Brief regering : Reactie op rapport PAN Nederland m.b.t. aanbevelingen voor Natuurherstelverordening en Nederlandse natuurherstelplan
33 576 Natuurbeleid
27 858
Gewasbeschermingsbeleid
Nr. 520
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 augustus 2026
Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur om een reactie op de brief van Pesticide Action Network Netherlands (PAN-NL)
te Assen d.d. 15 mei 2026 over «Aanbieden rapport PAN Nederland m.b.t. aanbevelingen
voor natuurherstelverordening en Nederlandse natuurherstelplan» (kenmerk 2026Z10070/2026D26940), ontvangt u deze Kamerbrief.
PAN-NL benadrukt in haar brief dat verontreiniging door pesticiden in bodems, oppervlakte-
en grondwater, vegetatie, lucht en beschermde natuurgebieden in belangrijke mate bijdraagt
aan de achteruitgang van insecten, bestuivers, akkervogels, bodemorganismen en de
aquatische biodiversiteit. Dit kan gevolgen hebben voor het functioneren van ecosystemen,
de veerkracht van de landbouw en de voedselzekerheid op de lange termijn. PAN-NL dringt
daarom aan om binnen het kader van de Natuurherstelverordening ook robuuste maatregelen
te nemen om het pesticidengebruik terug te dringen. Bij de brief is een rapport opgenomen
van Pesticide Action Network – Europe en BeeLife met aanbevelingen voor het Natuurplan,
met name gericht op de doelstellingen voor terrestrische-, stedelijke- en landbouwecosystemen,
en bestuivers. Hierin staan onder andere inzichten en een beleidsmatige onderbouwing
voor de vermindering van het gebruik van pesticiden.
Ik onderschrijf het belang van de bescherming van onze biodiversiteit, zoals door
PAN-NL naar voren wordt gebracht. Een groot deel van de Nederlandse natuur staat onder
druk. Dat heeft verschillende oorzaken zoals versnippering en verlies aan leefgebied,
stikstofdepositie, invasieve exoten, en verdroging. Uit metingen door maatschappelijke
organisaties blijkt dat gewasbeschermingsmiddelen en hun afbraakproducten worden teruggevonden
in de natuur. Eerder oordeelde de Raad van State dat niet kan worden uitgesloten dat
het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen negatieve effecten kan hebben op Natura-gebieden
en hiernaar meer onderzoek nodig is. Gewasbeschermingsmiddelen zijn bedoeld om ziekten,
plagen en onkruiden te beheersen in de teelt van gewassen. Deze worden toegelaten
na zorgvuldige (risico)beoordeling door het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (Ctgb) die is gestoeld op de kaders conform de Verordening EC 1107/2009
en waarin de bescherming van biodiversiteit expliciet is vastgelegd. Met het Wettelijk
gebruiksvoorschrift (WG) zorgt het Ctgb voor het zoveel mogelijk voorkomen van ongewenste
emissies en neveneffecten van het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel, bijvoorbeeld
via voorgeschreven spuitvrije zones, driftreductie of beperkingen van gebruik tijdens
bloei. Het spreekt voor zich dat telers alle regels en het WG moeten naleven om risico’s
voor mens, dier en milieu te voorkomen. Daarnaast is onderzoek nodig om meer inzicht
te krijgen op effecten die deze stoffen hebben op de natuur, dat door LVVN wordt uitgevoerd1.
Via het Uitvoeringsprogramma toekomstvisie gewasbescherming 2030 werkt het Ministerie
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) aan weerbare plant- en teeltsystemen,
verbinding van land- en tuinbouw en natuur en vermindering van emissies en residuen.
Daarnaast zijn maatregelen uitgewerkt in de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur
en Stikstof, waar de inzet op gewasbescherming ook onderdeel van is. We willen de
drukfactor gewasbescherming op natuur substantieel wegnemen. Het Kabinet werkt daarom
met de glastuinbouw, de akkerbouw en ketenpartijen aan nationale, bindende convenanten
om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen fors te beperken. Daarbij
gaat het primair om vermindering van milieubelasting. Het streven is dat er deze zomer
al convenanten op hoofdlijnen zijn afgesloten. Er wordt daarnaast voor kwetsbare watergebieden
een set aan regels ontwikkeld. Dit wordt uitgewerkt in samenhang met de afspraken
in het Convenant Gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij neemt het Rijk de regie.
PAN-NL vraagt ook aandacht voor het opnemen van maatregelen in het Natuurplan voor
het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De Natuurherstelverordening
(NHV) vereist dat Nederland uiterlijk op 1 september 2026 een Ontwerp-Natuurplan indient
bij de Europese Commissie. Hierin staat op hoofdlijnen welke stappen nodig zijn om
de doelen van de NHV te behalen. Hierin wordt ook het belang van het voorkomen van
negatieve effecten van gewasbeschermingsmiddelen onderstreept. Het Ontwerp-Natuurplan
is een eerste stap naar het definitieve Natuurplan, dat een jaar later ingediend moet
worden, waarin dit aandacht krijgt. De maatregelen die zijn uitgewerkt binnen de taskforce
zullen een plek krijgen in het definitieve Natuurplan en dragen naar verwachting in
grote mate bij aan de NHV-doelen voor 2030. Uw Kamer is 26 juni geïnformeerd over
de uitwerking van de Taskforce en het Ontwerp-Natuurplan.2
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Indieners
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur