Brief regering : Advies van Adviescollege Veiligheid Groningen (AVG) over het onderzoek naar de beoordeling in de versterking
33 529 Gaswinning
Nr. 1382
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 juni 2026
Op 15 juni heeft het ACVG het advies «Beoordeeld, maar vertrouwen onder druk» aangeboden.
Dit advies heb ik op 15 juni aan uw Kamer aangeboden.1
Afgelopen maandag was ik in Groningen, waar ik heb gesproken met bewoners, maatschappelijke
organisaties en regionale bestuurders. Die gesprekken waren indringend. Ik heb daar
opnieuw met eigen ogen gezien wat het wachten op duidelijkheid betekent voor het dagelijks
leven van bewoners. Tegen die achtergrond lees ik ook het advies: veel bewoners leven
al lang in onzekerheid, en dat heeft veel van hen gevraagd en hun vertrouwen zwaar
op de proef gesteld.
De eerste bevindingen van het ACVG uit 2025 over de kwaliteit van beoordelingen door
NCG hebben al duidelijk gemaakt dat er vragen zijn over de betrouwbaarheid en begrijpelijkheid
van beoordelingsrapporten. Voor bewoners gaat een beoordelingsrapport niet alleen
over techniek, normen en berekeningen. Het gaat ook over veiligheid van hun thuis,
over de vraag of zij kunnen vertrouwen op het oordeel van de overheid en over de zekerheid
die zij nodig hebben om verder te kunnen gaan.
Het eindadvies van ACVG maakt duidelijk dat de overheid hierin richting bewoners te
kort is geschoten. Bewoners moeten kunnen rekenen op duidelijke, navolgbare en betrouwbare
beoordelingen. Waar dat onvoldoende het geval is geweest, vraagt dat om erkenning
en om verbetering. Het advies maakt scherper zichtbaar waar de knelpunten zitten en
welke verbeteringen nodig zijn. Dat maakt het mogelijk om gerichter te handelen, maar
onderstreept ook dat verbetering noodzakelijk is.
ACVG-advies over de kwaliteit van beoordelingsrapporten
Bewoners, de regio en de maatschappelijke organisaties hebben de afgelopen jaren grote
twijfels geuit over de kwaliteit en juistheid van de beoordelingsrapporten die gebruikt
worden voor het veiligheidsoordeel en de besluitvorming of een gebouw veilig is of
versterkt moet worden. Het ACVG is daarom door mijn ambtsvoorganger op 13 maart 2025
gevraagd om onafhankelijk onderzoek te doen naar de kwaliteit van de beoordelingsrapporten
en hierover te adviseren.2 Uw Kamer is op 23 juni 2025 geïnformeerd over de eerste bevindingen van dit onderzoek,
inclusief de maatregelen die op basis daarvan getroffen worden.3
Uitkomsten van het eindadvies van het ACVG naar de kwaliteit van beoordelingsrapporten
In het onderzoek naar de kwaliteit van beoordelingsrapporten geeft het ACVG antwoord
op de hoofdvragen «is het oordeel op norm of niet op norm in de beoordelingsrapporten
betrouwbaar?»; en «wat beïnvloedt het vertrouwen van bewoners in het veiligheidsoordeel?».
Deze vragen zijn belangrijk om bewoners zekerheid te bieden op grotere schaal, zoals
aangegeven in de Kamerbrief van 13 maart 2025.
Om deze vragen te beantwoorden heeft het ACVG een onafhankelijk en omvangrijk onderzoek
uitgevoerd. Het ACVG heeft ruim 250 versterkingsdossiers technisch geanalyseerd en
meer dan 300 beslissingen op bezwaar onderzocht, en heeft daarnaast 42 woningen bezocht.
Daarnaast heeft het ACVG gesprekken gevoerd met bewoners, advocaten, maatschappelijke
organisaties, gemeenten, de Nationale ombudsman, ingenieursbureaus en de NCG. Het
onderzoek richt zich niet op individuele situaties of aantallen woningen, maar op
patronen, kwetsbaarheden en verbeterpunten in het proces van opname, beoordeling,
besluitvorming en bezwaar op genomen besluiten door NCG.
Betrouwbaarheid van het veiligheidsoordeel
Het ACVG concludeert dat het veiligheidsoordeel over het algemeen is gebaseerd op
een uitgebreide technische analyse van ingenieursbureaus die de opnames en de beoordelingen
hebben uitgevoerd. Het ACVG vindt echter ook dat het veiligheidsoordeel dat na de
beoordeling wordt gegeven in zes specifieke situaties onvoldoende betrouwbaar is.
Dit betekent niet dat deze woningen ook onvoldoende veilig zijn. In het advies schrijft
het ACVG dat de aanbevolen controle naar verwachting tot een ander veiligheidsoordeel
kan leiden voor minder dan 1% tot 1,5% van de woningen bij de eerste vijf van de geconstateerde
situaties. Buiten deze specifieke situaties acht het ACVG de kans bijzonder klein
dat het veiligheidsoordeel wijzigt.
Vertrouwen van bewoners in het veiligheidsoordeel
Het ACVG concludeert dat het vertrouwen van bewoners in het veiligheidsoordeel op
meerdere vlakken onder druk staat. Volgens het ACVG voelen bewoners zich tijdens de
opname en beoordeling van hun woning te vaak onvoldoende gehoord en betrokken. Ze
ervaren dat zorgen en vragen over de veiligheid van hun woning onvoldoende worden
erkend en dat hun eigen kennis of dat van contra-experts weinig gewicht krijgt. Ook
ontbreekt het regelmatig aan begrijpelijke informatie over procedures, beoordelingsmethoden
en doorlooptijden. Daarnaast wordt het veiligheidsoordeel volgens het ACVG onvoldoende
toegelicht, waardoor belangrijke vragen van bewoners onbeantwoord blijven. Fouten
en onzorgvuldigheden in beoordelingsrapporten zoals afwijkende afmetingen, materialen
of verkeerd vermelde gebouwonderdelen kunnen daarbij, ook wanneer zij geen gevolgen
hebben voor het veiligheidsoordeel, het vertrouwen in de betrouwbaarheid van de beoordeling
aantasten.
Aanbevelingen van het ACVG
Het ACVG adviseert gerichte controle- en herstelacties voor de zes situaties waarin
onvoldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van het veiligheidsoordeel.
Daarnaast doet het ACVG aanbevelingen om toekomstige beoordelingen zorgvuldiger, betrouwbaarder
en beter navolgbaar te maken en om processen zodanig in te richten dat er structureel
geleerd kan worden van ervaringen en uitkomsten. Het gaat daarbij onder meer om het
verbeteren van opnames, dossiervorming en verslaglegging, het beter betrekken van
bewoners bij de beoordeling van hun woning en het verder harmoniseren van de werkwijze
van ingenieursbureaus. Ook adviseert het ACVG om bewoners meer gelegenheid te geven
om te reageren op informatie die wordt gebruikt voor een beoordeling en op de uitkomsten
daarvan voordat een besluit door NCG wordt genomen.
Daarnaast richt een belangrijk deel van de aanbevelingen zich op het versterken van
het vertrouwen van bewoners. Het ACVG benadrukt het belang van begrijpelijke beoordelingsrapporten,
duidelijke informatie over procedures en doorlooptijden, goede verslaglegging van
gesprekken en een zichtbare, onafhankelijke afweging van signalen en bezwaren van
bewoners. De kern van deze aanbevelingen is dat bewoners moeten kunnen vertrouwen
op de technische kwaliteit van een beoordeling, en daarvoor gedurende het hele proces
ook serieus genomen, goed geïnformeerd en goed betrokken moeten worden.
Reflectie
Ik zie – net als het ACVG – dat de versterkingsoperatie in een complexe en voortdurend
veranderende wereld wordt uitgevoerd. Medewerkers zetten zich dagelijks met de beste
intenties en vermogen in om recht te doen aan bewoners. Toch laat het advies zien
dat de overheid richting bewoners tekort is geschoten. De afgelopen jaren is veel
inzet gepleegd om bewoners sneller duidelijkheid te geven over de veiligheid van hun
woning. Die inzet was begrijpelijk en noodzakelijk, omdat bewoners al lang wachten
op duidelijkheid. Het ACVG-advies laat echter zien dat de nadruk op snelheid bij het
uitvoeren van de beoordelingen ten koste is gegaan van de kwaliteit.
Daarnaast zijn signalen van bewoners, maatschappelijke organisaties en gemeenten over
de kwaliteit van beoordelingsrapporten onvoldoende gehoord. Ook is het onvoldoende
gelukt om bewoners steeds tijdig mee te nemen in de uitkomsten van beoordelingen en
in het vervolg van hun traject.
Om dit in de toekomst te verbeteren maak ik de komende tijd met NCG afspraken over
de opvolging van de aanbevelingen van het ACVG, de planning daarvan, verbetering van
de uitvoering en de wijze waarop hierover wordt gerapporteerd en naar bewoners wordt
gecommuniceerd. Met de maatschappelijke organisaties en de regio (provincie en vijf
aardbevingsgemeenten) ga ik in gesprek over hoe hen hierbij beter te betrekken en
hoe we de voortgang kunnen monitoren. Hierbij bespreek ik hoe een kortere feedbackloop
tot stand te brengen tussen de maatschappelijke organisaties, de regio, NCG en BZK.
Op deze manier wil ik eerder en structureler het gesprek voeren met de versterkingsgemeenten
en maatschappelijke organisaties over signalen uit de praktijk. Zo wil ik eerder kunnen
ingrijpen, en waar nodig aanvullende maatregelen vragen, als uit die signalen blijkt
dat verbeteringen onvoldoende effect hebben voor bewoners.
Opvolging van de aanbevelingen van het ACVG
Het ACVG concludeert dat alle factoren gezamenlijk leiden tot wantrouwen bij bewoners
over de juistheid en zorgvuldigheid van het veiligheidsoordeel. De aanbevelingen die
het ACVG in het kader van betrouwbaarheid van de beoordeling doet, zullen ook bijdragen
aan het herstel van het vertrouwen. Deze aanbevelingen zijn glashelder, ik neem de
conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek van het ACVG naar de kwaliteit van beoordelingsrapporten
daarom in zijn geheel over. Tegelijkertijd vraagt de opvolging hiervan om een zorgvuldig
traject. De aanbevelingen moeten worden uitgevoerd binnen een versterkingsoperatie
die voor veel bewoners al jarenlang duurt en waarin nog duizenden woningen moeten
worden versterkt.
Ik wil voorkomen dat maatregelen die bedoeld zijn om de kwaliteit van de uitvoering
te verbeteren, onbedoeld leiden tot nieuwe onzekerheid, onduidelijkheid of vertraging
voor bewoners. Ook het ACVG concludeert dat zorgvuldige en duurzame verbetering de
voorkeur verdient boven snelle ad-hoc oplossingen. Daarom kies ik voor een aanpak
langs twee sporen, waarbij de opvolging van de aanbevelingen hand in hand moet gaan
met het voortzetten van de versterkingsoperatie. Hieronder schets ik hoe ik de aanbevelingen
ga opvolgen.
Spoor 1: Betrouwbaarheid / controleacties dossiers
Op de korte termijn is ervoor gezorgd dat het bewonerscontactcentrum van NCG klaarstaat
om vragen en zorgen van bewoners te beantwoorden.
Daarnaast moet worden vastgesteld bij welke woningen fouten of onvolkomenheden gevolgen
hebben voor het veiligheidsoordeel. Want ook al geeft het ACVG aan dat deze groep
klein is, moet het wel duidelijk worden bij welke woningen dit aan de orde is. De
eerste indicatie van NCG is dat zij voor ruim 8.000 adressen moeten bekijken of aanvullende
controle nodig is. Dit gebeurt stapsgewijs. Eerst wordt vastgesteld op welke adressen
de specifieke aanbeveling uit het ACVG-advies daadwerkelijk van toepassing is. Daarvoor
wordt een algemene analyse uitgevoerd, bijvoorbeeld naar het effect van aannames in
de berekeningen of wordt bijvoorbeeld gekeken of bij een adres sprake is van een bouwkundig
onderdeel waarop de aanbevelingen zien, zoals een topgevel. Vervolgens wordt voor
die adressen gericht gecontroleerd hoe dit onderdeel in de beoordeling en berekening
is meegenomen. Bewoners hoeven hiervoor zelf niets te doen. Valt een woning onder
de controles en heeft die controle gevolgen voor het veiligheidsoordeel, dan neemt
NCG persoonlijk contact op met de eigenaar.
Daarmee gaat het niet om het opnieuw beoordelen van alle ruim 8.000 adressen, maar
om een gerichte controle op de punten waar het ACVG aandacht voor vraagt. Deze aanpak
moet ervoor zorgen dat de controles zorgvuldig, navolgbaar en zo gericht mogelijk
plaatsvinden. Als de controle daar aanleiding toe geeft, zal NCG herstelacties verrichten.
Hiermee geef ik invulling aan de motie van het lid Bikker c.s.4
Deze controles worden handmatig uitgevoerd en vergen daardoor tijd. Hoeveel tijd kan
ik op dit moment nog niet zeggen. Ik heb NCG gevraagd om hiervoor een uitvoeringsanalyse
te maken. Op deze analyse kom ik na de zomer terug bij uw Kamer.
Spoor 2: Herstel van vertrouwen en verbetering van de uitvoering
Uit de signalen van de regio, maatschappelijke organisaties, bewoners en uw Kamer
maak ik ook op dat het opvolgen van de aanbevelingen van het ACVG op zichzelf niet
voldoende is om het vertrouwen van bewoners te verbeteren. Daarom richt ik mij niet
alleen op de opvolging van de aanbevelingen uit het ACVG-advies gericht op herstel
van vertrouwen, maar op de langere termijn ook op het verhogen van de kwaliteit van
de uitvoering van de versterkingsoperatie als geheel.
Dit betekent dat ik stuur op een betere ervaring van bewoners met de uitvoering en
op de voortvarendheid van de versterking. Bewoners moeten dat merken in bijvoorbeeld
de duidelijkheid van de communicatie met NCG, de manier waarop meldingen worden afgehandeld
en de manier waarop NCG bewoners ondersteunt. NCG heeft hier al een aantal stappen
in gezet. Zo heeft NCG reeds 50 soorten brieven herschreven in begrijpelijkere taal,
is er een proef gestart in Eemsdelta voor het kort-cyclisch meten van de bewonerstevredenheid
en bijsturen en het nazorg-loket wordt verder uitgebouwd om zorgen van bewoners te
adresseren en eventuele opleverpunten op te lossen.
De versterkingsoperatie is gebaat bij rust, stabiliteit en een betrouwbare uitvoering
voor bewoners. Dat betekent niet dat er niets verandert. Zoals hierboven geschetst,
er zijn nadrukkelijk verbeteringen nodig en die worden ook doorgevoerd. Die verbeteringen
moeten vooral gericht zijn op wat bewoners daadwerkelijk merken in hun eigen traject.
Deze benadering sluit aan bij de randvoorwaarde van het ACVG om NCG de tijd te geven
om de aanbevelingen zorgvuldig op te pakken. Ik geef NCG die ruimte, maar verwacht
daarbij wel zichtbare voortgang.
Tegen die achtergrond kies ik niet voor een ingrijpende koerswijziging. De ervaring
leert dat dergelijke wijzigingen vaker wel dan niet leiden tot vertraging, onduidelijkheid
en onzekerheid voor bewoners. Juist daarom kies ik voor stabiliteit in de koers, met
gerichte verbeteringen in de uitvoering.
Wel hebben regiobestuurders (provincie en de vijf versterkingsgemeenten) mij verzocht
om een doorlichting te doen van het uitvoeringssysteem, met daarbij als aandachtspunt
dat de lopende versterkingsoperatie niet mag stilvallen.
Hier ben ik het mee eens, en ga ik oppakken. Deze doorlichting richt zich op de inrichting
en aansturing van de uitvoeringsorganisatie binnen het bredere stelsel van Rijk, regio
en ketenpartners. In deze doorlichting zal het continue aandachtspunt zijn in hoeverre
de bewoner geholpen wordt.
Ik doe dit omdat ik mij ervan bewust ben dat de vaak beloofde verbeteringen nog onvoldoende
zichtbaar zijn voor bewoners. Daarom is het belangrijk om niet alleen vanuit Den Haag
of vanuit NCG te beoordelen welke maatregelen nodig zijn, maar daarbij ook de ervaringen
uit de regio te betrekken.
Samenwerking met de regio
Samenwerking tussen verschillende overheidsorganisaties als één overheid binnen de
Agenda voor Herstel is essentieel voor het aanbrengen van de hierboven genoemde verdere
verbeteringen. Met de Agenda voor Herstel hebben regio en Rijk gezamenlijk uitgesproken
dat herstel in Groningen alleen geloofwaardig kan zijn als bewoners centraal staan
en overheden zichtbaar naast hen staan. Die afspraak is ook richtinggevend voor de
wijze waarop ik de opvolging van het ACVG-advies wil vormgeven en monitoren.
Maatschappelijke organisaties, de provincie en de vijf versterkingsgemeenten hebben
ieder vanuit hun eigen rol zicht op wat bewoners in de praktijk ervaren. Zij beschikken
over kennis en expertise die nodig is om te beoordelen welke verbeteringen nodig zijn
en of verbeteringen daadwerkelijk landen. Hun bijdrage is essentieel en ik wil samen
met hen bezien in hoeverre opvolging van het ACVG-advies en de bredere verbeteringen
op de langere termijn aansluiten bij de behoeften van bewoners. Daarbij staat steeds
de vraag centraal wat bewoners hiervan concreet merken.
Tot slot
De opgave waar we voor staan is groot en voor bewoners telt uiteindelijk niet de analyse
of het plan, maar wat zij daarvan merken in hun dagelijks leven. Daarom blijf ik sturen
op een versterkingsoperatie die voorspelbaar en uitvoerbaar is, en op verbeteringen
die voor bewoners daadwerkelijk merkbaar zijn. Over de voortgang daarvan blijf ik
uw Kamer informeren via de reguliere verantwoordingsmomenten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
BIJLAGEN
Volgnummer
Naam
Classificatie
1
Advies Beoordeeld, maar vertrouwen onder druk
Indieners
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties