Amendement : Amendement van het lid De Beer over een afzonderlijke evaluatie van proactieve dienstverlening drie jaar na inwerkingtreding
36 799 Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW)
Nr. 16
AMENDEMENT VAN HET LID DE BEER
Ontvangen 3 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
J
Aan artikel 86 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Onze Minister zendt drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet proactieve dienstverlening
SZW en vervolgens telkens als onderdeel van het verslag, bedoeld in het eerste lid,
aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van proactieve
dienstverlening in de praktijk. Daarbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan
de wijze waarop en de mate waarin de verschillende bestuursorganen proactieve dienstverlening
toepassen en aan de mate waarin proactieve dienstverlening bijdraagt aan de in artikel
10b, eerste lid, genoemde doelstellingen.
Toelichting
Dit amendement voorziet in een afzonderlijke evaluatie van proactieve dienstverlening
drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet proactieve dienstverlening SZW. Daarna
loopt deze evaluatie mee met de reguliere evaluatie van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen op grond van artikel 86, eerste lid.
Het wetsvoorstel geeft het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders
de bevoegdheid om proactieve dienstverlening toe te passen. Het betreft een bevoegdheid
en geen verplichting. De bestuursorganen kunnen daardoor verschillen in de mate waarin
en de wijze waarop zij van deze bevoegdheid gebruikmaken. De indiener acht het van
belang dat bij de evaluatie inzichtelijk wordt gemaakt hoe deze ruimte in de praktijk
wordt benut en wat dit betekent voor de doeltreffendheid en de effecten van proactieve
dienstverlening.
Daarbij is in het bijzonder van belang inzicht te verkrijgen in eventuele verschillen
tussen gemeenten. Vanuit de formulering van proactieve dienstverlening als bevoegdheid
is tijdens de voorbereiding van het wetsvoorstel reeds gewezen op het risico van verschillen
in de uitvoering door lokale overheden. De evaluatie dient daarom inzichtelijk te
maken in welke mate en op welke wijze de verschillende bestuursorganen proactieve
dienstverlening toepassen en welke verschillen zich daarbij in de praktijk voordoen.
Artikel 10b, eerste lid, bepaalt dat proactieve dienstverlening wordt toegepast ten
behoeve van het versterken van de bestaanszekerheid en participatie en het verkrijgen
van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van werk en inkomen.
De indiener acht het wenselijk dat bij de evaluatie wordt bezien in welke mate proactieve
dienstverlening daadwerkelijk aan deze doelstellingen bijdraagt.
De termijn van drie jaar biedt de uitvoeringsorganisaties voldoende gelegenheid om
ervaring op te doen met de nieuwe bevoegdheid en maakt het tegelijkertijd mogelijk
om binnen afzienbare tijd inzicht te verkrijgen in de werking daarvan in de praktijk.
De keuze voor deze termijn sluit tevens aan bij het verzoek van de VNG om de wet na
drie jaar te evalueren.
De evaluatie na drie jaar heeft daarbij een ander karakter dan de in de memorie van
toelichting aangekondigde invoeringstoets. Met de invoeringstoets wordt bezien of
het voorstel in de praktijk uitpakt zoals beoogd. Voor de daaropvolgende evaluatie
voorziet het wetsvoorstel thans uitsluitend in aansluiting bij de reguliere vijfjaarlijkse
evaluatie op grond van artikel 86, eerste lid. Met dit amendement wordt daartussen
een afzonderlijk evaluatiemoment voor proactieve dienstverlening opgenomen.
De Beer
Indieners
Martin de Beer, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Nog niet bekend
De minister of staatssecretaris heeft nog geen oordeel gegeven over de motie.