Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden inzake over de brieven van 20 mei 2025 inzake het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (36945-VI-1); het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (36945-VII-1); het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Economische Zaken (36945-XIII-1), voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering
36 945 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025
36 945
VII
Jaarverslag en slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025
36 945
XIII
Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische Zaken 2025
Nr. 7
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de bewindspersonen
van Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, en Economische
Zaken over de brieven van 20 mei 2025 inzake:
– het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (36 945 VI, nr. 1),
– het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(36 740 VII-1),
– het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Economische Zaken (36 740 XIII-1), voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering.
De vragen zijn op 27 mei 2026 aan de bewindspersonen van Justitie en Veiligheid, Binnenlandse
Zaken en Koninkrijkrelaties, en Economische Zaken voorgelegd. Bij brief van 9 juni
2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Dekker
Adjunct-griffier van de commissie, Muller
Vragen inzake Jaarverslag Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025 (Kamerstuk 36 945 VI, nr. 1)
Geen vragen.
Vragen en antwoorden inzake Jaarverslag Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
2025 (Kamerstuk 36 740 VII, nr. 1)
Vraag 1
Kunt u concreet uitleggen hoe Vlam-chat wordt gebruikt binnen de Rijksoverheid? Wat
zijn tot nu toe de ervaringen met deze AI-toepassing?
Antwoord
Vlam-chat, een AI-toepassing ontwikkeld en beheerd door SSC-ICT, staat voor Veilige
Lokale AI Modellen en fungeert als een soeverein alternatief voor commerciële chatbots
zoals ChatGPT, Claude of Gemini. De toepassing wordt momenteel geïmplementeerd bij
meerdere onderdelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK) en loopt in pilotfase bij diverse andere overheidsorganisaties. Een brede uitrol
in productie is voorzien in de tweede helft van 2026, na afronding van de nodige risicoanalyses
en procedures.
Vlam-chat wordt primair ingezet ter ondersteuning van ambtenaren bij taken als tekstbewerking
en -controle, vertalingen, brainstormen, sparren en samenvatten. Op dit moment wordt
er nog geen vertrouwelijke of privacygevoelige informatie verwerkt. Uit een recent
gehouden enquête (april 2026) onder 285 respondenten bleek een gemiddelde tevredenheidsscore
van 7,1. Daarnaast meldde 77% een efficiëntiewinst, terwijl 82% Vlam-chat actief gebruikt
(ten minste wekelijks). Gebruikerservaringen benadrukken met name de prestaties van
het taalmodel en de toegevoegde waarde in specifieke werkprocessen. Er is tevens vraag
naar uitbreiding van functionaliteiten, zoals gebruikersgeschiedenis en internetzoekmogelijkheden.
Vraag 2
Ziet u mogelijkheden om het gebruik van Vlam-chat binnen de Rijksoverheid op te schalen?
Is dit uw ambitie?
Antwoord
Ja, de verdere opschaling van Vlam-chat binnen de Rijksoverheid is een ambitie. Hoewel
overheidsorganisaties autonoom blijven in hun keuze om de toepassing wel of niet af
te nemen, wordt momenteel daadwerkelijk vormgegeven aan een brede uitrol. SSC-ICT
levert op dit moment Vlam-dienstverlening aan BZK, VWS, FIN, AZ, OCW, IenW en de Hoge
Colleges van Staat.
In de komende maanden zal Vlam-chat naar verwachting verder worden uitgerold bij onderdelen
van het Rijk. Hierbij worden de opgedane gebruikerservaringen meegenomen in de doorontwikkeling
van de toepassing, om zo de functionaliteit en bruikbaarheid te optimaliseren.
Vraag 3
Is het beschikbaar stellen van voldoende middelen een randvoorwaarde om de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie te laten slagen?
Antwoord
Ja, de beschikbaarheid van voldoende middelen is een randvoorwaarde om de strategische
doelen van de NDS te behalen.
Vraag 4
Hoeveel geld is er minimaal nodig om opvolging te geven aan de Nederlandse Digitaliseringsstrategie?
Antwoord
In de Kamerbrief Stand van zaken Investeringsagenda NDS, verzonden op 17 november
2025, is een eerste inzicht geboden in de kosten om de strategische doelen van de
NDS geheel te kunnen realiseren.1 Omdat er vanuit het coalitieakkoord geen middelen voor de NDS beschikbaar zijn gesteld,
moeten activiteiten waar onvoldoende dekking voor is worden afgeschaald, uitgesteld
of anders worden aangepakt ten opzichte van het ambitieniveau en voorziene tempo waar
de Kamerbrief Stand van zaken Investeringsagenda NDS vanuit gaat. Daarom is het nodig
om de aanpak van de NDS aan te scherpen en keuzes te maken. Daarbij wordt gekeken
naar slim samenwerken met de markt, het verkennen van centrale financiering samen
met de NDS-partners en het bijstellen van onze ambities. Via de jaarrapportage NDS
die naar verwachting eind 2026 wordt opgeleverd wordt uw Kamer geïnformeerd over bereikte
resultaten en wat er komend jaar mogelijk is.
Vraag 5
Welke middelen heeft u in totaal besteed aan de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
in het afgelopen jaar? Kunt u de uitgaven nauwkeurig uiteenzetten?
Antwoord
De aan de NDS gelieerde uitgaven in 2025 zijn uit bestaande budgetten gefinancierd,
waarbij op basis van de financiële administratie niet eenduidig aangegeven kan worden
wat het totaalbedrag aan de NDS gelieerde uitgaven betrof.
Vraag 6
Welke bijdrage leveren andere departementen aan de uitvoering van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie?
Kunt u dit per departement uiteenzetten?
Antwoord
Door andere departementen wordt op dit moment geen financiële bijdrage aan de uitvoering
van de NDS geleverd. Omdat de NDS een overheidsbrede samenwerking is, wordt er aan
bepaalde prioriteiten wel in beperkte mate personele capaciteit door andere departementen,
(mede-)overheden en publieke dienstverleners geleverd.
Vraag 7
Waarom is er nog geen concrete invulling gegeven aan de investeringsagenda die nodig
is voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie?
Antwoord
Het kabinet wil met de investeringsagenda inzicht geven in de middelen die voor de
NDS beschikbaar zijn. Er is langer nodig om de beschikbare middelen in kaart te brengen
en invulling te geven aan de motie Kathmann die oproept tot het opstellen van een
investeringsagenda.2 De afgelopen periode is gewerkt aan het nauwkeuriger in kaart brengen van de kosten
van de NDS, met als doel om het maken van scherpe keuzes over voortzetting van de
NDS te faciliteren. De jaarrapportage NDS die naar verwachting eind 2026 met uw Kamer
wordt gedeeld zal meer inzicht verschaffen in wat er binnen de bestaande budgetten
wél en niet mogelijk is. De jaarrapportage NDS geeft dan ook invulling aan de voornoemde
motie Kathmann.
Vraag 8
Wat is de rol van BZK in het coördineren en bekostigen van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie,
nu EZ beleidsverantwoordelijk is gemaakt voor Digitale Zaken?
Antwoord
De verantwoordelijkheid voor de NDS is in dit kabinet belegd bij de Staatssecretaris
Digitale Economie en Soevereiniteit. Desalniettemin zal er zeer nauwe samenwerking
tussen BZK en EZK nodig zijn, omdat BZK zich blijft richten op de realisatie van het
digitaliseringsbeleid binnen de Rijksoverheid en daarmee op de realisatie van de NDS.
Vraag 9
Welke investeringen zijn nodig om de basisinfrastructuur voor ICT federatief te organiseren?
Zijn hier middelen voor beschikbaar?
Antwoord
De Generieke Digitale Infrastructuur is er voor de hele overheid. In de MIDO-governance
werken alle overheidslagen (rijk, gemeenten, provincies en waterschappen) samen aan
gemeenschappelijke ICT-bouwstenen. Er is overheidsbrede, structurele, centrale financiering
om deze basisinfrastructuur te onderhouden en te vernieuwen. In 2025 bedroegen de
uitgaven aan de Generieke Digitale Infrastructuur circa € 353 mln.
Vraag 10
Wanneer kunt u het BSN ook opnemen op de ID-kaarten van inwoners van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba?
Antwoord
De opname van het BSN op de ID-kaart BES is voorzien in 2028. Dit moment sluit aan
bij het vastgestelde aanbestedingsritme voor de ID-kaart BES en biedt daarom de eerstvolgende
geschikte gelegenheid.
Vraag 11
Welke voortgang heeft u geboekt bij de uitvoering van de motie-Kathmann/White [Kamerstuk
36 455-(R2188), nr. 11] om een plan te maken voor gelijkwaardige privacybescherming in het hele Koninkrijk?
Antwoord
De uitvoering van de motie-Kathmann/White sluit aan bij een traject dat reeds vóór
de indiening van deze motie in gang is gezet. Binnen het Koninkrijk wordt al geruime
tijd gewerkt aan een consensusrijkswet inzake gegevensbescherming, met als doel het
gegevensbeschermingsrecht binnen het gehele Koninkrijk verder te harmoniseren en te
komen tot een gelijkwaardig niveau van privacybescherming voor zowel de Caribische
landen als Caribisch Nederland.
De totstandkoming van deze consensusrijkswet vindt plaats in nauwe samenwerking met
de landen binnen het Koninkrijk. In dat kader wordt intensief overleg gevoerd over
de inhoud van de wet en de wijze waarop een hoog en gelijkwaardig beschermingsniveau
voor persoonsgegevens in alle delen van het Koninkrijk kan worden gewaarborgd.
De verdere uitwerking van de consensusrijkswet en het daarbij behorende overleg met
de landen en openbare lichamen van het Koninkrijk vormen een belangrijk onderdeel
bij de totstandkoming van de wet die wordt besproken in het Justitieel Vierpartijenoverleg,
waaraan de autonome Caribische landen deelnemen. De consensusrijkswet bevindt zich
momenteel in een afrondende fase. Met de totstandkoming daarvan wordt een belangrijke
stap gezet richting een geharmoniseerd stelsel van gegevensbescherming en een gelijkwaardig
beschermingsniveau voor persoonsgegevens binnen het gehele Koninkrijk.
Vraag 12
Kunt u onderbouwen dat u met de acties op het punt van AI heeft bijgedragen aan de
verantwoorde adoptie van toepassingen?
Antwoord
De acties op het gebied van AI, zoals opgenomen in het jaarverslag, dragen op verschillende
manieren bij aan de verantwoorde opschaling van AI-toepassingen. Zo is de AI-opschalingsfaciliteit
bij ICTU gestart om kansrijke AI-initiatieven te ondersteunen bij opschaling. Dit
heeft concreet al geleid tot verschillende succesvolle AI-toepassingen, zoals GemChat
en de Omgevingschat.
Deze opschalingsfaciliteit werkt aan de hand van een handreiking voor het opschalen
van AI, waarin belangrijke afwegingen rond verantwoorde inzet, zoals wetgeving, governance
en beheer, worden meegenomen. Ook worden via het Platform AI en Overheid lessen gedeeld
over succesvolle en verantwoorde manieren waarop AI-opschaling binnen overheidscontexten
kan worden gerealiseerd.3
Daarnaast worden binnen de NDS prioriteit AI nog verschillende andere acties verkend
die bij kunnen dragen aan de verantwoorde adoptie van AI binnen de overheid, zoals
het komen tot een auditeerbaar kader en een inkoopaanpak.
Vraag 13
Waarop baseert u de aanname dat het gebruik van AI «steeds belangrijker [is] voor
de aansluiting bij de leefwereld van burgers en ondernemers»?
Antwoord
Dit is gebaseerd op het feit dat het gebruik van AI binnen de samenleving en de private
sector de afgelopen jaren flink is toegenomen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit cijfers
van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze ontwikkelingen duiden erop
dat de adoptie van AI wijdverspreid is geraakt en daarmee steeds dieper doordringt
tot in de haarvaten van werk, onderwijs en daarmee ons dagelijks leven. Daarbij kan
de inzet van AI bijdragen aan een positieve interactie met de overheid door burgers
en ondernemers. Zo kan AI bijvoorbeeld de toegankelijkheid en de transparantie van
besluiten vergroten.
Vraag 14
Welke knelpunten voor proactieve dienstverlening zijn geïdentificeerd en geprioriteerd?
Kunt u deze concreet benoemen?
Antwoord
Proactieve dienstverlening kan verschillende vormen aannemen: eerder aanbieden van
dienstverlening, verbreden van de vraag en initiatiefverschuiving van mensen naar
de overheid. Of en in welke vorm het waarde toevoegt voor mensen, hangt af van de
specifieke situatie. Proactieve dienstverlening is geen doel op zich, maar wordt ingezet
wanneer het daadwerkelijk waarde toevoegt. Dit vraagt om gedeeld eigenaarschap. Als
overheidsinstanties delen we met elkaar dezelfde opdracht om mensen op tijd te informeren,
te helpen en de juiste diensten aan te bieden. Voor proactieve dienstverlening zijn
de volgende drie knelpunten geïdentificeerd en geprioriteerd: veranderopgave (hoe
stellen we organisaties in staat om proactieve diensten te verlenen), wettelijke ruimte
en gegevensuitwisseling.
Bij proactieve dienstverlening is het van belang dat er binnen organisaties een cultuur
leeft waarin medewerkers de ruimte hebben om te vernieuwen, signalen van mensen actief
op te pakken en initiatief te nemen. Het betekent een verschuiving van reactief naar
proactief handelen en een transformatie in hoe medewerkers, leidinggevenden en management
denken, hoe teams samenwerken en hoe processen zijn ingericht.
Daarnaast zijn er juridische en technische uitdagingen om proactieve dienstverlening
mogelijk te maken. Hierbij ligt de focus op het vertalen van juridische kaders naar
handvatten voor medewerkers bij het ontwikkelen van proactieve diensten. En daarnaast
om gegevensdeling beter mogelijk te maken. Zonder verantwoorde gegevensdeling weet
de overheid niet wanneer ze proactief moet handelen. En zonder goede samenwerking
tussen organisaties kan ze niet handelen, zelfs als ze weet wat er nodig is.
Ook in de ombudsvisie Proactieve Overheid4 wordt gesteld dat proactieve dienstverlening als opstelling van de overheid geen
vrijblijvende optie meer is. En dat dit vraagt om de juiste waarborgen en randvoorwaarden,
waaronder verantwoorde gegevensdeling.
Vraag 15
Kunt u concreet uitleggen hoe u overheidsorganisaties heeft geholpen te voldoen aan
toegankelijkheidseisen?
Antwoord
Overheidsorganisaties moeten voldoen aan de wettelijke eisen in de Wet digitale overheid.
Dit wordt aangetoond met een Toegankelijkheidsverklaring die op het Dashboard Digitoegankelijk
gepubliceerd wordt.5 Overheidsorganisaties worden hiervoor ondersteund via Digitoegankelijk.nl en verschillende
evenementen waaronder Roadshows. Nederland neemt actief deel aan het vaststellen van
standaarden op het gebied van Digitale Toegankelijkheid via de W3C.
Met NL Design System worden overheidsorganisaties ondersteund met gebruiksvriendelijke,
toegankelijke componenten, patronen en sjablonen voor hun websites.6 Het Expertteam Digitale Toegankelijkheid helpt bij het bouwen van gereedschappen
om toegankelijkheid in content, huisstijl en code te helpen verbeteren met behulp
van NL Design System.7 NLdoc kan ingezet worden om PDF-documenten toegankelijk te maken.
Vraag 16
Kunt u concreet uitleggen wat u heeft gedaan om «de positionering van ICT-personeel»
te versterken? Tot welke resultaten heeft dit geleid?
Antwoord
Vanuit het Rijk zijn er verschillende concrete acties ondernomen om de positionering
van ICT personeel te versterken. Rond instroom zijn er concrete acties ondernomen
zoals een open huis IV/IT organiseren. Dit evenement had een prachtige opkomst van
ruim 700 IT- en informatieprofessionals die in gesprek gingen met 43 verschillende
(rijks)organisaties met vacatures. Daarnaast zijn I-loopbaanpaden ontwikkeld om doorstroom
van ICT personeel binnen de overheid te stimuleren. Tot slot is er een start gemaakt
aan de data gedreven personeelsstrategie voor digitalisering om gerichter de acties
rondom de positionering van ICT-personeel te versterken. Deze strategie wordt in 2027
naar de kamer verzonden. De succesvolle rijksbrede initiatieven worden vanuit de overheidsbrede
aanpak breder uitgerold. Zo heeft de gemeente Almere als pilot het kwaliteitsraamwerk
IV (KWIV) geïmplementeerd. Dit is ter voorbereiding op de overheidsbrede uitrol. Daarnaast
zijn in een overheidsbrede kick off over KWIV en strategische personeelsplanning de
best practices gedeeld om zo de positionering van ICT-personeel te versterken.
Vraag 17
Heeft u het effect van de bewustwordingscampagne voor digitale weerbaarheid, samen
met JenV, geëvalueerd op bereik en effect? Zo ja, wat zijn de uitkomsten?
Antwoord
Campagnes van de Rijksoverheid worden volgens de gebruikelijke werkwijze geëvalueerd
met een campagne-effectonderzoek. Het onderzoek naar deze campagne is op 28 april
jl. gepubliceerd op open.overheid.nl.8
De campagne «Laat je niet interneppen» liep in het najaar van 2025. Uit het onderzoek
blijkt dat de campagne goed wordt gewaardeerd en de campagneboodschap duidelijk overkwam.
Vooral de nadruk op pauzeren en controleren («Geef jezelf 3 tellen en bij twijfel:
klik weg») blijft hangen. De humoristische insteek van de campagne heeft daarbij bijgedragen
aan de positieve beoordeling. De effectmeting toont geen significatie gedragsverandering
aan die toe te schrijven is aan de campagne. Het bereik van de campagne, gemeten via
herkenning en zichtbaarheid, bleef achter. Ook wordt de campagne niet als nieuwe informatie
gezien omdat het onderwerp al sterk leefde voor de campagne.
Met de betrokken bureaus binnen de mantelovereenkomsten is de evaluatie uitgevoerd.
De opgedane inzichten worden meegenomen voor de campagne in het najaar van 2026. Zo
blijven bewustwordingscampagnes actueel en wordt ingezet op een zo hoog mogelijke
alertheid om slachtofferschap van cybercrime te voorkomen. Uiteindelijke gedragsverandering
vraagt om een lange adem en herhaling.
Vraag 18
Welke concrete acties volgen uit het opnemen van «digitale autonomie» en «cloud» als
NDS-prioriteiten? Welke middelen heeft u hier aan besteed?
Antwoord
We werken aan een verkenning van het realiseren van een overheidsbrede soevereine
clouddienst in samenwerking met bestaande overheidsdienstverleners en de markt. Momenteel
zit de verkenning in een afrondende fase. Hierover zal de Tweede Kamer op korte termijn
nader worden geïnformeerd. Ook zijn er tussen november 2025 en januari 2026 open dialogen
met de markt gevoerd over het komen tot een soevereine clouddienst en de wijze waarop
daarin samengewerkt kan worden met de markt. Ook zetten we binnen de NDS prioriteit
Cloud stappen richting een centrale overheidsmarktplaats voor cloudtechnologieën,
die vraag aan het juiste aanbod koppelt. In de uitwerking van de ontwikkeling van
de centrale marktplaats gaan we in gesprek met partijen in de markt, waarbij we streven
naar een brede uitnodiging om een gelijk speelveld te hanteren.
Voor digitale autonomie in de NDS is de visie digitale autonomie en soevereiniteit
van de overheid eind vorig jaar in de ministerraad vastgesteld. Er wordt nu gewerkt
aan een routekaart digitale autonomie en een referentiekaart digitale autonomie.
Vraag 19
Welke concrete acties volgen uit de visie op digitale autonomie en soevereiniteit
van de overheid? Welke middelen heeft u hieraan besteed?
Antwoord
Via de Nederlandse Digitaliseringsstrategie wordt gewerkt aan de volgende acties:
• Ontwikkelen, vaststellen en toepassen van rijksbrede kaders voor digitale autonomie
en soevereiniteit.
○ Herziening Cloudbeleid,
○ Referentiekader Digitale Autonomie
○ Routekaart Digitale Autonomie
○ Opstellen van beleid en standaarden voor verantwoord gebruik van cloud- en platformdiensten.
○ Financiële Strategie, waarin wordt ingegaan op de kosten en baten van Digitale Autonomie.
• Stimuleren van open standaarden, open source en interoperabele oplossingen binnen
de overheid.
• Versterken van kennisdeling via initiatieven zoals het Digitale Autonomie Competence
Center (DACC).
• Vergroten van controle over opslag, verwerking en toegang tot overheidsdata.
• Samenwerken met Europese initiatieven rondom digitale soevereiniteit en cloudontwikkeling.
Dit in EDIC (European Digital Infrastructure Consortium) verband, maar bijvoorbeeld
ook door de samenwerking met de Permanente Vertegenwoordiging in Brussel te intensiveren.
• Ondersteunen van overheidsorganisaties bij het maken van strategische technologiekeuzes
vanuit publieke waarden. Naar analogie van privacy-assessments wordt hierbij systematisch
getoetst op effecten voor grondrechten, zoals gelijke behandeling, non-discriminatie
en vertrouwen in de overheid. Een vergelijkbaar afwegingskader voor digitale autonomie
ligt voor de hand, zodat afhankelijkheden, regieverlies en risico’s voor de publieke
taak expliciet worden meegewogen in de besluitvorming.
• De financiering van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) in 2026 wordt geleverd
vanuit de reguliere personele bezetting van het Ministerie van BZK. Voor aanvullende
activiteiten en productontwikkeling, zoals de ontwikkeling van een overheidscloud
of het inrichten van een Federatief Security Opererations Center, zijn geen extra
financiële middelen beschikbaar. Het Digitale Autonomie Competentiecentrum (DACC)
is een zelfstandig samenwerkingsverband van overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke
partners dat overheden en publieke organisaties ondersteunt bij het versterken van
digitale autonomie en het verminderen van afhankelijkheden van grote technologiebedrijven.
Het centrum ontwikkelt praktische instrumenten, deelt kennis en voert onderzoek uit
op het gebied van digitale soevereiniteit. Het DACC kent een eigen financieringsstructuur
en wordt bekostigd door de deelnemende organisaties.
Vraag 20
Vanuit welke middelen zullen de NDS-prioriteiten «digitale autonomie» en «cloud» voortaan
bekostigd worden? Welke departementen leveren een bijdrage?
Antwoord
Dat is op dit moment nog niet bekend. Hierover wordt uw Kamer geïnformeerd via de
jaarrapportage NDS, die eind 2026 wordt verwacht. De jaarrapportage NDS zal ook meer
inzicht verschaffen in de mogelijkheden.
Vraag 21
Hoe voert u de motie-Kathmann [Kamerstuk 26 643, nr. 1316] uit over het aanbesteden van een Rijkscloud? Wanneer verwacht u dat de Rijkscloud
er is?
Antwoord
Zoals eerder gedeeld met de Kamer in het debat over de NDS d.d. 30 september 2025,9 en in de beantwoording Kamervragen lid Stoffer (SGP) over de verkoop van het cloudbedrijf
van DigiD en MijnOverheid,10 werken we op dit moment aan de verkenning van de soevereine overheidscloud. De resultaten
van deze verkenning worden voor de zomer aan de Tweede Kamer verstuurd. Op basis van
die verkenning volgt een voorkeurscenario dat nader uitgewerkt gaat worden. Aanbesteden
is één van de scenario’s die in de verkenning wordt bekeken. Het uitwerken van een
raming van het voorkeursscenario is een volgende stap.
Vraag 22
Hoeveel kosten zijn er reeds gemaakt om de motie-Kathmann [26 643-1316] uit te voeren? Zijn deze direct ten goede gekomen aan het bouwen van een Rijkscloud?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 21.
Vraag 23
Waarom is er nog geen definitieve investeringsagenda voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie?
Wanneer kan de Kamer deze wel verwachten?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 24
Wat gebeurt er vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, zolang er geen middelen
voor beschikbaar zijn?
Antwoord
De uitvoering van de NDS vindt plaats voor zover passend binnen bestaande budgetten
en de personele capaciteit die door departementen, publieke dienstverleners en (mede-)overheden
wordt geleverd.
Vraag 25
De titel van het laatste kopje «Onvoldoende capaciteit, middelen en slagkracht» besteedt
alleen aandacht aan de krappe capaciteit; welke problemen zijn er rondom middelen
en slagkracht?
Antwoord
Het hebben van onvoldoende capaciteit, middelen en slagkracht hangt met elkaar samen.
Wanneer er te weinig capaciteit is, kan dit van invloed zijn op de slagkracht. Beleid
kan dan bijvoorbeeld later of minder volledig worden uitgevoerd dan beoogd, zoals
ook toegelicht in het jaarverslag. Daar komt bij dat het kabinet heeft afgesproken
de overheidsuitgaven te beheersen. Rijksbreed staat er daarom druk op de financiën
en moeten er keuzes gemaakt worden. Dat heeft dus ook invloed op de beschikbare middelen
voor het Ministerie van BZK en hangt samen met de capaciteit en slagkracht. Een voorbeeld
zijn de vele ambities op het digitale vlak (zoals de NDS) zonder voldoende bijbehorende
middelen.
Vraag 26
Hoe voert u de motie-Kathmann/Tseggai [Kamerstuk 32 034, nr. 71] uit om diploma-eisen bij de I-Traineeships van het Rijk los te laten? Wanneer is
dit afgerond?
Antwoord
Vanuit het Rijk wordt momenteel gewerkt aan de uitvoering van de motie-Kathmann/Tseggai
(GL-PvdA) over het loslaten van diploma-eisen binnen de I-traineeships. Daarbij wordt
in kaart gebracht welke I-traineeships binnen het Rijk worden aangeboden en op welke
wijze diploma-eisen hierin worden toegepast. Daarnaast vinden gesprekken plaats met
andere traineeprogramma’s om ervaringen en werkwijzen op te halen rondom competentiegericht
selecteren. Op basis hiervan wordt bezien hoe hier binnen de rijksbrede I-traineeships
verdere invulling aan kan worden gegeven. De verwachting is dat dit traject uiterlijk
in het vierde kwartaal van 2026 wordt afgerond.
Vraag 27
Hoe voert u de motie-Kathmann/Six Dijkstra [Kamerstuk 36 740 VII, nr. 22] uit om meer ICT-personeel in vaste dienst te nemen?
Antwoord
Met de personeelsstrategie voor digitalisering, een van de doelstellingen binnen de
prioriteit Digitaal Vakmanschap in NDS, wordt deze motie uitgevoerd. Zoals eerder
aangegeven in de Kamerbrief over plan van aanpak uitvoeren moties Wetgevingsoverleg
Digitale Zaken van 28 augustus 2025.11 In deze data gedreven personeelsstrategie voor digitalisering staan interventies
zoals bijvoorbeeld het meer gebruik maken van interne pools in plaats van externe
inhuur om zo kennis te borgen. Het plan van aanpak voor de ontwikkeling van de personeelsstrategie
voor digitalisering wordt momenteel uitgewerkt. Vooruitlopend op de personeelsstrategie
wordt in juni een dashboard IV/IT personeel gepubliceerd, wat onderdeel is van de
personeelsstrategie voor digitalisering. In de verzamelbrief Digitaal Vakmanschap
in Q4 informeer ik de Kamer wederom over de status van de uitvoering van deze motie.
Vraag 28
Kunt u een nieuw overzicht over de rol en verantwoordelijkheid voor Digitale Zaken
opstellen, op basis van de nieuwe portefeuilleverdeling in het kabinet?
Antwoord
Op dit moment worden de gesprekken over de departementale herschikking tussen EZK
en BZK afgerond. Daarmee komt er meer duidelijkheid over de rol en verantwoordelijkheid
van beide betrokken bewindspersonen.
De budgettaire consequenties voor de begrotingen van BZK en EZK worden zichtbaar in
de ontwerpbegrotingen 2027 die bij Prinsjesdag gepresenteerd zullen worden.
Vraag 29
Hoe staat het met de uitvoering van het «Plan van aanpak online discriminatie» als
onderdeel van de aanpak van desinformatie?
Antwoord
Het Plan van aanpak tegen online discriminatie is geen onderdeel van de Rijksbrede
strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie. In de aanpak van beide opgaven
wordt wel samengewerkt en er zijn raakvlakken.
Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan het Plan van aanpak. In dat kader starten
we deze zomer onder meer met een hybride maatschappelijk dialoog over online discriminatie
om bewustwording te vergroten en digitale burgerschapsvorming te stimuleren. Daarnaast
ondersteunt het kabinet trainingen voor maatschappelijke organisaties om inzicht te
krijgen in de impact van online haat en de handelingsperspectieven die zij hebben.
Online discriminatie is ook onderdeel van de beoogde stelselherziening voor de aanpak
van discriminatie. Het kabinet wil Discriminatie.nl als landelijke organisatie verantwoordelijk
maken voor het behandelen van meldingen en het ondersteunen van mensen die een discriminatiemelding
doen. Om nauwer samen te werken rond de aanpak van online discriminatie hebben Discriminatie.nl
en Meld Online Discriminatie in april een samenwerkingsovereenkomst getekend. Ook
wordt er samengewerkt met Offlimits aan het uitbreiden van handelingsperspectieven
voor slachtoffers van schadelijke, maar legale content in den brede. Ten slotte investeert
het kabinet in het Expertise Centrum Aanpak Discriminatie-Politie (ECAD-P) om onder
andere de expertise rond online discriminatie te vergroten bij de politie.
Vraag 30
Hoe voert u de motie-Kathmann [Kamerstuk 36 740 VII, nr. 23] uit die vraagt om structureel meer middelen beschikbaar te stellen voor de Informatiepunten
Digitale Overheid (IDO’s)? Welke aanvullende middelen hebben gemeenten hiertoe ontvangen?
Antwoord
De motie van het lid Kathmann verzoekt de regering om structureel extra middelen beschikbaar
te stellen voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s), en dit voor de komende
jaren te dekken uit de vrij te besteden middelen ten behoeve van betere overheidsdienstverlening.
Ook verzoekt de motie om een voorstel uit te werken dat ten minste tegemoetkomt aan
de daadwerkelijk gemaakte kosten van IDO’s en dit te verwerken in de begroting van
het komende jaar.
Zoals eerder aan de Kamer doorgegeven is de door het lid Kathmann voorgestelde dekking
niet mogelijk. Ook het beschikbaar stellen van extra financiering bleek niet mogelijk.
Het kabinet heeft invulling gegeven aan deze motie door in ieder geval de eerder doorgevoerde
10% budgetkorting te compenseren in de 1e suppletoire begroting van 2026. Deze middelen worden toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering
(DU) overheidsbrede dienstverlening.
Een DU verplicht gemeenten niet om IDO-dienstverlening aan te bieden. De Staatssecretaris
van BZK maakt bestuurlijke afspraken met gemeenten om de IDO-dienstverlening zo veel
als mogelijk te bestendigen.
Vraag 31
Kunt u meer uitleg geven over het Competentiecentrum Digitale Autonomie? Wat is het
doel van dit centrum?
Antwoord
Het Digitale Autonomie Competence Center (DACC) helpt overheden en publieke organisaties
om meer regie te krijgen over hun digitale infrastructuur en data. Het doel is om
de afhankelijkheid van grote buitenlandse technologiebedrijven te verkleinen.
Het DACC ondersteunt bij keuzes rondom cloud, software, dataopslag en digitale samenwerking.
Het centrum deelt kennis, ontwikkelt standaarden en stimuleert samenwerking tussen
overheden. Het draagt bij aan een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige digitale
overheid. Daarbij staan publieke waarden centraal, zoals transparantie, controle over
data, veiligheid en digitale soevereiniteit.
Vraag 32
Wat is de stand van zaken van de voorgenomen (gedeeltelijke) migratie van de werkplekken
van SSC-ICT naar Microsoft? Gaat de migratie nog door?
Antwoord
De migratie naar de nieuwe werkplek is gestart met een proef-uitrol bij SSC-ICT zelf.
Binnenkort zal de migratie voor de afnemende ministeries starten. De nieuwe werkplek
kent de nodige verbeteringen op het gebied van veiligheid en privacy, hetgeen gezien
de veranderende geopolitieke situatie en het grote aantal cyberaanvallen van de afgelopen
tijd steeds belangrijker is. Data en e-mail blijven in eigen beheer binnen het eigen
overheidsdatacenter (ODC), en gaan dus niet naar de Microsoft-Cloud. Ik verwijs naar
de inhoud van de Kamerbrieven d.d. 27 maart 202612 en 18 februari 202513.
Vraag 33
Hoe staat het met het Onderzoeksprogramma impact van desinformatie?
Antwoord
De resultaten van het onderzoek naar de impact van desinformatie op de democratische
rechtsstaat worden in september 2026 verwacht. De appreciatie van het onderzoek wordt
eind 2026 met uw Kamer gedeeld door de Minister van BZK.
Vragen en antwoorden inzake Jaarverslag Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
2025 (Kamerstuk 36 740 XIII, nr. 1)
Vraag 34
De integratie van het Digital Trust Center (DTC) en het CSIRT-DSP met het Nationaal
Cyber Security Centrum (NCSC) is eind 2025 afgerond. Hoe wordt gewaarborgd dat de
specifieke expertise voor het niet-vitale bedrijfsleven behouden blijft binnen deze
nieuwe centrale organisatie?
Antwoord
Het vernieuwde Nationaal Cyber Security Centrum is er voor álle organisaties in Nederland,
dus ook voor alle mkb-ers. Hier is de dienstverlening van het vernieuwde Nationaal
Cyber Security Centrum op aangepast. Uitgangspunt is dat het beste van beide organisaties
wordt gecombineerd.
Er is in de aanloop naar de integratie zorgvuldig gekeken naar de dienstverlening
die door beide partijen is aangeboden en hoe deze in het vernieuwde Nationaal Cyber
Security Centrum een plek krijgen. Daarbij is er ook oog voor de verschillen in behoeften
van de verschillende doelgroepen en wordt gekeken naar verschillende producten en
diensten waarop doelgroepen op een voor hen passende wijze kunnen worden bereikt.
Het mkb is daarbinnen een belangrijke doelgroep. EZK blijft als opdrachtgever betrokken
en zal ook vanuit die rol toezien op dit belang.
Vraag 35
Het ministerie signaleert dat er steeds meer Europese taken op het gebied van digitale
wetgeving (zoals de DSA en NIS2) bijkomen zonder dat de budgettaire gevolgen vooraf
duidelijk zijn, wat druk legt op de krimpende begroting. Welke structurele aanpassingen
worden overwogen in het besluitvormingsproces om beter te kunnen anticiperen op deze
EU-verplichtingen?
Antwoord
Zoals in het jaarverslag is aangegeven, wordt binnen EZK momenteel onderzocht hoe
beter kan worden geanticipeerd op de budgettaire gevolgen van EU-wetgevingsvoorstellen
in relatie tot de interne besluitvormingsprocessen. Omdat dit nog loopt, is nog niet
inzichtelijk welke aanpassingen dit vraagt.
Overkoepelende/overige vragen die betrekking hebben op bovenstaande Jaarverslagen
Vraag 36
Er is in 2025 een Rijksbreed datalek ontdekt in metadata van openbaar gemaakte documenten.
Welke structurele ICT-oplossingen worden geïmplementeerd om te voorkomen dat metadata
in de toekomst handmatig geschoond moeten worden bij publicaties?
Antwoord
In 2025 zijn alle aanwezige documenten op Open.overheid.nl geschoond van persoonsgegevens
in de metadata van documenten. Er loopt besluitvorming om tot een structurele oplossing
te komen om het lekken van metadata op Open.overheid.nl te voorkomen. De lijn hiervan
is dat aanleveraars verantwoordelijk zijn en blijven voor het aanleveren van geschoonde
stukken ter publicatie op Open.overheid.nl maar dat via de dienstverlening van Rijksorganisatie
voor Informatiehuishouding (RvIHH) de mogelijkheid wordt geboden om documenten te
schonen van persoonsgegevens. Tevens scant RvIHH momenteel alle parlementaire stukken
van de departementen die op Open.overheid.nl gepubliceerd staan op onterechte persoonsgegevens
in de metadata. RvIHH beschikt over een oplossing om zowel reeds geconstateerde datalekken
op te lossen als toekomstige incidenten te voorkomen.
Daarnaast is door RvIHH een generieke functionaliteit operationeel gesteld. Departementen
hebben nu de keuze om:
• zelf voorafgaand aan publicatie persoonsgegevens uit de eigenschappen van documenten
te verwijderen;
• Het volledige publicatieproces bij aanleverende partijen uit te besteden aan RvIHH.
Vraag 37
Wat is de huidige stand van zaken van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS)?
Antwoord
Het uitvoeringsprogramma van de NDS is ingericht en operationeel. De uitvoering van
de prioriteiten en interventies vindt plaats voor zover passend binnen bestaande budgetten
en capaciteit. Daarbij worden in samenwerking met de verschillende overheden wel keuzes
gemaakt in prioriteitstelling, tempo en reikwijdte. Uw Kamer wordt hier nader over
geïnformeerd via de jaarrapportage NDS die eind 2026 wordt verwacht.
Vraag 38
Kunt u een bijgestelde raming van de NDS verstrekken, uitgesplitst naar prioriteiten
en interventies?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 7.
Vragen en antwoorden inzake Slotwet aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid,
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Economische
Zaken en Klimaat. [2026D25283]
Vragen inzake Slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2025 (36 945 VI)
Vraag 1
Kunt u toelichten welk deel van de ophoging van € 11,3 mln voor het Openbaar Ministerie
samenhangt met versterking van de informatievoorziening? [Kamerstuk 36 945 VI/36 945 VI-4, memorie van toelichting, artikel 33]
Antwoord
Het bedrag van € 11,3 mln. is een saldo van diverse posten maar is grotendeels toe
te schrijven aan uitgaven met betrekking tot de (versterking van) de informatievoorziening
c.q. het herstellen van de informatievoorziening na het beveiligingsincident van medio
2025.
Vraag 2
Bij het openbaar ministerie zijn de verplichtingen opgehoogd met € 41,6 mln door correctieboekingen
na accountantscontrole, waarbij verplichtingen niet waren vastgelegd in de verplichtingenadministratie.
Kunt u aangeven of hieronder ook ICT- of informatievoorzieningsverplichtingen vielen?
[Kamerstuk 36 945 VI /36 945 VI-4, memorie van toelichting, artikel 33]
Antwoord
Het bedrag van € 41,6 mln. hangt voor het grootste deel samen met verplichtingen op
het terrein van de informatievoorziening.
Vraag 3
Kunt u toelichten welke meerjarige opdracht tot en met 2027 is verstrekt voor de implementatie
van de AI-verordening, inclusief opdrachtnemer, looptijd, doel, mijlpalen en de besteding
van de € 5 mln verplichtingen in 2025? [Kamerstuk, 36 945 VI, 36 945 VI-4, memorie van toelichting, artikel 34]
Antwoord
Deze vraag is meegenomen in de beantwoording op vraag 9.
Vraag 4
Waarom zijn de PNR-middelen in 2025 niet of niet volledig besteed, en welke activiteiten
of systemen zijn daardoor vertraagd? [Kamerstuk, 36 945 VI, 36 945 VI-4, memorie van toelichting, artikel 36]
Antwoord
Tijdens de start van de Passagiersinformatie-eenheid Nederland is ervoor gekozen om
te beginnen met een Passagiersinformatie-eenheid vanuit een startscenario en van daaruit
met de ketenpartners verder uit te bouwen op basis van de praktijkervaring met het
instrument, denk hierbij aan het aansluiten van nieuwe databanken en de verdere versterking
van de gegevensbescherming binnen de Passagiersinformatie-eenheid Nederland, zoals
ook tot uitdrukking komt in de recente rapportage van de Functionarisgegevensbescherming
Passagiersinformatie-eenheid Nederland14.
Door prioriteit te geven aan de implementatie van de maatregelen naar aanleiding van
de Uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 juni 202215 is deze doorontwikkeling vertraagd. Daarnaast speelt ook de krappe arbeidsmarkt een
rol waardoor (specialistische) vacatures niet gelijk kunnen worden opgevuld.
Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat de Passenger Name Data op dit moment met maar
één databank, te weten het Schengeninformatiesysteem, wordt vergeleken. Ook is de
in de JenV beleidsagenda voor Caribisch Nederland 2021–202516 aangekondigde verkenning naar de mogelijkheden voor het invoeren van wetgeving voor
Caribisch Nederland ten aanzien van het gebruik van passagiersgegevens (PNR-gegevens)
voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven
en ernstige criminaliteit ernstig vertraagd.
Vraag 5
Kunt u voor de Justitiële ICT Organisatie toelichten waarom de totale baten € 9,641
mln hoger zijn dan totaal geraamd, terwijl de totale lasten € 1,749 mln lager zijn
dan geraamd? [Kamerstuk 36 945 VI, 36 945 VI-3, voorstel van wet, agentschap Justitiële ICT Organisatie]
Antwoord
De baten zijn hoger dan begroot vanwege extra vraag vanuit de opdrachtgevers. De lagere
kosten komen vanwege lagere afschrijvingskosten door minder investeringen in 2024
en 2025 en lagere ICT-kosten door positieve contractonderhandelingen.
Vraag 6
Kunt u toelichten waarom de kapitaalontvangsten bij de Justitiële ICT Organisatie
€ 19,844 mln lager zijn en de kapitaaluitgaven € 13,242 mln lager zijn dan begroot?
[Kamerstuk 36 945 VI, 36 945 VI-3, voorstel van wet, agentschap Justitiële ICT Organisatie]
Antwoord
De kapitaalontvangsten bij de Justitiële ICT Organisatie zijn € 19,8 mln. lager dan
begroot, omdat de gerealiseerde investeringen lager zijn uitgevallen dan oorspronkelijk
voorzien en deels zijn investeringen uit eigen middelen gefinancierd. Dit resulteerde
in een lagere financieringsbehoefte. De kapitaaluitgaven zijn € 13,2 mln. lager dan
begroot, doordat in 2024 en 2025 minder is geïnvesteerd en minder is geleend dan voorzien
in de begroting over 2025. Dit resulteert in lagere aflossingslasten.
Vraag 7
Kunt u voor het CJIB toelichten of de lagere totale baten van € 29,898 mln en lagere
totale lasten van € 16,612 mln samenhangen met digitaliseringsprojecten, inningssystemen
of andere ICT-voorzieningen? [Kamerstuk 36 945 VI-3, voorstel van wet, agentschap Centraal Justitieel Incassobureau]
Antwoord
De totale lagere lasten en baten bij het CJIB hebben naast vertraagde projecten grotendeels
betrekking op andere factoren zoals compensatie LPO en projectenkostenvergoedingen.
Vraag 8
Kunt u bij de hogere ontvangsten op VOG en naamwijzigingen aangeven of dit heeft geleid
tot hogere ICT-belasting of aanpassingen in digitale aanvraagprocessen? [Kamerstuk
36 945 VI, 36 945 VI-4, memorie van toelichting, artikel 34]
Antwoord
De hogere ontvangsten voor de VOG-producten en naamswijzigingen worden veroorzaakt
door een hoger aantal aanvragen van deze producten. Dit heeft niet geleid tot hogere
ICT-belasting of aanpassingen in digitale aanvraagprocessen.
Vraag 9
Kunt u uitleggen wat de concrete mijlpalen zijn voor 2026 en 2027 die met dit budget
moeten worden gerealiseerd aangezien de implementatie van de AI-verordening is gestart
met een verplichting van € 5 mln?
Antwoord
Vragen 3 en 9 worden hier in gezamenlijkheid beantwoord. Voor de implementatie van
de AI-verordening binnen de domeinen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid
loopt er een meerjarige opdracht van 2025 tot en met 2029. Mijlpalen in deze opdracht
zijn het bevorderen van capaciteits- en kennisopbouw bij de taakuitvoering met opleidingen,
het opstellen van uitvoerbare kaders en het toetsen en leren van concrete AI-toepassingen.
Het grootste gedeelte van de totale middelen voor deze opdracht gaan naar de taakuitvoering.
Dit gaat via een bijdrageregeling die direct ten goede komt aan de uitvoering. Verder
is er een expertteam ingesteld van twaalf experts die via tijdelijke opdrachten bij
uitvoeringsorganisaties bijdragen aan de implementatie van de AI-verordening in die
organisaties.
Voor dit expertteam is er een verplichting aangegaan van € 5 mln. door middel van
inbesteding bij het Rijks ICT Gilde die tot uiting komt in uitgaven in 2026 en 2027.
De AI-verordening verplicht organisaties uiterlijk eind 2030 stapsgewijs de eisen
uit de verordening ingevoerd te hebben. Bovengenoemde activiteiten zorgen ervoor dat
JenV-organisaties hier in de aanloop 2030 aan die vereisten kunnen voldoen.
Vragen inzake Slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025
(36 945 VII)
Vraag 10
Kunt u uitsplitsen welke subsidies en bijdragen op artikel 6 hebben geleid tot de
overschrijding van het verplichtingenbudget met € 7,2 mln, en welk deel daarvan direct
samenhangt met digitalisering? [Kamerstuk 36 945 VII, 36 945 VII-4 memorie van toelichting, artikel 6]
Antwoord
Alle uitgaven en verplichtingen op artikel 6 hebben betrekking op digitalisering.
De overschrijding van het verplichtingenbudget met € 7,2 mln. is veroorzaakt door
de bijdrage aan ICTU voor het ondersteuningsteam NDS en de ondersteuning van de NDS-Raad/centrale
commissie Gegevensgebruik en het verstrekken van subsidies, waaronder het Meldpunt
Schadelijke Content en de training tegen Online Haat.
Vraag 11
Kunt u specificeren welke bijdragen aan ICTU in het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
(NDS) in 2025 hoger zijn toegekend dan eerder geraamd, uitgesplitst naar opdracht,
programma en bedrag? [Kamerstuk 36 945 VII , 36 945 VII-4 memorie van toelichting, artikel 6]
Antwoord
Er zijn twee bijdragen verstrekt aan ICTU in het kader van de NDS die niet waren voorzien
met de Najaarsnota:
1. Het coördinatie- en ondersteuningsteam Realisatie NDS, betreft een opdracht van € 1,6
mln.
2. Opdracht voor de ondersteuning van de NDS-Raad en Centrale Commissie Gegevensgebruik,
betreft een opdracht van € 2,252 mln.
Vraag 12
Waarom was bij het verplichtingenbudget op artikel 6 eerder onvoldoende rekening gehouden
met hogere ICTU-bijdragen voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie? [Kamerstuk
36 945 VII, 36 945 VII-4 memorie van toelichting, artikel 6]
Antwoord
Deze kosten waren nog niet voorzien met de Najaarsnota.
Vraag 13
Welke concrete activiteiten of producten binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
zijn met de hogere ICTU-bijdragen gefinancierd? [Kamerstuk 36 945 VII, 36 945 VII-4 memorie van toelichting, artikel 6]
Antwoord
Zie antwoord op vraag 11.
Vraag 14
Kunt u aangeven welke verantwoordingen van Logius niet in 2025 zijn ontvangen, waardoor
restantbetalingen niet in 2025 gerealiseerd konden worden? [Kamerstuk 36 945 VII, 36 945 VII-4 memorie van toelichting, artikel 6]
Antwoord
De onderstaande verantwoordingen zijn in 2025 niet van Logius ontvangen. Hierdoor
konden de restantbetalingen ter hoogte van € 4,3 mln niet in 2025 worden gerealiseerd.
Het betreft verantwoordingen met betrekking tot werkzaamheden uit eerdere jaren, waaronder:
• Herbouw Officiële Electronische Publicaties en BasisWettenBestand € 1,8 mln
• Notificatieservices voor Berichten over uw Buurt € 0,8 mln
• Beheer & Exploitatie Bekendmakingswet € 0,4 mln
• Beheer & Exploitatie Officiële Publicaties € 0,2 mln
• Diverse bijdragen € 1,1 mln
De betreffende verantwoordingen zijn door Logius niet tijdig afgerond, waardoor afrekeningen
en bijbehorende restantbetalingen in 2025 niet meer mogelijk waren.
Vraag 15
Kunt u verklaren waarom de uitgaven aan ICT op artikel 11 € 12,7 mln. lager zijn uitgevallen
en de verplichtingen € 11,6 mln. lager zijn uitgevallen dan geraamd? [Kamerstuk 36 945 VII, 36 945 VII-4 memorie van toelichting, artikel 11]
Antwoord
De uitvoering van gestelde groeiambities en (door)ontwikkeling van programma’s en
producten/diensten, heeft vertraging in de planning opgelopen, onder andere door afhankelijkheid
van stelselpartijen. Hierdoor zijn bepaalde investeringen (nog) niet gedaan, wat ook
zijn effect heeft op zowel de uitgaven als ook de ontvangsten bij RvIHH. Uiteindelijk
is het voor de RvIHH van belang dat de uitgaven en ontvangsten binnen het kas jaar
in balans zijn conform de richtlijnen voor kas/verplichtingen.
Vraag 16
Kunt u voor de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens toelichten waarom de totale baten
€ 10,178 mln lager en de totale lasten € 9,838 mln lager zijn dan totaal geraamd,
en welke digitale identiteitsdiensten hierdoor zijn geraakt? [Kamerstuk 36 945 VII, 36 945 VII-3 voorstel van wet, agentschap Rijksdienst voor identiteitsgegevens]
Antwoord
Aan de batenzijde wordt de grootste afwijking veroorzaakt door de opbrengsten uit
reisdocumenten. Gedurende het jaar werd op basis van de prognoses (verwachte uitgegeven
documenten) begin van 2025 verwacht dat de omzet uit reisdocumenten hoger zou uitvallen.
Deze ontwikkeling heeft zich echter niet gedurende het gehele jaar voortgezet, waardoor
de gerealiseerde omzet achterbleef bij de eerdere prognose.
Aan de lastenzijde zijn de personeelskosten lager uitgekomen dan begroot. Dit komt
onder andere door de reorganisatie en de implementatie van de Wet Deregulering Beoordeling
Arbeidsrelaties. Daarnaast hebben vertragingen plaatsgevonden bij een aantal geplande
activiteiten binnen de ICT-begroting. Deze activiteiten hadden voornamelijk betrekking
op de realisatie van technische doorontwikkelingen. De continuïteit van de dienstverlening
is hierdoor niet geraakt. De genoemde vertragingen hebben tevens geleid tot lagere
opbrengsten aan de batenzijde.
Vraag 17
Kunt u voor SSC-ICT verklaren waarom de totale kapitaaluitgaven € 248,497 mln lager
zijn dan totaal geraamd en zelfs negatief zijn gerealiseerd? [Kamerstuk 36 945 VII, 36 945 VII-3 voorstel van wet, agentschap Shared Service Center-ICT]
Antwoord
De vastgestelde begroting met betrekking tot de kapitaal uitgaven van SSC-ICT was
voor 2025 € 145,7 mln. Er is in 2025 € 102,8 mln. gerealiseerd. Dat is € 42,953 mln.
minder dan initieel begroot. Dit komt voornamelijk doordat er minder is geïnvesteerd
dan verwacht voor de buitenlandse posten en kosten voor onderhoudscontracten. Verder
zijn een deel van de begrote investeringen doorgeschoven naar 2026.
Vraag 18
Welke investeringen, vervangingen of ICT-projecten bij SSC-ICT zijn geraakt door de
lagere kapitaaluitgaven en lagere kapitaalontvangsten? [Kamerstuk 36 945 VII, 36 945 VII-3 voorstel van wet, agentschap Shared Service Center-ICT]
Antwoord
De kapitaalontvangsten zijn lager uitgevallen dan begroot omdat er minder beroep is
gedaan op de leenfaciliteit. Dat komt doordat de investeringen lager waren dan begroot.
Dit komt met name doordat er minder is geïnvesteerd is in onderhoudscontracten en
de buitenlandse posten.
Vraag 19
Kunt u een volledig overzicht geven van de kosten die het afgelopen jaar zijn gemaakt
ten behoeve van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie? Hoeveel kosten zal u in het
komende jaar naar verwachting maken?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 5 en 7 bij het kopje Jaarverslagen Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Vraag 20
Kunt u duidelijk uitleggen welke middelen aan ICTU zijn uitgekeerd, ten behoeve van
de Nederlandse Digitaliseringsstrategie?
Antwoord
De uitgekeerde middelen ten behoeve van de NDS zijn:
• € 1,6 mln. voor het coördinatie- en ondersteuningsteam Realisatie NDS.
• € 2,252 mln. voor de ondersteuning van de NDS-Raad en Centrale Commissie Gegevensgebruik.
Vraag 21
Welke verantwoordingen is Logius in 2025 niet nagekomen, en waarom niet?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 14.
Vraag 22
Kunt u toelichten waarom de opdrachten voor de verbetering van de informatiehuishouding
niet op tijd zijn uitgezet, terwijl dit een cruciaal onderdeel is van een transparante
overheid?
Antwoord
De wettelijke aanbestedingsregels zijn bedoeld om transparantie en gelijke kansen
te waarborgen in het inkoopdomein. Het deugdelijk voorbereiden, toetsen en uitzetten
van opdrachten vraagt tijd. Zo ook voor het uitzetten van opdrachten voor de verbetering
van de informatiehuishouding.
Vraag 23
Kunt u toelichten waarom het organisaties als Logius en de Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding
niet lukt om hun verantwoordingen en facturatie binnen het lopende begrotingsjaar
af te ronden, en welke risico’s brengt dit mee voor de continuïteit van de digitale
dienstverlening?
Antwoord
Tarieven voor rijksbrede ICT-voorzieningen worden achteraf gecorrigeerd op basis van
het daadwerkelijke operationele verbruik. Het vaststellen van deze definitieve afrekeningen
kan pas plaatsvinden als alle verbruiksgegevens van het gehele kalenderjaar compleet
en gecontroleerd zijn.
Vraag 24
Kunt u duidelijker uitleggen waarom de uitgaven en verplichtingen aan ICT lager zijn
uitgevallen? Is dit in lijn met wat er ieder jaar wordt overgehouden? Worden de onderbestede
middelen alsnog aan ICT uitgegeven?
Antwoord
De grootste veroorzaker van de lagere uitgaven is de afrekening van SSC-ICT voor de
doorontwikkeling 2024. Het volledige budget van 2024 via een kasschuif doorgeschoven
naar 2025. De uitgave voor 2024 in 2025 viel € 0,8 mln. lager uit dan begroot. Elk
jaar worden de kosten voor doorontwikkeling en vernieuwing ICT begroot door leveranciers.
De daadwerkelijke uitgaven lijken structureel lager uit te vallen dan begroot. Door
vroegtijdige signalering op bijdragen houden we controle over de onderbesteding die
elk jaar lager wordt.
Vragen inzake Slotwet Ministerie van Economische Zaken 2025 (36 945 XIII)
Vraag 25
Welke diensten, opdrachtgevers of projecten verklaren de hogere baten bij DICTU in
2025? [Kamerstuk 36 945 XIII, 36 945 XIII-3, voorstel van wet, agentschap, Dienst ICT Uitvoering]
Antwoord
Dit komt met name door een toename in de vraag naar de diensten/producten Werkplekservices
(+ € 9,3 mln.), Applicatie Services (+ € 8,2 mln.) en Ontwikkelopdrachten (+ € 5,8 mln.).
Het aantal werkplekken is ten opzichte van de DICTU ontwerpbegroting 2025 bijna 4%
hoger, voornamelijk bij de Ministeries van EZ en LVVN en de RVO.
De hogere baten bij Applicatie Services zijn het gevolg van het in gebruik nemen van
eerder ontwikkelde onderdelen. De hogere baten bij Ontwikkelopdrachten komen voornamelijk
voort uit een groei van de ontwikkeling van websites.
Vraag 26
Kunt u toelichten waarom DICTU een positief saldo van baten en lasten van € 14,328
mln realiseert, terwijl bij de begroting een saldo van nul was geraamd? [Kamerstuk
36 945 XIII, 36 945 XIII-3, voorstel van wet, agentschap Dienst ICT Uitvoering]
Antwoord
DICTU is een agentschap waardoor DICTU conform het agentschapsmodel altijd raamt op
een saldo van nul. Het hogere resultaat is te verklaren door de hogere omzet omdat
er meer is afgenomen vanuit de klanten dan voorzien. Hierdoor zijn schaalvoordelen
gerealiseerd bij werkplekdiensten en applicatie services. Daarnaast zijn als gevolg
van een lager investeringsniveau de afschrijvingskosten en andere daaraan gerelateerde
uitgaven lager.
Vraag 27
Kunt u aangeven waarom de kapitaalontvangsten bij DICTU € 9,975 mln lager zijn dan
totaal geraamd en wat dit betekent voor ICT-investeringen of afschrijvingen? [Kamerstuk
36 945 XIII, 36 945 XIII-3 voorstel van wet, agentschap Dienst ICT Uitvoering]
Antwoord
Het verschil tussen de gerealiseerde en geraamde kapitaalontvangsten betreft grotendeels
een lager beroep op de leenfaciliteit, doordat er minder is geïnvesteerd in infrastructuur.
Dit is uitgesteld vanwege de ontwikkeling van een nieuwe bedrijfsstrategie. Deze investeringen
schuiven door naar 2026 en 2027.
Vraag 28
Kunt u voor de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) toelichten waarom de totale
lasten € 4,986 mln lager zijn dan totaal geraamd? [Kamerstuk 36 945 XIII, 36 945 XIII-3 voorstel van wet, agentschap Rijksinspectie Digitale Infrastructuur]
Antwoord
De toelichting op de realisatie is te vinden in de agentschapsparagraaf van het jaarverslag.
Daarin staat dat de geraamde lasten lager zijn uitgevallen omdat het percentage externe
inhuur lager was dan begroot en omdat de materiële kosten voor de uitvoering van structurele
en incidentele taken voor departementen binnen de begroting bleven. Daarnaast leidden
achterblijvende geplande investeringen in materiële vaste activa en lagere realisaties
op overige IV-projecten tot lagere afschrijvingskosten dan begroot.
Vraag 29
Kunt u uitleggen waarom doorbelastingen van ICT-kosten naar concernonderdelen als
negatieve kosten zijn geboekt onder bijdrage aan SSO’s, terwijl deze onder SSO DICTU
geboekt hadden moeten worden? [Kamerstuk 36 945 XIII, 36 945 XIII-4, memorie van toelichting, artikel 40]
Antwoord
Bij het boeken van de negatieve kosten is de verkeerde grootboekrekening/kostensoort gebruikt, waardoor de kosten onder het verkeerde onderwerp in
de realisatie is geland. Voor de negatieve kosten in 2026 wordt in goed overleg tussen
de betreffende stafdirectie en de afdeling Financiële Diensten en Administratie bepaald
waar deze kosten landen.
Vraag 30
Welke correctiemaatregelen neemt het ministerie om te voorkomen dat ICT-doorbelastingen
opnieuw op het verkeerde budgetonderdeel worden geboekt? [Kamerstuk 36 945 XIII, 36 945 XIII-4, memorie van toelichting, artikel 40]
Antwoord
De betreffende casus is intern besproken en hier wordt nu beter op gecontroleerd.
Vraag 31
Kunt u uitleggen wat de exacte oorzaak is van de vertraging bij de projecten Quantum
Delta en Photon Delta, en in hoeverre dit de Nederlandse positie op het gebied van
digitale soevereiniteit en hoogwaardige technologie in gevaar brengt?
Antwoord
Bij de uitwerking van NGF-plannen is het mogelijk dat in de praktijk meer tijd nodig
is voor de RVO in samenwerking met de NGF-stichtingen om de middelen aan te wenden.
Dit betekent dat in de uitvoering de RVO en de stichtingen de precieze plannen afstemmen
met de markt en de actuele financieringsbehoefte daarop wordt aangepast. Hierdoor
worden sommige elementen van de programma’s later gerealiseerd. De voortgang wordt
zorgvuldig gemonitord zodat de plannen wel zo snel mogelijk ten uitvoer worden gebracht
en de Nederlandse positie gewaarborgd blijft.
Vraag 32
Kunt u aangeven hoe de aanzienlijke boekingsfout van € 18,7 mln. bij de doorbelasting
van ICT-kosten heeft kunnen ontstaan, en welke maatregelen vervolgens zijn genomen
om de transparantie van ICT-uitgaven binnen de rijksoverheid te verbeteren?
Antwoord
Ongeveer € 8 mln. wordt verklaard doordat bij doorbelasten van kosten de verkeerde
grootboekrekening/kostensoort is gebruikt. Een deel wordt verklaard door een verkeerde
koppeling tussen de begroting in de financiële administratie en de begroting in onze
begrotingsstukken. Om dit op te lossen vinden aanpassingen plaats in de financiële
administratie, waardoor het budget en de kosten voor DICTU nu op de juiste plek worden
weergegeven in de begrotingsstukken van EZK.
Overkoepelende/overige vragen die betrekking hebben op bovenstaande slotwetten
Vraag 33
Wat zijn de kosten geweest om het nieuwe Staatssecretariaat voor Digitale Economie
en Soevereiniteit in te richten? Kunt u inzicht bieden in hoe de politieke verantwoordelijkheid
voor Digitale Zaken nu organisatorisch is ingericht?
Antwoord
In de voorjaarsbesluitvorming is binnen de budgetten van EZK € 5,7 mln. vrijgemaakt
voor directe ondersteuning van de twee extra bewindspersonen bij EZK ten opzichte
van het vorige kabinet. De Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit is
daar één van. Dit betreft directe ondersteuning voor stafadvies, vervoer, reizen,
beveiliging, communicatie en huisvesting.
De organisatorische aanpassingen als gevolg van de portefeuilleverdeling tussen de
Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit en de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties
en Slagvaardige Overheid worden op dit moment voorbereid. De budgettaire aanpassingen
tussen BZK en EZK worden naar verwachting verwerkt in de ontwerpbegrotingen 2027.
Vraag 34
Hoe voert u de motie-Six Dijkstra [Kamerstuk 26 643, nr. 1407] uit om de kosten van ICT-licenties structureel beter inzichtelijk te maken?
Antwoord
Een haalbare uitvoering van de motie Six Dijkstra (NSC)17 is beschreven in de brief van afgelopen december18 waarmee ook gevolg is gegeven aan een tweetal toezeggingen19 voor het beter inzichtelijk maken van ICT-kosten. De kosten van ICT-licenties worden
niet centraal bijgehouden. Er wordt wel gesproken over ICT-dienstverlening, waar licenties
een onderdeel van kunnen uitmaken. Het spreken over ICT-dienstverlening in plaats
van enkel licenties past bij de huidige ontwikkelingen waar de dienstverlening «as a service» wordt aangeboden, doelend op de ontwikkelingen als Platform as a Service (PAAS),
Infrastructure as a Service (IAAS) en Software as a Service (SAAS). Deze ICT-dienstverlening
wordt via resellers gecontracteerd, waarmee geen primaire financiële transacties naar
de uiteindelijke leveranciers inzichtelijk zijn.
Vanuit de begrotingscyclus wordt onder meer via datasets20 gerapporteerd over uiteenlopende categorieën van ICT-dienstverlening. Een specifieke
duiding van licentiekosten is daar niet uit op te maken.
Vragen inzake Resultaten verantwoordingsonderzoek aan het Ministerie van Justitie
en Veiligheid, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie
van Economische Zaken en Klimaat. [2026D25284]
Vragen inzake Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Justitie
en Veiligheid (36 945 VI-2)
Vraag 1
Hoe verklaart u de trends rondom online criminaliteit?
Antwoord
De trends zoals opgenomen in het verslag van de Algemene Rekenkamer komen uit de CBS
Veiligheidsmonitor die aan de Kamer is aangeboden op 2 maart 2026. In 2025 hebben
ruim 200.000 personen van 15 jaar en ouder de vragenlijst ingevuld.
• Politie en OM constateren dat de drempel voor online criminaliteit is verlaagd. Waar
voorheen technische expertise vereist was, kunnen tegenwoordig kant-en-klare tools
en handleidingen eenvoudig online worden aangeschaft via berichtendiensten en/of platforms
(zoals Telegram, fora en het dark web). Ook het gebruik van AI speelt hierbij in toenemende
mate een rol. Dit stelt individuen in staat om met minimale investering en technische
kennis cyberaanvallen uit te voeren. Criminelen kunnen daarnaast met één handeling
vaak vele mogelijke slachtoffers maken.
• De Kamer wordt over trends en ontwikkelingen in online criminaliteit geïnformeerd
via de jaarlijkse Kamerbrieven over de voortgang van de integrale aanpak van cybercrime
en de integrale aanpak online fraude.
De laatste Voortgangsbrief over de aanpak van cybercrime was op 25 juni 2025. De eerstvolgende
voortgangsbrief cyber is voorzien in september 2026. Dan wordt ook de publicatie van
een nieuw Cybercrimebeeld van OM en politie 2026 verwacht. In de Kamerbrief van 9 december
2025 is geïnformeerd over de stand van zaken en doorontwikkeling van de integrale
aanpak online fraude. De volgende update over de aanpak online fraude wordt voor het
zomerreces aan de Kamer aangeboden.
Vraag 2
Waarom heeft u nog geen opvolging gegeven aan de vorig jaar geconstateerde ICT-gerelateerde
onvolkomenheden? Kunt u op alle drie de onvolkomenheden concreet ingaan?
Antwoord
Zoals geconstateerd door zowel de Audit Dienst Rijk (ADR) als de Algemene Rekenkamer
(ARK) is er in 2025 opvolging gegeven én voortgang geboekt op de bevindingen (ADR)
en onvolkomenheden (ARK) omtrent informatiebeveiliging. Hieronder kort uiteengezet
de voortgang op de geconstateerde onvolkomenheden.
1. Accreditaties
Het afgelopen jaar is veel aandacht besteed aan het vergroten van de personele capaciteit
voor accreditaties. Daarnaast heeft het interdepartementale accreditatiebeleid geleid
tot het opstellen van een specifiek accreditatiebeleid JenV, het inrichten van een
stelsel van accreditatieprocesbeschrijvingen en het opzetten van een kwaliteitsraamwerk.
Op basis hiervan is gestart met het risico-gestuurd accrediteren van een aantal hoog-gerubriceerde
informatiesystemen, waarmee wordt bijgedragen aan verbeterde bescherming van deze
systemen tegen mogelijke beveiligingsincidenten zoals cyberaanvallen en datalekken.
Een deel van de achterstand in de accreditatieverlening is hiermee weggewerkt.
2. Opvolging verbeterpunten uit beveiligingstesten
Het realiseren van deze verbeterpunten heeft een meerjarig karakter en kan daarmee
niet binnen één jaar worden weggewerkt. Het hiervoor opgestelde verbeterplan voorziet
onder meer in het bestendigen van redteamonderzoeken in de lijnorganisatie. Daarnaast
wordt door middel van een periodieke kwaliteitscyclus voor redteamonderzoeken getoetst
of de mitigerende maatregelen zijn geïmplementeerd en het gewenste beveiligingseffect
wordt gerealiseerd.
3. Informatiedeling
Aan de informatie-uitwisseling tussen departement en JenV-organisaties over informatiebeveiliging
wordt gewerkt, onder meer door het proces informatiedeling verder aan te scherpen
en het toezicht daarop nader uit te werken. Verder is informatiebeveiliging vaker
en met meer diepgang onderwerp van bestuurlijk gesprek tussen departement en taakorganisaties.
Vraag 3
Hoe groot is de achterstand in de accreditatieverlening?
Antwoord
Accreditaties worden risico-gebaseerd opgepakt. Aan kritieke, hooggerubriceerde systemen
en informatiesystemen die gerubriceerde informatie van EU of NAVO verwerken wordt
voorrang gegeven. Van de informatiesystemen die aan voornoemde criteria voldoen zijn
momenteel acht informatiesystemen geaccrediteerd en negen accreditatieonderzoek zijn
lopen op het moment.
Vraag 4
Laat de achterstand in de accreditatieverlening zich alleen uitleggen door een gebrek
aan personeel? Welke factoren spelen mogelijk nog een rol?
Antwoord
Het opbouwen van accreditatiedossiers met actuele en vastgestelde documentatie is
een tijds- en arbeidsintensief proces voor de organisatieonderdelen, waardoor regelmatig
wachttijden ontstaan. Dit wordt zo veel mogelijk ondervangen door gelijktijdig meerdere
accreditatieonderzoeken op te starten, maar heeft desondanks, naast capaciteitsgebrek,
een grote invloed op de snelheid waarmee achterstanden in de accreditatieverlening
worden weggewerkt.
Een gestructureerde werkwijze (de Security Accreditatie Strategie) draagt bij aan
een heldere werkwijze van het te doorlopen proces en de verwachte inspanning van de
auditee.
Benadrukt wordt dat ondanks de druk om achterstanden weg te werken geen concessies
worden gedaan aan kwaliteitsnormen.
Vraag 5
Welke opvolging geeft u aan beveiligingstesten van ethische hackers? Kunt u concreet
uitleggen wat u met de uitkomsten doet of heeft gedaan, specifiek bij de drie door
de Algemene Rekenkamer genoemde tekortkomingen?
Antwoord
Het realiseren van deze verbeterpunten heeft een meerjarig karakter en kan daarmee
niet binnen één jaar worden weggewerkt. Het hiervoor opgestelde verbeterplan voorziet
onder meer in het bestendigen van redteamonderzoeken in de lijnorganisatie. Daarnaast
wordt door middel van een periodieke kwaliteitscyclus voor redteamonderzoeken getoetst
of de mitigerende maatregelen zijn geïmplementeerd en het gewenste beveiligingseffect
wordt gerealiseerd (d.m.v. herhaaltesten). Concreet zijn verder de volgende maatregelen
getroffen in het kader van de genoemde tekortkomingen:
• Voor (netwerk)monitoring wordt gericht detectie software ingezet op (actuele) kwetsbaarheden.
• Ten aanzien van onveilig toegangsbeheer is departementaal beleid voor logging vastgesteld
en worden tools ingezet voor verscherpt beheer en toezicht op het gebruik van gebruikersaccounts
met hoge toegangsrechten.
• In het kader van het verbeteren van onveilig netwerkontwerp wordt beleid ontwikkeld
voor netwerksegmentering.
Vraag 6
Welke voordelen heeft het decentraal beleggen van de informatiebeveiliging bij 70
JenV-organisaties? Welke risico’s kent dit stelsel?
Antwoord
Het decentraal beleggen van de verantwoordelijkheid voor informatiebeveiliging is
in lijn met de aanstaande cyberbeveiligingswet (cbw). Het legt daarmee de verantwoordelijkheid
in de bestuurskamer van de individuele organisatie en geeft hiermee aan dat informatiebeveiliging
niet enkel een ICT probleem is. De taakorganisatie heeft immers als geen ander kennis
van de eigen (wettelijke en overige) kerntaken en mogelijke beveiligingsrisico’s.
Zicht houden op de staat van informatiebeveiliging is een inherent risico bij een
decentraal stelsel.
Vraag 7
Hoe ziet u er op toe dat alle 70 JenV-organisaties een gelijke mate van cyberveiligheid
kennen?
Antwoord
Voor de staat van de informatiebeveiliging bij taakorganisaties is het van belang
dat risico’s inzichtelijk zijn en erop wordt gestuurd. De informatie-uitwisseling
die hiervoor nodig is wordt verbeterd, onder meer door het proces informatiedeling
verder aan te scherpen en het toezicht daarop nader uit te werken. Verder is informatiebeveiliging
vaker en met meer diepgang onderwerp van bestuurlijk gesprek tussen departement en
taakorganisaties. De gelijke mate van cyberveiligheid krijgt ook concreet vorm door
meer gebruik van centraal ingerichte basis ICT-voorzieningen zowel departementaal
(Gemeenschappelijke Digitale Diensten) als rijksbreed (Generieke Digitale Infrastructuur)
waarop de taakorganisaties hun informatiebeveiliging verder inrichten.
Vraag 8
Hoe vaak en hoe is het iTrechter-systeem gecontroleerd op een mogelijke discriminatoire
bias? Kunt u deze analyse(s) met de Kamer delen?
Antwoord
Het iTrechter-systsem is in het verleden niet gecontroleerd op een mogelijke discriminatoire
basis. De politie heeft de volgende maatregelen getroffen: het doel van ieder algoritme
wordt beschreven in een brondocument, de officier van Justitie toetst de totstandkoming
van een algoritme, vooraf aan het activeren van het algoritme wordt er getest of de
drempelwaarden juist zijn ingesteld, het algoritme wordt voortdurend aangepast op
(onbedoelde) uitzonderingssituaties, er zijn korte feedbackrondes om onterechte signalen
gelijk aan te passen, overleg over- en onderhoud van algoritmes vindt wekelijks plaats,
indien nodig ad-hoc, een signaal afkomstig uit het algoritme geldt niet als voldoende
voor een controle, er zijn meerdere akkoorden.
Vraag 9
Hoe wordt de privacy van onschuldige burgers gewaarborgd bij het gebruik van iTrechter?
Antwoord
Vanaf de selectie van het veiligheidsprobleem tot aan de feitelijke interventie is
in het systeem en het werkproces rekening gehouden met privacy. ANPR-camera’s worden
uitsluitend geplaatst onder doelbinding. Dat betekent dat gegevens uit de camera’s
niet voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor ze zijn ingesteld; data zonder
verwerkingsgrondslag worden verwijderd, verwerking vindt plaats onder de bepalingen
van de Wet politiegegevens; alleen geautoriseerde personen hebben toegang tot naar
personen herleidbare data; er vindt een menselijke/professionele toets plaats tussen
uitkomsten van het algoritme en de feitelijke controle op straat.
Vraag 10
Kunt u concreet ingaan op de risico’s die als categorie «midden» of «hoog» zijn getoetst
bij het gebruik van iTrechter? Hoe gaat u deze punten concreet verbeteren?
Antwoord
Mitigerende maatregelen op de risico’s die als midden of hoog getoetst zijn, worden
meegenomen in de ontwikkeling van het Generieke Sensingplatform (GSP).
Vraag 11
Waarom heeft u voor iTrechter geen gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) uitgevoerd?
Gaat u dit alsnog doen?
Antwoord
De verplichting voor de uitvoering van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB)
in de zin van een verwerking in het kader van de Wpg, indien er waarschijnlijk een
hoog risico voor de rechten en vrijheden van personen is, is per 1 mei 2018 in de
Wpg geïntroduceerd bij de implementatie van de Richtlijn gegevensbescherming opsporing
en vervolging. Aangezien een GEB voorafgaand aan de verwerking moet worden uitgevoerd,
was dat voor de iTrechter niet verplicht, want de iTrechter bestond al. Er zal een
GEB uitgevoerd worden voor het Generieke Sensingplatform (GSP).
Vraag 12
Bij hoeveel profielen heeft u het gebruiken van persoonsgegevens onvoldoende gemotiveerd?
Antwoord
Er zijn door de Algemene Rekenkamer drie algoritmes (profielen) onderzocht. Voor alle
drie geldt dat in het onderliggende brondocument wordt vereist dat de gegevensverwerking
voldoet aan de doelbinding. Aanvragers hoeven dit echter voor hun algoritme niet te
onderbouwen waarom dit geldt voor hun inzet. De politie past dit aan in het vernieuwde
brondocument.
Vraag 13
Hoe gaat u opvolging geven aan de aanbeveling om de werkwijze uit te breiden om privacyrisico’s
te beperken? Wat is hiervoor uw tijdlijn?
Antwoord
iTrechterfunctionaliteit wordt overgeheveld naar het Generieke Sensingplatform. Aanbevelingen
uit het verantwoordingsonderzoek zullen worden meegenomen in de ontwikkeling van dit
nieuwe platform.
Vraag 14
Waarom kon u de Algemene Rekenkamer geen inzage geven in de beveiliging van iTrechter?
Kunt u dit inzicht in het vervolg alsnog verlenen?
Antwoord
De Algemene Rekenkamer (ARK) heeft, zonder enige belemmering, inzage gehad in de gehele
IT-infrastructuur (incl. beveiligingscomponenten) van de iTrechter tijdens haar onderzoek.
De ARK heeft bij deelonderdeel 4.09 «Security by design» van het toetsingskader aangegeven
dat als gevolg van een verouderde omgeving niet kan worden aangetoond dat de principes
van security by design destijds zijn toegepast. Inzage hierover is niet mogelijk omdat
het systeem vijftien jaar oud is. Er valt op basis van de huidige informatie niet
aan te tonen op basis van welke principes het ontwerp heeft plaatsgevonden.
Vragen inzake Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties (36 945 VII-2)
Vraag 15
Welke hersteltermijnen hanteert SSC-ICT om digitale werkplekken na een langdurige
verstoring weer beschikbaar te maken voor rijksambtenaren?
Antwoord
SSC-ICT levert haar dienstverlening conform voorwaarden die zijn vastgelegd in een
Producten en dienstencatalogus (PDC). Er is sprake van een formele hersteltijd (RTO)
van maximaal 16 werkuren.
Voor majeure en complexe verstoringen is vooraf geen hersteltijd af te geven. Dit
is afhankelijk van de omstandigheden. Wel is SSC-ICT doende om het herstelproces zodanig
te optimaliseren dat de doorlooptijd zo kort mogelijk is.
Vraag 16
Op welke wijze wordt digitale soevereiniteit meegewogen bij de keuze en inrichting
van digitale werkplekken binnen de rijksoverheid?
Antwoord
Digitale autonomie en de inzet van Open Source heeft veel aandacht binnen de Rijksoverheid,
ook bij de keuze en inrichting van de digitale werkplekken. De overheid volgt sinds
2020 het beleid «Open, tenzij-beleid»: software van de overheid moet zoveel mogelijk
open source zijn. Voor wat betreft de «tenzij» is aangesloten bij de weigeringsgronden
van de Wet Open Overheid. Om overheden te helpen dit te operationaliseren is een afwegingskader
gemaakt. De huidige digitale werkplek is op dit moment gebaseerd op Microsoft-componenten
die deels of geheel in de cloud draaien. Stapsgewijs vervangen we die componenten
door autonome componenten. SSC-ICT, DICTU en DUO hebben de opdracht gekregen om een
soevereine digitale werkplek te ontwikkelen. Volgend jaar wil ik de eerste testgebruikers
overzetten naar deze soevereine digitale werkplek.
Vraag 17
Hoe reageert u op de constatering dat de digitale werkplekken van het Rijk onvoldoende
weerbaar zijn? Welke conclusies verbindt u hier aan?
Antwoord
De Algemene Rekenkamer (ARK) constateert dat SSC-ICT voldoende maatregelen treft om
het risico op verstoringen of misbruik te verkleinen. De ARK geeft tevens aan dat
een vastgesteld bedrijfscontinuïteitsbeleid en een crisismanagementplan mist, en dat
SSC-ICT daardoor risico loopt. Zoals ook door de ARK wordt geconstateerd, werkt SSC-ICT
hieraan middels een in 2025 gestart programma t.b.v. bedrijfscontinuïteitsmanagement
en crisismanagement en het regelmatig oefenen daarvan. Dit programma heeft hoge prioriteit.
Onderdeel van dit programma is het in 2026 uitwerken en oefenen van herstelplannen
voor de belangrijkste diensten die SSC-ICT levert.
Vraag 18
Op welke manier is de weerbaarheid van de digitale werkplekken reeds onderzocht? Kunt
u de uitkomsten, al dan niet vertrouwelijk, aan de Kamer doen toekomen?
Antwoord
SSC-ICT onderzoekt en test doorlopend de weerbaarheid van de digitale werkplekken
door het uitvoeren van risicoanalyses, pentesten en audits. SSC-ICT kan de resultaten
van security testen vertrouwelijk delen (via de leeskamer-procedure).
Vraag 19
Welke aanbevelingen of acties uit het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst zijn,
16 jaar na de start, volwaardig geïmplementeerd? Welke niet, en waarom niet?
Antwoord
Hiervoor verwijs ik u naar de Jaarrapportage Bedrijfsvoering (JBR) 2014.21 Het programma Compacte Rijksdienst is eind 2014 door het kabinet afgesloten. Twaalf
van de 17 projecten waren op dat moment afgesloten en de resultaten opgeleverd en
gemeld via de JBR 2014. De resterende vijf projecten die toen conform planning langer
doorliepen zijn in de lijn belegd.
Vraag 20
Waarom is destijds door Economische Zaken besloten om toch eigen digitale werkplekken
te ontwikkelen? Wat is het voordeel van de twee digitale werkplekken naast elkaar
laten bestaan?
Antwoord
Dit vraagstuk speelde in 2014. Het Ministerie van Economische Zaken zou gaan aansluiten
bij de digitale werkplek van BZK/SSC-ICT, daarover waren bestuurlijk afspraken gemaakt.
SSC-ICT had in die tijd echter geen gelegenheid om een Ministerie van de omvang van
Economische Zaken, met ruim 12.000 werkplekken (inclusief uitvoeringsorganisaties)
te bedienen. Economische Zaken moest destijds een vervanging regelen voor het aflopende
werkplekcontract met Capgemini, en kon niet wachten totdat SSC-ICT wel tijd had. Vanwege
dit planningsprobleem heeft Economische Zaken besloten toch zelf een digitale werkplek
in de markt te zetten. Dit was noodzakelijk voor de continuïteit op dat moment.
Wat verder een rol speelde was dat Economische Zaken ook een aantal uitvoeringsorganisaties
bedient (RVO, NVWA) die hogere eisen stellen aan een digitale werkplek dan het gemiddelde
kerndepartement. Denk daarbij aan de verwerking van geografische informatie en het
mobiel ondersteunen van inspecties in het veld. De digitale werkplek van Economische
Zaken biedt daar wel mogelijkheden voor, die de SSC-ICT-werkplek destijds niet bood.
Een voordeel hiervan is dat de onderlinge informatie-uitwisseling tussen de uitvoeringsorganisaties
en de kerndepartementen beter is geborgd.
Vraag 21
Waarom hebben Algemene Zaken, Defensie, en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap hun eigen
werkplekvoorziening?
Antwoord
De keuze voor de eigen werkplekvoorziening is een departementale verantwoordelijkheid.
Zeven departementen hebben besloten om hun werkplek bij SSC-ICT af te nemen, twee
departementen nemen hun werkplek af bij DICTU. Drie departementen hebben besloten
om een eigen werkplekvoorziening in te richten. Er is geen inzicht in de beweegredenen
van deze departementen om een eigen werkplekvoorziening te gebruiken. Zoals eerder
genoemd bij vraag 16, is er wel een initiatief gestart om de werkplekken bij drie
dienstverleners te harmoniseren. SSC-ICT, DICTU en DUO hebben de opdracht gekregen
om een soevereine digitale werkplek te ontwikkelen. Daarmee worden stappen gezet om
een uniforme werkplek aan te bieden aan tien departementen.
Vraag 22
Welke afwegingen maken de verschillende departementen om te kiezen voor 1) de werkplek
van SSC-ICT; 2) de werkplek van DICTU; 3) het inrichten van een eigen werkplek?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 21.
Vraag 23
Zijn er schaalvoordelen voor het samenvoegen van werkplekken tot één centrale, digitaal
onafhankelijke werkplek? Zijn deze voordelen onderzocht, en zo ja, kunt u ze met de
Kamer delen?
Antwoord
Het samenvoegen van werkplekken tot één centrale, digitaal onafhankelijke werkplek
kan schaalvoordelen bieden, voor zover het mogelijk is om daarmee aan alle behoeften
van de verschillende overheden te voldoen. In zijn algemeenheid geldt dat schaalvergroting
tot spreiding van vaste kosten leidt, hetgeen ten goede komt aan de kostprijs. Schaalvergroting
leidt ook tot verdere standaardisering binnen het Rijk en effectiever inzetten van
schaars IT personeel. In het kader van een «slagvaardige overheid» heeft schaalvergroting
dan ook de nadrukkelijke aandacht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties.
Vraag 24
Waarom is er nog geen vervolg gegeven aan het onderzoek naar de samenwerking tussen
SSC-ICT en DICTU? Wat zijn de redenen?
Antwoord
Er is inmiddels gestart met een verdiepingsonderzoek naar nadere samenwerking op diverse
terreinen. De uitkomsten zijn over enige maanden beschikbaar.
Vraag 25
Welke onderzoeken vinden plaats in het kader van de aangekondigde «Digitale Dienst»?
Wordt het wel of niet samenvoegen van SSC-ICT en DICTU hier expliciet bij betrokken?
Antwoord
Naar aanleiding van de motie Kathmann c.s.22 heeft de voormalig Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitale Zaken advies
gevraagd aan de NDS-Raad over de digitale dienst. Dit advies is op 7 mei jl. ontvangen
en wordt betrokken bij het verdere onderzoek naar de rol, het mandaat en de positionering
die de dienst zou kunnen krijgen. Hoewel het advies niet direct ingaat op het samenvoegen
van dienstverleners, wordt wel aangegeven dat een digitale dienst aandacht moet hebben
voor het overheidsbreed «programmeren», namelijk het verbinden van de portfolio’s,
capaciteit en implementatieplanning van uitvoeringspartners. Uw Kamer wordt door de
Staatsecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit nader geïnformeerd over de opvolging
van dit advies en de eventuele oprichting van een digitale dienst, waarbij een lerende
aanpak centraal staat.
Voorts is de Auditdienst Rijk (ADR) gevraagd een onderzoek te doen naar ICT-dienstverleners
in de rijksbrede bedrijfsvoering, als vervolg op Motie Buijsse.23 Zij zal onderzoeken hoe de samenwerking tussen (enkele) dienstverleners, waaronder
SSC-ICT en DICTU, verbeterd kan worden en of samenvoeging van diensten/dienstverleners
daarbij voordelen kan bieden. Over de uitkomsten van dit onderzoek wordt uw Kamer
in de eerste helft van 2027 geïnformeerd. Ook wordt vanuit de rijksorganisatie zelf
gekeken hoe een verdere harmonisatie van de dienstverleners eruit zou kunnen zien.
Op basis van de bevindingen zal worden beoordeeld of bijstelling van de startpositie
van de Nederlandse Digitale Dienst noodzakelijk is.
Vraag 26
Wanneer komt het onderzoek uit naar autonome cloudvoorzieningen voor SSC-ICT en DICTU?
Wat is het doel en de strekking van het onderzoek precies?
Antwoord
SSC-ICT, DICTU en DUO werken nauw samen bij het onderzoeken van de samenwerking op
het terrein van een (rijksbrede) soevereine werkomgeving. De opdracht hiervoor wordt
momenteel opgesteld in overleg met de ICBR (interdepartementale commissie bedrijfsvoering
rijk). Bedoeling is om in 2026 diverse proof of concepts uit te voeren. Op basis hiervan
wordt het vervolgtraject bepaald.
Vraag 27
Hoe verklaart u het grote verschil in de jaarlijkse kosten per gebruiker tussen de
werkplek van SSC-ICT en DICTU? Hoe kunt u dat verschil kleiner maken?
Antwoord
Uit het onderzoek door de Rekenkamer is geen verklaring gekomen voor dit prijsverschil.
DICTU gaat nu zelf in samenwerking met SSC-ICT onderzoek doen om dit tariefverschil
te verklaren.
Vraag 28
Wordt er ook gekeken naar het opschalen van bestaande initiatieven voor digitale autonomie,
zoals MijnBureau? Waarom gebruiken SSC-ICT en DICTU hun schaal niet om MijnBureau
op te schalen?
Antwoord
Bestaande initiatieven voor digitale autonomie zoals MijnBureau en andere Europese
initiatieven worden op herbruikbaarheid bezien bij de ontwikkeling van de (Rijksbrede)
Soevereine werkomgeving. Zie hiervoor ook de antwoorden op vragen 22 en 26.
Vraag 29
Wat is uw ambitie voor het wel of niet samenvoegen of samen laten werken van SSC-ICT
en DICTU? Welke voor- en nadelen zou dat hebben?
Antwoord
Mijn ambitie is gericht op optimale samenwerking tussen ICT-dienstverleners. Dat heeft
als voordelen onder meer kostenbeheersing, interoperabiliteit en inzet van schaarse
ICT-resources. Het samenvoegen van ICT-dienstverleners leidt af van de grote opgaven
waarvoor het Rijk momenteel is gesteld. SSC-ICT en DICTU, twee van de grootste ICT-dienstverleners
binnen het Rijk, werken al op diverse terreinen samen.
Zo lopen er (vervolg)onderzoeken naar nadere samenwerking op het terrein van Oracle
en werkplekken en gaan beide organisaties samen met DUO SSC-ICT, in opdracht van de
ICBR (interdepartementale commissie bedrijfsvoering rijk) aan de slag met het ontwikkelen
van een soevereine werkomgeving. Dit wordt momenteel verder uitgewerkt in een opdracht
van de ICBR. Zie ook het antwoord op vraag 26.
Vraag 30
Kunt u de gebruikstarieven voor SSC-ICT en DICTU uiteenzetten? Waar worden die 1.500/3.000
euro per werkplek aan uitgegeven?
Antwoord
De tarieven zijn gebaseerd op de kosten die worden gemaakt voor de levering van dienstverlening
waaronder personeel, huisvesting, licenties, hardware etc.
Vraag 31
Kunt u alle geconstateerde onrechtmatigheden bij Logius, SSC-ICT en RvIG één-voor-één
toelichten?
Antwoord
Hieronder staat een toelichting op de grootste onrechtmatigheden bij Logius, SSC-ICT
en RvIG. De resterende onrechtmatigheden zijn relatief beperkt in financiële omvang.
Deze zijn bijvoorbeeld ontstaan door foutieve inhuurprocedures, het niet goed doorlopen
van een aanbestedingsprocedure voor producten of diensten, of onrechtmatigheden als
gevolg van rijksbrede (overbruggings)overeenkomsten van categoriemanagement (deze
laatste betreffen in totaal circa € 2,5 mln. voor Logius, SSC-ICT en RvIG).
Logius: totaal circa € 80,5 mln.
• Infrastructuurovereenkomst: circa € 38,6 mln. door gebruik van een onrechtmatige overeenkomst.
In 2025 zijn een aantal migraties naar de nieuwe infrastructuur afgerond, waardoor
deze onrechtmatigheid in 2026 zal afnemen.
• DigiD en DigiD-machtigen: circa € 15,5 mln. door verlenging van de overeenkomst in
2024. In 2025 is een nieuwe rechtmatige overeenkomst gesloten, waardoor deze onrechtmatigheid
per 2026 vervalt.
• Digipoort en Globe: circa € 24,8 mln. door voortgezet gebruik van een onrechtmatige
overeenkomst.
SSC-ICT: totaal circa € 55,7 mln.
• Overschrijding van de maximale contractwaarde van ICT-hardware overeenkomsten: circa
€ 38,5 mln. door onvoldoende monitoring van afnames, gestegen prijzen en hogere afnames
dan vooraf ingeschat.
• Bestellingen onder verlopen overeenkomst: circa € 12,5 mln., waarvan circa € 4 mln.
het gevolg is van de door de Auditdienst Rijk (ADR) gehanteerde extrapolatiemethode
als gevolg van een steekproefcontrole.
• Prestatieonderbouwing bij factuurbetalingen: circa € 3,3 mln. door ontbrekende of
onvoldoende kwaliteit van de onderbouwing in de administratie.
Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG): totaal circa € 20,5 mln.
• Berichtendiensten GBA en reisdocumenten: circa € 16,3 mln. door een rechtstreeks en
tijdelijk gesloten overeenkomst. RvIG is bezig met het onderbrengen van deze dienstverlening
in eigen beheer waarna dit tijdelijke onrechtmatige contract vervalt.
• Siem/SOC-dienstverlening: circa € 1,2 mln. Siem/SOC-dienstverlenging als overbrugging
voor het inbesteden van deze dienstverlening.
Voor een uitgebreidere toelichting wordt u verwezen naar de Bedrijfsvoeringsparagraaf
in Jaarverslag en Slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
202524.
Vraag 32
Hoe reageert u op de constatering dat de aanbestedingswetgeving niet wordt nageleefd?
Op welke vlakken is dit het geval geweest?
Antwoord
Allereerst zet het Ministerie van Binnenlandse Zaken zich in om de aanbestedingsregelgeving
na te leven. Alleen in hoogst uitzonderlijke gevallen vindt een afweging plaats tussen
rechtmatigheid en doelmatigheid, waarbij vanwege bijvoorbeeld continuïteit- en of
veiligheidsredenen op gemandateerd niveau kan worden besloten een onrechtmatige inkoop
te doen. Daarnaast kunnen in de controles van controlerende instanties ook rechtmatigheidsfouten
worden gerapporteerd. In beide gevallen stuur ik op het voorkomen en ten minste verminderen
van deze fouten. Dit doe ik door daarvoor op bestuurlijk niveau binnen het departement
aandacht te blijven vragen en het gesprek daarover te blijven voeren, waarbij ook
continuïteitsbelangen worden meegewogen.
In het antwoord op vraag 31 leest u op welke vlakken het niet voldoen aan aanbestedingsregelgeving
onder meer het geval is geweest.
Vraag 33
Wordt/worden er door het niet naleven van de aanbestedingswetgeving één of meerdere
marktpartijen bevoordeeld? Kunt u onderbouwen dat hier géén sprake van is?
Antwoord
Het valt niet uit te sluiten dat marktpartijen een voordeel hebben wanneer rechtstreeks
een contract wordt gesloten of een overeenkomst onrechtmatig wordt verlengd.
Vragen inzake Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Economische
Zaken (36 945 XIII-2)
Vraag 34
Welke aanbevelingen of acties uit het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst zijn,
16 jaar na de start, volwaardig geïmplementeerd? Welke niet, en waarom niet?
Antwoord
Zie vraag 19.
Vraag 35
Kunt u de technische verschillen tussen de werkplekken van SSC-ICT en DICTU, die volgens
de Rekenkamer sinds 2023 toenemen, verklaren? Op welke specifieke technische functies
verschillen de werkplekken en waarom?
Antwoord
De grootste functionele verschillen bevinden zich op het gebied van opslag en standaardfunctionaliteiten.
De opslag voor een gebruiker is bij DICTU ruimer en bij SSC-ICT zijn meer functionaliteiten
«standaard». De «Digitale Werkomgeving» van SSC ICT blijft nagenoeg volledig on premise
gehost. De «Cloud Werkplek» van DICTU daarentegen maakt gebruik van een deel van de
public clouddiensten van Microsoft. De belangrijkste public cloudapplicaties die DICTU
inzet zijn Teams, OneDrive en Exchange Online.
Vraag 36
Wanneer wordt het onderzoek naar een open source cloudplatform afgerond? Hoe worden
de uitkomsten gebruikt voor nieuw beleid?
Antwoord
Er heeft een eerste technisch onderzoek plaatsgevonden naar mogelijkheden en toepasselijkheid.
Dit is recent met positief resultaat afgerond en biedt houvast voor een functioneel
vervolgonderzoek. EZK en BZK bezien komende tijd nader hoe de uitkomsten kunnen worden
toegepast in nieuw beleid.
Vraag 37
Kunt u de tariefverschillen tussen de werkplekken van SSC-ICT en DICTU verklaren?
Antwoord
Zie vraag 27.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties