Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake Jaarverslag van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) 2025
2026D31162 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Defensie hebben de onderstaande fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Defensie over de Militaire
inlichtingen en veiligheid (MIVD).
De voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
II
Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de agenda
en de onderliggende stukken voor het schriftelijk overleg over de MIVD. Deze leden
onderstrepen het belang van een sterke, wendbare en toekomstbestendige MIVD in een
gespannen internationale veiligheidssituatie. Tegelijkertijd benadrukken deze leden
dat operationele slagkracht altijd hand in hand moet gaan met rechtsstatelijke waarborgen,
onafhankelijke toetsing en toezicht, zorgvuldige parlementaire controle en een veilige
werkomgeving voor medewerkers en agenten. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de D66-fractie constateren dat de CTIVD het monitoringstraject inzake
de zorgplicht voor het mentale welzijn van agenten heeft beëindigd, omdat de MIVD
voldoet aan de door de CTIVD opgestelde toetsingscriteria. Tegelijkertijd constateren
deze leden dat de Minister in de geannoteerde brief schrijft dat enkele verbetermaatregelen
nog moesten worden afgerond, waaronder interne opleidingen, trainingen en beleidsdocumenten.
Kan de Minister aangeven welke verbetermaatregelen inmiddels volledig zijn afgerond,
welke maatregelen nog lopen en wanneer de Minister verwacht dat eventuele openstaande
verbetermaatregelen worden voltooid? Hoe wordt de structurele borging van deze verbeteringen
binnen de MIVD gecontroleerd, ook nu het CTIVD-monitoringstraject is beëindigd? Welke
rol speelt het Compliance & Risk Office daarbij, en beschikt deze over voldoende mandaat
en onafhankelijkheid om kritisch te rapporteren?
De leden van de D66-fractie onderstrepen het belang van een weerbare defensieorganisatie.
Polarisatie en radicalisering kunnen immers ook risico’s opleveren voor de veiligheid
en integriteit van de krijgsmacht. Welke trends ziet de Minister ten aanzien van rechts-extremisme,
jihadistisch extremisme en anti-institutioneel extremisme binnen of gericht tegen
Defensie? In hoeverre spelen online gemeenschappen en sociale media daarbij een rol?
Welke maatregelen worden genomen om de weerbaarheid binnen Defensie te versterken
en is daarbij voldoende aandacht voor preventie, bewustwording en een veilige meldcultuur?
De leden van de D66-fractie constateren dat de CTIVD in dit geval gebruik heeft gemaakt
van een monitoringstraject en een toezichtbrief, terwijl de Wiv 2017 formeel vooral
het toezichtsrapport kent. Deze leden begrijpen de behoefte aan flexibelere toezichtvormen,
maar benadrukken dat dit niet mag leiden tot minder transparantie of minder parlementaire
controle. Welke lessen trekt de Minister uit dit monitoringstraject voor de herziening
van de Wiv 2017? Welke nieuwe of aanvullende toezichtproducten zou de CTIVD volgens
de Minister moeten kunnen gebruiken? Hoe wordt daarbij geborgd dat de Kamer voldoende
openbaar of vertrouwelijk wordt geïnformeerd over afgeronde toezichttrajecten? Kan
de Minister daarnaast toelichten hoe bij de Wiv-herziening de balans wordt bewaakt
tussen operationele wendbaarheid, proportionaliteit, subsidiariteit, onafhankelijke
toetsing en effectieve rechtsbescherming?
Verder vragen de leden van de D66-fractie hoe de herziene Wiv invulling geeft aan
de politieke opdracht om een dreigingsgerichte wet te creëren in overeenstemming met
het coalitieakkoord. Op welke punten verschilt de nieuwe dreigingsgerichte Wiv wezenlijk
van de huidige Wiv 2017 en hoe wordt de balans tussen slagkracht en toezicht geborgd?
Hoe voorziet de nieuwe Wiv in een juiste balans tussen de inzet van bijzondere bevoegdheden,
enerzijds, en toetsing/toezicht, anderzijds? En voorziet de nieuwe Wiv in de wettelijke
kaders die nodig zijn in geval van een grootschalig conflict? Ook vragen deze leden
zich af of in de nieuwe Wiv wordt voorzien in andersoortige samenwerking met (inter)nationale
instanties gezien de hedendaagse dreigingen. Welke waarborgen zijn daarvoor passend?
De leden van de D66-fractie lezen dat de MIVD te maken heeft met een breed en ernstig
dreigingsbeeld, waaronder Rusland, China, cyberdreigingen, economische veiligheid,
extremisme, contraproliferatie en instabiliteit in verschillende regio’s. Ook weegt
de focus op Hoofdtaak 1 zwaar mee in de prioriteiten van de dienst. Deze leden begrijpen
dat scherpe keuzes nodig zijn, maar vragen hoe de Minister voorkomt dat de taakdruk
sneller groeit dan de beschikbare capaciteit, juridische kaders en toezichtstructuren.
Kan de Minister toelichten op basis van welke criteria de MIVD prioriteiten stelt
wanneer de vraag naar inlichtingen groter is dan de beschikbare capaciteit? Welke
taken of onderzoeksdoelstellingen komen onder druk te staan door de intensivering
van het onderzoek naar Rusland en de focus op Hoofdtaak 1? Hoe wordt bij nauwere samenwerking
tussen de MIVD, het Netherlands Joint Forces Command en defensieonderdelen geborgd
dat rollen, mandaten en verantwoordelijkheden helder blijven, met name bij optreden
in het informatiedomein? Kan de Minister daarnaast aangeven waar de grootste personele
knelpunten bij de MIVD liggen en in welke mate de dienst in 2026 afhankelijk is van
externe inhuur?
De leden van de D66-fractie constateren dat de MIVD in toenemende mate moet inspelen
op acute crises en een breed scala aan dreigingen. Tegelijkertijd achten deze leden
het van belang dat voldoende ruimte blijft bestaan voor strategische analyses en vroegtijdige
waarschuwingen, juist om verrassingen te voorkomen en tijdig te kunnen anticiperen
op toekomstige ontwikkelingen.
Hoe wordt gewaarborgd dat de capaciteit voor strategische early warning en langetermijnanalyse
voldoende behouden blijft wanneer de druk van actuele crises en operationele ondersteuning
verder toeneemt? Is de Minister van oordeel dat de huidige balans tussen acute inzet
en strategisch inlichtingenonderzoek toereikend is?
De leden van de D66-fractie steunen de inzet om cyberdreigingen en technische werkwijzen
vaker openbaar te maken wanneer dit bijdraagt aan bewustwording en weerbaarheid. Tegelijkertijd
is openbaarmaking alleen effectief als organisaties waarschuwingen ook daadwerkelijk
opvolgen. De brief over NCSC-adviezen vermeldt dat essentiële en belangrijke entiteiten
onder het concept-Cyberbeveiligingsbesluit schriftelijk moeten vastleggen wat zij
doen met attenderingen op kwetsbaarheden of cyberdreigingen.
Kan de Minister toelichten hoe in de praktijk wordt gecontroleerd of organisaties
voldoende opvolging geven aan adviezen of waarschuwingen van het NCSC, een CSIRT,
de MIVD, de AIVD of andere overheidsinstanties? Welke toezichthouder beoordeelt dit,
en welke interventies zijn mogelijk wanneer opvolging onvoldoende is? Hoe wordt voorkomen
dat de vastleggingsplicht vooral een administratieve verplichting wordt, zonder aantoonbare
risicoreductie? Wordt informatie over onvoldoende opvolging gebruikt om toekomstige
cyberadviezen concreter en beter uitvoerbaar te maken?
Daarnaast onderstrepen de leden van de D66-fractie het belang van economische veiligheid
en de bescherming van strategische kennis. Hoe werkt de MIVD samen met kennisinstellingen,
bedrijven en Europese partners om ongewenste kennisoverdracht tegen te gaan?
De leden van de D66-fractie constateren dat Rusland zich in toenemende mate bedient
van hybride middelen en cyberoperaties, bijvoorbeeld Signal en WhatsApp. Deze leden
onderschrijven het belang van een sterke informatiepositie en digitale weerbaarheid.
Kan de Minister aangeven welke concrete maatregelen binnen de Rijksoverheid en Defensie
zijn genomen om accountovername via verificatiecodes, gekoppelde apparaten en impersonatie
van supportkanalen tegen te gaan? Bestaat er een Rijksbreed protocol voor het melden,
onderzoeken en beperken van schade wanneer een account van een overheidsmedewerker
vermoedelijk is gecompromitteerd? Is de Minister van oordeel dat de MIVD en de betrokken
ketenpartners over voldoende capaciteit beschikken om Nederland weerbaar te houden
tegen de snel toenemende cyberdreiging vanuit statelijke actoren?
De leden van de D66-fractie constateren dat kunstmatige intelligentie het inlichtingenwerk
ingrijpend verandert en dat ook tegenstanders steeds vaker gebruikmaken van nieuwe
technologieën. Deze leden achten het van belang dat de MIVD technologisch voorop blijft
lopen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van analyses en menselijke oordeelsvorming.
Hoe bereidt de MIVD zich voor op de gevolgen van kunstmatige intelligentie voor het
inlichtingenwerk? Worden AI-toepassingen reeds ingezet en hoe wordt daarbij menselijke
controle geborgd? Beschikt de MIVD over voldoende specialistische kennis om gelijke
tred te houden met deze ontwikkelingen?
De leden van de D66-fractie zien de beantwoording met belangstelling tegemoet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het Openbaar Jaarverslag MIVD
2025 en het Jaarplan MIVD 2026. Naar aanleiding hiervan hebben zij nog enkele vragen.
Interne weerbaarheid
De MIVD waarschuwt terecht voor dreigingen van buitenaf, zoals Rusland, China, cyberaanvallen
en sabotage. Tegelijkertijd geven de politieke en militaire leiders van onze belangrijkste
NAVO-bondgenoot een opvallende waarschuwing af. Tijdens de Munich Security Conference
stelde Vice-President J.D. Vance dat de grootste bedreiging voor Europa niet Rusland,
China of een andere externe actor is, maar een dreiging van binnenuit. Ook de Amerikaanse
Minister van Oorlog Pete Hegseth waarschuwde tijdens de D-Day-herdenking voor een
vorm van «invasie» van Europa via massamigratie en open grenzen. Volgens hem wordt
Europa niet alleen geconfronteerd met externe tegenstanders, maar ook met ideologieën
die zich verzetten tegen de westerse waarden van vrijheid, gelijkwaardigheid, democratie
en nationale soevereiniteit.
De leden van de PVV-fractie constateren dat deze waarschuwingen afkomstig zijn van
de Vice-President en de Minister van Oorlog van de Verenigde Staten, één van onze
belangrijkste bondgenoten binnen de NAVO. Hoe beoordeelt de Minister deze waarschuwingen
in het kader van hybride oorlogsvoering en nationale weerbaarheid?
Welke betekenis kent de Minister toe aan deze analyse van de Amerikaanse politieke
en militaire leiding? Hoe beoordeelt zij de door Minister Hegseth gebruikte kwalificatie
van een vorm van «invasie»? Ziet zij hierin aspecten die relevant zijn voor de taakuitoefening
van de MIVD, mede gelet op het feit dat hybride oorlogsvoering zich niet uitsluitend
richt op militaire doelen, maar ook op het verzwakken van de weerbaarheid, cohesie
en stabiliteit van samenlevingen? Welke maatregelen neemt Nederland momenteel om zich
te beschermen tegen dergelijke vormen van hybride oorlogsvoering en welke rol vervullen
de MIVD en Defensie daarbij?
Rusland
De MIVD concludeert dat de Russische krijgsmacht ondanks de enorme verliezen in Oekraïne
groter en effectiever is geworden dan voor de oorlog. Tegelijkertijd heeft Rusland
na jaren oorlog zijn oorspronkelijke doelstellingen in Oekraïne nog altijd niet bereikt
en volgens de MIVD circa 1,2 miljoen permanente verliezen geleden, waaronder meer
dan een half miljoen doden.
Tegen deze achtergrond schrijft de MIVD dat Rusland onder gunstige omstandigheden
binnen één jaar na beëindiging van de gevechtshandelingen in Oekraïne voldoende gevechtskracht
kan opbouwen om een regionaal conflict met de NAVO te initiëren. Hoe verhouden deze
factoren zich volgens de Minister tot de inschatting dat Rusland ondanks de omvangrijke
verliezen binnen relatief korte tijd opnieuw voldoende gevechtskracht kan opbouwen
voor een regionaal conflict met de NAVO?
Welke gevolgen verbindt de Minister aan deze analyse voor de Nederlandse defensieplanning
en voor de omvang, gereedheid en uitrusting van de Nederlandse krijgsmacht? Kan de
Minister toelichten welke aannames aan deze analyse ten grondslag liggen? Waarom acht
de MIVD juist een termijn van één jaar realistisch en wat verstaat zij precies onder
de in het jaarverslag genoemde «gunstige omstandigheden»?
In hoeverre spelen factoren als het verlies van ervaren militairen, de mogelijkheden
om nieuwe militairen te werven, demografische ontwikkelingen en het maatschappelijke
en politieke draagvlak voor verdere oorlogsvoering daarbij een rol? Hoe weegt de Minister
deze factoren af bij de inschatting dat Rusland ondanks de omvangrijke verliezen binnen
relatief korte tijd opnieuw voldoende gevechtskracht kan opbouwen voor een regionaal
conflict met de NAVO, zo vragen de leden van de PVV-fractie.
China
De leden van de PVV-fractie lezen dat de MIVD waarschuwt voor Chinese spionage, kennisverwerving
en beïnvloeding. China probeert hoogwaardige technologie en kennis in handen te krijgen
en richt zich daarbij ook op kennisinstellingen en bedrijven in Nederland. Hoe groot
acht de Minister deze dreiging? Zijn universiteiten, onderzoeksinstellingen en defensiegerelateerde
bedrijven voldoende beschermd? Hoeveel onderzoeken lopen er momenteel naar Chinese
beïnvloedings- en spionageactiviteiten?
Zijn er aanwijzingen dat Chinese actoren proberen toegang te verkrijgen tot Nederlandse
defensieprojecten, militaire technologie of defensietoeleveranciers? Zo ja, hoe wordt
hiertegen opgetreden?
Welke risico’s ziet de Minister voor de Nederlandse defensie-industrie als doelwit
van spionage, sabotage of cyberaanvallen door statelijke actoren? Zijn er sectoren
of bedrijven die volgens de MIVD bijzondere aandacht verdienen? Hoe beoordeelt de
Minister bestuurlijke samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse overheden en Chinese
overheden in het licht van de waarschuwingen van de MIVD over Chinese beïnvloeding
en spionage?
De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat de provincie Noord-Brabant recent de banden
met haar Chinese zusterprovincie Jiangsu verder heeft aangehaald en een nieuwe vriendschapsverklaring
heeft ondertekend. Ziet de Minister risico’s dat dergelijke contacten kunnen worden
gebruikt voor politieke beïnvloeding, kennisverwerving of het creëren van strategische
afhankelijkheden? Heeft de MIVD zicht op dergelijke risico’s en worden decentrale
overheden hierover actief geïnformeerd?
Islamitisch extremisme
De leden van de PVV-fractie lezen dat de MIVD jihadistisch terrorisme expliciet noemt
als een van de grootste dreigingen voor de nationale veiligheid. Tegelijkertijd bevat
het openbare jaarverslag relatief weinig informatie over de aard en omvang van deze
dreiging. Kan de Minister nader toelichten waarom jihadistisch terrorisme door de
MIVD nog steeds wordt aangemerkt als een van de grootste dreigingen voor de nationale
veiligheid? Op welke wijze manifesteert deze dreiging zich momenteel richting Defensie
en Nederlandse militaire belangen?
De MIVD verricht onderzoek naar extremisme en (jihadistisch) terrorisme in relatie
tot de Nederlandse krijgsmacht, met als doel de verspreiding van extremistisch gedachtegoed
en gedrag vroegtijdig te signaleren. Kan de Minister aangeven hoe groot de dreiging
van islam op dit moment is voor Defensie? Is er sprake van een toe- of afname van
signalen van jihadistisch gedachtegoed of jihadistisch extremisme binnen de defensieorganisatie?
Hoeveel onderzoeken lopen er momenteel en welke ontwikkelingen ziet de MIVD op dit
terrein?
Welke jihadistische organisaties vormen momenteel volgens de Minister en de MIVD de
grootste dreiging voor Nederland, de Nederlandse krijgsmacht en Nederlandse belangen
in het buitenland? Zijn er aanwijzingen dat statelijke actoren direct of indirect
steun verlenen aan dergelijke organisaties? Zo ja, om welke landen gaat het en in
hoeverre wordt deze steun beschouwd als onderdeel van hybride dreigingen gericht tegen
westerse belangen, zo vragen de leden van de PVV-fractie.
Sabotage en hybride dreigingen
Deze leden lezen dat de MIVD waarschuwt voor sabotage en hybride dreigingen. Welke
delen van de Nederlandse vitale en militaire infrastructuur lopen volgens de Minister
momenteel het grootste risico op sabotage en hybride activiteiten van statelijke actoren?
Zijn havens, energievoorzieningen, datakabels en militaire objecten voldoende beschermd?
Kan de Minister aangeven of militaire complexen, kazernes, munitieopslagplaatsen en
andere defensielocaties voldoende zijn beveiligd tegen sabotage, spionage en andere
hybride dreigingen?
De MIVD noemt daarnaast een toenemend aantal meldingen van drones boven vitale infrastructuur
en militaire locaties. Hoe vaak komt dit voor? Welke landen worden hierbij als mogelijke
dreiging gezien? Beschikken commandanten over voldoende bevoegdheden en middelen om
hiertegen op te treden?
De Noordzee wordt steeds belangrijker voor de Nederlandse energievoorziening, datacommunicatie,
economie en nationale veiligheid. Tegelijkertijd waarschuwen de MIVD en bondgenoten
voor toenemende dreigingen tegen vitale infrastructuur op zee, waaronder onderzeese
datakabels, pijpleidingen, windparken en havenfaciliteiten. Hoe beoordeelt de Minister
de huidige dreiging voor de Nederlandse belangen op de Noordzee? Beschikt Nederland
over voldoende maritieme, militaire en inlichtingenmiddelen om vitale infrastructuur
op de Noordzee te bewaken en te beschermen? Welke rol vervullen de MIVD, de Koninklijke
Marine en internationale partners hierbij? Heeft Nederland voldoende zicht op activiteiten
van Russische schepen en de Russische schaduwvloot in de Noordzee? Kan de Minister
daarnaast aangeven in hoeverre de snelle uitbreiding van windparken op de Noordzee
gevolgen heeft voor toezicht, detectiecapaciteit en militaire operaties op zee? Zijn
aanvullende maatregelen noodzakelijk om sabotage, spionage en andere vormen van hybride
oorlogsvoering op de Noordzee tegen te gaan?
Cyberdreigingen
De leden van de PVV-fractie constateren dat de MIVD en AIVD recent hebben gewaarschuwd
voor Russische pogingen om Signal- en WhatsApp-accounts van militairen, ambtenaren
en hoogwaardigheidsbekleders over te nemen. Hoeveel Nederlandse overheidsmedewerkers
zijn hiervan daadwerkelijk slachtoffer geworden? Is daarbij gevoelige informatie buitgemaakt?
Hoe groot acht de Minister de dreiging van geavanceerde spyware, zoals Pegasus en
vergelijkbare systemen, voor Nederlandse militairen, commandanten en defensiemedewerkers?
Kan de Minister bevestigen dat de MIVD actief onderzoek doet naar de mogelijke inzet
van dergelijke software tegen Nederlandse militairen en defensiebelangen? Welke maatregelen
worden genomen om te voorkomen dat operationele informatie, locatiegegevens, communicatie
of persoonsgegevens van militairen via dergelijke systemen in handen komen van buitenlandse
statelijke actoren?
Personele veiligheid
Ziet de Minister een toename van pogingen van buitenlandse actoren om defensiepersoneel
te benaderen, te beïnvloeden of onder druk te zetten? Beschikt de MIVD over voldoende
mogelijkheden om dergelijke risico’s tijdig te signaleren en tegen te gaan, zo vragen
de leden van de PVV-fractie.
Ruimtedomein
De MIVD noemt het ruimtedomein als een steeds belangrijker operationeel domein. Hoe
beoordeelt de Minister de kwetsbaarheid van Nederlandse en bondgenootschappelijke
satellietcapaciteiten voor verstoring, sabotage, spionage of andere vijandelijke activiteiten?
Beschikt Nederland over voldoende kennis, middelen en internationale samenwerking
om dergelijke dreigingen het hoofd te bieden? Welke rol vervullen de MIVD en Defensie
hierbij?
Capaciteit MIVD
Uit de stukken blijkt dat de MIVD steeds meer taken krijgt. Rusland, China, terrorisme,
extremisme, cyberdreigingen, sabotage, proliferatie en het ruimtedomein vragen allemaal
aandacht. Beschikt de MIVD over voldoende mensen, middelen en bevoegdheden om al deze
dreigingen het hoofd te bieden? Welke onderzoeken of taken blijven momenteel liggen
vanwege capaciteitsgebrek? Welke maatregelen neemt de Minister om ervoor te zorgen
dat de MIVD ook de komende jaren effectief kan blijven opereren, zo vragen de leden
van de PVV-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het MIVD Jaarplan
2026 en het openbaar jaarverslag 2025 van de MIVD. Deze leden hebben nog enkele vragen
en opmerkingen over het dreigingsbeeld vanuit Rusland, de knelpunten en kansen in
de uitvoering van het werk van de MIVD, internationale samenwerking, het Caribisch
deel van het Koninkrijk en cyberweerbaarheid.
Dreiging Rusland
De leden van de CDA-fractie lezen dat de MIVD beoordeelt dat Rusland onder gunstige
omstandigheden binnen een jaar na beëindiging van de gevechtshandelingen in Oekraïne
voldoende gevechtskracht kan genereren voor een regionaal conflict tegen de NAVO.
De MIVD heeft als doelstelling voor 2024–2030 «gereed voor een grootschalig gewapend
conflict». Waar staat de MIVD ten opzichte van haar eigen doelstelling? Is de MIVD
inmiddels «gereed voor een grootschalig gewapend conflict»? Zo niet, wat heeft de
MIVD hier nog voor nodig?
De leden van de CDA-fractie lezen ook dat Rusland zijn hybride dreiging steeds vaker
vormgeeft via gelaagde netwerken van lokaal gerekruteerde agenten. Tegelijkertijd
neemt het aantal dronemeldingen boven vitale en militaire objecten toe, terwijl de
herkomst van deze drones vaak niet kan worden herleid. Acht de Minister de bevoegdheden
van de MIVD toereikend om deze dreiging te onderkennen en tegen te gaan, ook in crisis-
of oorlogstijd, en hoe wordt dit in de herziening van de Wiv 2017 geborgd? Is daarnaast
het handelingsmandaat toereikend om bij dronewaarnemingen daadwerkelijk te kunnen
optreden?
Knelpunten en kansen uitvoering
De leden van de CDA-fractie steunen de groei van de MIVD en de intensivering van de
samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Deze leden constateren dat
de voorgenomen groei van Defensie en de samenwerking met de defensie-industrie leiden
tot een sterk toenemende vraag naar veiligheidsonderzoeken. Verwacht de Minister knelpunten
in de capaciteit van de Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO), en blijven de doorlooptijden
(in 2025 nog 92,6% binnen acht weken) bij deze groei houdbaar? Volstaat de gewijzigde
Wet veiligheidsonderzoeken, die gefaseerd in 2026 in werking treedt, ook wanneer de
veiligheidssituatie in Europa verandert?
De leden van de CDA-fractie lezen dat het streven is om de brede herziening van de
Wiv 2017 in de eerste helft van 2026 in consultatie te brengen. Ligt dit traject op
schema? Daarnaast lezen deze leden dat wordt ingezet op een werkbare wet die operationele
slagkracht en wendbaarheid biedt zonder afbreuk te doen aan fundamentele waarborgen,
waarbij geldt: hoe groter de inbreuk, hoe zwaarder de waarborgen. Deze leden onderschrijven
dit uitgangspunt. Zij vragen de Minister wel hoe deze balans, gezien de toegenomen
en snel veranderende dreiging vanuit Rusland, zo wordt vormgegeven dat de diensten
ook bij de meest ingrijpende bevoegdheden tijdig en slagvaardig kunnen blijven optreden.
De MIVD streeft samen met de AIVD naar technologisch koploperschap, onder meer op
het gebied van kwantumtechnologie en kunstmatige intelligentie. De leden van de CDA-fractie
vragen hoe de Minister de voortgang hiervan beoordeelt, en hoe wordt voorkomen dat
de toenemende samenwerking met bedrijven en kennisinstellingen zelf een kwetsbaarheid
wordt voor de kennisveiligheid. Daarnaast vragen deze leden zich af welke kansen de
MIVD ziet in de oprichting van de Defensie Innovatie- en Opschalingsautoriteit.
Internationale samenwerking
Het is voor de leden van de CDA-fractie vanzelfsprekend dat Europa nadrukkelijker
zelf verantwoordelijkheid moet nemen voor de eigen veiligheid. Zij vragen welke stappen
de MIVD zet om de samenwerking met Europese inlichtingenpartners te verdiepen, binnen
zowel EU- als NAVO-verband, en welke rol initiatieven als het Intelligence College
Europe daarin vervullen.
Caribisch deel van het Koninkrijk/Venezuela
De leden van de CDA-fractie lezen dat de MIVD en de AIVD gezamenlijk onderzoek doen
naar de ontwikkelingen in Venezuela en de mogelijke uitstralingseffecten richting
het Koninkrijk. Deze leden constateren dat de situatie sinds de beschreven periode
is veranderd. Zij vragen de Minister om een actuele duiding van de dreiging tegen
het Caribisch deel van het Koninkrijk, en hoe wordt geborgd dat de eilandbesturen
en hun bevolking tijdig en adequaat over eventuele dreigingen worden geïnformeerd.
Cyberweerbaarheid
De leden van de CDA-fractie lezen dat de MIVD zich in 2026 nadrukkelijk richt op het
verstoren en openbaar maken van cyberoperaties van statelijke en niet-statelijke actoren,
en op het in kennis stellen van slachtoffers en het treffen van weerbaarheidsverhogende
maatregelen. Zij vragen hoe deze inzet zich verhoudt tot de constatering dat de cybersecuritymaatregelen
bij veel organisaties binnen de Rijksoverheid ontoereikend zijn, en hoe wordt geborgd
dat attributies en adviezen, van zowel de MIVD als het NCSC, daadwerkelijk leiden
tot een hogere weerbaarheid bij getroffen organisaties. Welke structurele maatregelen
worden daarnaast genomen naar aanleiding van de bekendmaking dat Russische actoren
chataccounts van overheidsmedewerkers compromitteren en zelfs kunnen overnemen?
De leden van de CDA-fractie lezen dat actoren hun cyberaanvallen met behulp van kunstmatige
intelligentie automatiseren en daarmee sneller en geavanceerder maken. Welke stappen
zet de MIVD om zich ook in de toekomst te blijven wapenen tegen dergelijke, door kunstmatige
intelligentie versnelde en steeds geavanceerdere, cyberaanvallen? Daarnaast vragen
de leden welke impact deze toenemende cyberdreiging op de samenleving heeft, bijvoorbeeld
voor de economische veiligheid, vitale diensten en het vertrouwen van burgers in de
overheid.
De leden van de CDA-fractie wijzen op de kwetsbaarheid van vitale onderzeese infrastructuur,
zoals internet- en stroomkabels, die steeds vaker doelwit kan zijn van sabotage. Beschikt
de MIVD over voldoende capaciteit en middelen om dreigingen tegen deze infrastructuur
tijdig te signaleren, en hoe wordt daarbij samengewerkt met de krijgsmacht en internationale
partners, zo vragen de leden van de CDA-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het MIVD-Jaarplan
2026 en Jaarverslag 2025. Met betrekking tot het jaarplan vragen deze leden hoe de
behoefte aan nieuw en gekwalificeerd personeel zich verhoudt tot de brede defensieorganisatie,
in termen van tekorten op korte en lange termijn. Verder vernemen deze leden graag
voor welk type inlichtingenbehoefte inhuur plaatsvindt, onder welke voorwaarden en
wat de verhouding is van inhuur ten opzichte van het vaste personeelsbestand. Daarnaast
vragen zij zich af in hoeverre de Iraanse dreigingsperceptie sinds het opstellen van
het jaarplan is toegenomen, gelet op de aanslagen in Amsterdam en Rotterdam die werden
opgeëist door Harakat Ashab Al Yamin Al Islamiyyah, waarvan het logo sterke overeenkomsten
vertoont met dat van Hezbollah en de IRGC en waarvan beelden werden verspreid via
een pro-Iraans propagandakanaal.
Deze aanslagen volgden op oproepen vanuit het Iraanse regime om aanslagen te plegen
in het Westen en tegen Joodse doelen. Kan de Minister ten slotte aangeven of inmiddels
meer duidelijkheid bestaat over een mogelijke relatie tussen de verijdelde aanslag
op een synagoge in Heemstede en de eerdere aanslagen?
De leden van de SGP-fractie lezen in het jaarverslag dat Turkije een van de routes
is die door Rusland en Iran benut worden om strategische goederen in Nederland te
verwerven. Welke inspanningen levert Nederland in Europees, NAVO- en bilateraal verband
om deze sanctieontwijking tegen te gaan? Erkent de Turkse regering dit probleem?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower hebben met interesse kennisgenomen van de stukken
en hebben geen verdere vragen of opmerkingen.
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.