Brief regering : Beleidsbrief Koninkrijksrelaties
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 56
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
We zijn één Koninkrijk – dat is niet zomaar een staatkundig verband. Het is een levende gemeenschap van
landen en eilanden, met een gedeelde geschiedenis en een toekomst die we samen vormgeven.
Vanuit gelijkwaardigheid en betrokkenheid werkt het kabinet samen met de autonome
landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba aan voelbare vooruitgang voor inwoners aan beide kanten van de oceaan.
De eilanden staan voor urgente opgaven waarbij externe ontwikkelingen zoals geopolitieke
spanningen en klimaatverandering kwetsbaarheden blootleggen en waar actie nodig is
om de economische groei en brede welvaart ook voor de toekomst veilig te stellen.
Maar waar uitdagingen zijn, liggen kansen: kansen om gezamenlijk te bouwen aan een
veerkrachtig en toekomstbestendig Koninkrijk dat niet alleen weerbaar is, maar ook
inspeelt op economische kansen die zich voordoen in een zich ontwikkelende regio.
Er zijn mogelijkheden om de bestaanszekerheid te versterken, de economie te laten
groeien en diversifiëren en de positie van de eilanden in de regio te versterken.
Na mijn eerste bezoeken aan de eilanden en gesprekken met inwoners, ondernemers en
bestuurders ben ik ervan overtuigd dat we dat kunnen.
In het regeerakkoord hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken gemaakt over
de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Dat vraagt om
één overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Deze beleidsbrief vormt een
startpunt en geeft richting aan de uitvoering van het regeerakkoord voor het Caribisch
deel van het Koninkrijk. Dit vraagt om gezamenlijke inzet en verantwoordelijkheden
– van Haagse departementen, de landen en de eilanden – met nadruk op uitvoering en
realisatie om tot zichtbare resultaten te komen voor inwoners.
Het kabinet gaat aan de slag met drie prioriteiten:
1. Bouwen aan slagvaardig bestuur dat resultaten boekt;
2. Versterken van sociaal- en economische veerkracht en duurzame ontwikkeling;
3. Werken aan kaders en kansen voor effectieve samenwerking binnen het Koninkrijk.
Samen met de landen en de eilanden werkt dit kabinet, met oog voor de staatkundige
verhoudingen, deze prioriteiten de komende periode verder uit. De verschillen in positie
en verantwoordelijkheid vragen om maatwerk in beleid en samenwerking. De openbare
lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint
Maarten beschikken allen over een sterke eigen identiteit en veerkracht.
Namens het kabinet ben ik, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
de coördinerend bewindspersoon voor het beleid ten aanzien van het Caribisch deel
van het Koninkrijk. Vanuit mijn coördinerende rol bevorder ik hierbij de samenwerking
binnen het kabinet. Nieuw beleid in Europees Nederland wordt in de basis ingevoerd
in Caribisch Nederland, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen.
Prioriteit 1: Bouwen aan slagvaardig en resultaatgericht bestuur
Inwoners en ondernemers moeten kunnen rekenen op een overheid die resultaten boekt
en concrete stappen zet die merkbaar zijn in hun dagelijks leven. Zeker gezien de
geopolitieke ontwikkelingen vormt een goed functionerend openbaar bestuur de basis
voor vertrouwen en het benutten van economische kansen.
Samen met Bonaire, Sint Eustatius en Saba zet dit kabinet daarom met drie focusgebieden
in op het versterken van het openbaar bestuur: een slagvaardige overheid, een integere
overheid en duidelijke kaders. Hiermee bouwen we voort op de acties en mijlpalen die
zijn gestart met de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland1, inclusief de initiatieven die al voor de start van deze agenda waren ingezet. De
agenda blijft onverkort van kracht en wordt verder uitgevoerd.
De situatie bij de stortplaats Selibon Lagun op Bonaire vraagt om slagkracht van overheden.
Er is sprake van terugkerende branden, het vrijkomen van schadelijke stoffen en tekortkomingen
in de opslag en verwerking van afval, wat structureel risico’s oplevert voor mens
en natuur. Een belangrijke (mede)oorzaak is de beperkte uitvoerings- en bestuurskracht
op het eiland, waaronder ook een tekort aan specialistische kennis en capaciteit.
Een structurele oplossing is alleen mogelijk met actieve en blijvende betrokkenheid
van zowel het Openbaar Lichaam Bonaire als het Rijk, met respect voor de bestaande
verantwoordelijkheden. Het kabinet zet daarom in op het versterken van de uitvoerings-
en bestuurskracht en het realiseren van een duurzame oplossing om dergelijke zorgwekkende
situaties te voorkomen.
Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn als autonome landen zelf verantwoordelijk voor
de kwaliteit van hun bestuur. Tegelijkertijd kunnen we de gezamenlijke opgaven binnen
het Koninkrijk niet los van elkaar zien. De Afdeling advisering van de Raad van State
van het Koninkrijk heeft in haar spontane advies over 70 jaar Statuut ook gewezen
op het belang van intensievere samenwerking binnen het Koninkrijk.2 Het kabinet blijft zich daarom actief inzetten voor een gelijkwaardige samenwerking
binnen het Koninkrijk. Hierbij is de inzet gericht op het versterken van de rechtsstaat
en houdbare overheidsfinanciën.
Een integere en slagvaardige overheid (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
Een integer en sterk bestuur is de basis voor vertrouwen in onze overheid – of het
nu gaat om het beschermen van melders, het tegengaan van ondermijning of het versterken
van onze procedures. Het kabinet zet de aanpak van integriteitsschendingen daarom
met kracht voort. Het gaat hierbij onder andere om het beter beschermen van melders
van integriteitsschendingen, het versterken van interne procedures zodat meldingen
daadwerkelijk worden opgevolgd, en ondersteuning bij het verbeteren van inkoop- en
aanbestedingsprocedures en de toepassing daarvan.
Daarnaast werkt het kabinet samen met de eilanden aan het beter in beeld brengen van
risico’s en de voortgang in de aanpak van integriteitsschendingen. Hiertoe nemen Bonaire,
Sint Eustatius en Saba vanaf dit jaar deel aan de Monitor Integriteit en Veiligheid.
De komende jaren wordt verder gewerkt aan het wetgevingstraject voor de invoering
van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob).
Deze wet is bedoeld om de integriteit van het openbaar bestuur te waarborgen door
te voorkomen dat ongewild criminele activiteiten worden gefaciliteerd bij het verstrekken
van vergunningen, vastgoedtransacties, subsidies en overheidsopdrachten.
Het kabinet zet de ondersteuning van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij het bevorderen
van goed bestuur en vergroten van de uitvoeringskracht de komende periode voort. Dit
omvat onder meer de eilandelijke aanpakken voor goed bestuur onder regie van de gezaghebbers.
Maar ook het ondersteuningsprogramma voor politieke gezagdragers, eilandsecretarissen
en eilandgriffiers en het uitwisselingsnetwerk van VNG International worden voortgezet.
Verder wordt gewerkt aan het versterken van instituties zoals de rekenkamers, het
bevorderen van democratische bewustzijn en participatie middels burgerschapsonderwijs.
Het kabinet heeft in het bijzonder oog voor de voorbereidingen van de eilandsraadsverkiezingen
in maart 2027 en initiatieven om de kandidaatstelling en opkomst te vergroten. In
samenwerking met de eilandsbesturen, ProDemos en het Netherlands Institute for Multiparty
Democracy heeft het kabinet een programma opgesteld waarmee zowel politiek geïnteresseerden
als bestaande politieke partijen geholpen kunnen worden met de oriëntatie op deelname
bij de verkiezingen en wat daarvoor nodig is.
De publieke dienstverlening in Caribisch Nederland wordt verder verbeterd. Het doel
is om deze op een gelijkwaardig niveau te brengen met Europees Nederland – online,
telefonisch en aan de balie. De Rijksdienst voor Caribisch Nederland (RCN) en de eilanden
werken samen aan toegankelijke, eigentijdse en betrouwbare dienstverlening waarbij
de burger en ondernemer centraal staan. Specifieke aandacht gaat naar het verbeteren
van de digitale dienstverlening en het op orde brengen van de digitale infrastructuur.
Uw Kamer ontvangt na de zomer de Visie op de Digitale Overheid en Aansluitplan Publieke
Dienstverlening en Digitalisering Caribisch Nederland.
Adequate wettelijke kaders (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
Om de bestuurskracht te versterken en de vertegenwoordiging van inwoners te verbeteren,
zet het kabinet in op uitbreiding van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden.
Om invoering vóór de eerstvolgende eilandsraadsverkiezingen in maart 2027 mogelijk
te maken, ligt de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden (Verhogingswet)
inmiddels in de Tweede Kamer.3 De Staatssecretaris heeft recent met de eilandsbesturen over dit wetsvoorstel gesproken.
Daar is opgemerkt dat er steun is voor de wet, maar hebben zij ook een aantal aandachtspunten
meegegeven. Hier gaat het kabinet in het wetstraject rond de Verhogingswet nader op
in.
Met de herziening van de Wetten openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
(WolBES) en de Wet financiën openbare lichamen (FinBES) worden de randvoorwaarden
voor goed bestuur versterkt, door veranderingen rond de bestuurlijke inrichting, de
interbestuurlijke verhoudingen en de financiële inrichting en het financieel toezicht.
Het streven is dit wetsvoorstel rond de zomer voor advies aan te bieden aan de Raad
van State.
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt in Europees Nederland het fundament onder
behoorlijk bestuur, rechtsbescherming en transparante besluitvorming door de overheid.
In Caribisch Nederland ontbreekt dit fundament. Daarom werkt het kabinet, onder verantwoordelijkheid
van het Ministerie van Justitie en Veiligheid als eerste ondertekenaar en het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de Algemene wet bestuursrecht BES (Awb BES). Deze wet moderniseert en harmoniseert het bestuursrecht en versterkt de rechtszekerheid
voor burgers en bedrijven. Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstel in de tweede
helft van deze kabinetsperiode aan de Tweede Kamer aan te bieden.
Een veilig en weerbaar Koninkrijk
Door hun geografische ligging zijn de Caribische landen extra kwetsbaar voor ondermijnende
criminaliteit. Het kabinet ondersteunt daarom Aruba, Curaçao en Sint Maarten bij de
bestrijding van ondermijnende en grensoverschrijdende criminaliteit met capaciteit,
expertise en middelen. De inzet richt zich op zowel de strafrechtelijke als de bestuurlijke
aanpak, met investeringen in het Recherche Samenwerkingsteam (RST), het Openbaar Ministerie
Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba, het OM Aruba en het Gemeenschappelijk
Hof van Justitie. Het kabinet zet de ondersteuning van Sint Maarten voort met in totaal
€ 30 miljoen voor het op orde brengen van detentiefaciliteiten. Daarnaast voert het
kabinet het gesprek over het voortzetten en waar nodig aanscherpen van deze samenwerking.
Dit gebeurt op basis van de evaluatie van het protocol ter versterking van het grenstoezicht,
die voor de zomer beschikbaar komt.
In nauwe samenwerking met de landen en eilanden werkt het kabinet verder aan het versterken
van de weerbaarheid tegen crises samenhangend met geopolitieke en klimatologische
ontwikkelingen. Als onderdeel hiervan brengt het kabinet, samen met de landen en de
eilanden, de belangrijkste kwetsbaarheden in kaart. Daarnaast levert het kabinet een
bijdrage aan het Caribbean Civil Protection Mechanism (CCPM) en worden er crisisoefeningen
georganiseerd om de voorbereiding op en samenwerking bij crises te versterken.
Toekomstbestendige overheidsfinanciën
Met Curaçao en Sint Maarten gaat de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
in gesprek over uitvoerbare afspraken om de nog lopende leningen uit 2010 af te lossen,
zodat een houdbare schuldpositie ontstaat zonder de ruimte voor investeringen in gevaar
te brengen. Aruba werkt samen met het kabinet aan de Rijkswet houdbare overheidsfinanciën
Aruba (HOFA), die kaders stelt voor begrotingsdiscipline, schuldbeheersing en financieel
toezicht, gebaseerd op een advies van het IMF. Na advies van de Afdeling advisering
van de Raad van State van het Koninkrijk volgt een gezamenlijk nader rapport van Aruba
en Nederland.
Het financieel beheer op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt verder versterkt. De
eilanden bouwen voort op de recente verbeteringen die hebben geleid tot goedgekeurde
jaarrekeningen op alle drie de eilanden. Het kabinet volgt de uitvoering van de verbeterplannen
nauwgezet en blijft in gesprek over de voortgang. Mede op basis van de adviezen van
het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba ziet het kabinet toe
op een deugdelijke financiële huishouding.
Prioriteit 2: Versterken sociaal- en economische veerkracht en duurzame ontwikkeling
Om toekomstige generaties in het Caribisch deel van het Koninkrijk duurzaam perspectief
te bieden op werk, goede voorzieningen en een gezonde leefomgeving, staan de eilanden
voor belangrijke opgaven op het gebied van bestaanszekerheid, infrastructuur, klimaatverandering
en demografische ontwikkelingen. Tegelijkertijd liggen er kansen om de economieën
robuuster en toekomstbestendiger te maken door in te zetten op verdere diversificatie.
Dit onder meer via versterking van voedselzekerheid, onderwijs en arbeidsmarkt en
door het benutten van kansen voor groene groei.
Het kabinet zal de eilanden, en in het bijzonder Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
volwaardig betrekken. Een gezamenlijke aanpak met heldere prioriteiten en fasering
is essentieel, waarbij alle betrokken partijen hun verantwoordelijkheid nemen.
Versterken van economische groei binnen een context van geopolitieke ontwikkelingen
Dit deel van het Koninkrijk ligt op een strategisch kruispunt van geopolitieke en
economische belangen. Dit biedt kansen voor handel, logistieke en regionale samenwerking
en groeimarkten in de regio. Tegelijk brengt deze positie kwetsbaarheden met zich
mee, zoals orkanen, criminaliteit en geopolitieke spanningen, terwijl ontwikkelingen
in Venezuela zowel risico’s als nieuwe kansen creëren. Daarom is het versterken van
economische weerbaarheid, door het diversifiëren en verbreden van de economie, essentieel.
Om hier een start mee te maken werkt het kabinet samen met Sint Eustatius en Saba
aan sociaaleconomische ontwikkelstrategieën. Bonaire werkt hier zelfstandig aan via
de commissie Vishon 2050. Daarnaast wordt ingezet op een betere aansluiting tussen
onderwijs en arbeidsmarkt (Strategic Education Alliance) en op het vergroten van studiesucces
via het Vierlandenoverleg onderwijs.
Om bovengenoemde ontwikkelingen te kunnen ondersteunen wordt als vervolgstap het Economisch
Groeiplatform Carib opgericht om innovatie, ondernemers en kapitaal op de zes eilanden
en in de regio beter met elkaar te verbinden, zodat de economische ontwikkeling en
zelfredzaamheid van de eilanden worden versterkt. Naast betrokken departementen en
de zes eilanden worden ook ondernemers, de financiële sector en onderwijsinstellingen
betrokken.
Aangrenzend wordt de nieuw op te richten Nationale Investeringsinstelling opengesteld
voor het Caribisch deel van het Koninkrijk. Er wordt aangesloten bij bestaande projectstructuren
van betrokken departementen en investeringsinstellingen, zoals Qredits en de BMKB-regeling.
Dit doet het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in samenwerking
met de Ministeries van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken en Klimaat en Financiën,
waarbij nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de kenmerken van de eilanden. Niet
alle Nederlandse instrumenten zijn passend voor de lokale markten.
Bovengenoemd groeiplatform en het openstellen van de Nationale Investeringsinstelling
moeten bijdragen aan het diversifiëren en weerbaarder maken van de economieën van
de zes eilanden. Elk eiland heeft daarbij zijn eigen specifieke omstandigheid en opgave.
Verder werkt het kabinet aan het versterken van de voedselzekerheid op de zes eilanden.4 In dat kader wordt € 6 miljoen geïnvesteerd in het verbeteren van randvoorwaarden
op het terrein van infrastructuur, waaronder waterbeheer, beschikbaar land, (koelte)opslag
en logistiek. Daarnaast wordt € 18 miljoen ingezet voor een revolverend fonds, waarmee
ondernemers zoals boeren en vissers toegang krijgen tot financiering. Ook wordt geïnvesteerd
in opleidingen, gericht op het stimuleren van innovatieve en duurzame manieren om
de voedselzekerheid structureel te versterken.
De samenwerking met de Europese Unie (EU) wordt versterkt om de economische ontwikkeling
en weerbaarheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk te ondersteunen. Onder andere
vanwege de beperkte uitvoeringskracht, zet het kabinet in op samenwerking en ondersteuning
bij het effectiever benutten van de mogelijkheden binnen de relatie van de landen
en eilanden als Landen en Gebieden Overzee (LGO) met de EU. Dit kan via de activiteiten
van het partnerschap onder het LGO-besluit, gericht op onder meer duurzame economische
samenwerking en investeringen. Zoals via recente initiatieven als de Global Gateway,
het programma van de EU gericht op duurzame en strategische prioriteiten zoals maritieme
en digitale connectiviteit en energietransitie. Dit biedt veel mogelijkheden, maar
vereist tegelijkertijd ook nog een concretere uitwerking in vervolg op de gezamenlijke
conclusies van het 21e LGO/EU Forum op Aruba. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan betere
toegang tot horizontale EU-fondsen, passend bij de schaal en context van de eilanden,
zodat Europese middelen ook daadwerkelijk kunnen worden ingezet.
Investeren in bestaanszekerheid Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De afgelopen periode zijn stappen gezet op het gebied van bestaanszekerheid op Bonaire,
Sint Eustatius en Saba, maar de opgave blijft groot. Inwoners hebben moeite om rond
te komen, terwijl er voor ondernemers ruimte moet blijven om te investeren. Om armoede
steviger aan te pakken stelt het kabinet per 2027 structureel € 30 miljoen beschikbaar
voor Caribisch Nederland. Dit geld is bedoeld voor maatregelen die bijdragen aan een
leefbaar bestaansminimum en het verlagen van de kosten van levensonderhoud. Hierbij
houden we oog voor zowel huishoudens als ondernemers en werkgevers. Het kabinet werkt
aan een concreet maatregelenpakket, waarbij de maatregelen voor de korte termijn bij
de ontwerpbegroting voor 2027 worden gepresenteerd. Voor de korte termijn overweegt
het kabinet ook nadrukkelijk verdere uitbreiding van de subsidie voor nutsvoorzieningen.
Voor de structurele inzet vanaf 2028 vindt nadere afstemming plaats met betrokken
departementen en de eilanden.
Met de Voorjaarsnota 2026 is daarnaast het bestaande koopkrachtpakket uit 2026 voor
2027 verlengd, inclusief subsidies voor elektriciteit, drinkwater en telecom, en een
energietoelage. Voor deze inzet is gekozen, omdat de invoering van een inkomensafhankelijke
kindregeling voor Caribisch Nederland met een jaar is uitgesteld.
In het kader van het principe «comply or explain» vertaalt het kabinet toekomstige
koopkrachtmaatregelen in Europees Nederland naar Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
In de koopkrachtbesluitvorming zullen ook de mogelijke gevolgen en maatregelen voor
Caribisch Nederland gewogen worden. Daarnaast werkt het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap aan het versterken van gelijke kansen, via onder meer onderwijs-,
cultuur- en emancipatieagenda’s.
Versterken infrastructuur, natuur en klimaatweerbaarheid
Bonaire, Sint Eustatius en Saba kennen achterstanden op het gebied van infrastructuur,
volkshuisvesting, connectiviteit, klimaatbescherming en een gezonde leefomgeving.
Inwoners kunnen daarbij vaak niet profiteren van fondsen voor mobiliteit en infrastructuur,
die wél ten goede komen aan inwoners van Europees Nederland. De huidige bekostigingssystematiek
van de fysieke infrastructuur is niet duurzaam en beperkt de openbare lichamen in
hun integrale bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid.5
Verder werkt het kabinet, samen met Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aan een meerjarig
samenwerkingsprogramma om tot een meer samenhangende aanpak te komen voor het Rijksbeleid
voor de fysieke leefomgeving, met duidelijke fasering van opgaven en prioritering
van investeringen in infrastructuur, ruimtelijke ontwikkeling, woningbouw en connectiviteit,
vanuit het principe «comply or explain». Een meerjarig samenwerkingsprogramma vergt
ook voldoende uitvoeringscapaciteit en bestuurskracht op Bonaire, Sint Eustatius en
Saba. Hierbij is wettelijk vastgelegd dat het verantwoordelijke departement bij nieuwe
taken ook zorgdraagt voor adequate financiering van de uitvoering. Daarnaast helpt
het kabinet de eilanden bij het vergroten van uitvoeringscapaciteit met ondersteuningsarrangementen.6
Verder wordt het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland voortgezet, met
inzet op herstel van ecosystemen en een klimaatbestendige leefomgeving. Ook wordt
in de Nationale Klimaatadaptatiestrategie voor het eerst een apart hoofdstuk voor
Bonaire, Sint Eustatius en Saba opgenomen, voortbouwend op de eilandelijke klimaatplannen.
Daarnaast zet het kabinet in op een duurzame bekostigingssystematiek voor investeringen,
onderhoud en vervanging van eilandelijke infrastructuur, gelijkwaardig aan die van
gemeenten en provincies.
Inspelen op demografische ontwikkelingen
De demografische ontwikkelingen in Caribisch Nederland, en in het bijzonder de snelle
bevolkingsgroei op Bonaire, vergen keuzes om de leefbaarheid en de beschikbaarheid
van publieke voorzieningen ook op de lange termijn te kunnen borgen. Samen met de
eilanden werkt het kabinet een gezamenlijke meerjarige aanpak uit om demografische
ontwikkelingen en de effecten daarvan structureel te monitoren en integraal mee te
wegen in beleidskeuzes.
Prioriteit 3. Werken aan kaders en kansen voor effectieve samenwerking binnen het
Koninkrijk
We benutten de kansen voor samenwerking binnen het Koninkrijk nog onvoldoende. Dat
blijkt ook uit het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van het
Koninkrijk ter gelegenheid van 70 jaar Statuut. Een strategische en gerichte samenwerkingsagenda,
passend bij de uitgangspunten van het Statuut, is nodig om bij te dragen aan welvaart,
stabiliteit en onderlinge verbondenheid, mede in het licht van geopolitieke ontwikkelingen.
Het uiteindelijke doel is het vergroten van het welzijn van inwoners, het versterken
van de weerbaarheid van de economieën, het bevorderen van de deugdelijkheid van het
bestuur en het verwezenlijken van fundamentele mensenrechten.
Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn autonome landen binnen het Koninkrijk. Bij het
vormgeven van samenwerking hanteert het kabinet gelijkwaardigheid als principe. Ook
voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, als volwaardige delen van Nederland, zijn duidelijke
kaders voor samenwerking en bestuurlijke verhoudingen onmisbaar. Daarom gaat het kabinet
verder met de herziening van de WolBES en FinBES en het maken van bestuurlijke afspraken
met eilanden.
Samenwerking met Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Om kansen voor samenwerking met Aruba, Curaçao en Sint Maarten beter te benutten en
de samenwerking structureel te versterken, zet het kabinet in op het organiseren van
een terugkerend gesprek tussen de vier regeringen als volwaardige partners binnen
het Koninkrijk: de Koninkrijksconferentie. De inzet is om met de landen te verkennen
om vóór het einde jaar een eerste Koninkrijksconferentie te organiseren. Hier kunnen
onder meer relevante ontwikkelingen, vraagstukken en kansen voor samenwerking binnen
het Koninkrijk worden besproken. Dit kan ook perspectief bieden voor verdiepte regionale
samenwerking, met name op terreinen als energie, handel, onderwijs en logistiek.
De Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen loopt in 2027 af. Op basis van
de onafhankelijke evaluatie7, de behaalde resultaten en de behoeften van de landen gaat het kabinet met Aruba,
Curaçao en Sint Maarten in gesprek over de afronding, borging dan wel voortzetting
van de prioritaire hervormingen uit de landspakketten.
Gelet op de geopolitieke ontwikkelingen en in lijn met de verantwoordelijkheden die
voortvloeien uit het Statuut, zet het kabinet de samenwerking met de landen op het
terrein van defensie, buitenlandse betrekkingen en veiligheid, waaronder luchtvaart
en scheepvaart, gericht voort en versterkt deze waar nodig.
Daarnaast blijft het kabinet Sint Maarten actief ondersteunen bij de uitvoering van
het Trustfonds Wederopbouw, dat door Nederland is gefinancierd en door de Wereldbank
wordt beheerd en eind 2028 afloopt, onder meer door bilaterale programma’s voort te
zetten die versnelde realisatie van projecten mogelijk maken.
De Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (VNACS) blijft
zich structureel inzetten voor het versterken van de samenwerking binnen het Koninkrijk
en fungeert daarbij als bruggenbouwer tussen Nederland en Aruba, Curaçao en Sint Maarten
en draagt bij aan verdere regionale samenwerking. De nadruk ligt op het verdiepen
van relaties, het opzetten en versterken van gezamenlijke initiatieven en het ondersteunen
van belangrijke opgaven, zowel op overheidsniveau als in het maatschappelijk middenveld
en de private sector.
Samenwerking met Bonaire, Sint Eustatius en Saba gericht op gelijkwaardigheid
Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba draagt het kabinet een directe verantwoordelijkheid
en streeft het ernaar inwoners een gelijkwaardige positie binnen Nederland te bieden,
met een gelijkwaardig voorzieningenniveau rekening houdend met de lokale context.
In het regeerakkoord is het principe van «comply or explain» aangescherpt. Dit houdt
in dat nieuw beleid en regelgeving in beginsel tevens van toepassing zijn op Caribisch
Nederland (comply), tenzij sprake is van zwaarwegende en deugdelijk gemotiveerde redenen om hiervan
af te wijken (explain). Departementen onderzoeken bij de voorbereiding van nieuw beleid actief op welke
wijze dit van toepassing kan zijn op Bonaire, Sint Eustatius en Saba en motiveren
dit expliciet. Maatwerk blijft mogelijk maar wordt steeds transparant en zorgvuldig
onderbouwd. Hierbij wordt gestuurd op het realiseren van een gelijkwaardig effect
voor inwoners op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, in relatie tot inwoners in Europees
Nederland. Maatwerk vormt daarbij geen grond om lagere standaarden te hanteren. Het
is een instrument om te sturen op een gelijkwaardig voorzieningenniveau rekening houdend
met de lokale context, waar prioritering en fasering met het oog op uitvoerbaarheid
onderdeel van kunnen zijn.
Uitgangspunt is dat dit principe betrekking heeft op het gehele rijksbeleid, waaronder
beleidsdoelstellingen, de daarvoor beschikbaar gestelde middelen, alsmede wet- en
regelgeving en overige beleidsinstrumenten. Dit sluit aan bij bestaande kaders, zoals
de Aanwijzingen voor de regelgeving, het Draaiboek voor de regelgeving en het Beleidskompas,
waarin is vastgelegd dat expliciet wordt afgewogen in hoeverre regelgeving van toepassing
is op Caribisch Nederland.
Afwijking van «comply» is uitsluitend aan de orde met het oog op de bijzondere omstandigheden
waardoor Bonaire, Sint Eustatius en Saba zich wezenlijk onderscheiden van Europees
Nederland. Het kabinet evalueert samen met de eilanden de toepassing van «explain»
mede op basis van ervaringen uit de praktijk en betrekt hierbij de andere departementen.
Ook informeert het kabinet uw Kamer vóór de zomer over de opvolging van motie White
(GroenLinks-PvdA).8
Samenwerking bij nieuw beleid
Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden beter betrokken bij de totstandkoming van beleid
en wetgeving, onder andere door processen rond startnotities, (internet)consultaties
en door het rijksbrede wetgevingsoverzicht te verbeteren. Voor de belastingwetgeving
bijvoorbeeld zullen beleidsvoornemens en andere belangrijke wijzigingen die ondernemers
en inwoners direct raken in samenspraak met vertegenwoordigers van Caribisch Nederland
worden besproken alvorens het wetgevingsproces wordt opgestart. Daarnaast worden (internet)consultaties
waar relevant meertalig toegankelijker gemaakt (Nederlands, Engels en Papiaments),
zodat de lokale overheden, inwoners en bedrijven op de eilanden effectiever kunnen
participeren en goed geïnformeerd zijn over nieuw beleid en wetgeving. Ook wordt de
VNG Caribendesk verder doorontwikkeld, die een belangrijke rol speelt in kennisdeling
en het uitvoeren van uitvoeringstoetsen voor wetgeving die aansluit bij de eilandelijke
context.
Historische en culturele banden
We besteden dit jaar extra aandacht aan het versterken van de historische en culturele
banden binnen het Koninkrijk. Zo staan we stil bij de 250-jarige viering van de eerste
buitenlandse erkenning van de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten door Sint
Eustatius, waarbij het eiland door het kabinet wordt ondersteund bij de organisatie
van deze bijzondere gebeurtenis. Daarnaast blijven we actief werken aan maatschappelijke
bewustwording over het koloniale verleden en het slavernijverleden en de blijvende
impact daarvan in samenwerking met de zes Caribische eilanden. Vanuit de opvolging
van de excuses van het Nederlands kabinet voor haar rol in het trans-Atlantisch slavernijverleden
worden door de lokale overheden eilandelijke actieagenda’s uitgevoerd en loopt er
tot en met 2028 een subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven die in het
kader van het slavernijverleden werkzaam zijn en een project willen uitvoeren.
Tot slot
De opgaven waar het Caribisch deel van het Koninkrijk voor staat zijn urgent en vragen
om gezamenlijke actie. Met deze beleidsbrief zet het kabinet voor Bonaire, Sint Eustatius
en Saba in op versterking van bestuur, bestaanszekerheid, economische ontwikkeling
en samenwerking binnen het Koninkrijk. Door te investeren in onder andere uitvoeringskracht,
weerbaarheid en kansen voor ondernemers en inwoners, werken we aan een solide basis
voor houdbare groei en stabiliteit. Dit moet leiden tot merkbare verbeteringen in
het dagelijks leven van inwoners: bestaanszekerheid, betere voorzieningen, een veilige
leefomgeving en nieuwe economische kansen, nu en in de toekomst.
De relatie met Aruba, Curaçao en Sint Maarten staat op gelijkwaardigheid, dialoog
en wederzijds respect – zoals verankerd in het Statuut. Het kabinet waardeert de koers
die de landen zelf hebben ingezet en de inspanningen die zij leveren voor een veerkrachtige
economie en veilige samenleving. Nederland werkt binnen het Koninkrijk met deze landen
samen en ondersteunt waar mogelijk via samenwerking, kennisuitwisseling en gezamenlijke
initiatieven.
Laten we de verbinding en samenwerking binnen het Koninkrijk versterken zonder daarbij
de verschillen uit het oog te verliezen. Deze aanpak versterkt niet alleen de eilanden,
maar ook onze gezamenlijke positie in een veranderende wereld. Een stabiel en welvarend
Caribisch deel van het Koninkrijk draagt bij aan de waarde en veerkracht van het Koninkrijk
als geheel.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Indieners
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties