Brief regering : Stand van zaken controle en handhaving (zee)visserij
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
Nr. 1814
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 juni 2026
Met deze brief informeer ik de Tweede Kamer over de ontwikkelingen rondom controle
en handhaving in de visserijsector en geef ik invulling aan de toezegging die ik in
het Commissiedebat over de Landbouw- en Visserijraad van 25 maart 2026 heb gedaan
aan het lid Kostić (PvdD). Daarnaast informeer ik de Tweede Kamer over de uitvoering
van de motie van het lid Boomsma (JA21) (Kamerstuk 21 501–32, nr. 1752) over de aanwijzing van aanlandhavens.
Visserijbeleid is een van de exclusieve competenties van de Europese Unie (EU), waarbij
wet- en regelgeving grotendeels op Europees niveau wordt vastgesteld. Het Gemeenschappelijk
Visserij Beleid (GVB) is hierbij leidend. De doelstellingen van het GVB moeten waarborgen
dat de visserij- en aquacultuuractiviteiten op de lange termijn duurzaam zijn en worden
beheerd op een manier die in overeenstemming is met de realisatie van doelen op ecologisch,
economisch en sociaal gebied. Kernpijlers zoals het systeem van vangstquota en de
aanlandplicht moeten een gezonde visstand waarborgen en verspilling van mariene eiwitbronnen
tegengaan. Een effectief en efficiënt systeem van controle en handhaving is noodzakelijk
om de randvoorwaarden te waarborgen, de naleving van de regels van het GVB te garanderen
en het gelijke speelveld tussen vissers te bewaken.
Ook de controlemaatregelen voor de visserij worden grotendeels op Europees niveau
bepaald en zijn vastgelegd in onder andere de controleverordening (Verordening (EG)
nr. 1224/2009) en de verordening tegen illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij
(Verordening (EG) nr. 1005/2008; IUU-verordening). Nederland heeft hierbij de plicht
om deze Europese regelgeving te implementeren en te handhaven. Mijn inzet is hier
ook op gericht. Daarbij hecht ik waarde aan de risicogebaseerde en datagestuurde aanpak
zoals is beschreven in het GVB. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
treedt hierbij op als bevoegde controleautoriteit en houdt toezicht op de gehele visketen
middels risicogebaseerde administratieve en fysieke inspecties. Hierbij is een nauwe
samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) die het merendeel
van de verzamelde data, zoals de vangstregistratie van vissers, beheert. Ik zet mij
in om het systeem van controle en handhaving nu en in de toekomst verder te versterken.
Deze inzet heeft de afgelopen jaren al geresulteerd in een uitbreiding van de inspectiecapaciteit
bij de NVWA en meer recent tot het afsluiten van de ingebrekestelling op het toezicht
op de weging, registratie en traceerbaarheid van visserijproducten. Daarover heb ik
de Tweede Kamer in mei 2026 geïnformeerd (Kamerstukken 21 501–32, nr. 1809).
Nalevingsbeeld visserijsector
Het niet naleven van de visserijregelgeving kan risico’s vormen voor natuur, milieu
en de duurzame visserij. Hoewel de grootste groep visserijondernemers zich aan de
wet- en regelgeving houdt, constateert de NVWA ook dat sommige ondernemers doelbewust
de wet overtreden, veelal voor economisch gewin. Overtredingen worden veelal begaan
door slechte registratie van discards en een matige administratieve discipline in
combinatie met hoge administratieve lasten en complexe (Europese) wet- en regelgeving.
De risico gebaseerde aanpak van de NVWA is erop gericht om deze excessen te voorkomen
en handhavend op te treden waar dat nodig is. Hierbij brengt met name het fysieke
toezicht op zee en het toezicht op de vangstregistratie uitdagingen met zich mee.
De huidige praktijk leidt hierbij niet tot overbevissing omdat er in de vangstadviezen
rekening wordt gehouden met geregistreerde en ongeregistreerde discards.
De herziening van de controleverordening die in het najaar van 2023 is vastgesteld,
heeft tot doel het systeem van controle en handhaving nu en in de toekomst effectief
te houden door onder andere nieuwe en innovatieve vormen van toezicht te ontwikkelen.
Samen met RVO en de NVWA zet ik mij in om deze processen binnen de Europese kaders
te vereenvoudigen en wordt tegelijkertijd het belang van een kloppende en tijdige
indiening van de administratie voor een duurzaam bestandsbeheer benadrukt.
Verbetering uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid
Waar maatregelen niet bijdragen aan de beoogde beleidsdoelstellingen en niet werken
in de praktijk, zoals bijvoorbeeld de aanlandplicht, is herziening noodzakelijk. Ik
zet mij in Brussel actief in om deze te herzien ter verbetering van de uitvoerbaarheid
en handhaafbaarheid. Zoals ik de Tweede Kamer recent heb laten weten zet ik mij in
om bestaande wet- en regelgeving over visserij te vereenvoudigen en administratieve
lasten te verlichten zonder daarbij de ambities van het GVB te versoepelen (Kamerstuk
21 501–32, nr. 1810). De doelstelling van het kabinet sluit aan bij de ambitie van de Europese Commissie
(EC) die bestaande administratieve lasten voor de visserijsector met minimaal 25%
wil verminderen.
De implementatie van controlemaatregelen heeft een grote impact op de dagelijkse praktijk
van zowel vissers als controlediensten. Zowel de uitvoerbaarheid als handhaafbaarheid
is op het huidige moment vaak gecompliceerd. Daarom moet er bij controlemaatregelen
goed gekeken worden welke gegevens nodig zijn voor effectieve en efficiënte handhaving
en niet enkel naar de technische mogelijkheden om gegevens te genereren. Uitvoerbare
en proportionele wet- en regelgeving kan bijdragen aan het draagvlak voor maatregelen
en de naleefbereidheid vergroten.
Implementatie vanaf 2026: herziene controleverordening en herziene IUU-verordening
Zoals mijn ambtsvoorganger eerder aan de Tweede Kamer heeft aangegeven trad het eerste
grote pakket herzieningen van de controleverordening en IUU-verordening gefaseerd
op 10 januari 2026 in werking (Kamerstuk 21 501–32, nr. 1672). De wijzigingen zien vooral op aanvullende eisen voor en een volledige digitalisering
van bestaande controlemaatregelen. Het betreft onder andere de verplichting op het
elektronisch logboek, het elektronisch vervoersbewijs, digitale doorgifte van traceerbaarheidsinformatie
in de keten en de introductie van het digitale vangstdocument bij de import en export
van visserijproducten met derde landen (IT-CATCH). Digitalisering en uniformering
van deze controlemaatregelen zorgen voor een verdere versterking van het Europees
speelveld tussen de lidstaten en de verdere verduurzaming van de Europese visserijsector.
Vangstregistratie
Voor recreatieve vissers in de zee- en kustwateren geldt sinds 10 januari 2026 vanuit
de herziene Controleverordening een Europese registratieplicht voor vangsten van een
beperkt aantal soorten middels een mobiele applicatie (RecFish). De benodigde applicatie
vanuit de EC is sinds 2 februari 2026 beschikbaar in Nederland. Over de verplichting
tot registratie en het gebruik van de applicatie heeft in afstemming met de SportvisUnie
in de eerste maanden van dit jaar gerichte communicatie naar de doelgroep plaatsgevonden.
De NVWA voert ten algemene risicogebaseerd toezicht uit, waarbij meer nadruk ligt
op de hoog-risicogroepen.
Vanaf 10 januari 2026 is het verplicht om vangsten te registreren in het elektronisch
logboek. Aanvullend moeten de vangsten per trek geregistreerd worden en ook vangsten
onder de 50 kg worden gerapporteerd. Een deel van deze verplichtingen zullen in 2028
worden uitgebreid naar de vaartuigen met een lengte kleiner dan 12 meter. Deze aanvullende
eisen geven nog meer inzichten in de gedane vangsten wat bijdraagt aan een betere
inschatting van de grootte van de visbestanden. Ook de borging van deze vangstgegevens
in de gehele keten wordt verder verbeterd met het elektronisch vervoersbewijs, de
digitale traceerbaarheidssystemen en de digitale vangstdocumenten bij import en export
van visserijproducten van en naar derde landen.
Traceerbaarheid en IT-CATCH
De uitwerking van aanvullende regelgeving voor de traceerbaarheidsvereisten heeft
vertraging opgelopen. Hierdoor is volledige implementatie nog niet mogelijk. Ook de
Europese ICT-systemen, zoals het IT-CATCH systeem en een specifieke inspectiemodule
voor RecFish, werken tot op heden niet optimaal waardoor volledige implementatie is
vertraagd. Dit leidt tot veel lasten bij zowel de controlediensten als de visserijondernemers.
Voor de implementatie is duidelijkheid nodig over de uitwerking van de controlemaatregelen
in Europese gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. Het Ministerie van
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), de NVWA en RVO werken met de
visserijsector en andere stakeholders samen aan een goede en werkbare implementatie.
Hierbij wordt in de overgangsperiode pragmatisch omgegaan met de handhaving. Ik blijf
mij ondertussen inzetten om knelpunten met de EC te delen en tot werkbare Europese
oplossingen te komen voor de Nederlandse situatie.
Implementatie vanaf 2028: wegen, cameratoezicht en motorvermogen
Gelijktijdig aan de implementatie van het pakket van 2026 wordt aan de maatregelen
gewerkt die per 10 januari 2027 en 10 januari 2028 verplicht worden gesteld, zoals
nieuwe voorschriften bij de weging van visserijproducten, cameratoezicht aan boord
(REM/CCTV) en de continumeting van het motorvermogen. Bij het opstellen van deze wet-
en regelgeving zet ik mij in voor uitvoerbare, handhaafbare en proportionele regels
die zoveel mogelijk aansluiten bij de Nederlandse situatie.
Wegen
De inhoudelijke Europese onderhandelingen over de uitvoeringsverordening voor het
wegen van visserijproducten zijn op dit moment nagenoeg afgerond. Op dit moment lijken
de voor Nederland belangrijkste punten bereikt, zoals werkbare steekproefmethoden,
beheersbare inspectiebenchmarks en mogelijkheden voor een wetenschappelijke onderbouwing
voor de reductie van water en ijs. De flexibiliteit zal op sommige plekken gepaard
gaan met aanvullende controlemaatregelen zoals de inzet van cameratoezicht in de weegfaciliteit.
Op basis van de definitieve versie van de EC, die op dit moment nog niet beschikbaar
is, zal ik de positie van Nederland bepalen.
Wat betreft de weging van visserijproducten zijn in de afgelopen periode gesprekken
gevoerd met de visserijsector, afslagen en visverwerkende bedrijven over de reductie
van aanhangend water en ijs bij de officiële weging bij aanlanding van vis. Een reductie
voor water en ijs bij de officiële weging is niet toegestaan op basis van de huidige
wet- en regelgeving. De aanvoersector, afslagen en verwerkende industrie hebben binnen
de Europese wet- en regelgeving dit voorjaar onderling afspraken gemaakt hoe zij hier
mee omgaan. Deze maatregel heeft vermoedelijk ook bijgedragen aan het succesvol afsluiten
van de ingebrekestelling.
Cameratoezicht
Ik ben mij ervan bewust dat een controlemaatregel zoals de invoering van sensor- en
camerasystemen aan boord van vissersschepen (REM/CCTV) ingrijpend is. Komende periode
zal duidelijker worden welk deel van de vloot hiermee te maken krijgt en hoe het systeem
aan boord vormgegeven moet worden. Ondanks dat dit onderwerp gevoelig ligt bij de
Nederlandse vissers hoop ik alsnog dat enkele vrijwilligers deelnemen aan een Nederlandse
pilot onder leiding van de NVWA ter voorbereiding op de implementatie. Voor een goede
implementatie per 2028 acht de NVWA een Nederlandse pilot essentieel. Tot op heden
zijn er geen vrijwilligers gevonden voor een pilot, maar de inzet blijft erop gericht
om alsnog een pilot mogelijk te maken.
Aanvullende middelen voor implementatie
Aanvullend open ik in 2027 een brede investeringsregeling onder het European Maritime, Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF) voor de aanschaf van controlemaatregelen zoals sensor- en camerasystemen
aan boord. Hiervoor heb ik een bedrag van ruim € 12 miljoen beraamd binnen het Nederlandse
EMFAF programma. Aanvullend op de middelen voor controle en handhaving in het EMFAF
is tot 2030 aanvullend budget gereserveerd op de LVVN begroting voor de implementatie
van deze herziene Controleverordening. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor
capaciteitsuitbreiding bij RVO en de NVWA in verband met de uitbreiding van de controletaken.
Sanctionering
Het sluitstuk van deze controlemaatregelen is een sanctiebeleid met boetes en straffen
die impact maken. Met de herziene controleverordening is vanaf 10 januari 2026 Europees
bepaald welke inbreuken op het GVB moeten worden beschouwd als ernstig. Zogenoemde
ernstige inbreuken worden zwaarder bestraft dan «gewone» inbreuken en voor ernstige
inbreuken wordt een puntensysteem gehanteerd. Doordat in de controleverordening is
bepaald welke inbreuken ernstig zijn kon de nationale invulling zoals deze was opgenomen
in de Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020 niet meer worden toegepast. Die beleidsregel
is daarom begin 2026 ingetrokken. Daarnaast schrijft de herziene controleverordening
voor dat het verkregen voordeel dat is behaald bij een ernstige overtreding moet kunnen
worden verhaald op de overtreder. Die wijzigingen worden meegenomen in de uitvoering
van de herziene controleverordening en in de doorontwikkeling van de bestuurlijke
boete onder de Visserijwet 1963 die sinds 1 april 2024 gefaseerd in werking treedt.
In dit kader is ook een wetsvoorstel ingediend (Kamerstuk 36 899). Verder werk ik momenteel aan wijzigingen van het Besluit bestuurlijke boete Visserijwet
1963, de Regeling bestuurlijke boete Visserijwet 1963 en de Uitvoeringsregeling zeevisserij
waarvan de inwerkingtreding voorzien is in 2026 en 2027.
Vissenwelzijn
Wat betreft het welzijn van vissen in de visserij vind ik het belangrijk dat stappen
op Europees niveau genomen worden. Dit is van belang om een gelijk speelveld tussen
lidstaten te behouden. Daarbij werk ik aan innovatieve vistuigen, zoals de kiwikuil,
die ook een belangrijke verbetering voor het welzijn van vissen met zich mee kunnen
brengen. Daarnaast komen afwegingen omtrent welzijn ook terug in de rankschikkingscriteria
bij de beoordeling van aanvragen onder innovatieregelingen. Ook noem ik in dit verband
het eerder gestarte onderzoek naar het elektrisch bedwelmen van platvissen (tarbot
en schol) aan boord van vissersschepen. Dit onderzoek heeft tot doel om tot een methode
te komen waarbij dieren aan boord van vissersschepen worden bedwelmd voorafgaand aan
doding. Het vergt nog stappen om tot een praktisch toepasbare methode te komen die
ook werkbaar is aan boord van vissersschepen. Ook omdat elektrische bedwelming op
zee met zout water en in een complexe werkomgeving een zorgvuldige en veilige uitwerking
vergt. Als een methode beschikbaar komt kan dit in Europees verband onder de aandacht
worden gebracht zodat gezamenlijk in EU-verband hier verdere stappen in gezet kunnen
worden.
Met deze uiteenzetting over mijn inzet op de controle, handhaving en vissenwelzijn
en natuur van het visserijbeleid geef ik invulling aan de toezegging die ik in het
commissiedebat over de Landbouw- en Visserijraad van 25 maart 2026 heb gedaan aan
het lid Kostić (PvdD).
Ten slotte wil ik de Kamer nog over twee aanpalende onderwerpen informeren, namelijk
de ontwikkelingen op Real Time Closures (RTCs) en de uitvoering van de motie van lid
Boomsma (JA21) over aanlandhavens.
Real Time Closures (RTC)
Op 19 december 2025 zijn de aanvullende maatregelen gedeeld met de Tweede Kamer over
de RTC-verordening (Verordening (EU) nr. 724/2010) met betrekking tot de kabeljauw
(Kamerstuk 21 501–32, nr. 1746). Op aandringen van Nederland is destijds ook afgesproken dat in 2026 gewerkt wordt
aan een brede herziening van de RTC-verordening. De EC is inmiddels met dit proces
gestart door middel van een wetenschappelijk onderzoek. Nederland zet zich actief
in voor een herziening van het RTC-regime, zodat het beter aansluit bij de actuele
wetenschappelijke inzichten en de huidige toestand van de relevante bestanden. Daarbij
is het uitgangspunt dat maatregelen effectief bijdragen aan de bescherming van kwetsbare
bestanden, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de praktische uitvoerbaarheid
en sociaaleconomische gevolgen voor de visserijsector. Hierbij zoek ik de samenwerking
met andere Europese lidstaten. Aanvullend op het onderzoek van de EC laat ik momenteel
een onderzoek uitvoeren door Wageningen Marine Research (WMR) naar de ontwikkelingen
van de wijting- en schelvisbestanden, de ruimtelijke verspreiding van deze soorten
en de mate van overlap met andere bestanden.
De EC heeft aangekondigd in het najaar met voorstellen te komen voor de herziening
van de RTC-verordening. Deze voorstellen zullen vervolgens trilateraal worden besproken
tussen de EC, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen tijdens de consultaties over de
vangstmogelijkheden in het najaar. Zodra het definitieve onderzoeksrapport van WMR
beschikbaar is en meer duidelijkheid bestaat over de voorstellen van de EC en de mogelijke
gevolgen daarvan voor de Nederlandse visserijsector, zal ik de Tweede Kamer hierover
nader informeren.
Aanlandhavens en uitvoering van de motie van het lid Boomsma
De motie van het lid Boomsma (JA21) die tijdens het Tweeminutendebat van het Commissiedebat
over de Landbouw- en Visserijraad van januari 2026 is ingediend (Kamerstuk 21 501–32, nr. 1752) verzoekt de regering om alle havens en losplaatsen waar in de afgelopen vijf jaar
aantoonbaar en zonder problemen vis is gelost, aan te merken als erkende aanlandhaven
of losplaats. Met de lezing dat de havens beoordeeld worden aan de hand van de criteria
van de Beleidsregel aanwijzing havens en plaatsen voor visserij is de motie destijds
aangenomen door de Tweede Kamer.
De afgelopen periode heb ik benut voor een nadere analyse van de havens waar aanlandingen
hebben plaatsgevonden, overleg met de visserijsector en afstemming met de NVWA in
verband met handhavingscapaciteit. Op basis hiervan behoud ik de reeds aangewezen
havens in bijlage 2 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij. Daarbij wil ik de havens
van Yerseke, Zoutkamp, Roompotsluis/Neeltje Jans en Oudeschild en de desbetreffende
kades toevoegen aan bijlage 2 als aanlandhavens. Ook zal ik West-Terschelling aanwijzen,
maar hierbij kijk ik nog wel naar mogelijkheden voor maatwerk om te voorkomen dat
de kosten voor de handhaving hoger uitvallen dan de eventuele waarde van de aangelande
visserijproducten.
De havens van Kornwerderzand, Holwerd, Makkum en Stavoren zijn momenteel geen officiële
aanlandhaven voor visserijproducten en zal ik ook nu niet aanwijzen als aanlandhaven.
Deze havens voldoen niet aan de criteria van de Beleidsregel aanwijzing havens en
plaatsen voor visserij en er zijn voldoende alternatieven beschikbaar voor de vissers
die hier momenteel gebruik van maken.
In overleg met de NVWA zorg ik dat er op basis van dit besluit communicatie plaatsvindt
over deze wijzigingen voordat er handhavend wordt opgetreden. Met bovenstaande besluitvorming
geef ik uitvoering aan de motie van het lid Boomsma (JA21).
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Indieners
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur