Verslag van een werkbezoek : Verslag van een werkbezoek van een delegatie van de vaste commissie voor Europese Zaken aan Brussel van 19 tot en met 20 april 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3450
VERSLAG VAN EEN WERKBEZOEK VAN EEN DELEGATIE VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR EUROPESE
ZAKEN AAN BRUSSEL VAN 19 TOT EN MET 20 APRIL 2026
Vastgesteld 23 juni 2026
Een delegatie van de vaste Kamercommissie voor Europese Zaken heeft op 19 en 20 april
2026 een werkbezoek gebracht aan Brussel. De delegatie brengt hierbij beknopt verslag
uit van dit bezoek. Het doel van het bezoek was geïnformeerd te worden over actuele
Europese ontwikkelingen op het terrein van betere regelgeving, vereenvoudiging van
regelgeving, concurrentievermogen en EU-uitbreiding. Tevens werd gesproken over de
geopolitieke positie van de Europese Unie en de wijze waarop de Europese instellingen
omgaan met de uitdagingen op het terrein van innovatie, industriebeleid en veiligheid.
Op zondag 19 april 2026 werd de delegatie ontvangen door de permanent vertegenwoordiger
van Nederland bij de EU voor een briefing. De delegatie dankt de permanent vertegenwoordiger
en zijn team voor de ontvangst.
De delegatie werd tijdens het werkbezoek ondersteund door de parlementaire vertegenwoordiging
van de Tweede Kamer in Brussel en de griffier en adjunct-griffier van de commissie.
Programma
De delegatie begon het werkbezoek met een gesprek bij denktank Bruegel met directeur
Jeromin Zettelmeyer en senior fellow Anne Bucher. Tijdens dit gesprek werd gesproken
over het Europese concurrentievermogen, innovatie en betere regelgeving. Daarbij werd
benadrukt dat goede regelgeving van groot belang is voor het behoud van van economische
groei en de levensstandaard binnen de Europese Unie. Tegelijkertijd werd gewezen op
de groeiende economische verschillen tussen de Europese Unie enerzijds en de Verenigde
Staten en China anderzijds. Waar de economische groei en arbeidsproductiviteit in
de Verenigde Staten aanzienlijk hoger ligt, heeft China daarnaast een sterke positie
opgebouwd op het terrein van productiecapaciteit en technologische ontwikkeling.
Ook werd stilgestaan bij het rapport-Draghi en de vraag hoe de Europese Unie haar
concurrentievermogen kan versterken. Volgens Bruegel ligt de sleutel hiervoor vooral
bij innovatie en een beter functionerende interne markt. Tegelijkertijd werd opgemerkt
dat verdere integratie van de interne markt vaak juist leidt tot méér regelgeving.
Omdat regelgeving doorgaans het resultaat is van politieke compromissen tussen lidstaten,
ontstaat regelmatig complexe wetgeving die in de praktijk moeilijk uitvoerbaar blijkt.
Daarnaast werd gesproken over de kwaliteit van impactanalyses bij Europese wetgeving.
Aangegeven werd dat tijdens het wetgevingsproces onvoldoende aandacht bestaat voor
de gevolgen van amendementen en aanvullende regelgeving. Ook werd gewezen op het feit
dat de Europese Commissie de afgelopen jaren vaker gebruik heeft gemaakt van noodprocedures
waarbij geen impactanalyse hoeft te worden uitgevoerd. Volgens Bruegel zou meer structurele
en onafhankelijke toetsing van wetgeving wenselijk zijn.
Vervolgens sprak de delegatie met de kabinetschef en overige leden van het kabinet
van Commissaris Hoekstra over de huidige koers van het Europese klimaat- en industriebeleid.
Daarbij kwam onder meer aan de orde dat de Europese Commissie klimaatbeleid steeds
nadrukkelijker verbindt aan industriebeleid. Ook werd gesproken over de noodzaak van
strategische autonomie, onder meer op het terrein van energie en industriële productie.
Daarbij werd gewezen op de rol van nucleaire energie en groene technologieën bij het
verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Daarnaast werd stilgestaan bij de vereenvoudiging van regelgeving via de zogenoemde
Omnibus-voorstellen. Daarbij werd aangegeven dat de Europese Commissie ambitieus inzet
op het schrappen en vereenvoudigen van regelgeving. Tegelijkertijd werd opgemerkt
dat het verminderen van regelgeving in sommige gevallen ook ongewenste neveneffecten
kan hebben voor bedrijven die juist afhankelijk zijn van duidelijke Europese normen.
Tevens werd benadrukt dat een belangrijk deel van de administratieve lasten voortkomt
uit nationale implementatie van Europese regelgeving.
De delegatie bracht vervolgens een bezoek aan Commissaris Marta Kos, verantwoordelijk
voor uitbreiding van de Europese Unie. Tijdens dit gesprek werd uitgebreid gesproken
over het huidige uitbreidingsproces en de geopolitieke betekenis daarvan. Commissaris
Kos benadrukte dat bij uitbreiding van de Europese Unie niet alleen technische, economische
of politieke aspecten van belang zijn, maar dat uitbreiding ook een veiligheidsstrategie
vormt gericht op het waarborgen van vrede en stabiliteit in Europa.
Verder werd stilgestaan bij de invloed van externe actoren op kandidaat-lidstaten,
waaronder Russische inmenging in landen als Moldavië en Belarus. Ook werd toegelicht
dat kandidaat-lidstaten alleen kunnen toetreden indien zij volledig voldoen aan de
gestelde criteria, en alle lidstaten (inclusief parlementen) instemmen met toetreding.
Commissaris Kos gaf tevens een toelichting op de stand van zaken van de verschillende
toetredingstrajecten. Montenegro bevindt zich momenteel het verst in het proces, gevolgd
door Albanië. Oekraïne en Moldavië bevinden zich nog in een eerdere fase. Daarbij
werd aangegeven dat de Europese Commissie onderzoekt op welke wijze kandidaat-lidstaten
al eerder bij onderdelen van de interne markt kunnen worden betrokken, mits zij aan
de relevante voorwaarden voldoen.
Daarna voerde de delegatie een gesprek met de kabinetschef van Europees Commissaris
Dombrovskis. Tijdens dit gesprek werd gesproken over de vereenvoudiging van Europese
regelgeving en de uitvoering van de zogenoemde Omnibus-voorstellen. Daarbij werd aangegeven
dat de Europese Commissie de afgelopen jaren een aanzienlijke hoeveelheid regelgeving
heeft ontwikkeld, onder meer in het kader van de Green Deal. Volgens het kabinet-Dombrovskis
ligt de nadruk momenteel op het vereenvoudigen en beter uitvoerbaar maken van bestaande
regelgeving. Daarbij wordt gekeken naar overlap tussen regels, verouderde regelgeving
en onnodige administratieve lasten. Ook werd benadrukt dat regelgeving beter implementeerbaar
moet zijn en dat een meer geharmoniseerde toepassing binnen de Europese Unie wenselijk
is.
Daarnaast werd toegelicht dat de Europese Commissie in hoog tempo werkt aan meerdere
Omnibus-voorstellen. Daarbij wordt onder andere gebruikgemaakt van nieuwe technologische
mogelijkheden, waaronder artificiële intelligentie, om regelgeving en rapportageverplichtingen
beter in kaart te brengen.
Tijdens de lunch sprak de delegatie met Marieke Ehlers, de rapporteur van het Europees
Parlement bij het eigen initiatief verslag over subsidiariteit, proportionaliteit
en de rol van nationale parlementen. Daarnaast werd van gedachte gewisseld met vertegenwoordigers
van VNO-NCW en SME-United over het belang van vermindering van regeldruk voor het
midden- en kleinbedrijf.
Ten slotte sprak de delegatie met medewerkers van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging
bij de Europese Unie. Tijdens dit gesprek werd gesproken over de Nederlandse inzet
op het terrein van betere regelgeving, transparantie en impactanalyses.
De Permanente Vertegenwoordiging lichtte toe dat Nederland zich inzet voor een sterkere
rol van impactanalyses gedurende het gehele Europese wetgevingsproces. Daarbij is
het Nederlandse standpunt dat ook het Europees Parlement en de Raad impactanalyses
zouden moeten uitvoeren wanneer zij substantiële amendementen voorstellen op Europese
wetgevingsvoorstellen.
Daarnaast werd gesproken over transparantie binnen de Europese instellingen. Nederland
werkt daarbij samen met onder meer Scandinavische landen, Ierland en de Baltische
staten aan verdere verbetering van de openbaarheid van besluitvorming binnen de Europese
Unie. Ook kwam aan de orde dat Nederland bij de Omnibus-voorstellen heeft aangedrongen
op impactanalyses, ondanks het argument van de Commissie dat snelheid en vereenvoudiging
hierbij voorop stonden.
De voorzitter van de delegatie, Van Meetelen
De adjunct-griffier van de delegatie, Moonen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
J.H.R. Moonen, adjunct-griffier