Brief regering : Verzamelbrief opvang Oekraïne
19 637 Vreemdelingenbeleid
36 045
Situatie in Oekraïne
Nr. 3607
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2026
Inleiding
Rusland zet zijn agressie tegen Oekraïne onverminderd voort. Het intensiveert de aanvallen
en geeft geen enkel signaal van bereidheid tot serieuze onderhandelingen. In totaal
zijn in de eerste vier maanden van dit jaar meer burgerdoden en gewonden gevallen
dan in diezelfde periode de afgelopen drie jaar. Sinds de grootschalige inval van
Rusland in Oekraïne in februari 2022 zijn miljoenen Oekraïners gevlucht naar de Europese
Unie (EU). In deze oorlog is de EU de regio en daarom bieden we op dit moment op grond
van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) opvang aan de vele ontheemden
uit Oekraïne die een veilig heenkomen zoeken in ons land. Gemeenten, NGO’s, vele vrijwilligers
en betrokken departementen en overheidsorganisaties werken elke dag aan het mogelijk
maken van deze opvang. Dit zullen we de komende periode gezamenlijk blijven doen.
Op 6 mei jl. zijn er 136.480 ontheemden uit Oekraïne ingeschreven in de Basisregistratie
Personen (BRP) die op grond van de tijdelijke bescherming krijgen. Op 30 april jl.
waren er 95.960 opvangplekken gerealiseerd. Dit leidt tot een bezettingsgraad van
99,8 procent in de noodopvang.1
In de Verzamelbrief Opvang Oekraïne van 28 november 2025 heeft de toenmalige Minister
voor Asiel en Migratie uw Kamer geïnformeerd over de EU-gecoördineerde aanpak van
de transitie uit de tijdelijke bescherming voor ontheemden uit Oekraïne2 en de nationale invulling daarvan. Het coalitieakkoord bevat ook afspraken over het
beleid ten aanzien van de ontheemden uit Oekraïne.
In deze brief informeer ik uw Kamer over de Europese ontwikkelingen rondom de mogelijke
verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming met nog een jaar, de visie van
het kabinet op de transitie uit de tijdelijke bescherming en de uitgangspunten voor
de verdere uitwerking hiervan.
Het tweede deel van deze brief gaat in op enkele onderwerpen die thans actueel zijn:
de maatregelen ter verlichting van de druk op de gemeentelijke opvang, de aanpak van
overlast in de opvang, wijzigingen in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne per 1 augustus
2026, afwijzingsbevoegdheid Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de afwikkeling van
enkele moties en toezeggingen, en appreciatie van een aantal onderzoeken.
Deel 1: ontwikkelingen tijdelijke bescherming
Verlenging Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Er is een grote variatie in het tempo en de wijze waarop door de EU-lidstaten transitie
uit de tijdelijke bescherming wordt ingevuld. Mede hierdoor, en vanwege de onzekerheid
over het einde van de oorlog, zijn er momenteel gesprekken op Europees niveau om de
tijdelijke bescherming met één jaar te verlengen tot 4 maart 2028, met een mogelijke
beperking van de toepassingsreikwijdte. De verwachting is dat de Raad van de EU zal
besluiten de RTB met een jaar te verlengen tot 4 maart 2028. Nederland steunt verlenging
en staat welwillend tegenover een eventuele beperking van de toepassingsreikwijdte,
onder de voorwaarde dat deze beperking uitvoerbaar en juridisch houdbaar moet zijn.
Daarnaast is het van belang dat het tempo en de invulling van het nationale beleid
voor de transitie, in lijn met de Raadsaanbeveling van 16 september 2025, in goede
verhouding staat tot dat van andere EU-lidstaten, om eventuele neveneffecten, zoals
secundaire migratiestromen tussen lidstaten, zoveel mogelijk te beperken.
Kabinetsvisie transitie uit tijdelijke bescherming
In de Taskforce Asiel en Migratie heeft het kabinet de afspraken uit het coalitieakkoord
over het beleid ten aanzien van de ontheemden uit Oekraïne bekrachtigd en in lijn
hiermee zijn visie op de transitie uit de tijdelijke bescherming geformuleerd langs
drieslag van:
1. Ondersteuning bij vrijwillige terugkeer naar Oekraïne in samenhang met wederopbouw;
2. Het verkennen van de mogelijkheden en kansrijkheid van het toeleiden van ontheemden
uit Oekraïne naar reguliere vergunningen, in het bijzonder werkvergunningen;
3. Een vangnet in de vorm van een transitiedocument voor ontheemden uit Oekraïne.
Het bovenliggende beleidsdoel is om de zelfredzaamheid en participatie van ontheemden
uit Oekraïne die nog niet zijn teruggekeerd verder te bevorderen, zodat de groep ontheemden
die een beroep doet op sociale voorzieningen zo klein mogelijk blijft.
Toelichting
De oorlog in Oekraïne duurt nog altijd voort. Er is sprake van een uitputtingsoorlog
waarvan het einde nog niet in zicht is3. Inmiddels zijn ruim 5 miljoen Oekraïners het land uit gevlucht en de verwachting
is dat een grote groep Oekraïners nog langdurig in de EU zal verblijven en dat grootschalige
terugkeer op korte termijn nog niet aan de orde is. Het longitudinaal surveyonderzoek
van het WODC bevestigt dit ook: 83 procent van de ontheemden uit Oekraïne heeft de
intentie om de komende twee jaar in Nederland te blijven. Een kleiner deel, 43 procent,
heeft op dit moment ook op de langere termijn geen intentie terug te keren. Dit stelt
Oekraïne voor een enorme demografische uitdaging. De Oekraïense autoriteiten benadrukken
het belang van de terugkeer van hun burgers, die nodig zijn voor het de wederopbouw
van het land. Ook zal er zonder ingrepen van het kabinet een niet te dragen en structurele
overbelasting van de IND, het COA, de rechtspraak en andere betrokken organisaties
binnen de migratieketen ontstaan.4 Ondertussen brengt het bieden van tijdelijke bescherming ook de nodige druk op gemeenten,
uitvoeringsdiensten en de sociale voorzieningen met zich mee in Nederland.
Om deze redenen zet het kabinet in de eerste plaats in op faciliteren van wederopbouw
en realiseren van vrijwillige terugkeer. Tegelijkertijd is het van belang om realistisch
te kijken naar de komende periode en in kaart te brengen welke voorbereidingen nodig
zijn om een mogelijk langduriger verblijf van de ontheemden mogelijk te maken, dat
zo min mogelijk druk op sociale voorzieningen met zich meebrengt en terugkeer op enig
moment bevordert. Dat doen we in lijn met de EU Raadsaanbeveling van 16 september
2025. Voorop staat dat we de samenleving en de ontheemden uit Oekraïne en perspectief
bieden voor de komende jaren.
Centraal vraagstuk bij de vormgeving van de transitie uit de tijdelijke bescherming
betreft het effect van het beleid op (het gedrag van) ontheemden. Daarbij is het van
belang een balans te vinden tussen het bieden van bescherming, de inzet op wederopbouw
en vrijwillige terugkeer, het beperken van de belasting voor gemeenten die opvang
bieden en het beperken van de druk op de migratieketen en sociale voorzieningen.
Met dit in gedachten is de inzet van het kabinet dat ontheemden zolang ze hier zijn
zoveel mogelijk meedoen en bijdragen aan de Nederlandse maatschappij en daarbij zo
hun rechten en plichten zoveel mogelijk aan de reguliere stelsels ontlenen. Het kabinet
wil instroom in de asielprocedure voorkomen en de asielketen niet verder belasten.
Om de groep die gebruik maakt van (sociale) voorzieningen zo veel mogelijk te beperken,
zet het kabinet in op het verder bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, bijvoorbeeld
door arbeidstoeleiding en taalondersteuning. De doelstelling is om de huidige arbeidsparticipatie
van 62 procent waar mogelijk te verhogen en in te zetten op passend en duurzaam werk.
Daarnaast verkent kabinet of en in hoeverre ontheemden kunnen doorstromen naar een
reguliere vergunning voor werk, studie etc. In deze verkenning wordt onderzocht wat
de mogelijkheden zijn en hoe kansrijk dit is. Hierin neemt het kabinet ook de maatschappelijke
gevolgen, uitvoeringsaspecten en de kosten in beschouwing. De inschatting is dat een
deel van de ontheemden echter niet (direct) in aanmerking komt voor een reguliere
vergunning. Om te voorkomen dat deze groep de asielprocedure ingaat, komt hiervoor
een transitiedocument beschikbaar, dat eveneens een overgang naar reguliere stelsels
behelst. Uw Kamer wordt vóór 15 september nader geïnformeerd over de uitkomsten van
de verkenning naar reguliere vergunningen en de precieze uitwerking daarvan in combinatie
met een transitiedocument. De kosten voor de transitie uit de tijdelijke bescherming
worden uitgewerkt wanneer de juridische en uitvoeringsconsequenties inzichtelijk zijn
gemaakt en geborgd in de departementale begrotingen. Tot het einde van de tijdelijke
bescherming en gedurende de transitieperiode naar een eventueel ander verblijfsrecht,
blijven de huidige regelingen onder de Tijdelijke wet Opvang Oekraïne van kracht.
Ook wanneer een groter deel van de groep Oekraïense ontheemden zelfredzaam is, zien
we dat de druk op de woningmarkt dermate groot is dat het merendeel van de groep niet
binnen afzienbare tijd op een reguliere manier in eigen huisvesting kan voorzien,
en dus in opvang zal verblijven. Het kabinet voert doorlopend gesprekken met gemeenten
en vertegenwoordigers van verhuurders over de mogelijkheden om zich nu al voor te
bereiden op de periode na afloop van de RTB, door nu al aan de slag te gaan met het
ontwikkelen van aanvullende vormen van huisvesting. Dat kan bijvoorbeeld gaan over
woningen in een getransformeerde opvanglocatie, projecten met verplaatsbare woningen
of toepassingen van het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. Deze aanvullende
vormen van huisvesting kunnen op de korte termijn eerst gebruikt worden als opvang,
zolang de RTB nog loopt, en kunnen op de langere termijn ook gebruikt worden voor
andere woningzoekenden wanneer de ontheemden hier geen gebruik meer van hoeven te
maken. Het kabinet werkt tevens aan een bestuurlijk akkoord met medeoverheden en woningcorporaties
met afspraken over aanvullende huisvesting. De huisvestingsopgave voor ontheemden
uit Oekraïne wordt hier ook in meegenomen. Waar de transitie naar huisvesting op de
korte termijn nog niet mogelijk is, blijft het recht op opvang als vangnet bestaan.
Om gemeenten beter in staat te stellen hun opvang- en huisvestingscapaciteit in stand
te houden en verder te ontwikkelen, wordt per 1 juli de doelgroepflexibele regeling
geïntroduceerd. Deze regeling biedt gemeenten meer ruimte voor investeringen in opvanglocaties
door uit te gaan van een langere investeringstermijn. Daarnaast maakt de regeling
het mogelijk locaties flexibel in te zetten voor verschillende asiel- en migratiedoelgroepen.
In tegenstelling tot de bestaande Bekostigingsregeling Opvang Ontheemden Oekraïne
(BoOO) is deze regeling niet gekoppeld aan de looptijd van de tijdelijke bescherming.
De medeoverheden zijn onze belangrijkste partner bij de transitie uit de tijdelijke
bescherming. Het kabinet is de gemeenten in Nederland erkentelijk voor de goede samenwerking
en hun inspanningen bij de opvang van ontheemden uit Oekraïne. Het kabinet hecht er
daarom aan dat medeoverheden, naast de uitvoeringsinstanties en toezichthouders, nauw
betrokken blijven bij de verdere beleidsvorming en de uitwerking van de transitie
uit de tijdelijke bescherming. Daarbij staat uitvoerbaarheid van beleid centraal.
Om deze samenwerking verder te bestendigen, nodigt het kabinet de VNG uit als agendalid
bij de overleggen van de Taskforce Asiel en Migratie. Daarnaast zet het kabinet in
op een herziening van het Bestuurlijk Afsprakenkader (BAK 3.0), waarin afspraken worden
gemaakt over rollen, verantwoordelijkheden, uitvoerbaarheid en de ondersteuning van
gemeenten gedurende de transitieperiode.
Wederopbouw en ondersteuning bij vrijwillige terugkeer
De inzet van het kabinet is zoveel mogelijk vrijwillige terugkeer vanwege de wederopbouw
van onze bondgenoot Oekraïne. Dit sluit zowel aan bij de wens van de Oekraïense overheid,
als bij de Raadsaanbeveling.5 Het terugkeerbeleid is momenteel in ontwikkeling. Bij de uitwerking van het terugkeerbeleid
wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de reguliere werkwijze van de bestaande partijen
uit de migratieketen, zoals de DTenV. Voor de langere termijn en gedurende de looptijd
van het verblijf na afloop van de tijdelijke bescherming zal het terugkeerbeleid gericht
zijn op het ondersteunen en stimuleren van terugkeer door praktische ondersteuning,
naast de ondersteuning van vaardigheden en de ontwikkeling van ontheemden zelf om
zo goed mogelijk weer te kunnen landen en meedoen in Oekraïne. Informatievoorziening
zal een belangrijk onderdeel van het terugkeerbeleid zijn, omdat ontheemden behoefte
zullen hebben aan informatie over de omstandigheden in Oekraïne, baankansen en huisvestingsopties.
Dit doen we in afstemming met EU-lidstaten en de Oekraïense autoriteiten.
Ontheemden die nu terug willen naar Oekraïne en graag hulp willen bij het organiseren
van hun terugkeer, kunnen ondersteuning krijgen van de DTenV.6 Deze ondersteuning bestaat onder meer uit begeleiding bij het vertrekproces, hulp
bij het regelen van reisdocumenten en vervoer, en een financiële bijdrage ter ondersteuning
van de doorreis naar de bestemming binnen Oekraïne.
Daarnaast kijkt het kabinet wat nu al gedaan kan worden om terugkeer te stimuleren.
Uw Kamer is middels de Verzamelbrief opvang Oekraïne van 28 november geïnformeerd
over de pilot met VNG International en de VNG waarin een aantal Nederlandse gemeenten
wordt gekoppeld aan gemeenten in Oekraïne om voorwaarden en best practices voor het ondersteunen van terugkeer te verkennen. De inceptiefase van deze pilot
is inmiddels afgerond en het eindrapport van de inceptiefase is bijgevoegd bij deze
Verzamelbrief.
Ontwikkelingen in andere EU-lidstaten
Op 16 september 2025 heeft de Raad van de EU een Raadsaanbeveling voor de transitie
uit de tijdelijke bescherming vastgesteld. Deze Raadsaanbeveling bevat vier punten:
1. het werken aan een transitie van tijdelijke bescherming naar andere legale statussen
(bestaand of nieuw voor deze doelgroep);
2. het ondersteunen van terugkeer van ontheemden naar en re-integratie in Oekraïne;
3. informatieverstrekking; en
4. het belang van de onderlinge coördinatie tussen lidstaten en Oekraïne.
Nederland zet zich er in Europa voor in om, onder coördinatie van de Europese Commissie,
samen met de lidstaten te werken aan de uitvoering van deze transitie, zodat tijdig
kan worden voorbereid op de periode na de RTB. Er is inmiddels meer zicht op het beleid
voor ontheemden na afloop van de tijdelijke bescherming in andere EU-lidstaten.
Deel 2: actuele situatie
Maatregelen verlichting druk gemeentelijke opvang
De druk op de gemeentelijke opvang van ontheemden uit Oekraïne is groot. Het bezettingspercentage
is al geruime tijd bijna 100% en er is weinig zicht op nieuwe gemeentelijke opvangplekken.
Om deze redenen heb ik samen met medeoverheden een actieplan opgesteld en vastgesteld
gericht op:
1. Sturing van het rijk op een eerlijke verdeling over het land en het aanspreken van
regio’s die niet aan hun inspanningsverplichting voldoen;
2. Het toewerken, van een systeem waarin ontheemden uit Oekraïne zich bij elke gemeente
kunnen aanmelden, naar een systeem waarin ontheemden zich bij een beperkt aantal landelijke
locaties kunnen melden voor aanmelding en registratie en waar coördinatie op doorplaatsing
in het land plaatsvindt, nadat door de IND is bevestigd dat wordt voldaan aan de voorwaarden
voor tijdelijke bescherming op grond van de RTB;
3. Bij de huidige verlenging van de RTB tot maart 2027 zijn enkele verduidelijkingen
opgenomen, zoals de mogelijkheid om tijdelijke bescherming af te wijzen indien de
ontheemde elders in de Unie tijdelijke bescherming heeft gekregen. Per 15 juni jl.
toetst de IND hierop bij nieuwe instroom. Daarnaast wordt het bestaande triageproces
verbreed, waarbij de IND met gemeenten meekijkt bij twijfel of iemand onder de RTB
valt. Zo kan nog sneller duidelijk worden gemaakt of iemand onder de RTV valt en daarmee
recht op opvang heeft. en
4. Het realiseren van het structureel uitbreiden van de capaciteit. Dit loopt parallel
aan voorgaande acties en is randvoorwaardelijk voor het slagen van het totale actieplan.
Beëindigen opvang
Op dit moment is er een groep personen die niet (meer) onder de RTB valt. Dit is zichtbaar
in de Basisregistratie personen (hierna: BRP) van gemeenten. Het gaat om een mogelijk
omvangrijke groep van enkele honderden tot een paar duizend personen. Het is niet
duidelijk of deze personen zich bevinden in de gemeentelijke opvang of dat zij eigenstandig
wonen. Ook is niet in alle gevallen duidelijk of deze mensen al vertrokken zijn uit
Nederland en dat zij nog moeten worden uitgeschreven uit de BRP of dat zij hier nog
verblijven. Gezien de schaarse opvangplekken hecht ik er aan dat indien personen zonder
bescherming onder de RTB in gemeentelijke opvangplekken verblijven, de opvang van
deze personen beëindigd wordt. Het Rijk zal verkennen of deze cijfers nader geduid
kunnen worden en zal gemeenten faciliteren om de opvang, indien aan de orde, te beëindigen.
Aanpak overlast in de opvang
Op 4 juli 2025 heb ik uw kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie van
het handelingsperspectief bij overlast in de opvang en het voornemen om aanvullende
maatregelen te treffen ter ondersteuning van gemeenten bij de preventie en aanpak
hiervan. Uit de evaluatie blijkt dat met name bij (gewelds)incidenten en complexe
zorgproblematiek, waaronder verslavingsproblematiek, behoefte bestaat aan aanvullend
handelingsperspectief. In samenwerking met diverse maatschappelijke organisaties is
hiertoe een drietal maatregelen genomen.
De Bijzonder Begeleide Opvang (BBO)
Op 11 februari 2026 is een samenwerkingsovereenkomst getekend met het Leger des Heils
en de taskforce «De vliegende brigade» voor de realisatie van «bijzonder begeleidende
opvanglocaties voor Oekraïense ontheemden» (BBO). Dit zijn GOO-locaties waar ontheemden
met ernstige psychosociale problematiek die overlast veroorzaken apart worden opgevangen
en intensief worden begeleid door het Leger des Heils.7 De vliegende brigade voert de triage uit voor deze locaties. Het Rijk draagt zorg
voor de financiering van deze locaties onder de voorwaarden van de BooO en wanneer
deze in gaat, de DFR. Aanvullend hierop wordt gekeken naar passende (ggz- en/of verslavings)behandelingen.
Deze behandeling zal (afhankelijk van de zorgbehoefte) zoveel mogelijk in de reguliere
zorg in de regio plaatsvinden. Met deze locaties wordt getracht de overlastproblematiek
op reguliere opvanglocaties te verminderen als ook een beter passende omgeving te
bieden aan een groep ontheemden met een complexe zorgbehoefte. Voor de realisatie
hiervan zijn gemeenten nodig die deze locaties huisvesten. Hierbij wordt ingezet op
een landelijk dekkend aanbod van regionale locaties. Dat betekent dat iedere gemeente
met een BBO-locatie uitsluitend ontheemden huisvest uit haar eigen regio – tenzij
anders afgesproken. Op dit moment wordt met een aantal gemeenten gesproken over het
realiseren van deze locaties. Geïnteresseerde gemeenten kunnen zich melden bij de
Nationale Opvang Organisatie (NOO).
PREVUA
Met het Trimbos-Instituut is een aanpak ontwikkeld voor het opzetten van een landelijke
infrastructuur voor verslavingspreventie voor ontheemden uit Oekraïne in gemeentelijke
opvanglocaties (PREVUA). Kern van deze aanpak is om de bestaande infrastructuur voor
verslavingspreventie in Nederland mede te activeren voor de doelgroep ontheemden.
In een traject zal Trimbos, in samenwerking met OPORA Foundation en Jellinek:
1. een onderzoek uitvoeren naar de problematiek en de behoeften van gemeentelijke opvanglocaties
rondom verslaving;
2. een passende training ontwikkelen voor professionals rondom de Oekraïne-opvang in
hun preventieve rol en een pilot uitvoeren in één regio; en
3. een landelijke infrastructuur voor verslavingspreventie uitrollen.
Deze laatste stap wordt bereikt door de preventiemedewerkers van de elf regionale
instellingen voor verslavingszorg te equiperen om medewerkers van opvanglocaties en
gemeenten te ondersteunen bij verslavingspreventie van ontheemden door middel van
trainingen en passend beleid. Doel is dat, na afloop van het traject met Trimbos,
de infrastructuur voor verslavingspreventie in Nederland voldoende versterkt is zodat
preventie in Oekraïne-opvanglocaties meegenomen kan worden in de reguliere werkzaamheden.
Ondersteuning vanuit deze instellingen zal op verzoek van gemeenten plaatsvinden.
Aanvullend zal Trimbos voorlichtingsmateriaal (passend voor de doelgroep en in eigen
taal), een e-learning en een handreiking verslavingspreventie ontwikkelen voor locatiepersoneel
op opvanglocaties.
Inzet op taakuitbreiding van taskforce De vliegende brigade
Het omgaan met ontheemden met complexe zorgbehoefte die overlast veroorzaken, vraagt
om specifieke kennis en kunde. Met de taskforce «De vliegende brigade» is overeengekomen
het huidige taakpakket uit te breiden met het bieden van ondersteuning op het gebied
van zorg gerelateerde overlast. De vliegende brigade kan gemeenten adviseren over
hoe zij, binnen de kaders en regelingen van het Rijk, om kunnen gaan met complexe
zorgcasuïstiek.
Wijzigingen Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO) per 1 augustus 2026
Naast het lange termijnbeleid zijn er ook ontwikkelingen in het huidige beleid voor
ontheemden uit Oekraïne. Per 1 augustus 2026 is er een aantal wijzigingen van de RooO
voorzien.
De eerste wijziging betreft een wijziging om gezondheidsgegevens van ontheemden uit
Oekraïne beter te waarborgen. Op 7 juni 2023 heeft de Afdeling advisering van de Raad
van State een advies vastgesteld over het wetsvoorstel Tijdelijke wet opvang ontheemden
Oekraïne. De Afdeling benadrukte onder meer het belang van een passende en specifieke
regels voor de verwerking van gezondheidsgegevens van ontheemden uit Oekraïne. Vervolgens
is door het Ministerie van JenV aan de wet een bepaling toegevoegd waarin de bevoegdheid
om waarborgen vast te stellen wordt gedelegeerd. De beoogde wijziging van de RooO
zorgt ervoor dat er op het niveau van de gemeente specifieke maatregelen getroffen
worden, waarmee de verwerking van gezondheidsgegevens van ontheemden uit Oekraïne
voldoende wordt afgeschermd.
De tweede wijziging betreft een periodieke indexering van het kleedgeld, eetgeld,
en de eigen bijdrage voor de catering. Het kleedgeld wordt per 1 april 2026 verhoogd
van € 62,66 naar € 65,77. Het eetgeld voor gezinnen van één of twee personen wordt
verhoogd van € 252,18 naar € 260,97. Als laatste gaat het bedrag voor de eigen bijdrage
voor de catering omhoog, omdat deze gekoppeld is aan het eetgeld. Dit bedrag gaat
van € 252,18 per persoon naar € 260,97 per persoon.
Advies Advocaat-Generaal (AG)
Mijn voorganger heeft uw Kamer reeds geïnformeerd over de prejudiciële vragen die
de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 april 2025 aan het Hof
van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof) heeft gesteld8. De rechtsvraag die bij het Hof voorligt is onder andere of de behandeling van de
asielaanvraag, die ten grondslag ligt aan de tijdelijke bescherming, kan worden opgeschort
zolang de Richtlijn Tijdelijke Bescherming loopt. Op 16 april 2026 concludeerde de
Advocaat-Generaal (AG) dat de behandeling van de asielaanvraag niet kan worden opgeschort
en dat de uiterste beslistermijn van 21 maanden uit de Procedurerichtlijn van toepassing
is. Indien het Hof dit advies volgt, heeft dit zeer grote uitvoerings- en financiële
gevolgen voor de IND. Het is op dit moment niet bekend wanneer het Hof uitspraak doet.
Moties en toezeggingen
Motie Boomsma en Van Zanten over het vragen van een bijdrage of premie van werkende
ontheemden uit Oekraïne voor zorgkosten
Naar aanleiding van de motie Boomsma en Van Zanten9 en de motie van Claassen en Vondeling10, die oproepen om werkende ontheemden uit Oekraïne mee te laten betalen aan het Nederlandse
zorgstelsel, is onderzocht of ontheemden uit Oekraïne een bijdrage of premie kunnen
betalen voor zorgkosten.
Het vragen van een afzonderlijke eigen bijdrage voor medische zorg is zeer complex
gebleken en als zelfstandige maatregel op korte termijn niet te realiseren. Hieraan
ligt onder meer ten grondslag dat gemeenten als voor de hand liggende uitvoerende
partij niet betrokken zijn bij de Regeling Medische zorg ontheemden uit Oekraïne (RMO).
Aansluiten bij de bestaande eigen bijdrage-systematiek is ook niet mogelijk omdat
ook van de groep werkende ontheemden in de particuliere opvang een bijdrage gevraagd
zou moeten worden. Deze groep betaalt nog geen eigen bijdrage omdat zij zelf in onderdak
voorzien. Ook voor zorgverzekeraar DSW, uitvoerder van de RMO, is het niet mogelijk
om op korte termijn een eigen bijdrage te heffen vanwege het moeten inrichten van
een nieuwe werkwijze hiervoor, inclusief een nieuwe grondslag. Dit wordt ingeschat
als een zeer ingewikkeld en tijdrovend proces, onder andere omdat de benodigde toegang
tot inkomensgegevens ontbreekt. De opbrengsten van een bijdrage voor zorgkosten zouden,
tot slot, niet in verhouding staan tot de uitvoeringslasten.11
Hoewel het dus niet wenselijk is om op korte termijn een eigen bijdrage te heffen
voor zorgkosten, betalen werkende ontheemden die in de opvang verblijven per 1 oktober
2025 wel een hogere eigen bijdrage op basis van exploitatiekosten. Daarmee is invulling
gegeven aan de wens om werkende ontheemden meer bij te laten dragen aan de kosten
van de opvang op een manier die uitvoerbaar is voor gemeenten.
Toezegging – De Minister zegt toe om samen met de IND te achterhalen waar Oekraïense
ontheemden precies vandaan komen, en of het primaire of secundaire migratie is
Tijdens het Commissiedebat van 20 maart 2025 heeft de toenmalige Minister van Asiel
en Migratie, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Zanten (BBB), toegezegd
om samen met de IND te onderzoeken of kan worden vastgesteld waar Oekraïense ontheemden
die in Nederland bescherming aanvragen vandaan komen, en of hierbij sprake is primaire
of secundaire migratie.
Samen met de IND is vervolgens onderzocht of deze informatie beschikbaar is of beschikbaar
kan komen. Echter, omdat de ontheemden uit Oekraine niet de asielprocedure doorlopen,
worden ook de reguliere gesprekken (gehoren) waarin deze informatie naar boven komt
niet gevoerd en is deze informatie via de registratiesystemen van de IND niet beschikbaar
Wel heeft in opdracht van het toenmalige Ministerie van Asiel en Migratie bureau Regioplan
onderzoek gedaan naar kenmerken, reisroute en motieven van ontheemden uit Oekraïne
die zich in 2025 bij aankomst in Nederland melden bij een crisisnoodopvang locatie
(hierna: CNO). U bent over de uitkomsten geïnformeerd in mijn brief van 19 mei jl.12 Dit onderzoek laat onder meer zien dat in 2025 de belangrijkste herkomstregio» s
de vier grote regio’s Odesa (13%), Kyiv (13%), Dnipropetrovsk (10%) en Charkiv (7%)
waren. Dit betekent tegelijkertijd dat de rest van de onderzochte instroom uit een
groot aantal andere regio’s komt.
Appreciatie onderzoeken
Van Onzekerheid naar Perspectief: het mentale welzijn van Oekraïense jongeren in Nederland
Op 3 juni 2026 heeft OpenEmbassy en Loket Ontheemden Oekraïne Psychosociale hulp (LOOP)
in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid het rapport «Mentale Gezondheid
vanuit het Perspectief van Oekraïense jongeren» gepubliceerd. Dit kwalitatieve onderzoek
vond plaats na aanleiding van signalen over de staat van mentale gezondheid en kwetsbaarheid
van Oekraïense jongeren, die een substantieel deel van de Oekraïense ontheemden in
Nederland vormen. In dit tweedelige onderzoeksrapport staat het perspectief van Oekraïense
jongeren en hun mentale gezondheid centraal. Om het perspectief en de ervaringen van
Oekraïense jongeren op te halen, zijn twee rondes met expertpools georganiseerd. De
expertpool is een kwalitatieve onderzoeksmethode ontwikkeld door OpenEmbassy, waarin
jongeren in een veilige en cultuur sensitieve groepssetting samenkwamen. In deel één
van het onderzoek lag de focus op het ophalen van de ervaringen van de Oekraïense
jongeren in relatie tot hun mentale gezondheid. In deel twee van het onderzoek zijn
concrete oplossingen ontworpen die aansluiten bij hun perspectieven en leefwereld.
Het rapport bevestigt het belang van het betrekken van jongeren bij beleidsvorming
en de door hen aangedragen suggesties kunnen geïmplementeerd worden op bijvoorbeeld
opvanglocaties.
Voor de uitgebreide bevindingen en oplossingen verwijs ik u naar het bijgevoegde rapport
van OpenEmbassy en LOOP.
Factsheets van het WODC werk, wonen en welzijn van Oekraïense vluchtelingen in Nederland
met de titels
Bijgevoegd vindt u de drie factsheets van het WODC werk, wonen en welzijn van Oekraïense
ontheemden in Nederland met de titels: (1) «Ontwikkelingen in arbeidsmarktparticipatie
en taalvaardigheid van Oekraïense vluchtelingen»,(2) «Ontwikkelingen in de woonsituatie
en woonervaringen van Oekraïense vluchtelingen», en (3) «Psychosociaal welbevinden
van Oekraïense vluchtelingen in Nederland». Deze factsheets zijn onderdeel van het
onderzoeksprogramma Longitudinaal OnderzoeksCohort Oekraïense Vluchtelingen (LOCOV).
Er is onderzoek verricht naar de ontwikkelingen op het gebied van arbeidsparticipatie,
taalbeheersing, welzijn, woonsituatie en de sociale verbondenheid van Oekraïense ontheemden
in Nederland. Hierbij is gebruik gemaakt van de meest recente cijfers, afkomstig uit
2025, in vergelijking met eerdere cijfers uit 2023.
Concluderend kan men stellen dat de arbeidsparticipatie (die al hoog was) de afgelopen
jaren licht is toegenomen, maar veel Oekraïners nog beneden niveau werken. waardoor
arbeidspotentieel verloren gaat. Veel Oekraïners worstelen met de Nederlandse taal,
gemiddeld geven zij zichzelf een 3 op een schaal van 1–10. Op het gebied van mentale
gezondheid zien we dat deze in vergelijking met cijfers uit 2023 achteruit is gegaan.
Sociale relaties kunnen een beschermende factor zijn voor de mentale gezondheid en
participatie bevorderen. In vergelijking met Nederlanders hebben Oekraïners meer sociaal
contact, maar vooral binnen de eigen gemeenschap. Sociaal contact met Nederlanders
neemt niet toe bij langer verblijf in Nederland. Een meerderheid van de Oekraïners
verblijft nog steeds in GOO locaties. De woontevredenheid in de GOO is afgenomen,
en een derde van de ontheemden ervaart onveiligheid in de opvang. Dit ziet met name
toe op geluidsoverlast, overlast van alcohol- en drugsmisbruik en verbaal geweld.
Deze komt vaker voor in grote opvanglocaties met weinig privacy.
Het WODC doet ook enkele beleidsaanbevelingen. Zo doet het WODC de aanbeveling dat
het wenselijk is om te kijken naar kleinschaligere opvanglocaties, investeringen te
doen in de ondersteuning en versterking van de mentale gezondheid en sociale verbinding,
en tot slot verbetering van toegang tot kinderopvang en meer begeleiding naar passend
werk in combinatie met het aanbieden van taalles of duale leer-werktrajecten met een
focus op taal.
Tot slot
Ik vertrouw erop uw Kamer inzicht te hebben gegeven in de aanpak van de transitie
uit de tijdelijke bescherming. Een aanpak die aansluit op de afspraken die we in EU-verband
hierover maken. Ik ben voornemens uw Kamer na de zomer te informeren over de voortgang.
De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink
Indieners
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie