Brief regering : Programma Erfgoed en Leefomgeving Een toekomst met een verleden
32 820 Nieuwe visie cultuurbeleid
34 682
Nationale Omgevingsvisie
Nr. 576
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juni 2026
Inleiding
Nederland staat aan de vooravond van grote ruimtelijke transities. Dit zal ingrijpende
gevolgen hebben voor hoe ons land eruit ziet. Als Minister van OCW voel ik mij er
medeverantwoordelijk voor dat Nederland ook in 2050 en daarna een mooi en herkenbaar
land blijft. Een land met buurten, dorpen, steden en regio’s waar we ons thuis voelen.
Een toekomst met een verleden. Cultureel erfgoed en ontwerp spelen daarin een cruciale
rol.
Met deze brief informeer ik u over het programma Erfgoed en Leefomgeving. Deze aanpak
werd in het najaar van 2025 aangekondigd in de ontwerpNota Ruimte en zal worden opgenomen
in de definitieve Nota Ruimte als onderdeel van de een integrale visie op de ruimtelijke
ordening tot 2050.1
Alles wat we de komende decennia een plek moeten geven in ons land grijpt direct in
op wat er al is. Cultureel erfgoed, ontwerp en de opgaven in de fysieke leefomgeving
zijn daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het programma Erfgoed en Leefomgeving
heeft als ambitie de waarde van het bestaande als kracht en uitgangspunt te nemen
en met behulp van ontwerpkracht bij te dragen aan het met ruimtelijke kwaliteit oppakken
van de opgaven. Zodat we bouwen aan een toekomstbestendig Nederland dat tegelijkertijd
zichzelf blijft.
Erfgoed, cultuurlandschappen en de transities in de fysieke leefomgeving
We kunnen zonder overdrijving stellen dat Nederland richting 2050 staat voor de grootste
ruimtelijke ontwikkelingsopgave uit haar geschiedenis. Alleen al de woningbouwopgave
van 1,65 miljoen nieuwe woningen is omvangrijker dan tijdens de wederopbouw na de
Tweede Wereldoorlog. Daar bovenop komen de groei en transities van de economie, natuur-
en landbouwopgaven in het landelijk gebied, het klimaatbestendig maken van het bestaand
bebouwd gebied, ruimte zoeken voor defensie en het vernieuwen en uitbreiden van bestaande
infrastructuur voor energie en mobiliteit.
Cultureel Erfgoed geeft ons en de plek waar we wonen identiteit. Daarom vormt cultureel
erfgoed met inbegrip van de waardevolle cultuurlandschappen in ons land, een van de
nationale belangen in de (Ontwerp) Nota Ruimte en is een goede omgang met erfgoed
verankerd in de Erfgoedwet en de Omgevingswet.
De Erfgoedwet (memorie van toelichting):
Cultureel erfgoed is belangrijk voor onze sociale en fysieke leefomgeving. Het is
de bron van het verhaal over de geschiedenis van Nederland: het maakt het verleden
zichtbaar en versterkt zo ons cultureel en historisch besef. We voelen ons door ons
cultureel erfgoed verbonden met elkaar en met het verleden en daardoor ontlenen we
er ook in belangrijke mate onze identiteit aan. Cultureel erfgoed biedt ankerpunten
om het heden te begrijpen en om over de toekomst na te denken. Het genereert herinneringen,
vertelt verhalen en maakt deze tastbaar. Cultureel erfgoed is ook een belangrijke
inspiratiebron voor vernieuwing in vormgeving en voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Omgevingswet (memorie van toelichting):
Omdat de maatschappij meer verwacht van de fysieke leefomgeving dan veiligheid en
gezondheid is ‘een goede omgevingskwaliteit’ opgenomen in de centrale doelstelling
van de Omgevingswet. Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische
kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap.
Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om
de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden
…
Nota Ruimte, nationaal belang 13:
Cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten van (inter)nationale betekenis.
Nederland kent een lange en rijke traditie van zorgvuldig omgaan met bestaande waarden
in de fysieke leefomgeving. Als een van de snelst groeiende landen in Europa wist
Nederland in de vorige eeuw de groei zodanig vorm te geven dat nieuwe ruimtelijke
kwaliteit werd gecreëerd. Dat gebeurde door zowel het bestaande een nieuw leven te
geven als door het nieuwe met zorg te ontwerpen. Het maakte dat Nederland tegelijk
klaar was voor de toekomst én herkenbaar zichzelf bleef. Tegelijkertijd werd deze
werkwijze met ons erfgoed in de Nederlandse aanpak verankerd, wat inspiratie biedt
voor de toekomst.
En dat is relevanter dan ooit. Want veel meer dan voorheen zullen ontwikkeling en
verandering plaatsvinden in cultuurhistorisch waardevolle dorpen, steden en landschappen.
Denk aan de woningbouwopgave: nieuwe woningen die grotendeels gebouwd zullen worden
in het bestaand bebouwd gebied of zullen verrijzen in de Nederlandse cultuurlandschappen.
Denk ook aan de ontwikkelingen in het landelijk gebied, waardoor een opgave ontstaat
voor de herbestemming van agrarisch erfgoed. Klimaatverandering en -adaptatie vragen
om een andere inrichting van openbare ruimten in historische binnensteden en om nieuwe
oplossingen voor waterberging en ecologische structuurversterking in cultuurlandschappen.
Tot slot zijn voor het oplossen van de netcongestie boven- en ondergrondse energievoorzieningen
nodig, die impact zullen hebben op werelderfgoedsites, landschappen en op het archeologisch
bodemarchief.
Al die veranderingen grijpen niet alleen in op bestaande waarden van dorp, stad en
landschap. Ze vragen ook veel van de samenleving.2Uit onderzoeken en raadplegingen blijkt hoeveel waarde Nederlanders hechten aan de
kwaliteit van hun leefomgeving. Uit de Ruimteraadpleging «Op de stoel van de Minister» – Participatieve Waarde Evaluatie
in het kader van het Voorontwerp Nota Ruimte blijkt dat de bescherming van historische dorpen, steden en landschappen op de vierde
plaats komt, na een aantal basisbehoeftes.3 Draagvlak voor groei en verandering kan wegvallen als wat herkenbaar en vertrouwd
is, verdwijnt.
Uw Kamer vraagt dan ook niet voor niets regelmatig aandacht voor cultureel erfgoed,
landschap en de beleving ervan bij het maken van ruimtelijk beleid.4 Ook de erfgoedsector zelf maakt zich zorgen over de schaal, stapeling en snelheid
van de huidige transities, zo blijkt onder andere uit de Beleidsdoorlichting Erfgoed 2023:
– Ondanks de positie van erfgoed in de Omgevingswet en Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
worstelen veel gemeenten met de inbedding van erfgoed in ruimtelijke opgaven. Hierdoor
valt het onderwerp geregeld van tafel. Uit de in 2025 uitgekomen inventarisatie van
LYSIAS blijkt dat om erfgoed een goede plek te geven in ruimtelijke transitieopgaven,
naast capaciteit en deskundigheid ook de juiste vaardigheden en competenties nodig
zijn.5
– Diverse partijen uit het veld vragen met klem om specifiek beleid voor erfgoed in
de leefomgeving.6 Zij zien in hun dagelijkse praktijk goede maar ook minder goede ontwikkelingen. Het
College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) vraagt in Richting geven en wendbaar blijven. Reflectie op de ontwerpNota Ruimte aandacht voor erfgoed als inspiratiebron en drager van ruimtelijke kwaliteit.
– Uit de Stresstest Kwetsbare gebieden. Ruimtelijke
analyse van risico’s door mogelijke stedelijke ontwikkelingen van het PBL (2026) blijkt dat ongeveer 40% van de mogelijke verstedelijking in Nederland
terecht komt in kwetsbare gebieden.
– Uit de Monitor Landschap 2024 die ik samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties (BZK) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)
uitvoer, blijkt dat oude patronen in het landschap, die voor de herkenbaarheid juist
van belang zijn, achteruit gaan.
Programma Erfgoed en Leefomgeving: bestaande waarden als kracht en uitgangspunt
We kunnen het ons niet veroorloven om niet mee te bewegen bij het aanpakken van de
grote ruimtelijke opgaven. Daarvoor is de nood te hoog. Maar de urgentie van vandaag
mag niet leiden tot verlies van waarde in de toekomst. Het is mijn overtuiging dat
juist wanneer we bestaande waarden als kracht en uitgangspunt nemen, we vaart kunnen
maken; met behoud van maatschappelijk draagvlak en gericht op nieuwe ruimtelijke kwaliteit.
Zoals de ontwerpNota Ruimte het stelt: «Een hoge kwaliteit van de leefomgeving is
onmisbaar voor welvaart. Zowel voor individueel welbevinden en het functioneren van
de samenleving, als voor het vestigingsklimaat en daarmee de economie. Ontwikkelingen
in het bebouwd gebied en in het landschap moeten bijdragen aan die kwaliteit van de
leefomgeving. Dat is geen luxe, maar noodzaak.» Dat onderschrijf ik van harte.
Daarom start ik met het programma Erfgoed en Leefomgeving.7 Binnen dit programma zullen we optimaal gebruik maken van onze rijke traditie en
de stevige institutionele basis voor het beschermen en benutten van erfgoed. Het moet
een aanpak opleveren waarmee overheden en professionals aan de slag kunnen. Zowel
het Rijk als de waterschappen, provincies, gemeenten, het erfgoedveld en andere relevante
partijen. Daarvoor werk ik langs drie lijnen.
1. Duidelijkheid en voorspelbaarheid: geen nieuwe regels, maar bestaande regels verduidelijken
Gemeenten, ontwikkelaars en andere partijen die werken aan ruimtelijke ontwikkelingen
geven regelmatig aan dat ze behoefte hebben aan voorspelbaarheid en transparantie.
De omgang met cultureel erfgoed is weliswaar maatwerk, maar er is ook meer voorspelbaarheid
mogelijk en gewenst.
Cultureel erfgoed en werelderfgoed maken onderdeel uit van de NOVI, de Omgevingswet
en de Ontwerp Nota Ruimte. Aanvullende regels zijn hiervoor niet nodig. Daarom doe
ik het volgende:
– Ik zorg via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voor duidelijke criteria
voor ingrepen in en om werelderfgoedsites, (rijks)beschermde stads- en dorpsgezichten,
de 30 wederopbouwgebieden van nationaal belang en de waardevolle cultuurlandschappen.
Met die criteria maken we bijvoorbeeld duidelijk bij welke grootschalige ontwikkelingen
het goed is om met een ontwikkelgerichte gebiedsbiografie te werken. Een gebiedsbiografie
maakt inzichtelijk hoe een bepaald gebied is ontstaan, wat de kernkwaliteiten zijn
waarop je bij nieuwe ontwikkelingen kunt voortborduren en welke oplossingen uit het
verleden ook nu kunnen worden benut. 8 Het opstellen van een gebiedsbiografie zorgt voor onderling begrip en draagvlak.
In het verlengde van zo’n gebiedsbiografie kan een ontwerpatelier worden ingezet.
Zo’n atelier kan verschillende mogelijkheden voor de gewenste ontwikkelingen in beeld
brengen zodat weloverwogen voor een bepaalde oplossing kan worden gekozen. Voor het
opstellen van dergelijke gebiedsbiografieën en ontwerpateliers stel ik middelen beschikbaar
via het programma Erfgoed en Overheid (zie hierna).
– Met provincies, gemeenten, landschapsorganisaties en de ministeries van BZK, LVVN,
IenW en KGG ontwikkel ik een ontwikkelgerichte aanpak voor de waardevolle cultuurlandschappen
uit de ontwerpNota Ruimte. Doel daarvan is het landschap niet op slot te zetten, maar
ervoor te zorgen dat transformaties weloverwogen plaatsvinden. De basis hiervoor ligt
mede in de verschillende Ruimtelijke Arrangementen, ofwel de ruimtelijke afspraken
die het Rijk in 2025 met de provincies in het kader van de Nota Ruimte heeft gemaakt.
De inzet is gericht op het benutten en versterken van de kwaliteiten op de lange termijn,
het uitwisselen van kennis en het stimuleren van goede voorbeelden.
– De inzet van ontwerpkracht is voor het gebruik maken van erfgoed bij grote ruimtelijke
ontwikkelingen cruciaal. Ontwerp en erfgoed zijn twee kanten van dezelfde medaille
van ruimtelijke kwaliteit. Ik stimuleer de samenhang tussen erfgoed en ontwerp door
de samenwerking met het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs te intensiveren.
Ook stimuleer ik via de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2026–2028 (ARO), samen met
het Ministerie van BZK, de inzet van ruimtelijk ontwerp bij complexe opgaven in de
fysieke leefomgeving. Via het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (SCI) worden ontwerpende
onderzoeken op lokaal niveau ondersteund, waarbij «erfgoedinclusief» en met oog voor
ruimtelijke kwaliteit wordt gewerkt aan oplossingsrichtingen en handelingsperspectieven.
– Ik verken met welke Europese lidstaten ik kennis kan uitwisselen op het gebied van
erfgoed, ontwerp en transities. Het programma New European Bauhaus en de Verklaring
van Davos zetten eveneens in op een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. De uitgangspunten
daarbij van integraal samenwerken, inzetten op ruimtelijke kwaliteit, gezonde leefomgeving
en verduurzaming betrek ik bij dit programma Erfgoed en Leefomgeving.
Daarnaast heb ik middelen beschikbaar gesteld voor de Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO) om overheden te faciliteren bij het aanvragen van subsidies bij Europese
fondsen zoals New European Bauhaus.
2. Samenwerken en het goede voorbeeld geven
Het programma Erfgoed Deal liep eind 2025 af. Dit programma zette in op de koppeling
tussen ruimtelijke ontwikkelingen en het aanwezige cultureel erfgoed op lokaal niveau.
Ik schaal nu verder op en werk met een aantal departementen samen aan grootschalige
voorbeeldprojecten waarbij we laten zien hoe we cultureel erfgoed kunnen benutten
bij actuele opgaven in de fysieke leefomgeving. Met deze voorbeeldprojecten geef ik
ook invulling aan de motie Mohandis.9 Conform deze motie werk ik integraal samen met andere departementen met expertise
en middelen. Het gaat om projecten die grote impact hebben en waarbij mijn bijdrage
helpt de identiteit van de betreffende gebieden te behouden en te versterken. En uiteraard
werken we daarbij ook samen met de gemeenten en provincies waar de ontwikkelingen
plaats vinden. Op dit moment werk ik met medebewindslieden bij de volgende showcases
samen:
– Ik werk interdepartementaal en interbestuurlijk samen met de provincies Noord-Holland,
Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant aan het ruimtelijk perspectief voor werelderfgoed
Hollandse Waterlinies. Zo kunnen we zowel de transities realiseren als de werelderfgoedwaarden
in stand houden. Ik zet me daar ook richting Unesco voor in.
Het UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies ligt in en nabij de drukste stedelijke
gebieden van Nederland. In dit karakteristieke gebied met forten, dijken, verboden
kringen en open inundatievlaktes is ook ruimte nodig voor het transporteren van elektriciteit,
recreëren, groen, stedelijke ontwikkeling en mobiliteit. Het respecteren van de uitzonderlijke
universele waarde van het werelderfgoed Hollandse Waterlinie vraagt om een zorgvuldige
en voorspelbare aanpak van integrale ruimtelijke afwegingen. In een vroeg stadium
kijken we welke ontwikkelingen worden voorzien, wat de impact is op de uitzonderlijke
universele waarde en wat alternatieve locaties, oplossingsrichtingen en inpassingen
zijn die geen impact hebben op de erfgoedwaarden of de uitzonderlijke universele waarde
kunnen versterken. Het Rijk werkt samen met linieprovincies binnen het ruimtelijk
perspectief aan het in kaart brengen van de optelsom van de ontwikkelingen in een
gebied voor een langere periode. Het effect van één ontwikkeling is te overzien, de
cumulatie van verschillende losse ontwikkelingen heeft vaak een groter effect. Het
Rijk brengt samen met gemeenten en provincies de verschillende opgaven, belangen en
oplossingsrichtingen op tijd in beeld, werkt aan het toekomstbestendig houden van
Nederland en werkt aan een perspectief om het erfgoed door te geven aan volgende generaties.
Ruimtelijke arrangementen, ontwerp-ateliers en gebiedsgericht werken zijn instrumenten.
die worden ingezet.
– Dit jaar start het Ontwerpprogramma Grootschalige Woningbouw. Hiermee ondersteun ik
met ontwerp(end) onderzoek een aantal gemeenten waar wordt gewerkt aan grote woningbouwontwikkelingen.10 Doel is om erfgoed en ontwerp te verbinden aan deze woningbouwopgaven. We creëren
daarmee herkenbare aantrekkelijke woningbouwlocaties met identiteit. Ik doe dat samen
met het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie en het Ministerie van BZK.
– Met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de GasUnie werk ik aan
een zorgvuldige inpassing van buisleidingen in de Delta Rhine Corridor in die gebieden
waar een waardevol bodemarchief aanwezig is. EZK, OCW en de GasUnie stellen met de
betreffende gemeenten in een vroeg stadium een overkoepelende aanpak op vanuit één
inhoudelijke visie. Zo kunnen gerichte maatregelen worden genomen zoals de aanpassing
van een buizentracé of juist een opgraving om ruimte te bieden aan zo’n tracé. De
procedures worden daarmee korter waarmee de energietransitie voortvarend wordt opgepakt.
Ook biedt dit de mogelijkheid om archeologische expertise daar in te zetten waar de
meeste kenniswinst behaald kan worden.
– In het kader van de Wet op de defensie gereedheid (Wodg) heeft het Ministerie van Defensie aangegeven graag samen te werken aan een
voorbeeldproject waarbij archeologie wordt gekoppeld aan de aanleg van oefenloopgraven.
We zijn hierover in gesprek en dat geldt ook voor een voorbeeldproject dat meer op
het gebouwde erfgoed van Defensie is gericht.
– Met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werk ik samen aan het in kaart
brengen van de mogelijkheden van waterberging in het geval van piekbuien in Unesco
werelderfgoed de Hollandse Waterlinies.
– Ook werk ik met het Ministerie van EZK samen om middels een Landsdekkende Heritage
Impact Assessment (HIA) de effecten van een toekomstbestendig hoogspanningsnetwerk
op werelderfgoed in kaart te brengen, zodat er goede tracékeuzes gemaakt kunnen worden,
zonder de waarden van het Werelderfgoed aan te tasten.
– Wat betreft de omgang met de waardevolle cultuurlandschappen uit de ontwerpNota Ruimte
werk ik samen met de ministeries van BZK, LVVN, IenW en KGG om te komen tot een showcase.
– En met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ben ik in gesprek over
een gebiedsgericht onderzoek naar hoe de opgaven voor erfgoed en gezondheid in samenhang
kunnen worden opgepakt en elkaar kunnen versterken.
3. Kennis delen en kennis ontwikkelen
OCW heeft in de afgelopen decennia met programma’s als Belvedere, Visie Erfgoed en
Ruimte en de Erfgoed Deal veel kennis gegenereerd.11 Ik vind het belangrijk dat die kennis wordt ingezet voor nieuwe ontwikkelingen in
de fysieke leefomgeving. Nog te vaak wordt deze kennis onvoldoende of te gefragmenteerd
benut.
Een recent voorbeeld is de polder Rijnenburg bij Utrecht waar in de komende jaren
een woonwijk zal verrijzen. De vele archeologische waarden zijn al vóór de planvorming
in kaart gebracht. De sporen uit het verleden zoals de verkavelingspatronen, zijn
daarna verwerkt in het stedenbouwkundig plan. Hierdoor worden de bouwkosten lager.
Want als je in archeologisch waardevolle gebieden wilt bouwen, is opgraven verplicht.
Door in de stedenbouwkundige opzet de archeologisch meest waardevolle plekken, een
functie geven waarvoor je niet de grond in hoeft (zoals een parkaanleg), scheelt dat
substantieel in de bouwkosten. Bovendien krijgt de wijk hierdoor een eigen karakter
en identiteit.
Met een kennisprogramma wil ik de opgedane kennis beter vindbaar en toepasbaar maken.
Daarom versterk ik de erfgoeddeskundigheid verder op verschillende schaalniveaus:
– Ik bundel de kennisproducten die de afgelopen jaren door de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed zijn ontwikkeld en verbeter de vindbaarheid daarvan voor ontwikkelaars en
medeoverheden. Zo kunnen zoveel mogelijk partijen handreikingen en tools goed vinden
en toepassen. Ik leg daarbij ook de verbinding met de handreikingen van Mooi Nederland
en de kennisproducten van de Actie agenda Ruimtelijk Ontwerp (ARO). 12
– Naast alle kennis die in de afgelopen jaren is ontwikkeld, voorzie ik in een flexibel
kennisprogramma gericht op actuele vraagstukken ten dienste van het Programma Erfgoed
en Leefomgeving.
– Met het programma Erfgoed en Overheid ondersteun ik gemeenten onder andere bij de
inpassing van erfgoed en cultuurlandschap in ruimtelijke ontwikkelingen. Hierover
heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer op 2 juni 2025 geïnformeerd.
– Door de interdepartementale samenwerking bij voorbeeldprojecten wordt rijksbreed het
bewustzijn en de expertise voor erfgoed in de leefomgeving versterkt.
Financiële basis
Programma Erfgoed en Leefomgeving
2026
2027
2028
2029
1. Duidelijkheid en voorspelbaarheid (advisering, bijdrage Erfgoed en Overheid en
cultuurlandschap)
€ 2,5 miljoen
€ 2,5 miljoen
€ 2,5 miljoen
€ 2,5 miljoen
2. Grootschalige voorbeeldprojecten
€ 1 miljoen
€ 1 miljoen
€ 1 miljoen
€ 1 miljoen
3. Kennis delen en ontwikkelen
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
Totaal
€ 3,7 miljoen
€ 3,7 miljoen
€ 3,7 miljoen
€ 3,7 miljoen
Slot
Wij zijn de erflaters van alle toekomstige Nederlanders. Het is mijn wens dat over
dertig jaar onze dorpen, steden en landschappen nog mooier zijn dan nu. Dat ze toekomstbestendig
zijn en tegelijk voor hun bewoners en gebruikers herkenbaar zijn gebleven. Met zorgvuldig
ontworpen nieuwe kwaliteit waar toekomstige generaties trots op kunnen zijn. Een toekomstig
Nederland met ruimte voor ons verleden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Indieners
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap