Amendement : Amendement van het lid Van den Berg over een verbod op uitlokking als opzet niet vooraf aanwezig was
36 875 Uitvoering van Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Uitvoeringswet verordening cyberweerbaarheid)
Nr. 7
AMENDEMENT VAN HET LID VAN DEN BERG
Ontvangen 7 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel 3.4 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. De ambtenaar, bedoeld in artikel 3.1, mag bij de gebruikmaking van de bevoegdheid,
bedoeld in het eerste lid, een persoon niet brengen tot andere strafbare feiten dan
waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.
Toelichting
Dit amendement versterkt de rechtsbescherming van marktdeelnemers bij het gebruik
van een fictieve identiteit of hoedanigheid door toezichthouders (artikel 3.4). Effectief
toezicht is noodzakelijk om de digitale veiligheid te beschermen, maar dit betekent
niet dat toezichthouders onbeperkte ruimte moeten krijgen om in het rechtsverkeer
van ondernemers en burgers te opereren.
Het werken onder een fictieve identiteit is een ingrijpende bevoegdheid. Juist daarom
moet duidelijk zijn wanneer deze bevoegdheid wel en niet mag worden ingezet. De wet
moet voorkomen dat zwaar toezicht een standaardinstrument wordt wanneer hetzelfde
doel ook met minder ingrijpende middelen kan worden bereikt.
Het voorgestelde derde lid legt daarnaast het zogenoemde uitlokkingsverbod, ofwel
het lokverbod, rechtstreeks in de wet vast. Een toezichthouder mag een marktdeelnemer
niet aanzetten tot een overtreding die deze zonder tussenkomst van de overheid niet
van plan was te plegen. De overheid moet overtredingen opsporen en handhaven, maar
mag niet zelf de aanleiding worden voor het ontstaan van nieuwe overtredingen.
Met deze waarborg wordt voorkomen dat de bevoegdheid tot toezicht onder fictieve identiteit
verder gaat dan noodzakelijk. Het amendement zorgt daarmee voor een betere balans
tussen effectieve handhaving enerzijds en de bescherming van ondernemers, burgers
en de rechtsstaat anderzijds.
Van den Berg
Indieners
Daniël van den Berg, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Oordeel Kamer
De minister of staatssecretaris is positief over de motie. Hij of zij wacht de uitkomst van de stemming in de Kamer af.
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen | Niet deelgenomen |
|---|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor | |
| VVD | 22 | Voor | |
| PRO | 20 | Voor | |
| PVV | 19 | Voor | |
| CDA | 18 | Voor | |
| JA21 | 9 | Voor | |
| FVD | 7 | Voor | |
| Groep Markuszower | 7 | Voor | |
| BBB | 3 | Voor | |
| ChristenUnie | 3 | Voor | |
| DENK | 3 | Voor | |
| PvdD | 3 | Voor | |
| SGP | 3 | Voor | |
| SP | 3 | Voor | |
| 50PLUS | 2 | Voor | |
| Keijzer | 1 | Niet deelgenomen | |
| Volt | 1 | Voor |