Den Haag als centrum van de macht

De Staten-Generaal bestonden uit afgevaardigden van de zeven gewesten. Ze vergaderden vanaf 1588 aan het Binnenhof in Den Haag, net als de Staten van Holland. Ook de verblijven van de stadhouder waren daar. De vergaderingen, vanaf 1593 dagelijks, volgden vaste gewoontes, hoewel de procedures nergens waren vastgelegd. Men wisselde bijvoorbeeld wekelijks van voorzitter en de stem van elke provincie telde even zwaar. Toch viel de meeste macht toe aan de provincie Holland die het leeuwendeel van de staatsuitgaven financierde.

Het aantal aanwezige afgevaardigden varieerde: gemiddeld 15 per dag, maar niet steeds dezelfde. Sommige afgevaardigden kwamen vrijwel nooit naar Den Haag. De deelnemers zaten aan een langwerpige tafel met 26 stoelen. Waren er meer afgevaardigden, dan moesten die staan. Elk onderwerp werd 'in omvraag gebracht', in een soort rondvraag besproken. De gewesten kregen alle het woord in een vaste volgorde. Daarna vatte de voorzitter samen. Zijn conclusie werd de volgende dag na goedkeuring vastgelegd als besluit.

Een belangrijk man was de griffier. Hij was overal bij, maakte de verslagen en zag alle inkomende en uitgaande stukken. Bovendien gaf hij leiding aan het kleine ambtenarenapparaat: zo'n tien klerken, enkele postmeesters, boden en kamerbewaarders. Lag het economische en financiƫle centrum van de Republiek in Amsterdam, het dagelijks bestuur en belangrijke beraadslagingen vonden plaats in Den Haag.

De Staten van Holland in 1730
Naar boven