Opstellen begroting

Het opstellen van de begroting gaat volgens een vast tijdschema. De eerste stappen worden gezet aan het begin van het jaar. In augustus vindt de afronding plaats. Om tot een verantwoorde rijksbegroting te komen, is veel overleg nodig tussen de minister van Financiën en de overige ministers. In het begin van het jaar melden de ministers hun wensen aan het ministerie van Financiën. In het voorjaar stelt dit ministerie de Voorjaarsnota op. Dit is een tussentijds overzicht van mee- en tegenvallers op de lopende begroting. De ministers bespreken daarna de hoofdlijnen van de nieuwe begroting: welke uitgaven zijn er nodig en zijn daarvoor voldoende inkomsten te verwachten.

In de zomer worden de afzonderlijke begrotingen van de ministeries opgesteld. Uiteindelijk besluiten alle ministers in augustus samen hoe de rijksbegroting voor het volgende jaar eruit gaat zien. Vervolgens gaan de voorstellen voor advies naar de Raad van State. Deze raad geeft advies over wetgeving aan regering en parlement. De begrotingen worden op Prinsjesdag in de vorm van wetsvoorstellen aan de Tweede Kamer aangeboden.

Begrotingskalender

  • Derde dinsdag in september:  Prinsjesdag. Start parlementair jaar. De minister van Financiën biedt de begroting en de Miljoenennota aan de Tweede Kamer aan.
  • Najaar algemene beschouwingen: De Tweede en Eerste kamer behandelen de begroting. De Tweede Kamer kan wijzigen; de Eerste Kamer niet.
  • 1 januari: Start begrotingsjaar. De ministeries gaan begrotingen uitvoeren.
  • Eind maart/begin april: Kaderbrief. De minister van Financiën stelt de kaderbrief op met budgettaire mee- en tegenvallers en financiële claims van ministers voor nieuw beleid.
  • Voor 1 juni: Voorjaarsnota. De minister van Financiën publiceert de Voorjaarsnota met bijbehorende suppletoire begrotingen.
  • Voor 1 december: Najaarsnota. De minister van Financiën publiceert de Najaarsnota met bijbehorende suppletoire begrotingen.
  • 31 december: Einde begrotingsjaar.
  • Eerste kwartaal: Financieel jaarverslag van het rijk en rapport van de Algemene Rekenkamer. Ministeries stellen jaarverslagen op die door de Algemene Rekenkamer worden gecontroleerd.
  • Derde woensdag in mei: Verantwoordingsdag. De minister van Financiën biedt de jaarverslagen over het voorgaande begrotingsjaar aan de Tweede Kamer aan. De Algemene Rekenkamer publiceert haar rapporten bij de jaarverslagen van de ministeries. De Tweede Kamer controleert of de begrotingen goed zijn uitgevoerd.

Drie kalenderjaren

De begrotingscyclus strekt zich uit over drie kalenderjaren. Begrotingen moeten achtereenvolgens worden voorbereid, uitgevoerd, afgesloten en verantwoord. In één kalenderjaar lopen drie verschillende begrotingsjaren 'door elkaar heen'. Begrotingsstukken die bij de Kamer binnenkomen, kunnen dan ook betrekking hebben op vorig jaar, dit jaar of volgend jaar.

Jaarverslagen

In het voorjaar is de begrotingscyclus het ingewikkeldst. Zo praat het kabinet in het voorjaar van 2017 al over de hoofdlijnen van de nieuwe begroting (2018). In de Kamer zijn de lopende begroting (Voorjaarsnota 2017), maar ook de jaarverslagen van het afgelopen jaar (2016) aan de orde.