Brief regering : Standpunt op Omnibusvoorstel veiligheid van voedsel en diervoeder
27 858 Gewasbeschermingsbeleid
22 112
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 765
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2026
Hierbij informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport en de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, over
het standpunt op de compromistekst voor het Omnibus voorstel veiligheid van voedsel
en diervoeder, dat Nederland voornemens is om tijdens het ambassadeursoverleg (COREPER)
op vrijdag 12 juni 2026 over te brengen. Bij een akkoord aldaar op de compromistekst
wordt een mandaat gegeven om de onderhandelingen met het Europees Parlement te starten
(triloog). Dit gehele proces om tot een mandaat te komen kent helaas een zeer korte
doorlooptijd. Het is betreurenswaardig dat door de combinatie van een late bekendmaking
van de compromistekst en de vereiste interdepartementale afstemming deze brief uw
Kamer zo kort voor het nota-overleg pas bereikt.
Uw Kamer is op 9 juni 2026 geïnformeerd (Kamerstuk 22 112, nr. 4371) over het voorstel voor een compromistekst dat het Europees voorzitterschap op maandag
8 juni 2026 aan de lidstaten heeft voorgelegd. Eerder is uw Kamer op 6 februari 2026
geïnformeerd over de Nederlandse inzet tijdens de onderhandelingen aan de hand van
het BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 4261).
Ctgb appreciatie
Zoals eerder aan uw Kamer toegezegd (2026D21863) heb ik het Ctgb, als onafhankelijke toelatingsautoriteit voor gewasbeschermingsmiddelen
en biociden, gevraagd om een appreciatie te geven op het compromisvoorstel. Deze is
op 10 juni 2026 ontvangen en is als bijlage toegevoegd. Parlement en Wetenschap heeft
op verzoek van de Kamer een wetenschapstoets over het omnibusvoorstel uitgevoerd,
waarover ik uw Kamer op 8 mei 2026 heb geïnformeerd (Kamerstuk 27 858, nr. 748). Het Ctgb heeft de uitkomsten van deze toets en die van een recent gesprek met de
auteurs van deze toets betrokken bij het opstellen van de appreciatie.
Onderdelen
Het Omnibuspakket beoogt de aanpassing van meerdere richtlijnen en verordeningen.
Het maakt deel uit van een bredere serie Omnibusvoorstellen die zijn bedoeld om Europese
regelgeving te vereenvoudigen. De voorstellen zijn eerder aangekondigd in de Visie
voor Landbouw en Voedsel. Hieronder zal ik op elk van de onderdelen van de Omnibus
veiligheid van voedsel en diervoeder, ingaan op de inhoud, voornaamste wijzigingen
en de Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel.
Gewasbeschermingsmiddelen
Het Omnibus voorstel omvat wijzigingen die in de basis gericht zijn op het wegnemen
van onnodige regeldruk en het versnellen van het beschikbaar komen van biocontrol
gewasbeschermingsmiddelen. Nederland staat hier in de basis positief tegenover omdat
het wenselijk is om dergelijke middelen meer en sneller op de markt te krijgen.
Het duurt momenteel zeer lang voordat laag-risico middelen de markt bereiken omdat
aanvraag- en herbeoordelingsprocedures voor een hoge werklast en knelpunten bij EFSA
en lidstaten zorgen. In het compromisvoorstel zijn verschillende aanpassingen van
Verordening (EC) 1107/2009 opgenomen zoals voorlopige toelatingen voor laag-risicomiddelen,
stilzwijgende overeenkomst bij wederzijdse erkenningen, en het één-zone principe voor
wederzijdse erkenningen. De beoogde voorstellen zullen naar verwachting leiden tot
meer en snellere toelatingen van laag-risico middelen. Dit is in lijn met het concept
van «green lanes», waarbij laag-risico middelen voorrang krijgen. In tegenstelling
tot eerdere versies van het voorstel zal een onbeperkte goedkeuring van stoffen en
toelating van middelen alleen gelden voor laag-risico-middelen. Hierdoor zullen stoffen
zoals PFAS en KRW-prioritaire stoffen periodiek beoordeeld blijven worden. Voor stoffen
met een hoog gevaarprofiel, zoals stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen,
blijven de termijnen gelijk aan de huidige, kortere termijnen van 5 of 7 jaar. Voor
alle andere stoffen wordt voorgesteld om de goedkeuringstermijnen te verlengen naar
15 jaar (nu 10) na eerste goedkeuring en 25 jaar (nu 15) na herbeoordeling. Dit is
in lijn met de Nederlandse inzet om te voorkomen dat breedwerkende, giftige stoffen
onderdeel zijn van de definitie van biocontrol.
Daarnaast is binnen de compromistekst voldaan aan de Nederlandse inzet om de herbeoordeling
van middelen gekoppeld te houden aan de herbeoordeling van werkzame stoffen. Binnen
het huidige voorstel krijgen alleen laagrisicostoffen een onbeperkte goedkeuringstermijn
waarbij nu ook de middelen die alleen zulke stoffen bevatten een onbeperkte toelatingstermijn
krijgen. Voor de overige stoffen blijft de herbeoordeling van middelen gekoppeld aan
de stofgoedkeuring. Tevens wil Nederland in gesprek over een lopende inbreukprocedure
over watervergunningen die de Europese Commissie heeft opgestart tegen Nederland en
waar het Ministerie van IenW aan werkt om eeuwigdurende vergunningen om te zetten
naar tijdelijke. Deze inbreukprocedure is inconsistent met het voornemen om onbeperkte
goedkeuringsperiodes te hanteren.
Een belangrijk onderdeel van mijn inzet tijdens de onderhandelingen was om waarborgen
in bouwen om te zorgen dat stoffen en middelen worden herbeoordeeld wanneer hier wetenschappelijke
aanleiding voor is, zoals een Europees signaleringssysteem waar wetenschappelijke
informatie en monitoringsgegevens worden verzameld. Dit onderdeel is niet overgenomen
in de compromistekst. Omdat wordt voorgesteld om goedkeurings- en herbeoordelingstermijnen
te verlengen en deze voor laag-risico stoffen onbeperkt te maken, blijft dit van groot
belang. Het Ctgb oordeelt dat, vanwege het ontbreken van de gewenste waarborgen, het
beschermingsniveau voor mens, dier en milieu binnen de huidige compromistekst niet
wordt gegarandeerd.
Omdat ik het van groot belang vind dat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu
minimaal in stand blijft zal Nederland middels een stemverklaring aangeven dat het
voor Nederland van essentieel belang is dat aanvullende waarborgen worden ingebouwd
binnen het toelatingsstelsel. Ik zal mij daarnaast inzetten om samen met het Ctgb
en eventueel andere lidstaten te bezien op welke wijze dergelijke waarborgen, zoals
een Europees signaleringssysteem, alsnog vorm kunnen krijgen.
Maximale residulimieten
Binnen het Omnibus voorstel mogen stoffen die in de EU niet zijn toegelaten vanwege
bepaalde gevaareigenschappen in relatie tot de gezondheid en milieu, ook niet op geïmporteerde
producten zitten, indien dit passend wordt geacht in het licht van de uitkomst van
een individuele impact assessment per stof. In het BNC-fiche is eerder aangegeven
dat het kabinet waarde hecht aan de uitvoering van een brede impact assessment op
dit punt, zoals aangekondigd in de Visie voor Landbouw en Voedsel, voordat de betreffende
verordening hierop wordt aangepast. Deze brede impact assessment onderzoekt de gevolgen
voor de concurrentiepositie van de EU en de internationale implicaties. De onderhandelingen
hebben niet geleid tot een aanpassing op dit punt. Daarom zal Nederland hierover in
de COREPER een stemverklaring afgeven. Daarnaast zijn in het Omnibus voorstel overgangsmaatregelen
opgenomen om het mogelijk te maken dat producten die bij productie, opslag of verhandeling
voldeden aan de toen geldende Maximale Residu Limieten (MRLs), ook na wijziging van
deze limieten in de handel kunnen blijven. In de onderhandelingen is hieraan toegevoegd
dat dit ook geldt voor producten die in derde landen in de opslag zijn geplaatst voordat
de nieuwe MRL ingaat. Ook hier wordt een stemverklaring over afgegeven. Wanneer producten
de Europese Unie binnenkomen, moeten deze voldoen aan de op dat moment geldende regelgeving,
anders is het niet handhaafbaar bij grenscontroles.
Biociden
Binnen het Omnibus voorstel worden de goedkeuringstermijnen van werkzame stoffen verruimd
naar 15 jaar voor nieuwe stoffen (was 10 jaar) en naar 25 jaar voor hernieuwd gekeurde
stoffen (was 15 jaar). Daarnaast wordt voorgesteld om de goedkeuring van alle stoffen
die momenteel in hun eerste goedkeuringstermijn zitten met 5 jaar te verlengen. Ook
wordt voorgesteld het publiceren van besluiten van toelatingen voor de Unie aan te
passen ten behoeve van een vermindering van de administratieve lasten voor de Europese
Commissie.
Nederland staat positief tegenover het doel van het Omnibus voorstel om de verlichting
van de werklast on de vertragingen in de beoordeling van stoffen aan te pakken. Nederland
is echter, in lijn met de bijgevoegde Ctgb appreciatie, tevens van mening dat met
de voorgestelde maatregelen de waarborgen voor de bescherming van mens dier en milieu
onvoldoende zijn en het nu onzeker is hoe dit uitwerkt.
Een specifiek punt van zorg is dat de periodieke beoordeling van stoffen (EU-niveau)
wordt verlengd naar eens in de 15 of 25 jaar, maar er gelijktijdig wordt vastgehouden
aan de periodieke beoordeling van middelen op lidstaatniveau elke 10 jaar. Dit zorgt
voor een verhoging van de werklast bij de nationale beoordelende instanties, omdat
zij de meest recente beschikbare kennis binnen de beoordeling mee moeten nemen, in
plaats van dat dat op stofniveau Europees wordt gedaan. Dit leidt verder tot een vermindering
van de harmonisatie in de EU en hogere lasten voor het bedrijfsleven. Dit is in lijn
met de appreciatie van het Ctgb. In plaats daarvan heeft Nederland sterke voorkeur
voor het versterken van artikel 15 door op te nemen dat de Europese Commissie het
agentschap (ECHA) mandateert een periodieke beoordeling van nieuwe wetenschappelijke
literatuur en monitoring data op te nemen. Dit zal leiden tot het sneller en beter
reageren op nieuwe wetenschappelijke inzichten en de harmonisatie binnen de Unie.
Nederland is voornemens om middels een stemverklaring hier aandacht voor te vragen.
Fermentatieproducten
Het voorstel van de Europese Commissie verduidelijkt de juridische status van fermentatieproducten
geproduceerd met behulp van genetisch gemodificeerde organismen (GMO's). De onderhandelingen
hebben geleid tot een aantal wijzigingen en aanvullingen in de tekst, dit betreft
enkel verduidelijkingen. Dit is in lijn met het Nederlandse standpunt. We kunnen het
voorstel steunen zolang het strikt verduidelijkend van aard is, en geen nieuwe eisen
introduceert die afwijken van het bestaande juridische kader. Onze input over de adequate
beoordeling van de voedselveiligheid is ook verduidelijkt in de tekst. Nederland staat
daarom positief tegenover dit voorstel.
Diervoederadditieven
In het Omnibus voorstel worden diervoerderadditieven toegelaten voor onbepaalde tijd,
wijzigen van toelatingen wordt vereenvoudigd, informatie op het etiket (die geen betrekking
heeft op veiligheid of tracering) mag digitaal worden aangeboden en diervoederadditieven
bedoeld voor export naar derde landen kunnen worden uitgezonderd van de eisen die
in Verordening 1831/2003 worden gesteld. Nederland staat in beginsel positief tegenover
het pakket van wijzigingen voor diervoederadditieven, waarbij de uitwerking op de
voet gevolgd zal worden, omdat de nog uit te werken nieuwe werkwijze van EFSA nog
niet volledig bekend is.
Voedselhygiëne
In het Omnibus voorstel worden de huidige dubbele kennisgevingsprocedures voor nationale
maatregelen rond voedselhygiëne vervangen door de algemene Technical Regulations Information
System (TRIS)-kennisgevingsprocedure van Richtlijn nr. 2015/1535. De tekst van het
voorstel is niet meer gewijzigd tijdens de onderhandelingen. Nederland kan dit voorstel
daarom, in lijn met onze initiële positie, steunen.
Dierenwelzijn
In het Omnibus voorstel worden dubbelingen in rapportageverplichtingen verminderd
en wordt een overbodige registratieplicht in richtlijn nr. 98/58 geschrapt omdat deze
al onder andere regelgeving valt. Omdat het niveau van dierenwelzijnsbescherming ongewijzigd
blijft staat Nederland positief tegenover dit voorstel.
Transmissible Spongiforme Encefalopathie
Boviene Spongiforme Encefalopathie (hierna: BSE), beter bekend als gekkekoeienziekte
is een voorbeeld van een Transmissible Spongiforme Encefalopathie (hierna: TSE), een
groep dierziekten. In het Omnibus voorstel worden de regels voor TSE’s en BSE in verordening
nr. 999/2001 gemoderniseerd om beter aan te sluiten bij de World Organisation for
Animal Health (WOAH)-standaard van 2023 en recente adviezen van de European Food Safety
Authority (EFSA). Omdat het BSE-risico in de EU aanzienlijk is afgenomen, worden de
regels flexibeler en beter afgestemd op de epidemiologische situatie. Nederland positief
tegenover dit voorstel.
Officiële controleverordening
In het Omnibus voorstel wordt de officiële controleverordening (EU nr. 2017/625) gewijzigd
om het splitsen van importzendingen mogelijk te maken. Zo kan de importinspectie voor
een deel van de zending worden afgerond, terwijl een ander deel nog wacht op verdere
inspectie zoals een laboratoriumanalyse. Daarnaast krijgt de Europese Commissie meer
ruimte om in gedelegeerde handelingen vast te leggen onder welke voorwaarden laboratoria
als officiële of referentielaboratoria kunnen worden erkend. Nederland staat positief
tegenover dit voorstel.
Overig
Het Omnibus voorstel voorziet in het schrappen van twee (richtlijnen nr. 82/711 en
nr. 85/572) waarin regels zijn opgenomen voor het testen van migratie van bestanddelen
van materialen en voorwerpen van kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen
in contact te komen. Regelgeving hiervoor wordt inmiddels gedekt door Verordening
(EU) nr. 10/2011, waardoor Nederland positief staat tegenover dit voorstel.
Standpunt
Overwegende dat:
– Het Omnibus voorstel veiligheid van voedsel en diervoeder een versimpeling van Europese
regelgeving voorstaat;
– Nederland hier een positieve grondhouding toe heeft;
– Nederland onverdeeld positief is over diverse onderdelen van het Omnibus voorstel;
– Het momenteel zeer lang duurt voordat laag-risico gewasbeschermingsmiddelen de markt
bereiken vanwege de hoge werklast en knelpunten bij aanvraag- en herbeoordelingsprocedures
die door EFSA en lidstaten worden uitgevoerd.
– Waar het gaat om gewasbescherming aanpassingen zijn gedaan die in lijn zijn met de
Nederlandse inzet. Zo zijn de onbeperkte goedkeuringstermijnen beperkt en zijn de
voordelen voor biocontrol stoffen beperkt tot laag-risico stoffen;
– Hierdoor laag-risico middelen meer en sneller op de markt kunnen komen;
– De compromistekst voor wat betreft de maximale residulimieten, gewasbeschermingsmiddelen
en biociden echter nog niet volledig in lijn is met de Nederlandse inzet uit het BNC-fiche
en dit ook bevestigd wordt door de appreciatie van het Ctgb;
– Nederland het zeer belangrijk vindt dat het beschermingsniveau voor mens, dier en
milieu minimaal gehandhaafd blijft, maar dat op basis van de huidige compromistekst
nog onzeker is, onder meer omdat een inschatting van de impact van onder andere de
verlenging van de goedkeuringstermijnen ontbreekt;
– Een afweging moet worden gemaakt tussen de positieve onderdelen van de compromistekst,
de mate waarin het voorzitterschap tegemoet is gekomen aan de Nederlandse inzet en
de onderdelen waar Nederland nog verbetering wil zien;
– Nederland maximaal invloed wil kunnen uitoefenen gedurende de triloogonderhandelingen
over het voorstel en deze mogelijkheden worden beperkt wanneer Nederland niet instemt.
Besluit Nederland om in te stemmen om aan de hand van het voorliggende compromistekst
de onderhandelingen met het Europees Parlement te starten en daarbij een stemverklaring
af te geven op de onderwerpen:
– Algemeen: Aan te dringen dat er tijdens de triloogfase een inschatting wordt gemaakt van de
impact van de verlenging van de goedkeuringstermijnen voor het beschermingsniveau
van mens, dier en milieu.
– Gewasbescherming; Aan te dringen dat een Europees signaleringssysteem wordt opgezet waar wetenschappelijke
literatuur en monitoring data worden verzameld. Hiermee wordt het beschermingsniveau
voor mens, dier en milieu beter gewaarborgd en komen de voorstellen meer in lijn met
de doelen van Europese richtlijnen zoals de KRW, de Drinkwaterrichtlijn, de Vogel-
en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening.
– Maximale residulimieten; Aan te dringen dat Nederland waarde hecht aan de uitvoering van een brede impact
assessment op de gewijzigde onderdelen. Daarnaast zal Nederland aangeven dat regels
zo worden ingericht dat producten die de Europese Unie binnenkomen, moeten voldoen
aan de op dat moment geldende regelgeving.
– Biociden; Aan te dringen op een mandaat van de Europese Commissie aan ECHA om een periodieke
beoordeling van nieuwe wetenschappelijke literatuur en monitoring data op te nemen.
Dit zal leiden tot het sneller en beter reageren op nieuwe wetenschappelijke inzichten
en de harmonisatie binnen de EU.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Indieners
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur