Brief regering : Actieagenda Slagvaardige Overheid
29 362 Modernisering van de overheid
Nr. 406
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2026
In het Verantwoordingsdebat van 3 juni jongstleden met uw Kamer was de gedeelde analyse
glashelder: de overheid moet beter. Daarom werkt dit kabinet zoals aangekondigd in
het regeerakkoord aan een slanke en slagvaardige overheid die focust op wat echt nodig
is. Met de Taskforce Slagvaardige Overheid zetten we de stap van de gedeelde analyse
naar gezamenlijke actie. Via deze brief informeer ik uw Kamer over hoe wij politiek
en ambtelijk de gevraagde veranderaanpak vormgeven.
Verandering is hard nodig. Natuurlijk gaat er veel goed, maar stevige verbeteringen
zijn noodzakelijk. Het systeem dreigt vast te lopen. Regels worden op regels gestapeld,
verantwoordelijkheden versnipperen en de bedoeling raakt daardoor soms zoek. Mensen
en bedrijven hebben te maken met een overheid met teveel gezichten, begrijpen de (doorwerking
van) regels niet en raken het overzicht kwijt in wat er van hen verwacht wordt en
van wat zij van de overheid mogen verwachten. Een meerkoppig vraagstuk in één zin
platgeslagen: de overheid groeit in regels en formatie, maar de kwaliteit van het
werk groeit niet mee. Deze ontwikkeling is niet het gevolg van één besluit, maar het
gevolg van keuzes over een langere periode en een lang opgebouwde manier van werken
tussen beleid, uitvoering en politiek. Bovendien zien we in toenemende mate, net als
in andere lidstaten van de OESO, complexe maatschappelijke problemen die niet meer
met één oplossing en door één actor kunnen worden opgelost. We zijn hierdoor minder
dienstbaar aan de samenleving dan we willen en kunnen zijn. En dat gaan we veranderen.
Deze verandering vraagt om een lange adem en doorzettingsvermogen. We kunnen alleen
effectiever worden door samen te werken met alle betrokken partijen, met de focus
op de lange termijn. De overheid is morgen niet radicaal anders. Maar we kunnen wel
nu al elke dag stappen zetten om het beter te doen. We gaan ons daarom niet verliezen
in het herhalen van de vele analyses die hierover beschikbaar zijn, maar aan de slag
met de adviezen die aan ons zijn gedaan. Ik kies als Staatssecretaris Slagvaardige
Overheid nadrukkelijk voor doen. We gaan langjarig interveniëren, voortbouwend op
de fundamenten voor de noodzakelijke verandering die er op verschillende plekken binnen
de overheid al zijn gelegd en de lessen die we hebben geleerd vanuit bijvoorbeeld
Werk aan Uitvoering. Ook betrekken we hierbij de waardevolle inzichten die we hebben
ontvangen via de initiatiefnota van het Lid Erkens (VVD) van uw Kamer, waarvan de
verdediging inmiddels is overgenomen door het Lid Kisteman (VVD).1
We zorgen onder andere voor minder regels en voor een goede invlechting van de kansen
die digitalisering en AI bieden. We kiezen voor een actiegerichte aanpak met zichtbaar
resultaat op de korte termijn. Resultaat dat er voor mensen, bedrijven, professionals
en maatschappelijke organisaties toe doet.
We veranderen vanuit het besef dat de overheid werkt vanuit belangrijke democratische
en rechtsstatelijke waarden. De overheid is geen bedrijf, maar moet wel leveren. We
moeten leveren door daadwerkelijk invulling te geven aan de rechtsbeginselen die onze
overheid richting geven en inkaderen. Werken vanuit de bedoeling, met oog voor mens
en recht.
De overheid heeft het vermogen om het anders te doen. Dat vraagt wel wat van ons:
scherp kiezen wat prioriteit heeft, eerlijk zijn over wat wel en niet kan, en het
vermogen hebben om tempo te maken zonder zorgvuldigheid te verliezen. Het vraagt om
versimpelen van het handelen door de overheid zelf, om snoeien waar ongebreideld is
gegroeid en om dat wat wel goed gaat op te schalen en tot norm te verklaren. Het vraagt
om ander gedrag, leiderschap en vakmanschap. Het vraagt om concrete doelstellingen
en de monitoring op de voortgang hiervan, zodat we laten zien wat de slagvaardige
overheid oplevert voor mensen, professionals en bedrijven. En het vraagt om keuzes
die pijn doen. Vereenvoudiging betekent ook dat er niet voor elke groep een uitzondering
kan worden gemaakt. En het verkleinen van de controletoren gaat gepaard met het accepteren
van meer risico’s, ook ten aanzien van financiële rechtmatigheid.
Taskforce Slagvaardige Overheid
Het kabinet heeft een ministeriële taskforce ingericht die de noodzakelijke verandering
aanjaagt en aanstuurt. Daarin staan vereenvoudiging en digitalisering op de voorgrond,
omdat mensen, professionals bedrijven en maatschappelijke organisaties dit direct
gaan merken. Onderliggend zorgen we voor een betere en efficiëntere overheidsorganisatie.
Alhoewel Nederland in vergelijkend perspectief een relatief klein ambtenarenapparaat
kent2, is dit recent wel sterk gegroeid zonder dat mensen, professionals, bedrijven en
maatschappelijke organisaties ervaren dat de resultaten beter zijn geworden. Met minder
mensen beter werk doen, kunnen we alleen voor elkaar krijgen als we de Haagse muren
weten te doorbreken. In de kern volgen uit de opdrachtbrief Slagvaardige Overheid3 de volgende doelen:
– Fundamentele vereenvoudiging van beleid en regelgeving. Er komt een vereenvoudigingswet. We brengen het aantal regels terug voor mensen,
professionals en bedrijven, en maken ze eenvoudiger. We kijken niet naar afzonderlijke
regels, maar naar hun uitwerking als geheel. We werken hierbij nauw samen met de medeoverheden,
de publieke dienstverleners, toezichthouders en andere betrokken organisaties.
– Realiseren van uitstekende (digitale) dienstverlening. Mensen en bedrijven mogen verwachten dat de overheid toegankelijk en dienstbaar
is. Daarbij is het uitgangspunt dat zij het contact met de overheid ervaren als dienstverlening
van één overheid. En dat zij krijgen waar ze recht op hebben, bij voorkeur zonder
dat ze erom hoeven te vragen.
– Vernieuwing en productiviteitsverhoging van de Rijksdienst. De kwaliteit van het ambtelijk werk moet verder omhoog. We werken toe naar een Rijksdienst
met minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat. Die niet alleen buiten,
maar ook binnen meer uitgaat van vertrouwen en de controlemechanismes daarop aanpast.
Ook de rol van de (gestelde regels voor) toezichthouders, de Autoriteit Persoonsgegevens,
de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk wordt hierbij betrokken. Daarbij zorgen
we voor een volwassen digitale organisatie, waarmee we verstandig de kansen van IT
kunnen benutten. En we richten de focus van de Algemene Bestuursdienst op het ambtelijk
leiderschap en het vakmanschap dat nodig is om de ambities van de slagvaardige overheid
te realiseren.
– Doorbreken van de Haagse muren. Grote opgaven laten zich niet vangen in de verkokerde structuren die in Den Haag
wel zijn ontstaan, en in stand worden gehouden door de verkokerde regelgeving, financiering
en verantwoordingsstructuren. We werken toe naar teams die organisatiegrenzen, domeinen
en disciplines overstijgen. Met gezamenlijk eigenaarschap en doorzettingskracht. Want
als één partij zelf het probleem had kunnen oplossen dan was dat al gedaan. Dit vraagt
ook om politiek debat in een bredere of andere samenstelling dan de vaste commissies
van uw Kamer. We versterken de samenwerking met medeoverheden, publieke dienstverleners
en met publieke en private partijen in de regio. We verkennen of er zelfstandige bestuursorganen
zijn die op zinvolle wijze onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van een Minister
kunnen worden gebracht.
De veranderaanpak: actiegericht
Op 31 maart 2026 vond de startbijeenkomst plaats, waar ik samen met de Minister-President
heb toegelicht waarom deze taskforce nodig is. Ik ben daar met medeoverheden, publieke
dienstverleners, toezichthouders, maatschappelijke organisaties en de ambtelijke top
in gesprek gegaan. Zichtbaar werd dat de wil om te veranderen breed wordt gedeeld.
In het vervolg hierop heb ik zowel binnen als buiten Den Haag tal van verdiepende
gesprekken gevoerd. Individuele gesprekken met al mijn collega-bewindslieden, waarin
we bespreken op welke wijze zij bij kunnen dragen aan het verminderen en vereenvoudigen
van regels. En hoe zij de taakstelling zodanig in kunnen vullen zodat er geen sprake
is van een kaasschaaf, maar dat het een resultaat is van een beter presterende overheid.
En gesprekken met organisaties en partijen die ieder op hun eigen manier bij kunnen
dragen aan de doelstellingen van een slagvaardige overheid. Van het Netwerk Publieke
Dienstverleners tot de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, van de Inspectieraad
tot de Commissarissen van de Koning van Zeeland en Zuid-Holland, van de Bovag tot
de trekker van het Professionals Bevrijdingsfront. Zij hebben mij tal van adviezen
en suggesties meegegeven over waar en hoe het verschil kan worden gemaakt. Die energie
willen we vasthouden en versterken. We gaan vanuit de volgende veranderaanpak te werk.
1. We verbeteren de overheid op een manier die mensen, professionals en bedrijven direct
gaan merken. We weerstaan de verleiding om aan alles tegelijk te werken. Dat zou een
recept zijn voor matige voorstellen, uitstel en afstel. We richten ons op de fundamentele
patronen die ons beletten slagvaardig te zijn. We investeren in leiderschap en veranderkundig
vermogen.
2. Per actielijn komen er steeds twee concrete doorbraken op belangrijke thema’s, waarmee
we op korte termijn voor zichtbaar resultaat zorgen. We kiezen voor behapbare onderwerpen
die voor mensen het verschil maken en waar het systeem tegenwerkt. Elke doorbraak
die we realiseren geeft energie en vertrouwen aan de volgende, en zo bouwen we aan
een steeds bredere aanpak. Die doorbraken zetten we vol in de zon. We voeren deze
zomer politiek en ambtelijk het gesprek over welke onderwerpen we selecteren om snelle
doorbraken op te forceren.
3. De slagvaardige overheid is niet van mij als Staatssecretaris, niet van de taskforce,
maar van alle betrokken partijen. We doen dit samen en we nemen geen verantwoordelijkheden
over. We agenderen, we stimuleren en we helpen organisaties met het waarmaken van
concrete voorstellen, binnen de kaders van hun bewindspersonen en de taskforce. De
bewindspersonen stimuleren – door dit actief voor te leven – de ambtelijke top om
tot samenwerking te komen met departementen, met dienstverleners, met medeoverheden
en met maatschappelijke organisaties.
4. We beginnen niet bij nul, maar bouwen voort op de fundamenten die al zijn gelegd.
Het programma Werk aan Uitvoering dat ervoor zorgt dat Kamer, beleid, uitvoering en
toezicht elkaar eerder en makkelijker kunnen vinden, en dat de handschoen heeft opgepakt
in de vereenvoudigingsopgave. Het programma Agenda Stad dat laat zien hoe van buiten
naar binnen werken in de praktijk gebeurt. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en
Veiligheid leert ons wat de kracht is van de lange adem. En zo zijn er nog veel meer
voorbeelden te noemen.
5. We werken van buiten naar binnen en brengen impact in beeld. We betrekken mensen van
buiten de overheid bij het agenderen en oplossen van problemen. We maken met een dashboard
transparant welke resultaten we boeken en rapporteren hierover aan uw Kamer.
Onze actieagenda is geen statisch plan, maar een agenda die meebeweegt met wat nodig
is. Acties worden afgerond, nieuwe initiatieven komen erbij. We beoordelen steeds
of acties daadwerkelijk bijdragen aan een slagvaardiger overheid en of ze merkbaar
het verschil maken voor mensen, professionals en bedrijven. Als dat zo is, dan dragen
we de successen uit, leren er de lessen van en maken deze breder toepasbaar binnen
de overheid. We verheffen wat werkt tot norm. Als bekende patronen voortgang belemmeren
of acties dreigen te stagneren, grijpen we in en zetten we door. Als iets niet lukt,
schieten we niet in de risico-regelreflex, maar trekken we lessen en zorgen we dat
die breed worden gedeeld – zodat we ons niet twee keer aan dezelfde steen stoten.
Samen aan de slag
In de zomer werken we de aanpak verder uit en selecteren we concrete doorbraken. Maar
we zijn al direct begonnen en gaan dit jaar ook al resultaten laten zien. In deze
eerste maanden is één ding overduidelijk geworden: de wil om het anders te doen, is
er. Breed, dwars door organisaties heen.
De secretarissen-generaal zetten zich op verschillende manieren in om de rijksoverheid
slagvaardiger te maken. Daarbij nemen zij steeds vaker gezamenlijk verantwoordelijkheid
voor de manier waarop de rijksdienst werkt en leggen zij interdepartementale verbindingen
bij vraagstukken die meerdere departementen raken. Dat betekent dat zij meer samenhang
willen aanbrengen in de manier waarop het Rijk maatschappelijke vraagstukken oppakt,
kennis en capaciteit organiseert en samenwerkt, bijvoorbeeld in de nieuwe taskforces.
Zo ontstaat ruimte om vanuit een gezamenlijk belang te werken aan vraagstukken die
de grenzen van afzonderlijke departementen overstijgen. Daarbij hoort ook de verantwoordelijkheid
om het langetermijnperspectief sterker te verankeren in beleid en uitvoering.
Die gezamenlijke verantwoordelijkheid krijgt ook concreet vorm in de manier waarop
de rijksdienst wordt georganiseerd. Op het gebied van bedrijfsvoering, ICT, informatiehuishouding
en de professionele ontwikkeling van ambtenaren verbinden de secretarissen-generaal
zich aan de gezamenlijke veranderagenda’s die hiervoor worden ontwikkeld. Daarmee
geven zij ook een gezamenlijke invulling aan de ambities uit deze brief.4 Zo krijgen verbeteringen meer samenhang, wordt versnippering tussen de departementen
teruggebracht en kunnen deze ambities echt rijksbreed landen.
Onderdeel van deze beweging is ook de rijksbrede externe doorlichting die de komende
maanden een brede en fundamentele analyse uitvoert van het functioneren van de rijksdienst.
De commissie richt zich op de vraag hoe de Rijksdienst zich zodanig moet ontwikkelen
dat zij toekomstbestendig is, efficiënter wordt en structureel beter in staat is om
ambities te realiseren en resultaten te leveren voor mensen en bedrijven. De commissie
wordt gevraagd voor het einde van het jaar te komen met concrete aanbevelingen.
Inzet op de omvang van de Rijksdienst
We zetten in deze kabinetsperiode in op het terugbrengen van de omvang van de externe
inhuur tot 10% van de totale personele uitgaven (de zogenaamde «Roemernorm»). En we
realiseren een kleiner ambtenarenapparaat, met minder overhead. Waar de totale formatie
van de kerndepartementen anno 20235 voor 50% bestond uit overheadfuncties6, streven we ernaar om dit percentage te verlagen richting de 35%. Waar mogelijk benutten
we hierbij de mogelijkheden die AI hierbij kan bieden. Het realiseren van een kleiner
ambtenarenapparaat is een opgave voor alle bewindspersonen. Onlangs zijn verschillende
moties aangenomen die oproepen tot concrete doelstellingen voor ieder departement.7 Uw Kamer wordt na de zomer geïnformeerd over de manier waarop het kabinet hier verder
invulling aan geeft, inclusief de normen die hierbij zullen worden gehanteerd.
De Taskforce Slagvaardige Overheid zal de voortgang hierop monitoren. Hierbij is het
uitgangspunt dat de vermindering van het aantal ambtenaren op een zodanige manier
wordt ingevuld dat het leidt tot betere kwaliteit voor en dienstverlening aan mensen
en bedrijven. Dit moet daarom ook in samenhang worden bezien met de ambities ten aanzien
van fundamentele vereenvoudiging en het verminderen van de regeldruk.
Het realiseren van bovenstaande doelstellingen levert ook een bijdrage aan de taakstellingen
waartoe dit kabinet heeft besloten: een efficiencytaakstelling (oplopend tot 0,4 miljard
euro vanaf 2030) en een taakstelling Vernieuwing Rijksdienst/slagvaardige overheid
(oplopend tot 1 miljard euro in 2030).8
Inzet op de bedrijfsvoering van de Rijksdienst
De interne organisatie van de rijksdienst belemmert soms om het werk voor mensen,
professionals en bedrijven effectief, efficiënt en slagvaardig te doen. De binnenwereld
van de overheid zit het leveren aan de buitenwereld dan in de weg. De leden van de
Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk (de plaatsvervangend secretarissen-generaal
van de ministeries en de plaatsvervangend directeuren-generaal van de grootste uitvoeringsorganisaties
binnen de Rijksdienst) zijn verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van het Rijk.
Vanuit die verantwoordelijkheid zetten zij in het kader van de slagvaardige overheid
in op normeren, harmoniseren en standaardiseren, waar dat aantoonbaar leidt tot betere
kwaliteit en hogere productiviteit. Dit doen zij door:
– Het slagvaardiger maken van de organisatie en werkwijze van de inkoop bij het Rijk
door de regeldruk te verminderen en de inkoopfunctie te harmoniseren en standaardiseren. Dit maakt dat er enerzijds minder mensen nodig zijn, en anderzijds de inkoopkracht
wordt vergroot.
– Het in de huisvesting efficiënter gebruik te maken van minder vierkante meters. Verminderen van kantooroppervlak, brede toegang tot rijksgebouwen voor rijksambtenaar,
verhogen van de beschikbaarheid van interne vergaderlocaties en sturen op werkweekspreiding.
Hierdoor kan substantieel bespaard worden op huisvestiging. Tegelijkertijd neemt het
praktische belemmeringen voor samenwerking weg. Wel moet dit in samenhang worden bezien
met de impact van toenemende hybride dreigingen op de (informatie)veiligheid, waardoor
het voor ambtenaren vaker noodzakelijk is op kantoor in een beveiligde omgeving te
werken.
– Eén soeverein rijksbreed systeem voor videovergaderen en één standaard voor een documentmanagementsysteem
voor de rijksoverheid. Hierdoor kunnen ambtenaren makkelijker met elkaar samenwerken en informatie met elkaar
delen en kan besluitvorming soepeler verlopen.
– Te onderzoeken hoe AI ingezet kan worden bij repeterende administratieve werkzaamheden. Dat scheelt tijd en maakt menskracht vrij voor ander werk. Hierin wordt aangesloten
bij de initiatieven die vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) lopen.
– De werkwijzen en dienstverlening van de centrale (interne) dienstverleners te harmoniseren,
standaardiseren en waar nodig centraliseren en nieuwe financieringsarrangementen hiervoor opstellen die voorspelbaarder zijn
en minder administratie lasten met zich meebrengen.
– De controlelast op het terrein van bedrijfsvoering te verminderen, door meer uit te gaan van onderling vertrouwen. Dit leidt tot minder werk voor zij
die controleren en zij die worden gecontroleerd.
Van alle kanten wordt aangeboden om in actie te komen en worden ideeën voor concrete
acties gedeeld. Het feit dat deze initiatieven uit eigen beweging zijn ontstaan, onderstreept
het breed gevoelde gezamenlijk eigenaarschap. Dat geeft hoop en ook verantwoordelijkheid.
Ik heb tot op heden de volgende voorstellen gekregen en omarmd.
Het voorstel van het Netwerk Publieke Dienstverleners (NPD)
Het NPD weet uit hun dagelijkse praktijk wat beter en makkelijker kan. De uitvoeringsorganisaties
in dit netwerk hebben aangeboden om gezamenlijk aan de slag te gaan met het fundamenteel
vereenvoudigen van beleid en regelgeving en het realiseren van uitstekende (digitale)
dienstverlening.
– Voor de vereenvoudigingswet leveren de publieke dienstverleners – net als de inspecties
en de beleidsdepartementen – voorstellen aan die passen in korte termijn verbeteringen
onderweg naar meer fundamentele stelselherzieningen. Ze maken dit concreet, voor de
korte, de middellange en de lange termijn. Een voorbeeld is de aanpassing van het
partnerbegrip AOW/AIO.
– Ten aanzien van uitstekende (digitale) dienstverlening geeft de NPD aan dat gegevensdeling
een cruciale randvoorwaarde is. Er komen concrete projecten, onder andere op het terrein
van betalingsachterstanden. Een mooi voorbeeld gaat over het effectiever helpen van
ondernemers in zwaar weer door gegevensdeling mogelijk te maken tussen de Kamer van
Koophandel, de Belastingdienst, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en gemeenten.
Zo wordt de dienstverlening versterkt met minder faillissementen en restschulden als
effect.
Het voorstel van de inspecties
Inspecties en toezichthouders zijn de oren en ogen van de overheid. Zij hebben een
schat aan kennis en inzicht in wat er in de praktijk niet goed gaat tussen samenleving,
uitvoering en beleid, en waar knelpunten zitten in complexe wet- en regelgeving. De
Inspectieraad wil bijdragen aan vermindering van complexiteit, betere samenwerking
en vernieuwende digitalisering. Ook hebben zij voorstellen aangeleverd voor vereenvoudiging
en zetten zij de toets op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid
gerichter in om structurele knelpunten te signaleren. In de kern zetten de leden van
de Inspectieraad zich in om:
– De Inspectieraad als rijksbreed platform in te zetten om inspecties en toezichthouders,
politiek, beleid en uitvoering beter te verbinden bij grote maatschappelijke opgaven.
– Verkokering in wetgeving en toezicht praktisch te verminderen, onder meer door signalering,
voorlichting, nalevingshulp en samenwerking in wisselende coalities.
– Gegevensuitwisseling en samenwerking tussen toezichthouders te versterken, waar mogelijk
praktisch en snel, zonder steeds op nieuwe wetgeving te wachten.
– Scherper risico-gestuurd te werken en daarover vooraf helder te communiceren met politiek,
beleidsmakers, burgers en bedrijven, inclusief de risico’s van gemaakte keuzes.
– Hun unieke informatiepositie beter te benutten door signalen uit toezicht bij bedrijven
en instellingen actiever te bundelen en te delen met beleid en politiek.
– Actief bij te dragen aan betere en eenvoudiger wetgeving, onder meer via voorstellen
voor de vereenvoudigingswet, scherpere uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoetsen
en kennis over minder belastend toezicht.
Samen met de medeoverheden
De medeoverheden zijn een onmisbare partner bij wat nodig is om als Rijksoverheid
slagvaardig te worden. De komende maanden maken we concrete afspraken over de doorbraken
die we samen met hen gaan realiseren en de manier waarop we hierbij samen optrekken.
Dit is ook onderdeel van de samenwerkingsagenda die momenteel door het Rijk en de
medeoverheden wordt opgesteld.
Samenwerking met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS)
De NDS is een breed gedragen interbestuurlijke, overheidsbrede samenwerking en vormt
de leidraad voor de noodzakelijke versterking van onze digitale overheid. Door regie
te nemen, versnippering te doorbreken, efficiënter te werken en meer als één overheid
te opereren. Daarmee geeft de NDS invulling aan de ambities van het kabinet rond bijvoorbeeld
het versterken van onze digitale soevereiniteit, weerbaarheid en verantwoorde inzet
van (nieuwe) technologie om de slagkracht van de overheid te vergroten. De NDS heeft
dit jaar al de eerste resultaten opgeleverd, zoals de succesvolle opschaling van AI-toepassingen
als GemChat en de Omgevingschat zodat we het wiel niet overal opnieuw hoeven uit te
vinden. Met de NDS is een beweging met energie in gang gezet, waarin overheidsbrede
samenwerking steeds meer de norm is. De NDS bevordert dat we als overheidsorganisaties
samen sterker en slagvaardiger worden dan de som der delen.
De prioriteiten en interventies van de NDS dragen bij aan de doelen van de Taskforce
Slagvaardige Overheid. Bijvoorbeeld door mensen en bedrijven centraal te stellen in
de digitale dienstverlening, de inzet van AI en het wegnemen van belemmeringen bij
datadeling. En door dit zo te realiseren dat de samenwerking leidt tot een overheid
die slagvaardiger is en levert. We zetten er op in om de samenwerking tussen de Taskforce
Slagvaardige Overheid en de NDS verder te versterken, gestut op de al bestaande samenwerking
vanuit de NDS met het NPD, de medeoverheden en de departementen.
Het aanbod van vele anderen
Ik heb veel gesprekken met mensen, organisaties, professionals en bestuurders gevoerd,
waarin ook zij aanbieden om mee te denken, mee te helpen, mee te werken. Dat geldt
ook voor alle anderen die zich bezighouden met de opgave rondom slagvaardige overheid.
Hun ideeën willen we horen, hun uitgestoken hand nemen we aan.
De resultaten op korte termijn
De inzet van een taskforce benadrukt dat wij als kabinet de verantwoordelijkheid nemen
om te leveren. Slagvaardige Overheid is nadrukkelijk geen project van één bewindspersoon
of een taskforce van één ministerie. Het is een gezamenlijke opdracht én een beweging.
Alleen door samen keuzes te maken en samen te leveren, realiseren we de verbetering
die nodig is. In het eerste jaar zetten we concrete stappen op meerdere terreinen.
Over de voortgang daarvan zal ik u periodiek informeren. We gaan het volgende realiseren:
1. Vereenvoudigen en verminderen van regeldruk
We zetten als kabinet in op de invoering van de jaarlijkse vereenvoudigingswet en
het eveneens jaarlijks schrappen van minimaal 500 regels voor mensen, professionals
en bedrijven. De verantwoordelijkheid voor de coördinatie van deze vereenvoudigingsopgave
is met de installatie van het huidige kabinet overgegaan van de Minister van Economische
Zaken naar mij. We vereenvoudigen huidige wetgeving waar dat nodig is en zetten de
schaarse wetgevingscapaciteit hier met voorrang voor in. Dit vraagt ook een gezamenlijke
inzet met uw Kamer. Juist bij de behandeling van wetgeving, amendementen, moties en
Europese trialogen moet eenvoud expliciet worden meegewogen. Op Europees niveau zetten
we hier eveneens actief op in.
– Jaarlijkse vereenvoudigingswet
Met de Vereenvoudigingswet maken we het vereenvoudigen van wet- en regelgeving voor
mensen, professionals en bedrijven structureel, voorspelbaar en meetbaar. Het doel
is om regels eenvoudiger en uitvoerbaarder te maken, én de parlementaire en administratieve
behandeling versneld en voorspelbaar te laten plaatsvinden. De eerste tranche, die
nog beperkt van inhoud zal zijn, is in volle voorbereiding. Het inventariseren van
voorstellen voor de tweede tranche is inmiddels opgestart. Uw Kamer ontvangt een afzonderlijke
brief over het instrument van de vereenvoudigingswet, de opzet en het tijdspad.
– Schrappen of vereenvoudigen van 500 regels
De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft een belangrijke eerste stap gezet
in het vereenvoudigen en schrappen van regels voor het bedrijfsleven. Zij informeert
uw Kamer op korte termijn over de resultaten hiervan. Maar dit is pas het begin. Er
moet nog een forse slag worden geslagen in het vereenvoudigen of schrappen van onnodig
ingewikkelde regels voor mensen, professionals en bedrijven. We schrappen of vereenvoudigen
er daarom jaarlijks ten minste 500, waarvan ten minste de helft voor ondernemers.
Het voltallige kabinet en hun departementen zijn hiervoor aan zet: per 1 oktober krijgt
elk departement hiervoor een concrete ambitieuze doelstelling. Een voorbeeld van de
invulling hiervan is de aanpak Vereenvoudigingsopgave Fysieke Leefomgeving en Volkshuisvestiging,
waarbij jaarlijks wordt bekeken of en welke vereenvoudigingen er nodig zijn in de
Omgevingswet en andere regelgeving. Ook evalueren we de Wet Open Overheid. De uitvoerbaarheid
hiervan staat onder druk. De resultaten van de evaluatie worden gebruikt voor substantiële
aanpassingen aan deze wet. Het kabinet staat voor een transparante overheid, maar
wil juridisering tegengaan.
2. Realiseren uitstekende (digitale) publieke dienstverlening
Mensen en bedrijven mogen verwachten dat de overheid toegankelijk en dienstbaar is.
Een overheid die hen helpt op een manier die past bij hun situatie, en die voor mensen
te begrijpen is. Die hen waar mogelijk geeft waar ze recht op hebben zonder dat ze
daarom hoeven te vragen (proactieve dienstverlening). Daarbij is het uitgangspunt
dat zij het contact met de overheid ervaren als dienstverlening van één overheid.
Hierbij geldt het principe van «altijd de juiste deur»: het maakt niet uit waar mensen
aankloppen, de overheid zorgt gezamenlijk voor een passend antwoord, een oplossing
of een warme doorverwijzing. Om dit mogelijk te maken, richten we overheidsprocessen
opnieuw in op basis van de knelpunten die mensen en bedrijven daadwerkelijk ervaren.
Zo verbeteren we de dienstverlening en maken we deze eenvoudiger, begrijpelijker en
meer passend bij de behoeften van mensen en bedrijven.
3. Er komt een digitale dienst
In het coalitieakkoord is afgesproken dat we een Nederlandse Digitale Dienst (NDD)
oprichten: compact, deskundig en met doorzettingsmacht. Een dienst die de digitalisering
van de overheid versnelt, kwaliteit borgt en onze afhankelijkheid van externe leveranciers
terugdringt. We starten onder verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris Digitale
Economie en Soevereiniteit nog voor de zomer met de NDD en realiseren langs drie lijnen
meerwaarde: 1) een doorbraakfunctie op prioritaire projecten, 2) het vaststellen en
aanjagen van het gebruik van standaarden zodat de overheid als één werkt, en 3) het
introduceren van richtlijnen voor moderne IT-ontwikkeling. Uitgangspunt hierbij is
dat dienst een «makers mentaliteit» heeft en met eigen technisch personeel overheidsbreed
aan de slag gaat.
De NDD start deze zomer met concrete projecten. In lijn met een slagvaardige overheid
kiezen we bewust voor een test- en leeraanpak met focus op concrete resultaten, op
basis waarvan we de inzet van de NDD gericht uitbreiden, bijvoorbeeld op het gebied
van IT-toetsing en overheidsbreed programmeren. Door zo zelf meer kennis en expertise
op te bouwen, kan de overheid op termijn ook beter sturen op vraag en aanbod in de
markt en op voldoende Nederlandse alternatieven die onze digitale soevereiniteit versterken.
De NDD start met bestaande, tijdelijke financiering en capaciteit van organisatieonderdelen
die nu nog onder de BZK-begroting vallen. Op basis van deze snelle start en de opgedane
ervaring vindt volgend jaar formele besluitvorming plaats over de uiteindelijke taken,
het mandaat van de digitale dienst en passende structurele financiering.
4. Slimmer organiseren van controle, toezicht en advies
Bovenmatige controle en toezichtmechanismen binnen de overheid moeten worden teruggedrongen.
Op veel onderwerpen waar de overheid zich mee bezighoudt, zijn taken op meerdere plekken
belegd. Dat kan slimmer, efficiënter en daarmee goedkoper en beter. De zogenaamde
controletoren, waarmee gekeken wordt of binnen de overheid wel uitgevoerd wordt wat
het plan was, wordt kleiner en gerichter. Ook hervormen we het toezichtlandschap.
Bij nieuw beleid en wet- en regelgeving wordt kritisch bekeken of toezicht en in welk
vorm gewenst of noodzakelijk is. Daarnaast onderzoeken we op welke wijze de samenwerking
tussen toezichthouders kan worden verbeterd, zodat toezichthouders efficiënter kunnen
werken, het toezichthoudende werk meer passend wordt gemaakt aan wat nodig is, en
de lasten voor degenen op wie toezicht wordt gehouden worden beperkt.
Ook het aantal adviesorganen kan worden beperkt. We bevorderen de samenhang in het
stelsel, zodat de taken van adviesorganen beter met elkaar in verband worden gebracht
en om overlap in hun werkzaamheden te voorkomen. Dat vergroot de kwaliteit en effectiviteit
van de adviezen, en helpt degenen die de adviezen in ontvangst nemen en ermee aan
de slag moeten.
5. Versterking van het hernieuwd samenspel tussen politiek, beleid en uitvoering
We stimuleren het informele contact tussen politiek, beleid en uitvoering. Dit helpt
om elkaar beter te begrijpen, en sneller bij te kunnen sturen wanneer voorgenomen
wetgeving risico’s voor de uitvoerbaarheid of het doenvermogen van mensen en bedrijven
kent of als beleid anders uitpakt dan bedoeld. In dit kader zijn op de Dag van de
Publieke Dienstverlening van 17 juni jl. in samenwerking met uw Kamer tien trialogen
georganiseerd.
6. Monitor Slagvaardige Overheid
Om te zorgen dat de inspanningen niet vrijblijvend zijn, maken we helder wie waarvoor
aan de lat staat en zorgen we dat de voortgang zichtbaar en meetbaar is. In lijn met
de adviezen van de Algemene Rekenkamer doen we dat aan de hand van concrete doelstellingen.
We meten hoeveel regels er worden geschrapt en welke vereenvoudigingen worden gerealiseerd,
en vooral wat mensen, professionals en bedrijven hiervan merken. We maken de voortgang
van de departementen op de taakstelling en de vermindering van het aantal ambtenaren
inzichtelijk, en hoe de acties uit de actieagenda hieraan bijdragen. We laten zien
of het aantal vierkante meters huisvesting inderdaad afneemt. Daarbij brengen we tevens
in beeld welke kosten we besparen door anders, beter, efficiënter en doelmatiger te
werken. In april en oktober van elk jaar rapporteren we hierover aan de hand van de
monitor Slagvaardige Overheid. Ook bouwen we een dashboard dat voor iedereen toegankelijk
is en waarin we laten zien wat er gebeurt. De invulling hiervan werken we verder uit,
en hierover ga ik na de zomer graag in gesprek met uw Kamer.
Vooruitblik
De eerste acties zijn dus in gang gezet, tegelijkertijd kijken we ook vooruit. Met
één gezamenlijke actieagenda geven we richting aan wat nu vastzit: wat moet anders,
hoe pakken we dat aan en in welke volgorde? Waar keuzes nodig zijn, maken we die.
Waar belangen botsen, wegen we en besluiten we.
Slagvaardige Overheid is beweging. Die beweging bestaat uit een brede coalitie van
partijen die niet willen blijven analyseren, maar willen doen. Ministeries die bereid
zijn hun eigen regels tegen het licht te houden. Publieke dienstverleners die vanuit
de praktijk concrete verbeteringen aandragen. Inspecties die knelpunten signaleren
en actief meewerken aan vereenvoudiging. Medeoverheden die samen optrekken in plaats
van langs elkaar heen werken. En ambtenaren die over organisatiegrenzen heen verantwoordelijkheid
nemen voor resultaat. Kortom: een beweging die vandaag al verschil maakt en tegelijkertijd
bouwt aan een betere, sterkere, en eenvoudigere overheid voor de toekomst.
Deze opgave kent verschillende tijdshorizonten. We bepalen wat dit jaar moet gebeuren,
welke stappen deze kabinetsperiode nodig zijn en wat nodig is om ervoor te zorgen
dat deze manier van werken over tien jaar vanzelfsprekend is. Dat wil zeggen: zo eenvoudig
en slim mogelijk, vanuit publieke waarden effectief (samen)werken, steeds in verbinding
met de samenleving. Na de zomer informeer ik uw Kamer opnieuw over de verdere concretisering
van de actielijnen. Deze beweging heeft de Kamer nodig om snelle vooruitgang te boeken.
Dan zullen we niet alleen nieuwe, concrete ambities formuleren, maar ook aangeven
welke belemmeringen we moeten wegnemen en welke besluiten daarvoor nodig zijn.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Indieners
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties