Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
36 901 Wijziging van de Plantgezondheidswet in verband met het opnemen van regels over een spoedige bekendmaking en inwerkingtreding van beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten
Nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 29 juni 2026
I. ALGEMEEN
1
De leden van de VVD-fractie vragen of de regering kan toelichten of en in welke gevallen
versnelde inzet van chemische bestrijdingsmiddelen onderdeel kan uitmaken van dergelijke
spoedmaatregelen? Daarnaast vragen deze leden hoe dergelijke maatregelen zich verhouden
tot het voorzorgsbeginsel. Op welke wijze worden mogelijke negatieve effecten op niet
doelorganismen, residuvorming en milieuvervuiling, de ontwikkeling van resistentie
en mogelijke gezondheidsrisico’s meegewogen?
Antwoord
De maatregelen waar deze wetswijziging betrekking op heeft zijn maatregelen die getroffen
kunnen worden op basis van de Plantgezondheidswet bij een uitbraak van een (Europees
aangewezen) bestrijdingsplichtige plantenziekte (quarantaine-organisme). Dit betreft
bijvoorbeeld een lokaal vervoersverbod voor specifieke voor de ziekte vatbare planten
(waardplanten) om te voorkomen dat een ziekte zich verder verspreidt of het vernietigen
van waardplanten in een gebied.
Dit wetsvoorstel ziet niet op de (versnelde) toelating van gewasbeschermingsmiddelen.
De voorwaarden waaronder gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt worden altijd
bepaald op basis van de wet- en regelgeving op het terrein van gewasbeschermingsmiddelen
en niet op basis van de Plantgezondheidswet. Dit wetsvoorstel verandert hier niets
aan. De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden kent in artikel 38 een eigen spoed
en vrijstellingsprocedure.
2
De leden van de VVD-fractie vragen tevens of de mogelijke economische effecten, zoals
handelsbelemmeringen, hoge kosten voor ondernemers en kwaliteitsderving van producten,
betrokken bij de proportionaliteitsafweging?
Antwoord
Het primaire doel van deze wijziging is het zo klein en beperkt mogelijk houden van
een uitbraak om de schade zoveel mogelijk te beperken voor de gehele sector. Hoe sneller
de verspreiding tot stilstand komt hoe minder bedrijven geraakt zullen worden en schade
zullen ondervinden. Als een bestrijdingsplichtig organisme zich verspreidt dan kan
dit grote gevolgen hebben voor de desbetreffende bedrijven in Nederland en voor de
exportpositie van alle bedrijven die vanuit Nederland in bepaalde plantaardige producten
handelen. Derde landen kunnen bijvoorbeeld extra controle-eisen stellen aan alle exporterende
bedrijven van die producten als Nederland niet vrij is van een bepaald organisme.
Om te zorgen dat maatregelen effectief maar ook proportioneel zijn wordt van te voren
nagedacht over de in te zetten maatregelen, en de (economische, ecologische of maatschappelijke)
gevolgen. De NVWA heeft algemene, met het ministerie afgestemde crisis- en incidenten
handboeken, een draaiboek plantgezondheid en specifieke draaiboeken toegespitst op
bepaalde ernstige plantenziekten1. Ook het ministerie heeft een beleidscrisishandboek voor plantgezondheid. Bij onvoorziene
situaties wordt zo zorgvuldig mogelijk gehandeld met een gestructureerd crisisbesluitvormingsproces.
Bij zowel de NVWA als bij LVVN worden medewerkers opgeleid en getraind om zorgvuldig,
snel en met afweging van de betrokken belangen tot adviezen te komen voor bijvoorbeeld
de bewindspersoon of Inspecteur Generaal van de NVWA. Dit wetsvoorstel heeft niet
tot gevolg dat er minder tijd is om de maatregelen voor te bereiden als er een bestrijdingsplichtig
organisme wordt geconstateerd. Dit wetsvoorstel regelt alleen dat de maatregelen na
publicatie sneller in kunnen gaan.
De maatregelen in de specifieke draaiboeken van de NVWA zijn daarbij voor een deel
ook Europees bepaald en afkomstig uit de EU Plantgezondheidsverordening en met name
ook specifieke Europese uitvoeringsverordeningen. Kenmerk van de EU-regelgeving is
ook dat er onverwijld en onmiddellijk moet worden ingegrepen. Dit borgt een zo uniforme,
wetenschappelijk onderbouwde en snelle aanpak in heel Europa. Het van te voren uitwerken
en doordenken van de mogelijke maatregelen in draaiboeken heeft tot doel een snelle
en proportionele besluitvorming in het geval van een uitbraak en geeft invulling aan
de verplichting om zo snel mogelijk maatregelen te nemen.
De NVWA heeft regelmatig contact met de sector en brancheorganisaties bijvoorbeeld
via klankbordgroepen. Tijdens incidenten en crises worden in aanvulling op deze klankbordgroepen
extra voorlichtingsbijeenkomsten gegeven. De draaiboeken van de NVWA worden actief
gedeeld en besproken met de sector. Ook worden er, door de sector geïnitieerde, gezamenlijke
crisisoefeningen met de NVWA en andere betrokken partijen gehouden. Dit zorgt voor
bewustwording bij bedrijven en geeft de NVWA inzicht in de gevolgen van maatregelen.
Via dit intensieve contact met de sector kan de impact van bepaalde maatregelen zo
goed mogelijk worden ingeschat en meegewogen.
Een snelle en proportionele besluitvorming, waarin alle belangen goed zijn meegewogen,
wordt gewaarborgd door van te voren uit te werken welke maatregelen genomen kunnen
worden en wanneer deze ingezet kunnen worden. Het evalueren van de inzet na een vondst
of uitbraak om de draaiboeken te verbeteren draagt hier ook aan bij.
Inleiding
De leden van de PVV-fractie constateren dat dit wetsvoorstel poogt maatregelen tegen
plaagorganismen sneller in werking te laten treden door af te wijken van de reguliere
Bekendmakingswet. Deze leden waarschuwen voor een uitholling van de rechtszekerheid
wanneer ondernemers plotseling geconfronteerd worden met ingrijpende verboden die
enkel op een website zijn geplaatst.
3
Waarom meent de regering dat de huidige versnelde publicatie in de Staatscourant,
die vaak al binnen een dag kan, onvoldoende is?
Antwoord
Publicatie in de Staatscourant is vaak niet dezelfde dag nog mogelijk, ook in de versnelde
variant. Ook als publicatie dezelfde dag nog mogelijk is, is het van belang dat de
maatregelen zo snel mogelijk kunnen worden gepubliceerd. Zolang de maatregel niet
in werking is getreden kan een bedrijf immers binnen enkele uren grote hoeveelheden
plantaardig materiaal verplaatst hebben, bijvoorbeeld naar een andere eigen locatie
buiten het besmette gebied. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat andere bedrijven
in Nederland en binnen heel Europa geraakt worden.
2. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
De leden van de PVV-fractie constateren dat de regering klimaatverandering opvoert
als een van de redenen voor de toegenomen risico’s. Deze leden zien dit als een gezocht
argument om meer overheidsregie te legitimeren. Onze boeren en tuinders werken al
onder de allerstrengste regels ter wereld wat betreft gewasbescherming en fytosanitaire
controle. De Nederlandse naleving overstijgt ruimschoots de regels die buiten onze
grenzen gelden.
4
Kan de regering garanderen dat deze nieuwe bevoegdheid niet wordt misbruikt om de
Nederlandse sector nog zwaarder te belasten ten opzichte van buitenlandse concurrenten
terwijl het exportrendement en de werkgelegenheid juist beschermd moeten worden?
Antwoord
Het wetsvoorstel creëert geen nieuwe mogelijkheden om maatregelen te nemen ten opzichte
van de bestaande wet en regelgeving. Deze technische wijziging regelt alleen dat de
inwerkingtreding van bepaalde generieke maatregelen eerder mogelijk is. Daarnaast
is in paragraaf 3 van de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel toegelicht dat
de gevolgen van dit voorstel voor de administratieve lasten voor bedrijven verwaarloosbaar
zijn. Het doel is juist om gevolgen van een uitbraak voor andere bedrijven te voorkomen
en om de export te beschermen. Regelingen worden, naast de publicatie op internet,
alsnog zo snel mogelijk gepubliceerd in de Staatscourant en zijn daardoor kenbaar
voor uw Kamer en de sector.
De leden van de PVV-fractie maken zich bovendien zorgen over de reikwijdte van de
maatregelen, zoals een «tijdelijk algeheel vervoersverbod». Deze leden eisen dat het
belang van de economische continuïteit altijd zwaarder weegt dan de drang naar bureaucratische
symboolpolitiek.
5
Hoe wordt voorkomen dat een overijverige Minister de gehele sierteelt- of groentesector
platlegt bij een incidentele vondst met enorme economische schade tot gevolg?
Antwoord
Dit wetsvoorstel verandert niets aan de maatregelen zelf die de Minister kan nemen
bij het aantreffen van een bestrijdingsplichtige plantenziekten. Zie voorts het antwoord
op vraag 3 waarin is aangegeven hoe via hand- en draaiboeken van te voren wordt nagedacht
over de te nemen maatregelen in het geval van een introductie van het organisme, een
geïsoleerde vondst of een uitbraak. Daarbij wordt altijd afgewogen of de maatregelen
proportioneel zijn. Uw Kamer kan tenslotte ook spoedig na het nemen van de maatregelen
kennisnemen van de publicatie van deze maatregelen in de Staatscourant en hierover,
indien gewenst, het gesprek aangaan met de bewindspersoon.
2.1 Noodzaak
6
De leden van de D66-fractie vragen de regering toe te lichten in hoeverre bij de bestrijding
van plaagorganismen gebruik kan worden gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen die schadelijk
zijn voor de menselijke gezondheid of het milieu en of de versnelde inwerkingtreding
van ministeriële regelingen ook van toepassing kan zijn op regelingen die dergelijk
gebruik autoriseren.
Antwoord
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 1.
7
De leden van de D66-fractie vragen de regering nader toe te lichten welke afwegingen
worden gemaakt tussen de snelheid van ingrijpen en de mogelijke milieu en gezondheidseffecten
van de te nemen bestrijdingsmaatregelen en hoe wordt geborgd dat die afweging ook
bij spoedbesluitvorming zorgvuldig plaatsvindt.
Antwoord
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 2.
De leden van de PvdD-fractie begrijpen dat de verspreiding van plaagorganismen zo
spoedig mogelijk moet worden tegengegaan wanneer dit wordt vastgesteld. Daar tegenover
hebben deze leden vragen over de risico’s die dit zou kunnen opleveren voor mens,
dier en milieu.
8
Deze leden vragen of in een spoedsituatie er een groter risico ontstaat voor het maken
van de verkeerde keuze met betrekking tot de fytosanitaire maatregelen die beschikbaar
zijn en hiermee risico’s introduceert die anders voorkomen hadden kunnen worden.
9
Kan de regering toelichten hoe wordt voorkomen dat het snel optreden tegen ziektes
en plagen geen onzekerheden introduceert met betrekking tot de effecten van de gekozen
fytosanitaire maatregel die gebruikt wordt op mens, dier en milieu?
Antwoord
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 2 is de aanpak van bestrijdingsplichtige
plantenziekten gebaseerd op van te voren vastgestelde draai- en handboeken, wordt
altijd geëvalueerd en vinden er ook crisisoefeningen plaats. Dit om te voorkomen dat
er in spoedsituaties «verkeerde» keuzes worden gemaakt.
2.2 Aanleiding
10
De leden van de D66-fractie vragen of er bij de in de memorie van toelichting genoemde
plaagorganismen, zoals de Aziatische boktor (Anoplophora glabripennis) en Xylella,
specifieke gezondheids- of milieurisico’s voor omwonenden of ecosystemen zijn die
meewegen bij de keuze voor de te nemen bestrijdingsmaatregelen en hoe deze worden
betrokken bij de inzet van spoedbevoegdheden.
11
De leden van de D66-fractie vragen de regering toe te lichten of er bij de toepassing
van artikel 9a ook aandacht is voor de gevolgen van bestrijdingsmaatregelen voor biodiversiteit
en niet doelsoorten, zoals bestuivende insecten en hoe dit wordt geborgd bij een snelle
inwerkingtreding.
Antwoord
Bij de keuze voor bestrijdingsmaatregelen wordt rekening gehouden met economische,
ecologische en sociale belangen waaronder ook de effecten op niet-doelorganismen.
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 2 wordt hier van te voren over nagedacht
en wordt na een incident of crisis via evaluaties gekeken of verbetering van de aanpak
mogelijk is. Hierna in mijn antwoord op vraag 12 licht ik in aanvulling daarop ook
nog kort de wetenschappelijke betrokkenheid toe bij het bepalen van het beleid en
de maatregelen. Op deze manier wordt gepoogd alle belangen zo goed mogelijk mee te
wegen. Voor onder meer de Aziatische boktor of de ziekte Xylella zijn aparte draaiboeken
vastgesteld waarin de specifieke aanpak voor deze bestrijdingsplichtige ziekten is
uitgewerkt conform de EU regelgeving. Voor deze bestrijdingsplichtige ziekten zijn
de belangen dus specifiek afgewogen. In het draaiboek Xylella is bijvoorbeeld onder
voorwaarden een ontheffing mogelijk voor het ruimen van bomen met een officiële historische,
bijzondere sociale, culturele of ecologische waarde.
De leden van de PvdD-fractie hebben uit de memorie van toelichting vernomen dat klimaatverandering
een oorzaak is voor het toenemen van vestigingskansen van veel quarantaineziekten.
12
Deze leden vragen daarom in hoeverre er in de spoedige inwerkingtreding van fytosanitaire
maatregelen door de regering rekening wordt gehouden met de effecten van klimaatverandering
op de effectiviteit van de bestrijding van plaagorganismen. Uit onderzoek is namelijk
gebleken dat nieuwe bedreigingen geïntroduceerd kunnen worden doordat bijvoorbeeld
plaagorganismen zich sneller kunnen ontwikkelen in warmere omstandigheden waar de
huidige fytosanitaire maatregelen mogelijk niet adequaat op kunnen reageren (WUR,
juni 2024, «Gewasbescherming, jaargang 55, nr. 3», (https://edepot.wur.nl/670119)). Deze leden vragen hoe de effecten van klimaatverandering op de effectiviteit van
de fytosanitaire maatregelen en de spoedige inwerkingtreding daarvan door de regering
wordt meegenomen in deze wijziging.
Antwoord
De ontwikkelingen op het terrein van plantenziekten worden door zowel de deskundigen
van het Nederlands Instituut voor Vectoren, Invasieve planten en Plantgezondheid (NIVIP)
en Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (bureau) op nationaal niveau, als de European
Food and Safety Authority (EFSA) op Europees niveau nauwlettend gevolgd en gemonitord.
Kennisinstituten zoals het NIVIP werken, samen met kennisinstellingen en de vergelijkbare
instituten uit andere lidstaten, nauw samen met EFSA. Dit leidt onder andere tot onderzoek
en adviezen die, indien aan de orde, worden verwerkt in Europese regelgeving en de
eerdergenoemde draai- en handboeken. Recente wetenschappelijke inzichten zijn dus
ook van invloed zijn op de te nemen fytosanitaire maatregelen. In het periodieke Europese
Permanente Comité voor Plantgezondheid komen experts vanuit alle lidstaten regelmatig
samen om de ontwikkelingen rondom plantgezondheid te bespreken waaronder de adviezen
van de EFSA en andere instituten. De invloed van klimaatverandering op de ontwikkeling
van plantenziekten komt daarbij aan de orde.
2.3 Reikwijdte
13
De leden van de D66-fractie vragen de regering toe te lichten welke waarborgen bestaan
om te voorkomen dat de spoedbevoegdheid van artikel 9a wordt ingezet voor maatregelen
met onevenredige gevolgen voor de gezondheid van omwonenden of het bredere ecosysteem
en of hierover in alle gevallen een milieueffectbeoordeling plaatsvindt, ook achteraf.
Antwoord
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 1 zien de onderhavige maatregelen niet
op de inzet van gewasbeschermingsmiddelen. De maatregelen waar het hier om draait,
bijvoorbeeld een vervoersverbod of het vernietigen van planten, hebben in de regel
geen gevolgen voor de gezondheid van omwonenden. In mijn antwoord op vraag 2 heb ik
nader toegelicht hoe de proportionaliteit van de maatregelen wordt geborgd.
14
De leden van de D66-fractie vragen de regering of kan worden verduidelijkt in hoeverre
burgers en omwonenden tijdig worden geïnformeerd over de aard en de gezondheidsrelevantie
van spoedsmaatregelen die op grond van artikel 9a worden afgekondigd en niet slechts
via een persbericht op algemene wijze.
Antwoord
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 2 is de aanpak van bestrijdingsplichtige
plantenziekten gebaseerd op van te voren vastgestelde draai- en handboeken om een
proportionele besluitvorming te waarborgen. In deze draaiboeken is ook opgenomen hoe
wordt gecommuniceerd richting omwonenden. Zo wordt bijvoorbeeld de gemeente zo snel
mogelijk verzocht een contactpersoon aan te wijzen zodat afstemming kan plaatsvinden
over de communicatie binnen de gemeente.
De leden van de VVD-fractie lezen in paragraaf 2.3 dat slechts in uitzonderlijke gevallen
gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheid tot het treffen van onverwijlde voorzieningen
en dat de noodzaak daartoe afhankelijk wordt gesteld van diverse factoren zoals het
jaargetijde, de wijze van verspreiding, de aard van de locatie en de aanwezigheid
van mogelijke waardplanten.
15
Deze leden vragen op welke wijze wordt geborgd dat dergelijke gevallen bij herhaling
tot eenzelfde afweging leiden. Hoe wordt voorkomen dat verschillen in interpretatie
of uitvoering leiden tot willekeur? Beschikt de regering over een vast afwegingskader
of beoordelingsprotocol waarmee gelijke omstandigheden ook daadwerkelijk tot gelijke
uitkomsten leiden? Is de regering bereid een meer Specifiek, Meetbaar, Acceptabel,
Realistisch, Tijdgebonden (SMART)-geformuleerd beoordelingskader op te stellen, zodat
vooraf duidelijker wordt onder welke omstandigheden welke maatregelen proportioneel
worden geacht?
Antwoord
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 2. Een afzonderlijk
beoordelings- en afwegingskader bestaat inderdaad en is neergelegd in de hand- en
draaiboeken genoemd in dat antwoord.
Voorts lezen de leden van de VVD-fractie dat voor de formulering van het voorgestelde
artikel 9a aansluiting is gezocht bij artikel 5.2 van de Wet dieren, waarin eveneens
een grondslag bestaat voor onverwijlde voorzieningen. Daarbij merkt de regering op
dat de formulering niet geheel hetzelfde is, omdat bij plantenziekten geen sprake
is van risico’s op zoönosen.
16
Deze leden vragen de regering nader toe te lichten waarom desondanks wordt gekozen
voor een vergelijkbaar instrumentarium van onverwijlde voorzieningen. In hoeverre
acht de regering het proportioneel om dergelijke spoedbevoegdheden toe te passen in
situaties waarin geen direct risico bestaat voor de volksgezondheid? Welke criteria
rechtvaardigen in dat geval de inzet van ingrijpende maatregelen zonder voorafgaande
reguliere procedure?
Antwoord
De procedure wordt proportioneel geacht. De Europees aangewezen bestrijdingsplichtige
plantenziekten waar het hier over gaat zijn ziekten die op basis van de EU Plantgezondheidsverordening
«onaanvaardbare economische, sociale en/of milieugevolgen2» met zich mee kunnen brengen (zoals de uitbraak van de Oost-Aziatische boktor in
Boskoop in 2009/2010, de paprikasnuitkever in 2012 in het Westland of het Tomato Brown
Rugose Fruit Virus (ToBRFV) in tomaat in 2019 in Nederland). Dit betreft ziekten waarvan
de gevolgen de gehele sector kunnen raken en die ook gevolgen kunnen hebben voor de
biodiversiteit en de voedselzekerheid. Een besmetting kan betekenen dat een bedrijf
moet worden stilgelegd of al het plantaardig materiaal moet worden vernietigd om verspreiding
te voorkomen. Dit kan in de ernstigste gevallen leiden tot een faillissement. Door
direct op te treden wordt beoogd de schade bij het desbetreffende bedrijf en het aantal
getroffen bedrijven zo beperkt mogelijk te houden.
3. Gevolgen voor de uitvoering en regeldruk
17
De leden van de D66-fractie vragen de regering toe te lichten hoe de Nederlandse Voedsel-
en Warenautoriteit (NVWA) bij spoedingrepen op grond van artikel 9a waarborgt dat
ook bij een versnelde procedure de vereiste veiligheids- en milieustandaarden worden
nageleefd en wie hierop toezicht houdt in de periode vóór publicatie in de Staatscourant.
Antwoord
Voor dit antwoord verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 1, 2 en 5.
De leden van de VVD-fractie merken op dat in hoofdstuk 3 wordt gesteld dat het voorstel
geen financiële gevolgen heeft voor de uitvoering of het bedrijfsleven. Deze leden
vinden die stelling moeilijk te rijmen met de mogelijkheid tot het opleggen van quarantaine-
of andere fytosanitaire maatregelen.
18
Kan de regering nader onderbouwen waarom geen sprake zou zijn van financiële gevolgen?
Deze leden wijzen erop dat quarantainemaatregelen in de praktijk kunnen leiden tot
logistieke beperkingen, omzetverlies, extra controlekosten, administratieve lasten
en mogelijke kwaliteitsderving van producten. Zijn deze effecten meegenomen in de
beoordeling van de financiële gevolgen? Zo ja, op welke wijze?
Antwoord
Dit wetsvoorstel regelt enkel de directe inwerkingtreding van de maatregelen. Dit betekent dat de maatregelen een
dag sneller dan nu in werking kunnen treden. De maatregelen zelf kunnen op dit moment
al worden genomen op basis van de huidige regelgeving (de Plantgezondheidswet en de
EU Plantgezondheidsverordening). De afweging over de gevolgen van deze maatregelen
heeft plaatsgevonden bij het opstellen van deze regelgeving.
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 2 is deze wijziging er op gericht om
de gevolgen van een crisis zo beperkt mogelijk te houden. Hoe sneller de verspreiding
tot stilstand komt hoe minder bedrijven geraakt zullen worden en schade zullen ondervinden.
Het bestrijden van deze ziekten is ook geen keuze. Het zijn op Europees niveau aangewezen
bestrijdingsplichtige plantenziekten. Elke EU lidstaat is gehouden een dergelijke
ziekte uit te roeien en verspreiding te voorkomen.
De leden van de PVV-fractie constateren dat in de toelichting wordt gesteld dat de
gevolgen voor de regeldruk «verwaarloosbaar» zijn. Deze leden vinden dit een grove
onderschatting. Het feit dat bedrijven «minder tijd hebben om zich voor te bereiden»
op maatregelen, wordt door de regering zelf erkend als iets wat de uitvoering «lastiger»
maakt. Directe inwerkingtreding betekent in de praktijk direct verlies voor de ondernemer.
19
Hoe gaat de regering ondernemers compenseren die door deze «onmiddellijke» regels
plotseling hun zendingen zien stranden of vernietigd zien worden, terwijl zij wel
voldoen aan de strengere Nederlandse eisen? Daarnaast bevreemdt het deze leden dat
de NVWA aangeeft dat dit geen extra uitvoeringslasten oplevert. Betekent dit dat de
NVWA momenteel al niet in staat is om tijdig te handhaven, of dat deze wet enkel een
papieren werkelijkheid dient?
Antwoord
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 18 zijn de maatregelen waar het om gaat
al mogelijk. Hoe later de inwerkingtreding van deze maatregelen, hoe groter de kans
dat nog ingrijpender maatregelen nodig zijn. Indien besmette partijen plantaardig
materiaal blijken te zijn verplaatst dan kunnen terugroepacties nodig zijn. Ook gaat
er dan (Europees verplicht) een melding naar de autoriteiten van de lidstaat van bestemming
alwaar die autoriteiten het afnemende bedrijf zullen controleren. Ook die autoriteiten
moeten verspreiding van deze ziekten voorkomen en zullen maatregelen moeten opleggen
aan de afnemende bedrijven indien het organisme ook daar wordt aangetroffen.
Bedrijven kunnen derhalve worden geconfronteerd met claims van afnemers en reputatieschade.
Tenslotte zijn individuele bedrijven op grond van de EU regelgeving al verplicht om
gelijk te acteren bij de vondst van een bestrijdingsplichtig organisme.
Zoals ook aangeven bij mijn antwoord op vraag 2 zijn de crisishandboeken opvraagbaar,
houden de sector en de NVWA samen crisisoefeningen en overleggen de NVWA en sectororganisaties
regelmatig. De NVWA is derhalve goed voorbereid om te handelen in het geval van een
incident of crisis.
De leden van de CDA-fractie vinden het belangrijk dat eventueel ingrijpende besluiten
voor individuele ondernemers goed gewogen worden en met duidelijke randvoorwaarden
tot stand komen.
20
Deze leden vragen hoe de regering ervoor kan zorgen dat er alleen in noodzakelijke
gevallen wordt afgeweken van de regels en welke criteria gelden om te voorkomen dat
er te snel ingrijpende besluiten worden genomen.
Antwoord
Pas als de ernst en het verspreidingsrisico van een bestrijdingsplichtige plantenziekte
snelle inwerkingtreding kunnen rechtvaardigen zal van deze mogelijkheid gebruik worden
gemaakt. Als dit wetsvoorstel wet wordt zal de mogelijkheid van versnelde inwerkingtreding
ook worden opgenomen in de hiervoor beschreven draaiboeken om een zorgvuldige besluitvorming
te waarborgen.
4. Consultatie
De leden van de PVV-fractie valt het op dat er slechts twee reacties van burgers zijn
binnengekomen bij de internetconsultatie en dat deze «niet van toepassing» waren.
Deze leden vinden dat juist bij ingrijpende wijzigingen die de werkgelegenheid kunnen
raken, dat de input van de sector cruciaal is.
21
Waarom is er geen proactieve consultatie geweest met de relevante brancheorganisaties
uit de tuinbouw en exportsector die de directe gevolgen van deze spoedmaatregelen
moeten dragen?
Antwoord
De mogelijkheid tot het opleggen van de fytosanitaire maatregelen is al geregeld in
de Plantgezondheidswet en de EU Plantgezondheidsverordening. Bij de totstandkoming
van deze wet is sprake geweest van een uitgebreid consultatieproces. Deze wijziging
regelt enkel dat die maatregelen een dag eerder in werking kunnen treden.
De in mijn antwoord op vraag 2 genoemde draaiboeken worden actief met de sector gedeeld
en besproken, ook worden er samen met de sector crisisoefeningen gehouden. De sector
is derhalve goed op de hoogte van de mogelijke gevolgen van de uitbraak van een bestrijdingsplichtige
plantenziekte.
5 Notificatie
De leden van de PVV-fractie constateren dat de regering stelt dat notificatie niet
nodig is omdat het om een zuivere implementatie gaat.
22
Deze leden vragen of de voorgestelde afwijking van de Bekendmakingswet wel zo «zuiver»
is, of dat Nederland hier wederom een kop op Europees beleid zet die de eigen handelspositie
kan schaden.
Antwoord
Dit wetsvoorstel bevat geen voorschriften die genotificeerd moeten worden omdat het
alleen de versnelde inwerkingtreding van fytosanitaire maatregelen regelt en geen
nieuwe mogelijkheden introduceert om fytosanitaire maatregelen te nemen. De Plantgezondheidsverordening
verplicht lidstaten om in bepaalde situaties «onmiddellijk» maatregelen te nemen.
Dit wetsvoorstel sluit aan bij dit vereiste van spoedig optreden. Antwoord
6. Inwerkingtreding
23
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering kan bevestigen dat de sector voldoende
de tijd krijgt om zich aan te passen aan dit nieuwe regime van «digitale overrompeling»,
voordat de wet daadwerkelijk in werking treedt.
Antwoord
De wijziging zal 2 maanden voor inwerkingtreding in de Staatscourant worden gepubliceerd.
Zoals hiervoor in eerdere antwoorden aangegeven is er veelvuldig contact met de sector
over het plantgezondheidsbeleid en mogelijke maatregelen en worden eventuele wijzigingen
verwerkt in de hand- en draaiboeken die actief besproken worden met de sector.
II. Artikelsgewijs
Artikel I, onderdeel C
24
De leden van de PVV-fractie willen graag een nadere duiding van het begrip «onverwijlde
voorziening» en zien een risico op willekeur. Wie bepaalt wanneer de ernst en het
verspreidingsrisico een afwijking van de reguliere wetgeving rechtvaardigen? Worden
de criteria voor het inzetten van deze noodgreep objectief getoetst, of is dit enkel
een politieke inschatting van de Minister?
25
De leden van de D66-fractie vragen de regering te verduidelijken hoe het criterium
«een onverwijlde voorziening noodzakelijk is» in de praktijk wordt getoetst en of
daarin ook een expliciete weging van milieu en gezondheidsbelangen is opgenomen, dan
wel of dit wordt overgelaten aan de discretionaire bevoegdheid van de Minister.
Antwoord
Zoals onder andere aangegeven in mijn antwoord op vragen 3 en 13 wordt het gehele
crisisbeleid beheerst door hand- en draaiboeken om juist zoveel mogelijk te borgen
dat proportioneel wordt gehandeld en gelijke situaties gelijk worden behandeld. Daarnaast
is in paragraaf 2.3 van de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel aangegeven
welke criteria een rol kunnen spelen bij de beoordeling of een onverwijlde voorziening
noodzakelijk is.
OVERIG
De leden van de PvdD-fractie betreuren dat deze wijziging niet bijdraagt aan het creëren
van meer aandacht, op zowel Europees als nationaal niveau, voor een inzet op het voorkomen
van de plaagorganismen, maar in plaats daarvan zich alleen richt op bestrijding wanneer
ze al zijn vastgesteld binnen de landsgrenzen. Aanvullend hierop zien deze leden ook
niet terug in deze wetswijziging of er prioriteit gegeven kan worden aan fytosanitaire
maatregelen die geen bestrijdingsmiddelen gebruiken.
26
Ziet de regering kansen in deze wijziging om hier meer aandacht aan te besteden en
in te zetten op fytosanitaire maatregelen die niet afhankelijk zijn van het introduceren
van gevaarlijke stoffen in korte termijn aan mens, dier en milieu?
Antwoord
De onderhavige wetswijziging betreft een technische wijziging van de Plantgezondheidswet
en gaat niet over gewasbeschermingsmiddelen.
Naast deze specifieke wijziging en het opleggen van maatregelen bij een uitbraak van
bestrijdingsplichtige plantenziekten omvat het plantgezondheidsbeleid vele andere
activiteiten ter voorkomen van verspreiding van plantenziekten. U kunt hierbij denken
aan importcontroles om te voorkomen dat plantenziekten worden geïmporteerd. Ook vindt
monitoring en onderzoek plaats naar de ontwikkeling van plantenziekten. De NVWA en
ook de plantaardige keuringsdiensten delen beschikbare informatie actief om de kennis
en bewustzijn van bedrijven op het gebied van plantenziekten en plagen te vergroten,
bijvoorbeeld de website en social media van de NVWA of keuringsdiensten, via kennisoverdracht
op ledenbijeenkomsten van sectororganisaties en de bijdragen aan landelijke oefeningen.
Sectorpartijen zelf verenigen zich om samen bepaalde ziekten onder controle te houden
(BO Akkerbouw, Taskforce Phytophthora) en organiseren met regelmaat symposia in samenwerking
met kennisinstellingen waaraan de overheid ook deelneemt. Overheid, onderzoeksinstellingen
en bedrijfsleven financieren gezamenlijk onderzoek om de veredeling van weerbare,
ziekteresistente gewassen te stimuleren (bijvoorbeeld via het consortium CropXR, dat
voor een deel wordt gefinancierd vanuit het groenfonds). Kortom, op vele manieren
en door alle betrokken actoren, publiek en privaat, wordt bijgedragen aan plantgezondheid.
Indieners
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur