Brief regering : Verslag Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 12 mei 2026
21 501-28 Defensieraad
Nr. 305
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2026
Hierbij ontvangt u het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken met Ministers van Defensie,
die plaatsvond in Brussel op 12 mei 2026. Tijdens deze bijeenkomst ontvingen de Ministers
een briefing van het EU Intelligence and Situation Centre (INTCEN) en bespraken zij de militaire steun aan Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten
en de Europese defensiegereedheid. Op dezelfde dag kwam de Steering Board van het Europees Defensieagentschap (EDA) bijeen, waar de Ministers spraken over
de versterking van het EDA.
In deze brief informeer ik uw Kamer mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken
tevens over het besluit om een kortdurende training aan te bieden aan de General Administration of Borders and Crossings (GABC) van de Palestijnse Autoriteiten, via de European Union Border Assistance Mission to Rafah Crossing Point (EUBAM Rafah).
Raad Buitenlandse Zaken Defensie
EDA Steering Board
De Raad startte met de Steering Board van het Europees Defensieagentschap. De ambitie
van het EDA is om lidstaten beter te ondersteunen in de gehele cyclus van onderzoek
en ontwikkeling tot en met aanschaf van materieel. Het EDA onderstreepte het belang
van innovatie, snellere aanschafcycli en gezamenlijke projecten. Veel lidstaten spraken
steun uit voor het versterken van het EDA. Nederland onderstreepte het belang van
een sterk, resultaatgericht en vraaggestuurd EDA, dat ondersteuning biedt bij gezamenlijke
capaciteitsontwikkeling, vraagaggregatie en onderzoek en ontwikkeling. In het bijzonder
wees Nederland op de rol die het EDA kan spelen bij de implementatie en verdere uitwerking
van de Priority Capability Areas. Nederland riep het EDA op om met een helder plan te komen voor de verdere versterking
van zijn rol en benadrukte het belang van nauwe samenwerking met de NAVO.
INTCEN briefing
De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) en het EU Intelligence and Situation Centre (INTCEN) gaven een vertrouwelijke briefing aan de Raad over de update van het EU Threat Assessment. De EU Threat Assessment betreft een gerubriceerd EU-document en kan niet gedeeld worden met de Kamer.
Steun aan Oekraïne
Vervolgens spraken de ministers over militaire steun aan Oekraïne. De Oekraïense Minister
van Defensie, Mychajlo Fedorov, opende de bespreking met een toelichting op de actuele
situatie in Oekraïne en de urgente militaire behoeften van de Oekraïense krijgsmacht.
Ten aanzien van de Ukraine Support Loan benadrukte minister Fedorov het belang van snelle implementatie en de mogelijkheid
om materieel uit derde landen aan te schaffen. Nederland heeft tijdens de Raad onderstreept
dat het kabinet de militaire en financiële steun aan Oekraïne meerjarig en onverminderd
voortzet. In lijn met de positie van Oekraïne heeft Nederland gewezen op het belang
van snelle implementatie van de Ukraine Support Loan en dat Oekraïne voldoende flexibiliteit krijgt om de middelen snel in te kunnen zetten
voor de aanschaf van noodzakelijk materieel, ook in derde landen indien de Europese
defensie-industrie dit niet of niet tijdig kan leveren. Verder riep Nederland op tot
een spoedig opheffen van de blokkade op het vrijgeven van 6,6 miljard euro binnen
de Europese Vredesfaciliteit (EPF) voor militaire steun aan Oekraïne, en operationalisering
van deze middelen volgens de gemaakte afspraken.
Situatie in het Midden-Oosten
De ministers spraken vervolgens over de situatie in het Midden-Oosten. De Hoge Vertegenwoordiger
van de EU Kaja Kallas ging in op de fragiele situatie in Libanon en het belang van
blijvende steun aan de Libanese strijdkrachten. Daarbij werd ook stilgestaan bij de
mogelijkheid van een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB)-initiatief
ter versterking van de Libanese strijdkrachten. Meerdere lidstaten spraken steun uit
voor het voortzetten van verkennende stappen voor een dergelijke inzet, waarbij werd
benadrukt dat deze complementair moet zijn aan bestaande inspanningen in de regio.
Daarnaast werd gesproken over de maritieme veiligheid in de Straat van Hormuz en het
belang van operatie Aspides als gezamenlijke Europese bijdrage aan de regionale veiligheid.
Lidstaten onderstreepten het belang van goede afstemming tussen bestaande en nieuwe
initiatieven. Ook werd de situatie in het Midden-Oosten in verband gebracht met de
noodzaak voor versterkte Europese en regionale lucht- en raketverdediging, mede in
het licht van de wereldwijde druk op defensiecapaciteiten.
Nederland heeft in de bespreking gewezen op het belang van samenhang tussen de verschillende
initiatieven in de regio. Daarbij heeft Nederland zijn recente steun aan Aspides toegelicht,
en aangeven dat Nederland vanwege andere operationele verplichtingen momenteel geen
aanvullende maritieme middelen zal leveren aan Aspides, maar gezien de volatiliteit
van de situatie verschillende opties blijft wegen. Nederland beziet het Frans-Britse
planningsproces met voorrang, en kijkt ook naar het delen van expertise op het gebied
van luchtverdediging met partners in de Golfregio. Nederland lichtte daarnaast de
bilaterale steun aan de Libanese strijdkrachten toe.
Defensiegereedheid
Tot slot spraken de ministers over de versterking van de Europese defensiegereedheid.
Een belangrijk onderdeel van de bespreking betrof de negen gezamenlijke Priority Capability Areas (PCA) en de concrete uitwerking daarvan. Nederland heeft in dit kader de voortgang
toegelicht in de PCA Drones en counterdrone-systemen, waar het mede-coördinator van
is. Nederland riep de coördinerende lidstaten van de andere prioriteiten op om de
samenwerking verder te versnellen. Voor de herziening van de aanbestedingsrichtlijn
voor Defensie benadrukten meerdere lidstaten dat voldoende flexibiliteit moet worden
behouden om nationaal te bepalen waar defensiematerieel wordt aangeschaft. Over de
aanstaande EU-mededeling over de interne markt voor Defensie heeft Nederland het belang
benadrukt dat de militaire behoefte leidend is, wetgeving moet worden vereenvoudigd,
fragmentatie moet worden tegengegaan door het gebruik van NAVO-standaarden en dat
samenwerking met partners cruciaal is.
Nederlandse bijdrage aan de General Administration of Borders and Crossings (GABC)
van de Palestijnse Autoriteiten, via de European Union Border Assistance Mission to
Rafah Crossing Point (EUBAM Rafah)
Daarnaast maak ik van de gelegenheid gebruik u mede namens de Minister van Buitenlandse
Zaken te informeren over het besluit een kortdurende training aan te bieden aan de
General Administration of Borders and Crossings (GABC) van de Palestijnse Autoriteiten (PA), via de European Union Border Assistance Mission to Rafah Crossing Point (EUBAM Rafah), in Q2 van 2026. Deze training zal plaatsvinden in het trainingscentrum
van de GABC, in Jericho op de Westelijke Jordaanoever. De trainingen worden verzorgd
door het Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten (ECID) van de Koninklijke
Marechaussee en richten zich op biometric passport and document identity. De kosten voor deze training voor Defensie zijn geraamd op 12.000 euro en worden
gefinancierd uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV). Via bijdrage aan EUBAM
Rafah draagt Nederland bij aan betrokkenheid van de EU in de Palestijnse Gebieden
en voorziet Nederland in een directe behoefte van de PA door bij te dragen aan het
versterken van de capaciteiten van de PA op het gebied van grensmanagement.
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius
Indieners
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie