Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Besluit statusverlening Nationaal Park Hollandse Duinen (Kamerstuk 33576-479)
2026D26368 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur hebben
de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over zijn brief van 28 april 2026
«Besluit statusverlening Nationaal Park Hollandse Duinen» (Kamerstuk 33 576, nr. 479). De op 1 juni 2026 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de Minister
bij brief van ... toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Steen
Adjunct-griffier van de commissie,
Bosman
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CU-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Besluit statusverlening
Nationaal Park Hollandse Duinen (Kamerstuk 33 576, nr. 479). Deze leden zijn verheugd over het besluit van de Minister om de status van Nationaal
Park toe te kennen aan Hollandse Duinen. De Adviescommissie Nationale Parken heeft
daarbij een aantal belangrijke aandachtspunten meegegeven, onder meer op het gebied
van ecologisch systeemherstel en monitoring van recreatiedruk (Kamerstuk 2026D20280). Kan de Minister toelichten op welke wijze hij er samen met de provincie Zuid-Holland
op zal toezien dat de samenwerkende partijen deze aanbevelingen voortvarend oppakken
en hoe de Kamer hierover wordt geïnformeerd?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van
de Minister inzake de statusverlening aan Nationaal Park Hollandse Duinen (Kamerstuk
33 576, nr. 479). Naar aanleiding van de stukken hebben deze leden nog enkele vragen.
Ecologisch systeemherstel en borging van de status
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Adviescommissie Nationale Parken weliswaar
positief adviseert over de aanvraag, maar tegelijkertijd stevige kanttekeningen plaatst
bij de staat van het ecosysteem. De Adviescommissie stelt dat de kwaliteit van de
ecosystemen onder druk staat door onder meer verdroging, recreatie, stikstofdepositie
en kustbeknelling en spreekt zelfs uit dat zij haar positieve advies niet langer zou
kunnen handhaven indien Rijk en provincie niet tot een effectieve aanpak van ecosysteemherstel
komen (Kamerstuk 2026D20280). Kan de Minister nader toelichten hoe deze waarschuwing zich verhoudt tot het besluit
om reeds nu de status van nationaal park toe te kennen? Op basis van welke concrete
criteria zal worden beoordeeld of voldoende voortgang wordt geboekt bij het ecosysteemherstel?
Voorwaardelijke statusverlening
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Minister de status van nationaal park
verleent onder de voorwaarde dat de provincie Zuid-Holland en de betrokken partners
de aanbevelingen van de Adviescommissie Nationale Parken ter harte nemen. Deze leden
vragen de Minister nader toe te lichten hoe deze voorwaarde moet worden geïnterpreteerd.
Welke consequenties heeft het wanneer op termijn blijkt dat de aanbevelingen van de
Adviescommissie onvoldoende worden opgevolgd?
Gevolgen voor ruimtelijke ontwikkelingen
De leden van de VVD-fractie merken op dat de Adviescommissie adviseert de wezenlijke
kenmerken van het gebied door te vertalen naar provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies,
omgevingsplannen en verordeningen. Tevens wordt gewezen op drukfactoren zoals verstedelijking
en de woningbouwopgave. De Minister stelt dat de aanwijzing van een nationaal park
niet leidt tot een extra beschermingsregime van Rijkswege. Kan de Minister desondanks
verduidelijken welke praktische gevolgen de statusverlening volgens hem kan hebben
voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen het gebied? In hoeverre verwacht
de Minister dat provincies en gemeenten hun beleid, ruimtelijke afwegingen of vergunningverlening
zullen aanpassen naar aanleiding van de aanwijzing als nationaal park?
Verhouding tot Nationaal Park Zuid-Kennemerland
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Adviescommissie erkent dat Hollandse Duinen
geomorfologisch en ecologisch sterk overeenkomt met Nationaal Park Zuid-Kennemerland
en feitelijk onderdeel vormt van één groter systeem. De Adviescommissie adviseert
daarom tot verdere intensivering van de samenwerking tussen beide parken. Kan de Minister
aangeven hoe deze samenwerking de komende jaren vorm zal krijgen?
Evaluatie van de statusverlening
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Adviescommissie aangeeft dat de status
van nationaal park heroverwogen zou moeten worden indien monitoring geen significante
verbetering laat zien op de genoemde aandachtspunten. Kan de Minister toelichten op
welke wijze wordt geëvalueerd of Nationaal Park Hollandse Duinen blijvend voldoet
aan de vereisten voor de status van nationaal park? Bestaat er een formele procedure
om de status in te trekken indien op termijn niet langer aan de voorwaarden wordt
voldaan?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie wijzen op het advies van de Adviescommissie Nationale
Parken, waarin expliciet wordt erkend dat Hollandse Duinen qua geomorfologische en
ecologische kenmerken niet te onderscheiden is van het al bestaande Nationaal Park
Zuid-Kennemerland. Als het gebied niet uniek of onderscheidend is, waarom moet er
dan per se een nieuw bureaucratisch «label» op worden geplakt? Deze leden vragen of
de Minister kan uitleggen waarom hij kiest voor de versnippering van het merk nationaal
park door status te verlenen aan een gebied dat volgens zijn eigen adviseurs niet
onderscheidend is.
De leden van de PVV-fractie maken zich grote zorgen over de chantage-achtige voorwaarde
die de Adviescommissie stelt aan haar positieve advies. De Adviescommissie stelt immers
dat zij haar steun voor de statusaanvraag intrekt als het Rijk en de provincie niet
met een effectief alternatief komen voor het inmiddels vervallen Nationaal Programma
Landelijk Gebied (NPLG). Is de Minister het met deze leden eens dat het verlenen van
een status op basis van een dergelijk wankel fundament onverstandig is? Zij vragen
de Minister of hij kan garanderen dat deze statusverlening niet alsnog via een achterdeur
zal leiden tot het opleggen van de dwingende en onrealistische doelen uit het inmiddels
ter ziele gegane NPLG aan de inwoners en ondernemers in dit gebied.
De leden van de PVV-fractie constateren dat uit de stukken blijkt dat de kwaliteit
van de ecosystemen momenteel helemaal niet voldoet aan de eisen, maar dat de Adviescommissie
Hollandse Duinen het voordeel van de twijfel heeft gegeven. Deze leden vinden het
volstrekt onacceptabel dat er een officiële status wordt verleend op basis van hoop
en twijfel in plaats van op basis van harde feiten. Kan de Minister verklaren waarom
hij akkoord gaat met een statusverlening terwijl de zogenaamde drukfactoren zoals
recreatie, stikstof en waterwinning volgens de Adviescommissie nog niet in balans
zijn? Waarom wordt hier de weg van de minste weerstand gekozen ten koste van de geloofwaardigheid
van het beleid?
De leden van de PVV-fractie zien in het advies een directe aanval op de woningbouw
en de agrarische sector in de regio. De Adviescommissie stelt namelijk dat er in het
nationaal park geen substantiële nieuwbouw mag plaatsvinden en wijst met een beschuldigende
vinger naar de bollenteelt vanwege emissies. Hoe rijmt de Minister deze beperkingen
met de enorme woningnood in de Randstad en het belang van onze wereldberoemde bollenstreek?
Deze leden vragen of de Minister bereid is om expliciet uit te spreken dat de status
van Nationaal Park Hollandse Duinen onder geen beding mag leiden tot extra beperkingen
voor woningbouwprojecten of de bedrijfsvoering van agrariërs in en rond het gebied.
De leden van de PVV-fractie menen dat de begrenzing van het park een willekeurige
verzameling van snippers natuur lijkt te zijn. De Adviescommissie geeft zelf aan dat
verspreide kleinere natuurgebieden en watergangen geen duidelijke ruimtelijke eenheid
vormen en dat de term nationaal park hier devaluerend kan werken. Deze leden vragen
of de Minister het ook onzorgvuldig vindt om krap begrensde sloten en stepping stones
het label van nationaal park te geven. Is hier niet simpelweg sprake van een prestigeproject
van het college van gedeputeerde staten (GS) van Zuid-Holland, waarbij de werkelijkheid
ondergeschikt is gemaakt aan een kaartje met een rode lijn?
De leden van de PVV-fractie lezen dat in de beslisnota (Kamerstuk 2026D20282) wordt toegegeven dat de aanwijzing primair de toekenning van een label is en dat
er geen apart juridisch beschermingsregime vanuit de nationale wetgeving aan vastzit.
Tegelijkertijd wordt er wel gesproken over intensieve monitoring, resultaatverplichtingen
en het verankeren van kenmerken in gemeentelijke omgevingsplannen. Deze leden vragen
de Minister om een eerlijk antwoord: hoeveel extra geld en hoeveel extra ambtenaren
gaan er gemoeid zijn met het optuigen van dit samenwerkingsverband en de bijbehorende
monitoring, voor een status die volgens de Minister zelf een slechts een label is?
Is de Minister bereid dit geld liever te besteden aan zaken waar de burger echt wat
aan heeft?
De leden van de PVV-fractie wijzen tot slot op de waarschuwing dat de status moet
worden heroverwogen als monitoring geen significante verbetering laat zien. Dit creëert
jarenlange onzekerheid voor alle betrokkenen. Deze leden vragen of de Minister een
concreet tijdpad kan schetsen. Wanneer vindt de eerste evaluatie plaats en op welk
moment trekt de Minister deze status weer in als de door de Adviescommissie geëiste
verbeteringen uitblijven?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het Besluit statusverlening Nationaal
Park Hollandse Duinen (Kamerstuk 33 576, nr. 479) en hebben daarover nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie vinden het wenselijk dat de Hollandse Duinen op deze manier
meer financiële mogelijkheden krijgen voor natuurherstel. Deze leden hebben vernomen
dat veel van het vrijgekomen geld voornamelijk naar samenwerking tussen de verschillende
partijen gaat. Kan de Minister aangeven hoe hij erop toe wil zien dat deze statusverlening
van het nationale park toeziet op natuurherstel?
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat de status van nationaal
park geen aanvullende juridische consequenties met zich meebrengt. Deze leden vragen
de Minister of hij kan toelichten hoe kan worden geborgd dat deze statusverlening
ook in de toekomst geen aanvullende toetsingsgrond of belemmering vormt.
De leden van de CDA-fractie voorzien een grotere druk op bereikbaarheid, parkeerdruk
en leefbaarheid in de kustgemeenten als gevolg van de statusverlening van nationaal
park met mogelijke toename van recreatie en toerisme. Welke maatregelen worden genomen
om de bereikbaarheid, parkeerdruk en leefbaarheid in de betrokken kustgemeenten beheersbaar
te houden?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben met tevredenheid kennisgenomen van de benoeming
van Nationaal Park Hollandse Duinen door de Minister en hebben hier een aantal opmerkingen
over. Het gebied is een unieke combinatie van rijke landschappen die meer dan 7.000
planten en diersoorten herbergt.
De leden van de PvdD-fractie zijn daarom blij dat ruim 18.000 hectare van het gebied
officieel erkend is als Nationaal Park. Deze leden hopen dat deze erkenning zal bijdragen
aan een beter bewustzijn van de waarde van het park en meer respect voor de biodiversiteit
die het biedt. Zij vragen de Minister daarom, ook voor het bredere publiek, toe te
lichten waarom het zo belangrijk is dat we in Nederland nationale parken aanwijzen
en de natuur goed beschermen.
De leden van de PvdD-fractie willen benadrukken dat deze erkenning het belang van
voldoende rust en ruimte voor de natuur in kwetsbare gebieden moet waarborgen naast
de huidige beschermende statussen die dit gebied al bezit. Deze leden vragen de Minister
op welke wijze de erkenning van de Hollandse Duinen zal bijdragen aan de rust, ruimte
en herstel van natuur. Zij vragen ook wat de benoeming van Nationaal Park Hollandse
Duinen betekent voor andere gebieden in Nederland die al een beschermde status hebben,
maar niet benoemd zijn tot Nationaal Park.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CU-fractie
De leden van de CU-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief over de
statusaanvraag van Nationaal Park Hollandse Duinen (Kamerstuk 33 576, nr. 479). Deze leden waarderen ons prachtige duinlandschap. Zij hebben wel vragen wat de
status van Nationaal Park zal betekenen voor het landschap en omwonenden. Zij vragen
de Minister daarom om helder uiteen te zetten wat deze status concreet betekent. Wat
verandert er feitelijk met het toekennen van de status nationaal park? Welke gevolgen
heeft de status voor natuurbeheer en bescherming van het landschap? Hoe reageert de
Minister op de zorgen dat deze status leidt tot een toename in recreatiedruk? Wat
betekent deze aanwijzing voor de toewijzing van financiële middelen? Gaat deze aanwijzing
mogelijk ten koste van andere Nationale Parken?
De leden van de CU-fractie vragen ook wat inwoners en ondernemers in en rond het gebied
hiervan gaan merken. Leidt de status tot veranderingen in gebruiksmogelijkheden of
ontwikkelkansen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met grote verontwaardiging kennisgenomen van de
stukken over de aanwijzing van nieuwe nationale parken en in het bijzonder van de
aanvraag rond Nationaal Park Hollandse Duinen (Kamerstuk 33 576, nr. 479). Deze leden constateren dat Nederland opnieuw verder op slot dreigt te worden gezet
met nieuwe natuurclaims, nieuwe herstelopgaven, nieuwe beperkingen en nieuwe onzekerheden
voor burgers, ondernemers, recreanten en gemeenten.
De leden van de BBB-fractie krijgen sterk de indruk dat de oude politieke droom van
D66 voor tien nieuwe steden inmiddels is ingeruild voor een nieuwe Haagse droom: tien
nieuwe nationale parken. Deze leden constateren dat opnieuw niet het welzijn van de
Nederlandse bevolking centraal lijkt te staan, maar de eindeloze uitbreiding van natuurbeleid,
ecologisch herstel en restricties.
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat Nederland nu al piept en kraakt onder
de gevolgen van Natura 2000-beleid. Ooit werd ook gezegd dat Natura 2000 geen extra
regels zou betekenen, «Nederland gaat niet op slot» werd destijds letterlijk geschreven
(Natura2000.nl, «Nota van Antwoord Vogelrichtlijn deel 1» (https://www.natura2000.nl/sites/default/files/Bibliotheek/Aanwijzing%20…)). Inmiddels weet heel Nederland beter. Boeren, ondernemers, woningzoekenden, infrastructuurprojecten,
energieprojecten en zelfs defensie lopen vast. De samenleving staat op slot. Deze
leden vragen de Minister daarom indringend waarom de regering, ondanks alle maatschappelijke
schade die inmiddels zichtbaar is, opnieuw doorgaat met het uitbreiden van natuurregimes
en nieuwe nationale parken. Hoeveel extra gebieden moeten nog onder natuurclaims worden
gebracht voordat de regering eerst eens de problemen oplost die het bestaande natuurbeleid
al heeft veroorzaakt?
De leden van de BBB-fractie merken op dat in het beoogde Nationaal Park Hollandse
Duinen meer dan één miljoen mensen wonen. Deze leden willen daarom exact weten hoeveel
inwoners actief zijn geïnformeerd over mogelijke toekomstige gevolgen van deze status.
Zijn inwoners expliciet gewezen op mogelijke toekomstige beperkingen rond recreatie,
toegankelijkheid, ruimtelijke ontwikkeling, vergunningverlening, landbouwkundig gebruik,
huisdieren, gewasbescherming en andere menselijke activiteiten? Of wordt opnieuw eerst
een status toegekend waarna de restricties later stap voor stap volgen, precies zoals
eerder bij Natura 2000 is gebeurd?
De leden van de BBB-fractie lezen namelijk met grote zorg het advies van de Adviescommissie
Nationale Parken zelf, waarin staat: «De commissie meent dat het gebied waarvoor de
status is aangevraagd in de geactualiseerde aanvraag, de status nationaal park waardig
is. Dat laat onverlet dat de samenwerkende partijen nog veel uitdagingen tegemoet
gaan, met name als het gaat om ecologisch systeemherstel binnen en buiten het beoogde
nationaal park, wat een belangrijke voorwaarde is voor het verzekeren van de wezenlijke
kenmerken van het gebied. Dit advies vraagt om geïntensiveerde maatregelen ten behoeve
van het ecologisch systeemherstel, waarbij periodiek via monitoring wordt beoordeeld
of bij reeds genomen (her)inrichtingsmaatregelen zich positieve ecologische effecten
ontwikkelen.» (Kamerstuk 2026D20280, pp. 2–3).
De leden van de BBB-fractie constateren dat hier zwart-op-wit staat dat geïntensiveerde
maatregelen nodig zijn voor ecologisch systeemherstel. Deze leden constateren eveneens
dat de Minister heeft aangegeven dat de adviezen van de Adviescommissie moeten worden
opgevolgd. Kan de Minister daarom nog steeds volhouden dat deze status géén extra
restricties of beleidsaanpassingen zal opleveren? Welke geïntensiveerde maatregelen
worden concreet bedoeld? Welke gevolgen kunnen die maatregelen hebben voor inwoners,
ondernemers, agrariërs, recreanten en gemeenten? Welke nieuwe beperkingen sluit de
Minister expliciet uit?
De leden van de BBB-fractie willen bovendien een keiharde garantie van de Minister
dat er als gevolg van deze statuswijziging nul extra restricties komen voor bewoners,
boeren, ondernemers, recreanten of andere gebruikers van het gebied. Is de Minister
bereid die garantie zwart-op-wit te geven? Zo nee, waarom niet?
De leden van de BBB-fractie lezen verder met grote zorg het volgende advies van de
Adviescommissie: «De commissie adviseert de Staatssecretaris om Hollandse Duinen uit
te blijven dagen om beter te gaan voldoen aan de kwaliteitseis ecosysteem, maar daarnaast
is er ook een belangrijke rol voor Rijk en provincie. Binnen het beleidsprogramma
Nationale Parken vormde het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) een belangrijke
pijler om tot ecosysteemherstel te komen. Het NPLG is echter komen te vervallen. Als
Rijk en provincie niet tot een effectieve, alternatieve aanpak komen voor het tijdig
voldoen aan ecosysteemherstel, kan de commissie niet meer achter haar positieve advies
voor de statusaanvraag staan.» (Kamerstuk 2026D20280, p. 3).
De leden van de BBB-fractie constateren dat hier feitelijk wordt aangekondigd dat
er fors extra beleid, extra inzet en dus ook extra publiek geld nodig zal zijn om
aan deze status te blijven voldoen. Kan de Minister inzichtelijk maken welke financiële
consequenties worden verwacht voor Rijk, provincies, gemeenten en terreinbeheerders?
Hoeveel extra belastinggeld zal hiermee zijn gemoeid? Hoe verhoudt dit zich tot de
miljardenbezuinigingen op de zorg, de koopkrachtproblemen van huishoudens en de explosief
gestegen lasten voor burgers? Waarom kiest de regering er opnieuw voor om enorme publieke
middelen te reserveren voor een Haagse natuurdroom terwijl gewone Nederlanders worden
geconfronteerd met stijgende prijzen, druk op de zorg en grote woningnood?
De leden van de BBB-fractie vinden het onacceptabel dat de gewone Nederlander steeds
vaker moet inleveren voor wat deze leden zien als de hobby van een Haagse elite. Kan
de Minister uitleggen waarom opnieuw natuuruitbreiding en ecologisch herstel prioriteit
krijgen boven betaalbaar wonen, bereikbaarheid, zorg, voedselzekerheid en bestaanszekerheid?
De leden van de BBB-fractie lezen bovendien het volgende opmerkelijke advies van de
Adviescommissie: «De commissie wil daarnaast haar zorg kenbaar maken over de landschappelijke
eenheid buiten het «kerngebied», die kwetsbaar is en aandacht vraagt. De commissie
heeft tevens zorgen over het uitdragen van het label nationaal park in deze kleinere
gebieden en smalle ecologische verbindingszones. De commissie adviseert dat, indien
bebording plaatsvindt, dit zodanig te doen dat een bezoeker van het nationaal park
het onderscheid kan weten en ervaren tussen het «kerngebied» van het nationaal park
en de daarmee voldoende verbonden toegangspoorten of entreeroutes en -gebieden.» (Kamerstuk
2026D20280, p. 3).
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister hoeveel geld hiermee gemoeid zal zijn.
Hoeveel middelen zullen worden besteed aan communicatie, bebording, campagnes, bewegwijzering
en publieksinformatie om burgers duidelijk te maken dat zij zich toch echt in een
nationaal park bevinden? Is de Minister het met deze leden eens dat het buitengewoon
merkwaardig is dat een gebied eerst als volwaardig nationaal park wordt aangemerkt,
maar dat vervolgens uitgebreide communicatie nodig blijkt om mensen ervan te overtuigen
dat zij daadwerkelijk in een nationaal park zijn? Is dit niet het bewijs dat hier
eerder sprake is van een Haagse wenswereld dan van een logisch, herkenbaar en natuurlijk
geheel?
De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast het volgende advies van de Adviescommissie:
«De commissie beoordeelt het criterium educatief/wetenschappelijke en recreatieve
belangen als ruim voldoende tot goed. Het diverse recreatieve en educatieve aanbod
is een kans om veel mensen te kunnen bereiken. De recreatiedruk vormt tegelijkertijd
ook een van de grootste bedreigingen voor het nationaal park. De commissie adviseert
dan ook om de recreatiedruk te monitoren om te borgen dat het gebied op passende wijze
beleefbaar blijft zonder dat de druk op de natuurwaarden te hoog wordt.» (Kamerstuk
2026D20280, p. 3).
De leden van de BBB-fractie constateren dat hier precies de kern van hun zorgen zichtbaar
wordt. Eerst wordt een gebied tot nationaal park uitgeroepen omdat mensen er wonen,
werken en recreëren en vervolgens wordt diezelfde menselijke aanwezigheid ineens als
probleem aangemerkt dat gemonitord en mogelijk beperkt moet worden. Begrijpt de Minister
dat dit precies de reden is waarom zoveel Nederlanders het vertrouwen in dit soort
natuurbeleid verliezen? Kan de Minister uitsluiten dat deze monitoring in de toekomst
zal leiden tot afsluitingen, toegangsbeperkingen, recreatiebeperkingen of andere maatregelen
om mensen uit bepaalde gebieden te weren?
De leden van de BBB-fractie wijzen in dit verband ook op de grote maatschappelijke
onrust in het Waddengebied, waar natuurgebieden mogelijk verder worden afgesloten
voor publiek. Deze leden willen daarom dat de Minister stopt met het argument dat
nationale parken nodig zijn zodat mensen van natuur kunnen genieten, terwijl steeds
vaker juist het tegenovergestelde gebeurt en natuurgebieden worden afgesloten, beperkt
toegankelijk worden of aan strengere regels worden onderworpen. Is de Minister het
met deze leden eens dat natuur die ontoegankelijk wordt gemaakt voor burgers uiteindelijk
vooral een project voor bestuurders, beleidsmakers en de linkse elite dreigt te worden,
terwijl gewone Nederlanders wel alle lasten en beperkingen moeten dragen?
De leden van de BBB-fractie lezen bovendien het volgende advies van de Adviescommissie:
«Het criterium grote schoonheid wordt als ruim voldoende beoordeeld, met inachtneming
van voorgaande adviezen. De wezenlijke kenmerken worden door de commissie als voldoende
beoordeeld, maar moeten worden doorvertaald naar provinciaal en gemeentelijk beleid,
omgevingsverordeningen en omgevingsplannen.» (Kamerstuk 2026D20280, p. 3).
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister hoe hij kan blijven volhouden dat deze
status geen impact heeft op bewoners en bedrijven, terwijl de Adviescommissie expliciet
stelt dat de kenmerken van het nationaal park moeten worden doorvertaald naar beleid,
verordeningen en omgevingsplannen. Welke gevolgen gaat dit concreet hebben voor woningbouw,
infrastructuur, landbouw, ondernemerschap en recreatie? Welke beleidswijzigingen worden
voorzien? Welke nieuwe beperkingen worden voorbereid? Begrijpt de Minister dat juist
deze passage bevestigt dat de status wel degelijk enorme juridische, bestuurlijke
en ruimtelijke consequenties zal hebben?
De leden van de BBB-fractie lezen tot slot het volgende advies van de Adviescommissie:
«De commissie gaat ervan uit dat de komende jaren stevig wordt ingezet op verbetering
van de in dit advies genoemde aandachtspunten en voortvarend gewerkt wordt aan landschapsecologisch
en cultuurhistorisch systeemherstel. Indien monitoring geen significante verbetering
laat zien, zal de status nationaal park heroverwogen moeten worden, conform het beleidsprogramma
Nationale Parken.» (Kamerstuk 2026D20280, p. 3).
De leden van de BBB-fractie constateren dat hier feitelijk wordt erkend dat het gebied
momenteel niet eens voldoet aan het ideaalbeeld dat bij een nationaal park hoort.
De status wordt kennelijk verleend onder de voorwaarde dat de komende jaren stevig
wordt ingezet op verdere aanpassingen, systeemherstel, monitoring en aanvullende maatregelen.
Deze leden vinden dat buitengewoon zorgwekkend. Er wordt opnieuw een bestuurlijk en
ecologisch droombeeld gecreëerd waarvoor vervolgens de bevolking moet wijken, betalen
en zich aanpassen.
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister daarom of hij bereid is te erkennen
dat er op dit moment onvoldoende maatschappelijk draagvlak bestaat voor opnieuw meer
natuurclaims, meer Haagse wensnatuur en meer ruimtelijke beperkingen. Is de Minister
bereid te stoppen met het aanwijzen van nieuwe nationale parken totdat eerst helder
is welke maatschappelijke, financiële en juridische gevolgen de bestaande natuurregimes
hebben gehad? Zo nee, waarom niet?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister daarnaast hoeveel nieuwe nationale
parken nog worden overwogen. Hoeveel extra gebieden dreigen de komende jaren te worden
onderworpen aan vergelijkbare processen van monitoring, systeemherstel, beleidsdoorwerking
en mogelijke beperkingen? Waar ligt volgens de Minister de grens? Welk deel van de
Nederlandse bevolking moet nog in een nationaal park komen te wonen, voordat de regering
doorkrijgt dat het doorgeslagen is? Wil de Minister dat het uiteindelijk bijzonder
wordt om niet in een nationaal park te wonen? Ziet de Minister zelf ook dat daarmee
de waarde van nationale parken dus is gedevalueerd? Is de Minister het met deze eens
dat het er alle schijn van heeft dat de nieuwe nationale parken ontworpen zijn juist
om extra restricties op te werpen voor de Nederlandse bevolking? Zo nee, kan de Minister
uitleggen waar de parken wel voor bedoeld zijn, als de uitbreiding zo enorm is en
zo onnavolgbaar?
De leden van de BBB-fractie constateren dat de overheid er hoort te zijn voor burgers,
ondernemers en gezinnen, maar dat steeds vaker de indruk ontstaat dat het leven van
Nederlanders moet wijken voor steeds verdergaande natuurdromen. Deze leden vinden
dat onacceptabel.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.S. Steen, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
J. Bosman, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.