Brief regering : Afspraken over het verscherpen van de aanspraak, een passende behandelduur en het verbeteren van het inzicht in de wachttijden met betrekking tot geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
25 424 Geestelijke gezondheidszorg
Nr. 817
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 juli 2026
De vraag naar geestelijke gezondheidszorg is groter dan het aanbod en meer dan de
helft van de volwassenen wacht langer dan de afgesproken maximaal aanvaardbare wachttijd
van 14 weken (Treeknorm). De lange wachtlijsten in de ggz is een langlopend probleem.
Het kabinet wil zich inzetten om deze problematiek te doorbreken. Dit vraagt van alle
betrokken partijen in het veld volle inzet.
In het Aanvullend zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn vorig jaar afspraken gemaakt
die ervoor moeten zorgen dat mensen sneller een passende ggz-behandeling krijgen,
zeker mensen met complexe problematiek. Dit zijn bijvoorbeeld afspraken over het verscherpen
van de aanspraak, een passende behandelduur en het verbeteren van het inzicht in de
wachttijden. Ook werken aanbieders met beroepsgroepen aan het vergroten van groeps-
en hybride behandelaanbod. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over het schrappen van
exclusiecriteria bij ggz-aanbieders wat moet bijdragen aan een betere doorstroom en
toegang tot ggz. Zorgverzekeraars hebben het afschaffen van exclusiecriteria opgenomen
in hun aankomende inkoopbeleid, zodat zij daarop kunnen sturen binnen de contractering
van zorgaanbieders. De Kamer is onlangs geïnformeerd over de voortgang van het AZWA.1 Het kabinet houdt de resultaten van het afschaffen van exclusiecriteria op het zorgaanbod
voor patiënten nauwgezet in de gaten, zodat er bijgestuurd kan worden indien nodig.
Het kabinet bouwt voort op de afspraken uit het AZWA en maakt passende zorg altijd
en overal de norm. Het kabinet wil borgen dat niet-passende zorg wordt afgebouwd.
Dit vraagt om het tegengaan van medicalisering en het voorkomen van overbehandeling.
Daarnaast is het nodig dat schaarse ggz-aanbod wordt ingezet voor de mensen met problematiek,
die niet op een andere manier kan worden geadresseerd. Het pakket aan wet- en regelgeving
dat is aangekondigd in de beleidsbrief van 24 april jl.2 zal ook voor de ggz gelden. Daarnaast werkt het kabinet aan specifieke maatregelen
voor de ggz. Na de zomer – en voor de begrotingsbehandeling van VWS – zal het kabinet
een brief aan de Tweede Kamer sturen over mentale gezondheid en ggz, wat tevens de
kabinetsreactie op het IBO mentale gezondheid en ggz «Uit balans» zal zijn. Aan de
hand van moties en toezeggingen en lopende trajecten volgt in deze brief een weergave
van de stand van zaken.
Budgetbekostiging High & Intensive Care en Intensive Home Treatment
Op 12 februari jl. is de Kamer3 geïnformeerd over de verkenning naar budgetbekostiging voor de High & Intensive Care
(HIC) en Intensive Home Treatment (IHT) en enkele vervolgstappen. Het kabinet is samen
met landelijke ggz-partijen voortvarend aan de slag gegaan met de vervolgstappen uit
deeladvies 1 van de NZa in de vorm van een werkagenda. Conform de toezegging aan lid
Tijmstra (CDA) wordt een update gegeven over de laatste stand van zaken4.
De eerste fase van de werkagenda loopt tot en met de zomer van 2026 en is gericht
op het versterken van de feitenbasis en randvoorwaarden. Zoals geschetst in de brief
van 12 februari jl. wordt daarbij gewerkt aan concretisering van de afbakening en
het normenkader voor HIC en IHT. Een concrete afbakening is noodzakelijk om duidelijk
te hebben wat precies onder HIC en IHT wordt verstaan en wat niet. Ook zijn normen
noodzakelijk om inzichtelijk te maken aan welke minimale voorwaarden de organisatie
en kwaliteit van deze zorg moet voldoen. Op het bestuurlijk overleg cruciale ggz van
3 juli is de 95%-versie van de normenkaders HIC en IHT door partijen5 vastgesteld. De komende periode worden de resterende onderdelen uitgewerkt, waarna
de definitieve normenkaders HIC en IHT in het bestuurlijk overleg cruciale ggz van
september 2026 worden vastgesteld. Na vaststelling van de definitieve normenkaders
kunnen de zorglabels worden geïntroduceerd en worden opgenomen in de regelgeving van
de NZa voor 2027.6
In aanvulling op de eerder aangekondigde vervolgstappen is de NZa recent gestart met
een verdiepende probleemanalyse, zodat zij op termijn een definitief advies kan uitbrengen
over een passende bekostiging van HIC en IHT. Na vaststelling van de definitieve normenkaders
bespreekt het bestuurlijk overleg cruciale ggz de uitkomsten van deze analyse en beziet
het welke vervolgstappen nodig zijn voor de verdere uitwerking van de bekostiging.
Het kabinet koerst nog steeds op het invoeren van budgetbekostiging met inkoop in
representatie per 2028. De planning is ambitieus, maar het kabinet zal zich samen
met overheid- en veldpartijen maximaal inspannen met het oog op het belang van deze
zorg voor patiënten met een complexe zorgvraag. Het kabinet heeft daarbij aandacht
voor de noodzaak snel te handelen, en tegelijkertijd te zorgen voor uitvoerbaarheid
en houdbaarheid op de lange termijn. Na de zomer wordt de Kamer zo spoedig mogelijk
geïnformeerd over de laatste inzichten.
Hierbij wordt de motie van lid Tijmstra (CDA) betrokken die oproept tot het opstellen
van een eenduidig normenkader voor HIC en IHT voor de begrotingsbehandeling7.
Taskforce Noord-Nederland
De Taskforce Noord-Nederland is op initiatief van het Bestuurlijk Overleg (BO) cruciale
ggz in maart 2026 ingesteld om oplossingen uit te werken voor de arbeidsmarktknelpunten
die de continuïteit van de cruciale ggz in Groningen, Friesland en Drenthe onder druk
zetten. Onder leiding van een onafhankelijk voorzitter (via VWS) namen de NZa, zorgverzekeraars
en ggz-aanbieders uit Noord-Nederland deel aan de Taskforce. In het BO cruciale ggz
van 3 juli jl. is besloten over drie actielijnen: (1) een pilot met taakdifferentiatie
binnen de acute ggz, (2) versterking van regionale samenwerking en een gezamenlijke
avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW)-pool, en (3) versterkte sturing via contractering
en landelijke kaders. De komende periode zijn de ggz-aanbieders trekkers van de verschillende
actielijnen. De voortgang van deze actielijnen wordt eind 2026 geëvalueerd in het
BO cruciale ggz.
Routekaart passende zorg in de ggz
Het kabinet werkt aan een routekaart passende zorg in de ggz, om de toegankelijkheid
van de ggz te verbeteren, voornamelijk voor de doelgroep met complexe zorgvragen.
De moties van het lid Dobbe (SP)8, die verzoekt om een einde te maken aan de omzetplafonds in de ggz, en van het lid
Coenradie (JA21)9 om de toegankelijkheid van complexe ggz patiënten te borgen bij de inkoop worden
bij de routekaart betrokken. Deze routekaart is 3 juli op hoofdlijnen op bestuurlijk
niveau besproken met de sectorpartijen. Centraal staat dat de zorgverzekeraars in
pilotvorm actief gaan sturen in de contractering, en tegelijkertijd omzetplafonds
beperkt kunnen worden. De pilots gaan we evalueren en waar mogelijk uitbreiden. De
routekaart wordt verder uitgewerkt en meegenomen in de kabinetsbrief over de toekomst
van mentale gezondheid en de ggz.
Groepsbehandeling
Lid Ten Hove (Groep Markuszower) heeft tijdens de begrotingsbehandeling enkele vragen
gesteld over groepsbehandeling10. Groepsbehandeling is psychotherapie in groepsverband waarbij deelnemers onder begeleiding
van één of twee therapeuten gezamenlijk werken aan hun psychische klachten. Een groep
bestaat doorgaans uit zes tot negen personen die een periode herhaaldelijk bijeenkomen.
Onderzoek geeft aan dat groepsbehandeling in veel gevallen even effectief is als individuele
behandeling, terwijl het qua kosten voordeliger uitvalt. Groepsbehandeling kan, wanneer
passend, worden ingezet bij veel verschillende type zorgvragen. Onder een lichte zorgvraag
worden vaak de zorgvraagtypes 1, 2 en 3 in het zorgprestatiemodel bedoeld. Dit zijn
de psychische aandoeningen met lichte of matige problematiek. In het AZWA is een groeipad
voor groepsbehandeling afgesproken om hiermee capaciteit vrij te spelen zonder dat
er kwaliteitsverlies optreedt.
Effectieve interventies mentale gezondheid
In het commissiedebat GGZ en suïcidepreventie van 26 maart jl. heeft het kabinet aan
het lid Synhaeve (D66) toegezegd te bezien hoe effectieve interventies gericht op
het versterken van mentale gezondheid en veerkracht beter kunnen worden geborgd, samengebracht
en toegankelijk aangeboden. Tevens is door het lid Synhaeve (D66) een motie11 hierover ingediend, die op 23 juni 2026 door de Kamer is aangenomen.
In 2022 hebben het RIVM, het Trimbos-instituut en GGD GHOR Nederland de factsheet
Effectieve interventies voor mentale gezondheid en preventie12
uitgebracht. Hierin zijn effectieve en erkende interventies uit verschillende databanken,
waaronder het Loket Gezond Leven van het RIVM en de databank van het Nederlands Jeugdinstituut
(NJi), evenals potentieel kansrijke interventies per levensfase, gebundeld. Op dit
moment werkt het Trimbos-instituut, als kennis- en expertisecentrum voor mentale gezondheid,
aan een actualisatie van deze factsheet. Deze wordt na de zomer verwacht. Het kabinet
gaat met onder meer het Trimbos in gesprek over wat mogelijk is om kansrijke interventies,
bijvoorbeeld op lokaal niveau, beter te identificeren en ondersteunen richting bredere
toepassing en erkenning. De Kamer wordt over de uitwerking van de hierboven genoemde
motie via de kabinetsreactie op het IBO geïnformeerd13.
Amendement suïcidepreventie
Op 1 januari 2026 is de Wet Integrale suïcidepreventie in werking getreden. Gemeenten
zijn op dit moment aan de slag om aan deze wettelijke taak invulling te geven. Zij
worden hierbij ondersteund door een ondersteuningsprogramma van de Vereniging Nederlandse
Gemeenten (VNG). Naar aanleiding van het aangenomen amendement op de begroting van
het lid Bikker (CU)14 wordt aan dit ondersteuningsprogramma in 2026 eenmalig € 1 miljoen extra toegevoegd.
Beroepenlijst
De aangenomen motie (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 68) van de leden Bevers (VVD) en Van den Hil (VVD) verzocht de regering te bevorderen
dat de hbo- of toegepaste psycholoog op de beroepenlijst geplaatst wordt, zodat meer
behandel- en begeleidingscapaciteit beschikbaar komt voor het wegwerken van de wachtlijsten
in de ggz, en de Kamer hierover in het voorjaar van 2025 te informeren. Op 4 juli
2025 is er een Kamerbrief gestuurd (Kamerstuk 25 424, nr. 764), waarin is toegezegd (11 945) dat de Kamer geïnformeerd wordt zodra er binnen het Vertegenwoordigend orgaan is
gestemd over de opname van het beroep van toegepast hbo-psycholoog (onder de noemer
«psychologisch consulent»).
De stemming zou op 24 juni 2026 plaatsvinden, maar deze is toen opnieuw uitgesteld
tot de volgende bijeenkomst van het Vertegenwoordigend orgaan. De Kamer zal worden
geïnformeerd wanneer er wel een besluit wordt genomen.
Verhoogde uitval van jonge vrouwen door mentale problematiek
In lijn met de motie van het lid Neijenhuis (D66)15 brengt het kabinet oorzaken en oplossingsrichtingen van de hoge uitval van jonge
vrouwen door mentale problematiek op de arbeidsmarkt en daarmee ook verhoogde instroom
in de WIA in kaart. Voor de volgende begrotingsbehandeling van het Ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt de Kamer hierover geïnformeerd.
Stand van zaken zorgbemiddeling en wachttijdondersteuning
In het wetgevingsoverleg over het jaarverslag 2025 van 25 juni 2026 is toegezegd16 om de Kamer te informeren over de stand van zaken rond zorgbemiddeling op de wachtlijsten
en wachttijdondersteuning. Sinds 20 april is proactieve zorgbemiddeling voor de medisch-specialistische
zorg (msz) en de ggz gefaseerd van start gegaan. Wanneer verzekerden die langer dan
de treeknorm moeten wachten toestemming (consent) geven, kan de zorgverzekeraar proactief
contact opnemen en bemiddelen naar een andere zorgaanbieder waar zij mogelijk sneller
passende zorg kunnen ontvangen. Patiënten die een verwijzing krijgen voor een eerste
consult of afspraak, kunnen hiermee in de digitale verwijsomgeving aangeven dat zij
toestemming geven voor bemiddeling door hun zorgverzekeraar. Vanaf het derde kwartaal
2026 (na het afronden van de gefaseerde invoering) kan iedereen die daarvoor toestemming
geeft door de zorgverzekeraar worden benaderd.
Als iemand lang op een wachtlijst staat, kan wachttijdondersteuning helpen om een
verergering van psychische klachten te voorkomen. Er bestaan in Nederland al veel
initiatieven voor wachttijdondersteuning. Om deze initiatieven bekender en beter vindbaar
te maken laat VWS een handreiking ontwikkelen. Naar verwachting wordt deze handreiking
begin 2027 opgeleverd.
Laagdrempelig aanbod voor personen met verward of onbegrepen gedrag
In het commissiedebat ggz van 26 maart 2026 is toegezegd dat de Tweede Kamer voor
de zomer wordt geïnformeerd over de stand van zaken van de motie Coenradie (JA21)17, waarin de regering is verzocht om samen met de gemeente Rotterdam en betrokken zorg-
en veiligheidspartners een plan van aanpak te ontwikkelen voor een pilot lichte ggz-interventies,
inclusief een laagdrempelige tijdelijke voorziening waar mensen met verward gedrag
kunnen worden opgevangen en beleid. Inmiddels is er vanuit het interdepartementale
programma verward en onbegrepen gedrag gesproken met de gemeente Rotterdam en Zonmw,
is een projectplan opgesteld en zoekt de gemeente Rotterdam naar een locatie. Met
dit projectplan Time-Outvoorziening Rotterdam en Zuid-Holland-Zuid, gefinancierd door
ZonMw, kan uitvoering worden geven aan de motie Coenradie. Eind 2026 volgt in de voortgangsrapportage
van de interdepartementale aanpak verward en onbegrepen opnieuw een stand van zaken.
Terugdringen van separaties in de ggz
Met de kamerbrief van 15 december18 jl. is toegezegd de Kamer in het voorjaar te informeren over het terugdringen van
separaties n.a.v. de motie van de leden Ceder (CU) en Westerveld (PRO)19. Het Ministerie van VWS is nog in gesprek met de Coalitie voorkomen van verplichte
zorg hoe separaties kunnen worden teruggedrongen, het plan daartoe is nog niet gereed.
Na de zomer verwacht het kabinet de Kamer nader te informeren over het plan van de
Coalitie.
Eindrapport Evaluatietraject Versnellers in de geestelijke gezondheidszorg
De afgelopen jaren is het ZonMw-programma «Versnellers in de geestelijke gezondheidszorg»
(2022–2025) geëvalueerd door het Trimbos-instituut, in samenwerking met het Nivel,
MIND en InBegrepen. In dit programma zijn in 21 regio’s waar de wachttijden gemiddeld
het langst waren onafhankelijke procesregisseurs aangesteld, de zogenoemde «versnellers».
Deze evaluatie is opgenomen in de bijlage.
Uit de evaluatie van het ZonMw-programma «Versnellers in de ggz» blijkt dat de Versnellers-aanpak,
waarin regionale onafhankelijke procesregisseurs werden aangesteld, succesvol was
in het versterken van de samenwerking tussen ggz, huisartsenzorg en het sociaal domein.
De meest werkzame elementen blijken een onafhankelijke procesregisseur, investeren
in vertrouwen en relaties tussen partijen, regionale experimenteerruimte en structurele
betrokkenheid van cliënten en ervaringsdeskundigen. Hiermee is in korte tijd een stevig
fundament gelegd waarop de Mentale Gezondheidsnetwerken kunnen voortbouwen. Het rapport
benoemt daarnaast factoren die de opschaling van deze initiatieven in de weg kunnen
zitten zoals versnipperde financiering, onvoldoende informatie-uitwisseling, capaciteitsproblemen
en bestaande organisatorische schotten. Het rapport adviseert om domeinoverstijgende
samenwerking structureel te verankeren. Daarbij is het van belang om aandacht te hebben
voor zowel de instroom, als vooral ook voor de door- en uitstroom van cliënten in
de ggz, de verankering van de nieuwe mechanismen zoals het verkennend gesprek in het
bestaande systeem, en het uitbreiden van de momenten waarop domeinoverstijgend wordt
samengewerkt. Tot slot adviseert de evaluatie om de monitoring te richten op zowel
de wachttijden zelf als op de ervaringen en uitkomsten van hulpvragers en andere direct
betrokkenen. De centrale conclusie luidt dat de wachttijden in de ggz een complex
maatschappelijk vraagstuk vormen dat vraagt om een samenhangende aanpak waarin organisatorische,
financiële, professionele en maatschappelijke maatregelen worden gecombineerd.
Met de aanbevelingen in de hand gaat het kabinet komende periode in gesprek met samenwerkingspartners
in de regio om te bezien hoe we verbeteringen kunnen doorvoeren. Tegelijkertijd geven
we al uitvoering aan aanbevelingen, zoals de financieringen afspraken over mentale
gezondheidsnetwerking in het AZWA.
De uitvoering van de motie van lid Coenradie (JA21) over een plan voor de brede landelijke
uitrol van mentale gezondheidsnetwerken20 wordt meegenomen in de lopende werkzaamheden rondom de mentale gezondheidsnetwerken.
Uiterlijk in het voorjaar van 2027 informeert het Kabinet de Kamer over de voortgang
en de wijze waarop hieraan uitvoering is gegeven.
IBO Mentale gezondheid en ggz
Na de zomer – en voor de begrotingsbehandeling van VWS – zal het kabinet een brief
aan de Tweede Kamer sturen over mentale gezondheid en ggz, wat tevens de kabinetsreactie
op het IBO mentale gezondheid en ggz «Uit balans» zal zijn. Het IBO Mentale gezondheid
en ggz doet voorstellen voor mogelijke hervormingen van het (ggz) stelsel en maatregelen
om de mentale gezondheid in Nederland te verbeteren. De motie van Lid Dobbe c.s. over
een uitwerking van denkrichtingen21 neemt het kabinet hierin mee. Naar aanleiding van een vraag van het lid Tijmstra
(CDA) tijdens de begrotingsbehandeling van VWS zal ook de samenhang met de langdurige
ggz in de beleidsreactie worden betrokken.22
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport