Brief regering : Reactie op twee verzoeken over het onderwerp digitale inclusie
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Nr. 1534
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN VAN BINNENLANDSE
ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 juni 2026
De vaste Kamercommissie voor Digitale Zaken heeft op 21 januari 2026 verzocht om informatie
over de beleidsdoelen op het gebied van digitale vaardigheden en actuele informatie
over het aantal Nederlanders dat nu niet digitaal vaardig is. Uw verzoek was deze
beantwoording voorafgaand aan het wetgevingsoverleg over de ontwerpbegrotingen van
2 maart jl. te ontvangen. Vanwege de kabinetswissel kort voorafgaand aan het wetgevingsoverleg
is het niet gelukt om aan dit verzoek te voldoen.
Aanvullend heeft uw commissie op 11 juni een rondetafelgesprek gehad over het onderwerp
digitale inclusie. Tijdens de procedurevergadering van 18 juni 2026 is door de commissie
het verzoek gedaan om een (beknopte) reactie van het kabinet op de position papers
van de deelnemers aan het rondetafelgesprek, voorafgaand aan het commissiedebat Digitale
Inclusie van 24 juni 2026.
In onderstaande brief ontvangt u een reactie op beide verzoeken. Om de snelheid van
beantwoording te bespoedigen is voor de opzet van deze brief gebruik gemaakt van kunstmatige
intelligentie.1 De teksten zijn hierna door een mens gecontroleerd en geverifieerd.
1. Verzoek om informatie over digitale vaardigheid
In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Digitale Zaken van 21 januari
2026 heeft uw commissie verzocht om informatie over:
1. Een beschrijving van welke beleidsdoelen er gelden op het gebied van digitale vaardigheden
en het bevorderen van educatie over zaken doen met de digitale overheid.
In de Kamerbrief over de versterking basisvaardigheden volwassenen vanaf 2025 die
op 11 juli 2025 door de voormalig Staatssecretaris van OCW met de Kamer is gedeeld
is aangegeven dat Nederlanders met goede taal-, reken- en digitale vaardigheden zich
in het dagelijkse leven beter kunnen redden.2 Bijvoorbeeld in de supermarkt, het ziekenhuis of het gemeentehuis. Betere basisvaardigheden
helpen ook bij het beter begrijpen van overheidscommunicatie en het vinden van hulp
bij de gemeente. Uit het onlangs verschenen internationaal vergelijkende PIAAC (Programme
for the International Assessment of Adult Competencies)-onderzoek blijkt dat Nederland
het op het gebied van basisvaardigheden van volwassenen goed doet.3 Nederland staat met gemiddelde scores in de top 5. Onze taalvaardigheid is over de
afgelopen jaren stabiel hoog gebleven en onze rekenvaardigheid is zelfs verbeterd.
Tegelijkertijd is er een te grote groep mensen die de basisvaardigheden niet voldoende
beheerst. Er zijn 3 miljoen Nederlanders tussen de 16 en 75 jaar met beperkte taal-,
reken-, en/of digitale vaardigheden.4 Voor deze groep is het lastig om te navigeren in een steeds complexere maatschappij.
De opgave om dit te verbeteren blijft daarom onverminderd groot.
In de hiervoor genoemde brief staat beschreven welke beleidsdoelen er gelden op het
gebied van digitale basisvaardigheden. Het kabinet onderschrijft in den brede het
belang van goede digitale vaardigheden. Zowel om onze welvaart te vergroten en maatschappelijke
opgaven op te lossen, als om economisch weerbaar te zijn in een veranderende wereld.
In de op korte termijn te verschijnen kabinetsreactie op het SER-advies «AI en werk»
zal verder worden ingegaan op dit thema.5
In reactie op recente vragen van de V-100 over AI en de impact op toekomstige generaties
zijn enkele voorbeelden geschetst hoe burgers beter meegenomen kunnen worden bij het
versterken van digitale vaardigheden en digitaal burgerschap.6 Via de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, programma’s als DIGCOM 2.0 en «Samen Bruggen
Bouwen», en onderzoeken zoals de DigiQ2.0-monitor en «Grip op Digitaal Burgerschap»,
wordt inzicht verkregen in de benodigde vaardigheden en de ondersteuning die verschillende
groepen nodig hebben. Daarnaast investeert het kabinet in Leven Lang Ontwikkelen,
zodat werkenden kunnen blijven aansluiten bij technologische ontwikkelingen en de
kansen van AI kunnen benutten.
Daarnaast wordt door het kabinet gewerkt aan toegankelijkere en mensgerichte (digitale)
dienstverlening. Hierover informeren wij u vanuit BZK en EZK met enige regelmaat via
Kamerbrieven en tijdens (commissie)vergaderingen. Iedereen in onze samenleving moet
kans op een betekenisvol leven hebben. Digitalisering kan daaraan bijdragen, maar
ook voor belemmeringen zorgen. Het is zoeken naar een balans tussen digitale en menselijke
verbinding. Dit geldt ook voor publieke dienstverlening. Het kabinet staat ervoor
dat de publieke dienstverlening via zowel fysieke als digitale kanalen beter aansluit
bij de context en leefwereld van mensen. Mensen moeten op goede en rechtvaardige publieke
dienstverlening kunnen vertrouwen, zonder dat ze daarom hoeven te vragen. Dit vraagt
om andere manieren van denken en een andere houding vanuit de overheid om zo tot nieuwe
oplossingen te komen.
Via het netwerk Direct Duidelijk, georganiseerd door BZK binnen Gebruiker Centraal,
is aandacht voor begrijpelijke overheidscommunicatie voor iedereen. Dit staat ook
beschreven in de hiervoor genoemde Kamerbrief van de Staatssecretaris van OCW. Mensen
met beperkte basisvaardigheden worden bijvoorbeeld meegenomen in de (ontwikkeling
van) voorbeelden, hulpmiddelen en activiteiten die vervolgens breed worden gedeeld
onder overheidsorganisaties.
In beide voorbeelden gaat het dus over veranderingen in de dienstverlenging bij de
overheid en minder over het vaardiger maken van Nederlanders waar het Ministerie van
OCW aan werkt.
2. Actuele informatie over hoeveel Nederlanders nu niet digitaal vaardig zijn.
In maart 2026 heeft het CBS de laatste cijfers over digitale basisvaardigheden gepubliceerd7. 84 procent van de Nederlanders van 12 jaar en ouder beschikt over tenminste digitale
basisvaardigheden. Daarmee is Nederland koploper in Europa. Het eerder genoemde PIAAC-onderzoek
naar vaardigheden van volwassenen van eind 2024 heeft niet het niveau van digitale
basisvaardigheden onderzocht, maar wel de mate van toepassing in het dagelijks leven.
PIAAC laat zien dat vrijwel alle volwassenen digitale apparaten en toepassingen benutten.
Minder dan 1 procent heeft nog nooit een laptop, tablet of smartphone gebruikt.
3. Een overzicht van acties en subsidies die momenteel vanuit alle betrokken ministeries
lopen die bijdragen aan deze beleidsdoelen.
Er bestaat geen uitputtend overzicht van de totale beleidsinzet vanuit de rijksoverheid.
Digitale vaardigheden komen binnen veel beleidsterreinen terug en departementen ondernemen
daar vanuit hun eigen verantwoordelijkheden actie op. In de strategische brief over
digitalisering, die de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit na het
zomerreces zal versturen, wordt verder invulling gegeven aan de beleidsinzet op het
onderwerp digitale inclusie, waaronder ook het versterken van digitale vaardigheden.
2. Verzoek om reactie op position papers rondetafelgesprek digitale inclusie
Gezien de korte tijdspanne van uw verzoek was het niet mogelijk om op de iedere position
paper individueel te reageren. Wel hebben we een aantal rode lijnen in de verschillende
papers geïdentificeerd en zullen we hierop reageren.
De snelle digitalisering van de samenleving biedt veel kansen, maar brengt ook nieuwe
risico’s met zich mee. Steeds meer zaken worden digitaal geregeld en technologische
ontwikkelingen, zoals de inzet van kunstmatige intelligentie, volgen elkaar in hoog
tempo op. Voor mensen die moeite hebben om deze ontwikkelingen bij te houden, neemt
het risico op uitsluiting, desinformatie, online fraude en andere vormen van misbruik
toe.
Het kabinet vindt het belangrijk dat iedereen veilig en volwaardig kan deelnemen aan
de (digitale) samenleving. Daarom zet het kabinet in op het bevorderen van digitale
inclusie, onder meer door het versterken van digitale vaardigheden en het bevorderen
van toegankelijke dienstverlening en persoonlijk contact voor burgers die hierom vragen.
Daarbij wordt samengewerkt met maatschappelijke organisaties, bibliotheken, gemeenten
en andere partners.
Hieronder volgt een korte reactie op vijf thema’s.
Interdepartementale samenhang en coördinatie
In verschillende position papers wordt gewezen op het belang van meer samenhang en
de coördinerende rol bij de aanpak van digitale inclusie. Deze oproep sluit aan bij
de inzet uit de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren, waarin digitale inclusie
wordt benaderd als een brede maatschappelijke opgave die vele beleidsterreinen raakt.8 Sinds kort ligt de coördinerende rol op digitalisering, waaronder digitale inclusie,
bij het Ministerie van EZK. Gelet op de rol voor (mede)overheden in de realisatie
van deze beleidsdoelstellingen is ook het Ministerie van BZK sterk betrokken. Het
kabinet benadrukt het belang van een integrale aanpak, zodat iedereen veilig en volwaardig
kan deelnemen aan de digitale samenleving. In de strategische brief over digitalisering,
die de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit na het zomerreces zal
versturen, wordt hier verder invulling aan gegeven.
Toegankelijkheid overheidscommunicatie, waaronder overheidswebsites
Het kabinet vindt dat overheidswebsites toegankelijk moeten zijn. Dit is de reden
dat overheidswebsites- en apps moeten voldoen aan de wettelijke eisen zoals die in
de Wet digitale overheid staan. Hiervoor moeten websites en -apps een toegankelijkheidsstatus
A t/m C krijgen. Met status A voldoet een website aan alle toegankelijkheidseisen.
Met status B voldoet een website nog niet aan alle 50 toegankelijkheidseisen. De status
C geeft aan dat binnen een half jaar een onderzoek wordt gestart om te komen tot een
toegankelijkheidsverklaring. Van de huidige websites en apps voldoet inmiddels 62%
aan deze wettelijke verplichting en 9% heeft status A.9
Ter ondersteuning ontwikkelen we met het NL Design System (NLDS) bouwblokken voor
toegankelijke websites. Deelnemers aan de community komen onder andere vanuit de rijksoverheid,
uitvoeringsorganisaties en gemeentes.
Vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden overheidsorganisaties,
gemeenten, provincies en waterschappen gestimuleerd om in al hun uitingen begrijpelijke
taal te gebruiken. Onder andere via het netwerk Gebruiker Centraal en het project
Duidelijke Overheidscommunicatie worden overheidsbreed kennis, instrumenten en een
netwerk van experts beschikbaar gesteld die helpen om overheidsdienstverlening begrijpelijke
en gebruikersvriendelijker te maken.
Overheidsdienstverlening
Het kabinet werkt aan het realiseren van een uitstekende (digitale) dienstverlening.
In lijn met de ambitie van een slagvaardige overheid sluit deze dienstverlening aan
bij de behoefte van inwoners en ondernemers. Daarom wordt beleid, dienstverlening
en uitvoering samen met burgers en ondernemers ontwikkeld en verbeterd.
Het kabinet zet in op de bestendiging en de realisatie van lokale plekken waar mensen
overheidsbreed worden geholpen. Dit gaat om plekken waar laagdrempelige ondersteuning
bij regelzaken met de overheid wordt geboden, zoals bijvoorbeeld bij de Informatiepunten
Digitale Overheid (IDO), maar ook om overheidsbrede loketten waarbij een professional
een aanvraag daadwerkelijk in gang kan zetten. Ook wordt ingezet op proactieve dienstverlening:
waar het kan en mag hoeven burgers en ondernemers zich niet te melden bij de overheid,
maar meldt de overheid zich bij hen.
Tot slot wordt gewerkt aan overheidsbreed signaalmanagement, zodat signalen van burgers
en ondernemers op de juiste plek binnen de overheid terechtkomen en kunnen worden
gebruikt voor de verbetering van dienstverlening.
Financiering IDO’s
Het kabinet heeft de eerder doorgevoerde 10% budgetkorting gecompenseerd in de 1e
suppletoire begroting van 2026. Deze middelen zijn toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering
(DU) overheidsbrede dienstverlening.
AI-systemen
Het kabinet deelt de bevindingen uit de position papers, die benadrukken dat AI-systemen
transparant, begrijpelijk en controleerbaar moeten zijn, met aandacht voor risico's
op uitsluiting en de noodzaak van menselijke tussenkomst bij ingrijpende besluiten.
Conform de Europese AI-verordening is toegankelijkheid een expliciete compliance-eis
voor hoog risico AI-systemen. Aanbieders van dergelijke systemen moeten ervoor zorgen
dat deze voor gebruik voldoen aan de toepasselijke Europese regels voor toegankelijkheid.
Daarmee moet toegankelijkheid al in het ontwerp en de ontwikkeling van hoog risico
AI-systemen worden meegenomen, zodat deze ook bruikbaar zijn voor mensen met een beperking.
Bij hoog risico AI-systemen zijn gebruikers bij publieke organisaties, zoals overheden,
daarnaast in veel gevallen verplicht om een Fundamental Rights Impact Assessment (FRIA)
uit te voeren. Deze beoordeling houdt rekening met de mogelijke impact van de inzet
van het AI-systeem op fundamentele rechten. Ook moeten hoog risico AI-systemen vooraf
voldoen aan een reeks vereisten, waaronder menselijk toezicht, datakwaliteit en het
mitigeren van bias. Daarbij werkt het kabinet momenteel aan het inrichten van het
toezicht op de AI-verordening, waarvan toezicht op hoog risico AI-systemen een belangrijk
onderdeel uitmaakt.10 Op deze verplichtingen kan namelijk ook toezicht worden gehouden door de aangewezen
markttoezichtautoriteiten.
Betaalbaarheid van het internet
In enkele position papers wordt gewezen op het vraagstuk rond de betaalbaarheid van
internet. Voor de reactie op dit thema wordt u verwezen naar de door de voormalig
Minister van Economische Zaken gestuurde brief van 1 september 202511 en de verzamelbrief digitalisering van 18 december 202512.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
W.J.M. Aerdts
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties