Amendement : Amendement van het lid Claassen over het beperken van de reikwijdte tot bij amvb aangewezen sectoren met een spoedige invoeringstoets en evaluatie
36 774 Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM)
Nr. 11
AMENDEMENT VAN HET LID CLAASSEN
Ontvangen 31 augustus 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel I, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:
1. Het voorgestelde artikel 49a wordt als volgt gewijzigd:
a. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
b. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op bij algemene maatregel van
bestuur aangewezen categorieën van ondernemingen.
2. Het voorgestelde artikel 49e wordt als volgt gewijzigd:
a. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst en in de tekst wordt «Onze Minister
zendt» vervangen door «Onverminderd het eerste lid zendt Onze Minister» en wordt «vijf
jaar» vervangen door «drie jaar».
b. Voor het tweede lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
1. Onze Minister zendt een jaar na de inwerkingtreding van deze paragraaf aan de Staten-Generaal
een verslag waarin de resultaten van een invoeringstoets over de doeltreffendheid
en de effecten van deze paragraaf in de praktijk zijn opgenomen.
Toelichting
De Afdeling advisering van de Raad van State concludeert in haar advies dat «de reikwijdte van de nieuw voorgestelde bevoegdheid... onevenredig breed [is] in verhouding
tot het gestelde probleem dat ermee moet worden opgelost», en adviseert de noodzaak voor alle sectoren overtuigend te motiveren of het voorstel
aan te passen. De initiatiefnemer heeft dit advies niet gevolgd en de generieke reikwijdte
gehandhaafd.
De indiener onderschrijft het onderliggende doel van het wetsvoorstel – met name de
bescherming van de toegankelijkheid van de huisartsenzorg tegen «kralenrijgen» door
investeringsmaatschappijen, en de bescherming van innovatieve startups tegen «killer
acquisitions» – maar acht een generieke, voor alle sectoren geldende bevoegdheid,
ingevuld via een niet-bindende ACM-leidraad, onnodig belastend en rechtsonzeker voor
ondernemers in sectoren waar geen probleem is aangetoond. Een gerichte inroepbevoegdheid
met een wettelijke uitbreidingsmogelijkheid en een verplichte evaluatie adresseert
zowel de kern van het probleem als de zorg over onnodige lastendruk, en sluit aan
bij het (niet-opgevolgde) advies van de Raad van State.
Dit amendement wijzigt daarom de reikwijdte van de wet en verkort de evaluatietermijn,
waarbij de evaluatie aanleiding kan geven bij algemene maatregel van bestuur meer
sectoren aan te wijzen waarop de inroepbevoegdheid van toepassing wordt.
Reikwijdte beperken tot sectoren met aangetoonde noodzaak
Het voorgestelde artikel 49a kent de inroepbevoegdheid generiek toe voor concentraties
in alle sectoren van de economie. De indiener wil dat deze reikwijdte wordt beperkt
tot de sector(en) waarvoor de noodzaak daadwerkelijk is aangetoond – in de eerste
plaats zorgaanbieders als bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg. De indiener
stelt voor in de wet te bepalen dat artikel 49a van toepassing is op concentraties
«in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen sectoren». De regeling
kan worden uitgebreid naar andere sectoren zodra ook daar de noodzaak overtuigend
is aangetoond, bijvoorbeeld door een grondslag op te nemen om bij algemene maatregel
van bestuur andere sectoren aan te wijzen – vergelijkbaar met de bestaande mogelijkheid
in artikel 29, derde lid, Mededingingswet om bij AMvB tijdelijk lagere sectorale omzetdrempels
vast te stellen. Daarbij moet ongewenste samenloop met de bestaande, sectorspecifieke
concentratietoets van de Nederlandse Zorgautoriteit worden voorkomen.
Invoeringstoets en evaluatiebepaling
De indiener wil dat de wet een wettelijke verplichting bevat om de werking van de
inroepbevoegdheid – waaronder de daadwerkelijke reikwijdte, het aantal ingeroepen
concentraties en de uitvoeringslasten voor ondernemingen en de ACM – middels een invoeringstoets
een jaar na inwerkingtreding en vervolgens middels een evaluatie uiterlijk drie jaar
na inwerkingtreding te evalueren en de uitkomsten aan de Staten-Generaal te zenden.
Deze evaluaties moeten mede de basis vormen voor een eventuele verdere uitbreiding
van de reikwijdte naar andere sectoren. De thans met het wetsvoorstel voorgestelde
evaluatietermijn van vijf jaar acht de indiener te lang.
Claassen
Indieners
René Claassen, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Nog niet bekend
De minister of staatssecretaris heeft nog geen oordeel gegeven over de motie.