Brief regering : Fiche: Strategie voor Gendergelijkheid 2026-2030
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4346
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij drie fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche 1: Voorstel voor flexibele en snelle defensie-innovatie (AGILE) (Kamerstuk 22 112, nr. 4344)
Fiche 2: Verordening EU-ruimtevaartagentschap (Kamerstuk 22 112, nr. 4345)
Fiche 3: Strategie Voor Gendergelijkheid 2026–2030
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche 3: Strategie Voor Gendergelijkheid 2026–2030
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch
en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Strategie Voor Gendergelijkheid 2026–2030
b) Datum ontvangst Commissiedocument
5 maart 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM(2026) 113
d) EUR-Lex
https://eur-lex.Europa.eu/legal-content/NL/TXT/DOC/?uri=CELEX:52026DC01…
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet van toepassing
f) Behandelingstraject Raad
Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
2. Essentie voorstel
Op 5 maart 2026 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) de Strategie voor
Gendergelijkheid 2026–2030 (hierna: de strategie) gepresenteerd. De nieuwe strategie
bouwt voort op de vorige strategie (2020–2025) en vertaalt de visie die is uiteengezet
in de Roadmap voor Vrouwenrechten uit maart 20251 in concrete maatregelen. De strategie heeft als doel bij te dragen aan de verwezenlijking
van Sustainable Development Goal 5: bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes voor 2030.
De strategie hanteert een dubbele aanpak waarbij gerichte maatregelen worden gecombineerd
met systematische gendermainstreaming in alle beleidsterreinen van de Unie. De Commissie onderstreept dat gendergelijkheid
niet alleen een fundamenteel recht is, maar ook essentieel voor de democratie, sociale
cohesie en het concurrentievermogen van de Europese Unie.
Centraal in de strategie staat de strijd tegen gendergerelateerd geweld, waarbij wordt
ingezet op de volledige omzetting en implementatie van de richtlijn uit 2024 ter bestrijding
van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld2 vóór de omzettingstermijn van 2027.
Dit omvat onder meer de hernieuwde ambitie tot het invoeren van een geharmoniseerde
definitie van verkrachting in alle lidstaten, de ontwikkeling van nationale actieplannen
voor het voorkomen en bestrijden van gendergerelateerd geweld en een versterkte aanpak
van cybergeweld en haat tegen vrouwen online, zoals de verspreiding van deepfakes. Op EU-niveau zal de Commissie het onderwerp betrekken bij haar toezicht op zeer
grote online platforms onder de Digital Services Act (hierna: DSA). De Commissie zal lidstaten ondersteunen bij het opstellen van de nationale
actieplannen en zal onderzoeken hoe grensoverschrijdende samenwerking tussen de relevante
autoriteiten kan worden vergemakkelijkt.
Op het gebied van gezondheid erkent de strategie dat vrouwen geconfronteerd worden
met barrières in de zorgtoegang en dat medisch onderzoek te weinig rekening houdt
met vrouwspecifieke en -sensitieve aandoeningen, bijvoorbeeld bij hart- en vaatziekten.
De Commissie lanceert daarom een nieuw initiatief samen met de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) om de kwaliteit en toegankelijkheid van gezondheidszorg voor vrouwen te verbeteren,
met speciale aandacht voor vrouwen met een handicap. Er wordt ook ingezet op het dichten
van de kloof tussen lidstaten voor wat betreft seksuele en reproductieve gezondheid
en rechten, waarbij de Commissie lidstaten aanmoedigt om gebruik te maken van Europese
fondsen om de toegang tot veilige en legale abortusdiensten te verbeteren. Belangrijke
stappen zijn ook het onderzoek naar de economische en maatschappelijke voordelen van
het dichten van de kloof in de gezondheidszorg voor vrouwen met betrekking tot bepaalde
klachten, zoals bijvoorbeeld bij de menopauze, en het onderzoeken van de haalbaarheid
van het ontwikkelen van een systematische vrouwspecifieke controle in de levenscyclus
van geneesmiddelen. Dit moet ervoor zorgen dat medicijnen veilig en effectief zijn
voor iedereen.
Op sociaaleconomisch vlak richt de strategie zich op het dichten van de kloof op het
gebied van loon, pensioen en financiële geletterdheid. Hierbij spelen de implementatie
van de richtlijn loontransparantie, de ontwikkeling van een toolkit voor genderneutrale
functiewaardering om onderwaardering van vrouwelijke beroepen aan te pakken en maatregelen
om de genderpensioenkloof te verkleinen een cruciale rol. Om de werk-privébalans te
verbeteren en de zorglast eerlijker te verdelen is de Commissie van plan om aan een
Europese Zorgovereenkomst te werken. Deze Zorgovereenkomst is erop gericht de kwaliteit,
betaalbaarheid en toegankelijkheid van zorgdiensten te verbeteren en de arbeidsomstandigheden
in de zorgsector, met veel vrouwen in dienst, te versterken. De Commissie wil ook
sturen op een hogere opname van ouderschapsverlof door vaders.
Verder richt de strategie zich op het bestrijden van diverse soorten van armoede onder
vrouwen, waaronder menstruatie- en menopauze-armoede. De Commissie is voornemens om
in de aankomende EU Anti-Armoedestrategie een genderperspectief toe te voegen.
De strategie benadrukt het belang van gelijke kansen in de arbeidsmarkt en het onderwijs.
Er wordt ingezet op het doorbreken van stereotypen die leiden tot beroepssegregatie,
met name in STEM-vakgebieden (Science, Technology, Engineering and Mathematics) waarbij het doel is om tegen 2028 één miljoen meisjes te interesseren voor STEM-vakken.
Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan de genderspecifieke behoeften voor jongens
in bepaalde studierichtingen.
Er is ook aandacht voor het voorkomen van seksuele intimidatie op het werk, waarbij
de Commissie overweegt om verdere wetgevende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld binnen
het kader van de aankomende Quality Jobs Act. Op het gebied van politieke participatie wordt er ingezet op de veiligheid van vrouwelijke
politici, die vaak het doelwit zijn van (online) geweld en desinformatie en wordt
er gewerkt aan meer genderbalans in bestuurlijke functies.
Ook in het externe optreden van de Europese Unie blijft gendergelijkheid een prioriteit,
met de ontwikkeling van een nieuw Gender Action Plan, een actieplan voor vrouwen, vrede en veiligheid, en een nieuw initiatief genaamd
SHIELD (Sexual and Reproductive Health in Emergencies and Life in Dignity) om seksuele en reproductieve gezondheid in humanitaire noodsituaties te beschermen.
De strategie legt de nadruk op sterke institutionele mechanismen, waaronder de integratie
van gendergelijkheid in de volgende meerjarenbegroting van de EU (2028–2034).
Tot slot bevat de strategie een oproep aan alle lidstaten, instellingen en maatschappelijke
organisaties om gezamenlijk en met een intersectionele benadering te werken aan een
gendergelijke samenleving. Daarbij wordt in tegenstelling tot eerdere strategieën
ook aandacht besteed aan de rol én de meerwaarde die jongens en mannen hebben bij
het realiseren van gendergelijkheid.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het lopende Nederlandse beleid op gender- en lhbtiq+ gelijkheid is uitgewerkt in de
Emancipatienota Veilig Meedoen.3 De inzet van het kabinet op deze vormen van gelijkheid is dat iedereen, ongeacht
geslacht, seksuele oriëntatie, genderidentiteit of -expressie veilig moet kunnen leven
en volwaardig moet kunnen deelnemen aan de samenleving. Prioriteiten zijn het voorkomen
en aanpakken van (seksueel) en gendergerelateerd geweld, het terugdringen van lhbtiq+-haatincidenten
en haat richting vrouwen en het verbeteren van de toegang tot hulp, opvang en herstel
voor slachtoffers van geweld. Daarnaast richt het Nederlandse beleid zich op het bevorderen
van economische zelfstandigheid van vrouwen, onder meer via aandacht voor gelijke
beloning en het doorbreken van traditionele rolpatronen in arbeid en zorg. Verder
heeft het kabinet als prioriteit om inclusieve leer- en werkomgevingen te bevorderen,
bijvoorbeeld door het versterken van sociale veiligheid op scholen. Het Nederlandse
beleid richt zich ook op het tegengaan van stereotypen en schadelijke normen over
mannelijkheid en vrouwelijkheid, onder meer via bewustwordings- en publiekscampagnes.
Verder wordt er op ingezet dat bij de ontwikkeling van relevant beleid er structureel
oog is voor de effecten op gendergelijkheid, onder meer via gender mainstreaming.
Voor de online veiligheid van onder andere vrouwen en lhbtiq+ personen, coördineert
het Ministerie van BZK, samen met de ministeries van OCW, SZW, en JenV, de uitvoering
van een plan van aanpak tegen online discriminatie, racisme en haatzaaien (hate speech). In dit plan van aanpak wordt rekening gehouden met hoe online haatdragende en discriminerende
uitingen bestreden kunnen worden met zowel Nederlandse wetgeving, zoals de Grondwet
en het Wetboek van Strafrecht als Europese wetgeving, als Europese wetgeving, zoals
de digitaledienstenverordening (DSA).
Op dit moment vormen deze prioriteiten van het vorige kabinet de basis voor de uitvoering
van het Nederlandse beleid op gendergelijkheid. De prioriteiten van het huidige kabinet
worden momenteel verder uitgewerkt in een nieuwe emancipatienota die het kabinet in
september naar de Tweede Kamer stuurt.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de Strategie voor Gendergelijkheid 2026–2030. Het kabinet heeft
zich samen met gelijkgestemde lidstaten hard gemaakt voor een effectieve Europese
inzet op het beschermen en bevorderen van fundamentele waarden van gendergelijkheid
en gelijke rechten voor alle vrouwen. Met de Strategie voor Gendergelijkheid 2026–2030
wordt de langetermijnagenda uit de EU Routekaart Vrouwenrechten nu tastbaar gemaakt
door verschillende maatregelen voor te stellen. Het kabinet onderschrijft deze Routekaart
en de uitwerking hiervan, herkent zich in de geadresseerde uitdagingen en ziet – ten
algemene – meerwaarde in de voorgestelde maatregelen. Tegelijk constateert het kabinet
met teleurstelling dat het ambitieniveau van de strategie lijkt te zijn begrensd door
de (geo)politieke realiteit en er daarom geen grote wetgevende maatregelen worden
voorgesteld. Het kabinet waardeert desondanks de focus op het implementeren, uitvoeren
en handhaven van het bestaande en uitgebreide wetgevende acquis, het versterken van
bestaande maatregelen en de invoering van aanvullend beleid, gegeven de (geo)politieke
realiteit.
Het kabinet deelt de zorgen van de Commissie dat gendergelijkheid en vrouwenrechten
onder groeiende druk staan, ook online. Zo wordt er online veel desinformatie verspreid,
worden mensen geconfronteerd met complottheorieën over feministen en zijn vrouwen
veelvuldig slachtoffer van online haat.4 Het kabinet vindt dat ontoelaatbaar. Het kabinet ziet dat gelijke behandeling en
non-discriminatie fundamentele waarden van de Europese Unie zijn en verwelkomt effectieve
Europese en bilaterale samenwerking om deze Uniebreed te adresseren. De internationale
en Europese inzet op gendergelijkheid en vrouwenrechten zullen nader worden uitgewerkt
in het vervolg op de Emancipatienota.5
Het kabinet verwelkomt dat de strategie de bestrijding van gendergerelateerd geweld
centraal stelt en dat de Commissie inzet op volledige transpositie en implementatie
van de richtlijn uit 2024 inzake geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Voorts
waardeert het kabinet de hernieuwde ambitie om te komen tot een geharmoniseerde definitie
van verkrachting in alle lidstaten, evenals de aandacht voor de ontwikkeling van nationale
actieplannen. Alvorens het kabinet een definitieve appreciatie voor een dergelijke
geharmoniseerde definitie kan geven is bestudering van de rechtsbasis die de Europese
Commissie hiervoor wil hanteren noodzakelijk. Ook verwelkomt het kabinet de versterkte
aanpak van cybergeweld en online haat tegen vrouwen, waaronder de verspreiding van
deepfakes, ook door de inzet van de DSA.
Het kabinet waardeert daarnaast dat de Commissie lidstaten actief zal ondersteunen
bij het opstellen van nationale actieplannen en dat zij de handhaving wil versterken
door grensoverschrijdende samenwerking tussen justitiële en politieautoriteiten te
faciliteren.
Het kabinet verwelkomt dat de strategie expliciet erkent dat vrouwen nog altijd te
maken hebben met belemmeringen in de toegang tot zorg en dat genderspecifieke symptomen
en risico’s, onder meer bij hart- en vaatziekten, historisch onvoldoende zijn meegenomen
in medisch onderzoek. De strategie vraagt aandacht voor de hierdoor vaak te laat en
verkeerd gestelde diagnoses en het feit dat vrouwen zonder nader onderzoek worden
weggestuurd. Dit alles sluit goed aan op de in de zomer van 2025 verschenen nationale
strategie voor vrouwengezondheid. Hierin wordt de nadruk gelegd op de ontwikkeling
en het beter inzetten van kennis waardoor er meer passende zorg en ondersteuning,
afgestemd op vrouwen, geboden kan worden. Het kabinet waardeert tevens het nieuwe
initiatief van de Commissie, in samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie,
om de kwaliteit en toegankelijkheid van vrouwengezondheidszorg te verbeteren, met
bijzondere aandacht voor vrouwen met een beperking. Dit sluit aan op de bredere inzet
van het kabinet om genderbewuste zorg te bevorderen, ongelijkheden in de gezondheidszorg
terug te dringen en op de Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025–2030.6 Het kabinet verwelkomt daarnaast de inzet om verschillen tussen lidstaten op het
gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) te verkleinen. Deze
inzet draagt bij aan de keuzevrijheid en lichamelijke autonomie van vrouwen en daarmee
ook aan gendergelijkheid. Ook de aandacht voor onderzoek naar de economische en maatschappelijke
kosten van het onvoldoende adresseren van gezondheidsproblemen zoals tijdens de menopauze
en endometriose wordt door het kabinet positief beoordeeld, in lijn met de kabinetsinzet
om deze problematiek beter te herkennen en te behandelen. Daarnaast waardeert het
kabinet het voornemen om een systematische vrouwspecifieke controle te ontwikkelen
in de levenscyclus van geneesmiddelen, zodat wordt geborgd dat medicijnen veilig en
effectief zijn voor iedereen. Het kabinet ziet dit als een belangrijke stap richting
meer vrouwbewuste en -inclusieve gezondheidszorg binnen de EU. Het kabinet stipt verder
graag aan dat het een gemiste kans is dat er in de strategie vanuit de commissie niet
verder ingegaan wordt op het thema mentale gezondheid in relatie tot de gezondheid
van vrouwen. Vanuit Nederland wordt er in de Versterkingsagenda Mentale gezondheid
& ggz namelijk wel ook expliciet aandacht gevraagd voor de mentale gezondheid van
vrouwen.
Het kabinet verwelkomt dat de strategie inzet op het verkleinen van de loon- en pensioenkloof,
het bevorderen van loontransparantie en het versterken van financiële geletterdheid.
Het kabinet waardeert daarbij de aandacht voor de implementatie van de loontransparantierichtlijn
en de ontwikkeling van een toolkit voor genderneutrale functiewaardering. Er is in Nederland een aanzienlijke pensioenkloof.
Bij de beoordeling van eventuele voorstellen die gericht zijn op het verkleinen van
de pensioenkloof, zal het kabinet nadere toelichting geven op de nationale situatie.
Het kabinet hecht veel waarde aan het bestrijden van armoede. Voor wat betreft de
aankomende Europese Anti-Armoedestrategie onderschrijft Nederland het belang van het
toepassen van een genderperspectief en daarmee aandacht voor zaken als de pensioen-
en loonkloof en de zogeheten «babyboete» die vrouwen bij het krijgen van kinderen
onevenredig treft in hun loopbaan en salarisontwikkeling.
Het kabinet kijkt positief naar het voornemen van de Commissie om te werken aan een
Europese Zorgovereenkomst ter verbetering van de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid
van zorgdiensten en het versterken van arbeidsomstandigheden in de zorgsector. Ook
de aandacht voor het stimuleren van een hogere opname van ouderschapsverlof door vaders
wordt door het kabinet gewaardeerd, in lijn met de kabinetsinzet om een evenwichtigere
verdeling van arbeid en zorg te bevorderen.
Het kabinet verwelkomt dat de strategie sterk de nadruk legt op gelijke kansen, zowel
op de arbeidsmarkt als in het onderwijs. Het kabinet acht het van belang dat de Commissie
zich richt op het doorbreken van genderstereotypen die leiden tot beroepssegregatie,
onder meer door het bereiken van één miljoen meiden in STEM-richtingen tegen 2028
en waardeert dat er ook aandacht wordt besteed aan de specifieke uitdagingen waar
jongens in bepaalde studierichtingen mee te maken hebben. Deze inzet sluit aan bij
de kabinetsinzet om gelijke kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt te bevorderen.
Het kabinet hecht daarnaast waarde aan de aandacht voor het voorkomen van seksuele
intimidatie op de werkvloer en ziet het als positief dat de Commissie verdere wetgevende
maatregelen overweegt, onder andere in het kader van de aankomende Quality Jobs Act. Dit sluit aan op de inzet van het kabinet om veilige en inclusieve werkomgevingen
te stimuleren.
Op het gebied van politieke participatie waardeert het kabinet de nadruk op de veiligheid
van vrouwelijke politici, die disproportioneel worden geconfronteerd met (online)
geweld en desinformatie. Het kabinet is tevens positief over de inzet op een betere
genderbalans in bestuurlijke functies, in lijn met de kabinetsinzet om representatie
en veiligheid in het openbaar bestuur te versterken.
Het kabinet ziet het als een positieve ontwikkeling dat gendergelijkheid ook in het
externe optreden van de EU een prioriteit blijft. De ontwikkeling van een nieuw Gender
Action Plan, een EU-actieplan inzake vrouwen, vrede en veiligheid, en het SHIELD-initiatief
ter bescherming van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in noodsituaties
worden door het kabinet verwelkomd.
Het kabinet waardeert bovendien dat de strategie het belang onderstreept van sterke
institutionele mechanismen, waaronder de integratie van gendergelijkheid in de volgende
meerjarenbegroting (2028–2034) en de verplichting voor lidstaten om nationale actieplannen
op te stellen.7
Dit sluit aan op de kabinetsinzet om gendergelijkheid systematisch te verankeren in
beleid en begroting zoals dat wordt gedaan via de Kwaliteitseis Effecten op Gendergelijkheid
in het Beleidskompas.8
Wat betreft het verbeteren van de verzameling van gegevens inzake gendergelijkheid
en discriminatie verwelkomt het kabinet eventuele Europese aanbevelingen. Het kabinet
acht het hierbij wel van belang dat kosten van dergelijke enquêtes voor burgers en
bedrijven zoveel mogelijk worden afgewogen tegen de meerwaarde. Indien nieuwe statistische
informatie verzameld moet worden die niet aansluit bij de bestaande monitoringskaders
kan dit een kostbaar proces betekenen. Ook zou het kabinet graag wat meer juridische
randvoorwaarden in de sfeer van de bescherming van persoonsgegevens zien rond gegevens
inzake gendergelijkheid en in bredere zin gegevens inzake gelijkheid (equality data).
Tot slot deelt het kabinet de oproep van de Commissie aan lidstaten, EU-instellingen
en maatschappelijke organisaties om gezamenlijk en intersectioneel te werken aan het
realiseren van gendergelijkheid. Het bereiken van (gender)gelijkheid in onze nationale
en Europese samenleving is een gezamenlijke maatschappelijke opgave. Het kabinet waardeert
in het bijzonder dat de strategie, anders dan eerdere edities, expliciet aandacht
besteedt aan de rol én de meerwaarde van en voor jongens en mannen bij het bevorderen
van gendergelijkheid. Dit sluit ook aan op de kabinetsinzet om gendergelijkheid als
een gezamenlijke maatschappelijke opgave te benaderen.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Naar verwachting zal een grote meerderheid van de lidstaten de strategie verwelkomen.
Dat blijkt onder meer uit het feit dat een grote meerderheid van de lidstaten zich
de afgelopen jaren positief heeft uitgelaten over en/of ingestemd heeft met voorstellen
vanuit de Commissie die gendergelijkheid bevorderen. Enkele lidstaten zullen zich
naar verwachting negatief uitlaten over deze strategie. Het Europees Parlement zal
de strategie, gezien eerdere resoluties, naar verwachting verwelkomen en de Raad verzoeken
de strategie proactief te implementeren.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheid voor deze mededeling
is positief. De Commissie is bevoegd om deze mededeling te doen. De mededeling heeft
betrekking op het terrein van het sociaal beleid, bescherming en verbetering van de
menselijke gezondheid, de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, werkgelegenheidsbeleid
en onderwijs. Op het terrein van sociaal beleid is sprake van een gedeelde bevoegdheid
tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, onder b, VWEU). Op het terrein van
de bescherming en verbetering van de menselijke gezondheid is sprake van een aanvullende
bevoegdheid van de EU (artikel 6, onder a, VWEU).
Op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is er sprake van een
gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, sub j, VWEU).
Op het terrein van de coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid is sprake van een
aanvullende bevoegdheid van de EU (artikel 5, lid 2, VWEU). Op het gebied van onderwijs
en beroepsopleiding is sprake van een aanvullende bevoegdheid van de EU (artikel 6,
lid e, VWEU). Op grond van de artikelen 8, 9 en 10 VWEU dient de Unie er in al haar
beleidskeuzen en bij elk optreden naar te streven de ongelijkheden tussen vrouwen
en mannen op te heffen, de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen, en discriminatie
op grond van geslacht te bestrijden.
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit van deze mededeling
is positief. De mededeling heeft tot doel om bij te dragen aan het vergroten van gendergelijkheid
en het versterken van vrouwenrechten in de EU. Het bewaken van de waarden van de Europese
samenleving, zoals verwoord in het VWEU, het Handvest van de grondrechten van de Europese
Unie en de Europese pijler van sociale rechten, vraagt om een EU-brede aanpak. Gendergelijkheid
in de gehele EU kan alleen worden bereikt als door de EU en lidstaten wordt samengewerkt.
Gezien de EU-brede toepassing van dit doel kan dit onvoldoende door lidstaten op centraal,
regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Een EU-aanpak heeft, ten aanzien
van gendergelijkheid, een toegevoegde waarde ten opzichte van een enkel nationale
aanpak. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de proportionaliteit is positief.
De mededeling heeft tot doel om bij te dragen aan het vergroten van gendergelijkheid
en het versterken van vrouwenrechten in de EU. In de strategie geeft de Commissie
aan over welke onderwerpen zij wetgevingsvoorstellen en andere beleidsinitiatieven
zal ontwikkelen. Het kabinet deelt de visie van de Commissie en vindt het voorgestelde
optreden geschikt om de doelstellingen te bereiken, omdat deze in de volle breedte
uitvoering geeft aan de EU Routekaart voor Vrouwenrechten. Het kabinet herkent zich
in de geadresseerde uitdagingen en ziet – ten algemene – meerwaarde in de voorgestelde
maatregelen. Tegelijk constateert het kabinet met teleurstelling dat het ambitieniveau
van de strategie lijkt te zijn begrensd door de (geo)politieke realiteit en er daarom
geen grote wetgevende maatregelen worden voorgesteld. Het kabinet waardeert desondanks
de focus op het implementeren, uitvoeren en handhaven van het bestaande en uitgebreide
wetgevende acquis, het versterken van bestaande maatregelen en de invoering van aanvullend
beleid, gegeven de (geo)politieke realiteit. Op basis van de informatie in deze mededeling,
vindt het kabinet dat deze strategie en aangekondigde voorstellen en initiatieven
niet verder gaan dan noodzakelijk, omdat deze zich alleen richten op de terreinen
waar optreden door de EU de grootste meerwaarde kan hebben en waar EU-optreden nodig
is om de waarden van de EU te beschermen. Ook wordt ruimte aan de lidstaten gelaten
om eigen nationale initiatieven te ontplooien.
d) Financiële gevolgen
De strategie heeft geen directe gevolgen voor de Nederlandse begroting, aangezien
het geen bindende instrumenten betreft. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast
op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van
de budgetdiscipline. De strategie verwijst naar mogelijke inzet van bestaande EU-instrumenten
zoals CERV (het Citizens, Equality, Rights and Values-programma) voor het bestrijden van gendergerelateerd geweld en Horizon Europe voor
gezondheidskwesties die vrouwen aangaan. Nederland is van mening dat de benodigde
EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële
kaders van de EU-begroting 2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling
van de jaarbegroting. De Commissie verwijst ook naar eventuele toekomstige financiering
uit het voorgestelde Europees Concurrentievermogenfonds voor steun aan door vrouwen
geleide bedrijfsontwikkeling en naar AgoraEU voor steun via de CERV+ pijler. Het kabinet
wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Op basis van de mededeling zijn de directe gevolgen voor de regeldruk nog niet zichtbaar.
Voor wat betreft de loontransparantierichtlijn bevat de strategie geen nieuwe aanvullende
regelingen en dus ook geen extra gevolgen voor regeldruk voor werkgevers. Mogelijke
extra werkzaamheden kunnen voortkomen uit de verbetering en de uitbreiding van de
geharmoniseerde verzameling van gegevens over gendergelijkheid en antidiscriminatie.
Bij eventuele voorstellen die nader invulling geven aan deze mededeling zal de regeldruk
in kaart worden gebracht en worden meegewogen bij de standpuntbepaling van het kabinet.
De strategie draagt bij aan het EU-concurrentievermogen omdat gendergelijkheid niet
alleen de veerkracht en sociale cohesie van de EU verbetert, maar ook het concurrentievermogen
en de economische groei van de EU vergroot. Naar schatting van de Commissie kan het
volledig sluiten van de genderkloof tegen 2050 leiden tot een toename van het BBP
per hoofd met 9,6% en 10,5 miljoen extra banen.
De strategie heeft ook geopolitieke aspecten. De EU zal haar externe betrekkingen
blijven inzetten om gendergelijkheid op mondiaal niveau te bevorderen. Het zal onder
meer een nieuw beleidskader, het Genderactieplan IV voor 2028–2034, opstellen en een
nieuw actieplan voor vrouwen, vrede en veiligheid. De Commissie zal ook een nieuw
specifiek vlaggenschipinitiatief, „SHIELD«, lanceren dat gericht is op het verbeteren
van de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en het ondersteunen van slachtoffers
van gendergerelateerd geweld. Op multilateraal niveau zal de EU verder werken aan
allianties om gendergelijkheid te bevorderen in de VN, OESO, en de Raad van Europa.
Ook op bilateraal niveau zal de EU haar inspanningen opvoeren om vormen van discriminatie
te bestrijden, met inbegrip van discriminatie op grond van genderidentiteit. Deze
thema’s vergen duidelijke verdediging van de EU aangezien er zowel bilateraal steeds
minder overeenstemming op lijkt te zijn, als dat er internationaal een georganiseerde
en sterke pushback tegen gaande is.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken