Brief regering : Kabinetsreactie op de Monitor Brede Welvaart en SDG’s 2026
34 298 Parlementair onderzoek Breed welvaartsbegrip
Nr. 42
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT, VAN BUITENLANDSE HANDEL
EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 mei 2026
Brede welvaart gaat over wat er écht toe doet in onze samenleving. Een sterke economie
vormt de basis onder onze brede welvaart. Maar wie alleen naar financiële groei kijkt,
ziet niet het hele plaatje. Juist ook thema’s zoals veiligheid, een gezonde natuur
en de kracht van onze gemeenschap bepalen hoe welvarend we werkelijk zijn. In een
tijd van grote maatschappelijke uitdagingen vraagt dat om een bredere blik: bouwen
aan een vitaal en weerbaar Nederland met een goede kwaliteit van leven: in het hier
en nu, voor de generaties na ons en rekening houdend met de gevolgen hiervan elders
in de wereld.
Graag bieden wij met deze brief de jaarlijkse Monitor Brede Welvaart & Sustainable
Development Goals 2026 (hierna: de Monitor) van het Centraal Bureau voor de Statistiek
(CBS) en de tiende Nationale SDG-rapportage aan. De Monitor toont de stand van zaken
op de drie dimensies van brede welvaart, de verdeling hiervan tussen verschillende
bevolkingsgroepen en de voortgang op het behalen van de SDG’s in 2030. De SDG’s vormen
een agenda waaraan Nederland en alle andere VN-lidstaten zich hebben gecommitteerd.
In de tiende Nationale SDG-rapportage leest u over de SDG-voortgang en hoe enerzijds
de Rijksoverheid en anderzijds bedrijven, decentrale overheden, maatschappelijke organisaties,
kennisinstellingen en jongeren hieraan bijdragen. De sectoren delen jaarlijks hun
suggesties om de voortgang in Nederland te versterken, waarbij zij dit jaar voor het
eerst één set aan gezamenlijke suggesties hebben geformuleerd.
Deze brief biedt inzicht in de belangrijkste trends en uitdagingen uit de Monitor,
en toont met welke maatregelen het kabinet bijdraagt aan de brede welvaart: in het
hier en nu, maar ook in onze toekomst en met oog voor effecten elders.
Brede Welvaart: Trends en cijfers
Brede welvaart richt zich op alles dat bijdraagt aan onze kwaliteit van leven. Naast
materiële welvaart zijn dit zaken zoals gezondheid, een veilige leefomgeving en het
behoud van natuurlijke hulpbronnen. Het kabinet volgt de drie bredewelvaartsdimensies
van het CBS: «Brede welvaart betreft de kwaliteit van leven hier en nu (1) en de mate
waarin die ten koste gaat van brede welvaart van latere generaties (2) of van die
van mensen elders in de wereld (3).»1 Hierbij wordt met Nederland enkel het Europese deel van het Koninkrijk bedoeld.
Voor Caribisch Nederland stelt het CBS jaarlijks een aparte Monitor Brede Welvaart
en SDG’s Caribisch Nederland op.
Brede welvaart hier en nu
Nederland behoort tot de welvarendste landen van de EU. Zo is het mediane besteedbaar
inkomen verder gestegen en is de werkloosheid laag. En 84,9% van de Nederlanders beoordeelt
het leven met een 7 of hoger. Maar er valt nog genoeg te verbeteren. Zo maken meer
werknemers zich zorgen over baanbehoud en ervaren meer werkenden psychische vermoeidheid
door werk. Verder laat de Monitor zien dat herkomst, leeftijd, opleidingsniveau en
geslacht nog steeds leiden tot een andere brede welvaart: vooral jongeren, mensen
zonder hbo/wo-achtergrond en mensen met een migratieachtergrond scoren lager dan gemiddeld
op verschillende thema’s.
Zorgelijk zijn de dalingen in het meest recente jaar die de indicatoren binnen het
thema «samenleving» laten zien, zoals het vertrouwen in instituties, in andere mensen
en contact met familie, vrienden of buren. Een afnemend gevoel van verbondenheid zet
immers niet alleen het samenleven onder druk, maar beperkt ook het vermogen om gezamenlijk
maatschappelijke uitdagingen aan te pakken en ondermijnt daarmee de sociale cohesie
in de samenleving. Het afgelopen jaar vertonen ook enkele veiligheidsindicatoren een
negatieve verandering. Zo is het gevoel van veiligheid gedaald, voelen meer mensen
zich vaak onveilig in hun eigen buurt, en is het percentage minderjarige verdachten
gestegen.
Brede welvaart later
Op het gebied van economisch kapitaal neemt de kapitaalintensiteit geleidelijk af.
Zo is onze fysieke kapitaalgoederenvoorraad in het laatste jaar gedaald, en stagneert
de trend van onze kenniskapitaalgoederenvoorraad. Ook stagneren onze investeringen
in ICT en vaste activa, en nemen de investeringen in infrastructuur af. Deze indicatoren
tonen aan dat Nederland zijn economische voorsprong dreigt te verliezen. De grijze
druk, de ratio van 65-plussers ten opzichte van de bevolking tussen 20–64 jaar, is
in 2025 verder gestegen van 34,9% naar 35,5%. Ook de cijfers over het vertrouwen in
het leger en vooral de Tweede Kamer tonen een zorgwekkende daling, in lijn met eerdergenoemde
indicatoren gerelateerd aan sociaal kapitaal.
Onderwijs levert een belangrijke bijdrage aan onze toekomstige welvaart. Veel onderwijstrends
zijn positief, maar er is in het onderwijs nog altijd sprake van een hoge vacaturegraad.
Op het gebied van natuurlijk kapitaal is er nog altijd sprake van een groot stikstofoverschot
en staat Nederland op de laatste plek in Europees verband. Op defensiegebied zijn
de Nederlandse uitgaven trendmatig toegenomen, in het licht van de recente geopolitieke
ontwikkelingen.
Brede welvaart elders
Nederland staat in het laatst gemeten jaar op de vijfde plaats in Europees verband
als het gaat om ontwikkelingshulp. De Nederlandse voetafdrukken zijn nog steeds groot.
Er is geen significant dalende trend voor de Nederlandse import van fossiele energiedragers,
metalen en biomassa, maar wel een significante daling in het laatst gemeten jaar in
de grondstofvoetafdruk: de hoeveelheid grondstoffen (biomassa, fossiele brandstoffen, metalen en niet-metaal
mineralen) die wereldwijd wordt gebruikt ten behoeve van consumptie in Nederland.
Brede Welvaart: Keuzes zijn onvermijdelijk
Het kabinet vindt het belangrijk dat de overheid waar mogelijk op basis van een bredewelvaartsperspectief
handelt en de SDG’s behaalt. Het kabinet heeft als doel om de brede welvaart te stimuleren
langs de lijnen van het coalitieakkoord, waarbij het de effecten op verschillende
thema’s, dimensies en bevolkingsgroepen afweegt om maatschappelijke uitdagingen aan
te pakken. Afruilen en de bijbehorende politieke en maatschappelijke keuzes tussen
de bredewelvaartsdimensies blijven echter onvermijdelijk.2 Onze middelen, die we als samenleving met elkaar hebben verdiend, zijn immers schaars.
Deze schaarste zien we bijvoorbeeld ook bij het tekort aan personeel in verschillende
sectoren. Hiermee draagt het kabinet de verantwoordelijkheid om met de belangen van
onze samenleving de verschillende dimensies zorgvuldig tegen elkaar af te wegen en
keuzes inzichtelijk te maken.
Het kabinet is van mening dat Nederland de komende jaren op sommige punten gerichte
keuzes moet durven maken, ten behoeve van onze welvaart later.3
Het kabinet probeert in zijn beleid een goede balans te slaan tussen investeringen
voor onze toekomstige generaties, zonder dat dit ten koste gaat van de huidige uitdagingen
waar de Nederlandse samenleving voor staat, zoals hoge energieprijzen of een brede
daling in het maatschappelijke vertrouwen.
Meer investeringen in later kunnen echter wel de mogelijkheden op andere dimensies
beperken. Het kabinet wil constructief in gesprek blijven met uw Kamer en maatschappelijke
partijen om de precieze invulling op een verantwoorde manier vorm te geven.
Hervormingen met maatregelen zoals een vrijheidsbijdrage zijn op korte termijn financieel
ingrijpend, maar gelet op de toekomst onvermijdelijk, zeker vanuit een bredewelvaartsperspectief.
Nederland heeft de afgelopen jaren sterk ingezet op domeinen die belangrijk zijn voor
het hier en nu. De huidige situatie vraagt dat wij nu juist ook investeren in de toekomst,
zoals defensie, wonen, natuur en een weerbare economie. Ten tweede blijft het altijd
van belang om de overheidsfinanciën houdbaar te houden, zodat ook onze toekomstige
generaties in welvaart kunnen leven.4
Het kabinet acht een jaarlijkse economische groei van 1,5% van het bbp als noodzakelijk
om de brede welvaart in Nederland te behouden en te versterken. Met deze bbp-groei
kan het kabinet de welvaartsstaat bekostigen, die wij de afgelopen decennia met zorg
hebben opgebouwd. Denk hierbij aan belangrijke voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen,
onze veiligheid en sociale zekerheid. Naar verwachting zullen de collectieve kosten
voor zaken zoals defensie en zorg immers fors toenemen. Het kabinet kiest dan voor
een hogere economische groei, om verdere ombuigingen en belastingverhogingen zoveel
mogelijk te beperken. Zonder structurele groei in het hier en nu staat onze welvaart
bij thema’s zoals veiligheid, onderwijs en gezondheid onder druk, en daarmee de brede
welvaart op de langere termijn. Dit betekent overigens niet dat alle beleidskeuzes
primair in dienst van bbp-groei zullen staan. Bij besluiten zoals de investeringen
in defensie en het beëindigen van de gaswinning in Groningen wegen langetermijnwelzijn
en veiligheid bijvoorbeeld zwaarder dan (kortetermijn)groei.
Veiligheid, vertrouwen en een sterke samenleving als prioriteiten voor de brede welvaart
in het hier en nu.
Het kabinet vindt het zorgelijk dat verschillende vertrouwensindicatoren zijn gedaald.
Een hechte gemeenschap met goed onderling contact en vertrouwen vormt immers de hoeksteen
van een stabiele en weerbare samenleving. Tevens wil het kabinet zijn beleid zodanig
vormen dat Nederland een land van kansen blijft voor iedereen, ongeacht leeftijd,
herkomst, gezondheid of inkomen.5
Ten eerste werkt het kabinet met de oprichting van een Gemeenschapsfonds aan onder
andere het versterken van het verenigingswerk, initiatieven voor zorgzame wijken en
dorpen en sociale cohesie. Hiervoor is 200 miljoen gereserveerd in de periode van
2027 tot en met 2030. Daarnaast is door dit kabinet nog eens 40 miljoen euro per jaar
gereserveerd in de periode 2027 tot en met 2029 voor het versterken van gezondheid
en sociale cohesie in wijken en buurten.
Ten tweede wil het kabinet dat burgers en bedrijven kunnen rekenen op een slagkrachtige
en betrouwbare overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert.
Het kabinet zet zich daarom in om de overheid fundamenteel efficiënter en effectiever
te maken, mede met het oprichten van een Taskforce Slagvaardige Overheid.6 Alleen door samen te werken met de volledige Rijksdienst, de medeoverheden en de
publieke dienstverleners kunnen we resultaten boeken waar mensen op rekenen.
De dalende veiligheidsindicatoren ziet het kabinet ten slotte als een bevestiging
voor het belang van zijn plannen voor een veiligere samenleving. Met het Nationaal
Programma Leefbaarheid en Veiligheid beoogt het kabinet de leefbaarheid en veiligheid
structureel te verbeteren in twintig gebieden in Nederland. Daarnaast trekt het kabinet
met het programma Preventie met Gezag samen op met gemeenten en justitiepartners,
om te voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen in aanraking komen met criminaliteit
en/of hierin verder doorgroeien. Het kabinet zet zich ten slotte in voor een daadkrachtigere
aanpak van gendergerelateerd geweld, omdat vrouwen en meisjes overal veilig moeten
kunnen zijn. Voor de zomer verwacht het kabinet een voortgangsbrief over de aanpak
van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld naar uw Kamer te sturen.
Gerichte investeringen in de economie, onderwijs en defensie voor de brede welvaart
later
De dalingen van verschillende indicatoren van toekomstige welvaart uit de Monitor
vragen met hoge urgentie om maatregelen. Dit sluit aan bij de reflectie van de planbureaus
CPB, PBL en SCP op Prinsjesdag 2024, toen zij constateerden dat er voorgaande jaren
sterk werd ingezet op de brede welvaart in het hier en nu.7 Internationale instellingen zoals het IMF en de OESO signaleerden daarnaast dat Nederland
weinig investeerde in het versterken van het toekomstige verdienvermogen.8
9 Door meer te investeren in de fundamenten van toekomstige welvaart pakt het kabinet
niet alleen de huidige knelpunten aan, maar ook het verdienvermogen en de brede welvaart
voor komende generaties.
De Monitor laat zien dat economische groei en investeringen gestagneerd zijn. Dit
vindt het kabinet zorgelijk, omdat een sterke economie de basis vormt van onze brede
welvaart. Binnen de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat worden een
aantal zaken versneld die ons verdienvermogen blijvend dienen te verbeteren.10 Dit behelst onder andere instrumenten die investeringen en innovatie aanjagen, aangezien
die cruciaal zijn voor onze arbeidsproductiviteit. Het kabinet deelde afgelopen najaar
in de eerste Productiviteitsagenda11 zijn inzet op het stimuleren van innovaties, een goed functionerende arbeidsmarkt,
en goede basisvaardigheden. In die Kamerbrief werd ook de oprichting van de Productiviteitsraad
aangekondigd. Deze adviesraad zal het kabinet concrete beleidsaanbevelingen toedoen
om de productiviteitsgroei te bevorderen. Ook zet het kabinet in op het behalen van
klimaatdoelen en op een circulaire economie in 2050 voor het realiseren van een toekomstbestendige
economie.
Het kabinet voorziet ook een belangrijke rol voor onderwijs en kennisontwikkeling
bij het versterken van de brede welvaart.12 Met het uitwerken van het Masterplan basisvaardigheden13 krijgen scholen bijvoorbeeld geld en ondersteuning om basisvaardigheden bij leerlingen
te verbeteren. Het kabinet wil met zijn interdepartementale Talentstrategie de schaarste
op de arbeidsmarkt het hoofd bieden. De strategie streeft onder andere naar een verbeterde
verbinding tussen het opleidingsaanbod en de (toekomstige) arbeidsmarktvraag. De Talentstrategie
dient breder om meer grip te krijgen op tekorten in sectoren die belangrijk zijn voor
onze economische groei en voor het realiseren van maatschappelijke doelen.
In de afgelopen jaren volgden de geopolitieke ontwikkelingen elkaar in een rap tempo
op. Om ons Koninkrijk te verdedigen en te beschermen investeert het kabinet fors in
onze veiligheid. Daarom schaalt het kabinet de defensie-uitgaven op om in 2035 de
NAVO-norm van 3,5% van het bbp te halen. Het kabinet wil deze norm wettelijk verankeren
om de krijgsmacht langjarige zekerheid te bieden en langetermijncontinuïteit te garanderen.
Tot slot maakt het kabinet vaart met het verhelpen van de stikstofproblematiek. In
de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof werkt het kabinet samen met vele maatschappelijke
partijen aan een toekomstbestendige landbouw, een sterke natuur, een vitaal platteland
en het stapsgewijs weer meer mogelijk maken van vergunningverlening14. Met een bijpassende investering van € 20 miljard tot en met 2035 wil het kabinet
doorbraken op dit dossier realiseren, zodat ons land weer vooruit kan op zaken zoals
verduurzaming, woningbouw, defensie en bereikbaarheid. Daarnaast zet het kabinet in
op natuurinclusief als kans en oplossing voor maatschappelijke opgaven met betrekking
tot fysieke, sociale en economische ontwikkelingen.15
Partnerschappen en meer samenhang voor de brede welvaart elders
Voor het bevorderen van brede welvaart in andere landen zijn duurzame stabiliteit,
een goed functionerende democratie en een robuuste rechtsstaat essentiële randvoorwaarden.
Het kabinet investeert in ontwikkelingssamenwerking vanuit deze gedachte en zet een
stap richting de internationale OESO-norm.
Onze verwevenheid met andere landen vraagt om samenhangend beleid. Het kabinet werkt
daarom actief samen met partners in het Mondiale Zuiden aan weerbare handelsketens
en het stimuleren van lokale economieën. Het kabinet zoekt daarnaast ook de samenwerking
op in groene economische partnerschappen. Bedrijven, financiële instellingen, kennisinstellingen
en maatschappelijke organisaties bundelen hun expertise op gebieden zoals klimaatadaptatie,
watermanagement en voedselzekerheid. Dit bevordert inclusieve en duurzame ontwikkeling
wereldwijd, waarbij expliciet aandacht is voor het principe leave no one behind: de meest kwetsbare en gemarginaliseerde groepen worden niet uitgesloten van vooruitgang.
Om een geloofwaardige samenwerkingspartner te kunnen zijn voor opkomende landen, blijft
het kabinet ook inzetten op binnenlandse beleidscoherentie. Zo probeert het kabinet
het nationale en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid zo goed mogelijk op elkaar af te
stemmen om negatieve effecten in andere landen te beperken en positieve effecten te
versterken. We laten ontwikkelings-samenwerking en het beleid van Internationaal maatschappelijk
verantwoord ondernemen (IMVO) daarbij beter op elkaar aansluiten, zodat ook landen
in het Mondiale Zuiden hier meer baat bij hebben. Via het Herziene Actieplan Beleidscoherentie
voor Ontwikkeling zet het kabinet onder andere in op het verkleinen van de Nederlandse
klimaat-, land- en watervoetafdruk.16 De jaarrapportage van het Actieplan bevat een overzicht van beleidsmaatregelen die
bijdragen aan het reduceren van de voetafdruk, waarbij indicatoren een beeld schetsen
van de voortgang per subdoel. Vorig jaar is besloten de jaarrapportage van het Actieplan
in de Nationale SDG-rapportage op te nemen.
Naar aanleiding van vragen van uw Kamer17 is het kabinet een onderzoekstraject gestart naar spillover data om beter inzicht te krijgen in de grensoverschrijdende effecten van ons beleid.
Vorig jaar juni heeft een eerste workshop met nationale en internationale experts
plaatsgevonden, waar uw Kamer per brief over is geïnformeerd.18 In overleg met verschillende relevante actoren worden momenteel vervolgopties verkend.
Tot slot
Brede welvaart is een essentieel perspectief voor goed beleid. Alleen met betrouwbare
informatie over brede welvaart en de voortgang op het behalen van de SDG’s kunnen
we scherp in beeld krijgen welk beleid werkt, waar knelpunten zitten en waar kansen
liggen. Zo ontstaat beleid dat niet alleen stuurt op financiële cijfers, maar op de
kwaliteit van leven in de volle breedte. Het kabinet bedankt het CBS voor het inzichtelijk
maken van de stand van onze brede welvaart en de voortgang op de SDG’s met de Monitor,
en waardeert de bijdragen van de decentrale overheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen,
maatschappelijke organisaties en jongeren aan de Nationale SDG-rapportage.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
-
Indiener
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Medeindiener
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Medeindiener
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat