defensie-industrie en grensoverschrijdende toeleveringsketens
keihard nodig. Kan de Minister aangeven hoe hij zich in Europa gaat verzetten tegen
dit soort contraproductief protectionisme en zich wél hard gaat maken voor het structureel
betrekken van Europese NAVO-bondgenoten zoals het Verenigd Koninkrijk bij Europese
defensie-initiatieven?
De leden van de VVD-fractie constateren dat zich rond de steun aan Oekraïne inmiddels
een kopgroep van gelijkgestemde landen heeft gevormd. Deze leden zijn van mening dat
deze samenwerking verder moet worden verdiept, onder meer op het gebied van gezamenlijke
defensie-industrie, droneontwikkeling, productiecapaciteit en gezamenlijke inkoop.
Hoe zet het kabinet zich ervoor in om deze kopgroep structureler vorm te geven? Welke
lidstaten ziet de Minister als de meest logische partners? En hoe voorkomt het kabinet
dat besluitvorming binnen de EU de slagkracht van deze samenwerking beperkt?
Deze leden wijzen tot slot op de rol van Belarus in het faciliteren van de Russische
agressieoorlog. Deze leden zijn van mening dat de sancties tegen president Loekasjenko
en andere functionarissen onverminderd van kracht moeten blijven en waar nodig dienen
te worden aangescherpt. Is de Minister bereid om tijdens te Raad te pleiten voor aanvullende
sancties tegen Belarus? Welke stappen zet de EU daarnaast om de handhaving van sancties
door lidstaten te verbeteren en omzeiling via derde landen tegen te gaan?
Deze leden benadrukken ook dat de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz van cruciaal
belang is voor de internationale energiezekerheid en te allen tijde gewaarborgd moet
blijven, conform het internationaal zeerecht. Welke stappen onderneemt de EU, naast
diplomatieke druk, om de vrije doorvaart daadwerkelijk te garanderen?
De leden van de VVD-fractie roepen op tot het voorkomen van verdere escalatie in de
regio en onderstrepen dat de Europese Unie hierbij een actieve rol dient te spelen.
Voor een duurzame vrede is het essentieel dat de terreurbewegingen die bij blijven
dragen aan destabilisatie in de regio aan worden gepakt. Deze leden missen in de geannoteerde
agenda de urgentie op het gebied van terrorismebestrijding. Zij vragen de Minister
welke concrete stappen het kabinet tijdens de Raad zal zetten om in EU-verband de
druk op te voeren voor aanvullende sancties tegen terreurorganisaties zoals Hamas,
de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) en IS (Islamitische Staat).
De leden van de VVD-fractie nemen kennis van het implementatierapport van de HV en
de Commissie inzake de Zwarte Zee. Deze leden onderschrijven het belang van deze regio
voor de Europese veiligheid en energiediversificatie en zien met name kansen op het
gebied van het mijnenvrij maken van vaarroutes, de bescherming van onderzeese infrastructuur,
en het versterken van energieconnectiviteit tussen Centraal-Azië en Europa als alternatief
voor Russische aanvoer. Kan de Minister aangeven welke concrete resultaten dit implementatierapport
laat zien op de genoemde punten, en welke vervolgstappen worden voorzien richting
de bijeenkomst tussen Ministers van de Zwarte Zee-regio en Centraal-Azië?
Zij achten het positief dat tijdens deze Raad aandacht wordt besteed aan de humanitaire
aspecten van de Russische agressie tegen Oekraïne, in het bijzonder de situatie van
burgergevangenen. Deze leden vragen in het bijzonder naar de situatie van drie OVSE-medewerkers
die al vier jaar gevangen worden gehouden door de Russen. Is er iets dat de EU of
de Commissie kan doen om hun zaak te bepleiten? Deze leden delen de zorgen over de
toename van het aantal burgerslachtoffers en de berichten over marteling en mishandeling
van burgergevangenen. Welke rol ziet de Minister voor de EU in het garanderen van
de terugkomst van Oekraïense burgergevangenen die door Rusland worden vastgehouden?
En is de Minister bereid om ook de mentale gezondheidszorg voor Oekraïners, waaronder
teruggekeerde soldaten, vrouwen en kinderen, onder de aandacht te brengen binnen de
EU-steun aan Oekraïne?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Deze leden hebben nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland andere EU-lidstaten zal wijzen op
het belang van substantiële bilaterale steun aan Oekraïne. Welke lidstaten leveren
op dit moment volgens het kabinet duidelijk minder dan zij zouden kunnen leveren?
Is de Minister bereid dit in EU-verband scherper te benoemen?
De leden van de CDA-fractie vragen hoe Nederland de handhaving van sancties wil versterken.
Welke rol spelen derde landen bij het omzeilen van sancties? Welke landen spreekt
Nederland hierop aan?
Tot slot lezen de leden van de CDA-fractie dat Nederland het belang van outreach naar
het mondiale zuiden wil benadrukken. Dat is terecht, aangezien Rusland actief desinformatie
verspreidt over de oorlog, sancties, voedselzekerheid en energieprijzen. Hoe wil het
kabinet landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika overtuigen dat Rusland de agressor
is en dat steun aan Oekraïne ook in hun belang is?
De leden van de CDA-fractie vinden het goed dat tijdens het informele ontbijt aandacht
is voor humanitaire aspecten van de Russische agressie en voor burgergevangenen. Deze
leden vragen het kabinet wat Nederland concreet doet voor Oekraïense burgergevangenen
en hun families. Wordt er gewerkt aan betere registratie, opsporing en internationale
druk op Rusland? Welke rol ziet de Minister voor het Rode Kruis, de VN en andere internationale
organisaties?
De leden van de CDA-fractie steunen nieuwe sancties tegen Hamas en Palestijnse Islamitische
Jihad. Welke personen, financiers en netwerken wil Nederland op de sanctielijst krijgen?
Wordt hierbij ook gekeken naar fondsenwerving en beïnvloeding in Europa?
Deze leden vragen of de Minister bereid is in EU-verband aan te dringen op concrete
en meetbare afspraken over humanitaire toegang tot Gaza. Denk aan aantallen vrachtwagens,
toegangsroutes, bescherming van hulpverleners en onafhankelijke monitoring.
Zij maken zich ook grote zorgen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever. Toenemend
kolonistengeweld en uitbreiding van illegale nederzettingen ondermijnen de kans op
vrede. Welke aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties
liggen nu concreet op tafel? De steun van welke lidstaten is nodig om hier vervolgstappen
in te kunnen zetten?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad spreekt over mogelijke handelsmaatregelen
en oorsprongsregels voor producten uit illegale nederzettingen. Kan de Minister uitleggen
welke opties de Commissie precies voorbereidt? Hoe zorgt Nederland dat consumenten
en bedrijven niet onbedoeld bijdragen aan illegale nederzettingen?
De leden van de CDA-fractie delen de zorgen over de situatie in Libanon. De soevereiniteit
en territoriale integriteit van Libanon moeten worden gerespecteerd. Tegelijk moeten
gewapende groepen de Libanese staat niet verder ondermijnen. Welke rol ziet de Minister
voor de EU bij versterking van de Libanese staat, het leger en humanitaire hulp?
Italië en Frankrijk hebben onlangs gepleit om na het aflopen van de VN-vredesmissie
UNIFIL een nieuwe vredesmacht op te zetten in Libanon.1 De leden van de CDA-fractie vragen wat het standpunt van het kabinet is in deze discussie.
Vindt het kabinet dat de missie op dezelfde manier, met hetzelfde mandaat, voortgezet
zou moeten worden?
De leden van de CDA-fractie lezen dat en marge van de Raad een bijeenkomst van de
Palestine Donor Group plaatsvindt. Wat is de Nederlandse inzet bij deze bijeenkomst?
Wordt bijvoorbeeld gesproken over hervorming van de Palestijnse Autoriteit, corruptiebestrijding,
onderwijs, veiligheid en basisvoorzieningen?
Ook vindt een EU-GCC bijeenkomst plaats. De leden van de CDA-fractie vragen welke
rol de Minister ziet voor de Golfstaten bij humanitaire hulp, wederopbouw, regionale
veiligheid en druk op Hamas en Iran. Komen deze onderwerpen aan de orde tijdens de
EU-GCC-bijeenkomst?
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en hebben
hierover enkele vragen.
Inzake het agendapunt Midden-Oosten wensen de leden van de DENK-fractie de Minister
te bevragen over de concrete inzet van Nederland ten aanzien van sancties tegen Israël
en tegen kolonisten. Deze leden wensen te vragen welke concrete individuele sancties
tegen kolonisten en hun organisaties de regering zal bepleiten en wensen tevens te
vragen op welke wijze het kabinet uitvoering geeft aan verscheidene Kamermoties die
zijn aangenomen op dit vlak, waarin het kabinet gevraagd wordt om bijvoorbeeld overheidsfunctionarissen
of organisaties die bijdragen aan de vestiging van nederzettingen te raken? Tevens
wensen de leden te vragen of het kabinet zal pleiten voor sancties tegen Israëlische
Ministers die uitspraken doen en handelingen verrichten die bijdragen aan de illegale
nederzettingenpolitiek, zoals Ben-Gvir en Smotrich?
Ook wensen deze leden te vragen in welk stadium de gesprekken over een nieuw sanctiepakket
tegen kolonisten zich nu bevinden. Ook wensen deze leden te vragen wat de Nederlandse
positie zal zijn ten aanzien van mogelijke handelsmaatregelen tegen Israël. Zal Nederland
expliciet pleiten voor het opschorten van het handelsdeel van het EU-associatieakkoord
met Israël en voor een EU-handelsverbod met de illegale nederzettingen? Ook wensen
de leden van de DENK-fractie te vragen of het kabinet kennis heeft genomen van het
feit dat de Nederlandse opvarenden van de Flotilla aangifte hebben gedaan. Deze leden
wensen te vragen hoe het staat met de uitvoering van de aangenomen motie die ziet
op het bepleiten van een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de behandeling
van de opvarenden van de Flotilla. Gaat het kabinet hier opnieuw uitvoering aan geven?
Kan het kabient tevens al aangeven of het OM onderzoek zal doen naar aanleiding van
de aangifte die is gedaan?
Ten aanzien van de humanitaire situatie in Gaza wensen de leden van de fractie van
DENK te vragen hoe het kabinet binnen de EU zal bepleiten om de druk op Israël op
te voeren, zodat de humanitaire toegang tot Gaza onbelemmerd plaats kan vinden. Kan
het kabinet concreet inzetten op het openen van alle grensovergangen en het schrappen
van administratieve eisen die als gevolg hebben dat hulpgoederen worden teruggestuurd?
Deelt het kabinet de mening dat het door Israël belemmeren van humanitaire toegang
een duidelijke schending vormt van het internationaal recht en dientengevolge duidelijk
zal moeten worden veroordeeld, wensen de leden te vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van geannoteerde
agenda Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Deze leden hebben daarover enkele
vragen.
De leden van de SGP juichen het 21e sanctiepakket tegen Rusland toe. Kan het kabinet aangeven, liefst onderbouwd met
concrete voorbeelden, hoe als onderdeel hiervan ook sancties tegen Belarus worden
opgeschroefd? Kan het kabinet daarnaast aangeven hoe het faciliteren van sanctieontwijking
door derde landen hierbij aangepakt wordt? Hoe geeft het kabinet uitvoering aan de
motie-Diederik van Dijk c.s. (Kamerstuk 23 987-404), die oproept tot gerichte sancties tegen Ministers en andere functionarissen van
de Russisch-gezinde Georgische regeringspartij Georgische Droom?
Deze leden vragen het kabinet om, naar aanleiding van het recente Tweeminutendebat
Oekraïne (2/7) en de beknopte appreciatie van motie-Dassen (Kamerstuk 36 045-300), nader in te gaan op de specifieke juridische en beleidsmatige belemmeringen bij
het voorstel om Euroclear-tegoeden onder Europees beheer te brengen. Deze leden vernemen
graag als hierover gesproken wordt tijdens de komende RBZ en moedigen het kabinet
aan om te bezien of door andere lidstaten aangedragen oplossingsrichtingen voor de
geconstateerde belemmeringen kunnen bijdragen aan het wegnemen daarvan.
Voor de leden van de SGP-fractie staat steun voor het aankopen van defensiematerieel
niet ter discussie, maar zij vernemen graag welke landen naast Japan en Noorwegen
bereidwillig zijn om financieel bij te dragen, zodat de lasten van de Oekraïense verdediging
evenredig verdeeld worden.
Ten slotte vernemen deze leden graag of de drones die recent boven Nederlandse bases
zijn gesignaleerd, vermoedelijk afkomstig zijn van Russische schepen die voorkomen
op de voorgestelde Europese sanctielijst voor de schaduwvloot van 30 schepen. Zo niet,
kan het kabinet zich ervoor inzetten dat deze schepen alsnog aan de sanctielijst van
de Europese Commissie worden toegevoegd?
De leden van de SGP-fractie betreuren de vermoedelijke uitspraken van de Hoge Vertegenwoordiger
die Israël en de behandeling van Palestijnen vergeleken zou hebben met een apartheidsstaat.
Heeft het kabinet de Commissie opgeroepen om hier afstand van te nemen? Heeft het
kabinet de Hoge Vertegenwoordiger aangesproken hierop? Hoe kijkt het kabinet aan tegen
het feit dat Israël geen contact meer wil met Kallas, en wat zijn de mogelijke gevolgen
hiervan? Kan de Minister, onder meer op basis van zijn recente telefoongesprek met
zijn Israëlische ambtsgenoot Gideon Sa’ar (2/7), aangeven hoe de Israëlische regering
het Europese plan waardeert voor ondersteuning van het Libanese leger zodra het UNIFIL-mandaat
afloopt?
Deze leden vragen de Minister om het aanpakken van christenvervolging specifiek te
agenderen voor de gezamenlijke EU-inzet. Zij wijzen erop dat de EU als waarnemer meer
diplomatiek gewicht in de schaal legt dan de 27 lidstaten afzonderlijk. De leden van
de SGP-fractie horen graag hoe de EU geloofsvrijheid inbrengt tijdens de AVVN en zien
uit naar het schriftelijk overleg over de Nederlandse inzet, dat plaatsvindt na het
reces.
De leden van de SGP-fractie steunen de Europese bijdrage aan de versterking van de
Moldavische luchtverdedigingscapaciteiten. De noodzaak van deze defensieve steun neemt
niet weg dat de EU behoedzaam moet blijven opereren in het dossier-Moldavië. Kan het
kabinet toezeggen dat het zijn zorgen overbrengt aan de Roemeense regering over de
recent aangenomen parlementsmotie die oproept tot eenwording met van Roemenië en Moldavië?
Deze leden gaan ervanuit dat de Roemeense regering afstand neemt van dit onzalige
idee, ongeacht de uitkomst van de latere stemming in de Senaat. Is het kabinet ten
slotte bereid zich in te zetten voor een passage in de eindconclusies van deze RBZ,
dan wel de volgende Europese top of de NAVO-top in Ankara waarin de soevereiniteit
van Moldavië benadrukt wordt, zowel in het licht van Roemeens-nationalistische aspiraties
als ook de latente dreiging uit Transnistrië en recente Russische schendingen van
het Moldavische luchtruim?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie willen de aandacht vestigen op de oorlog in Soedan. Uit
een rapport van Amnesty International blijkt dat de RSF zich bij de verovering van
El-Fasher zich schuldig heeft gemaakt aan etnische zuivering, specifiek op niet-Arabische
stammen. De VN geeft aan dat er bij deze belegering «tekenen van genocide» zijn vertoond
en het onderzoek daarnaar loopt nog. Ook seksueel geweld werd en wordt ingezet door
de RSF. Hoe gaat het kabinet een volledige genocide voorkomen, zoals haar plicht aan
het Genocide-verdrag stelt? Hoe gaat het kabinet specifiek de kinderen beschermen
die doelwit zijn bij de aanvallen van de RSF?
De RSF belegert El-Obeid. Hoe gaat het kabinet gehoor geven aan de oproep van de Hoge
Commissaris van de Mensenrechten van de VN en VN-secretaris-generaal voor internationale
actie om te voorkomen dat in deze stad hetzelfde gebeurt als in gebeurd in El-Fasher?
Welke stappen gaat Nederland zetten, samen met de coalitie voor het voorkomen van
wreedheden en gerechtigheid voor Soedan, mocht blijken dat de waarschuwing die zij
hebben afgegeven niet voldoende is om de belegering te stoppen? Wordt het tijd voor
sancties op buitenlandse sponsoren van de RSF?
De leden van de SP-fractie zien dat een staakt-het-vuren in Soedan uitblijft, ondanks
inspanningen van Nederland en Europa. Ook op de Conferentie in Berlijn zijn er geen
nieuwe stappen gezet voor een vredesbestand. Welke vervolgstappen is dit kabinet bereid
te nemen om de druk op de strijdende partijen op te voeren om te komen tot het staakt-het-vuren
zodat deze bloederige oorlog na drie jaar stopt?
De Verenigde Arabische Emiraten spelen een belangrijke rol in de wapenstromen richting
Soedan. Uit onderzoek blijkt nu dat via een netwerk van militaire kampen in Libië
de RSF de oorlog in Soedan voort kan zetten en dat deze gesteund wordt door de VAE.
Hier worden RSF-leden getraind, en ook de Colombiaanse huurlingen – gesteund door
de VAE en bekend geworden uit een eerder onderzoek – hebben hier getraind. Meerdere
moties hebben opgeroepen tot het stoppen van wapenstromen vanuit de VAE richting Soedan.
Ook zijn er moties aangenomen om als Nederland binnen de EU actiever in te zetten
om betrokkenen bij oorlogsmisdaden in Soedan op Europese sanctielijsten te krijgen.
Toch blijft de VAE een bondgenoot en handelspartner, zowel voor Nederland als de EU.
Hoe rijmt het kabinet deze positie met het handelen van de VAE in Soedan? Wanneer
gaat het kabinet uitvoering aan deze moties geven?
Dan de situatie in Palestina. De SP-fractie heeft aanhoudende zorgen over de situatie
van de Palestijnen. De Israëlische regering blijft oorlogsmisdaden begaan. Wanneer
is de rode lijn bereikt? Wanneer gaat de Nederlandse regering eindelijk actie ondernemen,
bilateraal danwel in EU-verband, om de genocide in Gaza en oorlogsmisdaden in de Westelijke
Jordaanoever te stoppen?
Nederlandse onderzoekers komen deze week tot de conclusie dat het leven van kinderen
in Gaza gelijkstaat aan marteling en dat alle kinderrechten worden geschonden, naar
aanleiding van interviews met Palestijnse kinderen die zijn afgenomen. Een commissie
van de Verenigde Naties meldde vorige week nog dat het Israëlische leger structureel
doelbewust kinderen aanvalt «met de intentie om ze te doden», ook na het staakt-het-vuren.
Palestijnse kinderen zowel in Gaza als op de Westbank worden gearresteerd en gemarteld.
Sinds 7 oktober zijn er minstens 20.179 kinderen vermoord en 44.143 kinderen verwond.
Wat gaat het kabinet doen om Palestijnse kinderen te beschermen? Gaat Nederland meer
visa uitgeven zodat deze kinderen in veiligheid worden gebracht? Is het kabinet bereid
een medische corridor in het leven te roepen zodat alle verwonde kinderen zo snel
mogelijk de juiste hulp kunnen krijgen? Is het kabinet bereid zowel de medische capaciteit
in de regio als de medische evacuaties naar Nederland te organiseren na deze berichten?
Nog steeds worden hulporganisaties geweigerd aan de grens, danwel door de Israëlische
registratieregels danwel doordat hulpgoederen worden afgewezen. Hoe gaat het kabinet
ervoor zorgen dat de blokkade van hulpgoederen bij de grens, een actie van de Israëlische
regering die in strijd met het humanitair oorlogsrecht, wordt opgeheven? Wat gaat
de Minister doen als hulporganisaties uit Gaza worden gezet door de Israëlische registratieregels?
Deze leden maken zich grote zorgen over de Israëlische plannen om illegale nederzettingen
te bouwen in het beruchte E1-gebied, dat de Westelijke Jordaanoever in tweeën breekt.
Op 6 juli zou de aanbestedingsprocedure hiervoor aflopen, waarna de bouw kan beginnen.
De Minister zei een aantal weken geleden echter dat een motie die vraagt om maatregelen
tegen Israël ontijdig is omdat de bouwplannen zijn uitgesteld. Tot wanneer zijn de
plannen uitgesteld? Trekt Israël de plannen om te bouwen in E1-gebied hiermee ook
terug of is er enkel sprake van uitstel? De leden van de SP blijven de Minister oproepen
om maatregelen tegen Israël voor te bereiden, bij voorkeur in EU-verband of in ieder
geval met gelijkgestemde andere landen, zodat gehandeld kan worden als de bouw van
nederzettingen in het E1-gebied plaatsvinden. Is de Minister hiertoe bereid?
De leden van de SP-fractie lezen de berichten dat het Qalandiya Vocational Training
Centre (QVTC), gerund door UNWRA, mogelijk moet sluiten door de Israëlische bezetting
binnen de Palestijnse gebieden. Is het kabinet van plan om deze actie te veroordelen,
gezien onze steun aan UNWRA? Welke stappen gaat deze Minister zetten om ervoor te
zorgen dat de Israëlische regering UNWRA haar werk laat doen? Indien nodig, bent u
bereid de financiering van UNWRA te verhogen?
Uit onderzoek van SOMO blijkt dat Nederland de belangrijkste bestemming voor Israëlisch
kapitaal is. In 2024 bleek 45 miljard euro van Israëlische wapenfabrikanten, techbedrijven
en andere investeerders door Nederland te stromen. Dat is twee keer zoveel als door
de Verenigde Staten. Kan de Minister inzage geven in de Israëlische kapitaalstromen
uit 2025? Wat zijn de exacte getallen hiervan en door welke bedrijven? Zijn de geldstromen
gestegen of gedaald? Is het kabinet van plan om zware sancties op te leggen om deze
kapitaalstromen te beperken, zo ook bij Rusland is gedaan? Is het kabinet bereid om
gehoor te geven aan de oproep van het Internationaal Gerechtshof om zich «te onthouden
van economische betrekkingen met Israël»? Zo ja, hoe is het kabinet dit bereid te
gaan doen? Zo niet, hoe verantwoord het kabinet dit dan als gastland van het internationaal
recht?
De leden van de SP-fractie zien de laatste tijd een normalisering van nucleaire wapens
binnen Europa en de NAVO. De VS is in gesprek met Oost-Europese landen om de nucleaire
samenwerking op te schroeven en ook Nederland is in gesprek met Frankrijk om bij te
dragen aan haar nucleaire programma. Het is dan ook de grootste prioriteit, volgens
de leden van de SP-fractie, om in te zetten op ontmanteling van kernwapens zoals in
lijn met het Non-Proliferatieverdrag. Is het kabinet het daarmee eens?
Wat betreft de gesprekken tussen de Verenigde Staten en de EU-lidstaten in het oosten
van Europa omtrent nucleaire wapens, kan de Minister aangeven waarover precies gesproken
wordt? Als er geen volledige transparantie gegeven kan worden, kan er aangegeven worden
welke informatie er wel beschikbaar is? Als Nederland niet bekend is met zo’n dergelijke
voorstel, is het kabinet dan bereid om te informeren bij de betreffende landen over
deze gesprekken en een brief hierover naar de Kamer te sturen? Is Nederland voorstander
van plaatsing van Amerikaanse kernwapens in het oosten van Europa dan wel van een
grotere rol van deze landen in het kernwapenbeleid van de NAVO? Heeft Nederland, via
de NAVO of de EU, een rol in het beslissen van het plaatsen van meer nucleaire wapens
op Europees grondgebied? Zo niet, is het kabinet van mening dat de veiligheid van
het continent mogelijk in het geding is? Welke stappen verwacht het kabinet van Rusland
mochten er meer kernwapens komen in Oost-Europa en gaat dit bijdragen aan een vredesakkoord?
Als het kabinet ontkent dat deze stappen worden ondernomen, wat zou dan hypothetisch
de gevolgen hiervan kunnen zijn voor de oorlog met Rusland?
Omtrent de nucleaire samenwerking tussen Nederland en Frankrijk hebben de leden van
de SP-fractie ook nog een aantal vraagtekens. In welke fase bevinden de gesprekken
tussen Nederland en Frankrijk zich? Wat is er tot nu toe besproken? Welke inzet heeft
Nederland omtrent nucleaire uitbreiding, zoals beschreven in het regeerakkoord en
de Internationale Veiligheidsstrategie? Welke rol spelen de Nederlandse F35’s in de
gesprekken tussen Nederland en Frankrijk? Hoe is deze samenwerking in lijn met het
Non-Proliferatieverdrag, zoals ook wordt beschreven in de Internationale Veiligheidsstrategie?
Deelt u de mening dat kernwapens volgens de NPV beperkt moeten worden in plaats van
uitgebreid?
In een brief naar de Kamer van afgelopen week werd medegedeeld dat het Verenigd Koninkrijk
verrijkte uranium en stabiele isotopen vanuit de gezamenlijke onderneming Uranium Enrichment Company (Urenco), waar ook Nederland en Duitsland onderdeel van zijn, gaat inzetten voor
nationale defensiedoeleinden in plaats van de oorspronkelijke civiele doeleinden.
Specifiek gaat het VK ondersteuning vragen van Urenco voor het opbouwen van de Britse
nucleaire brandstofcyclus voor reactorbrandstof voor defensiedoeleinden. Volgens de
brief is dit in lijn met het internationaal recht. De leden van de SP-fractie hebben
hier nog wel een aantal vragen bij.
Hoe ziet deze ondersteuning vanuit Urenco er precies uit? Is uitgesloten dat faciliteiten
van Urenco in Nederland hier op enigerlei wijze bij betrokken raken? Is uitgesloten
dat in Nederland verrijkt uranium, wellicht na verdere verrijking elders, gebruikt
wordt voor het nucleaire wapenprogramma in het VK? Kan de Minister uitleggen hoe de
betrokkenheid van Urenco verenigbaar is met het internationaal recht in relatie tot
het Non-Proliferatieverdrag? Is uitgesloten dat door Urenco verrijkt uranium gebruikt
gaat worden in kernwapens?
Graag verzoeken de leden van de SP-fractie het kabinet om alle vragen in deze inbreng
per vraag te beantwoorden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken. Deze leden maken zich ernstige zorgen over
de verslechterende mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden, de voortdurende
oorlog in Sudan en de ontwikkelingen rondom Afghanistan. Naar aanleiding daarvan hebben
zij de volgende vragen.
De leden van de PvdD-fractie constateren dat de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten
in zijn rapport aan de Mensenrechtenraad concludeert dat de bezette Palestijnse gebieden
nog altijd worden gekenmerkt door systematische schendingen van de mensenrechten,
apartheid en de facto annexatie. Het rapport stelt daarnaast dat sprake is van ernstige
schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal mensenrechtenrecht,
waaronder oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid, genocide en etnische
zuivering. Tevens roept de Hoge Commissaris alle staten op de levering van wapens
en militair materieel aan Israël te beëindigen.2 Deze leden hebben hierover de volgende vragen: Hoe beoordeelt het kabinet de bevindingen
van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten dat sprake is van structurele apartheid,
de facto annexatie en mogelijke oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid,
genocide en etnische zuivering in de bezette Palestijnse gebieden? Welke aanvullende
maatregelen is Nederland bereid binnen de Europese Unie te bepleiten om uitvoering
te geven aan de verplichting van staten om ernstige schendingen van het internationaal
recht niet te ondersteunen en accountability te bevorderen? Kan het kabinet toelichten
welke inzet Nederland tijdens de Raad Buitenlandse Zaken zal leveren ten aanzien van
de verdere uitbreiding van illegale nederzettingen en de voortgaande de facto annexatie
van de Westelijke Jordaanoever?
Deze leden wijzen erop dat tijdens het rondetafelgesprek met juridische experts werd
aangegeven dat een handelsverbod dat uitsluitend ziet op goederen slechts gedeeltelijk
uitvoering geeft aan het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024.
Daarbij is erop gewezen dat ook diensten en investeringen bijdragen aan het in stand
houden van de illegale nederzettingen en dat daarvoor volgens de experts eveneens
werkbare juridische grondslagen bestaan.
Is het kabinet bereid zich er binnen de Europese Unie voor in te zetten dat een toekomstig
handelsverbod wordt uitgebreid naar diensten en investeringen? Zo nee, waarom niet?
Dezelfde experts wijzen erop dat een verbod op goederen eenvoudig kan worden omzeild
wanneer producten gebruikmaken van grondstoffen, arbeid of andere productiefactoren
uit illegale nederzettingen, maar elders worden afgewerkt. Ook wijzen zij op fraude
met oorsprongsetikettering en het belang van aanvullende douanecontroles.
Hoe wil het kabinet voorkomen dat een toekomstig handelsverbod wordt omzeild en welke
aanvullende handhavingsmaatregelen acht het kabinet daarvoor noodzakelijk?
De leden van de PvdD-fractie maakt zich grote zorgen over de aanhoudende oorlog in
Sudan. Uit recente berichtgeving van Reuters en Trouw blijkt dat de Rapid Support
Forces (RSF) nog altijd steun zouden ontvangen vanuit de Verenigde Arabische Emiraten
(VAE), waaronder via trainingskampen en militaire ondersteuning.3 Tegelijkertijd wordt door voornamelijk de RSF seksueel geweld stelselmatig als oorlogswapen
tegen vrouwen en meisjes. Deze leden hebben hierover de volgende vragen. Hoe beoordeelt
het kabinet de recente berichtgeving over militaire ondersteuning aan de RSF vanuit
de VAE? Heeft het kabinet Ethiopië hierop aangesproken? Zo nee, waarom niet? Is het
kabinet bereid deze berichten binnen de Raad Buitenlandse Zaken aan de orde te stellen
en aan te dringen op onafhankelijk internationaal onderzoek naar de rol van VAE bij
het voortduren van het conflict? Welke mogelijkheden ziet het kabinet om, zowel nationaal
als in EU-verband, maatregelen te nemen tegen staten of entiteiten die de strijdende
partijen blijven voorzien van militaire ondersteuning of wapens? Op welke wijze zet
Nederland zich ervoor in dat accountability voor conflict gerelateerd seksueel geweld
een centrale plaats krijgt in de internationale aanpak van de oorlog in Sudan?
De leden van de PvdD-fractie heeft met zorg kennisgenomen van de berichtgeving over
gesprekken tussen vertegenwoordigers van EU-lidstaten, waaronder Nederland, en vertegenwoordigers
van de Taliban over de terugkeer van Afghaanse asielzoekers.4 Hoewel praktische contacten soms noodzakelijk kunnen zijn met het faciliteren van
noodhulp, mogen deze gesprekken er niet toe leiden dat het Talibanregime verder wordt
gelegitimeerd. Deze leden maken zich grote zorgen over de voortgaande genderapartheid
in Afghanistan. Vrouwen en meisjes worden door de Taliban systematisch uitgesloten
van onderwijs, werk en vrijwel alle aspecten van het openbare leven.
Daarnaast blijven journalisten, mensenrechtenverdedigers, lhbtqia+-personen en etnische
en religieuze minderheden blootstaan aan ernstige risico’s. Deze leden hebben hierover
de volgende vragen. Welke rol heeft Nederland gespeeld bij de totstandkoming van de
gesprekken met vertegenwoordigers van de Taliban en wat is daarbij de Nederlandse
inzet? Hoe verhouden deze gesprekken zich tot het Nederlandse en Europese uitgangspunt
om het Talibanregime niet te erkennen? Deelt u de opvatting dat gesprekken over terugkeer
van afgewezen asielzoekers het risico met zich meebrengen dat de Taliban internationaal
verder worden genormaliseerd? Zo nee, waarom niet? Beschouwt het kabinet de systematische
uitsluiting van vrouwen en meisjes van onderwijs, werk en het openbare leven als genderapartheid?
Kan het kabinet zijn antwoord toelichten? Welke concrete stappen zet Nederland om
Afghaanse meisjes en vrouwen toegang te blijven bieden tot onderwijs, waaronder online
onderwijs en onderwijsprogramma’s vanuit het buitenland? Bent u bereid deze inzet
uit te breiden? Zo nee, waarom niet? Welke mogelijkheden ziet het kabinet om, in samenwerking
met Nederlandse kennisinstellingen, aanvullende studiebeurzen beschikbaar te stellen
voor vrouwen uit Afghanistan en andere landen waar vrouwen en meisjes stelselmatig
van onderwijs worden uitgesloten? Is het kabinet bereid dergelijke mogelijkheden te
verkennen? Hoe beoordeelt het kabinet de huidige mensenrechtensituatie in Afghanistan,
in het bijzonder ten aanzien van vrouwen, meisjes, lhbtqia+-personen, journalisten,
mensenrechtenverdedigers en etnische en religieuze minderheden? Kan het kabinet toelichten
op welke wijze de veiligheid van personen die naar Afghanistan terugkeren kan worden
gemonitord, gelet op het ontbreken van onafhankelijke rechtsbescherming en de beperkte
toegang voor internationale organisaties? Blijft Nederland zich binnen de Europese
Unie verzetten tegen gedwongen terugkeer naar Afghanistan zolang sprake is van ernstige
en systematische mensenrechtenschendingen door de Taliban?
II Antwoord/Reactie van de Minister
III Volledige agenda
− Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026
− Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 15 juni 2026
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.R. Muller, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.