Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake Maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies
2026D30615 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over het maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies1.
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Heller
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief over het maximumaantal
kinderen per spermadonor volgens het CBO. Zij onderschrijven dat het van belang is
dat hierover helderheid bestaat voor alle direct betrokkenen. Zij hebben op dit moment
geen vragen over de brief.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister aangaande
het CBO-advies. Zij hebben hier een paar vragen over.
De leden van de VVD-fractie lezen dat Medisch Centrum Kinderwens (MCK) het uitgangspunt
hanteerde dat met het zaad van één donor 25 donorgezinnen tot stand kunnen komen,
in plaats van 25 donorkinderen verdeeld over verschillende gezinnen. Kan de Minister
aangeven in welke mate zij van mening is dat er enige onduidelijkheid mogelijk was
over de interpretatie van de maximaal aangeraden hoeveelheid kinderen? Hiernaast gaf
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) namelijk aan dat zij van mening is zelf
in de handhaving tekort geschoten te zijn. Denkt de Minister dat de IGJ in de toekomst
deze rol voldoende kan en zal pakken?
De leden van de VVD-fractie begrijpen hiernaast dat er meer zorgen zijn over de status
van de richtlijn en de handhaving daarvan vanuit de overheid. De afgelopen jaren zijn
meerdere misstanden aan het licht gekomen, waarbij het maximumaantal van 25 kinderen
per donor is overschreden. Denkt de Minister dat er nu voldoende duidelijkheid is
in het veld over de te hanteren norm? Heeft de IGJ voldoende handvatten om naleving
hiervan effectief te kunnen controleren? Kan de Minister voldoende borgen dat vrouwen
die donorsperma gebruiken er nu op gerust kunnen zijn dat het sperma gebruikt wordt
dat zij verwachten? Zo ja, hoe is zij dat van plan? Zo nee, waarom niet? Deze leden
stellen het op prijs als de Minister in haar antwoord ook in het bijzonder aandacht
voor het gebruik van buitenlands sperma kan meenemen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsbrief over het maximumaantal
kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies. Zij hebben hier nog enkele vragen
over.
De leden van de PRO-fractie zouden allereerst willen benadrukken dat het zeer belangrijk
is dat er helderheid wordt geboden aan donorkinderen, ouders en donoren. Zij zijn
daarom ook blij dat de motie-Vliegenthart2 over onafhankelijk onderzoek naar misstanden bij donorconceptie met een grote meerderheid
is aangenomen. Kan nader toegelicht worden wat momenteel de stand van zaken is van
de uitvoering van de motie? Kan tevens een tijdspad geschetst worden voor de uitvoering?
Welke concrete stappen zijn al gezet sinds het aannemen van de motie?
De leden van de PRO-fractie lezen dat sinds de totstandkoming van het CBO-advies het
Ministerie van VWS, de IGJ en andere partijen verschillende benamingen hebben gegeven
aan het CBO-advies, zoals norm, advies richtlijn of professionele standaard. Zou nader
toegelicht kunnen worden waardoor deze verschillende benamingen en interpretaties
hebben kunnen ontstaan? Welke lessen heeft de Minister hieruit getrokken?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de Minister expliciet stelt dat het CBO-advies
gezien moet worden als een gezaghebbend en breed gedragen document. Welke concrete
gevolgen heeft deze nadere duiding van het CBO-advies voor lopende en toekomstige
onderzoeken naar overtredingen en overschrijdingen uit het verleden? Kan tevens nader
toegelicht worden op basis van welke analyse destijds werd geconcludeerd dat er geen
sprake was van een beroepsrichtlijn en hoe rijmt dat het de feitelijke betekenis van
het CBO-advies binnen de beroepspraktijk in het verleden? Welke mogelijkheden ziet
de Minister om de groep donorkinderen die geconfronteerd zijn met overschrijdingen
van de destijds geldende norm tegemoet te komen, bijvoorbeeld op het gebied van informatievoorziening,
ondersteuning of erkenning?
De leden van de PRO-fractie lezen daarnaast dat het CBO-advies enige ruimte liet voor
afwijking van het maximum van 25 kinderen per donor. Welke voorwaarden golden hiervoor
precies? Kan bevestigd worden dat een beroep op deze afwijkingsmogelijkheid alleen
mogelijk was als er sprake was van een expliciete, transparante en gedocumenteerde
afweging, inclusief toestemming van de betrokken donor en wensouder(s)?
De leden van de PRO-fractie constateren dat de discussie omtrent het CBO-advies uiteraard
raakt aan een bredere discussie omtrent misstanden bij donorconceptie. Op welke concrete
wijze wordt het huidige wettelijke maximum van twaalf kinderen bewaakt, gelet op de
praktijk waarin steeds vaker gebruik wordt gemaakt van internationale (commerciële)
donorbanken? Welke mogelijkheden ziet de Minister om het toezicht op internationale
donorstromen verder te versterken? Erkent de Minister de noodzaak voor onafhankelijke
Nederlandse donorbanken, ook juist zodat wensouders en regenbooggezinnen voldoende
aanbod kunnen vinden binnen Nederland? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete
maatregelen zou zij willen nemen om dit te stimuleren?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van het kabinet over
het maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies. Deze leden hebben
hierover nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie constateren dat het kabinet blijkens deze brief nu spreekt
over een «gezaghebbend en breed gedragen document dat binnen de beroepsgroep richting
gaf aan het handelen van zorgverleners» en een «gezaghebbende bron voor wat gezien
moest worden als de gangbare en breed gedragen beroepspraktijk». Deze leden vinden
het goed dat de Minister uitspreekt dat het CBO-document een gewichtige status had,
maar voor deze leden zijn zowel de betekenis als de consequenties van deze duiding
niet zonder meer duidelijk. Betekent dit dat het CBO-document nu wel of niet bindend
was voor klinieken en zorgverleners? Deze leden vragen of de Minister dit nader wil
toelichten, en met name wat hiervan de consequenties (met terugwerkende kracht) zijn
zowel voor donorkinderen en ouders als voor klinieken en massadonoren. Ook vragen
deze leden of de Minister specifiek wil ingaan op de juridische consequenties van
deze conclusie, zowel in strafrechtelijke zin als in civielrechtelijke zin en tuchtrechtelijke
zin. In hoeverre maakt deze conclusie het verantwoordelijk houden van klinieken of
massadonoren voor overschrijdingen, die de Minister zelf ook ongewenst noemt, moeilijker?
Verder vragen deze leden de Minister hoe met deze conclusie met terugwerkende kracht
gekeken moet worden naar het handelen van de IGJ.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben de brief van het kabinet over het maximumaantal
kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies gelezen en zij hebben daarover vooralsnog
geen vragen of opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de zienswijze van
het kabinet op het CBO-advies.
De leden van de SGP-fractie vinden het terecht dat de Minister erkent dat het CBO-advies,
ongeacht hoe het precies is omschreven, moet worden gezien als een gezaghebbend en
breed gedragen document, dat destijds binnen de beroepsgroep richting gaf aan het
handelen van zorgverleners. Zij vragen de Minister om een nadere toelichting hoe het
kon gebeuren dat de gewraakte voetnoot in de oorspronkelijke Kamerbrief werd opgenomen.
De leden van de SGP-fractie constateren dat ook de IGJ het CBO-advies – ongeacht hoe
het rapport is omschreven – daarom altijd heeft gehanteerd als een door de beroepsgroep
breed gedragen gangbare praktijk als basis voor haar toezicht op kwalitatieve zorg.
De IGJ hield tot 2018 toezicht op het voldoen aan de gangbare praktijk van maximaal
25 kinderen per donor volgens het CBO-advies.
Dat er desondanks toch de nodige overschrijdingen hebben plaatsvonden en dat de IGJ
dit niet heeft opgemerkt en/of hier niet op heeft ingegrepen, roept bij de leden van
de SGP-fractie de nodige vragen op. Zij juichen het dan ook toe dat er een breed,
onafhankelijk onderzoek komt naar de misstanden in de fertiliteitszorg.
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister verder of de IGJ zelf ook reflecteert
op haar eigen toezichtspraktijk tot 2018.
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van de Kamerbrief over het
maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies. Deze leden maken van
de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben diverse keren met ontzetting kennisgenomen
van de onwenselijke overschrijding van het destijds geldende maximumaantal kinderen
per spermadonor. Deze leden achten het meer dan terecht dat ook het kabinet deze gang
van zaken betreurt.
De leden van de ChristenUnie-fractie zien echter dat deze onwenselijke overschrijdingen
niet alleen een praktijk was in de jaren ’90 maar ook zeer recent nog plaatsvonden,
met als meest recente voorbeeld de MCK-kliniek in Leiderdorp. De leden van de ChristenUnie-fractie
hebben samen met de leden van de SGP-fractie via schriftelijke vragen gevraagd naar
de handelwijze van deze kliniek. Het rapport van de IGJ is inmiddels gepubliceerd.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister om een uitgebreide kabinetsreactie
te sturen op het inspectierapport en de gestelde vragen van de ChristenUnie- en SGP-fractie
mee te nemen in de kabinetsreactie.
De hoofdconclusie van het IGJ-rapport is hard: het Medisch Centrum Kinderwens handelde
vanaf 2006 tot 2018 niet conform de gangbare praktijk, c.q. het CBO-advies. De leden
van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister uitgebreid te reflecteren op het feit
dat de kliniek de regels aan haar laars lapte en bewust beleid voerde dat massadonatie
tot gevolg had. Aanvullend vragen deze leden hoe deze jarenlange handelwijze pas recent
aan het licht is gekomen en het reguliere toezicht hier dus jarenlang niet adequaat
tegen heeft kunnen optreden. Hoe reflecteert de Minister hierop? Is er informatie
beschikbaar over hoeveel kinderen er in deze tijd zijn verwerkt en hoeveel kinderen
nu als gevolg van massadonatie worden geconfronteerd met een grote hoeveelheid halfbroers-
en zussen? Kan de Minister garanderen dat alle fertiliteitsklinieken zich nu volledig
houden aan de geldende wet- en regelgeving? Heeft de Minister signalen dat ook bij
andere klinieken misstanden zijn (geweest) met risico op massadonatie?
Voorts vragen de leden van de ChristenUnie-fractie hoe de Minister de huidige nazorg
voor donorkinderen, ouders en overige betrokkenen die zijn geraakt door de geconstateerde
misstanden beoordeelt. Welke vormen van psychosociale ondersteuning, begeleiding en
informatievoorziening zijn momenteel beschikbaar voor betrokkenen en acht de Minister
dit toereikend?
Sinds 2018 geldt het Landelijk standpunt spermadonatie van de Nederlandse Vereniging
Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en de Vereniging voor Klinische Embryologie (KLEM),
waarin niet langer wordt uitgegaan van maximaal 25 kinderen (CBO-advies), maar maximaal
twaalf gezinnen per donor. Deze richtlijn is daarna wettelijk vastgelegd. De leden
van de ChristenUnie-fractie vragen of er informatie beschikbaar is of sinds deze wijziging
de hoeveelheid kinderen per spermadonor onder de streep is toegenomen en boven het
aantal van 25 uitkomt.
In de brief van de Minister lezen de leden van de ChristenUnie-fractie dat het CBO-advies
als gezaghebbend en breed gedragen document gold, op basis waarvan het IGJ ook toezicht
hield op de vruchtbaarheidsklinieken en artsen. Deze leden vragen de Minister of het
IGJ op basis van het CBO-advies in het verleden handhavend heeft opgetreden richting
klinieken en/of individuele artsen. Hoeveel (tucht)maatregelen heeft de IGJ sinds
het CBO-advies opgelegd?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister wanneer zij signalen ontving
c.q. op de hoogte kwam van de misstanden bij het Medisch Centrum Kinderwens en/of
andere klinieken, hoe het ministerie hierop heeft geacteerd en welke maatregelen het
ministerie heeft getroffen om uit te sluiten dat alle gevallen van massadonatie nu
bekend zijn.
De leden van de ChristenUnie-fractie zien het gebruik van buitenlands donorsperma
als zeer onwenselijk. Andere landen hebben (onterecht) minder stringente wet- en regelgeving
rond het maximum aantal kinderen per donor en stellen lagere eisen voor kinderen om
hun donorouder te kunnen kennen. Bovendien is het risico op massadonaties groot. Dat
is onwenselijk vanuit het oogpunt van het risico op inteelt, maar massadonaties hebben
ook gevolgen voor de geestelijke gezondheid van donorkinderen. Het hebben van honderden
halfbroers of -zussen kan worden ervaren als pijnlijke last. Sinds de inwerkingtreding
van de wijziging van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting op 1 april 2025
zien de leden van de ChristenUnie-fractie vooral een risico op massadonatie als er
gebruik gemaakt wordt van buitenlands donorsperma. Het aantal behandelingen met buitenlands
donorsperma ligt momenteel op ongeveer 65 procent3. Dit in overweging nemende, acht de Minister de huidige wet- en regelgeving voldoende
om massadonoren tegen te gaan? Zo ja, waarom? Zo nee, welke stappen gaat de Minister
zetten om deze misstanden en massadonaties te voorkomen? Aanvullend vragen deze leden
naar welk percentage binnenlands/buitenlandse donorsperma wordt gestreefd.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister om uiteen te zetten hoe wordt
gecontroleerd dat via buitenlandse donoren het aantal kinderen/gezinnen niet boven
het in Nederland geldende maximum uitkomt. Welke maatregelen ziet de Minister als
zijnde noodzakelijk om internationale massadonoren te voorkomen?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister naar de inzet van het kabinet
in de Europese Unie om (tenminste) de eisen in andere lidstaten op eenzelfde niveau
te krijgen als het Nederlandse niveau.
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M. Heller, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.