Amendement : Amendement van het lid Van den Berg over een jaarlijkse monitor
36 947 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)
Nr. 13
AMENDEMENT VAN HET LID VAN DEN BERG
Ontvangen 3 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 9.9.7.1 als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt luiden:
Artikel 9.9.7.1 Monitoring en evaluatie
2. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.»geplaatst.
3. Voor het vierde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Onze Minister van Klimaat en Groene Groei zendt jaarlijks, uiterlijk op 1 oktober
na de jaarlijkse afrekening, bedoeld in artikel 9.9.2.7, aan de Staten-Generaal een
monitor over het kalenderjaar waarop die afrekening betrekking heeft.
Toelichting
Het wetsvoorstel bevat uitsluitend een evaluatie binnen vijf jaar na inwerkingtreding.
In die periode loopt de verplichting echter snel op. Zonder jaarlijkse rapportage
kan de Kamer pas reageren nadat kosten, schaarste of uitvoeringsproblemen zich meerdere
jaren hebben opgebouwd.
Het amendement verplicht daarom tot een jaarlijkse feitelijke monitor na de afrekening
door de Nederlandse Emissieautoriteit. De monitor maakt onderscheid tussen administratieve
groengaseenheden en het onderliggende fysieke volume, tussen binnenlandse productie
en import, en tussen totale productie en het daadwerkelijk voor de jaarverplichting
geschikte aanbod. Ook worden buy-out, betaalbaarheid, vergunningen, netaansluitingen,
registerwerking, fraude en uitvoeringslasten zichtbaar gemaakt.
De Minister moet niet alleen gegevens rapporteren, maar ook beoordelen of neerwaartse
bijstelling of andere maatregelen nodig zijn. De bestaande vijfjaarsevaluatie blijft
behouden en wordt gevoed door de jaarlijkse monitors.
De monitor bevat in ieder geval:
a. de som van de jaarverplichtingen groengaseenheden, het aantal afgeschreven groengaseenheden,
de hoeveelheid gas uit hernieuwbare bronnen die daaraan ten grondslag ligt en de gemiddelde
CO₂-equivalent-ketenemissiereductie per kubieke meter;
b. het aandeel naar land van productie, de herkomst van de gebruikte grondstoffen, het
aandeel binnenlandse productie en, voor zover redelijkerwijs vast te stellen, de bijdrage
aan de Nederlandse broeikasgasemissiereductie;
c. de Nederlandse productiecapaciteit en het deel daarvan dat is vergund, gefinancierd,
op het gas- en elektriciteitsnet is aangesloten, operationeel is en zonder betaling
van exploitatiesubsidie voor de jaarverplichting beschikbaar is;
d. het aantal groengaseenheden waarvoor ontheffing als bedoeld in artikel 9.9.2.6 is
verkregen, het aandeel daarvan in de som van de jaarverplichtingen en de totale opbrengst
van de vergoedingen;
e. een raming van de prijsontwikkeling van groengaseenheden, de meerkosten per kubieke
meter gas en de gevolgen voor huishoudens, het midden- en kleinbedrijf en de glastuinbouw;
f. de werking en beschikbaarheid van het GGE-register en de gegevensuitwisseling met
VertiCer en de Uniedatabank of een daarvoor gebruikte tijdelijke voorziening;
g. geconstateerde onregelmatigheden en fraude, de inzet van toezicht en handhaving en
de uitvoerings- en toezichtslasten van de Nederlandse Emissieautoriteit; en
h. de voortgang van vergunningverlening en netaansluitingen voor Nederlandse productie
van gas uit hernieuwbare bronnen.
De monitor bevat tevens een beoordeling of de hoeveelheid broeikasgasemissiereductie
in de keten tot afnemer voor een volgend kalenderjaar neerwaarts moet worden bijgesteld
of andere maatregelen noodzakelijk zijn vanwege beschikbaarheid, kosten, uitvoering
of toezicht.
Van den Berg
Indieners
Daniël van den Berg, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Nog niet bekend
De minister of staatssecretaris heeft nog geen oordeel gegeven over de motie.