Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk over de geannoteerde agenda bijeenkomst NAVO-ministers van Defensie van 18 juni 2026 (Kamerstuk 28676-560)
2026D28254 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Defensie hebben de onderstaande fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Defensie over de NAVO Defensie
Ministeriële van 18 juni 2026.
De voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de NAVO Defensie Ministeriële. Hierover hebben de leden de volgende vragen.
De Europese defensie-uitgaven nemen sterk toe. Hoe voorkomt de Minister dat de discussie
over burden sharing verschuift naar burden shifting, waarbij verantwoordelijkheden
vooral van de Verenigde Staten naar Europese bondgenoten worden verplaatst zonder
dat daar voldoende gezamenlijke Europese capaciteiten tegenover staan?
Hoe ziet de Minister de verdere ontwikkeling van een sterkere Europese pijler binnen
de NAVO? Welke rol ziet zij voor zichzelf om binnen NAVO- en EU-verband actief coalities
te smeden en Europese samenwerking verder aan te jagen?
Nederland heeft op terreinen als militaire mobiliteit, innovatie, luchtverdediging
en defensie-industrie een sterke positie opgebouwd. Op welke dossiers wil de Minister
de komende jaren bewust een trekkersrol vervullen om de Europese defensiesamenwerking
verder te versterken?
Deelt de Minister de opvatting dat het succes van de nieuwe NAVO-afspraken uiteindelijk
niet moet worden afgemeten aan percentages van het bbp, maar aan de mate waarin bondgenoten
daadwerkelijk de afgesproken capaciteiten realiseren?
Hoe voorkomt de Minister dat de discussie over burden sharing beperkt blijft tot hogere
nationale uitgaven, en zet zij zich ervoor in dat Europese landen ook gezamenlijk
capaciteiten ontwikkelen en verwerven?
Hoe wil de Minister voorkomen dat een substantieel deel van de extra Europese defensie-uitgaven
opnieuw buiten Europa terechtkomt, terwijl juist versterking van de Europese defensie-industrie
noodzakelijk is voor de lange termijn?
Is de Minister bereid tijdens de NAVO-ministeriële het initiatief te nemen voor nieuwe
strategische partnerschappen tussen Europese bondgenoten op terreinen waar grote capaciteitstekorten
bestaan, zoals luchtverdediging, munitieproductie, logistiek en ondersteuning, zo
vragen de leden van de D66-fractie.
Europa neemt terecht meer verantwoordelijkheid voor zijn eigen veiligheid. Dat vraagt
ook om landen die samenwerking actief organiseren. Welke concrete initiatieven gaat
de Minister de komende periode nemen om Nederland nadrukkelijker te positioneren als
aanjager van Europese defensiesamenwerking, gezamenlijke capaciteitsontwikkeling en
versterking van de Europese defensie-industrie?
Is de Minister bekend met het Women, Peace and Security-beleid (WPS) van de NAVO,
waarin de NAVO erkent dat WPS fundamenteel is voor het vervullen van de eerste kerntaak
van de NAVO: Afschrikking en Verdediging (Deterrence and Defence)?1 Is de Minister bereid om zich in de Defensie Ministeriële actief in te zetten voor
uitvoer van het WPS-beleid van de NAVO en het uitwerken van dit beleid in een WPS-Actieplan?
En wil de Minister de Kamer daarover rapporteren?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geagendeerde stukken voor
de NAVO Defensie Ministeriële d.d. 18 juni 2026 en zien op dit moment af van het maken
van inhoudelijke opmerkingen en het stellen van aanvullende vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
en het verslag. Deze leden zien een sterk en zelfstandig Europa als de voorwaarde
voor een geloofwaardige NAVO. Genoemde leden steunen de onverminderde steun aan Oekraïne
en de Nederlandse verantwoordelijkheid aan de oostflank, maar hechten er ook aan dat
de noodzakelijke investeringen open en navolgbaar worden gemaakt. Zij hebben dan ook
nog enkele vragen.
De verwerpelijke Russische raket- en droneaanvallen op Oekraïne zijn fors toegenomen,
terwijl er wereldwijd een tekort is aan interceptors en munitie voor Patriot-systemen.
Dit tekort is in belangrijke mate veroorzaakt door de Amerikaanse oorlog tegen Iran,
waarbij in korte tijd een zeer groot deel van o.a. het Amerikaanse interceptorarsenaal
is verbruikt. Hoe urgent acht de Minister dit tekort en welke concrete inzet pleegt
Nederland tijdens de UDCG om de Oekraïense luchtverdediging op korte termijn te versterken?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich daarnaast grote zorgen over signalen
dat de Verenigde Staten reeds aan Europa en Oekraïne toegezegde luchtverdedigingsmiddelen
omleiden naar de eigen voorraden en andere regio’s en vragen of dit ook geldt voor
via PURL ingekochte middelen. Kan de Minister bevestigen in welke mate dit gebeurt?
Deze ontwikkeling legt wat deze leden betreft pijnlijk bloot dat Europa zijn veiligheid
niet langer kan laten afhangen van Amerikaanse leveringszekerheid en versneld zelf
in de eigen en Oekraïense behoefte moet kunnen voorzien. Deelt de Minister deze analyse?
In het verlengde hiervan vragen deze leden haar te reflecteren op de houdbaarheid
van PURL: werkt dit instrument nog afdoende nu de VS de eigen voorraden voorrang geven?
In het licht van deze ontwikkelingen zijn genoemde leden ook geïnteresseerd in de
nieuwe plannen voor geïntegreerde lucht- en raketverdediging. Kan de Minister de Kamer
informeren over de voortgang en ontwikkeling rondom Integrated Air and Missile Defence
en de besluiten die hierover genomen zullen worden? Deze leden onderschrijven de noodzaak
om hier stappen te zetten, maar benadrukken dat zij sterk hechten aan de versterking
van de Europese luchtverdediging via zoveel mogelijk Europese capaciteiten. In hoeverre
zet Nederland zich er binnen de NAVO en de EU voor in dat de IAMD-plannen bijdragen
aan een sterkere Europese productie- en innovatiebasis, en hoe weegt de Minister daarbij
het risico dat een te grote afhankelijkheid van Amerikaanse systemen, zoals nu zichtbaar
wordt bij de Patriot-interceptors, de Europese leveringszekerheid ondermijnt?
Genoemde leden lezen dat de Nederlandse Patriot-inzet bij NSATU in Polen met maximaal
zes maanden wordt verlengd, terwijl de NASAMS- en anti-dronesystemen worden teruggehaald.
Juist dat laatste vinden deze leden zorgelijk: het aantal Russische drone-incursies
aan de oostflank neemt toe, dus anti-dronecapaciteit is precies wat daar nu het hardst
nodig lijkt. Waarom worden uitgerekend de anti-dronesystemen teruggetrokken op een
moment dat de dronedreiging toeneemt en hoe wordt de continuïteit van de bescherming
geborgd?
Voorts vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie welke concrete stappen Nederland
zet om de defensie-industriële samenwerking met Oekraïne, met name op het gebied van
drones, te verdiepen, en hoe de Kamer hierover wordt geïnformeerd. Genoemde leden
verwijzen in dit verband naar de eerder door de leden Piri en Dassen gestelde schriftelijke
vragen over de voortgezette samenwerking van Defensie met aan de heer Walraven gelieerde
bedrijven, waaronder de drone-onderneming Hyllus bv, terwijl zijn eerdere bedrijf,
DTS Armory, strafrechtelijk wordt onderzocht (2026Z12163). Kan de Minister garanderen dat bij de voorgenomen intensivering van de industriële
samenwerking met Oekraïne geen opdrachten lopen of worden verstrekt aan bedrijven
gelieerd aan de heer Walraven?
De rol van het Duits-Nederlandse 1GNC wordt medio dit jaar geformaliseerd als tactisch
hoofdkwartier voor de Baltische staten, waarbij 1GNC de command and control over de
NAVO-eenheden in Estland en Letland overneemt. Deze leden hechten aan een geloofwaardige
afschrikking aan de oostflank. Kan de Minister toelichten wat deze formalisering concreet
betekent voor de Nederlandse personele en materiële inzet, de kosten en de duur van
het commitment en of dit een uitbreiding van de Nederlandse aanwezigheid of verplichtingen
met zich meebrengt?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de 1,5%-norm voor bredere veiligheids-
en defensiegerelateerde uitgaven voor het eerst is ingevuld, op 17,45 miljard euro
oftewel 1,4% van het bbp, maar dat niet inzichtelijk wordt gemaakt welke uitgaven
daarin precies zijn meegerekend, anders dan via een algemene omschrijving. Deze leden
achten dit onvoldoende navolgbaar voor een serieuze parlementaire controle. Op welke
wijze maakt de Minister voor de Kamer inzichtelijk welke uitgaven exact aan de 1,5%-norm
zijn toegerekend? In hoeverre bestaat binnen de NAVO al overeenstemming over welke
uitgaven hieronder mogen vallen, hoeveel ruimte hebben lidstaten om dit zelf te bepalen,
en wordt de Nederlandse invulling door de NAVO getoetst? Is de Minister ten slotte
bereid het Annual Strategic Level Report, net als in 2024, openbaar met de Kamer te
delen in plaats van uitsluitend via een vertrouwelijke bijlage?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
NAVO Defensie Ministeriële bijeenkomst en het verslag van de eerdere NAVO- en EU-bijeenkomsten.
Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie onderschrijven het belang van een sterke NAVO en een sterke
Nederlandse krijgsmacht. Zij constateren dat in de stukken herhaaldelijk wordt gesproken
over het vergroten van de militaire slagkracht, het versneld invullen van NAVO-capaciteitsdoelstellingen
en het versterken van de afschrikking.
Kan de Minister aangeven welke drie capaciteiten volgens het kabinet momenteel de
grootste tekortkomingen vormen binnen de Nederlandse krijgsmacht? Kan de Minister
tevens aangeven welke concrete capaciteiten Nederland vóór 2030 moet hebben toegevoegd
om aan de NAVO-doelstellingen te voldoen?
Kan de Minister aangeven welke NAVO-capaciteitsdoelstellingen Nederland op dit moment
nog niet haalt en welke investeringen nodig zijn om deze tekorten weg te werken?
Kan de Minister aangeven in hoeverre Nederland momenteel voldoet aan de NAVO-doelstellingen
op het gebied van grondgebonden lucht- en raketverdediging, vuursteun, landmanoeuvre-eenheden
en logistieke ondersteuning? Op welke onderdelen bestaan de grootste tekorten?
De leden van de PVV-fractie lezen dat Nederland toewerkt naar 3,5% van het bbp aan
defensie-uitgaven en 1,5% aan defensiegerelateerde uitgaven. Kan de Minister per jaar
aangeven hoe het groeipad richting 2035 eruitziet? Kan de Minister bevestigen dat
de extra middelen primair zullen worden ingezet voor daadwerkelijke versterking van
de gevechtskracht van de krijgsmacht en niet voor extra bureaucratie, beleidsontwikkeling
of managementlagen?
De leden van de PVV-fractie lezen dat Nederland Patriot-munitie uit de eigen voorraad
beschikbaar stelt aan Oekraïne. Kan de Minister aangeven hoeveel Patriot-raketten
uit de Nederlandse voorraad aan Oekraïne worden geleverd? Welke gevolgen heeft deze
levering voor de Nederlandse operationele gereedheid? Binnen welke termijn worden
deze voorraden weer aangevuld? Kan de Minister aangeven welke minimale voorraad Patriot-munitie
Defensie noodzakelijk acht voor de verdediging van Nederland en het NAVO-grondgebied?
Kan de Minister aangeven of de levering van Patriot-munitie aan Oekraïne gevolgen
heeft voor het vermogen van Nederland om te voldoen aan de NAVO-doelstellingen voor
geïntegreerde lucht- en raketverdediging?
De leden van de PVV-fractie onderschrijven het belang van een sterke Nederlandse defensie-industrie.
De oorlog in Oekraïne laat zien dat militaire slagkracht niet alleen wordt bepaald
door wapensystemen, maar ook door productiecapaciteit en de snelheid van levering.
Kan de Minister aangeven welk percentage van de Nederlandse defensiebegroting momenteel
terechtkomt bij Nederlandse bedrijven? Hoe heeft dit percentage zich de afgelopen
vijf jaar ontwikkeld?
Kan de Minister aangeven welk deel van de extra defensie-uitgaven naar verwachting
in Nederland wordt besteed? Hoe voorkomt het kabinet dat Nederlandse bedrijven worden
verdrongen door grotere buitenlandse defensieconcerns bij gezamenlijke aanbestedingen?
Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om meer Nederlandse mkb-bedrijven bij
defensieopdrachten te betrekken? Is de Minister bereid in gesprek te gaan met de producent
van Patriot-systemen en Patriot-raketten om te onderzoeken of (delen van) de productie,
assemblage, het onderhoud of de modernisering van Patriot-capaciteiten in Nederland
kunnen plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PVV-fractie lezen dat Nederland pleit voor verdere integratie van
de Europese defensiemarkt, gezamenlijke aanbestedingen en een grotere rol voor de
Europese Investeringsbank.
Kan de Minister aangeven welke bevoegdheden hierdoor feitelijk verschuiven van nationale
overheden naar Europese instellingen? Hoe wordt gewaarborgd dat Nederland zelfstandig
kan blijven bepalen welk materieel wordt aangeschaft en bij welke leveranciers? Kan
de Minister garanderen dat gezamenlijke Europese aanbestedingen er niet toe leiden
dat Nederland minder vrijheid krijgt om zelfstandig materieel aan te schaffen bij
leveranciers van eigen keuze?
De leden van de PVV-fractie hechten eraan dat de NAVO het fundament blijft van de
collectieve verdediging van Europa. Kan de Minister bevestigen dat verdere Europese
defensiesamenwerking nooit mag leiden tot een situatie waarin de NAVO wordt vervangen,
gedupliceerd of ondergeschikt gemaakt aan EU-structuren?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het Duits-Nederlandse Legerkorps een grotere
rol krijgt aan de NAVO-oostflank. Kan de Minister aangeven welke extra personele en
financiële gevolgen deze uitbreiding heeft voor Nederland? Welke Nederlandse eenheden
vallen in de praktijk onder de nieuwe commandostructuur? In hoeverre heeft deze nieuwe
taak gevolgen voor de inzetbaarheid van Nederlandse eenheden voor nationale taken
en andere NAVO-verplichtingen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de bijeenkomst van de NAVO-ministers van Defensie op 18 juni 2026. Deze
leden steunen de inzet om de afschrikking en verdediging van de NAVO te versterken,
de steun aan Oekraïne voort te zetten en de Europese pijler binnen de NAVO te versterken.
Zij hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat tijdens de Defence Ministers Meeting (DMM) wordt
gesproken over nieuwe militaire plannen voor Integrated Air and Missile Defense. Zij
begrijpen dat hierover niet alles openbaar kan worden gedeeld. Toch vragen zij de
Minister om, waar mogelijk, de Kamer inzicht te geven in de Nederlandse inzet. Welke
tekorten ziet de NAVO op dit moment op het terrein van lucht- en raketverdediging?
Welke gevolgen heeft dit voor Nederland? En welke Nederlandse capaciteiten zijn hierbij
het meest relevant?
De leden van de CDA-fractie steunen een eerlijkere lastenverdeling binnen de NAVO.
Deze leden lezen dat Nederland in 2026 volgens de nationale berekenwijze uitkomt op
2,01% exclusief steun aan Oekraïne en 2,26% inclusief steun aan Oekraïne. Zij vragen
hoe dit zich verhoudt tot de NAVO-berekeningswijze, waarbij Nederland al op 2,59%
bbp zit. Kan de Minister de Kamer een helder overzicht geven van beide rekenwijzen,
zodat duidelijk is waar Nederland echt staat?
Volgens onderzoek dat onder coördinatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid
is uitgevoerd, kan nu al 17,45 miljard euro, ofwel 1,4% bbp, worden toegerekend aan
de bredere veiligheids- en defensiegerelateerde uitgaven die uiterlijk in 2035 1,5%
van het bbp moeten bedragen. De leden van de CDA-fractie vragen over welk jaar dit
bedrag van 17,45 miljard euro berekend is. Daarnaast vragen deze leden welk bedrag
dat jaar extra toegerekend zou moeten worden om wel te kunnen voldoen aan de 1,5%-norm.
Als alle voornemens uit het coalitieakkoord worden uitgevoerd, op welk percentage
komt Nederland dan in 2030 uit? De leden van de CDA-fractie vragen verder hoe de NAVO
er zorg voor draagt dat de 1,5% in alle NAVO-landen op dezelfde wijze berekend wordt.
Oekraïne laat elke dag zien dat wat betreft materieel niet alleen hoogwaardige technologie
telt, maar ook massa, voorraden en snelle productie. Zonder voldoende munitie, onderdelen,
drones en luchtverdediging houdt geen krijgsmacht het lang vol. De leden van de CDA-fractie
steunen daarom de inzet op gezamenlijke inkoop, grotere productievolumes en meer leveringszekerheid.
Zij vragen wel hoe dit concreet wordt gemaakt. Welke capaciteiten wil Nederland binnen
NAVO- en EU-verband gezamenlijk inkopen? Welke rol is daarbij voorzien voor Nederlandse
bedrijven?
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister om expliciet in te gaan op munitieproductie.
Wat is de stand van zaken van de inzet om in Nederland of samen met buurlanden meer
munitie te produceren? Welke belemmeringen zitten hierbij nog in de weg: vergunningen,
financiering, grondstoffen, personeel of langjarige afnamegaranties?
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland internationale partners zal aansporen
om financieel bij te blijven dragen aan het PURL-initiatief. Nederland heeft in totaal
€ 750 miljoen toegezegd. Kan de Minister aangeven welke resultaten daarmee tot nu
toe zijn bereikt? Welk materieel is hierdoor geleverd of besteld? En welke Oekraïense
noden blijven op dit moment het meest dringend? De leden van de CDA-fractie vragen
hoe de Minister de balans maakt tussen steun aan Oekraïne en de gereedheid van de
Nederlandse krijgsmacht.
De leden van de CDA-fractie steunen intensievere defensie-industriële samenwerking
met Oekraïne. Kan de Minister concreet maken welke projecten met Oekraïne lopen of
in voorbereiding zijn? Gaat het daarbij om drones, munitie, luchtverdediging, reparatiecapaciteit
of gezamenlijke productie? En hoe wordt de Nederlandse industrie hierbij betrokken?
Ook vragen de leden van de CDA-fractie of de Minister in NAVO-verband zal pleiten
voor meerjarige steunpakketten. Oekraïne heeft immers voorspelbaarheid nodig, en langjarig
commitment geeft ook een signaal af richting Rusland.
De leden van de CDA-fractie steunen de nieuwe rol van het 1st German/Netherlands Corps
(1GNC). Het is goed dat Nederland en Duitsland samen verantwoordelijkheid nemen voor
de verdediging van de oostflank. Dit past bij een sterker Europa binnen de NAVO. Deze
leden lezen dat 1GNC een aansturende rol krijgt bij de verdediging aan de oostflank
en bij oefenactiviteiten in vredestijd, crisis en oorlog. Zij vragen welke gevolgen
dit heeft voor Nederlandse eenheden, personeel, gereedheid en oefenbelasting. Heeft
1GNC voldoende capaciteit om deze nieuwe taak goed uit te voeren?
De leden van de CDA-fractie steunen de inzet van Nederlandse Patriots ter beveiliging
van het logistieke centrum van NSATU in Polen. De bescherming van deze logistieke
schakel is direct verbonden met de steun aan Oekraïne en met de verdediging van NAVO-grondgebied.
Deze leden lezen dat de Patriot-inzet met maximaal zes maanden wordt verlengd, terwijl
NASAMS en anti-dronesystemen worden teruggehaald naar Nederland. Kan de Minister toelichten
waarom juist deze keuze is gemaakt en niet een verlenging van alle capaciteiten?
De beslisnota noemt geraamde uitgaven van circa € 19 miljoen voor de verlenging van
de Patriot-inzet. Kan de Minister uitsplitsen waar deze kosten uit bestaan? En is
er ruimte binnen artikel 1 Inzet van de Defensiebegroting als de inzet opnieuw zou
worden verlengd?
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Nederlandse
non-paper over een Europese interne markt voor defensie. Deze leden hebben hier enkele
vragen bij.
De leden lezen dat Nederland wil dat bij Europese defensieprogramma’s deelname van
het mkb, startups en scale-ups wordt gestimuleerd. Hoe wil de Minister dit afdwingen?
Worden er harde voorwaarden gesteld aan deelname van kleinere bedrijven? En hoe wordt
voorkomen dat kleinere bedrijven alleen als onderaannemer worden gebruikt, zonder
echte toegang tot kennis, opdrachten en groei? Deze leden vragen ook aandacht voor
de administratieve lasten. Kleine bedrijven hebben vaak niet de capaciteit om door
lange Europese procedures te komen. Kan de Minister aangeven welke regels als eerste
moeten worden geschrapt of versimpeld?
De leden van de CDA-fractie steunen de inzet om NAVO-standaarden systematisch te gebruiken
in Europese defensieprogramma’s. Kan de Minister aangeven of er nu Europese programma’s
zijn waar NAVO-standaarden onvoldoende leidend zijn? Deze leden vragen ook of Nederland
in EU-verband gaat pleiten voor het principe dat er geen Europees defensiegeld besteed
mag worden als er geen sprake is van NAVO-interoperabiliteit. Zo nee, waarom niet?
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland verdere convergentie van Europees
wapenexportbeleid wil, om een gelijk speelveld te creëren. Deze leden vragen in dit
verband wat de stand van zaken is van de afspraak uit het coalitieakkoord om toe te
treden tot het Verdrag van Aken.
De leden van de CDA-fractie steunen de aandacht voor hergebruik, reparatie, revisie
en herproductie. Kan de Minister aangeven welke concrete kansen er zijn voor Nederland
op het gebied van onderhoud, revisie en hergebruik van defensiematerieel? Wordt daarbij
ook gekeken naar regionale hubs in Nederland of met buurlanden?
De leden van de CDA-fractie steunen de inzet om de toegang tot financiering voor de
defensie-industrie te verbeteren. Deze leden lezen onder andere dat Nederland pleit
voor verbreding van het mandaat van de Europese Investeringsbank naar kernactiviteiten
op defensiegebied, zolang dit de AAA-rating en markttoegang van de bank niet schaadt.
Kan de Minister aangeven in hoeverre zij hiervoor steun verwacht van lidstaten? Deze
leden vragen ook hoe Nederland zelf het goede voorbeeld geeft. Welke Nederlandse publieke
of publiek-private financieringsinstrumenten zijn beschikbaar voor defensiebedrijven?
En sluiten deze voldoende aan bij de snelle groei die nu nodig is?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
bijeenkomst van de NAVO-ministers van Defensie van 18 juni 2026. Deze leden onderschrijven
het belang van een sterke NAVO, een geloofwaardige afschrikking en een eerlijkere
lastenverdeling binnen het bondgenootschap.
Deze leden lezen dat de bijeenkomst in het teken staat van de voorbereiding op de
NAVO-top in Ankara, waaronder versterking van afschrikking en verdediging, verhoging
van defensie-uitgaven, de defensie-industrie en steun aan Oekraïne. Kan de Minister
aangeven welke concrete inzet Nederland heeft richting de top in Ankara en welke resultaten
het kabinet daar minimaal wil bereiken?
De leden van de BBB-fractie lezen dat Nederland via het Annual Strategic Level Report
aan de NAVO heeft gerapporteerd over defensie-uitgaven, capaciteitsontwikkeling en
deelname aan missies en operaties. De Kamer ontving hierover slechts een vertrouwelijke
bijlage. Deze leden begrijpen dat niet alles openbaar kan zijn, maar vinden het wel
belangrijk dat de Kamer en de samenleving kunnen volgen waar Nederland staat bij de
invulling van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen. Kan de Minister in openbare vorm
aangeven op welke hoofdterreinen Nederland voortgang boekt, waar de grootste tekorten
zitten en welke capaciteiten de komende jaren de meeste aandacht vragen?
De leden van de BBB-fractie lezen dat de bondgenoten spreken over verhoging van defensie-
en defensiegerelateerde uitgaven naar 5% van het bbp in 2035, waarvan 3,5% voor defensie-uitgaven
en 1,5% voor bredere veiligheids- en defensiegerelateerde uitgaven. Nederland komt
volgens de nationale berekenwijze in 2026 uit op 2,01% exclusief steun aan Oekraïne
en 2,26% inclusief steun aan Oekraïne. Voor de bredere 1,5%-norm komt Nederland volgens
de eigen inventarisatie uit op 17,45 miljard euro, oftewel 1,4%. Deze leden vragen
hoe de Kamer inzicht krijgt in de precieze uitgaven die onder deze 1,5% worden geschaard.
Welke uitgaven zijn meegeteld, welke niet, en hoe voorkomt het kabinet dat deze norm
een boekhoudkundige exercitie wordt in plaats van een echte versterking van de weerbaarheid
en ondersteuning van de krijgsmacht?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het kabinet de 3,5%-norm wettelijk wil vastleggen.
Kan de Minister aangeven wanneer de Kamer het voorstel tot aanpassing van de Wet financiële
defensieverplichtingen kan verwachten? Wordt daarin alleen het einddoel voor 2035
vastgelegd, of ook een concreet groeipad met tussendoelen, zodat de krijgsmacht en
de defensie-industrie langjarige zekerheid krijgen? Deze leden vragen daarbij ook
hoe wordt voorkomen dat andere landen achterblijven terwijl Nederland wel snel stappen
zet. Welke bondgenoten hebben inmiddels een geloofwaardig groeipad richting 3,5% en
welke landen blijven achter?
De leden van de BBB-fractie lezen dat tijdens de DMM ook wordt gesproken over nieuwe
militaire plannen voor Integrated Air and Missile Defense. Deze leden begrijpen dat
operationele details niet openbaar kunnen worden gedeeld. Tegelijkertijd is lucht-
en raketverdediging één van de meest urgente capaciteitsvragen voor Europa en Nederland.
Kan de Minister, desnoods op hoofdlijnen, aangeven wat de Nederlandse inzet is bij
deze plannen en hoe de uitkomsten zich verhouden tot de Nederlandse behoefte aan Patriot,
NASAMS, anti-dronecapaciteit en munitievoorraden?
De leden van de BBB-fractie lezen dat Nederland de steun aan Oekraïne onverminderd
wil voortzetten en dat Nederland partners zal aansporen financieel bij te dragen aan
het PURL-initiatief. Deze leden steunen het belang van Oekraïense zelfverdediging,
maar vragen blijvende aandacht voor de balans tussen acute steun aan Oekraïne en de
eigen gereedheid van de Nederlandse krijgsmacht. Zeker bij schaarse middelen zoals
Patriot-munitie is die afweging scherp. Kan de Minister aangeven hoe urgent het tekort
aan luchtverdediging voor Oekraïne op dit moment is, welke bijdrage Nederland nog
realistisch kan leveren en hoe wordt voorkomen dat Nederlandse voorraden en operationele
inzetbaarheid onverantwoord onder druk komen te staan?
De leden van de BBB-fractie lezen dat Nederland inzet op intensivering van defensie-industriële
samenwerking met Oekraïne en op versterking van de Europese defensie-industrie. Deze
leden vinden het van belang dat Nederlandse bedrijven, waaronder het mkb, startups,
scale-ups en industriële partijen zoals VDL, hier concreet van kunnen profiteren.
Kan de Minister aangeven hoe Nederlandse bedrijven worden betrokken bij productie,
onderhoud, innovatie en opschaling, zowel voor Oekraïne als voor de invulling van
NAVO-capaciteitsdoelen? Kan daarbij ook worden toegelicht hoe het Nederlandse non-paper
over een Europese interne markt voor defensie bijdraagt aan minder administratieve
lasten, betere toegang tot financiering, meer gezamenlijke inkoop en deelname van
mkb-bedrijven aan Europese defensieketens?
De leden van de BBB-fractie lezen tot slot dat het 1 German/Netherlands Corps medio
2026 een nieuwe rol krijgt binnen de regionale plannen voor de Baltische Staten en
dat de Nederlandse Patriot-inzet in Polen met maximaal zes maanden wordt verlengd.
Deze leden onderschrijven het belang van bescherming van de oostflank, maar vragen
hoe deze taken zich verhouden tot de beschikbaarheid van personeel en materieel in
Nederland. Kan de Minister aangeven welke gevolgen de nieuwe rol van 1GNC en de verlengde
Patriot-inzet hebben voor gereedheid, oefening, onderhoud en inzetbaarheid van de
Nederlandse krijgsmacht? Is de Minister bereid de Kamer hierover, waar nodig vertrouwelijk,
nader te informeren?
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.