Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 945 K Jaarverslag en slotwet Defensiematerieelbegrotingsfonds 2025
Nr. 6
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel
van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met
de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 27 mei 2026 voorgelegd aan de Minister van Defensie. Bij brief van
9 juni 2026 zijn ze door de Minister van Defensie beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
1 Welk aandeel van de geconstateerde onzekerheden houdt verband met het toepassen
van uitzonderingsgronden binnen de aanbestedingswetgeving?
Van de € 4,3 miljard aan fouten en onzekerheden die de Algemene Rekenkamer constateert,
heeft € 3,6 miljard (83,7%) betrekking op de onderbouwing van de toepassing van uitzonderingsgronden.
2 In hoeveel gevallen is in 2025 gekozen voor directe contractering bij Nederlandse
of Europese leveranciers?
Defensie rapporteert in de Stand van Defensie over het percentage directe contracteringen
bij de Nederlandse industrie. Voor 2025 geldt dat 36.8% van alle contracteringen bij
een in Nederland gevestigd bedrijf plaatsvond. Vanaf de Stand van Defensie najaar
2026 maakt Defensie tevens inzichtelijk in hoeverre de doelstellingen voor inkoop
bij Nederlandse en Europese ondernemingen worden gerealiseerd.
3 Welke concrete maatregelen zijn in 2025 genomen om de strategische afhankelijkheid
van niet-Europese leveranciers te verminderen?
In 2025 zijn meerdere concrete maatregelen genomen om de Nederlandse en Europese industriële
basis te versterken en strategische afhankelijkheden te verminderen.
• Met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) is ingezet op gerichte
versterking van de Nederlandse en Europese defensiesector, onder meer door meer industrieversterkend
in te kopen en nadrukkelijker te kijken naar productie en instandhouding in Nederland
en Europa.
• Daarnaast is € 1,17 miljard beschikbaar gesteld voor gerichte proposities gericht
op versterking en opschaling van de Nederlandse defensie-industrie. Hiermee wordt
geïnvesteerd in productiecapaciteit, innovatievermogen en leveringszekerheid.
• In de D-SII is daarnaast aangekondigd dat Defensie, waar passend binnen operationele
en juridische kaders, nadrukkelijker inzet op inkoop en samenwerking binnen Nederland
en Europa om afhankelijkheden van niet-Europese leveranciers te verkleinen.
• Nederland blijft dit verbinden aan Europese capaciteitsontwikkeling. Daarbij sluit
Nederland aan op de negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s) van de EU en blijft
aansluiting op het NATO Defence Planning Process uitgangspunt. Nederland vervult daarnaast
een leidende rol op het gebied van drones en counter-drones.
Grensoverschrijdende industriële samenwerking binnen Europa blijft essentieel om de
Europese productiecapaciteit en leveringszekerheid structureel te versterken.
4 Welke materieelprojecten hebben in 2025 vertraging opgelopen als gevolg van leveringsproblemen
of beperkte productiecapaciteit?
Defensie heeft in toenemende mate te maken met oplopende levertijden bij fabrikanten
door de mondiaal sterk toegenomen vraag naar defensiematerieel en de beperkte beschikbaarheid
van kritieke grondstoffen door schaarste. Voorbeelden van materieelprojecten die in
2025 werden geconfronteerd met oplopende levertijden als gevolg van leveringsproblemen
of beperkte productiecapaciteit zijn «Aanvulling inzetvoorraad munitie» en «Midlife
Update (MLU) Fennek». Uw Kamer is met het Defensie Projectenoverzicht (DPO) 2026 (vertrouwelijk)
geïnformeerd over de actuele projectplanningen van materieelprojecten (Kamerstuk 27 830, nr. 489 van 20 mei 2026).
5 In welke mate voldoen de Nederlandse munitievoorraden ultimo 2025 aan de NAVO-normen?
Vanwege de bescherming van haar operationele en veiligheidsbelangen doet Defensie
geen openbare uitspraak over de munitievoorraden. Uw Kamer wordt in de vertrouwelijke
bijlage van de Stand van Defensie geïnformeerd over de voortgang van de realisatie
van de inzetvoorraden.
6 Tot welke percentages is van het Defensiematerieelbegrotingsfonds de afgelopen 5
jaren, per jaar, daadwerkelijk uitgegeven?
In onderstaande tabel zijn de oorspronkelijk geraamde uitgaven uit de ontwerpbegroting
op het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) afgezet tegen de realisatie conform
de jaarverslagen van deze jaren. Een percentage boven de 100% hoeft niet te leiden
tot een uitgavenoverschrijding omdat er gedurende het lopende jaar budgetten kunnen
worden toegevoegd aan het DMF of kunnen worden doorgeschoven naar latere jaren. De
verwerking daarvan vindt bijvoorbeeld plaats met de Voorjaarsnota.
2021
2022
2023
2024
2025
Begroot
4.610.299
5.387.062
6.678.776
10.923.657
9.775.495
Gerealiseerd
4.606.984
4.953.813
5.613.920
7.605.825
10.169.192
Percentage gerealiseerd
100%
92%
84%
70%
104%
7 Heeft in een van deze jaren onderbesteding of onder uitputting gedreigd? Zo ja:
hoe verklaart u dit? Had u meer of anders geld uit het fonds willen besteden, maar
mocht dit niet vanwege de beperkingen in de Wet defensiematerieelbegrotingsfonds (WDMF)?
Zo ja: om welke bestedingssoorten ging dit?
Gedurende het jaar kan Defensie worden geconfronteerd met (aankomende) onderrealisatie.
Bijvoorbeeld als gevolg van de verhoogde vraag naar defensiematerieel en een overspannen
markt. Dit heeft significante impact op levertijden en zorgt daarom voor vertraging
op projecten. Er kunnen ook andere redenen zijn voor vertraging, zoals uitbreiding
van een project door additionele behoeftes of herprioritering van beschikbare capaciteit
vanwege een ontwikkelende dreiging. Met de reguliere begrotingsmomenten wordt uw Kamer
hierover geïnformeerd.
Wanneer Defensie geconfronteerd wordt met (aankomende) onderrealisatie wordt gekeken
of projecten die in latere jaren staan eerder kunnen worden uitgevoerd. Uw Kamer wordt
hierin uiteraard meegenomen, waarmee het budgetrecht gestand wordt gedaan. Defensie
ervaart daarbij geen beperkingen vanuit de Wet Defensiematerieelbegrotingsfonds.
Daarnaast is, om voor de korte termijn te kunnen versnellen, de maximale overprogrammering
tijdelijk opgehoogd van 30% naar 40% voor de jaren 2026 en 2027. Hierover zijn in
mei 2025 afspraken gemaakt met het Ministerie van Financiën. Deze afspraak is eveneens
opgenomen in de Ontwerpbegroting 2026 van het DMF (Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026,
36 800 K, nr. 2 blz. 13). Hierdoor kunnen in de eerste jaren meer plannen in opdracht worden gegeven
dan er in die jaren budget beschikbaar is. Dit wordt gecompenseerd door onderprogrammering
in latere jaren, zodat dit op het totale budget geen financieel risico tot gevolg
heeft.
8 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor aankopen van bedrijven en bedrijfsmiddelen,
om deze door te verkopen aan defensie-industriële bedrijven, met als doel het stimuleren
van defensie-industriële productie? En zo ja: onder welke voorwaarden of met welke
beperkingen?
De Wet defensiematerieelbegrotingsfonds heeft op grond van artikel 2 van die wet tot
doel te voorzien in een meerjarig integraal beheer van de financiering en bekostiging
van de ontwikkeling, de verwerving, de instandhouding en de afstoting van het materieel,
de ICT-middelen en de infrastructuur van het Ministerie van Defensie. Op grond van
artikel 5 van die wet kunnen financiële verplichtingen en uitgaven voor deze doelen
ten laste van het fonds komen (lid 1). Daarnaast kunnen ook financiële verplichtingen
en uitgaven ten laste van het fonds komen voor de genoemde doelen in het kader van
investeringsprojecten in internationaal samenwerkingsverband (lid 2). Daarbij is Defensie
gehouden aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van staatssteun en aanbestedingen.
Het aankopen van bedrijven via een staatsdeelneming of het aankopen van bedrijfsmiddelen
als activa van ondernemingen valt niet binnen de grens van artikel 5 van de Wet defensiematerieelbegrotingsfonds.
9 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor het betalen van kosten om productieprocessen
van defensie-industriële bedrijven aan te passen («ombouwen») om daarna wel defensiematerieel
te kunnen produceren? En zo ja: onder welke voorwaarden of met welke beperkingen?
Bij een concrete behoefte van Defensie kunnen in een overeenkomst afspraken worden
gemaakt voor aanpassing of opschaling van productielijnen als Defensie bij deze bedrijven
systemen afneemt. Hierbij toetst Defensie de doelmatig- en rechtmatigheid van deze
voorstellen en wordt ook getoetst of dit past binnen de geldende wet- en regelgeving
op het gebied van staatssteun.
10 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor het betalen van de bouw van de eerste
productiefaciliteiten van geheel nieuwe defensie-industriële bedrijven? En zo ja:
onder welke voorwaarden of met welke beperkingen?
Defensie kan via het Defensiematerieelbegrotingsfonds uitgaven verrichten ten behoeve
van technologieontwikkeling en daarbij samen met het Nederlandse bedrijfsleven investeren
in toekomstige capaciteiten. Daarbij worden dan ook afspraken gemaakt over toekomstige
royalty’s of andere opbrengsten voor Defensie uit toekomstige afzet aan andere afnemers.
Het eigenstandig opzetten van geheel nieuwe defensie-industriële ondernemingen is
in principe geen overheidstaak.
11 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor de inleg van gelden in een publiek-privaat
investeringsfonds voor de uitbreiding van defensie-industriële productie? En zo ja:
onder welke voorwaarden of met welke beperkingen?
Vanuit het Defensiematerieelbegrotingsfonds zijn verschillende bijdragen gedaan aan
fondsen die bijdragen aan de uitbreiding van defensie-industriële bedrijven in Nederland.
Een bijdrage aan de SEED Capital-regeling bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
en de inleg voor het SecFund zijn hier voorbeelden van. Beide initiatieven zijn in
samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) uitgevoerd
door middel van interdepartementale overboekingen van Defensie naar EZK. Hierbij toetst
Defensie of dergelijke inleg doeltreffend en doelmatig is en of dit bijdraagt aan
het oplossen van een marktfalen voor de sector. Dergelijke bijdragen vinden plaats
binnen het kader van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (of de daaraan
voorgaande edities van de Defensie Industrie Strategie), die door EZK en Defensie
gezamenlijk is vastgesteld.
12 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor leningen aan en bankgaranties voor
defensie-industriële bedrijven? En zo ja: onder welke voorwaarden of met welke beperkingen?
Het Defensiematerieelbegrotingsfonds is niet bestemd voor het verstrekken van leningen.
Het is wel mogelijk om voorschotten te verstrekken, zoals dat onlangs bij de verwerving
van de additionele Patriotcapaciteit en Boxervoertuigen heeft plaatsgevonden die met
een nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2026 budgettair is verwerkt. Wanneer
een voorschot boven de € 2,5 miljoen verstrekt wordt, stelt Defensie richting de leverancier
als voorwaarde dat een bankgarantie wordt verstrekt. Bankgaranties worden door de
betreffende bank van een leverancier verstrekt; niet door Defensie.
13 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor betalingen of leningen aan internationale
organisaties voor defensie-industriële productie? En zo ja: onder welke voorwaarden
of met welke beperkingen?
Op grond van artikel 5 van de Wet defensiematerieelbegrotingsfonds kunnen financiële
verplichtingen en uitgaven in het kader van investeringsprojecten in internationaal
samenwerkingsverband ten laste van het fonds komen (lid 2). Daaronder vallen ook betalingen
aan internationale organisaties en betalingen aan andere (NAVO-)landen wanneer deze
landen bijvoorbeeld optreden als lead nation bij gezamenlijke verwervingstrajecten. Daarbij is Defensie gehouden aan de geldende
wet- en regelgeving op het gebied van staatssteun, aanbestedingen en financieel beheer.
Het Defensiematerieelbegrotingsfonds is niet bestemd voor het verstrekken van leningen.
14 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor betalingen of leningen aan andere
(NAVO-)landen met als doel dat meer producten voor Defensie kunnen worden gekocht?
En zo ja: onder welke voorwaarden of met welke beperkingen?
Zie beantwoording vraag 13.
15 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor het betalen van militaire reservisten
of burgerreservisten om als het nodig is in opdracht van Defensie te gaan werken voor
defensie-industriële bedrijven, om de productie te helpen verhogen? En zo ja: onder
welke voorwaarden of met welke beperkingen?
Indien bij investeringsprojecten op projectbasis personeel werkzaam is, waaronder
reservisten, dan kunnen de uitgaven worden belast op het betreffende project in het
Defensiematerieelbegrotingsfonds. De reguliere personele uitgaven, en daarmee het
overgrote deel van de uitgaven aan reservisten, worden verantwoord op de Defensiebegroting
(X).
16 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor tijdelijke compensatie van hogere
energiekosten voor Nederlandse defensie-industriële bedrijven? En zo ja: onder welke
voorwaarden of met welke beperkingen?
Compensatie van hogere energiekosten voor Nederlandse defensie-industriële bedrijven
verloopt niet via het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Daarbij dient voor iedere
uitgave te worden nagegaan of geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Daarover
kan niet in zijn algemeenheid een uitspraak worden gedaan, de specifieke omstandigheden
van het geval zijn daarbij bepalend.
17 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor bijdragen aan investeringen van Nederlandse
defensie-industriële bedrijven voor duurzame energievoorziening? En zo ja: onder welke
voorwaarden of met welke beperkingen?
Het Defensiematerieelbegrotingsfonds is niet bestemd voor het verduurzamen van defensie-industriële
bedrijven. Daarbij dient voor iedere uitgave te worden nagegaan of geen sprake is
van ongeoorloofde staatssteun. Daarover kan niet in zijn algemeenheid een uitspraak
worden gedaan, de specifieke omstandigheden van het geval zijn daarbij bepalend.
18 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor het financieren van belastingaftrek,
bijvoorbeeld voor winsten uit of investeringen in Nederlandse defensie-industriële
bedrijven? En zo ja: onder welke voorwaarden of met welke beperkingen?
Maatregelen die toezien op de (aftrek van) belastingen vinden plaats via het Ministerie
van Financiën. Bij iedere uitgave dient te worden nagegaan of geen sprake is van ongeoorloofde
staatssteun. Daarover kan niet in zijn algemeenheid een uitspraak worden gedaan, de
specifieke omstandigheden van het geval zijn daarbij bepalend.
19 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor financiële bijdragen aan studiebeurzen,
onderzoeken en kennisinstellingen om defensie-industriële productie, los van concrete
projecten structureel en significant te verhogen? En zo ja: onder welke voorwaarden
of met welke beperkingen?
Binnen het Defensiematerieelbegrotingsfonds worden uitgaven gedaan voor kennis en
innovatie. Hieronder valt ook onderzoek naar bijvoorbeeld duurzaamheid, klimaat en
veiligheid. Bijdragen aan de kennisinstellingen TNO, NLR en MARIN worden verantwoord
op de Defensiebegroting (X) en vinden gedeeltelijk plaats via het Ministerie van Economische
Zaken en Klimaat.
20 Gelet op het feit dat in de Memorie van Toelichting bij de wet (Kamerstuk 35 280, nr. 3 p.7) staat dat het fonds «veelal» gebruikt moet worden voor langdurige verwervingsprojecten:
kunt u aangeven hoeveel jaar u hanteert voor «langdurig»? En welk percentage voor
«veelal»? Zou u het fonds meer willen gebruiken voor kortere verwervingsprojecten?
Acht u hiervoor een wetswijziging nodig?
Defensie hanteert geen streefpercentage of definitie voor langdurige projecten. In
de praktijk is het zo dat een materieelproject al snel enkele jaren bestrijkt, waarbij
de jaren toenemen naarmate de complexiteit van een project toeneemt. Ditzelfde geldt
in nog grotere mate voor vastgoedprojecten, gezien de vergunningstrajecten die voorafgaan
aan de daadwerkelijke realisatie.
Overigens staat in de memorie van toelichting niet dat het Defensiematerieelbegrotingsfonds
«veelal» gebruikt moet worden voor langdurige verwervingsprojecten. In de memorie
van toelichting staat op pagina 7 bij de toelichting van artikel 5 van het fonds dat
de uitgaven worden aangewend voor de verwerving van materieel, munitie en persoonlijke
uitrusting, waarbij het dan veelal gaat om langdurige verwervingsprojecten.
21 Heeft u overlegd met de Nederlandse defensie-industrie om te bepalen welke aanpassingen
aan de WDMF hen zouden helpen?
Defensie en het Ministerie van Economische Zaken zijn continue in gesprek met de Nederlandse
defensiesector over wat er nodig is om een robuuste defensiesector te behouden en
te versterken. Het onderzoek dat Berenschot in opdracht van EZ heeft uitgevoerd, en
het rapport dat is opgeleverd, geeft enkele aanbevelingen voor handelingsperspectieven
die de sector verder kunnen versterken. Samen met EZ zullen we werken aan gerichte
acties op basis van deze aanbevelingen. In Q3 zal de Kamer hier nader over worden
geïnformeerd.
22 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor de uitgifte van speciale staatsobligaties
(war bonds)?
De ontvangsten van het fonds zijn:
• Bijdragen ten laste van andere begrotingen van het Rijk;
• Gelden, verkregen uit de verkoop en ontwikkeling van materieel, ICT-middelen en infrastructuur
van Defensie;
• Andere ontvangsten in het kader van het realiseren van het fonds.
Staatsobligaties vallen hier niet onder. Obligaties worden verantwoord op de begroting
van Financiën en Nationale Schuld (IX). Ook donaties, schenkingen en giften van particulieren
vallen hier niet onder. Ditzelfde geldt voor leningen of beleggingen.
23 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor donaties, schenkingen en giften van
particulieren, zowel bedrijven/organisaties als privépersonen?
Zie beantwoording vraag 22.
24 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor inkomsten uit leningen of beleggingen
vanuit het fonds?
Zie beantwoording vraag 22.
25 Mag het fonds wettelijk gebruikt worden voor andere inkomsten dan royalty’s uit
ontwikkelingstrajecten waar Defensie een bijdrage aan heeft geleverd, zoals een deel
van de winst uit verkoop van producten die samen met Defensie zijn ontwikkeld of kortingen
op prijzen bij aanschaf door Defensie van producten die samen met Defensie zijn ontwikkeld?
Zie beantwoording vraag 22.
26 Welke beperkingen uit artikel 2.11 van de Comptabiliteitswet 2026 zijn voor u voor
uitgaven respectievelijk ontvangsten van het fonds relevant gebleken? Welke uitgaven
wilde zij doen, maar mochten bij nader juridisch inzien niet?
Het artikel 2.11 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW) werpt geen beperkingen op voor
de activiteiten vanuit het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Het artikel 2.11 van
de CW geeft onder meer aan dat er een fonds kan worden ingesteld (lid 1); dat er bij
een in te stellen fonds een afbakening moet komen voor activiteiten die vanuit het
fonds gefinancierd kunnen worden (lid 1 en 3); dat de instelling van het fonds bij
wet geschiedt (lid 2); en dat een begrotingsfonds een 100% eindejaarsmarge kent (lid
4). De CW bepaalt dus niet welke activiteiten wel en niet onder een fonds vallen.
In de Wet defensiematerieelbegrotingsfonds is bepaald welke activiteiten ontplooid
kunnen worden.
27 In artikel 7 staat dat binnen 7 jaar de werking van de wet geëvalueerd moet worden;
is dat al gebeurd? Zo ja: wat waren de uitkomsten hiervan? Zo niet: bent u bereid
hier zo spoedig mogelijk aan te beginnen?
De Wet defensiematerieelbegrotingsfonds is per 1 juli 2020 in werking getreden. Dat
betekent dat uw Kamer in 2027 de evaluatie tegemoet kan zien. Met de evaluatie wordt
binnenkort gestart. Uw Kamer wordt hierover nader geïnformeerd
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier